CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-126-bijlage-Waalbandijk-ongenummerd-Ophemert-toelichting.pdf

Gemeenteraad 25 oktober 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 9: Voorstel tot vaststelling bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert voor de bouw van een woning12.925 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

blad 26 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert Gemeente West Betuwe Projectnummer 0469707.100

Naar aanleiding van dit onderzoek is in de regels de bestaande haag beschermd. Het verwijderen hiervan mag alleen indien er uit ecologische onderzoek blijkt dat dit mogelijk is. blad 27 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert Gemeente West Betuwe Projectnummer 0469707.100

Stikstofonderbouwing In de omgeving van het plangebied zijn Natura 2000-gebieden gelegen waarbinnen stikstofgevoelige habitats aanwezig zijn. Deze gebieden zijn relevant in het kader van stikstofonderzoek (AERIUS). De afstand vanaf het plangebied tot en met het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Rijntakken) met stikstofgevoelig gebied is circa 0,17 kilometer. In het kader van de Wet natuurbescherming moet beoordeeld worden of de ontwikkeling leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van de beschermde habitats en de habitats van soorten in dit Natura 2000-gebied. In het kader van het bestemmingsplan is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 6 opgenomen bij deze toelichting. Uit het onderzoek komt geen depositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Het aspect stikstof is geen belemmering voor de realisatie van voorliggend plan. Conclusie Er kan worden geconcludeerd dat het aspect natuur geen belemmering is voor het bestemmingsplan, mits de voorgestelde maatregelen (behoud haag) opgevolgd worden.

4.8

Milieuzonering Wettelijk kader Bedrijven en milieuzonering Woningen zijn 'milieugevoelig objecten' en 'kwetsbaar objecten'. Hiervoor gelden milieu- en veiligheidsafstanden ten opzichte van installaties, voorzieningen en / of inrichtingen, die onder de Wet milieubeheer vallen. Voor het oprichten van woningen dient bepaald te worden of deze in een milieuzone liggen van omliggende bedrijven. De VNG heeft de Handreiking:“Bedrijven en milieuzonering, Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk” (2009) opgesteld. Deze handreiking geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfsactiviteiten. Tevens geeft het een richtafstand voor het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in relatie tot het omgevingstype en voor het inpassen van gevoelige functies nabij bedrijven. Deze afstanden gelden in principe tussen enerzijds de perceelgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van een woning. De twee omgevingstypes die de VNG hanteert zijn: Rustige woonwijk en rustig buitengebied: “Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.

Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stilte gebied of een natuurgebied.” Gemengd gebied: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.” Het omgevingstype wordt bepaald door het (soort) gebied waarin de locatie zich bevindt en niet door de locatie zelf. Het plangebied wordt beschouwd als een rustige woonwijk. In Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) worden de volgende richtafstanden per bedrijfstype geadviseerd voor nieuwe bestemmingsplannen. Tabel 3: richtlijnafstanden van de VNG

blad 28 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert Gemeente West Betuwe Projectnummer 0469707.100

Spuitzones Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen inclusief tuinen. Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van fruitbomen wordt in de bestemmingsplanpraktijk een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter, aan te houden tussen een fruitboomgaard en een gevoelige bestemming. Dit is een in de praktijk gegroeide vuistregel. Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag mensen verblijven of samenkomen. Een woning met tuin wordt als zodanig aangemerkt. Bij de afstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van de bewoners van de woning. De 50 meter afstand is echter een indicatieve en willekeurige afstand. Een verantwoorde afstand hangt onder meer af van het soort teelt ter plaatse en de plaatselijke omstandigheden. Voor het betrokken bestuursorgaan bestaat zowel bij toepassing als afwijking van deze afstand een onderzoeksplicht. Een kortere afstand is mogelijk, mits voorzien van een deugdelijke motivering.

Er kan mogelijk onderbouwd afgeweken worden naar 30 meter. Toetsing Spuitzones Rond fruitboomgaarden is sprake van een zogenaamde spuitcirkel waarbinnen woningbouw niet zonder meer mogelijk is in verband met het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Hoewel er geen wettelijke voorschriften zijn omtrent de minimaal aan te houden afstanden tussen boomgaarden en gevoelige objecten, moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging worden gemaakt waarbij een zodanige afstand wordt aangehouden dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen kan worden gegarandeerd. Door recente jurisprudentie (uitspraak Raad van State 16-12-2020 ) inzake de onderbouwing van zogenaamde spuitzones (benodigde afstand tussen boomgaarden en gevoelige functies) is locatie specifiek spuit onderzoek gebaseerd op de PRI door de Raad van State als niet voldoende wetenschappelijk ondersteund , aangemerkt. Mede op advies van het bureau SPA-WNP (adviesbureau met o.a. specialisatie spuitzones) wordt daarom teruggevallen op de basisregel van 50 meter afstand tussen nieuwe boomgaarden en gevoelige functies waarbij eventueel een algemene afwijkingsbevoegdheid opgenomen kan worden voor kortere afstanden op basis van een juridisch houdbaar maatwerkonderzoek.

Dit soort onderzoek is echter op dit moment niet voorhanden en door de Raad van State is nog niet met een andere methode als onderbouwing ingestemd. In dit bestemmingsplan is als volgt rekening gehouden met de spuitzones rondom de woningbouwlocatie. Aan de noordkant is geen sprake van een boomgaard. Omdat de woonwijk Slingerbos ook aan dit perceel grenst is het niet de verwachting dat deze gronden als boomgaard gebruikt zullen gaan worden. De woonbestemming in het bestemmingsplan Slingerbos levert ook blad 29 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert Gemeente West Betuwe Projectnummer 0469707.100

reeds een belemmering op om hier een nieuwe boomgaard aan te leggen. De bestaande boomgaard aan de oostkant zal verwijderd worden. Deze gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer van de bouw van deze woning. Hierom is dit gebied ook opgenomen in dit bestemmingsplan met de bestemming Agrarisch. In de regels is een verbod opgenomen voor een nieuwe boomgaard. Ten aanzien van de bestaande boomgaard ten noordoosten van het plangebied is de woning zo bestemd dat hier geen problemen met spuitzones verwacht worden. De gronden tussen het bouwvlak en de boomgaard hebben bovendien de bestemming Agrarisch gekregen zodat hier ook geen gevoelige functies gerealiseerd kunnen worden. Daarmee vormt dit aspect geen probleem voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Bedrijven en milieuzonering In het plangebied wordt één woning gerealiseerd. Rondom het plangebied zijn meerdere milieubelastende activiteiten aanwezig die zijn opgenomen in de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering. Ten westen is eveneens een woonperceel aanwezig. In de overige richtingen zijn agrarische percelen gesitueerd. In figuur 4.4 is een overzicht van omliggende bedrijvigheid te zien.

Figuur 4.4 Overzicht bedrijvigheid In de onderstaande tabel is de richtafstand voor de genoemde functies opgenomen aan de hand van de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering. Daarnaast is rekening gehouden met spuitzones van agrarische percelen waar fruit- en/of boomteelt mogelijk is. Dat betreffen de percelen met de bestemming 'Agrarisch'. De spuitzones is minimaal 25 meter . Tabel 4: Overzicht richtafstanden en spuitzones

Bedrijfsgebouwen voor akkerbouw en fruitteelt vallen volgens de bedrijvenlijst van de blad 30 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert Gemeente West Betuwe Projectnummer 0469707.100

VNG-brochure in milieucategorie 2. Voor bedrijven in milieucategorie 2 geldt een indicatieve afstand van 30 meter tussen de perceelsgrens/bedrijfsactiviteit en de gevel van een woning in een ‘rustig buitengebied'. Hier is geen sprake van bedrijfsgebouwen binnen deze afstanden. Conclusie Op grond van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het plan inpasbaar is vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering.

4.9

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Wettelijk kader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Hierin is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan - ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Dit is een “vormvrije” mer-beoordeling. Onderzoek Op grond van bijlage D van het Besluit m.e.r.

wordt het project beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject. Het plan blijft ruimschoots onder de drempelwaarden, waarbij een m.e.r.-beoordeling is vereist. Dit betekent dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In het kader van het bestemingsplan is een aanmeldingsnotitie opgesteld. Deze is als bijlage 8 bijgevoegd. Conclusie In de aanmeldingsnotitie wordt geconcludeerd, dat er geen sprake is van waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer en dat het opstellen van een milieueffectrapport voor de besluitvorming over het plan niet nodig is. Hierover zal het bevoegd gezag een apart besluit nemen. Dit besluit zal worden toegevoegd aan de stukken nadat het genomen is.

4.10

Water Rijksbeleid Nationaal waterplan In december 2009 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen. Het Nationaal Waterplan (NWP) is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding.

blad 31 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert Gemeente West Betuwe Projectnummer 0469707.100

Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. In het Nationaal Waterplan is een eerste uitwerking gegeven aan het Deltaprogramma dat wordt opgesteld naar aanleiding van het advies van de Deltacommissie in 2008. Dit programma is gericht op duurzame waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Provinciaal beleid Provinciaal Waterplan In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2027 en 2015 er liggen. Daarbij is beschreven hoe wij voor de planperiode de uitvoering van acties zien om die doelstellingen te bereiken. Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies.

In het kort hier de belangrijkste doelstellingen voor de planperiode: voor de 35 gebieden van de TOP-lijst is het Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regiem (GOOR) bestuurlijk vastgesteld en zijn de maatregelen voor herstel uitgevoerd; de maatregelen voor herstel van de wateren van het hoogste ecologisch niveau (HEN-wateren) zijn uitgevoerd; de natte ecologische verbindingszones zijn gerealiseerd, tenzij onvoldoende financiële middelen beschikbaar zijn; wateroverlast vanuit het regionale watersysteem wordt voorkomen door inrichting van waterbergingsgebieden en verruiming van watergangen; in het stedelijk gebied is urgente wateroverlast opgelost; de zwemwateren voldoen als minimum aan de categorie aanvaardbaar; toekomstvast hoogwaterbeleid. Waterschap Rivierenland Waterschapsbeleid Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken, verbinden, vergroenen' beschrijft wat het waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerplan zijn de kaders voor het waterbeheer gegeven en de opgaven gedefinieerd.

De visie van het waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema's: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit. Watertoets In het kader van de ontwikkeling is door Antea Group een watertoets uitgevoerd (zie bijlage 9). Een digitale watertoets voor het indicatieve bestemmingsplan nabij Waalbanddijk 45 te West Betuwe is aangemeld bij het Waterschap Rivierenland. Het Waterschap heeft in het kader van de watertoets een aantal aandachtspunten meegegeven voor het vervolg en de verdere uitwerking. Zo wil ze betrokken worden bij de verdere uitwerking van de plannen en zeker ook de aansluiting op de Waalbandijk. Initiatiefnemer heeft hier ook al contact over met het Waterschap. Het waterschap is niet tegen de realisatie van deze woning maar wil nauw betrokken worden bij het vervolg. Vanuit het waterschappelijk is het wenselijk om inzichtelijk maken hoeveel verhard oppervlak erbij komt; denk hierbij ook aan erf- en tuinverharding. Bij de verdere uitwerking van het plan moet worden beschreven en waar nodig onderzocht hoe klimaatadaptatie is vormgegeven.

Vanuit het Waterschap is verder aangegeven dat er een vrijstelling is initiatieven binnen de bebouwde kom van een toename kleiner dan 500m² en buiten de bebouwde kom van 1.500 m² voor individuele bouwprojecten van 1 individuele woning. Initiatiefnemer heeft na deze blad 32 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert Gemeente West Betuwe Projectnummer 0469707.100

watertoets een inschatting gemaakt van de toename aan verharding hieruit blijkt dat deze maatvoering van 1.500m² niet gehaald wordt. Tabel 5: overzicht nieuwe verharding Functie van de verharding

Oppervlakte (m²)

Voor toegangsweg inclusief afrit v.d. dijk

ca. 300 m²

Oppervlak woning maximaal

ca. 300 m²

Eventuele bijgebouw

ca. 250 m²

Eventueel aan te leggen terrassen

ca. 250 m²

Parkeer en draaivlak

ca. 300 m²

Totaal

ca. 1.400 m²

Omdat op deze plek een uitbreiding van bestaande watergangen niet zondermeer mogelijk is ter compensatie is ervoor gekozen om de verdere uitwerking van de plannen in nauw overleg met het Waterschap te laten plaatsvinden waarbij er een watervergunning aangevraagd zal moeten worden. Daarbij toets het Waterschap of de belangen voldoende geborgd zijn en is daarmee het belang van het water ook voldoende geborgd. De bescherming van de dijk is geregeld met de dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterkering' en de gebiedsaanduidingen 'overige zone - oeverwal-stroomrug' en 'vrijwaringszone-dijk-1'. Door deze aanduidingen en dubbelbestemmingen worden de belangen van het Waterschap ook juridisch geborgd. Conclusie Het waterschap adviseert niet negatief over het plan, onder de voorwaarde dat er voldoende rekening wordt gehouden met genoemde aandachtspunten uit de watertoets en afstemming blijft met het Waterschap. Het bestemmingsplan maakt maatregelen voor de waterhuishouding mogelijk zodat dit geen beperking is voor de uitvoerbaarheid.

blad 33 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert Gemeente West Betuwe Projectnummer 0469707.100

blad 34 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert Gemeente West Betuwe Projectnummer 0469707.100

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische aspecten

Plansystematiek Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de nieuwbouw van 1 woning. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Voor de inhoud van de regels is in overleg met de gemeente aangesloten bij de recente bestemmingsplannen voor de dorpen en de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. Hierdoor is sprake van vergelijkbare bouw- en gebruiksmogelijkheden als in de omliggende woongebieden. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer globaal tot gedetailleerd. Het onderhavige bestemmingsplan beschrijft meer dan alleen de hoofdlijnen van het beleid, doch treedt niet al te zeer in details. Uitgangspunt van het bestemmingsplan is het bieden van een flexibele, juridische regeling, zonder dat hierdoor de rechtszekerheid van de burger wordt geschaad. De planopzet is gericht op de realisatie van de nieuwe situatie (1 woning). Eén en ander komt tot uitdrukking in de regels en blijkt ook uit de verbeelding. In de volgende paragraaf wordt inhoudelijk ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen binnen het onderhavige bestemmingsplan.

5.2

De bestemmingen In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Artikel 3 Agrarisch De bestemming Agrarisch is opgenomen voor de percelen ten oosten van de nieuwe woning. de gronden mogen gebruikt worden voor een grondgebonden agrarisch bedrijf. Er mogen alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde gebouwd worden. Op grond van de specifieke gebruiksbepalingen is een boomgaard/fruitteelt niet meer mogelijk. Artikel 4 Tuin De voortuinen bij de woningen zijn bestemd als ‘Tuin’. Binnen deze bestemming is het niet toegestaan te bouwen. Dit voorkomt ongewenste gebouwen voor de voorgevel van de woningen. Het is namelijk zeer wenselijk dat de woningen vanaf de openbare weg zichtbaar zijn en dat de tuinen een kwalitatieve bijdrage leveren aan het sfeerbeeld van de kern. Bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen wel gebouwd worden. Artikel 5 Wonen De tot ‘Wonen’ bestemde gronden zijn bedoeld voor wonen, aan huis verbonden beroepen of aan huis verbonden bedrijven en gastouderschap, tuinen, erven en verhardingen, groen- en nutsvoorzieningen, ondergeschikte voorzieningen voor verkeer en verblijf, en voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Per bouwperceel is één vrijstaande woning toegestaan. Op de verbeelding zijn bouwvlakken opgenomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen die binnen het bouwvlak worden gebouwd, en gebouwen die buiten het bouwvlak worden gebouwd.

Op de verbeelding is de toegestane bebouwingstypologie (vrijstaand), de maximale goot- en bouwhoogte opgenomen. Er zijn nadere regels opgenomen voor het bouwen van gebouwen

blad 35 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert Gemeente West Betuwe Projectnummer 0469707.100

en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van een aantal bouw- en gebruiksregels. Er zijn gebruiksregels opgenomen voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep of bedrijf. Voor het verwijderen van de aawezige hagen en vegetatie is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden nodig. Artikel 6 Waarde - Archeologie 1 De voor Waarde - Archeologie 1 aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. In gevallen waarin een ontheffing of omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden is vereist, geven burgemeester en wethouders (op basis van advies van de archeologisch deskundige) aan of zij inventariserend veldonderzoek noodzakelijk achten (en zo ja op welke wijze). Dit is afhankelijk van de aard van de voorgestelde bodemingreep en van de specifieke archeologische vraagstelling die voor de locatie geldt. Als aanvullend onderzoek noodzakelijk is, wordt op basis van de resultaten daarvan beoordeeld of een ontheffing of aanlegvergunning kan worden verleend. Indien de ingreep waarvoor de ontheffing of omgevingsvergunning wordt gevraagd, kan leiden tot aantasting van archeologische waarden, kunnen aan het verlenen van ontheffing of een aanlegvergunning voorwaarden worden verbonden.

Die voorwaarden kunnen zijn: planaanpassing, het nemen van technische maatregelen om aantasting van het bodemarchief tegen te gaan, het uitvoeren van een definitief archeologisch onderzoek, het archeologisch begeleiden van grondwerk of een combinatie daarvan. De kosten van archeologisch onderzoek en andere noodzakelijke maatregelen zijn voor rekening van de aanvrager. Artikel 7 Waarde - Archeologie 4 Er zijn in het plangebied twee dubbelbestemmingen opgenomen ter bescherming van eventuele archeologische waarden in de grond. Deze dubbelbestemmingen worden overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. Deze zorgen ervoor dat als er bodemverstorende werkzaamheden plaatsvinden er eerst een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen beschermde waarden aanwezig zijn. De onderzoeksplicht voor gronden met de bestemming Waarde – Archeologie 4 geldt uitsluitend voor grootschaliger projecten, dat wil zeggen projecten waarvoor een MER plicht geldt, Tracé-wet projecten en projecten met een omvang van tenminste 10.000 m². Artikel 8 Waterstaat - Waterkering De Waalbandijk heeft de functie van waterkering. Ter bescherming dient rond deze waterkering een zone te liggen die de functie waarborgt. De zone van 40 meter aan weerszijde van de dijk heeft de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’.

De voor Waterstaat - Waterkering aangewezen gronden zijn met name bestemd voor mede bestemd voor voorzieningen voor de directe en indirecte kering van het water en de aanleg, instandhouding en/of bescherming van de waterkering. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. De bebouwingsregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn in de planregels bij deze bestemming opgenomen.

5.3

Algemene en slotregels In de algemene- en slotregels zijn regels opgenomen die voor alle bestemmingen van toepassing zijn. Het betreft strijdig gebruik, de vrijwaringszone voor de dijk waarbinnen de bescherming van de dijk is geborgd en algemene afwijkingsregels. De regels worden afgesloten met de overgangsbepalingen en slotregel zoals in het Bro opgenomen.

blad 36 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert Gemeente West Betuwe Projectnummer 0469707.100

blad 37 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert Gemeente West Betuwe Projectnummer 0469707.100

blad 38 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert Gemeente West Betuwe Projectnummer 0469707.100

Hoofdstuk 6

6.1

Uitvoerbaarheid

Financieel Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkelingen is dat deze voor de gemeente budgetneutraal worden ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad van West Betuwe verplicht om, indien er sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen. Initiatiefnemer zal zelf zorgen dat het perceel wordt aangesloten op de al bestaande voorzieningen. De kosten die de gemeente hiervoor eventueel ook moet maken zullen verhaald worden op de initiatiefnemer. De gemeente zal een anterieure overeenkomst hiervoor met initiatiefnemer afsluiten. De initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkelingen te kunnen realiseren. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond. Initiatiefnemer zal een planschade risico overeenkomst moeten afsluiten met de gemeente zodat eventuele planschade voor rekening van initiatiefnemer komt. Daarmee is de financiele uitvoerbaarheid voor de gemeente voldoende geborgd.

6.2

Maatschappelijk

6.2.1

Inspraak en vooroverleg De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien kan het noodzakelijk zijn om belanghebbenden de gelegenheid te bieden om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dit is afhankelijk van de inspraakverordening van de gemeente. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Artikel 3.1.1 van het Bro geeft aan dat het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Uit deze periode zijn op advies van de Omgevingsdienst enkele aanpassingen gedaan aan de regels en verbeelding ten aanzien van de omliggende boomgaard.

6.2.2

Vaststelling De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wro. Het ontwerpbestemmingsplan wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode kan een ieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Het plan wordt daarna, al dan niet gewijzigd, ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, of beroep wordt ingesteld zonder het aanvragen van een voorlopige

blad 39 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Waalbandijk ongenummerd, Ophemert Gemeente West Betuwe Projectnummer 0469707.100

voorziening, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

blad 40 van 40

Ruimte - Antea Nederland B.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/461/documents/11118