RV2023-120-Belastingverordeningen-2024.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum vergadering
: 19 december 2023
Registratie nummer Voorstelnummer
: GZDGWB1166463/1173238 : GZDGWB1166463/1173237 : RV2023-120
Portefeuillehouder
: Govert van Bezooijen
Bijlage(n)
:9
Onderwerp
: Belastingverordeningen 2024
Onderwerp Belastingverordeningen 2024 Beslispunten 1. De volgende belastingverordeningen vast te stellen: a. Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente West Betuwe 2024; b. Verordening rioolheffing gemeente West Betuwe 2024; c. Verordening parkeerbelasting gemeente West Betuwe 2024; d. Verordening precario standplaatsen gemeente West Betuwe 2024 e. Verordening leges gemeente West Betuwe 2024 en bijbehorende tarieventabel, ROEB-lijst 2024 en tariefregeling Geldersgenootschap 2024; f. Verordening liggeld gemeente West Betuwe 2024; g. Verordening lijkbezorgingsrechten gemeente West Betuwe 2024 en bijbehorende tarieventabel; h. Verordening marktgelden gemeente West Betuwe 2024; i. Verordening staangeld gemeente West Betuwe 2024. 2. De verordening reclamebelasting 2022 en de verordening toeristenbelasting 2023 niet te wijzigen. Inleiding Met het oog op het nieuwe belastingjaar zijn negen van de elf belastingverordeningen geactualiseerd. De actualisaties zijn veelal uitvloeisels van de gemeentelijke begroting: in de paragraaf lokale heffingen zijn de beleids- en financiële uitgangspunten voor het komend belastingjaar uitgewerkt. Deze uitgangspunten omvatten de ontwikkeling van de gemeentelijke belastingopbrengsten en de lokale lastendruk. Bij het vaststellen van de belastingverordeningen worden deze uitgangspunten in uitvoering gebracht.
Samenvatting Geen Besluitgeschiedenis Geen
15 november 2023 Kenmerk GZDGWB1166463/1173238 Pagina 2 van 8
Beoogd effect Het vaststellen van de belastingverordeningen 2024 maakt heffing van de gemeentelijke belastingen op basis van de actuele uitgangspunten en tarieven mogelijk. Argumenten Uitgangspunt voor de tariefontwikkeling is het vastgestelde inflatiepercentage van 4,02%. Daarnaast kunnen er inhoudelijke redenen zijn om tarieven wel of niet aan te passen. Dit kan het gevolg zijn van wijzigingen in wettelijke regelingen of gemeentelijk beleid. De belangrijkste wijzigingen in de verordeningen en de tarieven zijn hieronder per belastingverordening verantwoord. 1a. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Voor de OZB geldt dat de tarieven mede afhankelijk zijn van de waardeontwikkeling van het gemeentelijk WOZ-bestand: deze bepaalt hoeveel het tarief moet zijn om de belastingopbrengsten te kunnen realiseren. Uitgangspunt hierbij is dat de gemiddelde aanslag, conform bestaand beleid, alleen stijgt met het vastgestelde inflatiepercentage. Thans zijn van BSR de voorlopige waardeontwikkelingen ontvangen. Voor de categorie woningen is een stijging van de WOZ-waarden vastgesteld van 4% en voor de categorie niet-woningen van 1,5%. De voorlopige tarieven voor 2024 worden: Categorie Eigenaren woningen 0,1033% Eigenaren niet-woningen 0,3074% Gebruikers niet-woningen 0,2576% 1b.
Rioolheffing De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op de jaarlijkse verhoging van 2% vanuit het WRP en het inflatiepercentage 4,02% voor 2024. Het basistarief voor 0 – 500 m3 bedraagt 443,00 euro.. 1c. Parkeerbelasting De huidige parkeertarieven bij de parkeerautomaten worden voor 2024 niet verhoogd. De jaarlijkse verhoging op basis van het inflatiepercentage is te klein voor aanpassing in de parkeerautomaten. In 2023 is het beleid opgesteld om 1 x per 5 jaar het tarief via het gecumuleerd inflatiepercentage te verhogen. Dit tarief blijft dan gehandhaafd voor de belastingjaren 2023 tot en met 2027. De tarieven voor de parkeervergunningen 2024 zijn wel verhoogd met het inflatiepercentage van 4,02% voor 2024.
15 november 2023 Kenmerk GZDGWB1166463/1173238 Pagina 3 van 8
1e. Leges In overeenstemming met het college-uitvoeringsprogramma worden geen leges doorberekend aan lokale vrijwilligersevenementen (niet-commercieel) en leefbaarheidsinitiatieven. Voor hoofdstuk 1 en hoofdstuk 3 worden in beginsel de tarieven verhoogd met inflatiecorrectie van 4,02%. Dit is voor een groot deel van de tarieven hoofdstuk 2 ook het geval. De vaste rijkstarieven volgen zodra deze zijn bekendgemaakt. Wanneer dit niet op tijd is voor de collegebehandeling van 14 november 2023, worden deze tarieven u nagezonden. Extra toelichting In dit raadsvoorstel wordt als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging uitgelegd hoe deze wetten uitwerken in de Legesverordening (hoofdstuk 2 fysieke leefomgeving) van de Verordening Leges 2024. Hieronder wordt aan dit hoofdstuk extra aandacht gegeven. Op 1 januari 2024 treden de Omgevingswet (Omgevingswet.) en een gedeelte van de Wet Kwaliteitsborging (Wkb) in werking. Door deze twee wetten moeten de legesverordening worden herzien. Dat betekent dat wij enerzijds juridische verwijzingen hebben aangepast, zodat de heffingsgrondslag blijft bestaan en anderzijds nemen wij nieuwe artikelen op, of wijzigen wij deze omdat de wet dit voorschrijft. Soms zijn wijzigingen niet veel meer dan een vertaling van oude legesbepalingen, soms hebben we nieuwe regels moeten introduceren.
Uitgangspunt voor de tarieven en de geïnventariseerde kosten is het werkprogramma van de Omgevingsdienst Rivierenland 2023. Uitgangspunten bij de Verordening Leges Om de juridische basis zo veel als mogelijk te verzekeren is de Modelverordening Leges (versie oktober 2023) die de VNG voor dit doel heeft opgesteld aangehouden. Deze Modelverordening bestaat uit 3 hoofdstukken, te weten: hoofdstuk 1 burgerzaken, hoofdstuk 2 fysieke leefomgeving en hoofdstuk 3 de Dienstenrichtlijn. Voor hoofdstuk 1 en 3 geldt dat deze uitsluitend aangepast zijn in de lay out die de Modelverordening voorschrijft, maar in deze hoofdstukken zijn beleidsmatig geen aanpassingen beoogd, behalve dat de tarieven trendmatig (indexatiepercentage 4,02%) zijn verhoogd. Hoofdstuk 2 kent als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb de grootste aanpassingen. Zoals aangekondigd heeft de Modelverordening als leidraad gestaan. Deze leidraad schrijft echter niet voor hoe en op welke manier de leges geheven moeten worden. Hierin staat de gemeente vrij en kan en mag de gemeente eigen keuzes maken. Om de juridische basis zoveel als mogelijk te borgen, zijn de artikelen van de modelverordening het uitgangspunt, tenzij dit niet past in het beleid van de gemeente. De komende jaren zal deze verordening ook nog veranderingen doormaken wanneer de gemeente omgevingsplannen etc vast zal stellen.
Overgang met het oog voor kostendekkendheid De keuzes, die de gemeente maakt bij de invoering van de Omgevingswet, hebben effect op de dienstverlening en de kosten die de gemeente maakt. Het effect is nog niet op alle vlakken te overzien en vergt monitoring. Zo is niet goed te overzien wat het effect van de Omgevingswet of de Wet Kwaliteitsborging is op het gedrag van de inwoner of aanvrager (stellen zij zich terughoudend op ja of nee). Daarnaast spelen ook andere maatschappelijke discussies (Stikstofdebat, milieucrisis, stijgende hypotheekrente etc.) een rol. De gemeente heeft er daarom voor gekozen zoveel als mogelijk de omzetting naar de nieuwe legesverordening zo simpel mogelijk te houden en zo min mogelijk
15 november 2023 Kenmerk GZDGWB1166463/1173238 Pagina 4 van 8
wijzigingen toe te passen. Dit betekent dat in het jaar 2024, maar ook het jaar 2025, de aantallen, inzet personeel en overige kosten strikt gemonitord dienen te worden. Het is het streven om in de komende jaren volledig kostendekkend te gaan opereren. Als gevolg van de uitvoering van de Omgevingswet en op basis van het uitgangspunt dat de tarieven zodanig worden vastgesteld dat kostendekkendheid wordt geopereerd, zijn op verordening niveau afwijkende keuzes gemaakt ten opzichte van de huidige verordening. De belangrijkste voorgestelde wijzigingen in de Verordening leges 2024 ten opzichte van 2023 zijn de volgende: Het vooroverleg dat onder de Omgevingswet een iets andere opzet kent, kent hogere tarieven dan in 2023, maar in 2024 wordt vooralsnog niet naar maximale kostendekkendheid gestreefd om dit product laagdrempelig en toegankelijk te houden. De verhoging van het tarief is wel wenselijk, omdat er meer aandacht besteed gaat worden aan het vooroverleg. De inzet is om hiermee de tijdsbesteding van vergunningtrajecten te beperken en binnen wettelijke beslistermijnen te blijven. De taken van de gemeente voor bouwtechnische en ruimtelijke beoordeling en toezicht van bouwwerken wijzigen per 1 januari 2024. Een groot deel van de bouwtechnische taken draagt de gemeente over aan private beoordelaars, die uitsluitend nog een melding doen aan de gemeente.
De ruimtelijke toets moet wel altijd door de gemeente worden uitgevoerd. Dit heeft ertoe geleid dat de activiteit aanvraag omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit zoals gold in 2023 is gesplitst in twee activiteiten, te weten de bouwtechnische toets (vastgelegd in artikel 2.5. van de tarieventabel) en de ruimtelijke toets (vastgelegd in artikel 2.6 van de tarieventabel) met een eigen heffingsmaatstaf en tarief. Dit jaar zijn de leges voor de milieubelastende activiteiten nieuw. De gemeente heeft de keuze om de leges te heffen. Op advies van de Omgevingsdienst is ervoor gekozen om de raad voor te leggen om hiervoor leges in rekening te brengen. De redenen hiertoe zijn onder andere: o Maximale kostendekkendheid. o Eenheid in de regio. Voor het overige is getracht om de huidige artikelen zoveel mogelijk overeenkomstig 2023 op te nemen en de uitgangspunten van de tarieven over te nemen waarbij een indexatie wordt toegepast. Financiële en fiscale uitgangspunten leges De raad moet de tarieven in de legesverordening voor het betreffende jaar zodanig vaststellen dat de geraamde baten niet de geraamde lasten overstijgen (maximum van kostendekking). Bij het wijzigen of het opnieuw vaststellen van de legesverordening gaat het om de geraamde baten en lasten op dat moment. De Hoge Raad heeft bevestigd dat de kostendekkendheid wordt bepaald op verordeningniveau.
In de mate van de kostendekkendheid nemen we de diensten in de legesverordening die vallen onder de Europese Dienstenrichtlijn (hoofdstuk 3 van de Verordening) niet mee. In de voorbereiding zijn een drietal scenario’s uitgewerkt om de effecten op de leges te kunnen beoordelen, te weten: a) De tarieven worden zodanig vastgesteld dat deze voor de burger min of meer gelijk blijft (na indexatie van tarieven). b) De tarieven worden zodanig vastgesteld dat er sprake is van 100% kostendekkendheid. c) De tarieven worden zodanig vastgesteld dat er sprake is van een kostendekkendheid overeenkomstig afgelopen jaren.
15 november 2023 Kenmerk GZDGWB1166463/1173238 Pagina 5 van 8
Alhoewel het streven van de gemeente is om zoveel als mogelijk naar een 100% kostendekkendheid te streven van de te verhalen kosten, is er niet voor gekozen om scenario b of c toe te passen. Daarvoor zijn de volgende redenen: Scenario a is het meest in overeenstemming met de begrote baten en lasten in de begroting 2024. Scenario a betekent over het algemeen geen ontmoediging van bouwactiviteiten voor inwoners van de gemeenten. Scenario b en c leiden tot een grote tariefstijging in 2024 (72% respectievelijk 125%). Het is de wens van de gemeente om te streven naar 100% kostendekkendheid, maar dit ook te moeten meten aan de kostenontwikkeling als gevolg van de Omgevingswet en eventuele ontwikkelingen om bepaalde vergunningswerkzaamheden weer in de gemeente zelf uit te laten voeren. Door nu voor scenario b of c te kiezen, kan leiden tot tariefschommeling. Dit acht de gemeente niet wenselijk. Door scenario a toe te passen zal de kostendekkendheid wel verlagen ten opzichte van voorgaande jaren (ca. 55% versus 88%). Echter omdat op basis van een inventarisatie de aan de leges toe te rekenen kosten hoger is dan voorgaande jaren. Wijkt de opbrengst op basis van de voorgestelde tarieven minder af van de begroting (1.900.000 euro versus 1.635.000 euro in de primitieve begroting) dan wanneer andere scenario’s worden toegepast. Dit leidt tot het volgende: Bedragen maal € 1.000
Hoofdstuk 1 (burgerzaken) Hoofdstuk 2 (Omgevingsvergunning) Hoofdstuk 3 (dienstenrichtlijn) Totaal Kostendekkendheid Hoofdstuk 1 (burgerzaken) Hoofdstuk 2 (Omgevingsvergunning) Hoofdstuk 3 (dienstenrichtlijn)
Primitieve begroting 2024 Baten in € 1.174 1.635
Lasten in € 1.406 3.478
Op basis van vast te stellen concepttarieven Baten in € Lasten in € 1.174 1.406 1.868 3.268
15 2.824
98 4.982
15 3.089
98 4.849
84% 47%
84% 57%
16%
16%
In de primitieve begroting is uitgegaan van 47%. De kostendekkendheid na vaststellen van de concept tarieven in relatie tot de berekende kosten, bedraagt voor hoofdstuk 2 van de verordening na vaststelling concepttarieven tezamen: 57 %. Dit is inclusief indexatie van de tarieven van 4,02%. Dit is hoger dan de primitieve begroting. Dit heeft de volgende redenen: De tarieven van vooroverleg voor 2024 worden hoger vastgesteld om meer marktconform te kunnen werken. Er vindt een verschuiving in de tarieven plaats voor buitenplanse afwijking wat leidt tot een meeropbrengst. ca. 230.000 euro Het is daarom ook het voorstel om het jaar 2024, maar zeker ook nog 2025 te gebruiken als monitoring jaren. Het is belangrijk om dit over twee jaar te verdelen, omdat 2024 nog geen representatief jaar zal vormen. In de eerste plaats omdat dit een overgangsjaar is waarin nog
15 november 2023 Kenmerk GZDGWB1166463/1173238 Pagina 6 van 8
werkzaamheden moeten worden uitgevoerd onder het oude regime. In de tweede plaats omdat de Wkb een gedeeltelijke invoering kent op 1 januari 2024 en een gedeeltelijke invoering op 1 juli 2024. Het is daarbij het uitgangspunt om de komende jaren de tarieven zodanig te laten stijgen dat binnen 3 jaar er sprake is van volledige kostendekkendheid van de verhaalbare kosten voor de leges. 1g. Lijkbezorgingsrechten De tarieven in de tarieventabel lijkbezorgingsrechten 2024 zijn verhoogd met het inflatiepercentage van 4,02%. Ten opzichte van de tarievenlijst 2023 zijn enkele mogelijkheden toegevoegd zodat deze beter aansluiten bij de behoefte van de rechthebbenden. Als gevolg hiervan zijn ook enkele artikelennummers aangepast. De eerste urnamenten zijn geplaatst zodat de grafrechten hiervoor kunnen worden uitgegeven. Hiervoor zijn ook enkele diensten toegevoegd. 2. Toeristenbelasting en bevriezen tarief Eigenaren van campings, hotels, pensions enzovoort moeten toeristenbelasting betalen en zij rekenen die door aan degenen die bij hen verblijven. Dit zijn nooit inwoners van de gemeente. West Betuwe heft toeristenbelasting voor een verblijf met overnachting. Als gevolg van COVID-19 het tarief van 2019 van 1,05 euro voor de jaren 2021 en 2022 gehandhaafd. Vanaf 2023 wordt het destijds in 2020 door u vastgestelde tarief van 1,50 euro p.p.p.n. gehanteerd.
Dit tarief blijft bevroren tot en met belastingjaar 2025. De verordening Toeristenbelasting 2023 blijft daarom van kracht. 2. Reclamebelasting In plaats van contributie aan de ondernemersvereniging betalen ondernemers binnen een afgebakend gebied in het centrum van Geldermalsen reclamebelasting. Deze is gekoppeld aan de Subsidieverordening Ondernemersfonds. Voor 2023 vindt geen verhoging van de contributie plaats. De tarieven voor de reclamebelasting blijven hetzelfde. De verordening Reclamebelasting West Betuwe 2022 wordt daarom niet ingetrokken en blijft van kracht. 2024 wordt door de vakafdeling een evaluatie doorgevoerd van de reclamebelasting in relatie met de Subsidieverordening Ondernemersfonds. Kanttekeningen U kunt besluiten één of meerdere belastingverordeningen niet vast te stellen voor 1 januari 2024. In dat geval blijft de verordening 2023 met de oude bepalingen en tarieven gelden. Het risico is dan dat er een verschil kan ontstaan in de begroting door de lagere belastingopbrengst. Voor de Legesverordening West Betuwe 2024 geldt dat het van groot belang is om deze vast te stellen. Anders ontbreekt de juridische basis om nog leges te kunnen heffen. Er kan niet worden teruggevallen op de Legesverordening West Betuwe 2023 omdat die niet op de Omgevingswet is gebaseerd voor hoofdstuk 2.
Financiën De hierbij ter besluitvorming voorgelegde belastingverordeningen vormen een uitwerking van de beleidsvoornemens zoals geformuleerd in de begroting en de paragraaf lokale heffingen in het bijzonder.
15 november 2023 Kenmerk GZDGWB1166463/1173238 Pagina 7 van 8
Communicatie Vakafdelingen, afdeling Communicatie (website) Juridische Zaken, ODR en BSR worden geïnformeerd door team Belastingen. Uitvoering/Planning De belastingverordeningen 2024 treden in werking per 1 januari 2024. Na vaststelling door u worden de verordeningen op voorgeschreven wijze bekend gemaakt. De inwoners en bedrijven worden door middel van de gemeentelijke voorlichtingskolom op de hoogte gebracht van de bekendmaking. Evaluatie Geen Risicoparagraaf Geen
Burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe de secretaris, de burgemeester, Philip Bosman Servaas Stoop
15 november 2023 Kenmerk GZDGWB1166463/1173238 Pagina 8 van 8
Raadsbesluit De raad van de gemeente West Betuwe; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 november 2023 nummer 1173237 besluit: 1. a. b. c. d. e.
De volgende belastingverordeningen vast te stellen: Verordening onroerende-zaakbelastingen gemeente West Betuwe 2024; Verordening rioolheffing gemeente West Betuwe 2024; Verordening parkeerbelasting gemeente West Betuwe 2024; Verordening precario standplaatsen gemeente West Betuwe 2024 Verordening leges gemeente West Betuwe 2024 en bijbehorende tarieventabel, ROEB-lijst 2024 en tariefregeling Geldersgenootschap 2024; f. Verordening liggeld gemeente West Betuwe 2024; g. Verordening lijkbezorgingsrechten gemeente West Betuwe 2024 en bijbehorende tarieventabel; h. Verordening marktgelden gemeente West Betuwe 2024; i. Verordening staangeld gemeente West Betuwe 2024. 2. De verordening reclamebelasting 2022 en de verordening toeristenbelasting 2023 niet te wijzigen. Aldus besloten in de openbare vergadering van 19 december 2023, nummer, de griffier, Hans van der Graaff
de voorzitter, Servaas Stoop