RV2023-083-Bijlage-14-Bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
RAPPORT:
Diverse bodemonderzoeken Vier onderzoekslocaties aan de Koningin Julianaplantsoen en Koningin Wilhelminalaan te Waardenburg
PROJECTNUMMER: B20.7986 Versie: 01
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse bodemonderzoeken, Vier onderzoekslocaties aan de Koningin Julianaplantsoen en Koningin Wilhelminalaan te Waardenburg
PROJECTNUMMER: B20.7986 Versie 01
OPDRACHTGEVER: De Goede Woning-Neerijnen
DATUM: 29 januari 2021
Auteur:
Autorisatie:
J.P.G. Boerakker Junior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B20.7986/R7986-01/JB
2 0.
SAMENVATTING De Goede Woning-Neerijnen heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en verkennend bodemonderzoek, ter plaatse van vier onderzoeklocaties gelegen aan de Koningin Julianaplantsoen en Koningin Wilhelminalaan te Waardenburg. Voorafgaand aan de diverse (bodem)onderzoeken is reeds een historisch onderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 met kenmerk B20.7986/HO-01/JB, d.d. 5 november 2020. De aanleiding tot de onderzoeken is de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocaties. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen de NEN 5740:2009/A1:2016 en de NEN 5707:2015/C2:2017. Het doel van de onderzoeken is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) om te bepalen of en in welke mate belemmeringen bestaan tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek.
Conclusies historisch onderzoek Voorafgaand aan de diverse onderzoeken is reeds een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 (Verhoeven Milieutechniek B.V., rapportnummer: B20.7986/HO-01/JB, d.d. 5 november 2020). Hieronder staan de conclusies van het historisch onderzoek vermeld. Voor de volledigheid is de rapportage van het historisch onderzoek (exclusief bijlagen) opgenomen in bijlage 8. Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende: • Enkel van de omgeving van onderzoekslocatie I, II en III zijn diverse bodemonderzoeken en bodembedreigende activiteiten bekend. Met de onderzoeken zijn sterk verhoogde gehalten voor zink en matig verhoogde gehalten voor zware metalen in de bovengrond aangetoond en sterk verhoogde gehalten voor minerale olie en vluchtige aromaten in de ondergrond en het grondwater. Van de grond(water)verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten is bekend dat deze zijn gesaneerd en dat hierbij een stabiele restverontreiniging is achtergebleven op meer dan 25 meter van de te onderzoeken percelen; • Van onderzoekslocatie IV is bekend dat er een sanering heeft plaatsgevonden, waarbij is vastgesteld dat de sanering voldoende is gesaneerd.
Er zijn echter geen gegevens bekend van de sanering; • Ons inziens zijn op basis van historisch kaartmateriaal geen watergangen en wegen op de onderzoekslocaties aanwezig geweest; • Op en/of nabij de onderzoekslocaties I, III en IV zijn boomgaarden aanwezig geweest; • Zover als bekend zijn er verder geen overige bodembedreigende activiteiten aanwezig (geweest); • De bebouwing op onderzoekslocatie I is gerealiseerd in 1958, op onderzoekslocatie II in de periode van 1957 tot en met 1960, op onderzoekslocatie III in 1959 en op onderzoekslocatie IV in 1968. Daarnaast zijn op de meeste percelen diverse (element)verhardingen aanwezig, waaronder mogelijk een stabilisatielaag is toegepast en zijn er diverse schuren aanwezig, waarbij mogelijk gebruik is gemaakt van asbesthoudende dakbedekking en/of zonder dakgoten; • De onderzoekslocaties zijn verdacht op het voorkomen van PFAS aangezien er (mogelijk) verdachte puntbronnen op en/of nabij de onderzoekslocatie aanwezig zijn (geweest). Het betreft de voormalige boomgaarden en de bedrijfsactiviteiten langs de steenweg. Op alle onderzoekslocaties dient, in verband met de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling, een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
3 uitgevoerd. De teeltlaag dient aanvullend te worden onderzocht op OCB voor de onderzoekslocaties I, III en IV en de verdachte (boven)grond dient op alle onderzoekslocaties op PFAS te worden onderzocht. Er dient daarnaast een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 op alle onderzoekslocaties. Verder zijn geen overige gegevens van (kritische) bodembedreigende activiteiten bekend. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en proefgaten wordt rekening gehouden met de diverse aandachtspunten. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat geen puinstabilisatie en/of asbestverdachte bebouwing met slechte afwatering aanwezig zijn. Indien dit wel het geval is, zijn aanvullende werkzaamheden noodzakelijk. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Conclusies verkennend bodemonderzoek Voor de onderzoekslocaties werd voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Onderzoekslocatie I Algemene bodemkwaliteit Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten in de ondergrond en in het grondwater zijn aangetoond. In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.
Zowel de boven- als ondergrond zijn altijd toepasbaar op basis van indicatieve toetsing aan de BBK. Teeltlaagonderzoek Aanvullend is aandacht besteed aan het voorkomen van OCB in de teeltlaag. In de teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor OCB aangetoond. Onderzoekslocatie II Algemene bodemkwaliteit Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien in de boven-, ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. De bovengrond voldoet maximaal aan de klasse industrie op basis van indicatieve toetsing aan de BBK en de ondergrond is altijd toepasbaar. Onderzoekslocatie III Algemene bodemkwaliteit Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien in de boven-, ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. Zowel de boven- als ondergrond voldoen maximaal aan de klasse industrie op basis van indicatieve toetsing aan de BBK. Teeltlaagonderzoek Aanvullend is aandacht besteed aan het voorkomen van OCB in de teeltlaag. In de teeltlaag is maximaal een licht verhoogd gehalte voor OCB aangetoond. Onderzoekslocatie I, II en III (PFAS) Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
4 Op basis van de resultaten van het PFAS-onderzoek voldoet de onderzochte boven- (zand/klei) en ondergrond (klei) uit de grondmonsters MMPFAS01, MMPFAS03 en MMPFAS04 aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende bestaan voor deze grond met betrekking tot PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden. Gebiedsspecifiek kunnen zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Op basis van de aangetroffen gehalten voor PFOA, PFNA en PFOS in mengmonster MMPFAS02 van de bovengrond (klei) van de onderzoekslocaties I en III voldoet deze grond aan de functieklassen “wonen” en “industrie” uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende kan de betreffende bovengrond, voor wat betreft PFAS, elders worden toegepast in deze functieklassen, bij toepassing boven grondwaterniveau, op de landbodem en buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Gebiedsspecifiek kunnen zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Onderzoekslocatie IV Algemene bodemkwaliteit Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten in de boven- en ondergrond zijn aangetoond. In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden.
Zowel de bovenals ondergrond zijn altijd toepasbaar op basis van indicatieve toetsing aan de BBK. Teeltlaagonderzoek Aanvullend is aandacht besteed aan het voorkomen van OCB in de teeltlaag. In de teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor OCB aangetoond. PFAS Op basis van het aangetroffen gehalte voor de PFOA in mengmonster MMPFAS401 van de bovengrond (klei) voldoet deze grond aan de functieklassen “wonen” en “industrie” uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende kan de betreffende bovengrond, voor wat betreft PFAS, elders worden toegepast in deze functieklassen, bij toepassing boven grondwaterniveau, op de landbodem en buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Gebiedsspecifiek kunnen zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Op basis van de resultaten van het PFAS-onderzoek voldoet de onderzochte ondergrond (klei) uit grondmonster MMPFAS402 aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende bestaan voor deze grond met betrekking tot PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden. Gebiedsspecifiek kunnen zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Al de aangetoonde verhoogde gehalten op de onderzoekslocaties betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden.
Aangezien de (gestandaardiseerde meetwaarden) de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Conclusies verkennend onderzoek naar asbest Voor alle onderzoekslocatie is uitgegaan van een onverdachte locatie met betrekking tot een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de hypothese voor alle onderzoekslocaties worden aangenomen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest is aangetoond. Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels op het maaiveld. Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
5 Algehele conclusie en aanbevelingen Middels de voorliggend onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ten behoeve van de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling ter plaatse van de vier onderzoekslocaties, gelegen aan de Koningin Julianaplantsoen en Koningin Wilhelminalaan te Waardenburg, in voldoende mate vastgelegd. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling, rekening houdend met de volgende aanbevelingen. Bij een indicatieve toetsing van de geanalyseerde (meng)monster(s) aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat voor diverse (meng)monsters op de onderzoekslocaties II en III de maximale achtergrondwaarde wordt overschreden, maar wel voldoet aan grond met de klasse wonen en/of industrie. Indien voorliggende rapportage wordt gebruikt voor bijvoorbeeld een bestemmingsplanwijziging of een omgevingsvergunning voor bouwen, kan het bevoegd gezag bepalen dat de aangetroffen kwaliteit van de bodem behorende bij deze mengmonsters niet voldoet aan het beoogd gebruik. Verwacht wordt dat dit een grotere rol gaat spelen met het in werking treden van de Omgevingswet en betreft dat een lokale gebiedsspecifieke aangelegenheid. Daarnaast blijven bij ontgraven van de grond de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van kracht.
Een extra aandachtspunt bij deze locatie is dat grondstromen die op basis van voorliggende rapportage verschillende indicatieve kwaliteiten hebben niet met elkaar mogen worden vermengd. Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening gehouden te worden met de resultaten van de NEN-, OCB en de PFAS-parameters uit voorliggend onderzoek. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Geadviseerd wordt om, na verwijdering van de momenteel aanwezige belemmering, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone.
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
6 INHOUDSOPGAVE 0.
SAMENVATTING ....................................................................................................................................... 2
1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 7
2.
DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................... 7
3.
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 7 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 7 3.2. HISTORISCHE GEGEVENS (NEN5725) ........................................................................................................ 7
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 8 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 8 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 9
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 9
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 9 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE............................................................................................................................ 9 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 10
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 12 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 12 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 13
8.
ANALYSES EN RESULTATEN .............................................................................................................. 14 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 14 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 14 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 18
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 23 9.1 CONCLUSIES VERKENNEND BODEMONDERZOEK ..................................................................................... 23 9.2. CONCLUSIES VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST .......................................................................... 24 9.3 ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 24
10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 26
BIJLAGEN 1.
Situering in de regio
2a-b
Situatieschetsen met boringen, proefgaten en peilbuizen diverse onderzoekslocaties
3.
Boorprofiel beschrijvingen
4.
Analysecertificaten grond, grondwater en asbest
5.
Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater (tabellen toetsingswaarden)
6.
Indicatieve toetsingstabellen Besluit bodemkwaliteit
7.
Veldwerkformulieren verkennend onderzoek naar asbest
8.
Relevante historische informatie
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
7
1.
INLEIDING De Goede Woning-Neerijnen heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en verkennend bodemonderzoek, ter plaatse van vier onderzoeklocaties gelegen aan de Koningin Julianaplantsoen en Koningin Wilhelminalaan te Waardenburg. Voorafgaand aan de diverse (bodem)onderzoeken is reeds een historisch onderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 [1] met kenmerk B20.7986/HO-01/JB, d.d. 5 november 2020. De aanleiding tot de onderzoeken is de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocaties. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen de NEN 5740:2009/A1:2016 [2] en de NEN 5707:2015/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren ing. H.M.W. van der Donk en J.P.G. Boerakker.
2.
DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK Het doel van de onderzoeken is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) om te bepalen of en in welke mate belemmeringen bestaan tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1. Algemene gegevens De onderzoekslocaties zijn gelegen aan de Koningin Julianaplantsoen en Koningin Wilhelminalaan te Waardenburg. Het betreffen meerdere percelen, die zijn onderverdeeld in vier verschillende onderzoekslocaties Het betreft de volgende percelen zoals weergegeven in tabel 3.1 van de kadastrale gemeente Waardenburg Locatie I II III IV
Adres Koningin Julianaplantsoen Koningin Julianaplantsoen Koningin Julianaplantsoen Koningin Wilhelminalaan
Kadastraal bekend als Sectie W, nummers 213 en 214 Sectie W, nummers 162, 165 en 990 Sectie W, nummer 901 Sectie W, nummers 1033 en 1034
Oppervlakte Ca. 880 m2 Ca. 2.563 m2 Ca. 705 m2 Ca. 913 m2
Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2. Historische gegevens (NEN5725) Voorafgaand aan de diverse onderzoeken is reeds een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 (Verhoeven Milieutechniek B.V., rapportnummer: B20.7986/HO-01/JB, d.d. 5 november 2020). Hieronder staan de conclusies van het historisch onderzoek vermeld. Voor de volledigheid is de rapportage van het historisch onderzoek (exclusief bijlagen) opgenomen in bijlage 8.
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
8 Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende: • Enkel van de omgeving van onderzoekslocatie I, II en III zijn diverse bodemonderzoeken en bodembedreigende activiteiten bekend. Met de onderzoeken zijn sterk verhoogde gehalten voor zink en matig verhoogde gehalten voor zware metalen in de bovengrond aangetoond en sterk verhoogde gehalten voor minerale olie en vluchtige aromaten in de ondergrond en het grondwater. Van de grond(water)verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten is bekend dat deze zijn gesaneerd en dat hierbij een stabiele restverontreiniging is achtergebleven op meer dan 25 meter van de te onderzoeken percelen; • Van onderzoekslocatie IV is bekend dat er een sanering heeft plaatsgevonden, waarbij is vastgesteld dat de sanering voldoende is gesaneerd. Er zijn echter geen gegevens bekend van de sanering; • Ons inziens zijn op basis van historisch kaartmateriaal geen watergangen en wegen op de onderzoekslocaties aanwezig geweest; • Op en/of nabij de onderzoekslocaties I, III en IV zijn boomgaarden aanwezig geweest; • Zover als bekend zijn er verder geen overige bodembedreigende activiteiten aanwezig (geweest); • De bebouwing op onderzoekslocatie I is gerealiseerd in 1958, op onderzoekslocatie II in de periode van 1957 tot en met 1960, op onderzoekslocatie III in 1959 en op onderzoekslocatie IV in 1968.
Daarnaast zijn op de meeste percelen diverse (element)verhardingen aanwezig, waaronder mogelijk een stabilisatielaag is toegepast en zijn er diverse schuren aanwezig, waarbij mogelijk gebruik is gemaakt van asbesthoudende dakbedekking en/of zonder dakgoten; • De onderzoekslocaties zijn verdacht op het voorkomen van PFAS aangezien er (mogelijk) verdachte puntbronnen op en/of nabij de onderzoekslocatie aanwezig zijn (geweest). Het betreft de voormalige boomgaarden en de bedrijfsactiviteiten langs de steenweg. Op alle onderzoekslocaties dient, in verband met de voorgenomen onroerend goed transactie en/of voorgenomen herontwikkeling, een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd. De teeltlaag dient aanvullend te worden onderzocht op OCB voor de onderzoekslocaties I, III en IV en de verdachte (boven)grond dient op alle onderzoekslocaties op PFAS te worden onderzocht. Er dient daarnaast een verkennend onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 en/of conform de NEN 5897 op alle onderzoekslocaties. Verder zijn geen overige gegevens van (kritische) bodembedreigende activiteiten bekend. Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en proefgaten wordt rekening gehouden met de diverse aandachtspunten. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat geen puinstabilisatie en/of asbestverdachte bebouwing met slechte afwatering aanwezig zijn.
Indien dit wel het geval is, zijn aanvullende werkzaamheden noodzakelijk.
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en hydrogeologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1. Bodemopbouw Op de onderzoekslocatie is een circa 10 meter dikke deklaag die is opgebouwd uit Holocene afzettingen. Dit is een complexe eenheid bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. Het onderliggende eerste watervoerend pakket is circa 53 meter dik en bestaat hoofdzakelijk uit fijn tot grof zand (met grind) van de Formaties van Kreftenheye, Beegden, Sterksel en Stramproy. Hieronder bevindt zich een circa 1 meter dikke scheidende laag die hoofdzakelijk is opgebouwd uit zandige klei, klei en midden zand van de Formatie van Stramproy. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerend pakket. Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
9 4.2. Geohydrologie Er wordt een zuidelijke gerichte grondwaterstroming in het (ondiepe) grondwater verwacht, in de richting van de Waal. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De onderzoekslocatie is voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterberschermingsgebied.
5.
HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie wordt voor alle onderzoekslocaties voor de algemene kwaliteit uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Hierbij vormen het voorkomen van OCB in de teeltlaag op de onderzoekslocaties I, III en IV en het voorkomen van PFAS in de verdachte (boven)grond op alle onderzoekslocaties aandachtspunten. Voor wat betreft asbest wordt vooralsnog uitgegaan van onverdachte locaties. Indien puinstabilisaties en/of asbestverdachte bebouwing worden waargenomen, worden de betreffende locaties opgeschaald naar verdachte locaties
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1. Onderzoeksstrategie Diverse verkennende bodemonderzoeken Algemene kwaliteit (onderzoekslocatie I, II, II en IV) Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit wordt voor alle vier de onderzoekslocaties de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij voor de bovengrond wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming’ (VED-HE-NL). Voor de onderzoekslocaties I, III en IV voor een locatie van maximaal 1.000 m2 en voor onderzoekslocatie II voor een locatie van maximaal 3.000 m2. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL; < 1.000 m2 of < 3.000 m2). Aangezien op de locaties diverse (element)verhardingen aanwezig zijn, worden alle boringen tot minimaal 1,0 m-mv doorgezet en is per onderzoekslocatie één extra NEN-pakket opgenomen. Teeltlaagonderzoek onderzoekslocaties (I, III en IV) Aanvullend dient voor de onderzoekslocaties I, III en IV een teeltlaagonderzoek uitgevoerd te worden conform de onderzoeksstrategie voor een diffuse niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL, 3 x < 1.000 m2). De (oorspronkelijke) teeltlaag wordt separaat bemonsterd (0,0-0,3 m-mv) en geanalyseerd op OCB.
PFAS (onderzoekslocatie I, II, III en IV) Aanvullend is voor alle onderzoekslocaties een onderzoek naar PFAS opgenomen waarbij de verdachte bovengrond van de onderzoekslocaties separaat op PFAS wordt onderzocht afgeleid van de NEN 5740 voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreiniging (VED-HO-NL; 4 x < 1 ha). Voor de ondergrond worden de onderzoekslocaties I, II en III samen onderzocht. De ondergrond van onderzoekslocatie IV wordt wel separaat onderzocht.
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
10 Het onderzoek naar PFAS is uitgevoerd conform het tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, zoals verstrekt aan de Tweede Kamer (meest recente versie d.d. 29 november 2019). Dit handelingskader zal juridisch worden verankerd via een wijziging in de Regeling bodemkwaliteit; tot die tijd wordt het handelingskader gevolgd. Verkennende onderzoeken naar asbest (onderzoekslocaties I, II, III en IV) Uit het locatiebezoek, voorafgaand aan de werkzaamheden, blijkt dat op de diverse schuren geen sprake is van asbesthoudende dakbedekking met slechte afwatering. Voor de verkennende onderzoeken naar asbest wordt voor alle onderzoekslocaties uitgegaan van de strategie voor een kleinschalige onverdachte locatie conform de NEN 5707 (maximaal < 1.000 m2 of 3.000 m2). Ten behoeve van het onderzoek naar asbest op de onderzoekslocaties I, III en IV worden minimaal 6 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarvan minimaal 2 proefgaten dieper wordt doorgeboord tot in de onverdachte/ongeroerde ondergrond. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest op onderzoekslocatie II worden minimaal 12 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarvan minimaal 3 proefgaten dieper wordt doorgeboord tot in de onverdachte/ongeroerde ondergrond.
Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Er zijn voor de onderzoekslocaties I, III en IV één analyse en voor onderzoekslocatie II twee analyses voor de meest verdachte grondlagen opgenomen op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin (< 20 mm). 6.2. Veldwerkzaamheden Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (certificatienr: EC-SIK20250 geldig tot 20-06-2022, afgegeven door Normec Certification). De werkzaamheden worden door een ervaren en geregistreerde medewerker uitgevoerd conform de geldende NEN/NPRnormen en de BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001: het plaatsen van boringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en protocol 2018: locatieinspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep en Edelmanboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde / opgegraven grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data
Bedrijf
4 t/m 6 januari 2021
Verhoeven Milieutechniek BV
Gecertificeerde medewerker(s) De heer M.A.H. van Baal
15 januari 2021
Verhoeven Milieutechniek BV
De heer D. Kallergis
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)
Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Grond Ten behoeve van algemene bodemkwaliteit zijn in totaal 35 boringen (B100 t/m B107, B201 t/m B214, B301 t/m B307 en B401 t/m 407) geplaatst, verspreid over de vier onderzoekslocaties.
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
11 In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden per onderzoekslocatie weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden per onderzoekslocatie Locatie I II
Boringen / peilbuizen Circa 1,0 m-mv Circa 2,0 m-mv B101, B102, B105 t/m B107 B103 B201, B203 t/m B208, B210, B211, B213, B214 B202, B212
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB104 (2,00-3,00) PB209 (2,00-3,00)
III IV
B301, B302, B304, B305, B307 B401, B403, B404, B406, B407
PB303 (2,00-3,00) PB405 (2,00-3,00)
B306 B402
Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB104, PB209, PB303 en PB405 is op 15 januari 2021, na een standtijd van minimaal een week en twee keer afpompen, bemonsterd. De bemonsteringen hebben plaatsgevonden volgens de techniek van lagetroebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald. Verkennende onderzoeken naar asbest Ten behoeve van de verkennende onderzoeken naar asbest dient op de locaties allereerst een locatie- en maaiveldinspectie te worden uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de locaties voor 75% bedekt is met vegetatie (> 20 mm) en verhardingen. Er heeft derhalve, in afwijking van de BRL 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie ( > 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Mogelijk zijn hierdoor de resultaten beïnvloed. Op het maaiveld zijn desondanks, rekening houdend hiermee, geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal 35 proefgaten (0,3 m x 0,3 m) tot circa 0,5 m-mv gegraven, 7 op onderzoekslocatie I, III en IV en 14 op deellocatie II (B100 t/m B107, B201 t/m B214, B301 t/m B307 en B401 t/m 407). Voor de inspectie van de ondergrond zijn per locatie diverse proefgaten doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond. De proefgaten zijn gegraven met behulp van een schep.
De ondergrond is doorgeboord middels een Edelmanboor (diameter 12 cm). Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is per boring/proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Daarnaast is er geen (puin)stabilisatielaag aanwezig op de onderzoekslocaties. Ter verificatie zijn in totaal 5 mengmonsters samengesteld ten behoeve van het onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Eén mengmonster per onderzoekslocatie voor de onderzoekslocaties I, III en IV en twee mengmonsters voor onderzoekslocatie II. Een overzicht van de samengestelde mengmonsters en de zintuiglijke waarnemingen is in hoofdstuk 8, tabel 8.5 weergegeven. De situatieschetsen met de geplaatste boringen, peilbuizen en gegraven proefgaten per onderzoekslocatie is opgenomen als bijlagen 2a-b. De veldwerkformulieren van de onderzoeken naar asbest zijn opgenomen in bijlage 7.
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
12
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1. Grond/grondwater De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [4]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde - achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 2 juli 2020), worden gehanteerd.
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
13 In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu.
7.2. Asbest De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Indien tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 eveneens geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels SEM analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.
De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
14
8.
ANALYSES EN RESULTATEN 8.1. Zintuiglijke waarnemingen Op alle onderzoekslocaties bestaat de bodem vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot de maximaal geboorde diepte van 3,0 m-mv hoofdzakelijk uit zandige of siltige klei, lokaal matig humeus tot 0,5 m-mv. Plaatselijk is op de onderzoekslocaties I, II en III matig fijn, zwak siltig zand aangetroffen vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot maximaal 0,5 m-mv. Daarnaast is op onderzoekslocatie II vanaf circa 1,5 m-mv tot de maximaal geboorde diepte van 3,0 m-mv matig fijn, zwak siltig zand aangetroffen. Ter plaatse van onderzoekslocatie I zijn in boring (B103) zwakke bijmengingen met baksteen aangetroffen vanaf onderzijde verharding tot circa 0,5 m-mv. Verder zijn tijdens de veldwerkzaamheden geen overige waarnemingen in de grond gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Derhalve kan het onderzoek naar asbest definitief conform de onverdachte strategie worden uitgevoerd. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 8.2. Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit.
De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Het analytisch onderzoek naar PFAS is uitgevoerd door het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. die gevalideerd is voor het uitvoeren van deze analyses conform de Duitse norm DIN 38414-14. Aangezien deze parameters vooralsnog niet conform AS3000 en/of AP04 kunnen worden erkend is dit het hoogste haalbare en zijn de analyseresultaten representatief voor het uitgevoerde bodemonderzoek. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Tevens zijn de PFAS resultaten indicatief getoetst aan de vastgestelde INEV’s. De indicatieve toetsing van de grondresultaten aan het Besluit bodemkwaliteit is opgenomen als bijlage 6. In tabel 8.1 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd. Tabel 8.1: Opmerkingen analysecertificaten Certificaat -nummer Grond 13381441
Mengmonster
Parameter
Opmerking
Toelichting
MM303
PCB101
Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot.
Aangezien de som parameter voor PCB de indexwaarde van 0,5 niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
Toelichting bij de tabel: PCB Polychloor bifenylen (PCB).
Grond Op basis van de onderzoeksopzet en zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn (meng)monsters samengesteld en geanalyseerd.
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
15 De (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.2 weergegeven. Tabel 8.2: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten Mengmonster
Omschrijving
Onderzoekslocatie I Algemene kwaliteit MM101 Bovengrond, klei Zintuiglijk: M102 MM103
M104 MM105
Bovengrond, zand Zintuiglijk: Bovengrond, klei Zintuiglijk: Bovengrond, klei Zintuiglijk: zwak baksteenhoudend Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
Teeltlaag MMOCB101 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: MMOCB102 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: (zwak baksteenhoudend) MMOCB103 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: Onderzoekslocatie II Algemene Kwaliteit MM201 Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
MM202
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
MM203
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM204
Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM205
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
MM206
Ondergrond, zand Zintuiglijk: -
Boringen (traject deelmonster)
Analysepakket
Resultaten > AW < I >I
BBK
B101 (0,05 - 0,55) B102 (0,10 - 0,50) PB104 (0,10 - 0,50) B103 (0,05 - 0,10)
NEN
-
-
AT
NEN
-
-
AT
B105 (0,00 - 0,50) B106 (0,00 - 0,50) B107 (0,00 - 0,50) B103 (0,10 - 0,50)
NEN
-
-
AT
NEN
-
-
AT
B101 (0,55 - 1,00) B102 (0,50 - 1,00) B103 (0,50 - 1,00) B103 (1,50 - 2,00) B105 (0,50 - 1,00) B106 (0,50 - 1,00) B107 (0,50 - 1,00) PB104 (1,00 - 1,50)
NEN
Hg
-
AT
B101 (0,05 - 0,35) PB104 (0,10 - 0,40) B102 (0,10 - 0,40) B103 (0,10 - 0,40) B105 (0,00 - 0,30) B106 (0,00 - 0,30) B107 (0,00 - 0,30)
OCB
-
-
AT
OCB
-
-
AT
OCB
-
-
AT
B201 (0,10 - 0,50) B202 (0,20 - 0,70) B204 (0,05 - 0,55) B206 (0,05 - 0,55) B207 (0,00 - 0,20) B207 (0,20 - 0,50) B210 (0,30 - 0,50) PB209 (0,30 - 0,50) B208 (0,05 - 0,30) B210 (0,05 - 0,30) B211 (0,05 - 0,20) PB209 (0,05 - 0,30) B212 (0,10 - 0,20) B213 (0,10 - 0,50) B214 (0,10 - 0,50) B201 (0,50 - 1,00) B202 (1,20 - 1,50) B204 (0,55 - 1,00) B208 (0,50 - 1,00) B211 (0,50 - 1,00) B212 (1,00 - 1,50) B213 (0,50 - 1,00) PB209 (1,00 - 1,50) B202 (1,50 - 2,00) PB209 (1,50 - 2,00)
NEN
Ni, PCB
-
IND
NEN
Ni
-
AT
NEN
-
-
AT
NEN
Hg
-
WO
NEN
-
-
AT
NEN
Ni
-
AT
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
16 Vervolg tabel 8.2: Overzicht (meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten Mengmonster
Omschrijving
Onderzoekslocatie III Algemene kwaliteit MM301 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MM302
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
MM303
Bovengrond, klei Zintuiglijk: Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
MM304
Teeltlaag MMOCB301 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: MMOCB302 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: MMOCB303 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: Onderzoekslocatie IV Algemene kwaliteit MM401 Bovengrond, klei Zintuiglijk: MM402 MM403 MM404
MM405
Bovengrond, klei Zintuiglijk: Bovengrond, klei Zintuiglijk: Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
Boringen (traject deelmonster)
Analysepakket
Resultaten > AW < I >I
BBK
B301 (0,10 - 0,30) B302 (0,10 - 0,30) B305 (0,10 - 0,30) B306 (0,10 - 0,50) B301 (0,30 - 0,80) B302 (0,30 - 0,80) B305 (0,30 - 0,80) B304 (0,10 - 0,60) PB303 (0,00 - 0,50) B301 (0,80 - 1,00) B302 (0,80 - 1,00) B304 (0,60 - 1,00) B305 (0,80 - 1,00) B306 (0,50 - 1,00) B306 (1,50 - 2,00) B307 (0,60 - 1,00) PB303 (1,00 - 1,50)
NEN
-
-
AT
NEN
Ni, Zn, PCB
-
IND
NEN
Pb, Zn, PCB
-
WO
NEN
Co, Ni, Zn
-
IND
B301 (0,30 - 0,60) B302 (0,30 - 0,60) B304 (0,10 - 0,40) B307 (0,10 - 0,40) PB303 (0,00 - 0,30) B305 (0,30 - 0,60) B306 (0,50 - 0,80)
OCB
DDE
-
IND
OCB
-
-
AT
OCB
-
-
AT
B401 (0,00 - 0,50) B402 (0,00 - 0,50) B407 (0,00 - 0,50) B403 (0,05 - 0,50) B404 (0,00 - 0,50) B406 (0,00 - 0,50) PB405 (0,10 - 0,50) B401 (0,50 - 1,00) B402 (0,50 - 1,00) B403 (0,50 - 1,00) B404 (0,50 - 1,00) B406 (0,50 - 1,00) B407 (0,50 - 1,00) PB405 (0,50 - 1,00) B402 (1,00 - 1,50) B402 (1,50 - 2,00) PB405 (1,00 - 1,50) PB405 (1,50 - 2,00)
NEN
Ni
-
AT
NEN
-
-
AT
NEN
PAK
-
AT
NEN
Ni
-
AT
NEN
Co, Ni
-
AT
Teeltlaag MMOCB401 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: -
B401 (0,00 - 0,30) OCB AT B402 (0,00 - 0,30) B407 (0,00 - 0,30) MMOCB402 Teeltlaag, klei B403 (0,05 - 0,35) OCB AT Zintuiglijk: B404 (0,00 - 0,30) MMOCB403 Teeltlaag, klei B406 (0,00 - 0,30) OCB AT Zintuiglijk: PB405 (0,10 - 0,40) NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (GC), inclusief lutum en organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, inclusief organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; BBK Besluit Bodemkwaliteit; AT Altijd toepasbaar; IND Industrie; NT Niet toepasbaar; Niets waargenomen/aangetoond.
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
17 Aanvullend zijn op basis van de onderzoeksopzet mengmonsters samengesteld ten behoeve van analyse op PFAS. De mengmonsters met bijbehorende analyse en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten (PFAS) Mengmonster
Omschrijving
Onderzoekslocatie I, II en III (ondergrond) MMPFAS01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: -
MMPFAS02
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
MMPFAS03
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
MMPFAS04
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
Onderzoekslocatie IV MMPFAS401 Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
MMPFAS402
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
Boring (traject in m -mv)
Analysepakket
Resultaten landbouw/natuur Wonen/industrie (> AW) (> I)
B103 (0,05 - 0,10) B208 (0,05 - 0,30) B214 (0,10 - 0,50) B305 (0,10 - 0,30) B102 (0,10 - 0,50) B106 (0,00 - 0,50) B304 (0,10 - 0,60) B307 (0,10 - 0,60) B201 (0,10 - 0,50) B204 (0,05 - 0,55) B207 (0,00 - 0,20) B212 (0,20 - 0,70) B105 (0,50 - 1,00) B205 (0,70 - 1,00) B210 (0,50 - 1,00) PB303 (0,50 - 1,00)
PFAS
-
-
PFAS
PFOA, PFNA, PFOS
-
PFAS
-
-
PFAS
-
-
B401 (0,00 - 0,50) B403 (0,05 - 0,50) B404 (0,00 - 0,50) PB405 (0,10 - 0,50) B402 (0,50 - 1,00) B404 (0,50 - 1,00) B406 (0,50 - 1,00) B407 (0,50 - 1,00)
PFAS
PFOA
-
PFAS
-
-
Toelichting bij de tabel: PFAS Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); PFOA Perfluoroctaanzuur; PFNA Perfluornonaanzuur; PFOS Perfluoroctaansulfonzuur; Niets waargenomen.
Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte (m-mv) Onderzoekslocatie I PB104 2,00 - 3,00 Onderzoekslocatie II PB209 2,00 - 3,00
GWS (m-mv)
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Analysepakket
1,46
6,9
638
9,40
NEN
Ba, xylenen
-
1,43
6,8
453
4,87
NEN
Ba, xylenen, per
-
>S<I
Resultaten >I
Onderzoekslocatie III PB303 2,00 - 3,00 1,42 6,7 484 6,24 NEN Ba Onderzoekslocatie IV PB405 2,00 - 3,00 1,39 7,0 585 8,41 NEN NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); Per Tetrachlooretheen S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en de troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie.
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
18 Asbest Op zowel het maaiveld als in de opgeboorde en opgegraven grond zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen zijn in totaal vijf grondmonsters (< 20 mm) samengesteld. Alle grondmonsters aangeboden aan het lab voor analyse op asbest. De samenstelling van de onderzochte grondmonsters per onderzoekslocatie en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.5. weergegeven. Tabel 8.5: Samenstelling grondmonsters asbest per onderzoekslocatie MonsterProefgaten Zintuiglijke waarnemingen Traject Soort code (m -mv) Onderzoekslocatie I MMASB101 B103 Zwak baksteenhoudend 0,10 - 0,50 Grond Onderzoekslocatie II MMASB201 B201 t/m B203, B205, B207 0,00 - 0,50 Grond MMASB202 B208 t/m B211, B213 0,05 - 0,50 Grond Onderzoekslocatie III MMASB301 B301, B302 t/m B305, B307 0,00 - 0,50 Grond Onderzoekslocatie IV MMASB401 B401 t/m B403, B406, B407 0,00 - 0,50 Grond Toelichting bij de tabel: Niets waargenomen; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm.
Analysepakket
Asbest in grond (>10 kg) 1 Asbest in grond (>10 kg) 1 Asbest in grond (>10 kg) 1 Asbest in grond (>10 kg) 1 Asbest in grond (>10 kg) 1
De resultaten van de geanalyseerde asbestverdachte grondmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.6. Tabel 8.6: Overzicht onderzochte grondmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode
Soort materiaal
Onderzoekslocatie I MMASB101 Onderzoekslocatie II MMASB201 MMASB202 Onderzoekslocatie III MMASB301 Onderzoekslocatie IV MMASB401 Toelichting bij de tabel: Niets aangetoond.
8.3.
Hechtgebonden
Type
Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.)
Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.)
-
-
<2
<2
-
-
<2 <2
<2 <2
-
-
<2
<2
-
-
<2
<2
Interpretatie analyseresultaten
Onderzoekslocatie I Grond In de (meng)monsters MM101, MM103 en M104 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) en in monster M102 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK zijn de (meng)monsters altijd toepasbaar. In mengmonster MM105 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) is een licht verhoogd gehalte voor kwik aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK is het mengmonster altijd toepasbaar.
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
19 Teeltlaag In de mengmonsters MMOCB101 t/m MMOCB103 van de zintuiglijk schone/zwak baksteenhoudende teeltlaag (klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK zijn de mengmonsters altijd toepasbaar. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB104 zijn licht verhoogde gehalten voor barium en xylenen aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Asbest Op zowel het maaiveld als in de opgeboorde en opgegraven grond zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. In grondmonster MMASB101 van de zwak baksteenhoudende bovengrond is analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest aangetoond (< 2,0 mg/kg d.s.). Onderzoekslocatie II Grond In mengmonster MM201 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor nikkel en PCB aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK heeft het mengmonster de klasse industrie.
In mengmonster MM202 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) en in mengmonster MM206 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor nikkel aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK zijn de mengmonsters altijd toepasbaar. In mengmonster MM203 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) en in mengmonster MM205 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK zijn de mengmonsters altijd toepasbaar. In mengmonster MM204 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) is een licht verhoogd gehalten voor kwik aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK heeft het mengmonster de klasse wonen. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB209 zijn licht verhoogde gehalten voor barium, xylenen en tetrachlooretheen aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden.
Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Asbest Op zowel het maaiveld als in de opgeboorde en opgegraven grond zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen.
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
20 In de grondmonsters MMASB201 en MMASB202 van de zintuiglijk schone bovengrond is analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest aangetoond (< 2,0 mg/kg d.s.). Onderzoekslocatie III Grond In mengmonster MM301 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK is het mengmonster altijd toepasbaar. In mengmonster MM302 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor nikkel, zink en PCB aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK heeft het mengmonster de klasse industrie. In mengmonster MM303 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor lood, zink en PCB aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK heeft het mengmonster de klasse wonen.
In mengmonster MM304 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor kobalt, nikkel en zink aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK heeft het mengmonster de klasse industrie. Teeltlaag In mengmonster MMOCB301 van de zintuiglijk schone teeltlaag (klei) is een licht verhoogd gehalte voor DDE aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Voor de overige onderzochte OCB parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK heeft het mengmonster de klasse industrie. In de mengmonsters MMOCB302 en MMOCB303 van de zintuiglijk schone teeltlaag (klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK zijn de mengmonsters altijd toepasbaar. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB303 is een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarde. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden.
Asbest Op zowel het maaiveld als in de opgeboorde en opgegraven grond zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. In grondmonster MMASB301 van de zintuiglijk schone bovengrond is analytisch (fractie < 20 mm) geen asbest aangetoond (< 2,0 mg/kg d.s.).
Diverse bodemonderzoeken, diverse locaties te Waardenburg Rapportnr.: B20.7986 versie: 01 datum: 29 januari 2021
21 Onderzoekslocatie I, II en III PFAS In mengmonster MMPFAS01 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) en in de mengmonsters MMPFAS03 en MMPFAS04 van de zintuiglijk schone boven- en ondergrond (klei) van de onderzoekslocaties I, II en III zijn voor PFAS geen gehalten boven de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” aangetoond. De betreffende boven- en ondergrond voldoet derhalve aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde), uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond, buiten grondwaterbeschermingsgebieden en op de landbodem. In mengmonster MMPFAS02 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) van de onderzoekslocaties I en III zijn voor PFOA, PFNA en PFOS gehalten boven de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” aangetoond. De betreffende bovengrond voldoet derhalve aan de functieklasse “wonen/industrie” (achtergrondwaarde), uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond, buiten grondwaterbeschermingsgebieden en op de landbodem. Onderzoekslocatie IV Grond In mengmonster MM401 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) en in mengmonster MM404 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor nikkel aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde.
Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK zijn de mengmonsters altijd toepasbaar. In mengmonster MM402 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK is het mengmonster altijd toepasbaar. In mengmonster MM403 van de zintuiglijk schone bovengrond (klei) is een licht verhoogd gehalte voor PAK aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK is het mengmonster altijd toepasbaar. In mengmonster MM405 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) zijn licht verhoogde gehalten voor kobalt en nikkel aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan de BBK is het mengmonster altijd toepasbaar.