CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-111 Bijlage 3 GGD advies omzetting veehouderij.pdf

Gemeenteraad 27 september 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 7: Vaststellen verordening geurhinder en veehouderij Vlietskant 152.012 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente West-Betuwe t.a.v. mevrouw N. Aarts Nicole.Aarts@WestBetuwe.nl

ons kenmerk: OS 144891 datum: 22 augustus 2022 afdeling: AGZ

contactpersoon: Francée Aarts mobiele nummer: 06-12398846 e-mail: faarts@ggdgelderlandzuid.nl

Onderwerp: gezondheidkundig advies omzetting veehouderij

Geachte mevrouw Aarts, Op 28 april 2022 heeft u de GGD Gelderland-Zuid gevraagd te adviseren over de impact op de gezondheid van de omzetting van een varkens- naar een melkveehouderij bedrijf en met name de verschillen hierin. In de bijlage vindt u ons advies. Ter informatie heb ik recent verschenen documenten bijgevoegd betreffende maatregelen ter preventie van zoönosen. Met vriendelijke groet, Francée Aarts Arts Medische Milieukunde Team Gezondheid en Milieu

GGD Gelderland-Zuid

Bezoekadres regio Nijmegen

Bezoekadres regio Rivierenland

Postbus 1120

Groenewoudseweg 275

Kersenboogerd 2

6501 BC Nijmegen

6524 TV Nijmegen

4003 BW Tiel

www.ggdgelderlandzuid.nl

T 088 - 144 71 44

T 088 - 144 73 00

info@ggdgelderlandzuid.nl

F 024 - 322 69 80

F 088 - 144 73 99

2022

datum: 22 augustus Kenmerk: OS144891 pagina 2 van 5

Advies omzetting veehouderij Vlietskant 15 te Gellicum Inleiding Aanleiding

In de gemeente West Betuwe loopt een ruimtelijke procedure voor het omvormen van een varkensnaar een melkveehouderij bedrijf aan de Vlietskant 15 te Gellicum. Om dit mogelijk te maken moet een geurverordening door de gemeente worden vastgesteld. Vanwege deze ontwikkeling wil de gemeente graag advies van de GGD over de impact op de gezondheid van respectievelijk de huidige situatie met de varkenshouderij en de toekomstige situatie met de rundveehouderij en met name de verschillen hierin.

Huidige en beoogde situatie

Voor de veehouderij is in het verleden een milieuvergunning verleend voor het houden van 200 vleesvarkens (traditioneel), 2 fokstieren, 30 melkkoeien en 18 stuks vrouwelijk jongvee. In de beoogde situatie is bij de veehouderij sprake van het houden van 115 melkkoeien, 75 stuks vrouwelijk jongvee en 2 fokstieren. In de bestaande rundveestal worden dan 75 stuks vrouwelijk jongvee gehouden en er wordt een nieuwe stal opgericht voor het houden van 115 melkkoeien.

Gezondheidkundig advies

Voor de inhoudelijke informatie omtrent geurbelasting en afstanden is gebruik gemaakt van het rapport ‘Geurgebiedsvisie Vlietskant te Gellicum, gemeente West Betuwe’ van De Roever Omgevingsadvies (22 juli 2020, 20200745.v01) Voor de dieraantallen is gebruikt gemaakt van twee aangeleverde tabellen (Agrifirm, RGV: 20 juli 2018, Fijnstof: 15 maart 2021). Verder is voor het advies gebruik gemaakt van de landelijke GGD richtlijn Geur en gezondheid, Onderdeel Veehouderij en geur (RIVM rapport 2015-0101) en de landelijke GGD-richtlijn Veehouderij en gezondheid (RIVM rapport 2020-0092). Veehouderijen leiden tot gezondheidsrisico’s voor omwonenden. Deze gezondheidsrisico’s hangen samen met de uitstoot van primair fijnstof, secundair fijnstof1, endotoxinen (celwandbestanddelen van bepaalde bacteriën en geur. Van vee-gerelateerd fijn stof en endotoxinen is bekend dat deze tot gezondheidseffecten kunnen leiden zoals luchtwegklachten en een verminderde longfunctie. Geurbelasting kan leiden tot (ernstige) hinder en gezondheidsklachten zoals misselijkheid en hoofdpijn. Veehouderijen zijn tevens een bron van infectieziekten bij dieren die besmettelijk zijn voor de mens (zoönosen). Het risico op zoönosen is echter een ander soort risico omdat het moeilijk voorspelbaar is en omdat het risico niet is uit te drukken in getallen. Er zijn wettelijke normen voor geurhinder en fijnstof.

Deze zijn mede gebaseerd op overwegingen zoals politieke en economische haalbaarheid. Gezondheid wordt hierin slechts ten dele meegenomen. Het is dus niet zo dat deze normen gezondheidsproblemen kunnen voorkomen. In het advies wordt een gezondheidkundige beoordeling gegeven over de aspecten geur en fijnstof in de huidige en beoogde situatie, gevolgd door de algehele conclusie.

Geur

Huidige situatie In de Regeling Geurhinder en Veehouderij zijn geuremissiefactoren vastgesteld voor het houden van vleesvarkens. Op basis van het aantal dieren en hun geuremissiefactor is met behulp van een verspreidingsmodel door de Roever Omgevingsadvies de geurbelasting op de omliggende woningen vastgesteld. De geurnorm uit de Wet Geurhinder en Veehouderij (WGV) wordt overschreden ter plaatse van de woning aan Vlietskant 15a. De geurbelasting op deze woning bedraagt 8,6 OU/m3 en de norm bedraagt 8 OU/m3. Deze norm geldt voor gevoelige bestemmingen zoals woningen, die buiten de bebouwde kom zijn gelegen. Binnen de bebouwde kom is een strengere norm van 2 OU/m3 van toepassing.

1 Door de reactie van ammoniak met andere stoffen in de lucht worden fijnstof deeltjes gevormd

(secundair fijnstof).

2022

datum: 22 augustus Kenmerk: OS144891 pagina 3 van 5

Voor melkkoeien, vrouwelijk jongvee en fokstieren zijn in de wet (WGV) geen geuremissiefactoren vastgesteld. Voor het houden van deze dieren gelden afstandseisen. Volgens de Geurgebiedsvisie bedraagt de afstand van de rundveestal ter plaatse van de maatgevende woning aan Vlietskant 15a 27 meter (huidige situatie). De wettelijke afstandsnorm bedraagt ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Dat betekent dat de afstand van de veehouderij tot de woning Vlietskant 15a kleiner is dan wettelijk toegestaan. Het woon- en leefklimaat in een gebied wordt behalve door de geurbelasting per veehouderij (voorgrondbelasting) ook bepaald door de achtergrondbelasting, de geurbelasting ten gevolge van alle veehouderijen samen. De Wet Geurhinder en Veehouderij kent geen normen voor de achtergrondbelasting. Volgens de Geurgebiedsvisie verschilt de achtergrondbelasting niet veel van de voorgrondbelasting en kent een maximale waarde van 8,6 OU/m3 (Vlietskant 15a). Beoogde situatie In de beoogde situatie is bij de veehouderij aan Vlietskant 15 alleen nog sprake van het houden van melkkoeien, vrouwelijk jongvee en twee fokstieren. Voor het houden van deze dieren gelden afstandseisen, zie hierboven.

In de huidige situatie bedraagt de afstand van de rundveestal ter plaatse van de maatgevende woning aan Vlietskant 15a 27 meter. Er wordt een nieuwe stal opgericht voor het houden van rundvee. Deze stal staat op een afstand van 48 meter van de woning aan de Vlietskant 15a . Ook wordt in totaal meer melkvee en vrouwelijk jongvee gehouden binnen de aan te houden afstand van 50 meter. De beoogde situatie is daarom op grond van de Wet Geurhinder en Veehouderij niet mogelijk. Gezondheidkundige beoordeling geur Het zal duidelijk zijn dat een situatie gezondheidskundig gezien goed is, als er geen hinder is. Bij het optreden van hinder moet afgewogen worden of de situatie aanvaardbaar is. Bij woonfuncties (binnen de bebouwde kom) vinden de GGD’en meer dan 12% geurhinder niet wenselijk. Bij gemengde functies (agrarisch gebied) zijn hogere hinderpercentages denkbaar, maar hoger dan 20% geurhinder is onwenselijk. Dit geldt voor zowel de voorgrond- (individueel bedrijf), als voor de achtergrondbelasting (cumulatief). In tabel 1 staat de relatie tussen de geurbelasting en hinder in niet-concentratiegebieden voor zowel de voor- als achtergrondbelasting (PRA, 2001; PRA Odournet, 2007b)2.

Tabel 1: Relatie tussen geurhinder en voor- en achtergrondbelasting in niet-concentratiegebied Hinder % Voorgrondgeurbelasting achtergrondgeurbelasting 12 2 OU/m3 5 OU/m3 3 20 5 OU/m 10 OU/m3 De GGD adviseert de volgende waarden: • Een maximale voorgrond geurbelasting in agrarisch gebied van 5 OU/m 3 ten gevolge van alle diertypen. • Een maximale achtergrond geurbelasting in agrarisch gebied van 10 OU/m3 ten gevolge van alle diertypen. In de huidige situatie wordt de gezondheidkundige advieswaarde voor de voorgrondbelasting van de geur (5 OU/m3) overschreden op de Vlietskant 15a. Er is geen sprake van overschrijding van de gezondheidkundige advieswaarde voor de achtergrondbelasting. De huidige en beoogde situatie zijn moeilijk te vergelijken omdat er geen geuremissie factoren voor melkkoeien en vrouwelijk jongvee zijn vastgesteld. Dat betekent dat niet bekend is wat de geurbelasting in de huidige en in de beoogde situatie is. Om omwonenden te beschermen tegen geurhinder door rundvee gelden wettelijke afstandseisen. In zowel de huidige situatie als de beoogde situatie liggen drie woningen (Vlietskant 12, 13 en 14) binnen de 100 meter contour. Dat betekent dat in de boogde situatie ook sprake zal zijn van een relevante geurbelasting. In het algemeen geldt echter dat rundvee minder geurhinder bij omwonenden geeft dan varkens3.

Dat betekent dat 192 stuks rundvee (beoogde situatie) minder geurhinder in de omgeving zullen veroorzaken dan 200 varkens en 50 stuks rundvee (huidige situatie). Concluderend zal de geurhinder in de beoogde situatie naar verwachting kleiner zijn dan in de huidige situatie.

2 https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/geur/handreiking-wgv/bijlagen/bepalen-hinder/

3 GGD richtlijn Geur en gezondheid, Onderdeel Veehouderij en geur (RIVM rapport 2015-0101), pag 17

datum: 22 augustus

2022

Kenmerk: OS144891 pagina 4 van 5

Fijnstof

In tabel 2 zijn het aantal dieren in zowel de huidige als beoogde situatie en de emissie van fijnstof in gram per dier per jaar weergegeven. Op basis van deze gegevens is in de huidige situatie sprake van een emissie van fijnstof van 36,064 kg per jaar. In de beoogde situatie is de emissie een stuk minder, namelijk 20,210 kg per jaar. Dit betekent dat er een afname in fijnstof emissie van 15,854 kg per jaar is in de beoogde situatie ten opzichte van de huidige situatie. Tabel 2: Emissie fijnstof 4 Diercategorie vleesvarkens Melkkoeien > 2 jaar, permanent opstallen* Vrouwelijk jong rundvee tot 2 jaar stieren Totaal fijnstofemissie (g/jaar)

Fijnstofemissie in g/dier/jaar 153 148

Aantallen huidige situatie 200 30

Fijnstof Emissie huidig 30.600 4440

Aantallen beoogde situatie 0 115

Fijnstof Emissie beoogd 0 17.020

38 170

18 2

684 340 36.064

75 2

2850 340 20.210

Met name bij rundvee is sprake van ammoniak emissie, zie tabel 3. Volgens de gegevens in deze tabel is in de huidige situatie sprake van een emissie van ammoniak van 1082 kg per jaar en in de beoogde situatie bedraagt de ammoniak emissie iets minder, namelijk 1032 kg per jaar. Door het gebruik van een nieuwe stal met een roostervloer voorzien van cassettes in de roosterspleten en mestschuif in de beoogde situatie is ondanks de toename in het aantal stuks rundvee de totale ammoniakemissie iets verminderd. Tabel 3: Emissie ammoniak5 Diercategorie

Ammoniak emissie in kg/dier/jaar 3 13 6 4,4 6,2

Aantallen huidige situatie 200 30 0 18 2

Ammoniak Emissie huidig Vleesvarkens (overige huisvesting) 600 Melkkoeien > 2 jaar (oude stal) 390 Melkkoeien > 2 jaar (nieuw stal)* 0 Vrouwelijk jong rundvee tot 2 jaar 79,2 Fokstieren > 2 jaar 12,4 Totaal ammoniak emissie (kg/jaar) 1081,6 *roostervloer voorzien van cassettes in de roosterspleten en mestschuif

Aantallen beoogde situatie 0 0 115 75 2

Ammoniak Emissie beoogd 0 0 690 330 12,4 1032,4

Concluderend is in de beoogde situatie de uitstoot van primair fijnstof ongeveer 44% minder dan in de huidige situatie. Dit betekent dat omwonenden minder aan fijnstof worden blootgesteld. De ammoniakemissie en daarmee de vorming van secundair fijnstof blijft vrijwel gelijk in de beoogde situatie ten opzichte van de huidige situatie.

Conclusie

Voor de gezondheid van omwonenden is de beoogde situatie beter dan de huidige vergunde situatie omdat er in de beoogde situatie minder emissie van primair fijnstof en naar verwachting minder geurhinder plaatsvindt. Indien besloten wordt tot het vaststellen van een geurverordening met een soepelere geurnorm dan de norm volgens de Wet Geurhinder en Veehouderij kan bij eventuele toekomstige ontwikkelingen een ongewenste situatie ontstaan. De GGD adviseert om te borgen dat de geurbelasting niet verder toe kan nemen. Ondanks een verbetering in de beoogde situatie ten opzichte van de huidige vergunde situatie is ook in de beoogde situatie sprake van een belaste leefomgeving van omwonenden door uitstoot van geur, fijnstof en endotoxinen. Er zijn binnen een afstand van 250 meter rondom veehouderijen hogere concentraties fijn stof, endotoxinen en vee-specifieke MRSA-bacteriën gemeten met mogelijk negatieve gezondheidseffecten. In het algemeen adviseert de GGD daarom om uit voorzorg minimaal 250 meter afstand aan te houden tussen een veehouderij en een gevoelige bestemming. In de zowel de huidige als beoogde situatie liggen meerdere woningen binnen deze afstand van de veehouderij. 4 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2022/03/15/emissiefactoren-fijn-stof-voor-

veehouderij-2022 5 https://wetten.overheid.nl/BWBR0013629/2021-10-02#Bijlage1

2022

datum: 22 augustus Kenmerk: OS144891 pagina 5 van 5

Vanuit het oogpunt van gezondheid is het daarom van belang dat veehouderijen streven naar vermindering van de emissie van geur, fijnstof en ammoniak. Elke vermindering van emissie is positief voor de gezondheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/460/documents/10952