RV2022-113 Lokale Adaptatie Strategie en Maatregelenprogramma.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum vergadering
: 27 september 2022
Registratie nummer Voorstelnummer
: GZDGWB/ : RV2022/113
Portefeuillehouder
: Joke van Vrouwerff
Bijlage(n)
:2
Onderwerp
: Lokale (Klimaat) Adaptatie Strategie en Maatregelenprogramma klimaatadaptatie
Onderwerp Lokale (Klimaat) Adaptatie Strategie en Maatregelenprogramma klimaatadaptatie. Beslispunten 1. De Lokale Adaptatie Strategie West Betuwe vast te stellen. 2. Het Maatregelenprogramma vast te stellen. 3. Van drie voorgestelde scenario’s, scenario 2 “Onderzoeken, proeven en proberen” als uitvoeringsscenario vast te stellen, met bijbehorende capaciteit en maatregelen: 4. Om 400.000 euro (structureel) integraal mee te wegen in de besluitvorming van de programmabegroting 2023-2026 en 335.000 euro incidenteel ten laste brengen van de algemene reserve: • 400.000 euro per jaar voor de benodigde bemensing: - Advies- en projectleiderscapaciteit klimaatadaptatie intern (30.000 euro), - Uitvoerings- en adviescapaciteit in de diverse disciplines (240.000 euro), - Participatie inwoners (80.000 euro), - Participatie ondernemers/bedrijventerreinen (30.000 euro), - Communicatie (20.000 euro). • 90.000 euro in 2022 voor maatregelen E, 4 en 8, • 85.000 euro in 2023 voor maatregelen 7, 9, 19, 20 en 24, • 85.000 euro in 2024 voor maatregelen 22 en 30, • 75.000 euro in 2025 voor maatregel 30. Inleiding Op 29 januari 2020, 30 juni 2020 en 28 maart 2022 stuurden wij u raadsinformatienota’s waarin wij u informeerden over de stappen die wij nemen om het klimaatadaptatie beleid voor West Betuwe op te zetten en waar we ons bevonden in dat proces.
Het eindconcept van de Lokale Adaptatie Strategie (LAS) “De opgave als integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid – werken aan een nieuwe norm voor ruimtelijke en sociale inrichting van de fysieke ruimte” en het maatregelenprogramma is u voor de beeldvormende vergadering op 5 april 2022 (nieuwe raad) meegezonden. In het coalitieakkoord In Beweging is het maatregelenprogramma aangekondigd. Samen met inwoners en ondernemers willen we ons wapenen tegen weersextremen. In dit voorstel leggen wij u nu de LAS en het Maatregelenprogramma ter vaststelling voor. In de Nadere toelichting aan het einde van dit
9 augustus 2022 Kenmerk GZDGWB/ Pagina 2 van 13
raadsvoorstel wordt verder beschreven welke stappen we tot nu toe hebben genomen, waar we nu staan in het proces en welke stappen we in de komende periode gaan zetten. Besluitgeschiedenis • 2015: Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. (Nationaal). • 2018: Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. (Nationaal). • 2018: Bestuursakkoord klimaat adaptatie (alle overheden). • 2019: Uitvoering regionale stresstesten. • 2020: Uitvoering lokale stresstesten. • 5 januari 2021 Beeldvormende vergadering – Regionale samenwerking en Regionale Adaptatie Strategie doorwerking naar lokale strategieën. • 2 februari 2021 Beeldvormende vergadering – Verdiepende kwetsbaarheden analyses West Betuwe. • 25 mei 2021 vaststelling Regionale Adaptatie Strategie. • 9 november 2021 Collegebesluit participatieplan Lokale Adaptatie Strategie “Het bestuursorgaan beschouwt de adviezen en conclusies uit het participatietraject als een zwaarwegend uitgangspunt bij politieke besluitvorming”. • 9 november 2021 Informatienota over vaststelling Participatieplan door College van B&W. • 11 januari 2022 Beeldvormende vergadering – kaderstelling lokale strategie. • 5 april 2022 Beeldvormende vergadering – lokale adaptatie strategie en maatregelenprogramma.
Beoogd effect Het voorkomen en beperken van gezondheids- (inwoners) en materiële schade aan private (bij inwoners en ondernemers) en (semi)publieke eigendommen, als gevolg van de toenemende kans op periodes van hitte, droogte (watertekort) en natte (wateroverlast), doen we samen met de samenleving. Daarbij is van belang dat de gemeente beschikt over de benodigde kennis en materiaal om de vragen vanuit inwoners en bedrijven zo integraal mogelijk te beantwoorden. En waar mogelijk samen met de samenleving, in de vorm van pilots, antwoorden te zoeken en te ontdekken wat in West Betuwe het beste past. Daarmee stellen we inwoners en ondernemers in staat om in de toekomst zélf oplossingen te realiseren. Argumenten 1.1. De urgentie om ons aan te passen aan het extremer wordend weer wordt steeds groter. Jaarlijks ervaren we de gevolgen van klimaatverandering. De verwachting is dat de effecten extremer en groter worden, met grote financiële impact voor de samenleving (voor West Betuwe geschat op minimaal 647 miljoen euro tot 2050 als gevolg van hitte, droogte en wateroverlast, waarin de schade aan natuur en overstromingsrisico’s niet zijn meegenomen). Dat vraagt om aanpassingen aan onze fysieke en sociale leefomgeving en heldere duidelijke bestuurlijke regie en kaders.
Recente lokale voorbeelden van extreem weer zijn het dreigend tekort aan water voor de fruitteelt nabij Opijnen, de windhoos in Meteren (firma Van Steenis) en wateroverlast in de laaddocks bij Bakkerij Bouwman in Geldermalsen. Dit zijn voorbeelden van ondernemingen, maar ook inwoners hebben er mee vandoen. Onder andere door de steeds hoger wordende temperaturen in de zomer. Met Scenario 2 handelt de gemeente actief om in de toekomst
9 augustus 2022 Kenmerk GZDGWB/ Pagina 3 van 13
inwoners en ondernemers in staat te stellen zelf de gevolgen van extremen zoveel als mogelijk te voorkomen of te beperken. 1.2. Het bestuursakkoord klimaatadaptatie legt de opgave voor duidelijke kaders neer bij het lokaal bestuur. In 2018 is het bestuursakkoord klimaatadaptatie door alle overheden (VNG namens de gemeenten) ondertekend. Daarmee gaven de overheden aan de urgentie en noodzaak te erkennen en dat we vanaf 2020 klimaatadaptief zouden gaan handelen. De eerste stap voor West Betuwe was het vaststellen van de Regionale Adaptatie Strategie (25 mei 2021). In het vervolg daarop zijn in de voorliggende LAS de lokale kaders opgenomen. Deze kaders bieden de raad en het college een handvat om een toetsing te kunnen doen op klimaatadaptief handelen. De strategie is concreet gemaakt in het maatregelenprogramma. Hierin zijn activiteiten opgenomen die actief bijdragen aan het voorkomen en beperken van de gevolgen van hitte, droogte en natte. 2.1. De maatregelen dragen bij aan bewustwording, klimaatadaptief handelen en interne borging. De impact van extreem weer raakt vele sectoren en disciplines. Ons hieraan aanpassen vraagt een verantwoordelijkheid van de gehele samenleving en, in het verlengde daarvan, de gemeentelijke organisatie. Om die reden zetten we in op bewustwording, klimaatadaptief handelen en interne borging.
In deze fase is interne borging cruciaal om alle disciplines verantwoordelijk voor de openbare inrichting (fysiek en sociaal) voldoende handvatten te geven om klimaat adaptief te handelen binnen hun vakgebied. Daarmee kan in de toekomst bij herinrichting of reconstructies en (ver)bouw van maatschappelijke voorzieningen worden voldaan aan de eisen vanuit het Rijk tegen weersextremen (hitte, droogte, water en bodemdaling). 2.2. De maatregelen maken inzichtelijk wat er nodig is voor concrete uitvoering. Het werken aan klimaatadaptatie kent een cyclisch proces van weten, willen en werken. Het maatregelenprogramma gaat over het werken: tastbaar aan de slag om de leefomgeving klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Door te doen, leren we over de beste aanpak. In 2026, wanneer dit maatregelenprogramma afloopt, hebben we voldoende kennis voor concrete uitvoeringsprojecten om in 2050 een klimaatrobuuste gemeente te zijn. 3.1 Scenario 2 past het beste bij gemeente West Betuwe. U wordt voorgesteld om scenario 2 Onderzoeken, proeven en proberen vast te stellen. Dit scenario gaat uit van een goede voorbereiding op de versnelling, het vergroten van kennis en bewustwording in de samenleving en borging in de gemeentelijke organisatie met een ambitieus maatregelenprogramma. Samenwerking met inwoners en ondernemers en het opdoen van ervaringen staan centraal.
3.2 Scenario 2 past bij deze eerste fase. Dit is het eerste maatregelprogramma van de gemeente op het thema klimaatadaptatie. We zitten in een fase waarin we nog veel moeten ontdekken. We moeten bijvoorbeeld kennis over geschikte kaders en richtlijnen voor partners ontwikkelen, wat de meest effectieve en kostenefficiënte aanpak is bij fysieke ontwikkelingen of welke werkprocessen er intern nodig zijn. In het volle besef
9 augustus 2022 Kenmerk GZDGWB/ Pagina 4 van 13
dat er een moment komt waarop we moeten gaan versnellen om kwetsbaarheden te beperken en om de doelstelling in 2050 klimaat- en waterrobuust te halen. Scenario 2 is daarom een bij West Betuwe passend scenario. 3.3 Scenario 2 wacht niet af maar ondersteunt en vult diverse beleidsprogramma’s aan. In de strategie hebben we leidende principes en uitgangspunten opgenomen. Deze zijn niet allemaal in lijn met de vigerende beleidsprogramma’s. De strategie moet gezien worden als een overkoepelend beleidsprogramma, waar op termijn bij beleidsactualisaties de uitgangspunten (zover deze dan al niet wettelijk geëist worden) in de beleidsprogramma’s met bijbehorende budgetten wordt opgenomen. Met Scenario 2 handelt de gemeente actief om in de toekomst inwoners en ondernemers in staat te stellen zelf de gevolgen van extreme weersomstandigheden zoveel als mogelijk te voorkomen of te beperken. 4.1. Deze nieuwe taak is tot op heden nog niet financieel geborgd. In de perspectiefnota is de opgave van klimaatadaptatie wel benoemd, maar nog niet financieel verankerd. Ten aanzien van klimaatadaptatie is gesteld dat deze, in navolging van de kosten voor de energietransitie, budgetneutraal verwerkt worden in de begroting. Gelden die we van het Rijk ontvangen, worden ingezet.
Tot nu toe is er geen zicht op concrete bijdragen vanuit het Rijk voor de kosten van klimaatadaptatie (in tegenstelling tot de in de meicirculaire 2022 aangekondigde middelen voor de energietransitie). Dit betekent dat de extra kosten voor klimaatadaptatie vooralsnog door de gemeente zelf gedragen moeten worden. 4.2. Deze financiële impuls is nodig om voorbereidende activiteiten te ontplooien. Voor scenario 2 “Onderzoeken, proeven en proberen” zijn extra middelen nodig om uitvoering te kunnen geven aan het maatregelenprogramma. In de perspectiefnota is de opgave van klimaatadaptatie wel benoemd, maar nog niet financieel verankerd. Tot nu toe is er geen zicht op concrete bijdragen vanuit het Rijk voor de kosten van klimaatadaptatie (in tegenstelling tot de in de meicirculaire 2022 aangekondigde middelen voor de energietransitie). Dit betekent dat de extra kosten voor klimaatadaptatie vooralsnog door de gemeente zelf gedragen moeten worden. Deze nieuwe beleidsopgave is nog niet geborgd en wordt daarom integraal afgewogen bij de begrotingsbehandeling ten behoeve van de begroting 2023 – 2026. Op pagina 31 en 32 van het maatregelenprogramma hebben we beschreven welke middelen geadviseerd worden om uitvoering te kunnen geven aan maatregelen. 4.3. Financiële impuls is nodig om extra capaciteit aan te trekken.
Voor scenario 2 “Onderzoeken, proeven en proberen” is extra capaciteit nodig om uitvoering te kunnen geven aan het maatregelenprogramma. Met behulp van deze extra formatie zijn we in staat om intern alle vakdisciplines te voorzien van voldoende basiskennis, te leren door pilots uit te voeren en integrale afwegingen te kunnen maken bij Nationale en Provinciale regelgeving. We creëren hiermee heldere informatie, ideeën/voorbeelden en financiële impulsen om samen met onze inwoners en ondernemers (kerngericht en participatief) te werken aan een klimaatrobuuste leef- en werkomgeving. Op pagina’s 9 en 10 van het maatregelenprogramma hebben we de capaciteit en functies beschreven.
9 augustus 2022 Kenmerk GZDGWB/ Pagina 5 van 13
4.4. Financiële middelen zijn nodig om uitvoering te kunnen geven aan eerder gemaakte afspraken. Zo zijn in 2022, in de prestatieovereenkomst met woningcorporaties, klimaatafspraken gemaakt over het uitvoeren van een pilotproject vergroenen sociale woonpercelen. De financiële middelen zijn hier niet voor geborgd en voor het nakomen van deze prestatieafspraak is een investering nodig van 60.000 euro. Kanttekeningen 1.1 De Lokale Adaptatie Strategie zelf biedt alleen de kaders. De LAS beschrijft de ontwikkeling voor op langere termijn. Het beschrijft de uitgangspunten en principes voor de veiligheid en inrichting van de leefomgeving. Concrete maatregelen om de doelstellingen van de strategie te realiseren zijn in het maatregelenprogramma uitgewerkt. 1.2 De Lokale Adaptatie Strategie beperkt zich tot algemeen toepasbare uitgangspunten en leidende principes. Met de gezamenlijk opgestelde uitgangspunten en leidende principes kan per beleidsthema (wonen, beheer openbare ruimte, mobiliteit, etc.) de optimale invulling gegeven worden. In het maatregelenprogramma zijn onderzoeken en adviesvraagstukken voorgesteld die per beleidsthema leiden tot een integrale afweging. Daarnaast komen er vanuit nationaal en provinciaal beleid meer wettelijke kaders waar minimaal aan voldaan moet gaan worden.
1.3 De Lokale Adaptatie Strategie bevat geen concrete regels of normen die aan externen worden opgelegd. De LAS beschrijft de rol van de gemeente ten opzichte van samenwerkingspartners en wat deze partijen zelf kunnen doen. We hebben geen regels of normeringen opgenomen, omdat dit gebaseerd is op de uitkomsten van de participatierondes met inwoners, ondernemers, organisaties en interne gesprekken. 2.2 De impact van het maatregelenprogramma is groot. Daarmee wordt er veel van de samenleving en de gemeentelijke organisatie gevraagd. Het maatregelenprogramma is (samen met de LAS) ontstaan uit een intensieve samenwerking met belanghebbenden en onze organisatie. Voor de uitvoering is samenwerking een belangrijke voorwaarde en moeten we ook laten zien dat we gesprekspartners serieus nemen. De afspraken en ideeën uit deze eerste samenwerking zijn geborgd in het maatregelenprogramma. 3.1 Er kan gekozen worden voor een ander scenario Scenario 1 ‘Eerst zien dan geloven’ kent een lage prioriteit toe aan de klimaatopgaven. We pakken in dit scenario binnen de huidige capaciteit en beperkte middelen op wat we kunnen. Maar een heel aantal maatregelen uit het maatregelenprogramma worden dan niet uitgevoerd. Het wordt erg moeilijk om met dit scenario de doelstelling in 2050 te halen.
Het risico is dat we in de toekomst meer gestuurd worden door wettelijke kaders (landelijk en provinciaal) en lopen hierbij het risico dat extra incidentele investeringen en capaciteit nodig zijn. Scenario 3 volgt de lijn van de doelstelling. Het is een ambitieuze doelstelling en vraagt op korte termijn fors meer capaciteit, onderzoek- en uitvoeringsmiddelen om nu al een versnelling in gang
9 augustus 2022 Kenmerk GZDGWB/ Pagina 6 van 13
te zetten. Het maatregelenprogramma voorziet hier niet in en zal op korte termijn aangevuld moeten worden met uitvoeringsprojecten om kwetsbaarheden te verminderen. Hierbij zullen ook werkzaamheden naar voren gehaald moeten worden. 4.1 Deze taak is financieel niet geborgd. Bij het tot stand komen van perspectiefnota was het wel bekend dat er de komende jaren een grote opgave ligt voor klimaatadaptatie, alleen was de omvang nog niet concreet bekend. Uiteindelijk zijn de opgave uit het Klimaatakkoord (2019) vertaald naar de flexibele kern met als uitgangspunt “kostenneutraal”. Echter, de opgave vanuit het Klimaatakkoord heeft alleen betrekking op de energietransitie en niet op klimaatadaptatie. De benodigde formatie voor klimaatadaptatie zal grote gevolgen hebben voor de beschikbare middelen van de flexibele kern. Daarom wordt voorgesteld om de benodigde financiering van het voorgestelde scenario 2 integraal mee te nemen in de programmabegroting 2023 -2026. 4.2 De Lokale Adaptatie Strategie en het maatregelenprogramma vragen om extra financiële en personele investeringen. Het uitvoeren van minder maatregelen kan betekenen dat dit een aanpassing van het voorgestelde scenario inhoudt, waardoor het pad naar de doelstelling in 2050 wijzigt.
Een aanpassing in gevraagde middelen kan betekenen dat maatregelen op een andere manier uitgevoerd moeten worden, waarbij bepaalde doelgroepen te maken krijgen met andere verwachtingen en of ondersteuning. Ook kan uw keuze van invloed zijn op de realisatie van de door uw raad in de Omgevingsvisie 1.0 en Regionale Adaptatie Strategie vastgestelde ambities ten aanzien van klimaatadaptatie. Daarmee kan klimaatadaptief handelen niet worden verankerd in de eerstvolgende beleidsherzieningen en worden de uitvoeringsdoelstellingen vanaf 2026 niet behaald. Financiën De huidige beschikbare middelen en capaciteit, samen met de reeds beschikbare externe middelen worden nader toegelicht in het hoofdstuk “Financiering en capaciteit” van het maatregelenprogramma, pagina 6. Om invulling te geven aan scenario 2 “Onderzoeken, proeven en proberen” zijn aanvullend extra investeringen noodzakelijk. In onderstaande tabel is dit nader toegelicht. Bemensing
Benodigde extra capaciteit 0,3
Benodigde financiën *) 30.000
Uitvoerings- en adviescapaciteit (verspreid over diverse disciplines binnen de organisatie) Participatie inwoners
2,4
240.000
0,8
80.000
Participatie ondernemers/bedrijventerreinen
0,3
30.000
Communicatie
0,2
20.000
Totaal
4,0
400.000
Advies- en projectleiderscapaciteit intern
9 augustus 2022 Kenmerk GZDGWB/ Pagina 7 van 13
Maatregelen
Benodigde financiën 60.000
E.
Pilot vergroenen sociale huurwoningen
4.
Aanvraag impulsregelingsgelden 2022, 2023
15.000
7.
Planning fysieke aanpak urgentste knelpunten m.b.t. wateroverlast.
20.000
8.
Opstellen overzicht met alle vitale en kwetsbare objecten
15.000
9.
Ontwikkelen kansen- en risicokaart nieuwbouw
20.000
19. Opstellen kaders klimaatadaptieve gebiedsontwikkeling en koeltemaatregelen 20. Opstellen kaders natuurinclusief bouwen en ontwikkelen
15.000
22. Ontwikkelen regelgeving innovatieve bedrijfsvoering agrariërs
10.000
24. Zoekgebieden aanwijzen voor waterbuffering
15.000
15.000
30. Vergroting bewustwording groene schoolpleinen en subsidieverstrekking. Totaal
.
150.000 335.000
*) de bedragen genoemd voor extra bemensing zijn op basis van schaal 10 exclusief overhead. Hoe deze capaciteit en projecten zich verhouden tot deze eerste fase van de LAS wordt in onderstaande tabel weergegeven. Uitvoeringsjaar Bemensing 4,0 fte Maatregelen E 4 7 8 9 19 20 22 24 30
2022
2023
2024
2025
400.000
400.000
400.000
60.000 15.000 20.000 15.000 20.000 15.000 15.000 10.000 15.000 75.000
75.000
Hoewel het Rijk klimaatadaptatief handelen van de decentrale overheden verwacht en het landelijk beleid steeds meer uitvoeringskosten voor de gemeente met zich meebrengt, zijn er door het Rijk nog geen (structurele) financiën beschikbaar gesteld. De VNG lobbyt namens de gemeente voor een passende bijdrage aan de investerings- en uitvoeringslasten voor klimaatadaptatie. Dit betekent dat de extra kosten voor klimaatadaptatie vooralsnog door de gemeente zelf gedragen moeten worden. In de perspectiefnota hadden we nog het uitgangspunt dat we deze opgave budgetneutraal wilden uitvoeren, dus binnen de beschikbare middelen van het Rijk. Maar het Rijk heeft alleen (en incidenteel) geld beschikbaar gesteld voor de energietransitie en nog niet voor overige klimaatmaatregelen. Voor
9 augustus 2022 Kenmerk GZDGWB/ Pagina 8 van 13
klimaatadaptatie zijn geen structurele middelen beschikbaar, alleen impulsregelingen. Naar verwachting zal hier de komende jaren meer overleg over plaatsvinden, vandaar de aanname dat we vanaf 2026 wel (voldoende) middelen krijgen en geen structurele raming vanaf begrotingsjaar 2026. Bij het aanvragen van impulsregelingen zullen we ook onze eigen kosten opvoeren om daar deels dekking voor te krijgen. Vooruitlopend op deze Nationale impulsen wordt het benodigde budget voor de formatie integraal afgewogen bij de begrotingsbehandeling ten behoeve van de begroting 2023 - 2026. Wij blijven ons via de VNG inzetten voor voldoende compensatie van het Rijk voor gemaakte en te maken uitvoeringskosten. De benodigde incidentele kosten voor de maatregelen worden ten laste gebracht van de algemene reserve. Ook deze incidentele kosten zijn niet binnen bestaande budgetten (zoals beheerplannen e.d.) op te vangen. Communicatie participatie Zie voor een toelichting op het Kerngericht werken en participatie van inwoners en ondernemers hoofdstuk “Participatie en samenwerking” en “Effectieve en integrale uitvoering” uit de LAS. Het besluit, de LAS en het Maatregelenprogramma worden gepubliceerd op officiële bekendmakingen van de overheid. Bij de uitwerking van het maatregelenprogramma wordt op verschillende momenten voor diverse maatregelen participatietrajecten uitgezet.
Uitvoering/Planning Na de vaststelling van de Lokale Adaptatie Strategie en het Maatregelenprogramma in de gemeenteraad van 27 september 2022 worden het vastgestelde beleid en voorgestelde maatregelen conform de planning (zie bijlage 2 Maatregelenprogramma klimaatadaptatie blz. 13 en 18-) uitgevoerd. Evaluatie We werken volgens de “weten-willen-werken” cyclus zoals voorgesteld in het nationale Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Eerst hebben we een analyse gemaakt van de kwetsbaarheden van de gemeente door middel van stresstesten (weten). Aan de hand daarvan hebben we gekeken welke risico’s we (niet) acceptabel vinden en zo ambities en een strategie geformuleerd. Door te doen, leren we over de beste aanpak. In 2026, wanneer de 1ste cyclus afloopt, evalueren we onze aanpak en analyseren we of we op de juiste koers zijn om in 2050 een klimaatrobuuste gemeente West Betuwe te hebben gerealiseerd. Zie ook de Nadere toelichting aan het einde van dit raadsvoorstel. Risicoparagraaf Risico omschrijving Beperkte capaciteit
Soort risico
Kans
Effect
Beheersingsmaatregel
personeel
groot
Minder uitvoeringskracht
Keuzes maken in/aan welke maatregelen, ondersteuning,
9 augustus 2022 Kenmerk GZDGWB/ Pagina 9 van 13
beschikbaar op de arbeidsmarkt
advisering, samenwerking deel genomen kan worden
Beperkte middelen
financiën
groot
Minder realisatie, niet voldoen aan bestuursakkoord, geen uitvoering kunnen geven aan ambities en wettelijke kaders
Voeren van landelijke lobby is noodzakelijk, acceptatie en herstel bij calamiteiten /weersextremen, accepteren dat incidentele investeringen nodig zijn om te voldoen aan wettelijke kaders.
Impact weersextremen niet te voorspellen
Veiligheid, aansprakelijkheid
reëel
Door de snelle klimaatverandering krijgen we vaker te maken met extreem weer met schade tot gevolg
Niet alle impact en schade is met beperkende maatregelen te voorkomen. Met een calamiteitenfonds kan eerste schadeherstel bekostigd worden.
Ontkrachtende beleidskeuzes
Financiën, volksgezondheid, aansprakelijkheid en veiligheid
groot
Minder effectief en efficiënte gevolgbeperkende realisatie
Integrale afwegingen maken, effectstudies uitvoeren, kostenbatenanalyses uitvoeren
Burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe de secretaris, de burgemeester, Philip Bosman Servaas Stoop
9 augustus 2022 Kenmerk GZDGWB/ Pagina 10 van 13
Raadsbesluit De raad van de gemeente West Betuwe; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 augustus 2022, besluit: 1. De Lokale Adaptatie Strategie West Betuwe vast te stellen. 2. Het Maatregelenprogramma vast te stellen. 3. Van drie voorgestelde scenario’s, scenario 2 “Onderzoeken, proeven en proberen” als uitvoeringsscenario vast te stellen, met bijbehorende capaciteit en maatregelen: 4. Om 400.000 euro (structureel) integraal mee te wegen in de besluitvorming van de programmabegroting 2023-2026 en 335.000 euro incidenteel ten laste brengen van de algemene reserve: • 400.000 euro per jaar voor de benodigde bemensing: - Advies- en projectleiderscapaciteit klimaatadaptatie intern (30.000 euro), - Uitvoerings- en adviescapaciteit in de diverse disciplines (240.000 euro), - Participatie inwoners (80.000 euro), - Participatie ondernemers/bedrijventerreinen (30.000 euro), - Communicatie (20.000 euro). • 90.000 euro in 2022 voor maatregelen E, 4 en 8, • 85.000 euro in 2023 voor maatregelen 7, 9, 19, 20 en 24, • 85.000 euro in 2024 voor maatregelen 22 en 30, • 75.000 euro in 2025 voor maatregel 30.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 27 september 2022, nummer , de griffier, Hans van der Graaff
de voorzitter, Servaas Stoop
9 augustus 2022 Kenmerk GZDGWB/ Pagina 11 van 13
NADERE TOELICHTING Wat hebben we gedaan tot nu toe? In 2020 is een lokale stresstest uitgevoerd en is een lokale klimaat effectatlas ontwikkeld die aanduidt welke gebieden en locaties kwetsbaar zijn voor de klimaatthema’s “wateroverlast”, “verdroging” en “hitte”. Deze lokale atlas legt de nadruk op het gemeentelijk grondgebied. Deze atlas is met diverse vakdisciplines binnen de organisatie besproken. Op 2 februari 2021 heeft u tijdens een beeldvormende vergadering de eerste kaders meegegeven. Eind 2021 begin 2022 hebben we een viertal bijeenkomsten georganiseerd met onder meer ondernemers en bedrijventerreinen, partners in het buitengebied (agrarisch, waterschap en natuur), zorginstellingen (GGD, huisartsen en geriatrische woningen) en partners woningen en woningbouw (woningcorporaties, projectontwikkelaars). Daarnaast hebben we een inwonerspanel ingezet waarop 322 respondenten hebben gereageerd. We brachten daarbij de risico’s, opgaven en ambities rondom klimaatadaptatie in onze gemeente in kaart. Deze uitkomsten en de eerste opzet van de lokale strategie zijn in de beeldvormende vergadering van 11 januari 2022 met u gedeeld en zijn de kaders getoetst en aangescherpt.
Met de resultaten hebben we de Lokale Adaptatie Strategie “De opgave klimaatadaptatie als integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid – werken aan een nieuwe norm voor ruimtelijke en sociale inrichting van de fysieke ruimte” (hierna: LAS) en het maatregelenprogramma voor onze gemeente opgesteld. Daarin zijn de lokale ambities en opgaven van klimaatverandering en de benodigde maatregelen verwoord. Ook in het basisonderwijs wordt dit thema behandeld met het onderwijsprogramma Oogpunt Spraakwater. Dit onderwijsprogramma wordt door de gemeente aangeboden aan de basisscholen. De jeugd van West Betuwe van de bovenbouw heeft dit verpakt in een duidelijke boodschap welke u kunt zien op https://youtube.com/playlist?list=PLcQAHyWeSnoKqviPm_U5q3MdpOgZg3ScU Waar staan we nu? De definitieve versie van de LAS bieden wij u nu ter vaststelling aan (Bijlage 1). Om uitvoering te geven aan de strategie hebben we het Maatregelenprogramma klimaatadaptatie West Betuwe opgesteld (Bijlage 2). Dit overkoepelend beleidsdocument en het maatregelenprogramma beschrijven wat we in de gemeente gaan doen om in het eerste cyclus de borging in de organisatie te realiseren, het vergroten van de kennis en bewustwording en maatregelen te treffen tegen de negatieve effecten van klimaatverandering.
Voor een klimaatadaptief West Betuwe hanteren we de volgende principes en deze passen we toe bij alle ruimtelijke ontwikkelingen: •
•
We vergroenen. We denken standaard na hoe we vergroening en ruimte voor waterberging kunnen toepassen bij nieuwe ontwikkelingen of vervanging. We houden daarbij uiteraard ook rekening met andere randvoorwaarden, zoals verkeersveiligheid of de ruimte in de ondergrond. (natuurinclusief en biodivers) We werken samen. We stimuleren en ondersteunen inwoners, ondernemers en andere stakeholders met voorlichting en subsidies om hun eigen eigendom klimaatbestendig te maken. (kerngericht werken)
9 augustus 2022 Kenmerk GZDGWB/ Pagina 12 van 13
•
We werken effectief. We gebruiken de natuurlijke momenten om klimaatbestendig te worden, zoals nieuwbouw, renovatie en vervanging. We werken in samenhang met andere opgaven (integraal en kerngericht werken). • Onze aanpak is doelmatig. Elke ontwikkeling beschrijft voortaan in een paragraaf hoe rekening wordt gehouden met de verandering van het klimaat. We monitoren en evalueren onze voortgang en aanpak (realiseren van een veilige, gezonde en prettige leefomgeving). • We financieren duurzaam. We wegen de kosten en baten van een klimaatadaptieve inrichting zo goed mogelijk af tegen elkaar en tegen andere opgaven. Waar nodig, investeren we op korte termijn en maken we financiële ruimte voor extra beheer, omdat dit op langere termijn schade en meerkosten scheelt (realistisch en toekomstbestendig). Om deze principes toe te passen hanteren we zoveel mogelijk de opgenomen uitgangspunten uit de strategie. De uitgangspunten richten zich op 4 thema’s. • • • •
Veilige, gezonde leefomgeving en adaptieve woningbouw. Duurzame economie, bedrijvigheid en vitale functies. Toekomstbestendige land- en tuinbouw en veeteelt. Biodiversiteit, natuur en robuust landschap voor recreatie.
Deze principes en uitgangspunten sluiten aan of verrijken bestaande beleidsprogramma’s (denk bijvoorbeeld aan het kerngericht werken, groenbeleid, water en riolering en ruimtelijke ontwikkelingen) Kerngericht werken De strategie en maatregelenprogramma zijn gemeente breed opgesteld met de inbreng vanuit de samenleving welke met participatierondes zijn opgehaald. Daardoor biedt de strategie voldoende handvatten met leidende principes en uitgangspunten om de identiteit en uitvoering van kerngericht werken flexibel te ondersteunen. In het maatregelenprogramma zijn voor diverse belanghebbenden en doelgroepen maatregelen opgenomen. Deze “voorbereidende” maatregelen zijn bedoeld om de belanghebbenden te stimuleren en te ondersteunen. Bij de inrichting en uitvoering hiervan kan nog voldoende kerngerichte maatwerk geleverd worden. Het doel van klimaatrobuust inrichten is het versterken van een gezonde, veilige en prettige leefomgeving waarin we minder kwetsbaar worden voor extreme weerinvloeden. Regionale Adaptatie Strategie en samenwerkingsagenda De LAS is een lokale uitwerking van de (eerder vastgestelde) regionaal geformuleerde speerpunten. Daarmee geven we op lokaal niveau vorm en inhoud aan de klimaatadaptatie opgave. Hierbij sluiten we aan bij de speerpunten zoals deze in het Regionale Adaptatie Strategie en Samenwerkingsagenda zijn benoemd.
Veel van deze opgaven moeten verankerd worden in lokaal beleid en werkprocessen. Ontwikkeling Nationale maatlat klimaatadaptatie (nieuwbouw en inbreiding) en provinciale kaders (bestaand bebouwd gebied) Eind 2022 wordt een voorstel richting de Tweede kamer gestuurd voor de invoering van een nationale maatlat klimaatadaptatie, welke in 2023 in werking moet treden. Hiermee verdwijnt de vrijblijvendheid om uitvoering te geven aan klimaatadaptatie opgaven. De maatlat omvat kaders en normen waaraan nieuwe ontwikkelingen straks minimaal moeten voldoen. Ook worden er provinciaal kaders opgesteld
9 augustus 2022 Kenmerk GZDGWB/ Pagina 13 van 13
om de bebouwde omgeving klimaatbestendig in te richten. De planning hiervan is nog niet bekend. Voor de strategie betekend dit mogelijk een aanscherping op de uitgangspunten. Wat zijn de vervolgstappen? De LAS is een overkoepelend beleidsdocument welke diverse vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie raken (Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen, Integrale Veiligheid en Rampenbestrijding, Wegen, Infrastructuur, Groen, Water en Riolering, Sociaal domein, Economie, Recreatie en Toerisme, Landschap en Cultuur en Realisatie) maar ook extern door het maatregelenprogramma zijn uitwerking heeft in de samenleving. Daarvoor is goede borging in de organisatie nodig, capaciteit en middelen om hieraan uitvoering te geven. Met deze strategie zetten we een eerste stap om klimaatadaptief werken als integraal onderdeel van het gemeentelijk beleid te laten worden waarbij we samenwerken aan een nieuwe norm voor ruimtelijke en sociale inrichting van de fysieke ruimte. In de volgende cyclus vanaf 2026 willen we een versnelling in het realiseren gaan inzetten om de nationale doelstelling een klimaat- en water robuuste inrichting in 2050 te halen.
Tweede fase vanaf 2026 Per discipline binnen de openbare ruimte is vanaf 2026 extra budget noodzakelijk voor realisatie en beheer Deze extra financiële impulsen wordt via een natuurlijke moment herziening beheerplannen of herijking van beleid separaat aan uw raad voorgelegd. Daarbij wordt nu reeds voorzien dat vakdisciplines voor de volgende uitdagingen komen te staan: • In het WRP is een klimaatadaptatiebijdrage opgenomen van 10% tot en met 2023, het gaat om een budget van ca. 400.000 euro per jaar. Voor de periode van het nieuwe WRP, 2024 en verder is het advies dit minimaal te handhaven, en bij voorkeur te verruimen met 15%. • Voor wegbeheer/infrastructuur zou een klimaatadaptatiebijdrage van circa 10-15% extra regulier budget opgenomen moeten worden. • Bij groenbeheer zou 5-10% extra regulier budget opgenomen moeten worden omdat we inzetten op vergroening. Om de standaard beheerskosten per areaal groen te verlagen moet gekeken worden naar nieuwe (ecologische, minder intensieve) beheersvormen en de aanplant van robuust groen (bestendig tegen droogte). Dit kan initieel wel hogere kosten bij aanplant opleveren. Om hierover verdere kennis te ontwikkelen is een pilot opgenomen in dit maatregelenprogramma Aanvullende middelen voor uitvoering van dit maatregelenprogramma klimaatadaptatie waar dat niet valt onder reguliere of structurele budgetten, zijn incidenteler van karakter.
Dit verschuift in de loop van de tijd van kosten voor onderzoek (huidig, incidenteel) naar meer kosten voor realisatie (structureel). Deze realisatiebudgetten worden separaat aan uw raad voorgelegd.