CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2024-012-Bijlage2-Avri-Kadernota-2025-incl-meerjarenraming-2026-2028.pdf

Gemeenteraad 30 januari 2024, gemeente West BetuweBij agendapunt: 14.: Vasstellen Zienswijze AVRI kadernota 2025 en Strategisch Koersplan4.072 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1.

KADERNOTA 2025 INCLUSIEF DE MEERJARENRAMING 2026-2028 Dagelijks Bestuur 8 november 2023

CONCEPT-KADERNOTA 2024 INCLUSIEF DE MEERJARENRAMING 2025-2027 Dagelijks Bestuur 9 november 2022

CONCEPT-KADERNOTA 2025 INCLUSIEF DE MEERJARENRAMING 2026-2028 DAGELIJKS BESTUUR 8 NOVEMBER 2023

INHOUDSOPGAVE 1.

Inleiding ........................................................................................................................................................... 3 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 3 Procedure ............................................................................................................................................................ 3

2.

Koers van Avri ................................................................................................................................................ 4 Strategisch Koersplan .......................................................................................................................................... 4 Ontwikkelingen 2025 ............................................................................................................................................ 5 Uitvoering van het beleidsplan van afval naar grondstoffen ................................................................................ 5 Visie Milieustraten ................................................................................................................................................ 5 Schone grondstoffencampagne – vervolg ........................................................................................................... 6 Ontwikkelingen Afvalcoach .................................................................................................................................. 6 Handhaving, schoon heel en veilig ......................................................................................................................

6 Regionale samenwerking ..................................................................................................................................... 6

3.

Programmabegroting ..................................................................................................................................... 7 Nieuwe programma-indeling ................................................................................................................................ 7 Verhouding vast en variabel tarief ....................................................................................................................... 7 Maatschappelijk besluiten nemen en verantwoorden .......................................................................................... 9 Besturingsstructuur .............................................................................................................................................. 9

4.

Financiële kaders en uitgangspunten ........................................................................................................ 10

Bijlage 1: Wet- en beleidskaders ....................................................................................................................... 13

Avri - Kadernota 2025 - pagina 2 van 15

1. Inleiding In de huidige complexe maatschappij liggen grote opgaven voor op het gebied van circulariteit en klimaatadaptatie. Het aanpakken van deze opgaven is noodzakelijk, zoals te lezen is in de coalitieakkoorden van de gemeenten in Rivierenland. Alleen samen en regionaal kunnen wij bijdragen aan een oplossing voor deze grote opgaven. Hoe we dit willen doen, komt te staat in het toekomstig Strategisch Koersplan. Het koersplan zal de basis zijn voor de kadernota’s na 2026. In deze kadernota worden op hoofdlijnen de activiteiten voor 2025 worden beschreven, omdat het koersplan nog niet gereed is.

Leeswijzer Deze kadernota start in hoofdstuk 2 met de toekomstige koers van Avri en de relatie tot deze kadernota. In hoofdstuk 3 gaan we in op de nieuwe programma-indeling van de begroting en het vraagstuk rondom de verhouding tussen het vaste en het variabele tarief afvalvalstoffenheffing. De algemene beleids- en financiële kaders en uitgangspunten voor de begroting 2025, zoals de inrichting van de tarieven afvalstoffenheffing, het weerstandsvermogen en prijsindexeringen.[WW1]

Procedure Via deze kadernota worden de uitgangspunten voor de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026 – 2028 voorgelegd aan de deelnemende gemeenten van de Gemeenschappelijke Regeling Avri (Avri). Gemeenten krijgen de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op de kadernota. Deze zienswijzen betrekken wij bij het opstellen van de concept begroting 2025. Schematisch is de planning: Vaststelling DB

8 november 2023

Toezending aan de raden (uiterlijk)

1 december 2023

Aanlevering AB en RBA/financieel adviseurs gemeenten (uiterlijk)

1 december 2023

Bespreking met RBA/financieel adviseurs gemeenten

11 januari 2024

Platformbijeenkomst

15 januari 2024

Einde reactietermijn (zienswijze) voor gemeenten

1 februari 2024

Vaststellen zienswijzenota in DB

8 februari 20241

Toezenden zienswijzenota aan gemeenteraden

9 februari 2024

Behandeling in AB

15 februari 2024

Vaststelling AB kadernota incl. zienswijzenota

1 2

23 mei 20242

Onder voorbehoud Onder voorbehoud Avri - Kadernota 2025 - pagina 3 van 15

2. Koers van Avri Samen met onze inwoners (ruim 102 duizend huishoudens) en de 8 gemeenten werken wij voor en met de regio aan een schoon, veilig, duurzaam en circulair Rivierenland. Avri stelt zich voor 2025 tot doel: “Trots op Rivierenland door samen te werken aan een schone leefomgeving”. Avri kan en wil zich steeds meer inzetten als een brede maatschappelijke dienstverlener; passend bij haar rol in een veranderende maatschappij. De uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit zijn veelomvattend, zie de afbeelding hieronder. De grondstoffentransitie en het klimaat – en energiebeleid zijn thema’s die de taken van Avri direct raken. Tegelijkertijd is een wendbare, robuuste en voorspelbare bedrijfsvoering nodig om te blijven voldoen aan de behoeftes van gemeenten en inwoners. Daarbij is een solide personeelsbestand een vereiste. Wij willen een aantrekkelijke werkgever zijn die huidige personeel aan ons bindt en nieuw personeel aantrekt.

Figuur 1: Positionering

Strategisch Koersplan De landelijke ontwikkelingen in de wetgeving en de maatschappelijke ontwikkelingen vragen veel van Avri en de gemeente. Een totaal overzicht van de wettelijke en beleidskaders staat in bijlage 1 In de huidige complexe maatschappij liggen grote opgaven voor op het gebied van circulariteit en klimaatadaptatie. Hoe Avri wil bijdragen aan deze ontwikkelingen beschrijven we in het Strategisch Koersplan. Het Strategisch Koersplan geeft Avri richting voor de komende vijf jaar. Het koersplan bestaat uit: • De ambitie; onze droom. • Vijf strategieën; wat willen we bereiken? • De acties; hoe willen we de doelen bereiken? • Het manifest; waarbij is gekeken naar het bredere perspectief waarin wij staan, aansluitend op de houtskoolschets. • Onze kernwaarden; wie wij zijn als wij deze doelen willen realiseren.

Avri - Kadernota 2025 - pagina 4 van 15

Figuur 2: Strategisch Koersplan, onderdelen Het koersplan wordt de basis voor de kadernota, in gemeentetermen is het koersplan vergelijkbaar met een coalitieakkoord. Jaarlijks bepalen we welke acties uit het koersplan in de kadernota worden opgenomen en via de zienswijze op de kadernota kunnen gemeenteraden hier richting aan geven. De acties komen terug in de begroting en bij de producten van de P&C-cyclus rapporteren we over de behaalde resultaten. Het koersplan is nog niet gereed als deze kadernota 2025 wordt vastgesteld. Vandaar dat in deze kadernota het koersplan niet nader wordt beschreven.

Ontwikkelingen 2025 De grote maatschappelijke opgaven waar de gemeenten en Avri voor staan, zijn niet los van elkaar te zien, met name de grondstoffentransitie en het klimaat- en energiebeleid. De grondstoffentransitie raakt het beleid van Avri in de kern van haar activiteiten. In dit hoofdstuk gaan wij in op wat Avri in 2025 wil bijdragen aan deze maatschappelijke opgaven. Naast de uitdagingen die Avri heeft om bij te dragen aan de grondstoffentransitie, raken andere grote vraagstukken ook direct en indirect Avri en haar gemeenten. Het klimaatbeleid is met name belangrijk bij de taken die Avri uitvoert in de openbare ruimte. De energietransitie heeft voornamelijk gevolgen voor de bedrijfsvoering van Avri, zoals het verduurzamen van het wagenpark en de (kantoor)panden. Tot slot verandert de rol van onze handhavers en deze rol schuift steeds meer op naar de politietaken. De vraagstukken zijn groot en alleen samen met elkaar kunnen gemeenten en Avri zoeken naar een oplossingsrichting.

Uitvoering van het beleidsplan van afval naar grondstoffen In 2024 wordt een beleidsplan opgesteld met acties waarmee we de kwantitatieve doelen (minder afval, minder restafval, meer en schonere grondstoffen) willen behalen. De kwantitatieve doelen (het milieu) wegen we af tegen de mate van service voor de bewoners en de kosten, binnen de landelijke kaders, zie bijlage 1.. Onderwerpen van het plan zijn het inzamelen van grondstoffen bij hoogbouw en de inzameling van gft bij hoogbouw en stadscentra. Visie Milieustraten We willen invulling geven aan de milieustraat van de toekomst. Samen met medewerkers van Avri zijn tal van aandachtspunten, wensen en een visie op de milieustraat van de toekomst uitgewerkt. De visie is een inspiratie die een nadere en duidelijke invulling nodig heeft. De kavel in Medel biedt kansen om de Milieustraat van de toekomst te realiseren. De (voorlopige) uitgangspunten voor de ontwikkeling van de Milieustraat van de toekomst zijn: • Innovaties om service aan bezoekers te verhogen en kwaliteit grondstoffen te verbeteren. • Het vinden van partners en derden die kunnen bijdragen aan de doelen.

Avri - Kadernota 2025 - pagina 5 van 15

•

Het onderzoeken welke kansen er liggen voor het gebruik van de grond die niet nodig is voor een milieustraat.

Schone grondstoffencampagne – vervolg De aanpak ‘schone grondstoffen’ is in 2023 van start gegaan en loopt door tot in 2025. Deze integrale aanpak zal zich focussen op het oplossen van de volgende vraagstukken: • Hoe komen we tot schonere grondstofstromen voor Avri, met focus op pdb, gft, textiel en papier? • Hoe zorgen we dat inwoners die nu nog onbewust of bewust grondstofstromen vervuilen, het gedrag aanpassen (inclusief nog beter scheiden in verschillende stromen)? Ontwikkelingen Afvalcoach In 2022 zijn drie afvalcoaches gestart met verschillende activiteiten waaronder het faciliteren van het project afvalvrije scholen. In 2024 gaan we de taken van de afvalcoach evalueren en samen met handhaving een aanpak ontwikkelen die gebaseerd is op volgende stappen: informeren, communiceren, motiveren, controleren, waarschuwen en verbaliseren. Hierbij zal aandacht zijn voor de relatie met andere organisatieonderdelen. Handhaving, schoon heel en veilig Avri kan voor iedere gemeente maatwerk leveren om het handhavingsbeleid van de gemeente uit te voeren. Avri is continu bezig om de inzet van de handhaving bij de gemeenten te waarborgen. De landelijke ontwikkelingen vragen een andere inzet en meer samenwerking met politie. Wij spelen zoveel mogelijk in op de gemeentelijke wens om handhaving in te zetten voor (mogelijk) meer taken.

Tevens willen onze adviserende rol op het gebied van het beheer van de openbare ruimte verder uitweken. De landelijke vraagstukken die gemeenten en Avri hebben op het gebied van biodiversiteit vragen om een integrale aanpak.

Regionale samenwerking Door regionaal samen te werken is het mogelijk om sterker in te zetten op personeelsbeleid, projectmatig werken en het inrichten van juridische ondersteuning en advisering. Hiermee waarborgen wij dat er voldoende kennis is en blijft van de (veranderende) complexe wetgeving (zoals de Wet politiegegevens en de Algemene Verordening Gegevensbescherming) en vraagstukken in relatie tot de biodiversiteit in relatie met de kwaliteit van de dienstverlening.

Avri - Kadernota 2025 - pagina 6 van 15

3. Programmabegroting Nieuwe programma-indeling De basis voor de huidige begroting is gelegd bij de oprichting van de huidige GR in 2015. De indeling voldoet niet meer aan de huidige regelgeving te weten het “besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten” (BBV) 3. De begroting 2025 wordt ingericht volgens de volgende logischere indeling: • • • • • •

Bestuur & Beleid Afval Handhaving: DVO’s IBOR-taken: DVO’s Overhead Algemene dekkingsmiddelen:

Verhouding vast en variabel tarief Vanuit de zienswijze op de begroting 2024 is de vraag gesteld om te kijken naar een betere balans tussen de verhouding van het vaste en variabele tarief. In deze zienswijze staat opgenomen:

We handhaven nu de hoogte van het variabele tarief. Komend jaar agenderen en bespreken we dit onderwerp in relatie tot de weerstandscapaciteit en prijsprikkel per aanbieding. Dit vraagstuk kunnen we op basis van twee variabelen benaderen, puur op financieel vlak wat invloed heeft op de (financiële) risico’s (weerstandscapaciteit) en motivatie voor grondstofscheiding (prijsprikkel). De huidige variabele tarieven voor het ophalen van restafval zijn: Eén container 240 liter aanbieden per keer = € 8,00 Een container 140 liter aanbieden per keer = € 4,67 Een storting op een ondergrondse container 30 liter voor hoogbouw en stadscentra: = € 0,80 Een storting op een ondergrondse container 30 liter voor laagbouw = € 1,00

Financiële benadering Hierbij zijn de vaste kosten gelijk aan het vaste basistarief en de variabele kosten gelijk aan variabele tarief. Vertaald naar de praktijk; de variabele kosten die we maken voor het ophalen van restafval zijn gelijk aan het variabele tarief per keer voor het ophalen van een minicontainer of het storten van een zak afval in de ondergrondse container. Dit zou een financiële ideale situatie zijn, want bij minder aanbieden van restafval, heb je minder inkomsten en evenredig minder kosten. Eerder is gekozen voor een verdeling van het vaste en variabele tarief van resp. 90% en 10%. De werkelijke verdeling tussen de vaste en variabele kosten is resp. 82% vaste kosten en 18% variabele kosten. De verhouding van vast/variabel in de tarieven wijkt dus af van de verhouding vast/variabel van de kosten. Zodra je het variabele tarief hoger kiest dan de werkelijke variabele kosten, ontstaat er een tekort als er minder restafval wordt aan geboden. Er zijn dan minder inkomsten vanuit het variabele tarief en niet alle variabele kosten worden gedekt (zie figuur 3, variant “hoog” tarief). Andersom, dus een lager tarief dan de werkelijke variabele kosten, ontstaat er een plus als er minder restafval wordt aangeboden (zie figuur 3, variant “laag tarief”). Hoe hoger het variabel tarief hoe hoger de financiële risico’s.

Dat kan van invloed zijn op totale opbrengst van de afvalstoffenheffing en dus het weerstandsvermogen (risico’s afgezet tegen voorziening afvalstoffenheffing).

3

link naar besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten Avri - Kadernota 2025 - pagina 7 van 15

Verhouding vast/Variabel tarief € 12,50

€ 25,00

€ 50,00

€ 63,00

100% 90% 80% 70% 60%

€ 330,50

€ 318,00

€ 293,00

€ 280,00

50% 40% 30% 20% 10% 0%

kosten 2024 (€ 2,52 per 30 Tarief 2024 (€ 1 per 30 liter)Hoog variabel tarief (€ 2 per Laag variabel tarief (€ 0,50 liter) 30 liter) per 30 liter) Vast deel

Variabel deel

Figuur 3: Verhouding vast/variabel tarief in euro’s per huidhouden per jaar[CW2].

Motivatie voor grondstofscheiding Een andere benadering van het vraagstuk vast/variabel tarief is vanuit de motivatie om grondstoffen te scheiden. Het systeem “omgekeerd inzamelen” moedigt aan de ene kant afvalvermindering aan door burgers te laten betalen voor de hoeveelheid afval die ze produceren. Aan de andere kant kan dit leiden tot vervuiling van de grondstoffen (milieukosten) en mogelijk bijplaatsingen (sociale kosten). Dit kan milieuproblemen veroorzaken en kostbare opruimacties vereisen. Het is een evenwichtsoefening voor gemeenten om de milieuvoordelen van diftar te maximaliseren zonder de negatieve gevolgen van illegale dumping te vergroten. Zienswijze De uitdaging is om de juiste balans te vinden tussen financiële voordelen en milieu- en sociale kosten. Er zijn drie scenario’s waaruit gekozen kan worden: 1. Handhaven variabel tarief 2024 In de huidige situatie zijn de vaste en variabele kosten (18/82) niet in overeenstemming met de verhouding tussen het vaste en variabele tarief (10/90). 2. Hoger variabel tarief Bij een hoger tarief doe je meer recht aan het principe “de vervuiler betaald”. Tevens is de prikkel om grondstoffen te scheiden groter en wordt er minder restafval aangeboden. De nadelen van een hoger tarief zijn; meer ontwijkgedrag zoals bijplaatsingen, meer nulaanbieders en een hogere vervuiling van grondstoffen.

Financieel zorgt een hoger tarief voor minder inkomsten waardoor een reservering in het weerstandsvermogen noodzakelijk is om mogelijke tekorten te dekken. Daarnaast kan het substantieel verhogen van het variabel tarief (in figuur 3 een verdubbeling) deze nadelig effecten versterken. 3. Lager variabel tarief De voordelen zijn minder vervuiling van grondstoffen en geen financieel risico op tekorten. De nadelen zijn dat het minder recht doet aan het principe “de vervuiler betaald” en is de prikkel om de grondstoffen gescheiden aan te bieden klein, waardoor er meer restafval wordt aangeboden.

Avri - Kadernota 2025 - pagina 8 van 15

Gezien de vervuiling van de grondstoffen en omdat in de begroting nu al meer vaste kosten in het variabele tarief zitten, heeft Avri de voorkeur voor scenario 1. Wil u in uw zienswijze aangeven of u het hiermee eens bent of kiest voor scenario 2 of 3?

Maatschappelijk besluiten nemen en verantwoorden Aandacht voor een analyse van de maatschappelijke kosten en baten is gewenst4. Mede omdat bij sommige investeringen het maatschappelijke voordeel belangrijker kan zijn dan het financiële voordeel. Tevens is het maken van een maatschappelijk jaarverslag verplicht. Besturingsstructuur Hoe richten we de besturingsstructuur zo in, dat het gemeenten en Avri in positie brengt en dat ieder vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid werkt aan het gezamenlijke belang? Gemeenten hebben – vanuit (inter)nationale beleidskaders en wetgeving – een verantwoordelijkheid voor een circulaire economie en daarom wil Avri afval hoogwaardig in de markt brengen als grondstoffen. Avri gaat bewegen en móet ook bewegen. Wil Avri deze transitie op circulariteit maken en ambities halen, dan dienen handelingsruimte, ondernemersrisico en effectieve sturing geborgd te worden. Onderzoeken of het wenselijk is om de taken in de transitie al dan niet onder te brengen in een overheids-NV of BV. Het onderzoek naar de financieringsmogelijkheden (is afhankelijk van de gekozen besturingsstructuur. Met name het vraagstuk of Avri de afvalstoffenheffing oplegt of de gemeente dat gaat doen. Pas als deze duidelijk is, wordt de financieringsstructuur onderzocht.

4

Een voorbeeld kan je vinden op de (commerciële) site van Rijker Verantwoorden Avri - Kadernota 2025 - pagina 9 van 15

4. Financiële kaders en uitgangspunten Financiële kaders en uitgangspunten Bij de samenstelling van de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 wordt binnen de bestaande wet- en regelgeving rekening gehouden met onderstaande eigen financiële beleidskaders van Avri: • Financiële verordening Gemeenschappelijke Regeling Avri 2023; • Bijdrageverordening Avri 2016; • Verordening afvalstoffenheffing Avri; • Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen Avri 2017; • Nota Reserves en Voorzieningen Avri 2017; • Treasurystatuut Avri 2023; • Nota activabeleid Avri 2018; • Kwijtscheldingsbeleid 2012. Naast de genoemde financiële kaders vormt de vastgestelde (gewijzigde) begroting 2024 van Avri de basis voor de nog op te stellen begroting 2025, waar de ontwikkelingen uit de voorliggende kadernota 2025 in worden verwerkt. 1. Afvalstoffenheffing Zoals opgenomen in de Bijdrageverordening Avri 2016 vindt de verrekening van zowel de kosten als de opbrengsten (Afvalstoffenheffing) plaats op basis van het aantal inwoners van de regiogemeenten. De inwoneraantallen voor 2025 worden gebaseerd op de inwoneraantallen per 1 januari 2024 (bron: Centraal Bureau voor de Statistiek). In de begroting van het basispakket worden de kosten gedekt door de afvalstoffenheffing. Deze bestaat uit een basistarief en variabele tarieven (o.b.v. aanbiedvolume en aantal aanbiedingen restafval).

De huidige verhouding tussen het basisdeel en variabel deel is 92,7%-7,3%. 2. Aantal aanbiedingen restafval In juli 2019 is overgegaan naar nieuw beleid. Uitgangspunt voor het aantal aanbiedingen restafval is een gemiddeld aanbod van 60 kg. restafval per inwoner, conform begroting 2024 en 2025. Bij de begrotingswijziging 2025 wordt dit bijgesteld naar een actuele inschatting (op basis van een combinatie van gegevens van BSR en de gemiddelde groei in de regio). 3. Kwijtschelding Om de afvalscheiding onder de groep bewoners die in aanmerking komt voor kwijtschelding te bevorderen, zal het maximumbedrag van kwijtschelding op het variabele tarief in overeenstemming worden gebracht met het gemiddelde variabele tarief. Dit bedrag wordt opgenomen in de tarieventabel 2025. 4. Pluspakket Avri heeft inmiddels meer taken ondergebracht in het pluspakket. Deze worden, wanneer het gaat over afval, in het bestuur voor besluitvorming voorgelegd. Taken vanuit Handhaving en IBOR zijn voorbehouden aan de opdrachtverstrekkende gemeenten en verwerkt in de dienstverleningsovereenkomst (DVO) tussen Avri en de gemeenten. Voor de begroting hanteert Avri, naast de in deze kadernota genoemde kaders, de geldende DVO’s als uitgangspunt. 5. Indexering De onderstaande indexering is een inschatting die gemaakt is ten tijde van het opstellen van deze kadernota 2025.

Van het moment van opstellen kadernota (oktober 2023) tot definitieve besluitvorming begroting (juli 2024) kan het zijn dat uitgangspunten die nu legitiem lijken, dan anders zijn.

Avri - Kadernota 2025 - pagina 10 van 15

5.1. Uitgangspunten De controllers van de Rivierenlandse gemeenschappelijke regelingen (GR-en) hebben in oktober afspraken gemaakt over de systematiek van het in de begroting verwerken van de verwachte prijs- en salariskostenstijgingen en de hierbij gewenste onderlinge harmonisering. Als uitgangspunt is hierbij gekozen om voor de indexatie van de lonen en prijzen uit te gaan van de in de septembercirculaire van BZK opgenomen CPB indexcijfers. Voor de verwachte salariskosten betreft dat de ‘loonvoet sector overheid’ aangevuld met de verwachte stijging van de sociale premies (CPN MEV). Voor de verwachte prijsstijgingen betreft dat de ‘prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)’. Om dit CPB prijsniveau te verwerken in onze begrotingen worden ook de oude jaren, indien nodig, gecorrigeerd en daarmee op het juiste prijsniveau gebracht. Bovenstaande uitgangspunten worden voor de Avri als volgt uitgewerkt: 5.2. Indexering salarissen Algemeen uitgangspunt is dat de personele formatie en de bijbehorende salariskosten voor de begroting 2025 worden geraamd op basis van de actuele personele formatie in februari/maart 2024 en op het maximum van desbetreffende schaal. Er is geen ziektebudget opgenomen in de begroting. Voor de lonen wordt als basis de laatst bekende CAO gehanteerd. De huidige CAO heeft een looptijd tot 31 december 2023.

Vanaf 2024 wordt daarom aansluiting gezocht bij de door het CPB geraamde stijging van de lonen (loonvoet sector overheid. De loonkostenindexering wordt dan: Correctie 2025: Loonindex begroting 2024 (conform kadernota 2024): 3,75% Loonvoet sector overheid (sept circulaire 2023) : 6,70% Correctie loonindex 2023: 2,95% In de begrotingswijziging 2024 is de correctie op het jaar 2024 al meegenomen.

Index 2025: Loonvoet sector overheid (sept circulaire 2023): Prognose stijging sociale premies:

5,80% 0,0%

Totale loonkostenindex 2025:

5,80%5

We verwachten niet met de totale indexering op de loonkosten uit te komen. We zullen daarom de loonindexering voor 2024 (en 2025) conform de CAO corrigeren. We verwachten dat dit in de begroting 2025 kan worden verwerkt. Mocht de CAO langer op zich laten wachten dan worden de meest recente verwachtingen meegenomen en zal de definitieve correctie worden verwerkt bij de begrotingswijziging 2025 en de bestuursrapportage 2025. 5.3. Prijsindexering kostenbudgetten De prijsindexering wordt tevens toegepast conform de door het CPB opgestelde cijfers zoals opgenomen in de septembercirculaire 2023. Om de budgetten op het niveau van 2024 conform het CPB te brengen moeten wij daarvoor ook het jaar 2023 corrigeren.

5

= Uitgangspunt in de kadernota is dat de sociale lasten en pensioenpremies in 2025 per saldo niet stijgen. Avri - Kadernota 2025 - pagina 11 van 15

Correctie 2024: Prijsindex begroting 2024 (conform kadernota 2024): Prijs overheidsconsumptie (imoc) (sept circulaire 2023): Correctie prijsindex 2024:

2,40% 3,50% 1,10%

Index 2025: Prijs overheidsconsumptie (imoc) (sept circulaire 2023):

1,60%

Totale prijsindex 2025:

2,70%6

Voor het uit te besteden werk voor de IBOR-taken is sprake van branche-specifieke marktwerking. Indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt afgeweken van het algemene indexeringspercentage en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt. Op het moment dat er nieuwe contracten moeten worden afgesloten betekent dit dat rekening gehouden moet worden met hogere kosten in de komende jaren die verwerkt zullen worden in de begroting, zoals ze zich voordoen.

6

= 1,10 + 1,60 Avri - Kadernota 2025 - pagina 12 van 15

5. Bijlage 1a: Wet- en beleidskaders – landelijk

Avri - Kadernota 2025 - pagina 13 van 15

Bijlage 1b: Wet- en beleidskaders - Regionaal Naast wet- en regelgeving (zoals de Gemeentewet, Wet Milieubeheer en de Wet Gemeenschappelijke Regelingen) zijn de volgende beleidskaders op Avri van toepassing in 2025: • Regionaal beleidskader: Regionale Visie Afval en Grondstoffen • Circulair Materialenplan – vanaf 2025 • Uitvoeringsprogramma VANG (Van Afval Naar Grondstof) 2013 - 2025; • Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020 – 2029 Regionaal beleidskader: Regionale Visie Afval en Grondstoffen In het kader van de landelijke doelstellingen om in 2025 30 kilo restafval per persoon per jaar te produceren, is er een Regionale Visie Afval en Grondstoffen opgesteld. Deze visie is als leidend kader door het AB van Avri op 7 juli 2022 vastgesteld. In deze visie zijn de ambities en doelstellingen van de gemeenten van regio Rivierenland op het gebied van afval- en grondstoffenbeheer voor 2017-2024 geformuleerd. Belangrijkste ambities die in deze visie worden opgenomen zijn het inzetten op afvalpreventie, een stevige reductie van het restafval en een fors meer gescheiden inzameling van grondstoffen bij huishoudens. Van Landelijk Afvalbeheerplan naar Circulair Materialenplan Het beleid voor veilige en hoogwaardige verwerking van afvalstoffen in Nederland is opgenomen in het LAP3. Maar een circulaire economie vraagt niet alleen om goed afvalbeheer aan het eind van de keten.

De staatssecretaris wil met het CMP1 de reikwijdte van het huidige LAP uitbreiden, met meer sturing op de hogere treden van de afvalhiërarchie die van belang zijn voor een circulaire economie, zoals hergebruik en preventie. Daarnaast moet het CMP1 een steviger juridische basis krijgen, zonder flexibiliteit te verliezen, zodat het vaker direct juridisch bindend is. Ook moet het CMP bedrijven ondersteuning bieden voor de hoogwaardige verwerking van materialen en daarmee ook een stimulans bieden voor innovatie. Uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof (VANG) In 2019 is het nieuwe beleid ingevoerd waarbij de doelstelling van de gemeenten is om per 2020 maximaal 75 kg restafval per inwoner te produceren. Om dit te bereiken is gedurende 2019 een comfortprikkel ingevoerd, naast de bestaande prijsprikkel (betalen per aanbieding restafval). De inwoners van de acht regiogemeenten brengen hun restafval zelf naar een ondergrondse container in de buurt. Inwoners in de buitengebieden behouden hun minicontainer aan huis voor restafval maar die wordt minder vaak geleegd. De uitvoering en effecten van het beleid worden continue gemonitord en waar mogelijk en in overleg met inwoners en gemeenten bijgesteld. Hiervoor wordt zo nodig flankerend beleid opgesteld.

Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020-2029 In de Raamovereenkomst verpakkingen zijn door de VNG, het verpakkende bedrijfsleven en het ministerie van Infrastructuur en Milieu nieuwe afspraken gemaakt over de inzameling en recycling van verpakkingen. De ROV loopt af op 31 december 2022. Aanvullend is de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020 – 2029 getekend. In de Ketenovereenkomst staan afspraken ter aanvulling en opvolging van de Raamovereenkomst. De Ketenovereenkomst is gesloten tussen het Afvalfonds Verpakkingen (AFV) en de VNG. In de Ketenovereenkomst zijn modellen voor de inzameling en/of recycling van kunststof verpakkingsafval, metalen verpakkingsafval en drankenkartons opgenomen waar een gemeente uit kan kiezen. Afspraken uit de Raamovereenkomst over de vergoedingen en regie van de materiaalsoorten glas, papier en karton en hout worden gedurende de looptijd van de Raamovereenkomst gecontinueerd totdat VNG en AFV andere afspraken maken. Uiterlijk voor het einde van de Raamovereenkomst leggen VNG en AFV nieuwe afspraken vast over de regie en vergoedingen van deze verpakkingsmaterialen voor de periode 2023-2029.

Avri - Kadernota 2025 - pagina 14 van 15

Avri - Kadernota 2025 - pagina 15 van 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/667/documents/14589