CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2023-111-Bijlage-Ontwerp-BP-Buitengebied-West Betuwe-herziening-Paalgraaf-11-Hellouw.pdf

Oordeelsvormende vergadering(en) 12 december 2023, gemeente West BetuweBij agendapunt: 9: Raadsvoorstel: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Paalgraaf 11 Hellouw20.107 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toelichting

45

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Omtrent de wettelijke verplichting inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een plan, wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. 7.1

Uitvoerbaarheid

Er moet worden aangetoond dat het plan economisch haalbaar en uitvoerbaar is. Het plan wordt gefinancierd door de initiatiefnemer, de gemeentelijke kosten aan het plan zijn gedekt middels plankosten. De kosten voor het opstellen van dit bestemmingsplan zijn voor de initiatiefnemer. Er wordt vanuit gegaan dat de initiatiefnemer het plan kan financieren en dat het daarom economisch uitvoerbaar is. Met initiatiefnemer is tevens een anterieure overeenkomst en planschadeverhaalovereenkomst gesloten.

46

Buitengebied West Betuwe, herziening Paalgraaf 11 te Hellouw

Bijlagen

Toelichting

47

Bijlage 1

48

Brandrapportage

Buitengebied West Betuwe, herziening Paalgraaf 11 te Hellouw

Rapportage Van Door Datum Betreft

1.

BPC Consultancy De heer ing. Th.B. Maks 16 december 2020 Brandveiligheid plan buitenopslag Van Aalsburg te Hellouw

Inleiding

Het bedrijf Van Aalsburg is gespecialiseerd in de productie en verwerking van wilgentenen. De wilgentenen worden geoogst op grienden en daarna opgeslagen op de locatie in Hellouw of in de betreffende natuurterreinen (grienden). Van Aalsburg wil stoppen met de buitenopslag van wilgentenen op teeltpercelen of nabij natuurterreinen. De reden hiervoor is dat er recent enkele malen brand is gesticht op deze terreinen. Hierdoor komt de werkvoorraad in gevaar, omdat er maar één keer per jaar geoogst kan worden. Op de locatie in Hellouw is daarom behoefte aan een grotere opslagruimte voor wilgentenen. In Hellouw liggen momenteel ca. 4 shelven wilgentenen van 6 bij 175 meter, met een opslaghoogte van 8 meter. Dat is 33.600 m3. Men wil dat verhogen naar 42.000 m3. Dat is dan de gehele werkvoorraad voor een jaar. Op het terrein wordt de bestaande schuur met 49 meter verlengd. Van Aalsburg heeft aan BPC Consultancy gevraagd om in kaart te brengen wat de mogelijke risico’s zijn op het gebied van brandveiligheid en welke maatregelen en voorzieningen moeten en kunnen worden getroffen om de jaarvoorraad van wilgentenen zo veilig mogelijk op te slaan.

2.

Risico analyse

Het grootste risico van de opslag in de grienden vormt brand. In het verleden is er meermalen brand geweest op externe terreinen. De shelven wilgentenen liggen in natuurterreinen zonder toezicht. Beveiligen van deze natuurterreinen is nagenoeg onmogelijk. De ontstane branden zijn niet het gevolg van broei, maar van brandstichting. Op de locatie in Hellouw kan brand ontstaan door bijvoorbeeld een ontstekingsbron in de buurt van de shelven, zijnde een vrachtwagen, heftruck en dergelijke. Een ander risico is brandstichting op het terrein. Dit risico is klein, omdat het terrein wordt bewaakt met camera’s en honden en er op het terrein wordt gewoond.

1-6

Wel is het risico aanwezig op brandstichting van buiten het terrein. Dat is met name vanaf de weg aan de oostzijde en het perceel aan de noordzijde. Deze locaties vormen dode hoeken voor de camera’s. Indien de shelven te dicht op elkaar worden gezet, is de kans groot dat brandoverslag door middel van warmtestraling kan plaatsvinden. Hierdoor kan bij brand een onbeheersbare situatie ontstaan, waardoor de gehele werkvoorraad kan afbranden. Dat zou desastreus voor de continuïteit van het bedrijf Van Aalsburg zijn. Indien de shelven wilgentenen te dicht bij gebouwen liggen, kan ook hier brandoverslag plaatsvinden en kunnen de gebouwen vlam vatten.

Situatie

3.

Mogelijkheden van maatregelen en voorzieningen

Om het risico op brand te verkleinen kan een aantal preventieve maatregelen en voorzieningen worden getroffen. Maatregelen om de kans op het ontstaan van brand te verkleinen en om bij een brand snel te kunnen ingrijpen en de schade te beperken. Preventieve maatregelen kunnen op organisatorisch niveau zijn. Bijvoorbeeld ’s nachts geen vrachtwagens en andere voertuigen tussen of nabij de shelven wilgentenen parkeren. Een mogelijkheid is om voertuigen achter een betonwand te parkeren. Warmtestraling wordt door de betonwand opgevangen en hierdoor wordt brandoverslag voorkomen.

2-6

De shelven preventief nathouden is geen optie, omdat afwisselend droog en nat funest is voor de wilgentenen. Het terrein is rondom afgezet met hekwerken en betonwanden. Bij de inritten zijn de hekwerken doorgetrokken tot in de watergang. Onbevoegenden kunnen hierdoor niet eenvoudig het terrein betreden. Het grootste risico op brandstichting is aan de oostzijde van het terrein. Daar loopt een weg en een sloot. De shelven wilgentenen zijn duidelijk te zien en vanaf de buitenzijde van het bedrijf te benaderen. Een organisatorische maatregel is om die shelven wilgentenen tenminste 6 meter uit de bomenrij te plaatsen. De afstand voor bijvoorbeeld het gooien van een Molotov-cocktail is dan moeilijk te overbruggen. Als de eerste stapel dan uit 1 rij tenen gaat bestaan, dan is de kans op een onbeheersbare brand niet zo groot als bij een dubbele rij. De shelven wilgentenen moeten wel op een bepaalde afstand uit elkaar staan om brandoverslag door warmtestraling te voorkomen. De lengte, diepte en hoogte van de shelven zijn hiervoor bepalend. Met een rekenmodule van InfoMil kan berekend worden wat de afstand moet zijn bij een bepaalde hoogte en diepte. Het rekenmodel geeft een maximale breedte van 45 meter aan. Om geen brandoverslag te laten plaatsvinden is bij een diepte van 6 meter en een hoogte van 8 meter, een afstand tussen de shelven nodig van 12 meter.

Zie de berekeningen in hoofdstuk 4. Let wel: dit is bij compact gestapeld hout. Bij palletopslag wordt dit zelfs 25 meter. De luchtopbouw in shelven wilgenhout is niet vergelijkbaar met palletopslag maar komt ook niet overeen met compact gestapeld hout. Van Aalsburg wil duidelijk maximale maatregelen nemen, vandaar dat er gekozen is om tussen de shelven uit te gaan van 12 meter en ten opzichte van andere compartimenten en gebouwen een afstand van 25 meter te hanteren. Ook moet voorkomen worden dat shelven te dicht bij gebouwen worden opgeslagen, omdat vanuit de kopse kanten van de shelven ook brandoverslag naar de gebouwen kan plaatsvinden. Deze afstand kan niet berekend worden, maar wij bevelen aan hier 25 meter afstand aan te houden. Andere preventieve maatregelen kunnen bestaan uit een vroege detectie van (smeul)branden. Dat kan in de vorm van warmtebeeldcamera’s of vlamdetectoren. Aangezien er al een camerabewaking-systeem aanwezig is, kan worden gekozen voor warmtebeeldcamera’s die ook alarmeren. Een camera die bijvoorbeeld de shelf aan de oostzijde van het terrein bewaakt, kan een vroege alarmering geven als daar brand ontstaat. Een dergelijke camera kan ook aan de achterzijde van het terrein nabij het andere perceel worden geplaatst. Die bewaakt dan de gehele achterzijde, zijnde de kopse kanten van de shelven.

Vlamdetectoren kunnen ook, maar daar is een apart systeem voor nodig. Op het terrein zijn drie geboorde putten aanwezig, elk met een capaciteit van 90 m3 per uur. Deze zijn in overleg met de brandweer aangelegd. De brandweer heeft toegang tot het terrein via de poort aan de voorzijde en via de poort aan de oostzijde. Hier zijn ook de twee van de drie geboorde putten aanwezig. 3-6

De derde geboorde put bevindt zich aan de rand van het terrein aan de westzijde. De brandweer kan op het terrein vrij bewegen met voertuigen en blusmateriaal. De ondergrond is hierop berekend. Er zijn derhalve geen vaste opstelplaatsen. Aan de achterzijde van de shelven (noordzijde) is een ruimte vrijgehouden van ca. 20 meter, waar vrachtwagens en dus ook hulpverleningsvoertuigen kunnen keren.

4.

Berekeningen

De shelven wilgentenen moeten wel op een bepaalde afstand uit elkaar staan om brandoverslag door warmtestraling te voorkomen. De lengte, diepte en hoogte van de shelven zijn hiervoor bepalend. Met een rekenmodule van InfoMil kan berekend worden wat de afstand moet zijn bij een bepaalde hoogte en diepte. Het rekenmodel geeft een maximale breedte van 45 meter aan. Om geen brandoverslag te laten plaatsvinden is bij een diepte van 6 meter en een hoogte van 8 meter een afstand tussen de shelven nodig van 12 meter. Dit geldt voor compact gestapeld hout. Voor palletopslag is dit zelfs 25 meter. Op het terrein moet 42.000 m3 worden opgeslagen, bij een hoogte van 8 meter is dit 5.250 m2. Bij een lengte van een stapel van 175 meter geeft dit een aantal shelven van 5 stuks van 6 meter diep. Bij een afstand van 12 meter ertussen is dan een breedte van het terrein vereist van: 18 * 5 = 90 meter. Het terrein dat bestemd is voor opslag heeft een breedte van ca. 90 meter. Echter dan kan er niets meer naast geplaatst worden. De shelven op het terrein zijn maar liefst 175 meter lang. Bij een eventuele brand in een stapel kan de brandweer er niet tussenkomen en met waterkanon is het niet mogelijk om 175/2 = 88 meter overbruggen. Wij bevelen derhalve aan om de 175 meter lange shelven op te splitsen in drie shelven.

De tussenruimte tussen de kopse kanten van de shelven moet dan volgens de berekening minstens 5 meter bedragen. Dit betekent dat de totale opslag van 42.000 m3 niet op dit terrein kan worden opgeslagen. Van Aalsburg heeft nog het perceel aan de noordzijde dat nu begroeid is. Hier kan een buitenopslag van gemaakt worden. Ook hier gelden dan wel weer de maatregelen op preventief gebied zoals afstanden in verband met brandoverslag, de aanwezigheid van brandweertoegangen en geboorde putten. De camerabewaking met warmtebeeldcamera’s kan ook hier toegepast worden. De mogelijke manier van opslag is in de bijlagen aangegeven.

4-6

5.

Voorstellen van maatregelen en voorzieningen

Op 16 november 2020 heeft er een bespreking plaatsgevonden met de heer H.W. van Zoelen van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid op de locatie Paalgraaf 11. Tijdens het bedrijfsbezoek is de locatie bekeken en zijn de bovengenoemde aspecten doorgesproken en is input gegeven inzake de mogelijkheden met betrekking tot de inzet en repressie. De adviezen van de Veiligheidsregio hebben mede geleid tot de volgende maateregelen c.q. voorzieningen: er wordt een bliksembeveiliging op het terrein aangebracht. Er wordt een camera-detectie op het terrein aangebracht die vroegtijdig een beginnende brand kan detecteren en doormelden aan de eigenaren. Er worden keerwanden (brandmuren) aangebracht ten westen van de opgeslagen shelven wilgentenen. Hierachter komen na werktijd de auto’s en machines te staan. Teneinde de kans op brandoverslag te verkleinen worden de volgende maatregelen getroffen: • • • •

De shelven wilgentenen worden maximaal 100 meter lang en maximaal 6 meter breed. De shelven komen op een onderlinge afstand van 12 meter van elkaar. Op de kopse kanten wordt een tussenruime van 25 meter aangehouden. De shelven wilgentenen aan de zuidzijde worden op tenminste 25 meter afstand van de kopse kant van de nieuwe schuur geplaatst.

Om de kans op brandstichting te verkleinen worden de shelven wilgentenen aan de oostzijde verder uit het hek geplaatst, gedacht wordt aan tenminste 6 meter uit de bomenrij. Er komen op het terrein vijf bluswatervoorzieningen in de vorm van geboorde putten. De locaties staan op de bijlagen aangegeven. De capaciteit moet tenminste 90 m3/uur bedragen, onafgebroken gedurende 4 uur. De inrit aan de oostzijde wordt verplaatst en verder door op die weg komt aan het eind van het nieuw te gebruiken perceel eveneens een inrit. Beide inritten moeten te gebruiken zijn voor brandweervoertuigen. Er zijn diverse opstelplaatsen voor brandweervoertuigen op het terrein achter de keerwanden en nabij de inritten van het terrein. Aan de achterzijde van de shelven (noordzijde) is een ruimte vrijgehouden van ca. 20 meter, waar vrachtwagens en dus ook hulpverleningsvoertuigen kunnen keren. Wat betreft de repressieve inzet van de brandweer is besproken dat de brandweer bij een brand bij Van Aalsburg altijd met een hoogwerker en een tankautospuit zal uitrukken. De hoogwerker kan dan ingezet worden om tussen de shelven te kunnen blussen vanaf hoogte. De hoogwerker kan opgesteld worden op de weg aan de oostzijde of op het terrein achter de keerwanden. De afstanden tussen de shelven zijn zodanig gekozen dat ook met een waterkanon tussen de shelven geblust kan worden.

5-6

Er worden werkprotocollen opgesteld gericht op brandpreventie, zoals plaatsing van auto’s en machines. Deze maatregelen en voorzieningen beperken de kans op het ontstaan van brand. Tevens voorzien ze in het voorkomen van een onbeheersbare brand bij een eventuele branduitbreiding.

Meteren, 16 december 2020 BPC Consultancy B.V.

ing. Th.B. Maks Senior Consultant

6-6

Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan Paalgraaf 11

Toelichting

55

Erf- en landschappelijk inpassingsplan Paalgraaf 11 te Hellouw

Colofon Erf- en landschappelijk inpassingsplan Paalgraaf 11 te Hellouw

Uitgevoerd door:

Natuurbank Overijssel

Opdrachtgever: Contactpersoon:

Rombou Postbus 432 8000 AK Zwolle

Projectnummer en versie: 3025, versie 1.0 Projectleider: Ing. P.Leemreise

Status: definitief Rapportdatum: 7-3-2022

Adres plangebied: Paalgraaf 11 te Hellouw

Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten E: Tel:

info@natuurbankoverijssel.nl 0543-451142 / 0614-435700

1

Inhoudsopgave 1 Inleiding ........................................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 1.2 Doel .......................................................................................................................................................... 3 2 Het plangebied ................................................................................................................................................ 4 2.1 Ligging van het plangebied ....................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 4 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 5 3 Het ontwerp ....................................................................................................................................................

9 3.1 Uitgangspunten voor het ontwerp........................................................................................................... 9 3.2 Beleidsuitgangspunten ............................................................................................................................. 9 3.3 Het ontwerp ........................................................................................................................................... 10 4 Inrichting en beheer ...................................................................................................................................... 12 4.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 12 4.2 Inrichting ................................................................................................................................................ 12 4.3 Beheer .................................................................................................................................................... 12

2

1 Inleiding 1.1 Aanleiding Er zijn concrete plannen voor bedrijfsontwikkeling van Griendhouthandel Van Aalsburg, gevestigd aan de Paalgraaf 11 te Hellouw. Het voornemen is een bestaande loods te verlengen en de bedrijfsruimte aan de noordzijde uit te breiden t.b.v. opslag van griendhout. Om voorgenoemde ontwikkeling mogelijk te maken dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. De gemeente West-Betuwe staat in principe positief tegenover dit voornemen maar heeft aan de ontwikkeling de voorwaarde gesteld, dat het nieuwe erf landschappelijk ingepast dient te worden. Om het bedrijfsterrein te ontsluiten wordt een bestaande toerit Bommelkampgraaf verwijderd en worden twee nieuwe opritten aangelegd. Op onderstaande afbeelding wordt het wenselijke eindbeeld weergegeven.

Verbeelding van het wenselijke eindbeeld (bron: Rombou).

1.2 Doel Doel van voorliggend rapport is de landschappelijke inpassing van het nieuwe erf en de uitbreiding van de opslagplaats voor het griendhout. Op basis van een ruimtelijke analyse, waarbij gekeken is naar het omringende landschap, het historische landschap en beleidsuitgangspunten, zoals verwoord in het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente West-Betuwe, wordt een voorstel voor landschappelijke inpassing gepresenteerd. Behalve een verbeelding van het wenselijke eindbeeld, wordt tevens ingegaan op de aanleg en het (vervolg)beheer van de erf- en landschappelijke beplanting.

3

2 Het plangebied 2.1 Ligging van het plangebied Het plangebied is gesitueerd nabij het adres Paalgraaf 11 te Hellouw. Het ligt in het buitengebied, circa 500 meter ten noordwesten van de kern Hellouw. Op onderstaande uitsnede van de topografische kaart wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven.

Globale ligging van het plangebied op de topografische kaart (bron: PDOK.nl)

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit een bedrijfslocatie en agrarische cultuurgrond. Op het erf staat een bedrijfswoning en bedrijfshal. Ten noorden van de bebouwing is het terrein ingericht voor de opslag en verwerking van griendhout. Het westelijke deel van het plangebied was tot voor kort in gebruik ten behoeve van de griendteelt, maar is recent gerooid. Aan de oost- en zuidzijde grenst het plangebied aan een verharde doorgaande weg, aan de noordzijde grenst het aan griendbos en aan de westzijde grenst het aan een akker. Aan de zuidzijde van het plangebied en langs de zuidwestgrens van het plangebied (ter hoogte van de nieuwe woning) is een aarden wal opgeworpen van circa 1 meter hoog. Op deze aarden wal zijn laurierstruiken en een rode beuk geplant. Langs de zuidgrens van het plangebied en het naastgelegen erf, parallel aan de Paalgraaf, is ook een aarden wal aangelegd. Op deze aarden wal is een vlechtmat van wilgentegen geplaatst. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied en de begrenzing weergegeven.

Detailopname van het plangebied. De begrenzing van het plangebied wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: PDOK.nl)

4

Impressie van het plangebied.

2.3 Landschap Geologie en Geomorfologie Tijdens de laatste ijstijd dwongen ijsmassa’s de rivieren naar het westen af te stromen. In het rivierengebied werd een dik pakket grindrijke, grove zanden afgezet. Grote hoeveelheden smeltwater zorgden voor een vlechtend riviersysteem. In tijden van kou en droogte werden donken ofwel rivierduinen opgeworpen. In het holoceen gingen de rivieren meanderen. Zo konden er oeverwallen en kommen gevormd worden. Na de bedijking in de 12e eeuw lag de rivierbedding grotendeels vast. Af en toe vond een dijkdoorbraak plaats op zwakke stukken. Hierdoor ontstonden er overslaggronden en wielen of waaien. De geomorfologie van de gemeente is opgebouwd uit de hoger gelegen stroomruggen met de rivier, uiterwaarden en oeverwallen en uit de lager gelegen komgebieden.

5

Kort samengevat zijn in het rivierengebied de volgende karakteristieke landschapselementen te vinden: overblijfselen van vlechtende rivierpatronen, rivierduinen, rivierterrassen, oeverwallen, afzettingen in de kommen, oude rivierbeddingen/-lopen, getijdengebied, wielen of waaien, uiterwaarden en zand-, grind- en kleiafzettingen. De meest karakteristieke elementen zijn benoemd als aardkundige waarde. De directe omgeving van Neerijnen en het relatief gave komgebied ten noordoosten van Neerijnen is door de provincie Gelderland betiteld als een gebied met een hoge aardkundige waarde (Bron, LOP 2008). Bodem en water Het rivierengebied is gevormd door rivieren. Deze rivieren hebben hun sporen achter gelaten in het landschap. Dicht bij de rivier werden zand en zavel afgezet en in de kommen bezonk de klei. Naar het westen toe werd de klei steeds zwaarder en dus stugger: “Tiel is niet viel, Bommel is rommel en hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt. Het watersysteem bestaat uit het grondwater en oppervlaktewater. Dit laatste omvat een stelsel van kleinere en grotere sloten (weteringen) De waterketen omvat het stelsel van hoofdtransportleidingen van afvalwater. Landschap, ruimte/beeld De abiotische diversiteit binnen West-Betuwe heeft geresulteerd in verschillende landbouwkundige gebruiksmogelijkheden.

Hierdoor zijn deelgebieden ontstaan, die duidelijk ruimtelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Het landschap in de gemeente West-Betuwe is het resultaat van de delta die de rivier de Rijn in duizenden jaren heeft gevormd en de eeuwenoude beteugeling daarvan door de mens. Het rivierenlandschap bestaat uit drie karakteristieke deelgebieden: 1. het relatief besloten oeverwallenlandschap met zijn boerderijen en boomgaarden; 2. het zeer open kommenlandschap met zijn hooilanden en eendenkooien; 3. de uiterwaarden met zijn tichelgaten, nevengeulen en dijken. Landschap, archeologie/cultuurhistorie Zowel ondergronds als bovengronds bevinden zich in het buitengebied van West-Betuwe tal van restanten van voormalige beschavingen. Deze restanten zijn vanuit archeologisch en cultuurhistorisch perspectief waardevol en dienen als zodanig beschermd te worden. Het rivierengebied is één van de oudst bewoonde gebieden in Nederland. De natuurlijke hoogten (oeverwallen) langs de rivier zijn al van oudsher in gebruik voor bewoning. De grilligheid van de natuur leidt door de eeuwen heen tot veranderende rivierlopen en overstromingen. Nederzettingen komen en gaan. Pas in de middeleeuwen ontstaat het nederzettingenpatroon zoals dit nu nog herkenbaar is. Met de ontginningen daalt het land en worden de gebieden meer kwetsbaar voor overstromingen.

Door middel van dwarsdijken (zijvangen of zijvingen) wordt dit gevaar gekeerd. Omdat de rivieren door de dijken worden opgestuwd ontstaat ook naar het oosten toe de noodzaak om de oeverwal langs de rivier kunstmatig op te hogen. Al snel wil men ook wateroverlast vanuit (oostelijk gelegen) buurnederzettingen voorkomen. Dwars op de dijk komen dan dwarskaden. Een achterkade beschermt het dorp ten slotte tegen opdringend water uit de lage, vochtige en vrijwel ontoegankelijke komgebieden. Zo is de dorpspolder een feit. Deze polders wateren af op de rivier op het meest westelijke punt van het dorpsgebied. Al snel zijn de kaden van de verschillende dorpspolders aan elkaar gegroeid en ontstaat een aaneengesloten dijkring. In West-Betuwe zijn aaneengesloten dijkringen ontstaan door de combinatie van de frontdijk en de diverse dwarskaden. Waterschapsbelangen worden meer en meer regionaal geregeld door waterschappen en daarmee wordt de afwatering van de dorpspolders ook steeds meer gezamenlijk opgepakt. Van grootschalige ontginningen, zoals in de Hollandse veengebieden is in het Rivierengebied minder sprake. Tegelijk met de eerste bewoning worden de aanliggende gronden op de oeverwal in gebruik genomen als bouwland. Wat verder weg van de rivier neemt de hoogte van de oeverwal af en ontstaat een meer gemengd gebruik waarin ook veeteelt een rol speelt.

Nog verder weg liggen de lage komgebieden. Dit zijn eeuwenlang zeer drassige gronden en moerassen waar hooguit in de droge seizoenen een gebruik als grasen hooiland mogelijk is. Verder worden er eendenkooien in aangelegd. Deze eendenkooien zijn een welkome voedselbron. Dit grondgebruik bepaalt eeuwenlang het beeld in het gebied. 6

Met de het verbeteren van de infrastructuur, waaronder de aanleg van bruggen en spoorwegen aan het eind van de 19e eeuw, wordt het Rivierengebied uit haar isolement gehaald en komt het stedelijk gebied dichterbij te liggen. Dit leidt tot de groei van de fruitteelt in het Rivierengebied en vooral in de Betuwe. Deze fruitteelt vestigt zich op de oeverwallen en de beroemde Lingebloesem is geboren. In deze tijd doet ook kunstmest haar intrede en maken technische ontwikkelingen het mogelijk de waterhuishouding beter te beheersen. Daarmee wordt het mogelijk de komgebieden intensiever te gebruiken voor de agrarische sector. Na de ruilverkavelingen in de jaren zestig zijn veel boerderijen vanuit de dorpen, steden en dijklinten verplaatst naar het komgebied. Het gebruik als grasland overheerst hier het beeld, maar het laatste decennium vindt er ook steeds meer akkerbouw plaats. Daarmee zijn de historische verschillen in grondgebruik tussen oeverwal en komgronden de laatste tijd afgenomen. Een bijzondere ontwikkeling hebben de uiterwaarden doorgemaakt. Deze hebben primair een functie voor de waterberging. Daarnaast wordt het land achter de zomerkade als weidegrond gebruikt. Vanaf de 19e eeuw vindt er zand- en kleiwinning plaats in de uiterwaarden. Op verhoogde stukken land in de uiterwaard worden steenfabrieken aangelegd. Het zijn grote markante gebouwen met hoge schoorstenen.

In bijna elk dorp aan de rivier is uiteindelijk wel één of meerdere steenfabrieken aanwezig. Met de schaalvergroting zijn nu echter veel steenfabrieken gesloten. De historisch geografische kernkwaliteiten zijn in de gemeente West-Betuwe voor een belangrijk deel gelegen in het contrast tussen de oeverwallen en het kommengebied. Verder liggen de meeste cultuurhistorische waarden op de oeverwallen. Het gaat dan om het beschermde dorpsgezicht bij Neerijnen en de aanwezige historische linten. Verder zijn de waterstaatkundige objecten als dijken, kaden en de aan het water verbonden objecten en structuren als wielen, grienden, sluizen en steenfabrieken herkenbare kwaliteiten (bron: LOP 2008). Gebiedseigen beplanting en beplantingsvormen Tot de gebiedseigen beplanting en beplantingsvormen van de komgebieden van de westelijke Betuwe behoren laanbeplanting van populier, wilg, es en iep, verspreid liggende geriefhoutbosjes en eendenkooien met opgaande beplanting van wilg, populier en els. Tot kenmerkende kavelgrensbeplanting behoren struweelhagen van meidoorn en sleedoorn, knotbomen, zoals wilg, els en es en elzen. Kavelgrensbeplanting wordt vaak als hakhout beheerd. Op en rond het erf staan van oudsher vaak hoogstam fruitbomen en geriefhout, zoals elzenhakhout, knotwilg of opgaande elzen en wilgen.

Historisch landschap Zoals zichtbaar op de uitsnede van de historische topografische kaart anno 1902 (opname ca. 1880), was het plangebied en de omgeving reeds in cultuur gebracht en bestond het uit hooiland, met verspeid liggende grienden of moerasbosjes.

7

Ligging van het plangebied op de historische topografische kaart anno 1902 (opname uit ca. 1880) (Bron: Kadaster).

Conclusie Het plangebied ligt in het zeer open kommenlandschap. Dit landschap is historisch beschouwd open en weids, en deze karakteristieken zijn door de uitgevoerde ruilverkaveling, welke in de tweede helft van de 20e eeuw is uitgevoerd, zijn versterkt. Beplanting treffen we in het hedendaagse landschap aan als laanbeplanting langs de ontginningswegen, verspreid in het landschap als geriefhoutbosje of eendenkooi, en als erfbeplanting.

8

3 Het ontwerp 3.1 Uitgangspunten voor het ontwerp Bij het opstellen van het inpassingsplan wordt rekening gehouden met onderstaande randvoorwaarden: Zichtbaarheid bebouwing Bedrijfsbebouwing mag zichtbaar zijn. Het uitgangspunt is niet om alle bebouwing achter een ‘groene muur’ te plaatsen, maar lelijke objecten, zoals kale keerwanden, worden bij voorkeur wel achter ‘groen’ geplaatst. Inheems plantmateriaal Bij de soortkeuze voor beplanting wordt alleen gekeken naar inheems plantmateriaal. Gelet op de ligging in het kampenlandschap vormen soorten als zomereik, ruwe berk, lijsterbes, vuilboom, linde, gewone esdoorn, iep, hazelaar, veldesdoorn, wilde liguster, vlier, Gelderse roos en sleedoorn passende soorten. Streekeigen beplantingsvormen Streekeigen beplantingsvormen in het open kommengebied van de Tielerwaard zijn knotbomen, hakhout en struweelhaag langs kavelgrenzen, hoogstam fruitbomen en solitaire bomen op het erf. Behoud bestaande erfbeplanting Op het bestaande erf en het te ontwikkelen deel van het erf staat soms recent geplante erfbeplanting. Deze wordt grotendeels overgenomen in het nieuwe ontwerp. Niet inheems plantmateriaal, zoals laurier, zal worden vervangen door inheems materiaal.

3.2 Beleidsuitgangspunten In 2008 is het Landschapsontwikkelingsplan opgesteld voor de gemeenten Geldermalsen, Neerijnen en Lingewaal. Ideeën voor versterking van het landschap, bewoning, agrarisch gebruik en recreatieve versterking zijn vertaald in het Ensembleboek voor Rustieke hart van de Tielerwaard. Dit is het deelgebied waarin het plangebied ligt. Hoofddoel van het LOP is samen te vatten als ‘Bescherm de erkend waardevolle elementen in het landschap, maar ontwikkel ook actief nieuwe kwaliteiten in dit landschap!’. De kommen in het rustieke hart van de Tielerwaard ln het rustieke hart zullen de dorpspolders voornamelijk in landbouwkundig gebruik blijven. De meikades, zijkades en achterkades kunnen tussen de grote bedrijven door vorm krijgen, zonder dat ze die bedrijven hinderen. Wellicht kunnen delen ervan als groene dienst geleverd worden. De meikades langs de Graaf Reinaldweg kunnen door de provincie worden gerealiseerd. De gedekte wegen zijn veelal gemeentelijke projecten. ln het zuidoosten van het rustieke hart zullen de bestaande eendenkooien en natuurgebieden het beeld bepalen. Ten noorden van de Betuweroute kunnen particulieren wellicht overgaan tot het stichten van nieuwe landgoederen van het type 'Kooigoed' zoals die in het landgoederenbeleid van Geldermalsen wordt beschreven.

De oeverwallen en stroomruggen Deze zijn vanouds zeer afwisselend en besloten, doordat daar de dorpen en bebouwing aan de dijk liggen. Verder liggen hier vanouds ook de meeste akkers, boomgaarden en boomteeltpercelen. ln het LOP wordt en/oor gekozen om dit beeld van afwisselend verdichtte oeverwallen met uitzichten naar de uiten/vaarden en komgebieden te behouden en versterken. De toegankelijkheid voor de recreërende dorpelingen zou versterkt kunnen worden via groene diensten op vrijwillige basis zonder dat de agrarische bedrijvigheid daar last van heeft. Daarvoor worden voortbouwend op de historische beplantingen enkele nieuwe typen landschapselementen voorgesteld in dit LOP: herenlanen, jonkheersingels en jonkvrouwgaarden. Aan de dijk bij de dorpen ligt ook de meeste bedrijvigheid. De laatste decennia ontstaat ook bedrijvigheid aan de rand van het dorp op de overgang naar de komgebieden. ln het LOP wordt in de landschapsensembles waar het historisch cultuurlandschap nog herkenbaar is deze ontwikkeling als 9

landschappelijk ongewenst beschouwd. ln het rustieke hart moet voorkomen worden dat zich een 'boulevard' met bedrijvigheid zoals meubelhandels en autodealers ontwikkelt. Inpassing hallen en schuren Over de inpassing van hallen en schuren wordt het volgende vermeld in het LOP: Hallen en schuren kunnen in de kom worden ingepast met populierenbossen, elzensingels of kades met doornige beplanting. Fruitschuren op de oeverwalkunnen worden aangekleed met leifruit, klimplanten (Wingerd, klimop), elzenof meidoornhagen. Conclusie Het LOP is een ideeënboek, een boek dat inspiratie moet geven aan een bredere ontwikkeling van het landschap en is vrij abstract. Aanbevolen wordt om hallen en schuren in te passen met populierenbossen, elzensingels of kades met doornige beplanting.

3.3 Het ontwerp Voor de inpassing van het nieuwe erf worden de volgende elementen toegevoegd, of verwijderd. 1. Verwijderen laurier en dennen. Aan de oostzijde van het plangebied is reeds laurier aangeplant. De laurierhaag wordt verwijderd en vervangen door een enkele rij elzen. Aan de zuidzijde zijn enkele dennen geplant. Deze worden ook verwijderd omdat het geen passende beplanting vormt voor dit landschap; 2. Om het nieuwe perceel in te passen, wordt het omzoomd door een enkele rij zwarte elzen; 3. Aan de noordzijde van het perceel wordt een geriefhoutbosjes aangelegd;

Links: aangeplante laurierhaag. Rechts laurier met solitaire rode beuken.

10

Op onderstaande afbeelding wordt de landschappelijke inpassing weergegeven.

Verbeelding van de landschappelijks inpassing van het nieuwe erf.

11

4 Inrichting en beheer 4.1 Algemeen Om tot het wenselijke eindbeeld te komen wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de aanleg van nieuwe elementen en het vervolgbeheer om tot het wenselijke eindbeeld te komen. 4.2 Inrichting Verwijderen beplanting De laurierstruiken langs de oostgrens van het plangebied worden verwijderd. Ook worden enkele dennen aan de zuidzijde van het plangebied verwijderd (zie verbeelding). Aanplant zwarte elzen Er wordt over een lengte van 980 meter een elzenrij aangelegd. Daarvoor wordt driejarig plantmateriaal gebruikt. Er wordt één els per meter singel geplant. Aanleg geriefhoutbosje Aan de noordzijde van het plangebied wordt een geriefhoutbosje van 1.484 m2 aangelegd. Dit bosje bestaat uit een gemengde opstand van inheemse boom- en struikvormers en bestaat uit een gemengde aanplant van zwarte els, ruwe berk, lijsterbes, boswilg, es, Hollandse iep, fladderiep, veldesdoorn, meidoorn, sleedoorn, krent, wilde liguster, Gelderse roos en hondsroos. In totaal worden 410 stuks plantsoen geplant in een plantverband van 1,5x1,5 meter. Er wordt driejarig bosplantsoen gebruikt in de maat 80-120 cm. Aanplant knotwilgen Aan de zuidzijde van het plangebied, langs de Paalgraaf, worden zeven knotbomen geplant. Daarvoor worden als knotboom gekweekte bomen gebruikt met een minimale stamomtrek van 8-12 cm.

Als plantmateriaal kan gebruikt worden gemaakt van es, els of wilg (salix spec.).

4.3 Beheer De aangelegde elementen worden op de volgende wijze beheerd: Elzensingel De elzensingel wordt beheerd als hakhoutsingel. Daartoe worden de elzen iedere 15-20 jaar afgezet waarna ze weer zullen uitlopen. De bomen worden op 30-40 cm boven maaiveld afgezet. Het afzetten gebeurt gefaseerd. Dat kan vlaksgewijs, maximaal 20 % van de aanwezige bomen, of er wordt 20% van de bomen afgezet, verspreid in de singel. De bomen worden niet vaker dan eens in de 15 jaar afgezet. Geriefhoutbosje Het geriefhoutbosje wordt beheerd als hakhout. Daartoe wordt de beplanting iedere 8-12 jaar afgezet waarna deze weer zal uitlopen. De beplanting wordt op 20-30 cm boven maaiveld afgezet. Knotwilg De knotwilgen worden periodiek geknot, afhankelijk van de groeisnelheid zal dat iedere 7-10 jaar zijn.

12

Bijlage 3

70

Watertoets

Buitengebied West Betuwe, herziening Paalgraaf 11 te Hellouw

Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 13-06-2022

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

Normale procedure

2.

a_watergangen_zone

3.

b_watergangen_met_zonering

4.

Specifieke activiteiten en waterkwaliteit

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

13-06-2022, 13:03

P agina 1 van 10

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het plan uits luitend over functiewijziging van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? nee

2.

Is het totale plangebied groter dan 3500 m² ? nee

3.

Gaat het plan over activiteiten die kunnen leiden tot verontreiniging van het oppervlaktewater? (Bij twijfel: vink 'ja' aan) ja

4.

a_watergangen nee

5.

a_watergangen_zone ja

6.

b_watergangen_met_zonering ja

7.

c_watergangen_met_zonering nee

8.

buitenbes chermings zone_waterkering nee

9.

kern_en_bes chermings zone_waterkering nee

10.

pers leidingen nee

11.

rioolgemaal nee

13-06-2022, 13:03

P agina 2 van 10

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 12.

rioolwaterzuivering nee

13.

Wegen nee

13-06-2022, 13:03

P agina 3 van 10

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1.

Normale procedure Wateradvies Normale procedure Uit de watertoets blijkt dat u de gangbare watertoets procedure moet volgen. Dit betekent dat er nader overleg plaats moet vinden met Waters chap Rivierenland. Het waters chap wil vroegtijdig met u meedenken, u informeren en u advis eren over de waterhuis houdkundige as pecten van uw plan. Het waters chap beoordeelt of het waterbelang voldoende gewaarborgd is . Deze uitgangs puntennotitie is onderdeel van de watertoets procedure.

Wat moet ik doen? Deze uitgangs puntennotitie vormt de s tart voor uw overleg met het waters chap. De notitie is automatis ch opges teld op bas is van uw antwoorden en uw ingetekende plangebied. Waters chap Rivierenland geeft in deze uitgangs puntennotitie aan welke wateras pecten van belang zijn voor uw ruimtelijke plan. De gemeente draagt ook zorg voor as pecten van de waterhuis houding. Daarom is het belangrijk om uw plan ook met hen af te s temmen. U kunt contact opnemen met uw accountmanager van Waters chap Rivierenland voor overleg. U vindt deze contactgegevens hier: https ://www.waters chaprivierenland.nl/accountmanagers -waters chap-rivierenlandgemeente

Beleid Waterschap Rivierenland Het waterbeheerprogramma is bepalend voor het beleid van Waters chap Rivierenland en wordt iedere zes jaar geactualis eerd. Het plan omvat alle watertaken van het waters chap op gebied van waterveiligheid, afvalwaterzuivering, s choon en voldoende water. Daarnaas t bes chikt het waters chap over een verordening: de Keur. In de Keur s taan regels voor de bes cherming van onder andere waterkeringen, watergangen en bijhorende kuns twerken. In de Alblas s erwaard en de Vijfheerenlanden beheert het waters chap ook wegen buiten de bebouwde kom (geen Rijks - of provinciale wegen). Hier is de Keur ook op van toepas s ing. De werkzaamheden in of nabij de watergangen, waterkeringen en wegen in beheer bij het waters chap worden getoets t aan de regels in de Keur. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn.

Klimaatadaptatie Water en ruimtelijke ordening zijn onlos makelijk met elkaar verbonden, zeker in ons veranderende klimaat. Extreme buien worden s teeds vaker afgewis s eld met perioden van droogte. We blijven ernaar s treven om voldoende water van voldoende kwaliteit bes chikbaar te hebben. Het waters chap heeft s amen met de gemeenten de taak om te zorgen voor een klimaatbes tendige inrichting van onze leefomgeving. Dit kunnen we niet alleen. U kunt een bijdrage leveren door uw plan zo klimaatbes tendig mogelijk in te richten. Denk bijvoorbeeld aan groene daken of natuurvriendelijke oevers . De kwaliteit van de leefomgeving of de biodivers iteit kan zo worden vergroot. Op de webs ite https ://bouwadaptief.nl/ kunt u zich laten ins pireren door klimaatadaptatieve projecten en vindt u een overzicht van mogelijke maatregelen.

13-06-2022, 13:03

P agina 4 van 10

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets Grondwater Waters chap Rivierenland is verantwoordelijk voor het waterpeil in s loten en vaarten. Dit peil heeft indirect effect op het grondwaterpeil. Gemeenten moeten overlas t door te veel of te weinig grondwater beperken. Particulieren zijn verantwoordelijk voor het grondwater op hun perceel.

Drooglegging Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het s traatniveau of het bouwpeil boven het oppervlaktewaterpeil ligt. We advis eren voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het s traatpeil een drooglegging van 1,00 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,30 meter. Z o voorkomt u overlas t door grondwater. We advis eren om onderzoek te doen in gebieden waar overlas t door grondwater bekend is of waar hoge grondwaters tanden voorkomen. U kunt maatregelen nemen om overlas t te voorkomen. Voorbeelden van maatregelen zijn het ophogen van het maaiveld of bouwen zonder kruipruimte.

Infiltreren Het is wens elijk dat uw plan grondwaterneutraal is . Dit kan door hemelwater te infiltreren. U houdt zo water vas t voor drogere perioden. Dit kan alleen in gebieden waar de grondwaters tanden en de bodemopbouw dat toelaten. Het zijn de hogere gronden met een goede doorlatendheid. Onze accountmanager kan u hierover advis eren. Met een infiltratieonderzoek kunt u (laten) onderzoeken of en op welke wijze infiltratie kan plaats vinden.

Watercompensatie Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot vers nelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlas t onts taat, kan aanleg van extra waterberging noodzakelijk zijn. Z o wordt het verlies van berging in de bodem gecompens eerd. Het is mogelijk dat u voor een eenmalige vrijs telling van de compens atieplicht in aanmerking komt. De eenmalige vrijs telling geldt bij een toename in verharding van minder dan 500 m² in s tedelijk gebied en minder dan 1500 m² in landelijk gebied. Z o voorkomen we dat individuele bewoners moeten compens eren voor voorzieningen zoals s erres , tuins chuurtjes , etc. Op s ommige locaties is het onwens elijk om de vrijs telling in te zetten, omdat bijvoorbeeld de waterhuis houdkundige s ituatie dan zou vers lechteren. Compens erende waterberging is dan wel nodig. Bes preek dit met de betreffende accountmanager van het waters chap. Is de toename in verharding groter dan 500 m² in s tedelijk gebied of groter dan 1500 m² in landelijk gebied dan is het mogelijk dat de vrijges telde oppervlaktes in mindering worden gebracht. Neemt in uw plan de verharding bijvoorbeeld toe met 600 m² in s tedelijk gebied, dan hoeft u met de vrijs telling maar voor 100 m² te compens eren. We gaan ervan uit dat gemeenten en organis aties deze vrijs telling op een eerder moment binnen ons beheergebied hebben ingezet.

Z ij hebben hier dan geen recht meer op hebben. U kunt contact opnemen met de afdeling vergunningen (vergunningen@ws rl.nl) van het waters chap om deze vrijs telling aan te vragen. U moet compens erende maatregelen nemen als u niet in aanmerking komt voor de vrijs telling of als u de vrijges telde oppervlaktes overs chrijdt. U zult daarover nadere afs praken moeten maken. Bes preek dit met uw accountmanager van het waters chap. Berekenen benodigde watercompens atie De benodigde ruimte voor waterberging wordt berekend op bas is van de toename van verhard oppervlak, maatgevende regenbuien en de maximaal toelaatbare peils tijging in de watergangen. De 13-06-2022, 13:03

P agina 5 van 10

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets vuis tregel is dat er 436m³ waterberging nodig is per hectare nieuw verhard oppervlak. De maximaal toelaatbare peils tijging bedraagt 0,20 meter in het gebied Alblas s erwaard en Vijfheerenlanden. In de res t van het beheergebied van Waters chap Rivierenland geldt een maximaal toelaatbare peils tijging van 0,30 meter. Dit geldt voor plannen met een toename van verhard oppervlak tot 5.000 m2. De vuis tregel geldt alleen bij waterberging in open water en als er geen s prake is van complicerende zaken (bijvoorbeeld kwel). In s tedelijk gebied kan waterberging ook worden gerealis eerd via een waterbergings bank (indien bes chikbaar). Plannen met een toename van het verhard oppervlak in s tedelijk gebied tot 1500 m2 komen hiervoor in aanmerking. Voor plannen met meer dan 5000m² extra verharding wordt een aparte berekening gevraagd. Dit geldt ook voor plannen die waterhuis houdkundig complex zijn. Hierbij worden de volgende berekenings uitgangs punten gehanteerd: • De maatgevende afvoer door de watergangen is 1,5 l/s /u. Dit is ook de afvoer die de watergangen in het landelijk gebied nog net aankunnen. • Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% ops lag vanwege de klimaatverandering (T=100+10%) mag er geen inundatie optreden.

• Bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% ops lag vanwege klimaatverandering (T=10+10%) moet er voor het s traatpeil nog een drooglegging van 1,00 m zijn ten opzichte van zomerpeil. Voorkeurs volgorde aanleg watercompens atie Bij de keuze van het s oort bergings voorziening hanteert het waters chap de voorkeurs volgorde vas thoudenbergen-afvoeren: • Hergebruik en/of vas thouden Hierbij wordt het hemelwater binnen het plangebied verzameld en komt niet (direct) in het oppervlaktewater terecht. Dit kan bijvoorbeeld met groene polderdaken en wadi’s . Het ontwerp-, beheer- en onderhouds as pect s pelen een belangrijke rol bij deze voorzieningen. De initiatiefnemer dient aantoonbaar te maken dat de gerealis eerde berging kan blijven functioneren. Op hoge zandgronden met een lage grondwaters tand heeft infiltratie onze voorkeur. De gemiddelde hoogs te grondwaters tand (GHG) komt niet hoger dan 50 cm onder het maaiveld. U kunt de attentiekaart infiltratie met daarop kans rijke gebieden voor infiltratie bij onze accountmanager opvragen. Buiten deze gebieden is infiltratie ook mogelijk, zolang de gemiddelde hoogs te grondwaters tand niet hoger komt dan 50 cm onder maaiveld. In kwelgevoelige gebieden hanteren we de gemiddeld hoogs te s tijghoogte, omdat het grondwater in de winter (als de riviers tanden hoog zijn) hoger onder het maaiveld komt.

De gemiddeld hoogs te s tijghoogte mag niet hoger komen dan 50 cm onder maaiveld. Infiltratie vindt bij voorkeur plaats in de openbare ruimte (openbaar groen, bermen, etc.). In overleg met de accountmanager kan hiervan worden afgeweken. • Bergen Onder bergen vers taan we de opvang van hemelwater in het oppervlaktewater. Het hemelwater van het plangebied wordt opgevangen in het oppervlaktewater. Hier heeft het graven van nieuw oppervlaktewater de voorkeur boven het vergroten van bes taand water. Bij gebruik van bes taand water gaat de voorkeur uit naar watergangen die niet door Waters chap Rivierenland worden onderhouden. In het algemeen geldt dat compens atie in B-watergangen de voorkeur heeft boven compens atie in A-watergangen. Als de aanvrager kan aantonen dat compens atie in een B- of A-water redelijkerwijs niet mogelijk is , kan het waters chap ook compens atie in bes taande of nieuwe C-wateren toelaten. Bij aanleg of aanpas s ing van watergangen is het van belang rekening te houden met de bereikbaarheid voor onderhoud, in- en uitlaatplaats en voor maaiboten en ops lagmogelijkheden voor s lootvuil en kroos . Om water van voldoende waterkwaliteit te houden (of krijgen), is ook het zelfreinigend vermogen van het 13-06-2022, 13:03

P agina 6 van 10

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets waters ys teem van belang. Dit wordt bevorderd door rekening te houden met voldoende waterdiepte (s treven is 1 meter of juis t droogvallend) en voldoende oevervegetatie (taluds chuinte minimaal 1:2 of flauwer). Hierbij wordt hemelwater afgevoerd via de riolering. • Afvoeren Hierbij wordt hemelwater afgevoerd via de riolering. Waterkwaliteit Hieronder volgt een aantal algemene aandachts punten die gelden voor vers chillende ruimtelijke ontwikkelingen: • Gebruik geen uitlogende materialen zoals zink of koper. Z o komen deze materialen niet in de s loot terecht. Gebruikt u wel uitlogende materialen, dan mag het dakwater niet rechts treeks op de s loten worden geloos d. • Bladeren van bladverliezende bomen langs het water komen vaak in het water terecht. Dit kan de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. U kunt de hoeveelheid bladafval in de watergang beperken door rekening te houden met de plaats ing van bomen. • Neem de ecologis che waarde mee in het ontwerp van een watergang, wadi, etc. Door aandacht te hebben voor de ecologis che waarde, vergroot u deze zonder al te veel moeite.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

13-06-2022, 13:03

P agina 7 van 10

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 2.

a_watergangen_zone A-watergang In het plangebied ligt een A-watergang of een bes chermings zone van een Awatergang. We vragen u A-watergangen op te bes temmen als water. De bes chermings zone van de watergangen hoeft niet te worden bes temd. Voor de boezemgebied op het winterbed verzoeken we de dubbelbes temming Waters taat Waterberging op te nemen."

Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

13-06-2022, 13:03

P agina 8 van 10

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 3.

b_watergangen_met_zonering B-watergang In het plangebied liggen een B-watergang of een bes chermings zone van een Bwatergang. "

Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

13-06-2022, 13:03

P agina 9 van 10

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 4.

Specifieke activiteiten en waterkwaliteit Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

13-06-2022, 13:03

P agina 10 van 10

https://dewatertoets.nl

Bijlage 4

Tekening watercompensatie

Toelichting

81

2000

3000

2000

31500 25500

peil=0

6000

-300

320

-300

bestrating 0.500+

930

2600

2000

1125

doorsnede A peil=0

2490

-300

peil=0

-300

241

215 850

1810

998

3430

0.056+ N.A.P.

2000

1260

2000

3000

2000

2600

2499

uitbreiding verhard oppervlak= 2,8ha. waterberging= 7.300m2 voldoet aan de eis 664 m³/ha X 2,8ha. =1859,2 m³ 1859,2m³/0,3=6.197m²

1445

doorsnede B

A

B

B 31.5

waterberging

grens plangebied 38.316 m² bestaande loods

uitbreiding plangebied 32.926 m²

blusput

blusput

A

verharding 53

buiten opslag materieel

232.5

brandwanden

12 6

4800 m3

12

100

4800 m3

100

6

4800 m3

100

4800 m3

12

100

22

100

6

12 6

4800 m3

4800 m3

12

100

100

6

4800 m3

25

12

12

100

25

4800 m3

6000

6

blusput

11

12

Paalgraaf

verwerking

4800 m3

6

blusput

100

12

verlenging loods

6

bestaande loods

opstelplaats brandweer voertuig

6

25

blusput

Bommelkampgraaf Bommelkampgraaf

opstelplaats brandweer voertuig

Legenda

Verklaring Paalgraaf 11

Berm-Agrarisch perceel

Uitbreiding plangebied 33000 m²

Griend

Bestaande gebouwen

Sloot

Shelven wilgenhout

Erfverharding

Nieuw

Straat

ondergrond ontleend aan BGT

opdrachtgever van Aalsburg Kwekerij B.V. te Hellouw onderdeel Compensatie waterberging bladnummer

Tuin

BO-01 Jufferenwal 30, Zwolle Postbus 432 8000 AK Zwolle

intake 8960002306 schaal 1:1500 papierformaat A3 datum 24-05-2022 t 08 8236 8236 e info@rombou.nl i www.rombou.nl

Bijlage 5 Quickscan natuurwaardenonderzoek

Toelichting

83

Quickscan natuurwaardenonderzoek Paalgraaf 11 - Hellouw

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000

Colofon Quickscan natuurwaardenonderzoek Paalgraaf 11 te Hellouw

Effectbeoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

Rombou

Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna

Projectnummer en versie: Status: 3025A versie 1.0 definitief Ligging plangebied: Rapportdatum: Paalgraaf 11 te Hellouw 25-11-2022 Auteur: B. Wagener Veldwerk uitgevoerd door: P. Leemreise Gecontroleerd door: Ing. P. Leemreise d.d. 31-3-2022 1

Inhoudsopgave Samenvatting ..................................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................................................... 5

Hoofdstuk 2

Het plangebied ......................................................................................................................... 6

2.1 Situering ................................................................................................................................................... 6 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 6 Hoofdstuk 3

Voorgenomen activiteiten........................................................................................................ 8

3.1 Algemeen ................................................................................................................................................. 8 3.2 Mogelijk effect van de voorgenomen activiteiten op beschermde soorten en/of –gebieden ................ 9 3.3 Vaststellen van de invloedsfeer ............................................................................................................... 9 3.4 Vaststellen van het onderzoeksgebied .................................................................................................. 10 Hoofdstuk 4

Toetsingskaders ...................................................................................................................... 11

4.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 11 4.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 .................................................................................................. 11 4.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming ..................................................................................... 11 4.4

Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland ................................................................... 12

Hoofdstuk 5

Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 13

5.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 13 5.2 Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone ......................................................................... 13 5.3 Natura 2000............................................................................................................................................ 14 5.4 Weidevogelgebied.................................................................................................................................. 15 5.5 Slotconclusie........................................................................................................................................... 16 Hoofdstuk 6

Soortenbescherming .............................................................................................................. 17

6.1 Verwachting en bureauonderzoek ......................................................................................................... 17 6.2 Methode ................................................................................................................................................. 17 6.3 Resultaten .............................................................................................................................................. 19 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep............................................................................... 21 6.5 Historische gegevens en overige bronnen ............................................................................................. 23 6.6 Volledigheid van het onderzoek............................................................................................................. 23 Hoofdstuk 7

Conclusies ............................................................................................................................... 24

2

SAMENVATTING Er zijn plannen voor de uitbreiding van het bedrijfsterrein van Griendhouthandel Van Aalsburg, gevestigd aan de Paalgraaf 11 te Hellouw. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Het plangebied is op 1 december 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde gebieden: Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan niet op voorhand uitgesloten worden. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden voor zowel de ontwikkel- als gebruiksfase. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kunnen wél worden uitgesloten. Tevens wordt een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van aangewezen belangrijk weidevogelgebied uitgesloten. Resultaten toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten: De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk bezetten veldmuizen er een vaste rust- of voortplantingsplaats.

Er nestelen geen vogels in het plangebied en vleermuizen en amfibieën bezetten er geen vaste (winter)rust- of verblijfplaats. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt er mogelijk een beschermde grondgebonden zoogdieren gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren, die een vaste rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden. Indien de uitbreidingslocatie enige tijd braak ligt en het wordt bouwrijp gemaakt tijdens de voortplantingsperiode, wordt mogelijk een bezet nest negatief beïnvloed. Geadviseerd wordt de uitbreidingslocatie in te richten buiten de voortplantingsperiode of een broedvogelscan uit te voeren. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor verschillende foeragerende diersoorten af.

Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties.

3

Resultaten van toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat: • •

Geen beschermde zoogdieren doden; Stikstofberekening uitvoeren voor ontwikkel- en gebruiksfase;

4

HOOFDSTUK 1

INLEIDING Er zijn plannen voor de uitbreiding van het bedrijfsterrein van Griendhouthandel Van Aalsburg, gevestigd aan de Paalgraaf 11 te Hellouw. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven. Er is in het onderzoeksgebied gekeken naar de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied. Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties bepaald van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming (soorten en Natura 2000-gebied) en de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/604/documents/14114