CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2023-019 bijlage Ensembleboek 5 De Waaldorpen van Ophemert tot Neerijnen.pdf

Gemeenteraad 28 maart 2023, gemeente West BetuweBij agendapunt: 10: Voorstel vaststellen Landschapsontwikkelingsplan (LOP) West Betuwe, met de zeven bijbehorende landschapsensembleboeken3.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ENSEMBLEBOEK 5 VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN MAART 2023

Onderdeel van het Landschapsontwikkelingsplan West Betuwe 2023

Inhoud 1.

Het gebied van de Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen in vogelvlucht

3

2.

Opgaven voor de Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen

4

2.1.

Opgaven uit de omgevingsvisie

4

2.2.

Overige opgaven

4

3.

Visie en sporen voor de Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen

6

4.

Bouwstenen voor ruimtelijke ontwikkelingen

7

4.1

Werkwijze

4.2

Kernkwaliteiten voor de Poort van de Groene Parel

7 8

5.

Landschapselementen voor de Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen

10

6.

Kansenkaart Biodiversiteit en Landschap Rivierenland

13

Figuur 1 De landschapsensembles van West Betuwe

2 | ENSEMBLEBOEK VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN

1. Het gebied van de Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen in vogelvlucht

Figuur 2 Landschapsensemble met deelgebieden

Aan de noordkant van de grote Waalmeander tussen Tiel en de brug bij Waardenburg ligt een grotendeels agrarisch landschap met kleine dijkdorpen en kastelen. De historische dorpen liggen aan de dijk, uitlopend in linten langs de dijk. Kerktorens markeren de hoeken van bochten in rivier en dijk bij Heesselt en Varik, het verhaal van weggespoelde dorpskernen stil prekend. Het gaat om het oostelijk deel van de gemeente West Betuwe met de dorpen Ophemert, Varik, Heesselt, Opijnen, Neerijnen en Waardenburg langs de Waal. Est wordt bij het landschapsensemble van de Dynamische stroom gerekend. De overgang van oeverwal naar stroomrug en naar (kleine) kom is geleidelijk en minder goed zichtbaar dan ten westen van Haaften. Op de oeverwal liggen boomgaarden en kassen; op de stroomrug voornamelijk boomgaarden en akkers. Hierop liggen grote hoeves met een rijke, oude erfbeplanting, waaronder oude beuken, treurwilgen, notenbomen en (lei)lindes. De wegen zijn summier beplant, waarbij de windsingels van els rond boomgaarden en de erfbeplanting voor beslotenheid zorgen. De sloten lopen grillig in een redelijk fijn netwerk richting de in- en uitlaatpunten in de Linge. Het komgebied 'De Steendert' met als kern het populierenbos onderscheidt zich van de rest van de omgeving door de openheid, de grasvlakte en de wegen die erin doodlopen.

Andere kleine kommetjes bevinden zich tussen Opijnen en Varik (Westerbroek) en tussen Opijnen en Est (Estse Oploop, Tieflaarsestraat). De buitendijkse gronden, de uiterwaarden, hebben een enorme omvang en grote waterplassen. Er is een start gemaakt met grootschalige, zelfregulerende natuurontwikkeling van moerassen, zandbanken, open water, natte en droge ooibossen en nevengeulen, maar een tegenbeweging met het motto 'doe mij maar een gewone koe' is nadrukkelijk aanwezig.

3 | ENSEMBLEBOEK VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN

2. Opgaven voor de Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen 2.1. Opgaven uit de omgevingsvisie

Figuur 3 Bovenstaande uitsnede van de Omgevingsvisie (concept 2021) voor de Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen geeft een indruk van de opgaven die hier in het landschap kunnen worden gestroomlijnd. De zwarte stippellijn geeft de begrenzing van het landschapsensemble. • • •

• • •

Woningbouw is kleinschalig, alleen in de dorpen en kan worden ingepast met verevening. Bedijfsontwikkeling is in de dorpen kleinschalig en kan worden ingepast met verevening. Bedijfsontwikkeling grootschalig kan optreden bij uitbreiding van de glastuinbouw bij Est. Daar is ook klimaatadaptatie en groen-blauwe dooradering met landschappelijke inpassing aan de orde. Zonneparken kunnen worden aangelegd als teeltondersteunende voorziening in de fruitteelt. Biodiversiteit: Basiskwaliteit Natuur. Bijzondere riviernatuur in de uiterwaarden (Natura 2000gebied Rijntakken). Ecologische noord-zuidverbindingen. Recreatief is de beleefbare Waalzone en een gastvrije Waaldijk aangegeven.

2.2. Overige opgaven • • • • •

Voedselproductie in kringlooplandbouw Biodiversiteitsherstel in de vorm van “basisnatuur” en natuurinclusieve landbouw. Populaties steenuil, kamsalamander en grote modderkruiper. De Bossenstrategie: aanleg van bos en landschapselementen. Klimaatadaptatie: waterberging voor piekbuien en droogte, hittestress Circulariteit: kringlopen van producten, materialen en grondstoffen.

4 | ENSEMBLEBOEK VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN

In dit gebied is geen plaats voor grootschalige ontwikkeling van bedrijvigheid en verdere verstedelijking. De ontwikkelingen zijn vooral kleinschalig, deels binnen de dorpen, soms erbuiten. Het omgevinsbeleid moet zich richten op zowel ontwikkeling van cultuurhistorische patronen en beleefbaarheid, recreatie, landschapsbeeld, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Qua beleving is het een landschap voor fijnproevers: veel oude cultuurhistorische objecten en patronen in een eigenlijk nauwelijks veranderd landschap. Nieuwe landgoederen, voedselbossen en kleinschalige ekowoonvormen kunnen hier worden ingepast, mits ze natuur, landschap en recreatieve mogelijkheden versterken en dus ook meerdere andere doelen in zich verenigen. Hier kan de biodiversiteit voor o.a. kamsalamanders en steenuilen worden gestimuleerd, in zowel de fraaie natuur in de uiterwaarden als de landgoederen en kleinschalige binnendijkse gebieden. Dit landschapsensemble kenmerkt zich door stroomruggen in de ondergrond en derhalve door akkerbouw en fruitteelt als vormen van agrarische productie. Hier dient zich de komende jaren een transitie aan naar minder chemie en meer natuurinclusief telen, bijvoorbeeld met behulp van speciale bloemenstroken die natuurlijke vijanden van plaagsoorten aantrekken.

Teeltondersteunende voorzieningen zijn hier op veel plaatsen minder bezwaarlijk dan in de Lingedorpen, maar ook hier kunnen ze afbreuk doen aan de bijzondere beleving van de dijkzone of de rustieke dorpen. Afscherming ervan met bijenhagen als windsingels verdient aanbeveling. Waar het kan is combinatie met zonnepanelen een mooie combinatie. Energietransitie in grootschalige vorm, zoals met windturbines en zonnevelden, kan hier alleen kleinschalig worden toegepast. Het gebruik van natuur, water of agrarische grond daarvoor moet zoveel mogelijk voorkomen worden, om deze hoogwaardigere gebruiksvormen niet te schaden. De Bossenstrategie dient hier vooral ingezet te worden als dit de natuur (N2000, NNN) versterkt, of als er lijnvormige landschapselementen en klimaatkamers mee gerealiseerd kunnen worden. De noordzuidlijnen langs zijdwenden en zijvingen hebben daarbij een hoge prioriteit.

5 | ENSEMBLEBOEK VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN

3. Visie en sporen voor de Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen In het LOP wordt ervoor gekozen om het karakteristieke beeld van afwisselend kleinschalige oeverwallen en stroomruggen met uitzichten naar de uiterwaarden en komgebiedjes te behouden en versterken. Dat kan natuurlijk door de gemeentelijke grond via spoor L1. GEMEENTE, GEEF HET GOEDE VOORBEELD te verrijken met een op Kleurkeur gericht beheer en door de bestaande bermbeplantingen te beschermen en te versterken. Daarnaast dient hier stevig ingezet worden op spoor L2. STIMULEREN VAN ONDEROP. De toegankelijkheid voor de recreërende dorpelingen zou via dit spoor versterkt kunnen worden via groene diensten op vrijwillige basis zonder dat de agrarische bedrijvigheid daar last van heeft. Daarvoor worden voortbouwend op de historische beplantingen enkele nieuwe typen landschapselementen voorgesteld in dit LOP: herenlanen, jonkheersingels en jonkvrouwgaarden. Nieuwe woningen en bedrijven dienen goed te worden ingepast, waarbij de beuken_ en ligusterhagen het erf kunnen sieren. Woningen staan hier en daar dicht op de weg, wat karakteristiek is voor deze stroomruggen. Boerderijen staan veelal op lage natuurlijke of gemaakte verhogingen, een kenmerkend patroon dat kan inspireren bij nieuwbouwplannen.

De initiatieven van onderop kunnen gekoppeld worden aan de ontwikkeling van spoor R3. R 3. KLIMAATKWARTIEREN. Bij de dorpen ligt ook de meeste bedrijvigheid. Populieren en windsingels van elzen vormen een vertrouwd beeld rond kavels, maar verdienen wellicht verrijking met andere soorten als meidoorn, eik en iep. Langs de wegen kunnen hier en daar fruitbomen komen te staan. In de open velden en akkers bieden solitaire bomen (o.a. paardekastanje, linde of eik) een aantrekkelijke aanvulling, die het vee, de biodiversiteit en het landschap ten goede komt. Op de oeverwal dienen agrarische ondernemers de ruimte te krijgen, bijvoorbeeld voor fruitboomgaarden, mits de landschappelijke kleinschaligheid behouden blijft. Kleine natuurterreinen en waterplassen maken eveneens deel uit van de zone langs de dijk. Verbreding van de agrarische sector dient positief te worden benaderd, bijvoorbeeld in geval van productverwerking en -verkoop, voorlichting over landschapsbeheer en ontsluiting voor bewoners en recreanten. De recreatieve ontwikkeling van de oeverwal kan ook verder plaatsvinden door horeca-ondernemers ruimte te geven, en routes aan te leggen en te bewegwijzeren. De vele cultuurhistorische monumenten en plekken bieden volop mogelijkheden, zoals dijkdoorbraken, landgoederen en abdijen.

Nieuwbouw dient daarbij goed te worden ingepast, bijvoorbeeld door hoogstamboomgaarden in combinatie met recreatieve paden.

Daarnaast is het spoor R 1: UIT(me)ERWAARDE in dit landschapsensemble belangrijk. Net als in het LOP van 2008 wordt voorgesteld om langs de Waal dicht bij de dorpen te kiezen voor de uiterwaarden van de 'gewone koe' en verder van de dorpen voor uiterwaarden met een 'natuurlijke' natuurontwikkeling met nieuwe nevengeulen, ooibossen, zandbanken en struinpaden. Vanuit de dorpen zouden wandel- en fietspaden over wandeldijkjes naar de zomerdijk behouden of ontwikkeld moeten worden. Deze zouden ook in de delen van de ooibosontwikkeling met elkaar verbonden moeten worden. De natuur in de uiterwaarden kan vaak een rol spelen bij natuurinclusieve landbouw: extensivering van de bedrijfsvoering en benutting van kruidenrijk gras en hooi. De natuur wordt dan – zonder bemesting en gewasbescherming – beheerd zoals dat sinds eeuwen gebeurd is. Bij voorkeur blijven vlak bij de dorpen 'cultuurlijke uiterwaarden met 'gewone koeien' in de wei en Wilde Bertram in de slootkant'. Daardoor wordt ook het zicht op de dorpen behouden vanaf de rivier en de dijk

6 | ENSEMBLEBOEK VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN

aan de overkant. De uiterwaarden en rivier moeten toegankelijk blijven voor dorpsbewoners. Maak daarom de uiterwaarden met een doorgaand wandelpad van Tiel naar Gorinchem over de zomerdijken verder toegankelijk, ook vanuit de dorpen. Daarbij dient aandacht te zijn voor cultuurhistorische elementen als steenfabrieken, wielen en oude kades. De aanwezige landbouw is daarbij waardevol voor het uitzicht op de Waal en het beheer van de uiterwaarden. De uiterwaarden verder van de dorpen kunnen zich natuurlijker ontwikkelen met zacht ooibos en nevengeulen. Maatregelen in het kader van Ruimte voor de Rivier kunnen samengaan met ontsluiting van de uiterwaarden en natuurontwikkeling. De uiterwaarden nemen op veel plaatsen in natuurlijkheid toe door herinrichting om de rivier meer ruimte te geven. Daarbij kunnen enkele uitzichten verdwijnen en nieuwe doorzichten ontstaan. Deze natuur kan bestaan uit zacht houtooibos en nevengeulen, plaatselijk ontsloten door paden. Op zorgvuldig gekozen plekken moeten dorpelingen ook bij de rivier kunnen blijven komen door 'waardpaden', 'knuppelpaden' en 'oversteken' aan te leggen. De agrariër zal daarbij een constante rol kunnen blijven spelen, bijvoorbeeld in het natuurinclusief onderhoud van graslanden, landschapselementen en paden.

De ruimte voor de rivier, de ecologische hoofdstructuur en het cultuurhistorische uiterwaardenlandschap dienen in ieder geval in evenwicht te worden ontwikkeld. In dit landschapsensemble is spoor R2. BLAUWE BOEZEM EN GROENE RIBBENKAST van een ander karakter dan in de grote Tielerwaard. In dit landschapsensemble zijn de komgebieden veel kleiner en is van dorpspolders geen sprake Hier zullen de wegen door de kleine komgebieden tussen oeverwal en stroomruggen volgens het LOP juist weinig of geen beplanting krijgen. Hier kunnen de sloten wel bredere oevers en bijbehorende beplanting krijgen. Het waterschap kan op deze manier ook haar bergingsopgave vervullen. In de kommetjes zijn openheid en natte bosjes te vinden. De typerende doodlopende weggetjes dienen in de kommen wel te worden gehandhaafd! Wellicht kunnen er langs de verbrede oevers meteen ook nieuwe wandeldijkjes. . In De Steendert dient primair ruimte te blijven voor weidebouw, weidevogels en andere natuur. Het blijft open en onbebouwd. Het is juist een kernkwaliteit dat de wegen hier nog doodlopen in de leegte van de kom, enkel toegankelijk gemaakt via een fietspad. Het bos in het kommetje is nu grotendeels in eigendom en beheer van het Staatsbosbeheer. Verrommeling van de randen moet echter wel worden voorkomen.

De landbouwsector zal er samen met het waterschap in moeten slagen oplossingen te vinden voor waterberging in de haarvaten van het watersysteem.

4. Bouwstenen voor ruimtelijke ontwikkelingen 4.1 Werkwijze Bij een projectidee of initiatief (op lokaal niveau), bijvoorbeeld een bedrijfsuitbreiding in het landelijk gebied: Stap 1. neem het goede ensembleboek Stap 2. bekijk in het uitvoeringsprogramma of er al projecten zijn die aansluiten bij het idee en bekijk hoe daarop verder kan worden aangesloten Stap 3. inventariseer de “kernkwaliteiten natuur en landschap” , de “kernkwaliteiten nationale landschappen” en de kernkwaliteiten zoals beschreven in de Streekgidsen. Stap 4. bepaal de grondslagen voor eventuele verevening aan de hand van doelen en mogelijkheden Stap 5. ontwerp samen met de betrokkenen nieuwe of herstelde landschapselementen met opgaven, bouwpakket en ontwikkeldoelen; probeer zoveel mogelijk doelen te “stapelen”: voedselproductie, natuurontwikkeling, landschap(sbeeld), waterberging en andere doelen voor klimaatadaptatie, circulariteit en energievoorziening, evt. wonen/bedrijvigheid, etc.

7 | ENSEMBLEBOEK VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN

4.2 Kernkwaliteiten voor de Poort van de Groene Parel Bij de uitwerking van plannen voor initiatieven in dit landschapsensemble is het een verplichting vanuit de provinciale omgevingsverordening dat er rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen zoals die in de omgevingsverordening en in de streekgids zijn vastgelegd (zie Streekgids Betuwe-Tielerwaard (BoschSlabbers, 2021) pag. 87-97). De visie van het LOP helpt bij de omgang met de kernkwaliteiten. KERNKWALITEITEN natuur en landschap (Omgevingsverordening Provincie Gelderland) https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.9925.PVOmgverordeningGCgc08/b_NL.IMRO.9925.PVOmgverordeningGC-gc08_733.pdf waar nodig aangepast aan de deelgebieden zoals ze in het LOP West-Betuwe zijn gedefinieerd.

deelgebied 49 Ophemert - Neerijnen: • gebied van stroomruggen, agrarisch cultuurlandschap; veel fruitteelt; modern • kastelen Ophemert, Neerijnen en Waardenburg • leefgebied steenuil en kamsalamander • karakteristieke, kleinschalige oeverwal met rijke afwisseling van boomgaarden en bouwlanden, landgoederen, beeldbepalende boerderijen, verspreide bebouwing, buurtschappen, dorpen, kasteelterreinen • kleine karakteristieke, matig grootschalige, open kommen met weidebouw (onder andere De Steendert) • lintbebouwing op de smalle oeverwal langs de Waal deelgebied 148 Waluiterwaarden Waardenburg - Brakel: • Dynamische rivier met actieve geologische en geomorfologische processen, water-, sediment- en diasporentransport en ecologisch kerngebied én verbinding tussen Midden-Europa en de Noordzeekust • Noord- en zuidoever Waal met variabel, grotendeels agrarisch, maar ook industrieel cultuurlandschap en natuurcomplexen: Rijswaard, Crobsche Waard • A-locatie bos: Rijswaard Neerijnen: een aantal geïsoleerd liggende grienden en doorgeschoten schietwilgenbos in de uiterwaard; van belang vanwege potenties voor zachthout- en hardhoutooibos en epifyten op oude stoven, waarvan Rodelijstsoorten • leefgebied steenuil • leefgebied kamsalamander • waarden voor weidevogels, water- en moerasvogels, vleermuizen, amfibieën, vissen en bever • plaatselijk kleinschalige landschappen met strangen, hagen en

singels, knotwilgen en ooibos • cultuurhistorische waarden van de uiterwaarden, oude kavelpatronen, doorbraakkolken, waterstaatswerken (kades en sluisjes), kleiwinningen • onbebouwdheid van de uiterwaarden (enkele boerderijen en steenfabrieken) • rust, ruimte en donkerte m.u.v. de omgeving van stedelijke gebieden • abiotiek: aardkundige waarden (o.m. reliëf van oeverwallen, strangen en andere stromingspatronen), kwel, bodem • ecosysteemdiensten: recreatie, wateropvang en -afvoer ONTWIKKELDOELEN natuur en landschap (Omgevingsverordening Provincie Gelderland) deelgebied 49 Ophemert - Neerijnen: • ontwikkeling parkachtige structuren met water en moeraszones • vermindering barrièrewerking A15/-Betuwelijn en N830 • ontwikkeling (oude) bossen, bosranden en overgangen naar cultuurgronden • ontwikkeling biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën en vogels van cultuurlandschappen

8 | ENSEMBLEBOEK VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN

• ontwikkeling landgoedstructuren, cultuurhistorische patronen en beheersvormen deelgebied 148 Waaluiterwaarden: • Ontwikkeling stroomdalgraslanden en glanshaverhooilanden •ontwikkeling water- en oeverhabitats •ontwikkeling hard- en zachthoutooibossen •ontwikkeling moerassen, ruigteranden en laag gelegen bloemrijke graslanden •ontwikkelen weidevogelpopulaties •ontwikkeling populaties van water-, oever- en moerasvogels •ontwikkelen biotopen voor vlinders, reptielen en amfibieën, w.o. kamsalamander •ontwikkeling populatie bevers (en otters) • vermindering barrièrewerking A2 en spoorlijn • ontwikkeling coulissenlandschap met strangen, knotwilgenrijen en meidoornhagen (evenwijdig aan de stroom) met lokaal doorzichten op de rivier, dorpen en steden •behoud reliëf oeverwallen, strangen en andere stromingspatronen Zie ook Streekgids Betuwe-Tielerwaard (BoschSlabbers, 2021) pag. 87-97 (99%-versie). De ideeën hierin sluiten naadloos aan bij de visie van dit landschapsensemble.

9 | ENSEMBLEBOEK VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN

5. Landschapselementen voor de Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen

Figuur 4 Landschapsensemble met deelgebieden en advies landschapselementen

10 | ENSEMBLEBOEK VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN

11 | ENSEMBLEBOEK VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN

12 | ENSEMBLEBOEK VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN

6. Kansenkaart Biodiversiteit en Landschap Rivierenland Deze “kansenkaart” toont een soms gedetailleerde visie op het landschap en de kansen voor biodiversiteit, groen-blauwe dooradering, waterberging en waterkwaliteit, landschappelijke aspecten van energietransitie en verstedelijking en recreatief medegebruik. De kansenkaart bouwt verder op het hierboven afgebeelde “advies landschapselementen”, maar integreert daarin ook andere specifieke biodiversiteitselementen (doelsoorten). Beide zijn gebaseerd op een integrale visie op de functies van het landschap.

Figuur 5 Kansenkaart Biodiversiteit en Landschap 2022 De kaart is onderdeel van de Visie Biodiversiteit en Landschap die is ontwikkeld voor de Regio Rivierenland (het westelijk deel: Regio Rivierenland) en tevens voor de Beheerstrategie van het Agrarisch Collectief Rivierenland voor het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) 2023 – 2028, het gehele Rivierengebied van Lobith tot Loevestein). Hij bevat naast de ingrediënten van de visie ook veel informatieve lagen met bijvoorbeeld beleidscategorieën, zoals Gelders natuurnetwerk (GNN), prioritaire gebieden voor het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW), het watergangennetwerk van Waterschap Rivierenland, kadastrale percelen, etc. De kaart is gemaakt in QGIS en is ook het gemakkelijkst te gebruiken als webtoepassing. Die is nog niet beschikbaar. Daarom volgt hier een legenda die een voorlopige weergave geeft in hoofdzakelijk schaal 1:50.000. Voor een aantal legenda-eenheden is ook achtergrondinformatie gegeven voor het beoogde gebruik in de praktijk, vergelijkbaar met de aanwijzingen in figuur 4.

13 | ENSEMBLEBOEK VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN

Landschappelijke hoofdstructuur: Landschapstypen: Uiterwaard (buitendijks), tussen winterdijk en rivier Stroomruggen binnendijks, met aanduiding groen-blauwe dooradering: maaswijdte 100 – 200 m, 5 – 10 m breed: bosstroken, struweelhagen, bomenrijen, boomgaardstroken, ruigtestroken, kruidenrijke graslanden en bermen, natuurvriendelijke oevers, poelen; Dynamische zones, “klimaatkwartieren”: overgangsgebieden tussen stroomruggen en komgebieden, veelal langs grote weginfrastructuur waar verstedelijking verwacht kan worden (bedrijventerreinen, woningbouw, kassenbouw); groen-blauwe dooradering: maaswijdte ca. 50 - 100 m, 5 – 10 m breed, proactief aanleggen voor o.m.

biodiversiteit en groene uitstraling, hittestress, waterberging en recreatie; natuurinclusief bouwen Komgebieden, met aanduiding groen-blauwe dooradering: maaswijdte 200 – 500 m, 10 – 20 m breed: weidevogelgraslanden, kruidenrijke weilandstroken, rietbermen, natuurvriendelijke oevers, (knot)wilgenrijen, griendstroken en broekbosstroken; poelen Zoekzone boezem: waterberging, natte hooilanden en weidevogelgraslanden, grienden en energieparken langs infrastructuur, achterkades dorpspolders, ook benutten voor recreatieve infrastructuur Rivierduincomplex, bos en droge ontginning, droge dooradering zoals stroomruggen: maaswijdte 100 – 200 m, 5 – 10 m breed Stedelijk gebied: droge dooradering zoals klimaatkwartieren, waar mogelijk: maaswijdte ca. 50 - 100 m, 5 – 10 m breed, voor o.m. biodiversiteit en groene uitstraling, hittestress, waterberging en recreatie; natuurinclusieve herinrichting voor insecten, (broed)vogels, vleermuizen en kleine zoogdieren, zoals egels, gevel- en daktuinen.

Lijnvormige landschappelijke hoofdstructuur: grote rivier met gemeentegrens klein water (riviertje, kanaal of wetering) en autoweg rivierdijk (winterdijk) van de grote rivieren; structuurdrager dwarskade van oude dorpspolder: herinrichten voor ecologische en recreatieve infrastructuur (dorpsommetjes), waterberging en cultuurhistorische herkenbaarheid; zie suggesties groen-blauwe dooradering, richtlijn: 20 – 30 m breed Kansen doelsoorten kansen patrijs kansen kamsalamander kansen grote modderkruiper

14 | ENSEMBLEBOEK VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN

kansen knoflookpad Voor de overige legenda-eenheden wordt verwezen naar het lagenpaneel in QGIS: Dit is dynamisch: er kunnen lagen aan worden toegevoegd en worden verwijderd, en uiteraard worden aan- of uitgezet.

15 | ENSEMBLEBOEK VOOR DE WAALDORPEN VAN OPHEMERT NAAR NEERIJNEN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/555/documents/12018