RV2023-019 bijlage Landschapsontwikkelingsplan G+L+N 2008.pdf
Tekst van het document
NIEUWE STROMEN DOOR HET LANDSCHAP
L a n d s c h a p s o n t w i k k e l i n g s p l a n Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen
Dit Landschapsontwikkelingsplan is in samenspraak met de opdrachtgever opgesteld door het samenwerkingsverband tussen:
NIEUWE STROMEN DOOR HET LANDSCHAP
L a n d s c h a p s o n t w i k k e l i n g s p l a n Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen
2 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
Inhoud Voorwoord
5
Begrippenlijst
6
1 Het Landschapsontwikkelingsplan in het kort
9
2 Het landschap uiteengelegd
13 13 14 14 14 15 17 17 17 19 20 20 21 23 23 28 28 29 31 31 32 33
2.1 Afbakening 2.2 De ondergrond 2.2.1 Het ontstaan van het gebied 2.2.2 Geomorfologie en hoogte 2.2.3 Bodem 2.2.4 Het watersysteem 2.2.4.1 De Waal en Linge 2.2.4.2 Waterlopen 2.2.4.3 Grondwater 2.3 Levend landschap: de ecologie 2.3.1 Natuur en milieu 2.3.2 Beplanting 2.4 De occupatielaag: menselijk gebruik 2.4.1 Ontginningsgeschiedenis en cultuurhistorie 2.4.2 Bijzondere verhalen en plekken 2.4.3 Nieuwe Hollandse Waterlinie 2.4.4 Dorpen en boerderijen 2.4.5 Bedrijvigheid 2.4.6 Landbouw 2.4.7 Recreatie 2.4.8 Steden en infrastructuur 3 Het eigentijdse landschap van Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen
37
3.1 Het westelijk rivierengebied in de regio 3.2 Zeven eigentijdse landschapsensembles 3.3 Een ontwikkelingsgerichte karakterisering 3.4 De poort van de groene parel 3.5 Het rustieke hart van de Tielerwaard 3.6 De dynamische stroom van Geldermalsen naar Haaften 3.7 Het knoopsgat Deil 3.8 De Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen 3.9 De Lingedorpen van Buurmalsen naar Acquoy 3.10 De kom van de Regulieren en de Diefdijk
37 38 39 42 44 46 48 50 52 54
4 Visie op hoofdlijnen: Koester deze groene parel!
57
4.1 De groene parel 4.2 Een ontwikkelingsgerichte landschapsvisie
57 58
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
5 Uitwerking visie per deelgebied
61
5.1 Behoud én versterk de kernkwaliteiten 5.1.1 Het rustieke hart van de Tielerwaard 5.1.2 De Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen 5.1.3 Het knoopsgat Deil 5.1.4 De Lingedorpen van Buurmalsen naar Acquoy 5.1.5 De kom van de Regulieren en de Diefdijk 5.2 Een vernieuwde robuuste groenstructuur 5.2.1 De poort van de groene parel 5.2.2 De dynamische stroom van Geldermalsen naar Haaften 5.3 Accentueer de kruisingen van de stromen
61 65 69 73 76 79 83 84 91 94
6 Van visie naar uitvoering 6.1 De organisatorische opgave 6.1.1 Op initiatief van betrokken burgers 6.1.2 Op initiatief van de gemeente 6.2 Organisatie van de uitvoering van het LOP 6.3 Communicatie, voorlichting en educatie
98 98 100 104 106 110
7 Aan de slag met het LOP
111
7.1. Elk landschapsensemble zijn eigen werkboek 7.2 Thema’s
111 113
BIJLAGEN
Overheid en landschap * Internationaal en nationaal beleid * Streekplan Gelderland 2005 * Overig bovenregionaal beleid * Regionaal beleid * Gemeentelijke plannen en ontwikkelingen
Kaarten
LOSSE BIJLAGEN
Zeven werkboeken voor ieder landschapensemble één, met daarin: * Het landschapsensemble in de visie * Handleiding bij werkboek * Uitwerking visie naar deelgebieden binnen het ensemble * Te beschermen waarden * Te ontwikkelen kwaliteiten * Te stimuleren landschapselementen * Thematische ordening van projecten
Projectenlijst Uitvoeringsprogramma dat ieder jaar geactualiseerd wordt Verslag landschapskwaliteitstoets Verslag bewonersavonden
| 3
4 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
Voorwoord Dit Landschapsontwikkelingsplan (LOP) biedt de gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit in onze gemeenten te versterken en toch ruimte te bieden aan bestaande bedrijven en nieuwe ontwikkelingen in de toekomst. Het biedt ons de mogelijkheid om optimaal in te spelen op planprocessen in het gebied. De uitvoeringscoördinatoren krijgen hiermee een hele reeks projecten op een presenteerblaadje aangeboden. Het Landschapsontwikkelingsplan is een beleidsnota van de gemeenten waarin het landschapsbeleid is vastgelegd. Projecten uit het Landschapsontwikkelingsplan zullen altijd getoetst moeten worden aan het bestaande bestemmingsplan. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het meerjarig uitvoeringsprogramma van het Landschapsontwikkelingsplan. Ze streven een duurzame financiering van het beheer van het landschap na. Dat is een algemeen belang. Velen hebben belang bij een aantrekkelijk landschap dat, naast mogelijkheden voor een vitale economie, rust en ruimte biedt. Voor de toekomst zien wij ook in dit verband grote kansen voor de samenwerking met de andere gemeenten in het Rivierengebied. Samen moeten wij de aantrekkelijkheid van het landschap zodanig stimuleren dat het de economische en ecologische vitaliteit van de regio als geheel ten goede komt.
Dat is de beste waarborg voor de toekomst van ons bijzondere landschap. A. van Doorn, wethouder Geldermalsen G. Bel, wethouder Lingewaal D. Prosman, wethouder Neerijnen
| 5
6 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
Begrip zoals gehanteerd in het landschapsontwikkelingsplan
Verklarende begrippenlijst Verklaring
Achterkade
Kade aan de achterzijde van een ontginning. Samen met de zijkaden die aansloten op de oeverwal of meikade vormen de achterkades een polder om het overtollig water buiten te houden.
Agrarisch medegebruik
Hiermee wordt bedoeld dat naast de andere hoofdfuncties (meestal natuur en water), de agrarische functie medegebruiker is van het gebied.
Bedrijfslandgoed
Een bedrijfslandgoed is een multifunctioneel en bij voorkeur organisch samenhangend geheel waarin één of meer bedrijven zijn ingebed in een dominante landschapsstructuur en waarin de verschillende functies zoveel mogelijk onderling samenhangen. Naast bedrijvigheid kunnen ook wonen, landbouw, natuur, waterberging, landschap, cultuurhistorie en recreatie functies zijn die op het bedrijfslandgoed plaats vinden.
Boomgaard
Rationeel beplante boomweide met nutssoorten, zoals appel, peer, pruim, kers of walnoot.
Duurzame ontwikkeling
Een ontwikkeling die fundamenteel streeft naar het evenwichtig en in samenhang beheren van de gelijkwaardige kapitaalvoorraden sociaalcultureel, (people), ecologisch (planet) en economisch (profit).
Duurzame landbouw
Landbouwbedrijven die streven naar het evenwichtig en in samenhang beheren van de kapitaalvoorraden en hebben een bedrijfsvoering/structuur die economisch, ecologisch, landschappelijk en hydrologisch duurzaam is.
Extensieve recreatie
Bedrijfsmatige activiteiten gericht op overnachtingen door recreanten (zoals ‘kamperen bij de boer’ en ‘bed en ontbijt’ met een kleinschalig karakter, d.w.z. zo dat er geen extra voorzieningen nodig zijn aan infrastructuur en geen grote ruimtelijke uitstraling plaatsvindt.
Griend
Wilgenbos dat regelmatig laag boven de grond wordt afgezet, waardoor een dicht bos met dunne twijgen ontstaat. Een griend ligt veelal op natte gronden waar geen andere vormen van landbouw mogelijk waren.
Intensieve recreatie
Recreatieve activiteiten waarbij een activiteit gevolgen heeft voor infrastructuur en bereikbaarheid en een bovenlokale uitstraling voor mens en milieu
Kom
Gronden met (zware) rivierkleiafzetting achter de oeverwallen. Door inklinking zijn de gronden gedaald ten opzichte van de rivier. Het waren voor de ruilverkaveling grotendeels natte, ontoegankelijke gebieden.
Meikade
Of Meidijk. Kade om de akkers op de oeverwal, om deze gronden te beschermen tegen kwel- en overstromingswater uit de kom.
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
Begrip zoals gehanteerd in het landschapsontwikkelingsplan
| 7
Verklaring
Natuurvriendelijke oever
Oever van een waterloop met een aangepast talut of beschoeiing ter verrijking van de ecologische waarde. Een flauwer talut kan tevens bijdragen aan een grotere bergingscapaciteit.
Nieuw landgoed
“Een openbaar toegankelijk bos- en/of natuurcomplex (al dan niet met overige gronden) met daarin een woongebouw van allure met in beginsel maximaal drie wooneenheden en een minimale omvang van het nieuwe bos of natuurgebied van 5 ha.” (Bron: Streekplan Gelderland, 2005)
Nieuwe Hollandse Waterlinie
Voormalige verdedigingslinie tussen IJsselmeer en de Biesbosch. Het militair systeem bestond onder andere uit een hoofdweerstandslijn met forten, stellingen en groepschuilplaatsen, en een brede strook geïnundeerd (onder water gezet) terrein.
Oeverwal
Zandige rivierafzetting parallel aan de stroomgeul. Door de relatief hoge ligging zijn hier de eerste nederzettingen ontstaan en liggen hier de beste gronden voor akkerbouw of fruitteelt.
Populierenweide
Veld met populieren ten behoeve van houtproductie. De bomen zijn in een regelmatig raster geplant. Deze bossen komen voornamelijk in de kom voor.
Recreatief medegebruik
Hiermee wordt bedoeld dat naast de andere hoofdfuncties (meestal natuur, water of landbouw), de recreatieve functie medegebruiker is van het gebied of het betreffende perceel.
Ruimtelijke kwaliteit
De mate van functionaliteit, attractiviteit en duurzaamheid (robuustheid) van een gebied. Voor de waardering van een gebied kunnen de aanwezige karakteristieke kenmerken of specifieke identiteit een graadmeter zijn, alsmede de natuur- en cultuurhistorische waarden in het landschap.
Singel
Een dichte strook met opgaande heesters en loofbomen. Rondom boomgaarden komen van oorsprong vaak windsingels voor die bestaan uit dicht op elkaar geplante elzen of populieren om het fruit tegen wind te beschermen.
Stroomrug
Voormalige rivierloop, bestaande uit een relatief zandige rug op variërende diepte. Door de inklinking van de klei zijn de stroomruggen hogergelegen.
Verbrede landbouw
Multifunctionele of verbrede landbouw is een strategie van agrarische ondernemers die naast de landbouw ook andere functies vervullen. De nevenactiviteiten kunnen genoemd worden onder vijf categorieën: recreatie, zorgtaken, natuurbeheer, de verwerking en verkoop van landbouw(streek)producten in boerderijwinkels of bio-energie. Het is mogelijk om van de neventak de hoofdinkomstenbron te maken.
8 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
Begrip zoals gehanteerd in het landschapsontwikkelingsplan
Verklaring
Uiterwaard
Buitendijkse gronden langs de rivier. Door het vastleggen van de rivieren binnen dijken, zijn de uiterwaarden door het aangevoerde sediment steeds hoger komen te liggen.
Waterberging
Het vasthouden van water in waterlopen, op percelen of in grondwater om de afvoer te reguleren en geleidelijker te laten verlopen. Wanneer teveel water ineens wordt afgevoerd, kan het watersysteem verderop worden overbelast en/of een tekort aan water ontstaan op een later tijdstip. In de uiterwaarden is sprake van andere maatregelen, namelijk om de afvoercapaciteit van het rivierbed (stroomgeul rivier en de uiterwaarden) te vergroten. Dicht gebeurt onder andere door delen van de uiterwaarden te verlagen, nevengeulen te graven of dijken te verleggen.
Wiel
Of Kolk, Waai. Diep water dat is ontstaan waar een dijk is doorgebroken. Bij het dichten van de dijk werd gekozen of het wiel binnen- of buitendijks kwam te liggen. Hierdoor hebben dijken de kenmerkende slingerende vorm gekregen.
Woerd Oude woonplaats op een kunstmatige verhoging tegen wateroverlast. Zijkade Of Zeiving, Zijdwende. Kade haaks op de oeverwal om het water van naastgelegen gebieden buiten de landbouwgronden te houden. Zomerdijk Of Zomerkade. Lage, buitendijkse kade in de uiterwaarden langs de rivier ter voorkoming dat bij kleine schommelingen in de waterstand (voornamelijk in de zomer) het agrarisch land onder water loopt.
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
1 Het landschapsplan in het kort Samenvatting Voor u ligt een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) van de gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen. De titel is veelzeggend: ‘Nieuwe Stromen door een Groene Parel.’ Het is aubade aan de bewoners en bestuurders in dit fraaie rivierenland om het landschap te koesteren en tegelijkertijd open te staan voor de ontwikkelingen die op de streek afkomen en zich al aftekenen. Geef die nieuwe plannen en initiatieven dan wel zo vorm dat ze bijdragen aan een positieve ontwikkeling van het, veelal agrarisch, cultuurlandschap waar de mensen in Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen terecht trots op zijn. Steeds weer geven de inwoners van het gebied aan dat ze dat typisch Betuuws agrarisch cultuurlandschap willen behouden. In dit LOP is daarom voortdurend rekening gehouden met de landbouwbedrijven die ook in de toekomst dit landschap moeten kunnen blijven beheren.
Drie gemeenten...één landschap: Stromende rivieren en ruimte voor individuele ondernemingen, ruimte voor water en natuur, ruimte voor ‘n functioneel cultuurlandschap, ruimte voor ‘n historisch én modern landschap!
Het landschap verandert constant, zo merken bewoners op. Men ontwaart ‘meer paarden in de wei dan koeien’, betonwanden langs de infrastructuur, bedrijventerreinen als ‘puisten’, ‘bulten’ en ‘open wonden in het landschap’, ‘coniferen in plaats van traditionele landschapselementen’ en ‘verrommeling van agrarische bebouwing’ door mensen van buiten en door nieuwe bedrijvigheid. En dan willen overheden ook nog van alles: van windmolens tot waterberging, van ecoducten tot industrieterreinen. Toch zijn deze ontwikkelingen meer dan alleen bedreigingen die over de streek heenkomen. Maak van bedreigingen kansen
De oplossing die met dit LOP wordt aangedragen is ontwikkelingsgericht. Het bouwt voort op de nuchtere mentaliteit en omgang met stromen van de bewoners van het rivierengebied. Kader sterke functies (zoals wonen en bedrijvigheid) ‘randschappelijk’ in – aan de rand van de dorpen aansluitend bij het landschap–, zodat landschapsstructuren ontstaan waarin die functies juist sterker en waardevoller worden. Benut ze voor de financiering en uitvoering van landschappelijke functies, zoals waterbeheer, natuur en identiteit. Realiseer ook mogelijkheden voor blijvende verdiensten uit het landschap, juist waar het voor veel agrariërs moeilijk is om met hun reguliere bedrijf de kost te verdienen. Verwelkom de toeristen en dagjesmensen, geef ze wat ze zo graag willen, tegen een faire prijs, en voedt daarmee de spreekwoordelijke kip-met-de-gouden-eieren. En tenslotte, maar niet minder belangrijk, geef ruimte aan zowel robuuste natuur als robuuste landbouw. Buig dus al die bedreigingen om tot ze passen binnen het kader van de landschappelijke identiteit en schilder er zoveel mogelijk kleuren in, uit het palet van maatschappelijke behoeften. Dijkdorpen tussen rivieren en kommen
In het rivierengebied liggen de gemeenten in de Neder-Betuwe op de overgang van het rivierkleigebied naar het veenweidelandschap van Holland. In de loop der eeuwen zijn op de oeverwallen en stroomruggen nederzettingen ontstaan en gesticht, waaronder Asperen, Vuren, Beesd, Haaften, Waardenburg, Tricht en Geldermalsen. Nabij deze kernen liggen belangrijke infrastructuur als snelweg en spoor, die
Achterste Hellouwse Molen langs de A15
| 9
10 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
grote invloed hebben op de economische dynamiek in delen van het gebied. Zo kunnen we in het huidige landschap zeven deelgebieden onderscheiden: landschapsensembles met relatief veel invloed van de economische dynamiek, tussen Vuren en Asperen en tussen Haaften en Geldermalsen, en landschapsensembles met een afleesbaar historisch rivierenland-karakteristiek. Bij deze laatste gebieden is de natuurlijke gradiënt van rivier met uiterwaarden, oeverwal met dijk en dorpen, en daarachter de open kom nog duidelijk aanwezig. De economische druk en invloed van de snelweg is hier relatief laag en de aantrekkingskracht op recreanten en toeristen is hoog. Mede daarom is hier de historie een belangrijke inspiratiebron voor initiatieven. In de kom is de waterhuishouding en natuurbeheer een belangrijke motor voor nieuwe vormen van gemengd bedrijf. In de twee landschapsensembles met een relatief hoge dynamiek gebeurt veel en snel. Ondernemers in bijvoorbeeld glastuinbouw of distributie zien hier kans de goede ontsluiting te benutten. Er moet dan wel worden gewaakt voor een verrommeling van het landschap. De ligging van deze landschapsensembles is gebaseerd op de wijze waarop mensen in het gebied het landschap beleven. Steeds is gekozen voor eenheden die mensen als hun landschap, hun leefomgeving, ervaren. Nieuwe stromen door een groene parel!
De visie stelt dat het stromenlandschap van de drie gemeenten een groene parel in het verstedelijkende Nederland is. Koester die parel en poets hem op door: . die parel trots te tonen langs de bovenregionale stromen, . de lokale historische stromen te beschermen en te versterken met nieuwe landschapselementen, . ontwikkelingsruimte te doorstromen met een robuuste groenstructuur. Nieuwe stromen door een groene parel!
Door de vaststelling van dit LOP door de gemeenteraden besluiten de mensen in Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen om in iedere gemeente samen zorg te dragen voor hun landschap. Ten eerste door de waarden in het landschap te beschermen. Daar horen de bestaande natuur- en landschapselementen bij zoals bosjes en eendekooien, maar ook wielen en oude kades, en het hoogstamfruit. Ten tweede willen ze in het landschap nieuwe waarden ontwikkelen, door aan te sluiten bij de initiatieven, wensen en ruimtelijke opgaven in het gebied. Zo kan het LOP bijdragen aan de vitaliteit van het buitengebied. Daarmee kan in de zeven ensembles de eigen karakteristiek worden versterkt. Goede initiatieven van burgers in het landschap krijgen de ruimte. Enkele spelregels zijn daar wel voor nodig: 1. Vang de dynamiek in de zones bij de snelwegafslagen op in bestaande terreinen bij de dorpen en geef ze een groene rand. 2. Koppel de ecologische hoofdstructuur en de Nieuwe Hollandse Waterlinie aan de groen-blauwe dooradering van het cultuurlandschap. Onderzoek daarbij de mogelijkheid voor marktconforme betaling voor groene en blauwe diensten. 3. Koppel de historische karakteristiek aan enkele nieuwe landgoederen op de oeverwal. Dat bevordert de leefbaarheid van deze cultuurlandschappen. 4. Pas voor ieder landschapsensemble een eigen bouwpakket van spelregels toe voor het beschermen en ontwikkelen van: .
gebiedseigen ‘parels’; . een karakteristiek netwerk van landschapselementen voor mensen, planten en dieren; . karakteristieke ‘voor-wat-hoort-wat’-goederen als uitkomst van nieuwe eigentijdse samenwerkingsverbanden tussen overheid,
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
boeren, burgers, buitenlui. 5. Ga als gemeentes actief op zoek naar projecten in het landschap en geef het goede voorbeeld door de richtlijnen in het bouwpakket te gebruiken. 6. Inspireer en stimuleer mensen om aan te sluiten bij de landschapsvisie. Stimuleer projecten binnen thema’s. 7. Zet een goede organisatie op om die projecten te helpen organiseren en te communiceren. Onderzoek de mogelijkheden van een landschapsfonds, eventueel (op termijn) samen met andere gemeenten in het rivierengebied. Aan de slag!
Dit LOP schetst de ontwikkelingsrichting in verschillende delen van het landschap: waar kunnen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden, waar moet openheid vooropstaan en waar kan het gebruik van het landschap breder worden voor recreatie, waterbeheer en natuur? Vanuit verleden en heden geeft dit LOP een toekomstbeeld van het landschap en het koppelt daar nieuwe, aansprekende landschapselementen aan. Elk landschapstensemble krijgt zijn eigen karakteristieke landschapselementen. Het zijn meestal elementen die hier historisch gezien thuis horen, en soms varianten daarop die aansluiten bij het hedendaagse gebruik van het landschap. Een voorbeeld van nieuwe mogelijkheden zijn nieuwe landgoederen. Die kunnen een belangrijke impuls geven aan het landschap, maar dan moeten ze wel aan een aantal eisen voldoen en niet alleen bedoeld zijn voor snel gewin of als luxe villa. Ze moeten ook ten goede komen aan het landschap en de gemeenschap daaromheen. Iets soortgelijks geldt voor nieuwe functies van oude agrarische bebouwing. Er is een sterk groeiende belangstelling voor het ‘verhaal’ achter landschapselementen. Het zijn de ‘parels’ in het landschap – schatten die je moet bewaken. Mensen van buiten maar vooral ook mensen uit de dorpen en de steden in de drie gemeenten willen struin-, wandel- en fietsroutes, die niet alleen over het boerenland gaan, maar ook landschappen aan elkaar koppelen.
Zoek naar de plaatsen waar dat moet en kan, zodat de recreant van buiten en de dorpsbewoner het landschap niet alleen maar voorbijrijden, maar bijvoorbeeld de uiterwaarden ook ‘in’ kunnen. Een belangrijk aandachtspunt in alle projecten is water: in allerlei vormen is water voorhanden in het gebied, van kwel tot rivier. Water is er soms te veel en soms te weinig. Hoe zorgen we dat de natuurlijke capaciteit van het landschap tot buffering en filtering hersteld wordt, liefst gecombineerd met andere functies: recreatie, ecologie, cultuurhistorie? Werkboeken
Als brug tussen de ontwikkelingsvisie en het uitvoeringsprogramma bevat dit LOP voor elk landschapsensemble een apart werkboek, de ensembleboeken. De werkboeken zijn bedoeld voor degenen in de gemeenten die beroepsmatig betrokken zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen in brede zin in het buitengebied, maar ook initiatiefnemers van
| 11
12 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
projecten in het landelijk gebied kunnen er hun voordeel mee doen en er inspiratie uithalen. Het boek biedt handreikingen voor het ontwikkelen en begeleiden van dergelijke ontwikkelingen en projecten. Elk werkboek bevat de volgende onderdelen: . de visie voor het landschapstype; . doelen vanuit het beleid en vanuit de mensen in het gebied; . de bestaandewaardekaart; . de uitwerking van het LOP in tekst en op kaartbeeld, algemeen en per functie in het landschap; . de mogelijke landschapselementen in de vorm van een bouwpakket voor punt-, lijn- en vlakelementen. Uitvoeringsprogramma
Het LOP wordt geconcretiseerd in het uitvoeringsprogramma. Daarin staat een hele reeks projecten thematisch beschreven. Een groot deel van deze projecten is door inwoners van Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen aangedragen. Sommige projecten zijn klaar voor uitvoering, andere nog niet, bijvoorbeeld doordat de financiering nog niet rond is. Toch staan deze in het uitvoeringsprogramma, zodat flexibel ingespeeld kan worden op kansen die zich voordoen. Het uitvoeringsprogramma kan ieder jaar aangepast en aangevuld worden met nieuwe projecten die in de visie van het LOP passen. Alle projecten zijn begroot en geprioriteerd. Voor het benodigde geld zijn vele bronnen aangegeven: zowel bestaande middelen of subsidieregelingen, als te werven fondsen bij belanghebbenden en betrokkenen. Hierbij hebben de gemeenten een belangrijke rol. De opzet van een landschapsfonds is een lonkend perspectief, niet alleen voor de gemeenten, maar wellicht in latere instantie voor het hele rivierengebied. Het ministerie van LNV en de provincie geven in de loop van 2007 duidelijkheid over de mogelijkheden voor zo’n fonds. Wat kunnen we met dit plan?
Dit plan is vooral bedoeld om mogelijkheden laten zien. Het zegt niet wat niet mág, het zegt wat er allemaal kán. Voor allerlei initiatieven zijn vergunningen of toestemmingen nodig, niet omdat dat in dit LOP staat, maar bijvoorbeeld vanwege een gemeentelijk bestemmingsplan. Die gemeente heeft met dit LOP een toetsingsinstrument, maar vooral ook een basis om met initiatieven van burgers, ondernemers en organisaties mee te denken en te sturen: ‘Als u uw plan nou zus of zo uitwerkt, komt het ook ten goede aan het landschap.’ Het belangrijkste doel van dit LOP is een stimulans te bieden aan het vormgeven van een landschap waarin mensen zich thuis voelen, in het historisch cultuurlandschap van de moderne samenleving in dit deel van het rivierengebied.
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
2 Het landschap uiteengelegd 2.1 | Afbakening Centraal gelegen tussen Randstad, de Brabantse stedenrij op het zand en Knooppunt Arnhem-Nijmegen liggen de gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen. Dit westelijk deel van de Betuwe kent een keur aan landschappelijke verschijningsvormen, waarin de vroege en recente historie van het rivierenland doorklinkt. Het is een modern ingericht cultuurlandschap met goede economische basis voor de toekomst én bijzondere natuur- en landschapswaarden. De drie gemeenten delen samen één aangesloten landschap aan de waterstromen Waal en Linge met dorpen op de oeverwallen, tussen uiterwaarden en de komkleigebieden van Tieler- en Culemborgerwaard. Er gaan ook nieuwe stromen door dit landschap. Opvallend zijn enkele bovenregionale verkeersstromen, de snelwegen en spoorlijnen. Belangrijke drijvende krachten achter de ontwikkeling van dit landschap zijn daarnaast vooral de mensen die tegenwoordig als agrariër, natuurvorser, recreant, inwoner, scholier of sportieveling door het landschap bewegen. In de toekomst vormt het waterbeheer een ontwikkeling om rekening mee te houden door de plaatselijk grote gevolgen voor het landschap. Dit landschapsontwikkelingsplan heeft het landschap in brede zin van de gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen als ontwerp. In het oosten wordt de grens gevormd door de Linge en de grens met Tiel.
De zuidgrens ligt in het midden van de vaargeul van de Waal. Het plangebied wordt in het westen begrensd door de Dalemse Zeiving, de A15, de Linge en de Diefdijk. De noordgrens loopt van de Diefdijk door het midden van de Culemborgerwaardkom naar de Linge.
Topografische kaart met de gemeentegrenzen van Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen
| 13
14 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
Het landschap houdt niet op bij de grenzen, zodat ook wordt gekeken naar de invloed van omliggende gemeenten, zoals Tiel en Gorinchem. Ook het water stopt niet bij de grenzen, maar stroomt van hoog naar laag door het plangebied. Doorsnede van het rivierengebied voor de occupatie door de mens
Doorsnede van het rivierengebied na de occupatie door de mens
De gemeente Lingewaal kende in mei 2006 10.801 inwoners op zo’n 54,59 km², wonend in de kernen Asperen, Herwijnen, Heukelum, Spijk en Vuren. De gemeente Geldermalsen kende in juni 2006 26.253 inwoners op zo’n 100,00 km², wonend in de kernen Acquoy, Beesd, Buurmalsen, Deil, Enspijk, Geldermalsen, Gellicum, Meteren, Rhenoy, Rumpt, Tricht. De gemeente Neerijnen kende in mei 2006 11.528 inwoners op zo’n 73,01 km², wonend in de kernen Est, Haaften, Heesselt, Hellouw, Neerijnen, Ophemert, Opijnen, Tuil, Varik, Waardenburg.
2.2 | De ondergrond 2.2.1 Het ontstaan van het gebied Tijdens het Saalien, de laatste ijstijd waarbij het landijs tot in Nederland kwam, dwong de ijsmassa de rivieren naar het westen af te stromen. Vanaf de ijstijd tot aan het Vroeg-Holoceen (zo’n 8000 jaar geleden) werd in het rivierengebied een dik pakket grindrijke, grove zanden afgezet. Bij het smelten van sneeuw en ijs in het voorjaar werd in korte tijd veel water afgevoerd, waarbij ook veel sediment werd verplaatst. De rivierbeddingen werden hiermee snel opgevuld, waardoor het water een nieuwe weg moest vinden en een systeem van verwilderde of vlechtende watergeulen ontstond. In de zomer lag een groot deel van de dalbodem droog en had de wind vat op het materiaal, zodat deze winderosie een bron was voor dekzanden en rivierduinen elders in het land.
Hoogtekaart
Het warmere klimaat van het Holoceen leidde tot rustigere waterafvoeren en veenvorming uit de rietlanden en bossen. De opbouw van het oeverwallen- en kommensysteem is een gevolg van het afzettingsmechanisme van de meanderende rivier. Deze stroomde doorgaans in een enkele, betrekkelijk nauwe geul, die bij een geringe toename van de afvoer buiten de bedding trad. Het grovere materiaal kwam hierbij direct tot afzetting, terwijl ver van de bedding de stroming langzamer werd en alleen het fijnste materiaal tot bezinking kwam (zware klei). Een dichtgeslibte bedding met oeverwallen worden een stroomrug genoemd. Na de bedijking in de 12de eeuw lagen de rivierbeddingen vast, maar kwam het rivierwater nog regelmatig in de kom. Wielen en overslaggronden zijn hiervan overgebleven.
2.2.2 De geomorfologie en hoogte De Waal
De rivieren hebben sporen achtergelaten in de ondergrond, onder andere in verschillende zandbanen (zie onderstaande kaart). Deze
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
| 15
verschillen zijn in het traditionele landgebruik nog goed te herkennen, bijvoorbeeld door de ligging van boomgaarden en akkers. Aan de oostkant van het plangebied, in de gemeente Neerijnen, zijn veel zandbanen (of stroomruggen) te vinden en liggen ze dichter aan de oppervlak dan aan de westkant. Doordat hier meer afzettingsmateriaal van de rivieren lag, heeft de Linge hier ook een dieper gelegen geul ingesleten. De gave kom van de Culemborgerwaard met nog maar weinig bebouwing en de gehele Lingeloop hebben een belangrijke aardkundige waardering gekregen (zie kaart rechts). Naar het westen toe liggen de rivieren met uiterwaarden hoger dan de omliggende kommen. Dit verschil kan oplopen tot enkele meters. Van oost naar west kent het gebied een hoogte van 4,5m +NAP bij Ophemert, 3,5m +NAP bij Est, 2,5m + NAP bij Meteren, 1,5m +NAP bij knooppunt Deil, 0,5m +NAP bij Leuven, 1,2m +NAP bij Vuren en 0,1m -NAP ten zuiden van het Lingebos. De kom is dus letterlijk een kom met in het centrum het laagste punt en naar de randen oplopend. Bij de dijkdoorbraken die in het gebied voorkwamen, stroomde het water door de kom naar het westen tot aan de Diefdijk. Deze slaperdijk hield het water buiten het gewest Holland, al blijkt uit de grote wielen in deze dijk dat dit niet altijd lukte.
Aardkundige waarden
2.2.3 Bodem Zoals de naam al zegt is het rivierenland gevormt door de rivieren. De rivieren hebben hun sporen achtergelaten in dit landschap. Dicht bij de meanderende waterloop werd fijn zand afgezet (zavel, licht groen) en in de kommen bezonk de klei (bruin-groen). Doordat de bodems naar het westen steeds meer zware klei bevatten, waarschuwde men voor de moeizame bodembewerking met het gezegde “Tiel is niet viel, Bommel is rommel en hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt.” De Linge heeft gezorgd voor een brede oeverwal aan weerszijden van haar waterloop. Naar het westen toe worden de oeverwal-
Zandbanen Antropogeen verstoord Ondoorl.mat.dikte 9-10 m Ondoorl.mat.dikte 8-9 m Ondoorl.mat.dikte 7-8 m Ondoorl.mat.dikte 6-7 m Ondoorl.mat.dikte 5-6 m Ondoorl.mat.dikte 4-5 m Ondoorl.mat.dikte 3-4 m Ondoorl.mat. dikte 2-3 m Ondoorl.mat.dikte 1-2 m Ondoorl.mat.dikte 0-1 m Doorl.mat.top 3.0-6.0 m-mv Doorl.mat.top 2.0-3.0 m-mv Doorl.mat.top 1.5-2.0 m-mv Doorl.mat.top 1.0-1.5 m-mv Doorl.mat.top < 1.0 m-mv
16 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
len van de Linge en Waal smaller. In het gebied ten oosten van de Diefdijk is al een dunne veenlaag in de ondergrond aanwezig die naar het westen toe dikker wordt.
Grondwatertrappen onbekend water Gt I Gt II Gt II* Gt III Gt III* Gt IV Gt V Gt V* Gt VI Gt VII Gt VII*
Bodemkaart
Op de bodemkaart is het patroon goed zichtbaar van een geleidelijke overgang van drogere zandgronden naar nattere kleigronden. Op de hogere gronden vestigden zich de bewoners van het rivierengebied en zijn de dorpen ontstaan. De akkers en boomgaarden werden op de oeverwallen en stroomruggen aangelegd. De kommen werden later ontgonnen en in gebruik genomen als weide- en hooiland. Op de meest moerassige plekken brachten eendenkooien en grienden nog enig profijt. Doordat de kommen veelal te nat waren om goed te begaan, lagen de dorpen op de oeverwallen redelijk geïsoleerd. Pas na de ruilverkavelingen in de jaren ‘60 en ‘70 van de vorige eeuw zijn ook de kommen volledig ontsloten. Door de rivierloop is de richting van het gebied sterk oost-west georiënteerd. Op regionale schaal is het landschap van de drie gemeenten op basis van de bodemkaart in globaal zeven zones op te delen: . De Waal en haar uiterwaarden; . De oeverwallen met de dorpen en boomgaarden langs de Waal; . De grote, open kom van de Tielerwaard; . De stroomruggen en kleine kommen met Meteren en Est in het oosten; . Het lint van de Linge met smalle uiterwaarden, dorpen en boomgaarden, van Spijk naar Geldermalsen; . De grote, meer besloten kom van de Culemborgerwaard met de broekbossen en grienden.
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
2.2.4 Het watersysteem 2.2.4.1 De Waal en Linge Zowel de Waal als de Linge maken deel uit van de Rijndelta, maar ze verschillen sterk van aard. De Waal is de grootste rivier van Nederland en een belangrijke vaarroute voor de beroepsvaart. De Linge is een lange, kronkelinge rivier met een grote recreatieve aantrekkingskracht. De Waal is grootschalig, robuust en soms onheilspellend. De Linge is kleinschalig, natuurlijk en rustig.
2.2.4.2 Waterlopen
Stroomgebieden
Culemborgerwaard
Waterafvoer en aanvoer vindt vrijwel uitsluitend plaats via de Linge. Dit water wordt voor de Culemborgerwaard via het gemaal ‘De Nieuwe Horn’ bij Leerdam op de Linge geloosd. Aanvoer vindt plaats vanaf de oostelijke grens van het gebied en via inlaten vanuit de Linge. In het deelgebied Lek en Linge ligt een dicht stelsel van sloten, kleine en grote weteringen en een groot aantal geïsoleerde wateren (wielen en veengaten). De waterkwaliteit is over het algemeen van het laagste ecologische niveau. De oorzaak hiervoor is een complex van factoren waaronder de belasting met milieuvreemde stoffen en een niet optimale inrichting en beheer van de watergangen. In vele watergangen in dit deelgebied bevindt zich in grote hoeveelheden bagger, waarvan een deel is verontreinigd. Maatregelen op het gebied van de bestrijding van wateroverlast lijken op korte termijn niet noodzakelijk in deelgebied Lek en Linge. Op de langere termijn zouden zich opnieuw problemen in met name het bemalingsgebied van ‘De Horn’ kunnen voordoen. De trits eerst vasthouden, daarna bergen en dan pas afvoeren, zal in de planvorming moeten worden toegepast, ook om verdroging van natuur en landbouw in de zomer te voorkomen.
Kans op wateroverlast bij bouwen Grote kans op problemen Kans op problemen Neutraal Geschikt
Tielerwaard
Het deelgebied ‘Tielerwaard’ ligt op de overgang van het rivierenlandschap naar het Hollandse, centrale veenweidegebied. Dit westelijk deel van de Tielerwaard vormt het grootste aaneengesloten komgebied van Gelderland. De diepere ondergrond bestaat evenals in de rest van het Rivierengebied uit grofzandig materiaal daterend uit het Pleistoceen. Vanuit de Linge vindt aanvoer en afvoer van water plaats. Het oostelijk deel van de Tielerwaard loost in de afvoersituatie onder vrij verval op de Linge. Gemaal ‘De Laar` in Gellicum en gemaal ‘Broekse Sluis’ in Spijk bemalen het westelijk deel van de Tielerwaard. Op een aantal plaatsen wordt water vanuit de Linge ingelaten. In het oostelijk deel gebeurt dit via een aantal inlaatgemalen, in het westelijke deel kan dit onder vrij verval. Binnen dit deelgebied is een aantal natuurterreinen met een eigen peilbeheer aanwezig, zoals het gebied langs de Zuiderlingedijk en het Broek bij Waardenburg. Deze natuurterreinen bestaan uit waardevolle moeras- en graslandvegetaties, die een aangepast waterbeheer vragen.
Watersysteem Hydrologische beinvloedingsgebieden Gebieden met hoge grondwaterstand Kwelgebieden Uiterwaard
| 17
18 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
Binnen het gebied bevindt zich een aantal geïsoleerde wateren (veelal na een dijkdoorbraak ontstane wielen). De waterkwaliteit in de Tielerwaard is veelal van het laagste ecologisch niveau, hetgeen onder meer te wijten is aan de belasting vanuit diffuse bronnen en puntbronnen. Studies en praktijkervaring hebben aangetoond dat het westelijk deel van de Tielerwaard kwetsbaar is voor wateroverlast. Gelet op de prognoses die wijzen op de toename van neerslagintensiteiten, veranderend ruimtegebruik, bodemdaling en zeespiegelstijging verdient deze problematiek veel aandacht. Het reactiveren van het concept van de Nieuwe Hollandse Waterlinie kan overeenkomen met de mogelijke wens van een grotere bergingsbehoefte. In vergelijking met het deelgebied ‘Lek en Linge’ zijn de mogelijkheden voor functiecombinaties in de Tielerwaard minder kansrijk. Reden hiervoor is dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie zich aan de benedenstroomse zijde van dit deelgebied bevindt. Bovenstrooms tussen Est en Ophemert is wel een zoekgebied voor retentie aangewezen, maar hier is besloten naar maatregelen binnen het bestaande watersysteem te zoeken in plaats van een andere gebiedsinrichting. Waterloop tussen kasteel Heukelum en Nieuwe Zuider Lingedijk
Linge
Het westelijk gedeelte van het Lingegebied (Beneden-Linge) wordt gerekend tot het ‘perimariene’ gebied. In dit gebied komen veengronden en klei op veengronden voor. De Linge tussen Doornenburg en Tiel is gegraven, terwijl de Linge benedenstrooms van Tiel op een natuurlijke wijze is ontstaan. Het totale stroomgebied van de Linge heeft een oppervlak van circa 74.000 ha. De Linge verzorgt de aan- en afvoer van oppervlaktewater voor dit gebied. De uiterwaarden van de Beneden-Linge (Geldermalsen-Gorinchem) worden, in verband met de vereiste waterstand op het Merwede kanaal, gebruikt voor de tijdelijke berging van overtollig water. De waterkwaliteit in de Linge is over het algemeen matig (laagste ecologische niveau) in de Boven-Linge tot voldoende (hoogste ecologisch niveau) in de Beneden-Linge. In de Beneden-Linge is in 1999 een verbetering opgetreden ten opzichte van de jaren daarvoor. De grootste kwaliteitsbepalende factor blijkt de belasting met organische stof te zijn. Maatregelen betreffen onder andere om het creëren van voldoende berging (in en buiten het systeem) zodat met instandhouding van de bestaande gemaalcapaciteit in 2015 nergens in het gebied ten gevolge van overtollige neerstag en kwel wateroverlast ontstaat. Door verlaging van kaden in het winterbed van de Beneden-Linge zal het gebruik van de boezem tussen Geldermalsen en Gorinchem worden geoptimaliseerd.
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
2.2.4.3 Grondwater Het grondwaterverloop volgt in grote mate de bodemkaart met inzijging op de oeverwallen en kwel in de kommen. In de zuidwestelijke oksel van knooppunt Deil, in het komgrondenreservaat ‘het Broek’ vindt drinkwaterwinning plaats, waarbij een 25-jaars beschermingszone geldt rond het gebied. Om de natuurwaarden van Het Broek niet te schaden door verdroging, wordt een deel van het opgepompte water in het natuurgebied gebracht. Kwel-infiltratie
Ook enkele andere natte natuurgebieden worden bedreigd door verdroging, omdat de omliggende (landbouw)gronden dieper worden bemalen. Enkele natuurterreinen langs de Diefdijk, Linge en Nieuwe Zuider Lingedijk vallen hieronder (zie kaart verdroogde natuur).
infiltratie (sterk) infiltratie (matig) intermediair kwel (matig) kwel (sterk)
Verdroogde natuur verdroogde natte natuurparel verdroogde natte natuur natte parel natte natuur
| 19
20 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
2.3 | Levend landschap: de ecologie 2.3.1 Natuur en milieu Door de geleidelijke overgang van oeverwallen en stroomruggen naar nattere komgronden kent het rivierengebied veel natuurlijke differentiatie. Daarbij speelt het water altijd een belangrijke rol. Het natuurgebied De Regulieren, een tijdens de ruilverkaveling gevormd reservaat van grienden, populierenbossen en graslanden, is hier een goed voorbeeld van. De natuurwaarden komen hier echter niet optimaal tot ontwikkeling door de te diepe ontwatering en door het relatief eenzijdige beheer van de populierenbossen, gericht op houtproduktie. Andere belangrijke natuurterreinen liggen langs de Diefdijk, de Linge en de Nieuwe Zuider Lingedijk. Ten slotte maar niet onbelangrijk zijn de grote uiterwaarden langs de Waal die in het kader van Ruimte voor de Rivier transformeren en in natuurwaarde stijgen. Het (historische) cultuurlandschap met eendenkooien, grienden, weidevogelgebieden, landgoedbossen en hoogstamboomgaarden brengt een extra dimensie met zich mee. Hieronder de enkele belangrijke natuurgebieden: De regulieren
De Regulieren bestaan uit populierenbossen, wilgengrienden en hooilanden op oude komkleigronden, versnipperd over het gebied gelegen. In het gebied liggen twee oude eendenkooien. Het gebied is voor het grootse deel potentieel A-locatie voor het Elzenrijk EssenIepenbos. In de bloemrijke graslanden pleisteren veel weidevogels en eenden. Heikikker en krabbescheer komen voor.
Het ca. 210 ha grote natuurgebied De Regulieren in beheer van het Gelders Landschap. (http://www.gelderslandschap.nl/)
Door het slaan van kwelpijpen is de waterkwaliteit in het gebied sterk verbeterd. Flora en fauna reageren hier sterk op. Het terrein wordt deels beheerd als hooiland, deels als bos. De provincie acht bosuitbreiding noodzakelijk om op lange termijn een natuurlijk bos te ontwikkelen. Komgrondenreservaat Deil, Het Broek
Hier liggen bloemrijke, schrale hooilanden met in de sloten planten die op kwel wijzen, zoals holpijp en waterviolier. Ganzen zijn aanwezig in de winter. Er liggen ook eendenkooien, kooibossen en grienden in het gebied, in beheer bij Staatsbosbeheer. Het reservaat ligt naast een waterwinning, die van invloed is op het natuurreservaat. Met het storten van schoon kalkrijk water worden de gevolgen van de waterwinning gecompenseerd. Benedenloop Linge
Hier zijn moeras en nat grasland met moerasvogels en sprinkhanen te vinden. Een bonte afwisseling van grienden, doorbraakwielen, vochtige graslanden en moerassen, afgetichelde graslanden, klei- en zandputten. Het is een pleisterplaats voor trekvogels en een belangrijke verblijfplaats voor wintergasten.
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
In de moerassen zitten soorten als baardmees, blauwborst, rietzanger en roerdomp. De kleine wateren (sloten en poelen) zijn een voortplantingsplaats voor de kikker, padden en salamanders. De bossen bestaan voornamelijk uit grienden. De Lingeoevers zouden een belangrijke rol kunnen spelen als ecologische verbindingszone voor trekkende dieren en in mindere mate voor verspreiding van planten. De grondeigenaren en vele toeristen met boten kunnen de natuurwaarden bedreigen door golfslag of door aan te leggen in rietkragen en daarbij de broedvogels te verstoren en zeldzame oeverplanten te vertrappen. Op enkele plekken is beschoeiing in de Linge aangebracht om deze verstoring te voorkomen. Het moerasbos kan na vernatting weer rietland of zeggemoeras worden. Nieuwe Zuider Lingedijk
Hier liggen rietmoerassen, moerasbos van zwarte els en wilg en nat elzenbos, afgewisseld met halfnatuurlijke gras- en hooilanden. Recent is een vernattingsproject uitgevoerd: water kan nu vanuit een kleiput opgepompt worden, zodat geen vervuild water van buiten ingelaten hoeft te worden. Als gewenst beeld geldt ook hier rietland en zeggemoeras. Het gebied is in beheer van Staatsbosbeheer. De naastgelegen terreinen van het Lingebos en de forten Asperen en Nieuwesteeg zijn eveneens in eigendom van Staatsbosbeheer.
Hydrologische beinvloedingsgebieden Natte landnatuur natte natuurparel natte natuur
Verweven landnatuur landbouw met natte landnatuur
Bescherming natte landnatuur Beschermingszones natte landnatuur
Rijswaard Neerijnen
Deze locatie betreft een aantal geïsoleerd liggende grienden en doorgeschoten schietwilgenbos in de uiterwaarden. De a-locatie is vanwege de potenties voor zachthout-ooibos en hardhoutooibos en het op de metershoge oude stoven voorkomen van bijzondere epifytenvegetatie met een aantal rode-lijst soorten van groot belang. Dit gebied vraagt wel goed beheer, waaronder het hakken van de stoven, zodat deze niet uiteenvallen en het gewenste milieu van de waardevolle epifyten in stand blijft. Uitbreiding van het bosareaal is eveneens nodig om een natuurlijke instandhouding te garanderen.
2.3.2 Beplanting In het hele landschap van de drie gemeenten is de beplanting zeer gevarieerd en sterk verbonden met de (natte) ondergrond. Door het verloop van de hogere zandgronden naar de lagere kleigronden komt de gradatie in de verschillende typen beplantingen terug. In de kommen komen natte broekbossen met es, iep, els, populier en wilg voor, soms als restant van een kooibos of griend. In de uiterwaarden komen grienden en fruitboomgaarden naast elkaar voor. Op de oeverwallen staan droogteminnende soorten als walnoot, linde en beuk, met schitterende exemplaren op bijvoorbeeld landgoed Mariënwaerdt. Als wegbeplanting in de geruilverkavelde kommen domineert de es, met een enkele populieren-, walnoot- of iepenlaan als accent. Op de oeverwallen mist veelal de wegbeplanting, maar dit wordt gecompenseerd door de windhagen, boomgaarden, kleine (landgoed)bossen en erfbeplanting.
Het ca. 300 ha grote natuurgebied tussen Waardenburg en Neerijnen in beheer van het Gelders Landschap. (http://www.gelderslandschap.nl/)
| 21
22 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
Een weg door de open kom van de Tielerwaard
Traditioneel werden de erven van boerderijen beplant met planten en bomen die duidelijk een functie hadden. Ze varieerden in tijd en naar geloofsovertuiging; uitbundig of meer ingetogen. In de voortuin stond soms een boom (veelal solitaire beuk of linde) met een bloemen- of kruidentuin. Vaak werden bomen voor de gevel geleid, zoals leifruitbomen of leilinden. Achter of naast het huis was een klein perceel ingericht voor een tiental hoogstamfruitbomen. Rond het hele huisperceel liep veelal een doornenhaag om vee en wild buiten te houden, bijvoorbeeld meidoorn. Later werd ook wel liguster gebruikt. Om het fruit tegen wind en regen te beschermen werden boomgaarden vaak omgeven door windsingel van bijvoorbeeld els. Later fungeerden deze windsingels ook om schadelijke sproeimiddelen binnen de boomgaard te houden. Het beeld van de wegbeplanting wordt momenteel nog sterk bepaald door de beplanting vanuit de ruilverkaveling met populier, es, wilg en enkele walnoot. De dominante richting van de wegbeplanting in de Tielerwaard verschilt per gebied: in de gemeenten Lingewaal en Neerijnen is deze voornamelijk oost-west georiënteerd en in de gemeente Geldermalsen voornamelijk noord-zuid.
Spreiding van de beplanting in het plangebied
Landschapsplan bij de ruilverkaveling in de jaren ‘60
De open kom van de Tielerwaard oogt vrij monotoon en eindeloos, waar je het gevoel krijgt altijd tegen de wind in te fietsen. Ze staan daarmee sterk in contrast met de oeverwallen, die een uitzicht vanaf de grillig lopende dijken op een mozaïek aan verschillende kleuren en vormen bieden.
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
2.4 | De occupatielaag: menselijk gebruik
Kaart 1839-1859 met daarom een indicatie waar dijken, achterkaden en zijkades (zijdwenden of zeivingen) lagen.
2.4.1 | Ontginningsgeschiedenis en cultuurhistorie Ondanks dat het rivierengebied een woelige plek was om te wonen, gaat de bewoningsgeschiedenis ver terug. Zo wijzen recent onderzoek ten zuiden van Geldermalsen alswel de naam Tricht zelfs op Romeinse bewoning. Aan het eind van de Karolingische tijd bestonden al vrij grote akkercomplexen op de bovenste delen van de stroomruggen, die te vergelijken zijn met de esontginningen op de zandgronden. De rest van het land was onverkaveld of zelfs ontoegankelijk: ‘op de hellingen van de stroomruggen lag gemeenschappelijk hooi- en weiland, terwijl in de kommen zich woeste grond bevond, die alleen ’s zomers werd beweid.’ In eerste instantie ontstonden strookvormige verkavelingen dwars op de hoogtelijnen. Bij collectieve ontginning kon eveneens een blokverkaveling voorkomen, die als gevolg van en zo rechtvaardig mogelijke verdeling tot sterke bezitsspreiding kon leiden. Als gevolg van erfdeling kon dit leiden tot mozaïekverkaveling. De kenmerkende kromakkers waren een gevolg van de Middeleeuwse ploegmethode. Om de wateroverlast vanuit de buurnederzetting te voorkomen werden dwars op de rivier kaden of zijdwenden aangelegd. Daarop volgde de aanleg van een achterkade die het water uit de kom diende tegen te houden. Dikwijls werd pas later een kade langs de rivier aangelegd, omdat de stroomrug al hoger lag.
Doordat nu het gebied aan alle kanten door kaden was omringd, ontstonden de zelfstandig gereguleerde dorpspolder. Rond de elfde eeuw startte men met de bouw van rivierdijken en rond 1300 waren de dijkringen overal gesloten. Doordat de rivier nu
Historische kaart 1773
| 23
24 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
Kaarten van de oude gemeenten in 1867: Beesd, Varik en Vuren.
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
opgesloten zat tussen de dijken en daar bij hoog water flink werd opgestuwd, teisterden dijkdoorbraken en overstromingen het gebied veelvuldig. Wielen, verhalen van verdronken dorpen en overslaggronden zijn de stille getuigen. Door het overstromingsgevaar werden boerderijen op van nature hoger gelegen gronden of opgehoogde woonheuvels, zogenaamde woerden, gebouwd. Dorpen clusterenden veelal samen tegen de dijk, waardoor veel dorpen het karakter van een dijkdorp kregen. In de 19de eeuw kwam door de industrialisatie de fruitteelt sterk tot bloei. De oorspronkelijke hoogstamboomgaarden zijn door landbouwsubsidies grotendeels vervangen door laagstamboomgaarden of verdwenen. Op de oeverwallen en (fossiele) stroomruggen waren de nederzettingen ontstaan. Zo ook langs de Linge en Waal, waar de dijkdorpen bijna in elkaar doorlopen. Er zijn twee vormen te onderscheiden: het gestrekte en het concentrische dorp. Onder de eerste vorm vallen dorpen als Beesd, Deil, Erichem, Meteren, Rumpt, Waardenbrug en Geldermalsen. Deze hebben een planmatig karakter van parallelle wegen (voor- en achterstraat) met daaraan huizen, en zijn waarschijnlijk recenter dan de concentrische dorpen. Deze concentrische dorpen hebben soms een brink en ‘rondweg’. Enspijk, Tricht, Buurmalsen en Est hebben min of meer dit karakter.
Daarnaast zijn er (in de 13e eeuw) gestichte steden om als politieke of economische machtsbasis te fungeren, waaronder Buren, Asperen en Heukelum. Hier lag naast de planmatig opgezette stad het kasteel van de landheer.
Archeologische (verwachtings)waarden Streekplan Gelderland, 2005.
De rijkdom van de boeren was veelal af te lezen aan de boerderij. Vele fraaie exemplaren sieren het rivierengebied, in de kom op een terp, op de oeverwal of aan de dijk. Om de status te verhogen werd soms een gracht rond de boerderij aangelegd, waar zwanen in zwommen en vee uit kon drinken. Ook zijn er veel restanten van (laatmiddeleeuwse) kastelen te vinden; soms rest alleen nog een gracht of naam, soms een monumentaal pand. Deil kende er zelfs zeven van dergelijke ridderhoven! Tot in de jaren ‘30 van de vorige eeuw lag het rivierengebied (ruimtelijk en sociaal) vrij geïsoleerd. Vele pondjes verbonden de dorpen over de rivier, maar veelal was er enkel contact met de marktplaatsen. De dijken vormden de belangrijkste handelroutes. Daarnaast onderhield vaak elk dorp een eigen polder in het komgebied, met een eigen ontwateringssysteem en gescheiden door lage kades. Het water vormde wel een belangrijke vorm van transport: de rivieren waren belangrijke verbindingen als ze niet droog stonden of bevroren waren. Dat het water voor transport een belangrijke route vormde, blijkt ook uit de Bisschopsgraaf die ’s winters tussen Culemborg en de Linge beter begaanbaar was dan de kleiwegen door de kom. De aanleg van de Straatweg vanaf Culemborg via Geldermalsen naar Waardenburg (en verder) rond 1845 was een grote verbetering.
Van west naar oost werd later door de Tielerwaard eveneens een weg van Gorinchem naar Tiel aangelegd, die later de basis vormde voor
Historische geografie Streekplan Gelderland, 2005.
| 25
26 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
Bestaande, voormalige en mogelijke locaties van kastelen in Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen op de kaart van ca. 1850.
Het huis of kasteel te Enspijk
Kasteelterreinen in Tuil
Het Hof te Tricht
Grachten in Varik?
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
de A15. Het spoor Utrecht-Den Bosch werd rond 1868 aangelegd en vormde een belangrijke (sociale) ontsluiting van het rivierengebied met Utrecht en Brabant. Het spoor Gorinchem-Geldermalsen en Geldermalsen-Tiel is eveneens van rond deze tijd. Een belangrijke industrie vond plaats in de uiterwaarden: de baksteenfabrieken. Grote delen van de klei in de uiterwaarden werd hiertoe afgegraven, gebakken tot stenen en via het water afgevoerd. De landbouwkundige situatie werd in de 20ste eeuw verbeterd door de ruilverkaveling: Tielerwaard-West (stemming in 1958) en Lek en Linge (stemming in 1969). De kommen zijn door deze ruilverkavelingen geschikt gemaakt voor de agrarische bewoning en bedrijfsvoering, welke zich van gemengd bedrijf naar (melk)veehouderij specialiseerde. Daarmee werden een aantal historische lijnen uitgewist, maar werd de ruimte ook functioneel gescheiden met reservaten voor natuur, recreatieterreinen en provinciale ontsluitingswegen (zodat de hoofdroute niet meer over de dijk liep). Een aantal kernen binnen de huidige gemeenten vormden voorheen een eigen bestuurlijke eenheid. De steden Asperen en Heukelum waren gedurende de Middeleeuwen zelfstandige graafschappen en behoorden later tot (Zuid-)Holland. Samen met de oude gemeenten Vuren en Herwijnen vormen ze nu gemeente Lingewaal.
In 1886 bestonden ook nog de gemeenten Haaften, Waardenburg, Est en Opijnen, Varik en Ophemert, nu gemeente Neerijnen en de gemeenten Deil, Geldermalsen, Buurmalsen en Beesd, nu gemeente Geldermalsen.
Topografische kaart van rond 1900
| 27
28 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
2.4.2 Bijzondere verhalen en plekken De rijke geschiedenis heeft een groot aantal volksverhalen opgeleverd, waaronder dat van Faust in kasteel Waardenburg en Tuil als hoofdstand van het mysterieuze Teisterband. De vele verhalen zijn nu vaak nog maar slecht bekend, laat staan afleesbaar aan het landschap.
Smalle, besloten percelen langs de Diefdijk
Fysieke sporen in het landschap zijn eveneens talrijk. Kenmerkende historische elementen zijn bijvoorbeeld: landbouw: . oude akkercomplexen met kromakkers en (meidoorn)hagen; . (hoogstam)boomgaarden (met windsingels); . populierenbossen en grienden; . eendenkooien. waterstaat: . rivierdijken, zij- en achterkades, meidijken; . wielen en andere doorbraakreleicten; . bruggen, dammen, sluizen en poldermolens; . sloten en weteringen.
Boomgaard met windsingel op Mariënwaerdt
verkeer: . dijkwegen; . trekvaarten; . (rijks)wegen met bijbehorende wegbeplanting. bewoning: . woonheuvels, bv. De Woerd en Gansheuvel ten noorden van de Linge; . oude boerderijen met erfbeplanting; . (voormalige) kastelen (bv. huis te Meteren, Palmestein en Ravestein); . landgoederen (bv. Mariënwaerdt en Noordenhoek), kloosters en abtdijen (Klooster van Zennewijnen, Abtdij van Ophemert, Mariënwaerdt).
Boerderij ‘De Woerd’ op een opgeworpen hoogte
defensie: . forten en werken met verboden kringen; . betonnen veldwerken en relicten veldstellingen; . inundatiesluizen, -velden en -kanalen.
2.4.3 Nieuwe hollandse waterlinie De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een 19de eeuwse verdedigingslinie die van Muiden in Noord-Holland naar Werkendam in Noord-Brabant loopt. Zij bestaat uit een stelsel van inundatiekommen met daartussen accessen die niet onder water konden worden gezet. Op deze accessen werden versterkingen aangelegd, zo ook rond de Linge.
Molen ‘De Vlinder’ langs de Linge
In de gemeente Geldermalsen liggen o.a. Werk aan de Diefdijk, een klein fort uit 1880 dat de spoorlijn verdedigt, en Fort bij Asperen uit 1845 dat de Linge en de inundatiesluizen verdedigt. Vooral de draaiende spoorbrug en de waaiersluizen in de Linge zijn unieke elementen
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
van de waterlinie. In het Werk aan de Diefdijk wordt tegenwoordig gewoond en in het Fort bij Asperen is een kunstgallerij met drinkgelegenheid gevestigd. Fort aan de Nieuwe Steeg en Fort bij Vuren liggen in de gemeente Lingewaal. Fort aan de Nieuwe Steeg is een groot fort uit 1878 dat prachtig gesitueerd ligt in de leegte van de Tielerwaard. In het fort heeft zich onlangs de stichting GeoFort gevestigd, met het doel het fort als museum open te stellen. Het Fort bij Vuren uit 1844 is ook een groot fort met toren, contrescarpgalerij, kazerne en unieke draaibrug. De fortwachter woont op het fort en ontvangt mensen in zijn herberg en eet- en drinkgelegenheid. Beide forten worden gepacht van de eigenaar, Staatsbosbeheer. De inundatievlakte was een open gebied, waarbij de verdediger goed zicht had over het veld. Dit veld stond blank met een halve meter hoog water en rond de ondoordringbare moeraszones vormde zich een watervlakte waarbij men niet zag waar de verraderlijke sloten liepen. Rond de forten lagen verboden kringen, het schootveld, waarbinnen niet anders dan in hout gebouwd mocht worden. Tussen de forten lag een stelsel van loopgraven, betonnen groepschuilplaatsen, tankgrachten en versperringen.
Nieuwe Hollandse Waterlinie (Kaart Provincie Utrecht)
De forten hebben nu allemaal een andere bestemming gekregen. Toch is er nog veel zichtbaar van de linie. Langs de Diefdijk zijn nog veel relicten te vinden en de openheid of ondoordringbaarheid kenmerkt nog de inundatiekommen.
2.4.4 Dorpen en boerderijen Omdat de boerderijen van oorsprong op de hogere delen lagen, was de bebouwing geconcentreerd langs de dijken of op een brede oeverwal of stroomrug gelegen. Aan de lintdorpen als Spijk en Opijnen is dit nog goed te herkennen. Daarbij kan nog onderscheid worden gemaakt in de dijkwoningen die op gelijke hoogte met de dijk staan (bv. Rumpt, Hellouw, Deil, Enspijk, Beesd), de woningen die langs een straat parallel aan de dijk staan (bv. Opijnen, Varik) en de woningen die aan een straat haaks op de dijk staan (bv. Haaften, Neerijnen, Tuil, Buurmalsen, Tricht). Bij bijvoorbeeld Waardenburg, Neerijnen en Varik zijn delen van de dorpen door de rivier verslonden. Geleidelijk komen de dijkdorpen op steeds smallere oeverwallen te liggen, overgaand in de Hollandse dijklinten waar de achterkant van het perceel aan het veenweidegebied grenst. In het landgebruik rond de dorpsreeksen Ophemert, Waardenburg, Herwijnen en Vuren aan de Waal of Buurmalsen, Enspijk, Gellicum en Spijk aan de Linge zijn de smaller wordende oeverwallen goed te herkennen. Als de enige steden in het plangebied liggen Asperen en Heukelum tussen de hoge dijken in de bochten van de Linge. Ze hebben in tegenstelling tot de meeste dorpen geen organisch gegroeide structuur, maar een planmatige opbouw met middeleeuwse vestingwerken. Fort Asperen
| 29
30 |
HET LANDSCHAP VAN GELDERMALSEN, LINGEWAAL EN NEERIJNEN
Op een enkele wind- of watermolen na stond er bijna geen bebouwing in de kom. In het oostelijk deel, op de stroomruggen van de gemeente Neerijnen, lagen wel enkele hoeves, maar niet meer dan enkele tientallen. De dorpen Est en Meteren liggen als uitzondering niet aan het water, maar als soort esdorp te midden van bouwlanden. Est (en ook Buurmalsen) bezit ook een brink waar het vee werd verzameld voordat het naar de gemeenschappelijke weiden ging. De meeste kernen hebben in de tweede helft van de vorige eeuw een uitbreidingswijk gekregen vanaf de dijk richting de kom. Alleen Geldermalsen is verder uitgedijd tot een subregionaal centrum met voorzieningen. Voor speciale voorzieningen is men aangewezen op steden als Tiel, Culemborg, Zaltbommel en Gorinchem of nog verder Den Bosch en Utrecht. In de kom zijn zogenaamde boerderijstraten aangelegd, waarbij de boerderijen op regelmatige afstand van elkaar aan een globaal oostwest georiënteerde weg liggen.
Verplaatsing van de boerderijen in het kader van de ruilverkaveling Tielerwaard-West
LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN
2.4.5 Bedrijvigheid Over het hele buitengebied van de gemeente zitten verschillende soorten bedrijvigheid verspreid zoals horeca, bouwbedrijven, tuincentra, metaalbewerking en adviesdiensten. Deze zijn voornamelijk geconcentreerd op de oeverwallen met een enkel bedrijf in de boerderijstraat in de kom. Tot voor kort waren er verschillende steenfabrieken actief langs de Waal. De betonfabriek in Vuren is hiervan nog een erfstuk. Tussen Waardenburg en Haaften liggen grote bedrijven op het gebied van (auto)verkoop en distributie. Bij Geldermalsen vormt de veiling een groot complex aan de westkant van de kern. Aan de oostkant liggen verschillende bedrijven waaronder een aantal grote distributiehallen. Verspreid over het gebied bevinden zich nog verschillende bedrijven op het gebied van groenvoorziening, installatie en bouwnijverheid, dienstverlening en horeca.