RV2022-132-bijlage-Herontwikkeling Hondelinkstraat-Mierasstraat, Beesd-Toelichting.pdf
Tekst van het document
32
bestemmingsplan Herontwikkeling Hondelinkstraat/Mierasstraat, Beesd
stedelijk). Het plangebied is gelegen in de rest bebouwde kom van de gemeente West-Betuwe. Verkeer Het plan leidt niet tot wijzigingen in de bestaande verkeerskundige structuur en situatie. De nieuwe woningen worden op exact dezelfde wijze ontsloten als in de bestaande situatie, namelijk via de Burg. Hondelinkstraat en Mr. Mierasstraat. Om de verkeersgeneratie te bepalen is aangesloten bij de CROW-kencijfers voor 'huur, huis, vrije sector' met bovenstaande parameters (niet stedelijk, rest bebouwde kom). Gelet hierop is er sprake van 7,4 * 11 = ca. 81 verkeersbewegingen/etmaal. Dit is een toename van ca. 22 verkeersbewegingen/etmaal ten opzichte van de oude situatie. De geringe toename van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het plan is dusdanig gering dat er geen knelpunten zullen ontstaan ten aanzien van de doorstroming van het verkeer en de verkeersveiligheid. Parkeren Het nieuwbouwplan voorziet in de bouw van 11 gelijkvloerse woningen, waarvan zes aan de Mierasstraat en vijf aan de Hondelinkstraat. Er geldt op basis van het Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019 een maximale parkeernorm van 1,6 parkeerplaatsen per woning (waarvan 0,3 per woning voor bezoekers). De totale parkeerbehoefte van het plan bedraagt daarmee 18 parkeerplaatsen (waarvan 3 voor bezoekers) In de huidige situatie is er sprake van langsparkeren bij de woningen aan de Hondelinkstraat/Mierasstraat.
Hierbij is er ruimte voor twee rijen van 7 parkeerplaatsen, in totaal 14 parkeerplaatsen. Dit is in de huidige situatie voldoende gebleken. In de nieuwe situatie is dit nagenoeg voldoende om te voorzien in de parkeerplaatsen voor bewoners. Voor de aanvullende parkeerplaats voor bewoners en 3 bezoekersparkeerplaatsen dient gezocht te worden binnen het stedenbouwkundig plan, of, in overleg met de gemeente, elders in de wijk. Gelet op dit zijn er voldoende aanknopingspunten om te voldoen aan de geldende parkeernorm van de gemeente West Betuwe.
5.11
Water
5.11.1 Inleiding Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De waterparagraaf geeft een beschrijving van de beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie en wateropgaven in het plangebied, (motivatie van) meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde, is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt. 5.11.2 Huidige situatie waterhuishouding Bodemopbouw en grondwater Het plangebied is gelegen in een strook landelijk poldergebied tussen de stedelijke kernen van Geldermalsen en Leerdam, met als bodemclassificatie kalkhoudende poldervaaggronden; zware zavel en lichte klei, profielverloop 5 (bodemtype Rn95A, bron: PDOK Viewer). Het maaiveld ligt op circa 2m + NAP (bron: AHN). Oppervlaktewater Op ca. 200 meter ten westen van het plangebied loopt een A-watergang. Op ca. 200 meter ten oosten van het plangebied loopt een C-watergang. Op ca. 400 meter ten zuidoosten van het plangebied stroomt de Linge. De ontwikkelingen van het plangebied liggen niet in de invloedssfeer van deze oppervlaktewateren.
bestemmingsplan Herontwikkeling Hondelinkstraat/Mierasstraat, Beesd
33
Uitsnede Legger Waterschap Rivierenland met de aanduiding van de desbetreffende watergangen Hemelwater In het plangebied is sprake van herontwikkeling, waarbij sprake is van een kleine toevoeging van verhard oppervlak ten opzichte van de huidige situatie. Bestaand verhard oppervlak wordt verwijderd en nieuw verhard oppervlak wordt aangelegd in de vorm van twee woonblokken en parkeerplaatsen. Echter, de toename van verhard oppervlak is verwaarloosbaar Vuilwater Het afvalwater wordt op doelmatige wijze afgevoerd via de riolering. Het water wordt opgevangen en aangesloten op de bestaande rioolleiding onder de Mierasstraat en Hondelinkstraat. Natuurwaarden Het plangebied is niet gelegen in de invloedssfeer van beschermde natuurgebieden (Natura 2000, NNN) of binnen hydrologische beschermingszones. 5.11.3 Waterbeleid Waterbeheerplan 2016 - 2021 Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 "Koers houden, kansen benutten" bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Zo is het van belang dat er bij nieuwe ruimtelijke plannen voldoende waterberging wordt gecreëerd om wateroverlast bij hevige regenval te voorkomen.
De benodigde ruimte voor compenserende waterberging wordt berekend op basis van maatgevende regenbuien, de toename aan verhard oppervlak en de maximaal toelaatbare peilstijging. Het waterschap hanteert een eenmalige vrijstelling van compensatieplicht voor een toename aan verharding
34
bestemmingsplan Herontwikkeling Hondelinkstraat/Mierasstraat, Beesd
van 1.500 m2 in het buitengebied en 500 m2 in het stedelijk gebied. Het planvoornemen voorziet in een toename van 297 m2 aan verharding. Hiermee valt de toename aan verharding binnen de eenmalige vrijstelling van compensatieplicht; het plan past daarmee binnen het Waterbeheerplan 2016-2021. Keur waterkeringen en wateren In de Keur waterkeringen en wateren (Waterschap Rivierenland) staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Het plangebied wordt begrensd door een tweetal watergangen, aan de noord- en zuidzijde van het plangebied. De planontwikkeling ligt niet binnen de invloedssfeer van de A-watergang en haar beschermingszones. Aan de zuidzijde wordt een duiker gerealiseerd om het plangebied infrastructureel te kunnen ontsluiten met de Parallelweg. Op de aanleg van deze duiker wordt nader ingegaan in de volgende paragraaf, alinea waterlopen. 5.11.4 Gevolgen voor de waterhuishouding Wateroverlast Inrichting en beheer van het waterhuishoudkundig systeem op de locatie dient te zijn gericht op het voorkomen van wateroverlast voor wegen en bebouwing en het voorkomen van schade aan de volksgezondheid door bijvoorbeeld vochtige kruipruimten, stilstaand water en onveilige oevers.
Ter plaatse ligt de grondwaterstand voldoende diep onder het maaiveld. Hiermee is er afdoende ontwateringsdiepte, waarmee aan de normen met betrekking tot drooglegging kan worden voldaan. Afkoppeling en waterberging Op basis van het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen dient te worden voorkomen dat door bebouwing en verharding een versnelde waterafvoer plaatsvindt. De gemeente streeft naar het vasthouden van gebiedseigen water door benutting van de natuurlijke bergingscapaciteit van bodem en oppervlaktewater. Transport van schoon hemelwater via de riolering moet worden vermeden. Het hemelwater dient zoveel mogelijk te worden afgekoppeld van het rioleringsstelsel en op eigen terrein worden verwerkt. Indien dit niet mogelijk is kan in overleg met het waterschap worden bekeken in hoeverre vertraagde afvoer naar het oppervlakte water mogelijk is. Het aanpakken van de waterproblematiek (korte, heftige regenbuien en langdurige perioden van droogte) is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van burgers, bedrijven, overheden en instellingen. Binnen de mogelijkheden zal iedereen zijn of haar steentje bij moeten dragen en samen bereik je meer. Water alleen zo snel mogelijk afvoeren is niet genoeg; het moet opgevangen worden, vastgehouden en, waar mogelijk, gebruikt of geïnfiltreerd worden in de bodem.
Om in de waterberging per kavel te voorzien wordt gebruik gemaakt van waterbergende schuittingen (Rainblock). Hiermee kan dakwater afgevoerd worden op individuele schuttingcompartimenten. Elk schuttingcompartiment, die als modules gestapeld kunnen worden biedt een capaciteit van 660 liter. Hiermee kan water gemakkelijk vertraagd afvoerd worden richting de bodem en is er ruim voldoende waterbergende capaciteit om te voorzien in een goede waterhuishouding.
bestemmingsplan Herontwikkeling Hondelinkstraat/Mierasstraat, Beesd
35
Impressie plaatsing bergende schuttingcompartimenten (Rainblock) Afvoer schoon- en vuilwater In het kader van het bevorderen van het duurzaam omgaan met water is het beleid van de gemeente en het waterschap erop gericht om schoon hemelwater af te koppelen van het gemengde rioolstelsel (of niet aan te koppelen). Hemelwater dat van de daken af stroomt is aan te merken als schoon. Verontreiniging van hemelwater afkomstig van daken dient primair te worden voorkomen door toepassing van niet-uitlogende materialen (zoals bv lood, koper en zink). Zuivering van dit water is daarmee dan ook niet noodzakelijk. . Het (schone) hemelwater van de nieuwe woning en verhardingen zal worden afgekoppeld en niet op de riolering worden aangesloten, maar in de bodem worden geïnfiltreerd. De gemeente streeft naar een goede waterkwaliteit, die voldoet aan de gestelde eisen. Van belang is dat zo min mogelijk vervuilende stoffen worden toegevoegd aan het grond- en oppervlaktewatersysteem. Alleen schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de bodem en/of het oppervlaktewater.
Watertoets Voor onderhavig plan is de watertoets uitgevoerd en bijgevoegd als bijlage bij deze onderbouwing. De watertoets is bedoeld om ruimtelijke plannen meer waterbestendig te maken, waarbij wateraspecten vroegtijdig en expliciet worden meegenomen in ruimtelijke plannen en bij locatiekeuzen. De watertoets voor dit plan heeft plaatsgevonden via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl). Het Waterschap Rivierenland wordt betrokken bij de verdere bestemmingsplanprocedure. Voor de volledigheid is het advies dat voortvloeit uit de digitale watertoets opgenomen als Bijlage 8 bij deze toelichting. Uit deze digitale watertoets blijkt dat de normale procedure voor uitvoering van het planvoornemen doorlopen kan worden.
36
bestemmingsplan Herontwikkeling Hondelinkstraat/Mierasstraat, Beesd
5.11.5 Conclusie Uit bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor het planvoornemen.
bestemmingsplan Herontwikkeling Hondelinkstraat/Mierasstraat, Beesd
37
38
bestemmingsplan Herontwikkeling Hondelinkstraat/Mierasstraat, Beesd
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische regeling
Inleiding
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.
6.2
De regels
De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouwen gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan 'Herontwikkeling Hondelinkstraat/Mierasstraat, Beesd' zijn opgebouwd conform de door de SVBP2011 voorgeschreven systematiek en zijn gebaseerd op de regels van het vigerende bestemmingsplan 'Beesd 2018'. De regels omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels, en ten slotte de overgangs- en slotregels. 1. Inleidende regels Dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel 'begripsbepalingen' waarin is toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is 'Wijze van meten', waarin is aangegeven hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. 2. Bestemmingsregels Dit hoofdstuk betreft een nadere verklaring van de bestemmingen die op de verbeelding zijn aangegeven.
De regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: Bestemmingsomschrijving (in elk bestemmingsplan); Bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Nadere eisen (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Specifieke gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (bestemmingsplanafhankelijk) De gehanteerde bestemmingen zijn in paragraaf 5.3 kort toegelicht. 3. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regelingen, waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden, opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. 4. Overgangs- en slotregels Binnen de overgangsbepalingen is geregeld dat bouwwerken en plannen die (legaal) bestaan op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt, maar die in strijd zijn met het bestemmingsplan, mogen worden herbouwd mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel is de officiële naam van het bestemmignsplan genoemd. Deze naam moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.
bestemmingsplan Herontwikkeling Hondelinkstraat/Mierasstraat, Beesd
39
6.3
Bestemmingen
Wonen: De bestaande bestemming 'Wonen' blijft gehandhaafd op het plangebied en wordt licht uitgebreid om ruimte te bieden voor de tuinen behorend bij de woonbestemmingen. De bouwvlakken worden afgestemd op de nieuwe kavelstructuur en met betrekking tot maatvoeringen wordt aangesloten op omliggende woonbestemmingen. Verkeer - Verblijfsgebied: De bestemming Verkeer - Verblijfsgebied blijft behouden binnen het plangebied, inclusief de aanduiding 'groen'.
40
bestemmingsplan Herontwikkeling Hondelinkstraat/Mierasstraat, Beesd
Hoofdstuk 7 Economische en maatschappelijke aanvaardbaarheid 7.1
Inleiding
Naast het toetsen van het planvoornemen aan diverse milieu- en veiligheidsaspecten, dient ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Hierbij wordt gekeken naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
7.2
Economische haalbaarheid
Bij voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke/anterieure overeenkomst met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Het grootste gedeelte van gronden van het plangebied zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Het opstellen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening is echter niet noodzakelijk. De kosten voor de realisatie van het plan komen ten laste van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer is een overeenkomst gesloten, waardoor een exploitatieplan achterwege kan blijven.
7.3
Maatschappelijke haalbaarheid
Het planvoornemen betreft de herontwikkeling van de woonblokken op de kruising van de Burg. Hondelinkstraat en de Mr. Mierasstraat. Ter plekke van deze locatie zullen 9 woningen gesloopt worden, om daar voor in de plaats 11 grondgebonden woningen te realiseren. Met het voornemen worden daarmee relatief verouderde woningen herontwikkeld tot twee vernieuwde woningblokken. Ook wordt met het plan het bestaande groen behouden. De gemeente brengt dit bestemmingsplan als voorontwerp naar buiten. Aan de hand van het bestemmingsplan zullen aanvullende gesprekken met omwonenden en andere afzonderlijke belanghebbenden gevoerd worden.
7.4
Conclusie
Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande recht doen aan een goede ruimtelijke ordening, als bedoeld in artikel 3.1 Wro. Hiermee wordt, na een afweging van de verschillende belangen, een aanvaardbare nieuwe invulling van het plangebied bereikt.
bestemmingsplan Herontwikkeling Hondelinkstraat/Mierasstraat, Beesd
41