CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-128-bijlage-gids-voor-ruimtelijke-kwaliteit-WB-2022.pdf

Gemeenteraad 29 november 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 11: Voorstel vaststellen ruimtelijke-kwaliteit-WB-inhoudelijke-harmonisatie Gids Ruimtelijke Kwaliteit West Betuwe, inhoudelijke harmonisatie30.080 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

2022

GIDS Gelders Genootschap

Gemeente West Betuwe

GEMEENTE WEST BETUWE

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

RUIMTELIJKE KWALITEIT

05

REGIE OP RUIMTELIJKE KWALITEIT

06

Datum Oktober 2022

RELATIE MET ANDERE BELEIDSTERREINEN

07

RELATIE MET LANDSCHAP

07

RELATIE MET CULTUURHISTORIE

07

Gelders Genootschap projectteam Maurice Bogie Madelinde Roelofs Christel Steentjes

DUURZAAMHEID

08

WETTELIJKE BASIS VOOR WELSTANDSADVISERING

08

WERKWIJZE BIJ ADVISERING

08

AFWIJKEN VAN ADVIEZEN

08

ADVISEUR RUIMTELIJKE KWALITEIT EN VOOROVERLEG

08

SCHEMA WELSTANDSBEOORDELING

09

Ontwerp www.studio026.nl

DEEL II OPZET NOTA EN LEESWIJZER

11

CRITERIA VOOR KLEINE BOUWWERKEN

12

02 03

/

02

DEELGEBIEDEN

13

BELEIDSNIVEAUS

13

OVERZICHT GEBIEDEN EN BELEIDNIVEAUS

13

THEMA’S

13

ALGEMENE CRITERIA

14

EXCESSENCRITERIA

14

DEEL III DEELGEBIEDEN EN NIVEAUS

17

1 HISTORISCHE DORPSGEBIEDEN

18

2 PLANMATIGE WOONBUURTEN

48

3 GEBIEDEN MET EEN BIJZONDERE FUNCTIE

56

4 BEDRIJVEN­TERREINEN

62

5 BUITENGEBIED - DIJKLINTEN EN UITERWAARDEN

66

6 BUITENGEBIED - OEVERWALLEN

72

7 BUITENGEBIED - KOMGEBIEDEN

78

DEEL IV THEMA’S

85

ZORG VOOR DE OMGEVING VAN EEN MONUMENT

86

MONUMENTEN VERBOUWEN EN VERDUURZAMEN

88

HISTORISCHE BOERDERIJEN

92

NIEUWE HOLLANDSE WATERLINIE

94

NATUURINCLUSIEF BOUWEN

96

KLEINE ZONNEVELDEN VOOR EIGEN GEBRUIK

97

DEEL V CRITERIA VOOR KLEINE BOUWWERKEN

99

1 BIJBEHORENDE BOUWWERKEN

101

2 DAKTOEVOEGINGEN

103

3 DAK- EN GEVELWIJZIGINGEN INCL. NA-ISOLEREN AAN BUITENZIJDE

105

4 ERFAFSCHEIDINGEN

106

5 ZONNEPANELEN & COLLECTOREN

107

6 WARMTEPOMPEN EN AIRCO-INSTALLATIES

107

7 RECLAMES

108

8 OVERIGE BOUWWERKEN

115

DEEL VI ALGEMENE CRITERIA

117

DEEL VII EXCESSENCRITERIA

121

DEEL VIII RICHTLIJNEN

125

KAARTEN

126

BEGRIPPENLIJST

142

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

DEEL I INLEIDING

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

Inhoudsopgave

03

Colofon

04 05

De gids vtoor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

inleiding

05

04 De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

/

Deel I

DEEL I

06

REGIE OP RUIMTELIJKE KWALITEIT Deze Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit is opgesteld vanuit de overtuiging dat de gemeente, ondernemers en inwoners het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving gezamenlijk willen behartigen. Een goed verzorgde omgeving verhoogt immers de kwaliteit van de dagelijkse leefomgeving en de waarde van het onroerend goed. Ook wordt het vestigingsklimaat positief beïnvloed. Omdat de bestedingsruimte, het toekomstperspectief en de smaak van individuen verschillen, leidt de optelsom van alle investeringen echter niet als vanzelf tot een betere kwaliteit van de omgeving. Met welstandstoezicht beschikt de gemeente als regisseur over een belangrijk wettelijk sturingsinstrument en kan beschermd worden wat waardevol is. Tegelijkertijd wil de gemeente ook kunnen loslaten waar dat mogelijk is en burgers meer ruimte bieden bij het realiseren van hun bouwplannen. Dat past

Het resultaat is dan ook een stimulerende nota die uitnodigt tot het realiseren van ruimtelijke kwaliteit. Vanaf 2023 zal deze Gids op grond van de Omgevingswet (en zgn. Bruidsschat) onderdeel gaan uitmaken van een tijdelijk Omgevingsplan. Dit plan vervangt dan bestaande wettelijke instrumenten als de welstandsnota, bestemmingsplannen en verordeningen. RELATIE MET ANDERE BELEIDSTERREINEN Voor een effectief kwaliteitsbeleid is het zaak zorg te dragen voor een goede aansluiting tussen de verschillende instrumenten. In het kader van deze Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit is vooral de relatie tussen bestemmingsplan en de welstandscriteria van belang. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken, voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening. Wat het bestemmingsplan mogelijk maakt, kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en behoort tot het domein van welstand. Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan biedt, invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsadvies richt zich dan op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan.

In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar dit eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen oplossing afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving. Uiteraard moet in zo’n geval de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit daartoe de argumentatie leveren. In de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit kan worden verwezen naar welstandscriteria die zijn opgenomen in andere beleidsdocumenten, zoals beeldkwaliteitplannen. Deze worden daardoor geacht deel uit

te maken van de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit, en op termijn van het Omgevingsplan. Voor toekomstige stedenbouwkundige uitbreidingen zullen over het algemeen ook beeldkwaliteitplannen worden opgesteld. Voor een actueel overzicht van beeldkwaliteitplannen wordt daarom geadviseerd de gemeente te raadplegen.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

06 07

bij de huidige maatschappelijke tendens op allerlei beleidsterreinen naar minder regels en meer vrijheid en verantwoordelijkheid voor burgers. Het welstandsbeleid, vastgelegd in deze Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit, is daarom bedoeld om in alle openheid een bijdrage te leveren aan het stimuleren van ruimtelijke kwaliteit en daarmee aan de aantrekkelijkheid van West Betuwe. Bij iedere aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt beoordeeld of het betreffende bouwwerk niet in strijd is met ‘redelijke eisen van welstand’. Hiertoe adviseert een onafhankelijke commissie, de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) van het Gelders Genootschap, aan het college van B&W. Met de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit wil de gemeente bestaande bijzondere ruimtelijke kwaliteiten – met name de cultuurhistorische waarden en identiteit – kunnen waarborgen en anderzijds burgers meer ruimte bieden bij het realiseren van hun bouwplannen. Dit vraagt om een welstandsbeleid op maat. Enerzijds wordt rechtszekerheid en voorspelbaarheid geboden, maar anderzijds is er ruimte voor dialoog en afwijking van de spelregels, indien blijkt dat er betere alternatieven zijn. De Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit vormt een toetsingskader voor de kleinere plannen, maar is een stimulerend kader voor de grotere ruimtelijke opgaven. Daarbij is het uitgangspunt dat welstandstoezicht maatwerk is.

De lat hoeft niet overal even hoog te liggen. Sommige gebieden kunnen meer ruimtelijke dynamiek verdragen dan andere, meer kwetsbare en bijzondere gebieden. Met het vaststellen van de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit bepaalt de gemeenteraad uiteindelijk in welk gebied in welke mate wordt getoetst. De Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit kent compacte afwegings- en toetsingskaders, waarbij een logisch verband is gelegd tussen waarden, kernkwaliteiten, ambities en ontwerprichtlijnen. Deze nota heeft verder een gebruiksvriendelijke opzet, waarbij ook veel beeldmateriaal is opgenomen.

RELATIE MET LANDSCHAP Ruimtelijke kwaliteit is meer dan rood alleen. Landschap, cultuurhistorie en openbare ruimte zijn integraal met elkaar verbonden. Wil welstandsbeleid effectief zijn, dan moet een integratie plaatsvinden met bestaand landschapsbeleid. In deze Gids zijn daarom richtlijnen opgenomen voor de landschappelijke inpassing van onder andere schaalvergroting van agrarische bedrijven, teelt-ondersteunende voorzieningen en nieuwe woningen welke mogelijk zijn na sloop van vrijkomende agrarische bebouwing, conform het gemeentelijke VABbeleid. Ook heeft de recente waardering voor het ruilverkavelingslandschap in het nieuwe Erfgoedbeleid zijn weerslag gevonden in deze gids. Het landschap van de ruilverkaveling wordt inmiddels gezien als ‘jong erfgoed’. Reden waarom meer rekening wordt gehouden met de karakteristiek van zowel landschap als bebouwing in het ruilverkavelingsgebied. Zo kan worden bereikt dat nieuwe ontwikkelingen kunnen bijdragen aan het behoud van de eigen en onderscheidende identiteit van het ruilverkavelingsgebied. RELATIE MET CULTUURHISTORIE De integratie van welstandsbeleid met monumentenzorg geeft aanvragers duidelijkheid, kan leiden tot een efficiënter verloop van het vergunningtraject en tot een kwalitatieve verbetering van bouwplannen. In de adviespraktijk blijkt daarnaast dat veel monumenteneigenaren

07

Deel I inleiding

De Gids Ruimtelijke Kwaliteit 2022 vormt de basis voor de advisering over de ruimtelijke kwaliteit van bouwplannen in de gemeente West Betuwe. Het is geen volledig nieuwe gids. De systematiek en opzet is overgenomen uit de bestaande Gids Ruimtelijke Kwaliteit West Betuwe. Met deze gids was vooral sprake van een samenvoeging (een technische harmonisatie) van beleid uit de drie bestaande welstandsnota’s van Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen. Ten opzichte van dit beleid zijn inhoudelijk enkele vernieuwingen doorgevoerd. Aspecten als duurzaamheid en erfgoed zijn gelet op de huidige actualiteit meer centraal komen te staan. Tevens is waar mogelijk een link gelegd naar kwaliteitsthema’s uit de nog op te stellen Omgevingsvisie. Doel van deze inhoudelijke vernieuwing is een integraal beleid voor omgevingskwaliteit met oog voor een balans tussen regie op omgevingskwaliteit en ruimte voor initiatieven.

/

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

inleiding

Schema welstandsbeoordeling 1e planbeoordeling door de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR), namens de gemeente; o.a. ontvankelijkheid bestemmingsplan e.d.

AFWIJKEN VAN ADVIEZEN Burgemeesters en wethouders kunnen van het advies van de CRK afwijken. Dit zal met name het geval zijn wanneer de CRK de van toepassing zijnde criteria naar hun oordeel niet juist heeft geïnterpreteerd of de commissie naar hun oordeel niet de juiste criteria heeft toegepast. Burgemeester en wethouders bieden bij afwijking eerst de CRK de mogelijkheid tot heroverweging van het eerder uitgebrachte advies. Indien dat niet tot een oplossing leidt, kan gebruik worden gemaakt van een second opinionregeling. Bij een secondopinion wordt de bouwaanvraag voorgelegd aan een commissie buiten het Gelders Genootschap. Hierover neemt de gemeente contact op met de Federatie Ruimtelijke Kwaliteit. Naast het afwijken van het advies op welstandsgronden, hebben burgemeester en wethouders bovendien de mogelijkheid om de omgevingsvergunning te verlenen om redenen van economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning gemotiveerd. ADVISEUR RUIMTELIJKE KWALITEIT EN VOOROVERLEG De adviseur ruimtelijke kwaliteit (rayonarchitect) speelt als voorpost van de CRK een belangrijke rol. Minstens één keer in de twee weken bezoekt hij/zij de gemeente. Tijdens dit bezoek worden de meeste bouwplannen afgehandeld en vindt overleg plaats met planindieners, beleidsambtenaren en het gemeentebestuur. Alleen de meer com-

negatief

niet aan welstand positief

plan aanpassing

1 x per 2 weken welstandsbeoordeling door adviseur omgevingskwaliteit en 1 x per 4 weken door momumentendeskundige (bij behandeling van monumenten plannen)

plan aanpassing

mandaatstempel

negatief advies

positief advies

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

WERKWIJZE BIJ ADVISERING De welstandsadvisering voor de gemeente West Betuwe wordt georganiseerd en uitgevoerd namens het Gelders Genootschap door de CRK. Het oordeel van deze commissie is volgens de Woningwet gericht op het uiterlijk én op de plaatsing van het bouwwerk. De CRK kijkt in de eerste plaats naar de invloed van het bouwwerk op de beeldkwaliteit van de omgeving, rekening houdend met verwachte ontwikkelingen. Tevens adviseert de commissie over de kwaliteit van het bouwwerk op zichzelf. Belangrijk is om de politieke en maatschappelijke haalbaarheid van een advies goed te kunnen inschatten. Een ‘redelijk’ advies moet immers in de praktijk uit te leggen en te handhaven zijn.

de relatieve kwetsbaarheid van de omgeving. Het vooroverleg met planindieners leidt zo in veel gevallen tot een goed resultaat, zowel voor het ingediende plan als voor de openbare ruimte. Vooroverleg met de rayonarchitect of de CRK is daarom essentieel en past binnen het stimulerende karakter van de welstandsadvisering. Het welstandstoezicht vindt plaats in het openbaar. Dit past bij een samenleving die vraagt om zoveel mogelijk rechtszekerheid en openheid rondom het welstandstoezicht.

1 x per 4 weken vergadering Commissie Ruimtelijke Kwaliteit geschreven advies

positief advies

negatief advies

2e planbeoordeling door de gemeente o.a. technische beoordeling, brandveiligheid, constructie, enz

TOELICHTING – Plannen worden eerst ruimtelijk getoetst door de gemeente op o.a. ontvankelijkheid en het bestemmingsplan. – De adviseur ruimtelijke kwaliteit (rayonarchitect) geeft daarna een welstandsbeoordeling op basis van de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit of op basis van een vigerend beeldkwaliteitplan. – De monumentendeskundige neemt deel aan mandaatzitting indien wijzigingsplannen voor monumenten zijn geagendeerd

en heeft bij complexe plannen ook zitting in de 'grote' Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). – Plannen die sterk afwijken van het welstandsbeleid of sterk van invloed zijn op de omgeving, worden op de agenda geplaatst voor de CRK. – Een geschreven advies gericht aan het college volgt binnen 2 weken na de vergadering.

09

08

WETTELIJKE BASIS VOOR WELSTANDSADVISERING De wettelijke basis voor de uitvoering van welstandstoezicht ligt thans in de Wabo (art. 2.10), de Woningwet (art. 12) en het Bor (art. 6.2). Artikel 12a, lid 1 van de Woningwet stelt dat de gemeenteraad een welstandsnota vaststelt, inhoudende beleidsregels waarin in ieder geval de criteria zijn opgenomen die het bevoegd gezag toepast bij de

plexe plannen – grootschalige ontwikkelingen en stedenbouwkundige plannen gaan mee naar de commissie. De gemeente West Betuwe hecht aan vooroverleg met initiatiefnemers en opdrachtgevers alvorens een omgevingsvergunning wordt aangevraagd. Veel onduidelijkheden over welstand worden weggenomen als in het vooroverleg helder wordt gemaakt welke kaders bij de beoordeling een rol spelen. Met het vooroverleg wordt de mogelijkheid geboden voor een goed overlegproces waarin ruimte is voor dialoog, met een open oog voor

08 09

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

DUURZAAMHEID Het Klimaatakkoord betekent niet alleen voor nieuwbouw, maar ook voor de bestaande bebouwing een grote verduurzamingsopgave. Er ligt een vernieuwings- en transformatieopgave in de sociale huursector ten aanzien van verduurzaming. Ook vanuit particuliere woningeigenaren is een grote inspanning nodig voor het isoleren, het besparen en opwekken van energie. Warmtepompen zijn inmiddels niet meer weg te denken en steeds vaker wordt het na-isoleren van daken en gevels overwogen. Met deze gids worden bestaande criteria voor airco-units uitgebreid met criteria voor het plaatsen van warmtepompen. Daarnaast wordt welstandsbeleid verruimt t.a.v. het na-isoleren van daken en gevels opdat zodoende onder voorwaarden meer woningen energieneutraal gemaakt kunnen worden. In het buitengebied is een duidelijke behoefte aan grondgebonden zon op eigen terrein, om energie op te wekken voor eigen gebruik. Het gaat om kleinschalige initiatieven van inwoners die niet de mogelijkheid hebben om zonnepanelen te plaatsen op hun eigen dak, bijvoorbeeld omdat het een karakteristiek rietgedekt pand betreft, maar die dit wel de ruimte hebben om zonnepanelen te plaatsen op hun eigen grond. De ruimtelijke/planologische afweging vindt niet plaats in Gids Ruimtelijke Kwaliteit, maar in het bestemmingsplan. In de Gids Ruimtelijke Kwaliteit zijn wel richtlijnen opgenomen voor een goede inpassing.

De gemeente kan deze richtlijnen hanteren als randvoorwaarden bij een positieve beslissing om een initiatief toe te staan.

beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk waarop de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft, zowel op zichzelf beschouwd, als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand. De invulling van het begrip ‘redelijk’ is afhankelijk van de ambitie van de gemeente en de ruimtelijke kenmerken van gebieden en objecten. Vanaf 2023 ligt de wettelijke basis voor ‘regels over het uiterlijk van bouwwerken’ in art. 4.19 van de Omgevingswet. Deze regels liggen dan vast in het Omgevingsplan en worden uitgewerkt in nadere beleidsregels, vergelijkbaar met het huidige instrument van een welstandsnota. De kern van welstand ligt in het feit dat bouwen een handeling is die de leef- en werkomgeving beïnvloedt. Elke burger mag van de overheid verwachten dat zij een zorgvuldige afweging van belangen maakt bij het verlenen van vergunningen. Het is in het algemeen belang dat onze leef- en werkomgeving een verzorgd en samenhangend karakter vertoont. Vandaar dat de welstandsadvisering zich niet kan beperken tot de verschijningsvorm van het bouwwerk op zich, maar ook de relatie van dat bouwwerk met zijn omgeving dient te onderzoeken. De invloed van bouwen op de omgeving is bovendien vrijwel altijd van lange duur.

Het is daarom ook belangrijk een inschatting te maken van de te verwachten ontwikkelingen van de omgeving. Ook de samenhang van verschillende bouwplannen onderling moet kunnen worden beoordeeld. Deze plannen vormen immers elkaars toekomstige omgeving.

/

Deel I inleiding

hun pand willen verduurzamen. De uitgangspunten voor verbouwen en verduurzamen van monumenten in de gids bieden monumenteneigenaren meer inzicht langs welke richtlijnen en uitgangspunten erfgoedadviseurs adviseren. Omdat voor de planontwikkeling en de planbeoordeling inzicht in de cultuurhistorische waarden onmisbaar is wordt bij grotere c.q. ingrijpende plannen om een bouwhistorische of cultuurhistorische verkenning of analyse gevraagd. Zo wordt een goed inzicht verkregen in de authenticiteit en de ontwikkeling van een bouwwerk of een gebied, zodat wijzigingen daaraan goed ingeschat en gemotiveerd kunnen worden. Wanneer de Omgevingswet van kracht wordt, krijgt de omgeving van beschermde monumenten een voornamere rol. In artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is een instructieregel voor gemeenten opgenomen die een belangrijke aanscherping betekent voor de bescherming van monumenten. Deze regel houdt in dat gemeenten een aantasting van de omgeving van (voor)beschermde monumenten voor zover die monumenten daardoor worden ontsierd of beschadigd, moeten voorkomen. Deze regel gaat een stap verder dan de huidige regels in de Erfgoedwet of bestaande gemeentelijke of provinciale verordeningen, die alleen het monument zelf beschermen.

De nieuwe wetgeving geldt voor (voorbeschermde) rijksmonumenten en voor alle via het omgevingsplan (voor)beschermde monumenten (zowel provinciaal als gemeentelijk, als monumenten die bijvoorbeeld als beeldbepalend of karakteristiek pand zijn beschermd). De gemeente zal de nieuwe wetgeving met betrekking tot monumenten moeten gaan regelen in haar Omgevingsplan. Met deze Gids wordt voorgesorteerd op de nieuwe wetgeving met betrekking tot de omgeving van monumenten. Zo kan alvast ervaring worden opgedaan met het nadenken over de betekenis van de omgeving voor de waarde van een monument en ernaar worden gehandeld bij de beoordeling van bouwplannen. Zo heeft de gemeente straks meer inzicht over de wijze waarop dit in regelgeving moet worden vastgelegd.

10 11

De gids vtoor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

opzet nota & leeswijzer 11

10 De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

/

Deel II

opzet nota & leeswijzer

inspiratiekader en bevat richtlijnen en criteria waar aanvragen om een omgevingsvergunning

12

Deel II opzet nota & leeswijzer

voor het onderdeel bouwen aan worden getoetst. In de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen concrete criteria voor kleine bouwwerken en globale richtlijnen voor grotere bouwopgaven. Voor grotere bouwopgaven bieden concrete criteria vaak onvoldoende ruimte voor maatwerk. Ook is de essentie van ruimtelijke kwaliteit eigenlijk niet te vatten met concrete criteria. Daarnaast wordt bij een grotere bouwopgave doorgaans een deskundig ontwerper ingeschakeld. In de praktijk blijkt dan dat vakmanschap en een goed samenspel tussen de verschillende disciplines dan van groot belang zijn. De Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit reikt daarom voor grotere bouwopgaven richtlijnen aan die ruimte bieden om een inhoudelijke dialoog te kunnen voeren met initiatiefnemers. Dit past ook beter bij de toekomstige werkwijze onder de Omgevingswet. De nadruk van kwaliteitsborging verschuift daarmee van achteraf adviseren naar dialoog in een vooroverlegstadium. De richtlijnen zijn bedoeld als een globaal toetsingskader. Ze geven ontwerpers een richting, maar bieden tevens ruimte voor ontwerpvrijheid c.q. de eigen interpretatie van ontwerpers. Het gaat hierbij niet alleen om het plan op zich, maar ook hoe het plan wordt ingebed in zijn

12 13

De Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit biedt een

VRIJ – Verandering en handhaving van het (bebouwings) beeld zijn beide mogelijk, de stedenbouwkundige en/of landschappelijke basis wordt behouden door de bepalingen in het bestemmingsplan. – UITGANGSPUNT: eigen verantwoordelijkheid van burgers – Het bouwplan trekt zich niets aan van de gebouwde omgeving – MIDDEL: geen criteria – Geen beoordeling mbt uitstraling naar de omgeving; het bestemmingsplan is bepalend.

/

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

BELEIDSNIVEAUS De richtlijnen en ambities zijn afhankelijk van het beleidsniveau dat van toepassing is op het deelgebied. Dit beleidsniveau geeft uitdrukking aan de houding die van belang gewenst wordt bij de planontwikkeling en -beoordeling. De niveaus onderscheiden zich in de mate van vrijheid in de omgang met de bestaande stedenbouwkundige of landelijke structuur en architectuur. We onderscheiden de volgende beleidsniveaus:

omgeving (de stedenbouwkundige of landschappelijke context). De richtlijnen zijn rechtstreeks gekoppeld aan een beleidsniveau. Zo heeft een gebied waarvoor het beleidsniveau Respect geldt een andere set richtlijnen, dan het gebied waarvoor het beleidsniveau Keuze geldt.

CRITERIA VOOR KLEINE BOUWWERKEN De meeste aanvragen betreffen kleine bouwwerken aan of bij woningen. Aanvragers zijn vaak burgers die niet-deskundig zijn op het gebied van bouwen en zich vaak ook niet laten adviseren door een deskundige. Deze bouwer heeft meestal weinig kennis van procedures en beleidsvisies en hecht aan een snel en efficiënt lopend vergunningstraject, met goede voorlichting en duidelijke randvoorwaarden. Concrete criteria, ondersteund door beeldmateriaal dat duidelijk maakt waar het om gaat zijn hier gewenst. Deze criteria zijn gericht op het realiseren van evenwichtige verhoudingen tussen volumes c.q. elementen én een verzorgd en samenhangend bebouwings- en straatbeeld. Daarnaast kunnen ze een bouwplan een toegevoegde waarde geven, op zichzelf en voor de omgeving, in het belang van het individu en de samenleving. Ze zijn aanvullend op de mogelijkheden van het bestemmingsplan, die vooral gaan over plaatsing, maatvoering en functie. Ze zijn concreet, maar ook algemeen geformuleerd, zodat ze bij vrijwel alle woningen in alle deelgebieden toepasbaar zijn. Voor de categorie reclame wordt wel een duidelijk onderscheid gemaakt tussen verschillende criteria voor verschillende deelgebieden. De criteria voor kleine bouwwerken zijn te vinden in deel V.

–

– – – –

KEUZE Verandering en handhaving van het (bebouwings)beeld zijn beide mogelijk, zowel naar structuur als naar architectuur, maar altijd met behoud van stedenbouwkundige en/of landschappelijke waarden. UITGANGSPUNT: in tact houden/niet aantasten van de omgevingskwaliteit Geen uitschieters in de hoofdopzet van de omgeving MIDDEL: voegen in Bouwmassa’s voegen zich binnen uitersten van de omgeving.

RESPECT – Essentiële kenmerken van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouw/ landschap en architectuur worden gerespecteerd. – UITGANGSPUNT: passen bij de omgeving – Vloeiende overgangen in de hoofdopzet van de omgeving. – MIDDEL: afstemmen op – Bouwmassa’s voegen zich binnen uitersten van de omgeving én nemen ook de beeldbepalende elementen over.

–

– – – –

BEHOUD (geldt voor beschermde monumenten en dorpsgezichten) Behoud en herstel van het aanwezige of oorspronkelijke bebouwingsbeeld en het versterken van de bestaande of historische karakteristiek van stedenbouw, architectuur, landschap of cultuurhistorie zijn uitgangspunt. UITGANGSPUNT: versterken van de omgevingskwaliteit Geen afwijking in de hoofdopzet van de omgeving MIDDEL: gelijk of interpretatie Bouwmassa’s voegen zich binnen uitersten van de omgeving én nemen ook de beeldbepalende elementen over. De uitvoering van onderdelen krijgt evenveel aandacht als bij de omgeving.

Bij het bepalen van het beleidsniveau voor een deelgebied wordt rekening gehouden met de volgende aspecten: – de mate van authenticiteit; – de mate van zeldzaamheid van een stedenbouwkundige typologie; – de mate waarin een gebied beeldbepalend is; – de mate waarin de stedenbouwkundige structuur en architectuur in een gebied samenhangend zijn. OVERZICHT GEBIEDEN EN BELEIDSNIVEAUS GEBIEDEN

1. Historische dorpsgebieden 2. Planmatige woonbuurten 3. Gebieden met een bijzondere functie 4. Bedrijventerreinen 5. Buitengebied dijklinten en uiterwaarden 6. Buitengebied oeverwallen 7. B  uitengebied komgronden - Monumenten -L  andgoed Mariënwaard - Beschermde dorpsgezichten Acquoy, Beesd, NeerijnenWaardenburg.  Woongebied Haaften-Noord

VRIJ

KEUZE

RESPECT BEHOUD

× ×

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

DEELGEBIEDEN In de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit worden in de gemeente zeven deelgebieden onderscheiden: 1. Historische dorpsgebieden 2. Planmatige woonbuurten 3. Gebieden met een bijzondere functie 4. Bedrijventerreinen 5. Buitengebied / dijklinten en uiterwaarden 6. Buitengebied / oeverwallen 7. Buitengebied / komgronden Naast een compacte beschrijving van de ruimtelijke situatie worden per deelgebied de kernkwaliteiten beschreven en ambities aangereikt. Afhankelijk van de kwetsbaarheid of juist draagkracht van een gebied, wordt meer vrijheid geboden of juist meer zorgvuldigheid gevraagd. Dit komt ook tot uitdrukking in de richtlijnen. Deelgebieden, kernkwaliteiten en ambities worden beschreven in deel III. De richtlijnen staan overzichtelijk samengevoegd op één pagina, achterin in deel VIII.

× × ×

× × ×

×

THEMA’S In de gids is voor onderstaande zes thema’s achtergrondinformatie opgenomen. De thema’s zoals beschreven in deel IV zijn: A. Zorg voor de omgeving van een monument B. Monumenten verbouwen en verduurzamen C. Historische boerderijen D. Nieuwe Hollandse Waterlinie E. Natuurinclusief bouwen F. Kleine zonnevelden voor eigen gebruik

13

DEEL II

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

15

14

Deel II opzet nota & leeswijzer

/

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

EXCESSENCRITERIA De gemeente heeft de mogelijkheid om repressief in te grijpen indien vergunningsvrije bouwwerken in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand (Woningwet art. 12, lid 1). Dit is het geval indien sprake is van excessen: buitensporigheden in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident zijn. De excessenregeling is niet bedoeld om de plaatsing van het bouwwerk tegen te gaan. Op grond van artikel 13a Woningwet kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar dan aanschrijven om de strijdige situatie ongedaan te maken. In geval van een exces moeten burgemeester en wethouders kunnen verwijzen naar specifieke criteria in de Gids voor Ruimtelijke Kwaliteit. Deze zijn opgenomen in deel VII.

14 15

ALGEMENE CRITERIA Aan planbeoordeling liggen algemeen geldende kwaliteitsprincipes voor de bebouwing ten grondslag met betrekking tot vakmanschap en zeggingskracht van het ontwerp. In het geval dat de welstandcriteria ontoereikend zijn of wanneer een bouwplan afwijkt van de welstandscriteria, maar door een bijzondere schoonheid een gewenste toevoeging aan de omgeving is, kan worden teruggevallen op algemeen geldende kwaliteitsprincipes. De welstandscommissie kan B&W in zo’n geval gemotiveerd en schriftelijk adviseren om af te wijken en hiertoe gebruik te maken van algemene welstandscriteria. Het niveau van ‘redelijke eisen van welstand’ ligt hierbij uiteraard hoger. De algemene criteria worden beschreven in deel VI.

16 17

De gids vtoor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

deelgebieden & niveaus 17

16 De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

/

Deel III

18 19

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

19

18

Deel III deelgebieden & niveaus

GELDERMALSEN Geldermalsen is ontstaan als een gestrekt oeverwaldorp tussen de huidige Herman Kuijkstraat en Kerkstraat en is uitgegroeid tot een streekcentrum en de hoofdkern van de gemeente West Betuwe. Voor de uitbreiding is de bebouwing gegroeid langs de Lingedijk, de pleinruimte rond de kerk en langs de linten daaromheen. Tegenwoordig is deze oorspronkelijke kleinschalige bebouwing veelal verbouwd tot winkel-, horeca- of bedrijfspand, en soms vervangen door nieuwbouw, zoals winkels met bovenwoningen, banken of kantoren. Er heeft daarbij, door het samenvoegen van percelen, meestal een schaalvergroting plaatsgevonden. Typerend voor de dorpskern van Geldermalsen is het afwisselende beeld welke is ontstaan door het gemengde karakter van kleinschalige panden en grotere gebouwen en de hoogteverschillen die veroorzaakt worden door de Lingedijk. Door het dorp lopen verschillende oorspronkelijke hoofdwegen. De Lingedijk langs de Linge, de Rijksstraatweg (voorheen de Meterse Straat), het Laageinde, de Meersteeg en de Tielerweg. Aan de oostzijde ligt buurtschap ’t Rot. Het buurtschap bestaat uit kleinschalige en informeel gegroeide bebouwing langs dijk- en polderlinten en is met Geldermalsen verbonden door de Willem de Zwijgerweg.

/

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe

1 HISTORISCHE DORPSGEBIEDEN

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

BUURMALSEN Buurmalsen is van oorsprong een brinkdorp. In de 19e eeuw raakt deze ruimte bebouwd. De Rijksstraatweg doorsnijdt het dorp. Langs deze weg staan enige vloedschuren en een aantal boerderijen op terpen. Het historische dorpsgebied bestaat uit de kerk en de directe omgeving. De omvang is bescheiden gebleven waardoor de fraaie ligging in het landschap nog goed zichtbaar is. De combinatie van Lingedijkbebouwing, brinkbebouwing en de kerk op een markante plek zorgt voor een grote variatie in motieven en sfeervolle dorpsbeelden. De doorsnijding van de provinciale weg vormt qua profiel de enige maar tevens forse inbreuk op de oorspronkelijk dorpsstructuur.

21

20

Deel III deelgebieden & niveaus

/

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe

20 21

TRICHT Tricht heeft zich ontwikkelt langs drie lijnen: de Lingedijk met zijn kleine vaak wit gekleurde en dicht opeen gebouwde huizen, de Bulkstraat en Laan van Crayestein met deels open ruimte deels woningen er tussenin en tenslotte de Kerkstraat, oorspronkelijk verbonden met de Meersteeg. In de open ruimte tussen de beide haaks op de dijk staande wegen is de drukke spoorlijn Utrecht – Den Bosch terecht gekomen. Deze doorsnijding van de spoorlijn heeft de structuur van het dorp minder helder gemaakt. Het dorp bezit waardevolle historische fragmenten: met name het beeld aan de Lingedijk en deels in de Bulkstraat is van waarde. Deze vertegenwoordigen ook de karakteristiek van het dorp. Bij het dorp horen twee fraaie boerderijcomplexen: Reygersstein, en de Arkel Hoef met vloedschuur.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

22 23

DEIL Het bijzondere van de historische dorpskern Deil is zijn verspreide structuur als nederzetting, welke is gegroeid langs de linten Bulkstraat en de Deilsedijk langs de Linge. Daartussen ligt het terrein van kasteel Palmestein. De Deilsedijk is aan twee zijden bebouwd. De Linge stroomt direct achter de bebouwing. Parallel aan de dijk loopt de Prins Willem Alexanderstraat, ontstaan als onderstraat of achterpad van de aan de dijk gelegen erven. De verbindende straten hebben veelzeggende namen als Dorpsstoep, Kerkstoep en Pastoriestoep. De Mr. W.M. Kolfstraat onderscheidt zich door zijn afzonderlijke ligging in het landschap. Doordat de historische dorpsstructuren verspreid liggen en klein van schaal zijn is de historische samenhang niet overal duidelijk herkenbaar, met name niet door de inrichting van de verkeersintensieve Prins Willem Alexanderstraat (voorheen Achterstraat).

23

22

Deel III deelgebieden & niveaus

/

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe

METEREN Meteren is niet langs de Linge of Waal gelegen, maar ontstaan op een meer landinwaarts gelegen stroomrug ten zuiden van Geldermalsen. Het is van oorsprong een esdorp (een dorp temidden van een krans van akkers) en wordt gevormd door drie straten met in het midden de Dorpsstraat. Meteren onderscheidt zich daarmee van de smallere dijkdorpen en vertoont verwantschap met de meer naar het oosten gelegen dorpen in het rivierengebied. Na WO II vindt er enige verdichting plaats langs de bestaande straten. Ondanks de uitbreidingen rondom dit dorp, zijn de historische kenmerken van de linten, met de kleinschalige percelen en boomgaarden, goed bewaard en herkenbaar gebleven. Ten oosten van Meteren en de Rijksstraatweg is de woonwijk De Plantage in ontwikkeling.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

24 25

BEESD Beesd heeft een complexere structuur als oeverwaldorp dan de oeverwaldorpen in de omgeving. Het is ook aanmerkelijk groter dan de andere dorpen. De historische kern is nog gaaf en onaangetast evenals de relatie met de Linge aan de zuidoostzijde, zuid- en de westzijde. Bijzonder is het sterke contrast tussen de buitenrand van de bebouwde kom en het buitengebied. Dit is bijvoorbeeld goed zichtbaar vanaf de snelweg. Het dorp bestaat uit een dijklint en twee grote lusvormige polderlinten met meerdere vertakkingen achter het dijklint. Met name aan de Voorstraat is de bebouwing meer gesloten en minder ‘dorps’. Bovendien is de straat recht en regelmatig bebouwd, hetgeen een planmatige opzet doet vermoeden. Dit bijzonder karakteristieke deel van de kern is een van Rijkswege beschermd Stads- en Dorpsgezicht. De Midden- en Achterstraat hebben minder gesloten wanden en een gevarieerd verloop. Door een planmatige uitbreiding in de lus van de oorspronkelijke linten, is een compact dorp ontstaan. De oorspronkelijke gestrekte opzet is daardoor niet meer als zodanig herkenbaar.

25

24

Deel III deelgebieden & niveaus

/

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe

ENSPIJK Enspijk vormt een uitzondering op de gestrekte oeverwaldorpen die zo kenmerkend zijn voor het gebied. Door de situering op een brede stroomrug heeft Enspijk zich kunnen ontwikkelen rondom een brink, die vroeger diende als verzamelplaats voor vee. Het kerkje en een aantal woningen zijn wit gepleisterd. Karakteristiek zijn de prachtige bomen rondom de kerk. Er heeft nog weinig verdichting plaatsgevonden, hetgeen aan dit dorp een landelijk karakter verleent. De overgang naar het open land aan de zuidkant vindt bovendien geleidelijk plaats. Enspijk kent een kleine planmatige uitbreiding aan de oostkant. De Lingedijk is in Enspijk ook aan de rivierzijde bebouwd. Een veerstoep leidt vanaf de dijk naar de Linge waar vandaan zomers een voerveer naar Mariënwaerdt vaart voor toeristen.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

GELLICUM Gellicum is nog goed herkenbaar als een gestrekt oeverwaldorp. De enige onderbreking vormt de doorsnijding van de voormalige wetering. Door het ontbreken van planmatige uitbreidingen is de bijzondere relatie tussen het knusse dijkprofiel met geconcentreerde bebouwing en het uitgestrekte open land van de komgronden behouden gebleven. Het zicht op de Linge vanaf de dijk vooral aan de westzijde, is uniek te noemen.

27

26

26 27

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe Deel III deelgebieden & niveaus

/

RUMPT Rumpt bestaat uit een langgerekt dijklint en twee polderlinten die aan de oostzijde samenkomen. De Linge loopt hier vlak langs de dijk. Het directe contact tussen het dorp en de Linge is typerend voor het dorp en levert fraaie uitzichten op. Ook de relatie met de komgronden is fraai. Een kleine goed gesitueerde uitbreiding doet hier geen afbreuk aan. Het bebouwingsbeeld is landelijk en agrarisch van aard. Het heeft een gemengd karakter, maar de historische kenmerken als kleine gebouwen gemengd met schuren en bijgebouwen, rieten daken en veel groen van grote zijtuinen beheersen het beeld. De Middenstraat is ontstaan als onderstraat of achterpad van de aan de dijk gelegen erven en heeft daardoor een asymmetrisch profiel.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

28 29

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe Deel III deelgebieden & niveaus

/

ACQUOY Het dorp Acquoy heeft in de laatste twee eeuwen slechts een zeer geringe groei gekend. Na WO II is een kleine uitbreiding zodanig gesitueerd, dat het beeld vanuit en naar het open landschap voor een belangrijk deel behouden is gebleven. In het dorp is de vorm van het gestrekte oeverwal type goed bewaard gebleven. Kenmerkend voor juist dit dorp zijn de scherpe bochten die de dijk maakt, waardoor allerlei doorkijkjes mogelijk worden. Het dorp is een van Rijkswege beschermd Stads- en Dorpsgezicht, zowel om historische als om architectuurhistorische redenen. Elementen die daarbij genoemd worden zijn het gave onaangetaste wegenpatroon, waarin het gestrekte oeverwaltype duidelijk herkenbaar is, het krachtige schaalverschil tussen de veilige dijk en het open land en het open en agrarische karakter van de bebouwing. De inrichting van erven en het karakter van aan- en bijgebouwen is daarbij eveneens belangrijk voor het beeld.

29

28

RHENOY Ook Rhenoy is nog goed herkenbaar als een gestrekt oeverwaldorp. Het dorp bestaat uit een eenzijdig bebouwd, en goed bewaard gebleven dijklint en twee parallelle polderlinten, op meerdere plaatsen verbonden door dwarsstraten. Een belangrijk element is de voormalige veerstoep. Langs de Middenstraat en de Dorpsstraat herinneren opgeworpen huisterpen aan de overstromingen. Er staat ook veel jongere bebouwing. De plek van het voormalige kasteel is een nog goed herkenbaar element. Er is een beperkte naoorlogse uitbreiding aan de westzijde gemaakt. Ten noorden van Rhenoy is de nieuwbouwwijk De Oudenborch ontwikkeld.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

30 31

ASPEREN Het stadje Asperen is ontstaan als dijkdorp. Ergens rond 1314 kreeg het stadsrechten. De oudste bebouwing bevond zich aan de dijk, nu Voorstraat. Het stedenbouwkundig patroon van Asperen dateert van vóór 1850 en heeft een regelmatige opbouw volgens een rechthoekig stramien; vier evenwijdige straten (Voorstraat, Minstraat, Middelweg en Achterstraat) en loodrecht daarop drie dwarsstraten. De straatwanden zijn deels aaneengesloten en bestaan uit individuele panden en enkele korte rijen woningen. Het karakter varieert van stenig aan de Voorstraat tot groen aan Minstraat en Stadswal. In het gebied is sprake van enige functiemenging, met name aan de Voorstraat. De Voorstraat, van oudsher de belangrijkste straat, heeft de meest stedelijke en statige uitstraling. De Sint Catharinakerk en het voormalige gemeentehuis vormen de voornaamste accenten. Asperen wordt omgeven door een gerestaureerde stadswal, die te zien is vanaf de Linge. De nieuwe woon- en werkgebieden van Asperen bevinden zich buiten deze stadsomwalling. De oorspronkelijke aanleg van het Lingestadje is hierdoor nu nog goed herkenbaar. Zowel het historisch-ruimtelijke patroon als het agrarisch beeld van Asperen door de aanwezigheid van boerderijen met schuren, moestuinen, weilandjes en vee binnen de oude stad, zijn nog aanwezig.

31

30

Deel III deelgebieden & niveaus

/

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe

HEUKELUM Heukelum is evenals Asperen een stadje ontstaan als een dorp aan de dijk met een stedenbouwkundig patroon van voor- en achterstraten dat karakteristiek is voor dorpen aan de Linge. De oorspronkelijke bebouwing lag lineair verspreid aan de dijk. Het stratenpatroon wordt gekenmerkt door parallel aan de dijk lopende straten die door dwarswegen met elkaar zijn verbonden. Het beeld wordt voor een belangrijk deel bepaald door de Gasthuisstraat en Torenstraat, die samenkomen in de Voorstraat. Aan deze straten zijn van oudsher de belangrijkste gebouwen van het stadje gelegen zoals stadhuis en kerk. De oude kern heeft een besloten karakter. De straatwanden zijn deels aaneengesloten en bestaan uit individuele panden en enkele korte rijen woningen. In het gebied is sprake van enige functiemenging. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Dwarsstraten en stegen zorgen voor doorkijkjes op het landschap. In het verlengde van de Voorstraat ligt de oprijlaan naar het kasteel van Heukelum, ten noordoosten van het stadje. De ruimtelijke samenhang tussen het kasteel en het stadje is via de Zuiderlingedijk nog goed herkenbaar. Het stadje is omrand door stadsmuren en een gracht. De nieuwe woon- en werkgebieden van Heukelum bevinden zich buiten de stadsomwalling. De oorspronkelijke aanleg van Heukelum is hierdoor nu nog goed herkenbaar.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

32 33

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe Deel III deelgebieden & niveaus

/

VUREN Het huidige dorp Vuren heeft net als Spijk geen historische kern. Het dorp ontwikkelde zich in eerste instantie als een langgerekt dijkdorp langs de noordoever van de Waal, vanaf het fort Vuren tot aan het Brakelse veer. Op oude kaarten lag Vuren verder naar het oosten, ter hoogte van de kerk en het (voormalige) kasteel. Tot 1940 bleven de ruimtelijke ontwikkelingen beperkt tot enige uitbreiding en verdichting van de bebouwing langs de dijk. Wel werden in de nabijheid van Vuren een steenfabriek, een glasblazerij (die omstreeks 1900 weer sloot) en een kalkzandsteenfabriek opgericht. Na de oorlog is de ruimtelijke ontwikkeling van Vuren sterk bepaald door de noodzaak tot versterking van de rivierdijken langs de Waal. Ten noorden van de dijk, op ruime afstand van het oorspronkelijke Vuren, ontstond een compacte kern. Deze kern valt onder het deelgebied woongebieden.

33

32

SPIJK Een historische kern heeft Spijk niet. Het is een langgerekt dijkdorp op een oeverwal, bestaande uit lintbebouwing langs de Linge. Deze lintbebouwing langs de Zuiderlingedijk strekt zich uit tot ver buiten de bebouwde kom richting Heukelum. In de periode 1850-1940 trad geleidelijk uitbreiding en verdichting op van bebouwing aan dat lint. Pas na de oorlog ontstond een meer compacte kern tussen de Zuiderlingedijk en de Spijkse kweldijk. Deze kern valt onder het deelgebied woongebieden.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

34 35

HERWIJNEN Herwijnen is een typisch dijkdorp aan de Waal. De bebouwing heeft zich in eerste instantie verspreid langs de dijk ontwikkeld en langs enkele wegen onderaan de dijk: de huidige Rij- en Uitweg, Molenstraat, Peperstraat en de Onderweg. De gebogen Achterweg ligt verder landinwaarts en sluit aan beide uiteinden op de Waaldijk aan. Enige historische kernvorming is zichtbaar tussen Waaldijk en Peperstraat tot aan de huidige Schoutensteeg. Het is een karakteristiek gebiedje met 19e eeuwse bebouwing bestaande uit een school, kerk met pastorie, Huis Kerkenstein met koetshuis, een vierdubbel dwars woonhuis, een boerderij met dubbel dwars voorhuis, een brandweerhuisje en huis Frissestein met dienstwoning. In de periode 1850-1940 verscheen nieuwe bebouwing aan de bestaande bebouwingslinten. Na de oorlog is de ruimtelijke ontwikkeling van Herwijnen sterk bepaald door de noodzaak tot versterking van de rivierdijken langs de Waal. Uitbreiding in de vorm van een compacte kern vond plaats ten noorden van de dijk. Deze kern valt onder het deelgebied woongebieden.

35

34

Deel III deelgebieden & niveaus

/

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe

HELLOUW Hellouw is ontstaan op een smalle oeverwal. Bebouwing bestond uit aan de dijk gelegen boerderijen met erachter de erven en boomgaarden en enkele huizen langs de Korfgraaf. Hellouw bestaat in ruimtelijk opzicht uit twee, op enige afstand van elkaar gelegen kernen; de oorspronkelijke kern ligt in de buurt van de kerk aan de Kerkesteeg en ten oosten daarvan ligt ter hoogte van de Korfgraaf de kern waaraan de latere uitbreidingen hebben plaatsgevonden. In de periode 1850-1940 heeft Hellouw relatief weinig ontwikkeling gekend. Alleen langs de Beatrixstraat werd een rij eenvoudige woningen opgericht. Na de tweede wereldoorlog is aansluitend op de bestaande structuur de Julianastraat en Karel Doormanstraat bebouwd. Daarna kwam een geplande woonuitbreiding tot stand ten noorden van de Korfgraaf op grotere afstand van de dijk.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

TUIL De historische kern van Tuil is opgebouwd uit twee parallelle wegen, de Langstraat en de Sint Antoniestraat-Kortestraat, die naar het noorden toe vorkvormig op elkaar aansluiten. Haaks daarop ligt de Melssinghdreef. Deze weg liep naar het voormalige adelijke huis Den Est. Binnen deze oorspronkelijk agrarische structuur heeft Tuil vóór de komst van de bruggen over de Waal een belangrijke verkeersfunctie vervuld. Goederen en passagiers werden in Tuil met een veer overgezet naar Zaltbommel. Tussen 1865 en 1867 werd de Waalbandijk in noordelijke richting landinwaarts verlegd en werden de Langstraat en de Sint Antoniestraat-Kortestraat aanmerkelijk ingekort. In de periode 1850-1940 vond er enige uitbreiding en verdichting van bebouwing plaats langs bestaande wegen. Na de tweede wereldoorlog kwam een geplande woonuitbreiding aan de oostkant van de kern tot stand rondom een boomgaard dat nu midden in de kern van het dorp ligt.

37

36

36 37

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe Deel III deelgebieden & niveaus

/

HAAFTEN Aan weerszijden van de kern Haaften ligt de dijk ver landinwaarts. Haaften ligt daardoor op een vooruit stekende punt in het landschap. De oorsprong van de kern ligt in het zuidelijke deel, direct aan de Waalbandijk langs de Herenstraat en Koningsstraat. De kern is van hieruit in noordelijke richting uitgegroeid. Na een dijkdoorbraak in 1711 is de Dreef aangelegd als verbindingsweg naar het noordelijk dorpsgebied. Deze weg wijkt door zijn rechtlijnige karakter duidelijk af van de andere dorpswegen en vormde de ontwikkelings-as voor verdere uitbreiding van de dorpskern. In de periode 1850-1940 vond er enige uitbreiding en verdichting van bebouwing plaats langs bestaande wegen. Na de tweede wereldoorlog maakte Haaften een sterke groei door en ontstonden uitbreidingen aan de westzijde van de Dreef (omgeving Goudensteinstraat) en de oostzijde van de Dreef (omgeving Hoge Hof). De drie markantste punten van de historische kern zijn de Kerk, korenmolen ‘Blauwe Reiger’ en de ruïne van het kasteel Goudenstein.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

38 39

WAARDENBURG Waardenburg is eveneens ontstaan als een nederzetting met twee parallelle wegen op een stroomrug langs de Waal. De Dorpsstraat en de Kerkstraat zijn de oudste wegen, die ter plaatse van de Koeldert vorkvormig op elkaar aansluiten. De Steenweg is dwars hierop later aangelegd als verbindingsweg naar het veer van Tuil naar Zaltbommel, onderdeel van de wegverbinding Utrecht-Den Bosch. Infrastructurele ingrepen hebben de structuur van de kern sterk beïnvloed. De aanleg van de spoorlijn met de spoorbrug, die in de eerste helft van 1865 begon en in 1869 was voltooid, deelde het dorp in tweeën. Parallel aan de spoorbrug werd in 1932 een verkeersbrug gebouwd, waarnaast in 1995 weer een nieuwe brug werd gelegd. Het huidige dorp Waardenburg wordt, naast de Waalbandijk, beheerst door de infrastructurele doorsnijdingen van de A2 en de spoorlijn. Het dorp is gegroeid langs deze assen en heeft ruimtelijk een andere ontwikkeling gekend dan de andere dorpen langs de dijk. Na de oorlog heeft de kern zich vooral in noordelijke richting uitgebreid.

39

38

Deel III deelgebieden & niveaus

/

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe

NEERIJNEN Neerijnen heeft de karakteristieke structuur van een gestrekt esdorp. De structuur wordt gevormd door twee assen, de Voorstraat en de Achterstraat, die vanaf de Waalbandijk landinwaarts lopen. Deze structuur wordt doorkruist door een tweede structuur, namelijk van het huis Neerijnen. Dit kasteel is via een eigen toegangsweg met de Waaldijk verbonden. Omdat het terrein vóór het huis Neerijnen in de richting van de Waalbandijk vrij van bebouwing moest blijven, is de Voorstraat hier onbebouwd gebleven en is de Achterstraat niet verder doorgetrokken. Pas ten noorden van huis Neerijnen staan weer enkele huizen. Het huis Neerijnen heeft zodoende in hoge mate de structuur van de kern Neerijnen bepaalt. De kern van Neerijnen heeft ook later geen ingrijpende veranderingen ondergaan en is inmiddels aangewezen als van rijkswege beschermd dorpsgezicht. Binnen deze bescherming ligt ook kasteel Waardenburg en het onbebouwde gebied tussen beide adelijke huizen.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

40 41

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe Deel III deelgebieden & niveaus

/

OPIJNEN Opijnen heeft zich ontwikkeld langs de Zandstraat, Oude Zandstraat, Stoepstraat en de Pastoriestraat. Even ten noorden van de kern lag het versterkte huis Opijnen. In de tweede helft van de negentiende eeuw ontwikkelde zich in zuidwesten van de kern een klein wijkje langs de Waalstraat en Stoepstraat, waarschijnlijk door de komst de steenfabriek in de nabije uiterwaard. Na de tweede wereldoorlog is het dorp ten noorden hiervan uitgebreid. In eerste instantie tot aan de Repensestraat en later voorbij deze straat langs de Richtershof en Ridderkamp. De huidige structuur van het dorp Opijnen kenmerkt zich zodoende tot een compact dorp in de westhoek en een lang bebouwingslint langs de Zandstraat. De omgeving van Opijnen wordt gevormd door boomgaarden en weidegebieden. Op enkele plaatsen liggen smalle stroken hiervan tussen de bestaande woonbebouwing.

41

40

HEESSELT Heesselt is gelegen langs de Waalbandijk aan een scherpe bocht in de Waal. De kern van Heesselt is gevormd rond de kerk. Hier komen de Kerklaan en de Gerestraat samen en loopt de Kerklaan om de kerk heen naar de Waalbandijk. De huidige situatie is vrijwel onveranderd en bestaat uit een eenvoudige langgerekte wegenstructuur met een driesprong als kern. Tot aan het begin van de twintigste eeuw was het aantal huizen uiterst gering. Pas na de oorlog heeft er enige verdichting plaatsgevonden en is lintbebouwing ontstaan langs de Gerestraat, richting het noorden waaronder een aantal bouwblokken met seniorenwoningen.

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

OPHEMERT Ophemert is ontstaan langs twee stelsels van parallel aan de Waalbandijk lopende wegen, de Akkerstraat en de Weverstraat en Molenstraat, met daartussen enkele dwarsverbindingen. Ten noorden van de kern bevindt zich het kasteel Ophemert, dat door de Dreef met de kern verbonden is. In de periode 1850-1940 vond enige verdichting en uitbreiding van bebouwing plaats langs de bestaande wegen. Na de tweede wereldoorlog zijn er kleine nieuwbouwwijken ontstaan aan de oorspronkelijke bebouwingslinten. Het oude dorpsbeeld van bebouwingslinten aan de dijk en langs slingerende wegen op de oeverwallen is nog steeds herkenbaar in de kern. Ophemert heeft een sterke groene karakteristiek door de vele monumentale bomen en bosschages.

43

42

42 43

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe

/

Deel III deelgebieden & niveaus

VARIK Karakteristiek voor Varik is de rechthoekige ruimtelijke structuur opgebouwd uit de Waalbandijk en een parallel daaraan lopende as gevormd door de Walgtsestraat, Keizerstraat en Achterstraat met daartussen de verbindingswegen Grotestraat, Molenstraat en Kerkstraat. Aan deze straten ontwikkelde zich in de negentiende eeuw bebouwing, met een concentratie langs de Grotestraat. De dorpskern lag eerst aan de dijk bij het voetveer en de hervormde kerk, ‘de Dikke Toren’. Later verschoof de dorpskern naar het kruispunt van de Weiweg, Grotestraat, Walgtsestraat en Keizerstraat. Aan de Grotestraat ligt een katholieke kerk met bijbehorende pastorie gebouwd en aan de Kerkstraat de nieuwe hervormde kerk. Na de tweede wereldoorlog heeft Varik zich vooral ontwikkeld door inbreiding binnen de bestaande rechthoek. De dwarsverbindingen hebben hun oorspronkelijke bebouwingsbeeld het meest behouden. Tussen de dorpskern en de dijk is er sprake van een aantrekkelijke afwisseling van bebouwing en open groene plekken.

44 45

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

45

44

Deel III deelgebieden & niveaus

/

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe

EST Est is net als Meteren niet langs de Waal of Linge gelegen, maar ontstaan op een meer landinwaarts gelegen stroomrug. De structuur van deze kern wijkt daarom af van de andere dorpskernen. De kern heeft zich ontwikkeld, rond een onverhard driehoekig dorpsplein waaraan de kerk is gelegen en enkele boerderijen. Vanuit deze kern waaieren wegen uit naar het omliggende gebied. Omstreeks 1850 bestond het dorp uit bebouwing langs de Dorpsstraat, Dreef, Molenstraat en Esterweg. Nadien vond langs deze wegen slechts een enkele uitbreiding van de bebouwing plaats. Pas na de tweede wereldoorlog is de kern uitgebreid in de noord-oosthoek met woningbouw langs De Hoek en De Riegert. Recent is aan de oostzijde van de kern een rondweg gerealiseerd om de Dorpsstraat van doorgaand verkeer te ontlasten. Door de ruime opzet van de kern zijn er op diverse plaatsen doorzichten naar het achterland aanwezig.

–

46

Deel III deelgebieden & niveaus

–

–

tussen historische dorpsgebieden en open komgronden) krijgen bij wijzigingen en toevoegingen bijzondere aandacht. > Bij volledige herbouw van gebouwen worden stedenbouwkundige en architectonische verstoringen niet herhaald, maar hersteld

H ET BELEIDSNIVEAU

RESPECT

–

–

– – – –

om zo een bijdrage te leveren aan een

–

aantrekkelijke woon-, werk-, of winkelgebied

–

passend bij de eigen onderscheidende

–

karakteristiek van het betreffende dorp.

–

> Nieuwbouw is bij voorkeur natuurinclusief

> Essentiële kenmerken van de aanwezige

bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouw/landschap en architectuur worden gerespecteerd.

> Bouwmassa’s voegen zich binnen uitersten

ontworpen, dat wil zeggen dat in het ontwerp – maatregelen zijn geïntegreerd om de lokale biodiversiteit te versterken.

BOUWPLAN OP ZICH HET BOUWPLAN: – past bij de kernkwaliteiten van het ensemble en/of de gebouwtypologie; – is afgestemd op de omgeving voor wat betreft positie, hoofdvorm, maat en schaal; – heeft een herkenbaar en consequent uitgewerkt ontwerpconcept met esthetische kwaliteiten en de architectuur- en bouwstijl is afgestemd op de omgeving.

van de omgeving én nemen ook de beeldbepalende elementen over.

BOUWPLAN EN OMGEVING HET BOUWPLAN: past bij de waarde en kernkwaliteiten van het deelgebied en is afgestemd op de stedenbouwkundige en landschappelijke structuur; waarborgt en versterkt de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden van monumenten in de omgeving en gebruikt deze waar mogelijk als uitgangspunt bij het ontwerp; laat het zicht (vanaf openbaar toegankelijk gebied) op monumenten en ander erfgoed vrij; ontsiert of beschadigd geen monument; is ondergeschikt in relatie tot het aanzicht van monumenten en is hier zorgvuldig op afgestemd; versterkt de kwaliteit van de omgeving en de openbare ruimte en levert een positieve bijdrage aan de leefbaarheid en sociale veiligheid van de omgeving; vormt een versterking van markante stedenbouwkundige en landschappelijke ruimten en locaties; richt zich op de openbare ruimte en de toegang vanaf het openbaar gebied is duidelijk herkenbaar; markeert het onderscheid tussen openbaar en privégebied duidelijk; heeft op zichzelf een evenwichtige opzet, die tot uitdrukking komt in samenhangende maatverhoudingen van buitenruimten, bouwvolumes, massa-opbouw, kapvorm en vlakverdelingen; is afgestemd op de historische bebouwing in de omgeving voor wat betreft positie, hoofdvorm, maat en schaal;

–

– – –

Historische dorpsgebieden

de nauwelijks aangetaste overgangen

/

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe

–

KERNKWALITEITEN De stedenbouwkundige structuur van de historische dorpsgebieden wordt bepaald door de oorspronkelijke linten waarlangs de bebouwing perceelsgewijs tot stand is gekomen. Het straatbeeld is wisselend door het individuele karakter van de bebouwing en de onderling verspringende rooilijnen. De bebouwingsstructuur is overwegend open met doorzichten naar het achterliggende gebied. De variatie in situering is groot. Panden staan of direct langs de weg en vormen een gevelwand of zijn geplaatst in een ruimere setting van een tuin. De openbare ruimte wordt bepaald door het profiel van de straat, de stoep, de groene inrichting van de voortuinen of de aanstrating tot de voorgevels en het aanwezig groen in het openbare gebied. De bestrating zorgt voor samenhang. Het onderscheid tussen openbaar- en privégebied is duidelijk gemarkeerd. De typologie en architectuur van de bebouwing is divers van karakter. De gebouwen zijn individueel ontworpen en dateren uit verschillende tijdsperioden. De bebouwing bestaat overwegend uit één tot twee lagen met kap. De samenhang wordt bepaald door de overeenkomsten in maat en schaal van de bebouwing, de eenvoudige hoofdvormen, de toepassing van kappen en de onderlinge positie van de bebouwing ten opzichte van de weg. Gevelindeling, materiaal, detaillering en kleur is gevarieerd en afhankelijk van de bouwstijl.

De gevels zijn vaak traditioneel geordend; naar boven toe worden gevelopeningen meestal kleiner. De overeenkomsten bestaan uit de toepassing van gatengevels en de toepassing van natuurlijk materiaalgebruik als rode of bruine baksteen, pleisterwerk, keramische rode of antracietkleurige pan, riet en hout. Het kleurgebruik is ingetogen en voegt zich naar de kenmerken van de betreffende bouwstijl.

R

> Dorpsentrees en dorpsranden (met name

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

WAARDE De historische stads- en dorpsgebieden hebben hun eigen onderscheidende en waardevolle karakteristiek als oorspronkelijk gestrekt oeverwaldorp, brinkdorp of esdorp weten te behouden en dragen ieder voor zich bij aan de beeldkwaliteit en identiteit van de gemeente West Betuwe. De oorspronkelijke dijklinten, polderlinten en achterstraten of onderstraten langs achtererven van dijkwoningen zijn nog herkenbaar aanwezig. In de kleinere kernen zijn de overgangen tussen de historisch dorpsgebieden en de open komgronden vaak nog nauwelijks aangetast. De historische dorpsgebieden vormen de context van veel objecten van cultuurhistorische waarde.

RICHTLIJNEN

GEVEL, MATERIAAL, DETAILLERING & KLEUR HET BOUWPLAN: heeft een samenhangende gevelindeling en kleurgebruik en een materialisering waarvan de kwaliteit ook op langere termijn behouden blijft; heeft een detaillering die ondersteunend is aan de architectuur; integreert installaties voor energieopwekking in het ontwerp; maakt bij voorkeur gebruik van duurzame materialen en materialen die beschikbaar zijn om zo afvalstromen te beperken en meer in te zetten op hergebruik.

47

KERNKWALITEITEN

AMBITIES

46 47

Historische dorpsgebieden

WAARDE &

49

48

Deel III deelgebieden & niveaus

/

De Degids gidsvoor voorRuimtelijke RuimtelijkeKwaliteit Kwaliteit Gemeente West Betuwe

WOONBUURTEN

De gids voor Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente West Betuwe

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/462/documents/11235