RV2022-113-bijlage-lokale-adaptatie-strategie-West-Betuwe.pdf
Tekst van het document
24 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
• •
Water- en rioleringsplan Verordening afvoer hemel- en grondwater
“We verbeteren de waterkwaliteit, gaan stijgende beheerskosten tegen en beschikken over voldoende water tijdens droogte”
Landschap, natuur en groenbeheer De beleidsterreinen landschap, natuur en groenbeheer zijn essentieel in de adaptatiestrategie. Verdere vergroening van de gemeente is een belangrijk uitgangspunt voor het realiseren van de klimaatadaptatiedoelstellingen, net als een betere waterretentie. In onze leidende principes stellen we dat standaard nadenken hoe we vergroening en ruimte voor waterberging kunnen toepassen bij nieuwe ontwikkelingen of vervanging. Voldoende ruimte in de boven- en ondergrond is daarbij belangrijk. We wegen de klimaatadaptieve belangen van ruimte voor groen af tegen de noodzaak aan ruimte voor andere zaken zoals kabels, leidingen of verkeer. De kosten voor beheer en onderhoud kunnen vanwege uitbreidingen van het areaal toenemen. Daar staat tegenover dat inzet op inheemse soorten en nieuwe vormen van beheer (bijvoorbeeld inheemse bloemenbermen die 1x per jaar gemaaid worden) ook lagere kosten voor beheer en onderhoud met zich mee kunnen brengen. De huidige oudere bomen in de gemeente zijn van belangrijke waarde voor klimaatadaptatie. Inzetten op kwalitatief beheer van het bestaande groen is vaak direct gerelateerd aan hittebestrijding. Hiervoor is Normeringen rondom klimaatadaptief bouwen worden tegelijk opgepakt met normeringen voor natuurinclusiviteit11.
Relevante gemeentelijke beleidsdocumenten: • Landschapsplan (geplande vaststelling in april 2022) • Groenbeleid en groenbeheerplannen • Motie natuurinclusief ontwikkelen • Beleid- en beheerplan begraafplaatsen
“We werken aan biodiversiteitsherstel en geven de natuur een plek in onze ontwikkelingen. Daarbij werken we ook mee aan een toekomstbestendig agrarische sector”
Beleid en Beheer De manier waarop de fysieke publieke buitenruimte wordt onderhouden en in stand gehouden is bepalend voor klimaatadaptatie. Voor het groen- en rioleringsbeheer is dat hierboven al besproken. Klimaatadaptatie is vaak een inrichtingsvraagstuk van de openbare ruimte. Aanpassingen van de omgeving worden opgepakt bij groot onderhoud. Meer ruimte voor groen en water kan betekenen dat er minder of andere ruimte voor verkeer komt. Bijvoorbeeld verder van huis parkeren.
11 Motie natuurinclusief ontwikkelen, West Betuwe
25 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
Ook bij het onderhoud en beheer van wegen is het essentieel rekening te houden met het veranderende klimaat. Door middel van het omvormen van gesloten- naar open verhardingen en het omvormen van verhardingen naar groen, kan een belangrijke bijdrage geleverd worden aan de reductie van hittestress én infiltratie van regenwater in de bodem.. Daar waar mogelijk dienen wegen oppervlakkig af te stromen, om de capaciteit van het riool te ontzien. Op locaties waar te weinig ruimte is voor berging, kan bij wegrenovaties ook waterbuffering onder de weg gerealiseerd worden. Op dit moment is er budget om ca. de 30.000 m2 wegen per jaar te vervangen. Dat is minder dan de berekende vervangingswaarde. Met het oog op het vastgestelde onderhoudsniveau (LAAG voor bestrating van rijbanen) wordt er gedurende de beheerplan periode t/m 2025 op een beperkte schaal groot onderhoud of vervanging uitgevoerd aan straten binnen de bebouwde kom. Op basis van het vastgestelde onderhoudsniveau en beschikbare budget is er gedurende de periode t/m 2025 een lage kans op het klimaatadaptief aanleggen van woonstraten. Dit betekend een hoger risico op gevolgschade als gevolg van weersextremen. Relevante gemeentelijke beleidsdocumenten: • Beheerplan wegen 2021-2025
“We beheren de fysieke buitenruimte zodat haar kwaliteiten behouden blijven en plannen adaptieve maatregelen die extra ruimte vragen tegelijk met groot onderhoud”
Sociaal, maatschappelijk en gezondheid Klimaatadaptatie wordt vaak gezien als fysieke, ruimtelijke opgaven. Maar het heeft ook veel te bieden aan het sociale beleidsterrein. Klimaatadaptieve maatregelen zorgen voor een groenere omgeving waar mensen fijner kunnen recreëren en ontmoeten. Groen maakt inwoners gelukkiger en gezonder. Tegelijkertijd brengt het veranderende klimaat ook risico’s met zich mee, die deels in het sociale beleidsterrein opgelost moeten worden. Bijvoorbeeld in het opstellen van hitteplannen, of bewustwording rondom nieuwe ziektes. Inzetten op een prettige leefomgeving in de wijken waar mensen wonen met een minder sterke sociaaleconomische positie kan een win-win opleveren voor klimaatadaptatie, sociale cohesie en gezondheid. Relevante gemeentelijke beleidsdocumenten: • Participatiebeleid • Evenement vergunningen • Uitvoeringsprogramma Bouwen aan sociale kracht
“Een groenere leefomgeving bevordert ons welzijn en onze gezondheid. De sociale cohesie wordt versterkt en de buitenruimte is uitnodigend”
Duurzaamheid In het programma duurzaamheid van de gemeente wordt klimaatadaptatie gekoppeld aan de andere duurzaamheidsopgaven zoals de energietransitie, circulaire economie en duurzame mobiliteit. De
26 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
koppeling kan op veel vlakken concreet gemaakt worden. Denk bijvoorbeeld aan isolatie of wkosystemen voor de energietransitie (ook nuttig bij hittevermindering in de zomer), groene gevels (verdere isolatie in de winter), groene daken (hoger rendement van zonnepanelen en isolatie van het dak), elektrische deelauto’s (minder auto’s en parkeerplekken in de fysieke buitenruimte creëert ruimte voor water, groen en speelmogelijkheden), etc. De koppeling met andere duurzaamheidsdoelen helpt om een integrale afweging te maken tussen deze doelen. Relevante gemeentelijke beleidsdocumenten: • Organisatieprogramma Duurzaamheid ()
“Slim koppelen van verschillende duurzaamheidsopgaven bespaart uitvoeringskosten”
27 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
Interne organisatieopgave Raad. De rol van de raad is om het uiteindelijk beleid en ambities op hoofdlijnen vast te stellen. Er is een uitdaging om financiering voor klimaatadaptatie te realiseren door de vierjarige wisseling van de raad. De baten van klimaatadaptatie liggen vaak op de langere termijn, en ook de schade die het gevolg is van niet-adaptief handelen of inrichten ligt vaak in de verdere toekomst. Ook heeft de raad de verantwoordelijkheid het belang van klimaatadaptatie integraal af te wegen tegen andere belangen. College. Het college maakt de beleidswuitwerking op het thema: hoe berekenen we de ambities met het beschikbare of aan te vragen budget. Er is behoefte aan duidelijkheid waar we aan moeten voldoen om klimaatadaptief te zijn. Dit wordt verhelderd in werkbare en voldoende ambitieuze normen en (beleids)doelstellingen. Zij faciliteren de capaciteit (beschikbare mensen en uren). Teamleiders. Teamleiders kunnen de organisatie activeren op dit thema door klimaatadaptatie op de agenda van collega’s en adviseurs te zetten. Zij kunnen een urgentiegevoel aanjagen, ook richting de raad en wethouders. Hun rol is de verbinding te leggen met andere teams en te werken aan integraliteit van klimaatadaptatie.. Adviseurs en vak-experts. Voor de adviseurs en vak-experts binnen de gemeente is de verantwoordelijkheid om klimaatadaptatie te verbinden aan hun huidige werk.
Zij helpen de nieuwe normen voor klimaatadaptie vorm te geven op een realistische en werkbare manier. De nieuwe klimaatadaptatie normen worden afgewogen tegen andere normen, zoals verkeersveiligheid of ruimte voor parkeren. Waar het wringt, moet in samenspraak met andere beleidsterreinen de meest duurzame en werkbare oplossing gezocht worden.
“Samen werken aan een nieuwe norm voor fysieke en sociale inrichting van de fysieke ruimte”
Monitoring en evaluatie We monitoren en evalueren de voortgang en effectiviteit. In 2027 evalueren we deze LAS en passen we eventuele herzieningen toe. 2027 is dichtbij genoeg om concrete doelstellingen te evalueren en voldoende ver weg om de strategie te herijken. In 2027 wordt ook de 2e fase van het van het Nationale Deltaprogramma afgerond. Voor evaluatie en monitoring zijn verschillende instrumenten in te zetten. De stresstesten zijn daarin de eerste stap, en kunnen om de zoveel jaar herhaald worden. Daarnaast biedt (schaalbare) geodata de kans om kosteneffectief in kaart te brengen hoe het bijvoorbeeld staat met vergroening en verharding in de stad.
28 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
Financieringsstrategie De maatregelen om West Betuwe klimaatadaptief te maken vragen om extra investeringen. Het is de kunst om deze investeringen zo strategisch mogelijk te doen. Dat wil zeggen: de kosten en baten van een klimaatadaptieve inrichting zo goed mogelijk in beeld brengen en ze zo goed mogelijk afwegen tegen de verwachtte schade op lange termijn. Waar nodig, investeren we wat extra op korte termijn, omdat we weten dat dit op de langere termijn veel schade en meerkosten scheelt. Hiermee laten we zien dat we onze gemeentelijke taak om voor een veilige leefomgeving te zorgen serieus nemen. We ontwikkelen daarmee een leefomgeving die op een positieve manier bijdraagt aan de gezondheid van onze inwoners .
Samengevat hanteren we daarin de volgende strategie met betrekking tot financiering. Hieronder lichten we deze verder toe: 1. We bekijken de opgave op lange termijn waarbij we de kosten/baten, en ook meerjarige schade zo goed mogelijk in kaart brengen. Hiermee smeren we de investeringsopgave ook over veel jaren uit. De komende jaren ontwikkelen we hierop onze kennis samen met Rijk en samenwerkingspartners in de regio. We onderzoeken de onderbouwing (financieel en maatschappelijke baten) op de maatregelen. Op basis hiervan kan er een gedegen afweging plaatsvinden van de op lange termijn benodigde middelen (investeringsbudgetten en personele capaciteit). 2. We onderzoeken wat er binnen de huidige gemeentelijke budgetten per beleidsterrein gedaan kan worden om adaptieve maatregelen te nemen of adaptief beheer uit te voeren. Deze ambitie wordt vaker gesteld. Waar de bodem van andere budgetten bereikt is, moeten we op de wat langere termijn strategisch inzetten op de ophoging van een aantal bestaande budgetten met de opdracht hier klimaatadaptatiedoelstellingen mee te bereiken. 3. Daarnaast zetten we in op een centraal klimaatadaptatiebudget. Hieruit leggen we meerkosten voor adaptatiemaatregelen bij de reguliere budgetten. Zo realiseren we innovaties en koppelen we dat effectief met lopende ontwikkelingen. 4.
We maken onderscheid tussen de opgave bij nieuwbouw ontwikkelingen en bij renovaties/onderhoud in bestaand gebied. Bij beide ontwikkelingen zijn andere (financiële) instrumenten in te zetten. 5. We kijken naar het rijk en de regio als belangrijke partners in de financiering van lokale adaptatie. 6. We kijken naar de (toekomstige) rol van de private sector. De gemeentelijke investeringen moeten zorgen voor een vliegwieleffect. We nemen een voorbeeldrol waarmee het ook makkelijker wordt om eisen te stellen aan ontwikkelaars, ondernemers en huiseigenaren. Zo stimuleren we ook hun (financiële) inzet op langere termijn. Kosten en baten op lange termijn Zoals beschreven in de leidende principes in deze strategie verwachten we dat bij ontwikkelingen voortaan de kosten en baten van klimaatadaptieve inrichting en ontwikkeling zo goed mogelijk in beeld zijn gebracht. Klimaatadaptieve maatregelen zijn niet alleen kostenverhogend. Tabel 5Tabel 5 geeft enkele voorbeelden van hoe we initiële kosten kunnen afwegen tegen lange termijn herstel- of onderhoudskosten.
29 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
Tabel 5: Voorbeeldtabel voor korte-termijn meerkosten klimaatadaptieve inrichting en lange-termijn baten. Dit zijn allen schattingen op basis van bestaande literatuur of ervaringen bij de gemeente.
Maatregel Wegaanleg
Aanleg groenverharding
Kosten Opmerking bij aanleg +€30-55 /m2 Vervangen gesloten bestrating door half open verharding met groenstenen, ten gunste van hittebestrijding en waterinfiltratie. Betreft de meerkosten bij uitvoering van groot onderhoud aan de bestrating. Niet inbegrepen zijn de hogere kosten voor onderhoud en kortere levensduur.
Aanpassen wegprofiel
+€15-25/m2 Aanleggen nieuw wegprofiel voor het vertraagd en via het maaiveld afvoeren van hemelwater. Dit betreft de meerkosten bij uitvoering van groot onderhoud aan de bestrating.
Klimaatrobuust €90-115/m2 Klimaatrobuust inrichten van de straat los van een inrichten zonder onderhoudsopgave. Dit betreft de kosten voor de herinrichting van onderhoudsopgave een woonstraat (verharding, fundering en groenvakken, exclusief de groenvoorziening)
Maatregel Bomen aanplant
Standaard
Kosten bij aanleg10 €30.000,-
Onderhouds Opmerking kosten per jaar €15.000,Jonge bomen die veel zorg en water nodig hebben bij droogte
Volwassen bomen €50.000,-
€5.000,-
Volwassen bomen, robuust en meer droogtebestendig. Voorbeeld prijsopgave vanuit de IBR VergroenTM methodiek12.
Maatregel Nieuwbouww Standaard oning Adaptief
Kosten bij aanleg €200.000,-
Kosten lange termijn €10.000,-
Opmerking Adaptieve maatregelen moeten later alsnog worden uitgevoerd
€202.000,-
€0,-
€220.000,-
€0,-
Simpele maatregelen als hittewering, afkoppelen.
Adaptief +
Luxere maatregelen als warmte-koude opslag, groene gevel. Voorbeeld vanuit MRA-rapport13.
Daarnaast zijn er ook een heel aantal financiële baten (naast de maatschappelijke baten die hiervoor al uitgebreid besproken zijn)14: • Hogere vastgoedwaarde door waardering voor groen in de omgeving (ca. 5-10%); • Hogere vastgoedwaarde door een groene uitvoering (dak/gevel) van een gebouw. De pandwaarde kan met 10-20% stijgen en de levensduur van daken wordt sterk verlengd; • Lagere riool- en watersysteemkosten bij opvang en gebruik van hemelwater; • Lagere zorgkosten doordat minder ongevallen plaatsvinden bij hittegolven; • Lagere schade-uitkeringen of claims als gevolg van extreem weer. 12 https://www.ruyteninstituut.nl/ 13 Kosten en bekostiging klimaatbestendige nieuwbouw, Arcadis, &Flux in opdracht van Metropoolregio Amsterdam, 2021
14
Er zijn verschillende rekentools voor ecosysteemdiensten. Bijvoorbeeld I-tree (https://www.itreetools.org/) die de maatschappelijke waarde van bomen uitdruk in een financieel plaatje.
30 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
Sommige van deze baten komen ten goede aan andere partijen dan de partij die in eerste instantie de lasten draagt of heeft geïnvesteerd. Denk bijvoorbeeld aan een adaptieve inrichting van een straat: de kosten komen voor rekening van de gemeente en/of projectontwikkelaar, maar de baten van minder schade en lagere schade-uitkeringen als gevolg van wateroverlast komen vooral ten goede van particulieren. Er zijn op dit moment nog onvoldoende instrumenten beschikbaar om de lasten en baten eerlijker te verdelen. Dit probleem speelt overal in Nederland en daarbuiten. De komende jaren wordt hier veel nieuwe kennis over ontwikkeld. De komende jaren zetten we in op pilotprojecten om onze kennis hierop verder te ontwikkelen. We werken daarin ook op regionale schaal samen, en wisselen daar kennis uit over wat wel en niet werkt ons gebied. Zo werken we toe naar een steeds betere inschatting en daarmee afweging van de kosten en baten van de te nemen maatregelen. Gemeentelijke budgetten Voor de activiteiten op het gebied van klimaatadaptatie binnen het team Duurzaamheid en economie is structureel budget nodig. De maatregelen worden zoveel mogelijk gedekt vanuit programma’s in de openbare ruimte, het wegenbeheerplan, groen/natuurbeheer en het water en rioleringsprogramma (WRP). In het huidige WRP is er al structureel een budget beschikbaar voor klimaatadaptieve maatregelen.
In 2019 tot 2023 is er 50.000 euro per jaar opgenomen voor onderzoek en daarnaast 10% van de investeringen die gedaan worden is gereserveerd voor klimaatmaatregelen (ruim 400.000 euro per jaar). In 2023 actualiseren en evalueren we of dit budget voldoende is. In het wegenbeheerplan is 100.000 euro per jaar opgenomen voor het omvormen van verharding naar groen. Verder is er geen dekking aanwezig. Ook in de andere plannen en programma’s zoeken we naar structureel budget voor adaptieve maatregelen en andere/passende vormen van beheer en onderhoud. Bij het groenbeheer is de afgelopen jaren gekozen voor een 0-variant, waarmee minder budget beschikbaar is voor onderhoud. Dat willen we veranderen. Bij beheerplannen leggen we voortaan scenario’s voor aan de raad, waarover de raad kan beslissen. We informeren de raad daarbij ook de lange-termijn kosten en baten. Een scenario met (te) beperkte adaptieve maatregelen heeft immers ook financiële en maatschappelijke consequenties op de langere termijn. We zetten in op een aparte pot waaruit geput kan worden voor klimaatadaptieve maatregelen of innovaties voor projecten of ontwikkelingen waar geen structurele financiering voor beschikbaar is. In het maatregelenprogramma wat aansluitend op deze strategie ontwikkeld wordt, wordt ingegaan op de financieringswijze van de specifieke maatregelen.
Tot slot onderzoeken we de mogelijkheid van een calamiteitenfonds. Daarin kan jaarlijks een bedrag worden ingelegd wat kan worden uitgekeerd bij een calamiteit met grote schade, zoals een overstroming of extreme lokale piekbui met enorme waterschade. Financiering adaptieve maatregelen nieuwbouw Door vroegtijdig de klimaatadaptatie-opgave mee te nemen in het ontwerpproces bij een ontwikkeling, blijft het selecteren en implementeren van kosteneffectieve maatregelen goed mogelijk. In het
31 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
grondbeleid van de gemeente staat dat afwegingen voor grondbeleid moet zijn gebaseerd op ambities en urgenties. Het draait hierbij om zowel maatschappelijke rendement/waarde als financieel rendement/waarde. In de realisatie van adaptieve nieuwbouw is een belangrijke rol weggelegd voor de projectontwikkelaars. De gemeente kan met hen afspraken maken over het verdelen van de kosten van klimaatadaptatie en zij heeft hiervoor verschillende (financiële) instrumenten in handen, bij de grondexploitatie of de anterieure overeenkomst of bij de toerrekening van kosten. In onderstaande figuur, uit een studie van Deloitte 2021, worden dergelijke financiële instrumenten benoemd. In de anterieure overeenkomst kan onder de Omgevingswet drie vormen van kostenverhaal opgenomen worden die een relatie hebben met klimaatadaptatie: 1. Kostenverhaal van investeringen in het exploitatie- of projectgebied; 2. Kostenverhaal van investeringen in bovenwijkse voorzieningen, waarvan zowel de nieuwbouwontwikkeling profiteert als de bestaande omgeving; 3. Financiële bijdragen voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Voor 1 en 2 geldt dat deze onderbouwd moet worden via drie criteria: profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid. Het criterium bij 3 is dat een functionele samenhang moet worden aangetoond tussen de investering en de nieuwbouwlocaties.
Figuur 7: Financiële instrumenten om klimaatadaptieve maatregelen te bekostigen in gebiedsontwikkeling. Uit “Financiële instrumenten klimaatadaptief bouwen in de praktijk”, Deloitte, februari 2021
De meerkosten van klimaatadaptieve ontwikkeling lijken beperkt te zijn, mits de opgave vanaf het begin wordt opgepakt. We gaan uit van ongeveer 1.900 euro per woning aan meerkosten op gebouwniveau. Dit bedrag is gebaseerd op een studie uitgevoerd vanuit de Metropoolregio Amsterdam 15. We gaan ervaring opdoen met het realiseren van een aantal projecten om een goede inschatting te kunnen maken of deze berekening realistisch is. De komende jaren werkt de gemeente aan normen en (prestatie)afspraken voor klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen en ontwikkelen.
15 Kosten en bekostiging klimaatbestendige nieuwbouw, Metropoolregio Amsterdam Klimaatbestendig, Arcadis, &Flux, 2021
32 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
33 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
Financiering adaptieve maatregelen bestaand gebied De financiering van klimaatadaptieve maatregelen in bestaand gebied vragen een andere aanpak dan in nieuwbouw gebied. Uit de stresstesten is gebleken welke locaties problematisch zijn. We beginnen bij de echt urgente punten en locaties. Uiteindelijk moeten alle locaties aangepakt worden, maar hiervoor nemen we lang de tijd. Door zoveel mogelijk in te zetten op koppelen met grootschalige vernieuwingen, proberen we de meerkosten te beperken. In het maatregelenprogramma gaan we hier specifieker op in. Daarnaast zoeken we naar nieuwe vormen van beheer en onderhoud om op dat vlak ook kosteneffectiever te werk te gaan In de toekomst kunnen nieuwe vormen van belasting mogelijk helpen de kosten en baten van adaptatie te verdelen over de verschillende belanghebbenden. Denk daarbij aan de WOZ/OZB en riool- en waterzorgheffing. Panden die dan veel gebruik maken van bijvoorbeeld de riolering, kunnen dan een hogere belast worden dan panden die volledig afgekoppeld zijn, of zelfs regenwater hergebruiken. Rol van Rijk en regio Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie van het Rijk speelt een leidende rol in de stappen die Nederland onderneemt om klimaatadaptief te worden.
Ze geven richting en sturing aan de gemeenten in de te nemen stappen, en hebben daarnaast ook een eerste financieringsinstrument beschikbaar gesteld: de impulsregeling klimaatadaptatie (zie kader). De aanvragen voor deze financiering loopt tot 2024. Ook daarna kunnen de gemeenten de opgave voor klimaatadaptatie niet alleen oppakken. We zetten daarom in op communicatie richting het Rijk (DPRA), via instanties als VNG, om de urgentie van extra financiering voor lokale maatregelen op de agenda te krijgen. West Betuwe is aangesloten bij het regionale samenwerkingsverband Klimaatadaptief Rivierenland (KAR). Het waterschap Rivierenland en de provincie Gelderland zijn belangrijke samenwerkingspartners in de regio. Het is mogelijk om met deze partijen samen te werken in het opzetten van subsidies aan inwoners of ondernemers. Een meer draagkrachtig waterschap en/of provincie kan zo de gemeente ondersteunen lokale maatregelen te treffen. Impulsregeling Vanuit het Rijk is de Impulsregeling klimaatadaptatie beschikbaar, waarbij middelen beschikbaar zijn gesteld voor de versnelling en intensivering van de aanpak op klimaatadaptatie op maatregelen voor wateroverlast en droogte. De werkregio Klimaatadaptief Rivierenland kan over de periode 2021-2023 4.247.000 miljoen euro incl. BTW aanvragen, en de maatregelen uitvoeren tot en met 2027.
Het Rijk draagt vanuit de impulsregeling maximaal één derde van de kosten voor een maatregelpakket bij. De overige twee derde van de kosten wordt door de decentrale overheden in de werkregio gefinancierd. De verwachting is dat de gemeente West Betuwe minimaal €611.852 incl. BTW kan aanvragen. De eerste aanvraag is ingediend voor de revitalisering van de oude kern Asperen voor een bijdrage van €300.000 incl. BTW. In 2022 wordt het resterend bedrag aangevraagd voor wateroverlastmaatregelen in de Korte Woerden te Waardenburg. In 2023 wil West Betuwe onderzoeken of ze ook aanspraak kunnen doen op een bijdrage DPRA met maatschappelijke meerwaarde. Binnen de werkregio KAR is hiervoor een bedrag gereserveerd van in totaal € 1.061.750 incl. BTW.
34 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
Toekomstige rol van de private sector Klimaatadaptatie draagt bij aan een betere kwaliteit van de leefomgeving, grotere veiligheid en meerwaarde van vastgoed. Daarom zijn ook financiers uit het sociale en economische domein nodig. Op dit moment zijn financiers als beleggers, woningcorporaties, verzekeraars en (particuliere) fondsen nog onvoldoende betrokken bij het financieren van deze opgave. Dit gaat veranderen. Verzekeraars kijken al kritisch naar lokale klimaatrisico’s en het is te verwachten dat op termijn premies lokaal bepaald worden aan de hand van de lokale klimaatrisico’s als wateroverlast of overstroming. Hypotheekverstekkers gaan op termijn kijken naar fysieke risico’s als overstroming, analoog aan hoe nu de rente afhangt van het energie-label van een huis bij duurzame hypotheekverstrekkers. Buitenlandse beleggers kijken al naar het risico van investeringen in Nederlands vastgoed in de randstad, onder zeeniveau. De ontwikkelingen van klimaatrisico-afwegingen in financiële producten en -dienstverlening gaat een grote sprong maken de komende jaren. Dit heeft uiteindelijk ook een uitwerking op het (financiële) belang wat inwoners en ondernemers zelf gaan voelen bij een klimaatadaptieve omgeving, en de rol die zij daarin spelen.
35 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
Bijlage 1: Referenties en relevante externe beleidsstukken Bij het opstellen van dit document hebben we zoveel mogelijk gebruikt gemaakt van kennis en documenten die al bij andere gemeenten ontwikkeld zijn. We hebben inspiratie en ideeën gehaald uit de volgende lokale adaptatiestrategieën en -visies: - Gemeente Breda - Gemeente Hoeksche Waard - Gemeente Houten - Gemeente Nunspeet - Gemeente Utrecht - Provincie Gelderland - Werkregio Klimaatadaptief Rivierenland - Werkregio Utrecht Zuidwest Studies die hebben geholpen bij het formuleren van concrete richtlijnen/uitgangspunten: - “De hittebestendige stad – een koele kijk op de inrichting van de buitenruimte”, Hogeschool van Amsterdam, 2020 - “Kosten en bekostiging klimaatbestendige nieuwbouw”, Arcadis, &Flux in opdracht van Metropoolregio Amsterdam, 2021 - “Financiële instrumenten klimaatadaptief bouwen” en “Financiële instrumenten klimaatadaptief bouwen in de praktijk”, Verkenningen van Deloitte Real Estate in opdracht van Provincie ZuidHolland, 2020/2021 - “RITSEN: een gids met klimaatadaptieve instrumenten voor bouwen & ontwikkelen”, &Flux, Tauw en Samen Klimaatbestendig, 2020 De volgende websites en tools zijn gebruikt: - NAS adaptatietool: https://nas-adaptatietool.nl - Klimaateffect atlas: https://www.klimaateffectatlas.nl - Kennisbank RIONED: https://www.riool.net/kennisbank - Kennisbank Groenblauwe Netwerken:
https://nl.urbangreenbluegrids.com/kennisbank/ Documenten die de context schetsen op nationaal en globaal niveau: - IPCC Assessment Report 6 Climate Change 2021: The Physical Science Basis - KNMI ’14 klimaatscenario’s voor Nederland: leidraad voor professionals - KNMI klimaatsignaal ’21 - Nationale Omgevingsvisie (NOVI), Duurzaam perspectief voor onze samenleving (2020) - Deltaprogramma 2021 (2021) - Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie - Nationale Adaptatie Strategie
36 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
Bijlage 2: Resultaten werksessies In twee werksessies met teamleiders en vak-experts van verschillende beleidsterreinen van de gemeente is opgehaald wat er nodig is om de doelstellingen in deze LAS effectief en integraal op te pakken. Hieruit volgen interne opgaven rondom capaciteit, financiën en inhoudelijke kennis over klimaatadaptie. In het maatregelenprogramma wat volgt op deze LAS, worden concrete maatregelen geformuleerd om deze punten aan te pakken. We hebben het in beide sessies van 2,5 uur onder andere gehad over: • Welke kennis en expertise er nu wordt gebruikt en wat ontbreekt • Wat er nodig is om vaker met een klimaat adaptieve, weersbestendige projecten aan te vliegen en hoe dit thema een onderdeel kan zijn van een bredere, integrale aanpak. • Hoe klimaatadaptatie uitwerking krijgt in het werkveld: • Welke ambities en doelen hebben we om de leefomgeving en onze omgang daarmee goed en gezond te houden? • Hoe dat zijn uitwerking krijgt in de organisatie als geheel • Hoe de strategie (en het maatregelenprogramma) kunnen bijdragen om een klimaatadaptieve en weerbestendige gemeente te kunnen realiseren (in capaciteit, planning etc.) Hierbij vormde de opzet van de LAS de basis van bespreekpunten. Bij de teamleiders lag de focus op de organisatorische uitdagingen. In de werksessie met ambtenaren hebben we het voer de doelstellingen gehad.
Onderstaande figuur weergeeft de LAS opzet in relatie tot de werksessies:
Door middel van menti-meter en mural (online whiteboard), is een interactief gesprek gevoerd met de deelnemers. Het resultaat van de werksessies is geïntegreerd in deze LAS. Daarnaast is naar voren gekomen dat er de behoefte is aan een aantal zaken. Het maatregelenprogramma wat in aanvulling op deze LAS ontwikkeld wordt, geeft daar verder invulling aan.
37 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
Figuur 8: een menti-vraag in de werksessie was om stellingen te beoordelen naar belang. Links het resultaat van de teamleiders, rechts het resultaat van de adviseurs en experts. Voor beide groepen scoort de stelling “Gezondheid en veiligheid van inwoners staat voorop” het hoogst.
Mensen en Capaciteit • Er is nu te weinig capaciteit en uren om dit integrale thema binnen alle domeinen te laten landen. • Specificering van taken rondom klimaatadaptatie; verwachtingen in werkzaamheden en daaraan gekoppeld een urenindicatie en een realistische capaciteitsplanning. • Samenwerking met collega’s op dit thema, elkaar kunnen vinden in de juiste overleggen en afstemmingsmomenten. Bijvoorbeeld een structureel overleg tussen ROW Beleid en Beheer en Realisatie. Inhoudelijke kennis en beleid • Het ontbreekt soms nog aan beeldvorming van effecten van keuzes. Iets niet doen is immers ook een keuze. • Het ontbreekt aan een overzicht van alle inhoudelijke kennis die geraadpleegd kan worden • Bewustzijn en verbeterde kennis is nodig over het toepassen van klimaatadaptatie-kaders bij binnen de verschillende domeinen, en hoe dit past binnen al bestaande kaders. • Klimaatadaptatie vraagt om flexibiliteit in beheerplannen van de openbare ruimte; Financieel • Klimaatadaptieve inrichting is vaak op korte termijn kostbaarder. In deze strategie leggen we vast dat bij elke ontwikkeling voortaan in een klimaatadaptatieparagraaf wordt beschreven hoe rekening wordt gehouden met de verandering van het klimaat. De kosten en baten van klimaatadaptieve inrichting en ontwikkeling worden daarbij zo goed mogelijk in beeld gebracht.
• Op de lange termijn moeten ook schadeposten nog beter in beeld worden gebracht. Dit maakt duidelijk waarom we investeringen moeten doen en welke effecten dit heeft in de toekomst. Daarnaast moeten we het kostenplaatje van klimaatadaptieve inrichting op de lange termijn in beeld brengen, zodat we de kosten en schade tegen elkaar kunnen afwegen. • Er is nu al vaak te weinig financiering beschikbaar voor voldoende kwalitatief onderhoud en beheer. Het klinkt alsof de extra opgave van klimaatadaptatie dat probleem verergert. • Bewustwording en accepteren dat projecten mogelijk duurder worden en dat looptijden langer worden door de complexiteit.
38 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE
Status Definitief
Colofon Tekst: Over Morgen (contact: Fiona van der Burgt), 2022 In opdracht van: gemeente West Betuwe (contact: Albert-Jan Oevering), 2022
39 | LOKALE ADAPTATIE STRATEGIE