CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-085 Ontwerpbestemmingsplan Het Nieuwe Achterom 12 te Est.pdf

Gemeenteraad 28 juni 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 7: Voorstel tot vaststelling Bestemmingsplan “Het nieuwe Achterom 12, Est”22.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het gaat om:  Het uitzetten van het bouwwerk;  Slaan van de proefpalen en de funderingspalen;  Storten van beton.

Datum 17 december 2020 pagina 8 van 18 Ons kenmerk 0214147373

U kunt dit doorgeven door te bellen naar 0344 - 57 93 14. Of stuur een e-mail naar post@odrivierenland.nl. Vermeld hierbij alstublieft het zaaknummer 0214147373. 7. Geef veranderingen door U moet bouwen zoals dat staat in deze vergunning. Verandert u bij het bouwen iets wat in de vergunning staat? Bijvoorbeeld in de tekeningen of de berekeningen? Geef deze veranderingen dan aan ons door. U kunt dit doorgeven door te bellen naar 0344 - 57 93 14. Of stuur een e-mail naar post@odrivierenland.nl. 8. Zorg dat documenten aanwezig zijn op de locatie Heeft u productverklaringen of andere verklaringen? Zorg er dan voor dat deze altijd op de bouwplaats zijn. Zo kan de toezichthouder of de brandweer van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid ze altijd bekijken. 9. Instandhoudingstermijn / ontwerpbestemmingsplan De vergunning geldt voor een termijn van maximaal 10 jaar (wettelijk maximale termijn), mede vanwege het feit dat de uitbreiding op termijn zal worden opgenomen in het bestemmingsplan. Binnen deze termijn moet er een aanvraag voor een permanente omgevingsvergunning zijn aangevraagd en verleend, anders zal de uitbreiding voor het aflopen van de instandhoudingstermijn moeten worden verwijderd. Uiterlijk binnen 6 maanden na de verzenddatum van dit besluit dient de initiatiefnemer een ontwerpbestemmingsplan aan te leveren.

Datum 17 december 2020 pagina 9 van 18 Ons kenmerk 0214147373

Hoofdstuk 2 Hoe hebben wij de beslissing genomen? We hebben de beslissing genomen zoals staat in artikel 3.7 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). In dit hoofdstuk leest u per activiteit hoe we de beslissing hebben genomen en wat de conclusie is. Het gaat om de volgende activiteiten: • Bouwen; • Iets doen wat volgens het bestemmingsplan niet mag.

Datum 17 december 2020 pagina 10 van 18 Ons kenmerk 0214147373

Bouwen Bestemmingsplan We hebben bij onze beslissing gekeken naar de bestemmingsplannen “Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017” en “Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019”. De locatie waarop u wilt bouwen heeft de enkelbestemming “Agrarisch”, de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 3”, de functieaanduiding “glastuinbouw” en de gebiedsaanduidingen “overige zone – oeverwal-stroomrug” en “regionaal cluster glastuinbouw”. Wat u wilt bouwen, mag niet volgens de regels van het bestemmingsplan. Maar u mag het toch bouwen. De reden hiervoor staat in de volgende paragraaf met titel ‘U wilt iets doen wat volgens het bestemmingsplan niet mag’. Welstand De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft het plan bekeken en ons op donderdag 10 december 2020 geadviseerd. Zij vinden dat het plan voldoet aan de voorwaarden die voor welstand gelden. Bouwverordening U heeft laten zien wat u wilt bouwen. U heeft ook laten zien dat dit mag volgens de regels van de bouwverordening van de gemeente West Betuwe. Bouwbesluit U heeft voldoende laten zien dat u gaat bouwen volgens de regels van het Bouwbesluit 2012. Wet natuurbescherming Wat u wilt bouwen, heeft waarschijnlijk geen invloed op beschermde natuur. Daarom hoeft u geen extra gegevens over natuur aan ons te geven. Stikstofdepositie tijdens de aanlegfase De in de ingediende stikstofrapportage (Berekening stikstofdepositie, Rho adviseurs d.d.

11-9-2020) opgegeven uitgangspunten van stikstofuitstotende activiteiten (mobiele werktuigen, verkeer, e.d.) zijn aannemelijk. De berekeningen laten zien dat er met de bouwactiviteiten geen stikstofdeposities zullen ontstaan boven de 0,00 mol/ha/jaar. Hierdoor is schade vanwege stikstofdepositie aan Natura 2000-gebieden redelijkerwijs uit te sluiten. Stikstofdepositie tijdens het gebruik Ook bij het gebruik van de nieuwe bebouwing kan er sprake zijn van extra stikstofdepositie vanwege extra verkeersgeneratie en de extra uitstoot van het gebouw zelf door stookinstallaties en de activiteiten die met het gebruik gemoeid zijn. Deze omgevingsvergunning ziet niet toe op het gebruik, maar alleen op de bouwactiviteit. De gebruiksfase is daarom, in het kader van de Wet natuurbescherming, uitsluitend ter beoordeling van de provincie. U kunt hierover contact opnemen met de provincie. Conclusie U heeft een tijdelijke vergunning aangevraagd voor het uitbreiden van de bedrijfsruimte met een koelcel en een loods en het plaatsen van een nieuwe dockshelter met keerwanden en hellingbaan op het adres Het Nieuwe Achterom 12 in Est. U krijgt de vergunning.

Datum 17 december 2020 pagina 11 van 18 Ons kenmerk 0214147373

Iets doen wat volgens het bestemmingsplan niet mag Deze activiteit wordt ook wel ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ genoemd. Wij vinden dat u mag afwijken van het bestemmingsplan. Hierbij hebben wij overwogen dat: het bouwplan voorziet in het uitbreiden van een bedrijfsgebouw met een loods, een koelcel en een nieuwe dockshelter met keerwanden en hellingbaan, op het perceel Het Nieuwe Achterom 12 in Est; het gaat om een bedrijf dat paprika’s teelt in kassen, de uitbreiding sluit aan op de bestaande kassen en is bedoeld om paprika’s in te verpakken om zo rechtstreeks aan de winkel te kunnen leveren; met het bouwplan 851m² aan bedrijfsbebouwing wordt toegevoegd, hierdoor ontstaat in de nieuwe situatie een totaal van ca.

3.600m² aan bedrijfsbebouwing (niet zijnde kassen); het betreffende perceel gelegen is binnen de contouren van het bestemmingsplan “Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017” met de enkelbestemming ‘Agrarisch’ (artikel 3), de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie 3’ (artikel 28), de functieaanduiding ‘glastuinbouw’, en de gebiedsaanduidingen ‘overige zone - oeverwalstroomrug’ en ‘regionaal cluster glastuinbouw’, en tevens gelegen is binnen de contouren van het “Paraplubestemmingsplan Parkeren 2019”; de uitbreiding zal plaatsvinden binnen de bestemming ‘Agrarisch’; de gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding: 'glastuinbouw' tevens een glastuinbouwbedrijf is toegestaan; binnen deze bestemming de goothoogte van bedrijfsgebouwen niet meer mag bedragen dan 7m. De bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 11m. Het bouwplan hier aan voldoet. in artikel 3 is opgenomen dat het bouwvlak volledig mag worden bebouwd. Maar in afwijking daarvan geldt dat de gronden ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' voor maximaal 10% van het bouwvlak mogen worden bebouwd met bedrijfsgebouwen tot een maximum van 1.500 m². In de nieuwe situatie zal er in totaal ca.

3.600m² aan bedrijfsbebouwing (niet zijnde kassen) ontstaan; in artikel 3 een bepaling is opgenomen waarin het bevoegd gezag onder voorwaarden een omgevingsvergunning kan verlenen binnen de aanduiding 'glastuinbouw' voor het afwijken van de maximaal toegestane bebouwing van 10% van het bouwvlak tot een maximum van 1.500m². En wel tot maximaal 20% van het bouwvlak tot een maximum van 3.000 m². Een van die voorwaarden is dat de afwijking noodzakelijk dient te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het bedrijf. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. Door het bouwplan ontstaat in de nieuwe situatie een totaal van ca. 3.600m² aan bedrijfsbebouwing (niet zijnde kassen). Deze binnenplanse afwijking is niet toereikend;

Datum 17 december 2020 pagina 12 van 18 Ons kenmerk 0214147373

de nieuwe dockshelter met keerwanden en hellingbaan past binnen de bepalingen van het bestemmingsplan; tevens de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 3” (artikel 28) op het perceel is gelegen. Naast de bestemming “Agrarisch” is de grond mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. Op deze terreinen mogen ten behoeve van de in artikel 28 bedoelde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd die voor aanvullend of definitief archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. In aanvulling daarop mogen bouwwerken ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemmingen worden gebouwd, indien de totale bodemingreep kleiner is dan 5.000 m² en de verstoring minder diep dan 50 cm is. Dit is op dit bouwplan van toepassing en voor deze werkzaamheden is op grond van artikel 28 geen aanlegvergunning nodig; het bouwplan niet in strijd is met de bepalingen uit het ‘paraplubestemmingsplan Parkeren 2019’; in verband met de strijdigheid met het toegestane bebouwde oppervlak de aanvraag om omgevingsvergunning op grond van artikel 2.10 lid 1 sub c Wabo zou moeten worden geweigerd; artikel 2.12 eerste lid Wabo het mogelijk maakt om alsnog een omgevingsvergunning te verstrekken, mits niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening, indien: a.

de omgevingsvergunning verleend kan worden middels een binnenplanse afwijking (artikel 2.12 eerste lid onder a, nummer 1); b. de omgevingsvergunning verleend kan worden middels een afwijking op grond van artikel 2.12 eerste lid onder a, nummer 2 Wabo in combinatie met artikel 4 en 5 van Bijlage II van het Bor (zgn. “kruimelgeval”); c. de omgevingsvergunning verleend kan worden indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening (artikel 2.12 eerste lid onder a, nummer 3). het vigerende bestemmingsplan geen toereikende binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kent; voor verlening van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12 eerste lid onder a, onder nummer 2, van de wet van het bestemmingsplan of beheersverordening wordt afgeweken, komt o.a. in aanmerking “ander gebruik van gronden of bouwwerken voor een termijn van ten hoogte tien jaar” (artikel 4, lid 11, bijlage II Bor); het college van burgemeester en wethouders van gemeente West Betuwe hebben op 26 maart 2019 het “Kruimelbeleid in het kader van artikel 2.12, lid 1a sub 2 Wabo” vastgesteld.

De vaststelling van dit beleid is openbaar bekend gemaakt in het Nieuwsblad West Betuwe van 10 april 2019 en het beleid is op 11 april 2019 in werking getreden; in het “Kruimelbeleid” is vastgesteld op welke manier de ruimtelijke inpasbaarheid van een verzoek wordt beoordeeld aan de hand van zogenaamde afwegingscriteria en voor welke categorieën van gevallen het college in ieder geval géén gebruik zal maken van haar bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan;

Datum 17 december 2020 pagina 13 van 18 Ons kenmerk 0214147373

vooruitlopend op een wijziging van het bestemmingsplan is een tijdelijke afwijking op grond van het Kruimelbeleid van het huidige bestemmingsplan mogelijk; het college van burgemeester en wethouders in haar vergadering van 24 november 2020 de intentie heeft uitgesproken mee te werken aan het wijzigen van het bestemmingsplan, hiermee is beargumenteerd dat de afwijking tijdelijk zal zijn; aan de initiatiefnemer wordt gevraagd binnen 6 maanden na verlening van deze omgevingsvergunning een ontwerpbestemmingsplan aan te leveren. Zodra de stukken compleet en ambtelijk akkoord zijn wordt het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd; op 1 december 2020 heeft Stichting Advisering Agrarische Bouwplannen (SAAB) aan het college advies uitgebracht (kenmerk SAAB 0079770ov20) over de noodzakelijkheid van de uitbreiding voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het bedrijf. De stichting adviseerde om medewerking te verlenen aan de uitbreiding van de bedrijfsgebouwen; uit een eerste onderzoek is gebleken dat er geen doorslaggevende planologische beletselen zijn om mee te werken aan onderhavig bouwplan; de locatie ligt in een glastuinbouwconcentratiegebied en op korte afstand van de A15.

Juist in dit gebied moet het voor glastuinbouwbedrijven mogelijk zijn om zich aan te passen aan veranderende marktomstandigheden en investeringen te doen; het kassencomplex is zo groot, dat meer bedrijfsgebouwen ruimtelijk verantwoord zijn in te passen; de gebouwen, op een zeer ruim bouwvlak, worden ingepast in een omgeving die –gelet op het feit dat het om een regionaal kassencontractiegebied gaat- voornamelijk bestaat uit kassen, bedrijfsgebouwen en enkele bedrijfswoningen; er naar verwachting geen onevenredige aantasting zal plaatsvinden van het woon- en leefmilieu en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit het bouwplan op 10 december 2020 positief heeft beoordeeld; - samengevat - het bouwplan dat voorziet in het uitbreiden van een bedrijfsgebouw met een loods en een koelcel en een nieuwe dockshelter met keerwanden en hellingbaan op het perceel Het Nieuwe Achterom 12 in Est, voor een termijn van maximaal 10 jaar (wettelijk maximale termijn), ruimtelijk inpasbaar wordt geacht, mede vanwege dat de uitbreiding op termijn zal worden opgenomen in het bestemmingsplan; aan de overige voorwaarden voor het verlenen van buitenplanse afwijking als genoemd in artikel 2.12 eerste lid onder a, nummer 2 Wabo wordt voldaan; derhalve op verantwoorde wijze gebruik kan worden gemaakt van de buitenplanse afwijkingsmogelijkheid als genoemd in

artikel 2.12 eerste lid onder a, nummer 2 Wabo, voor de afwijking van het bestemmingsplan voor het uitbreiden van een bedrijfsgebouw met een loods en een

Datum 17 december 2020 pagina 14 van 18 Ons kenmerk 0214147373

koelcel en een nieuwe dockshelter met keerwanden en hellingbaan op het perceel Het Nieuwe Achterom 12 in Est, voor een termijn van maximaal 10 jaar; Conclusie U heeft een tijdelijke vergunning aangevraagd voor het uitbreiden van de bedrijfsruimte met een koelcel en een loods en het plaatsen van een nieuwe dockshelter met keerwanden en hellingbaan op het adres Het Nieuwe Achterom 12 in Est. U krijgt de vergunning.

Datum 17 december 2020 pagina 15 van 18 Ons kenmerk 0214147373

Bijlage 1 Wat is er verder belangrijk? In deze bijlage staat belangrijke informatie over uw vergunning. Lees dit goed voordat u begint met het werk. Wanneer mag u beginnen? De vergunning geldt vanaf de dag na verzending van deze brief. Maar let op: het kan zijn dat u toch nog niet mag beginnen. Hieronder staat wanneer dat zo is. Wij adviseren u daarom pas te beginnen op het moment dat de vergunning definitief is. Als iemand het niet eens is met de vergunning, kan hij/zij ons daarover binnen 6 weken een brief sturen. Deze 6 weken beginnen een dag nadat wij deze brief hebben verstuurd. U kunt ook zelf een brief sturen als u het niet eens bent met de vergunning. Dit noemen wij bezwaar maken. Dan kan het gebeuren dat wij een andere beslissing moeten nemen. Bijvoorbeeld dat u de vergunning toch niet krijgt. Of dat wij de vergunning veranderen. Begint u toch eerder? Dan is dat uw eigen risico! Ook kan iemand aan de rechter vragen om de beslissing over de vergunning voorlopig uit te stellen. U kunt ook zelf om uitstel vragen. Dat uitstel noemen we een voorlopige voorziening. Vraagt u of iemand anders om een voorlopige voorziening? Dan geldt de vergunning pas als de rechter dat heeft besloten. Rechten van anderen U heeft een vergunning gekregen. Bedenk daarbij dat anderen rechten hebben. Uw buren hebben bijvoorbeeld eigendomsrechten.

Deze eigendomsrechten gelden voor hun grond, hun woning en hun spullen. Uw vergunning verandert deze rechten niet. Dus bij alles wat u doet, moet u rekening houden met deze rechten van anderen. Dat kan zelfs betekenen dat u uw vergunning niet kunt gebruiken. Wilt u uw plan veranderen? Heeft u een vergunning gekregen en wilt u daarna uw plan veranderen? Dan kan het zijn dat de vergunning niet meer geldt. En dat u een nieuwe vergunning moet vragen. Bel dan op tijd met de Omgevingsdienst Rivierenland via telefoonnummer 0344 - 579314. Mogen wij de vergunning intrekken? Wij mogen de vergunning helemaal of voor een deel intrekken. Wij mogen dit in de volgende situaties: • Wij kregen van u te weinig of onjuiste gegevens. En we zouden u de vergunning niet hebben gegeven als u ons alle of de juiste gegevens zou hebben gegeven. • U doet dingen die niet in de vergunning staan. • U houdt zich niet aan de regels van de vergunning. • U stopt een halfjaar of langer met het werk. • U bent 3 jaar nadat u de vergunning kreeg nog niet begonnen met het werk. Maakt u gebruik van de openbare weg? Wilt u voor werkzaamheden gebruikmaken van de openbare weg? Wilt u bijvoorbeeld bouwmaterialen, een container of machines op een weg of een trottoir zetten? Dan heeft u daarvoor toestemming nodig. Neem hierover op tijd contact met ons op.

Datum 17 december 2020 pagina 16 van 18 Ons kenmerk 0214147373

Doet u het werk in de buurt van een rivier, kanaal of sloot? Doet u het werk in de buurt van een rivier, een kanaal of een sloot? Neem dan contact op met het waterschap en/of Rijkswaterstaat. Want u heeft misschien toestemming van het waterschap en/of Rijkswaterstaat nodig om het werk te doen. Bouwt u iets groots of verhardt u een groot stuk grond? Bouwt u in stedelijk gebied iets dat groter is dan 500 m2 of verhardt u daar meer dan 500 m2 grond? Of bouwt of verhardt u in landelijk gebied meer dan 1500 m2? Dan moet u dat ook doorgeven aan het waterschap. Mogelijk moet u er een vergunning voor hebben van het waterschap. Bouwt u iets voor meer dan 50 mensen? Bouwt u een gebouw waarin meer dan 50 mensen tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn? Dat moet u op www.omgevingsloket.nl een ‘gebruiksmelding’ doen. Dit staat in het Bouwbesluit 2012. Let op bij slopen en verbouwen Gaat u iets slopen of verbouwen? En heeft u dan 10 m3 of meer sloopafval? Of komt er asbest vrij? Dan moet u op www.omgevingsloket.nl een ‘sloopmelding’ doen.

Datum 17 december 2020 pagina 17 van 18 Ons kenmerk 0214147373

Bijlage 2 Bent u het niet eens met de beslissing? Bent u het niet eens met onze beslissing? Dan kunt u bezwaar maken. Wilt u bezwaar maken? Wilt u bezwaar maken tegen onze beslissing? Stuur dan binnen 6 weken een brief naar de gemeente West Betuwe. Deze 6 weken beginnen een dag nadat wij deze brief hebben verstuurd. Stuurt u de brief niet op tijd? Dan behandelen we uw bezwaar niet. Zet in de brief in ieder geval het volgende:  Uw naam en adres;  De datum;  De beslissing waarmee u het niet eens bent;  Waarom u het niet met de beslissing eens bent;  Uw handtekening;  Stuur de brief naar: gemeente West Betuwe Postbus 112 4190 CC GELDERMALSEN Zet op de envelop duidelijk het woord ‘Bezwaarschrift’. Wilt u dat deze beslissing nog niet uitgevoerd kan worden? Normaal kan deze beslissing gewoon worden uitgevoerd, terwijl we uw bezwaar behandelen. Wilt u dat niet? Bijvoorbeeld omdat onze beslissing nu al ernstige gevolgen heeft? Dan kunt u aan de rechter vragen om de beslissing voorlopig uit te stellen. Dat heet een voorlopige voorziening. U doet dat zo:  U schrijft eerst de brief met uw bezwaar. Hiervan maakt u een kopie.  Daarna schrijft u nog een brief. Hierin schrijft u waarom u wilt dat de beslissing nog niet uitgevoerd kan worden. U vraagt dus om een voorlopige voorziening.

 Stuur de brief waarin u vraagt om uitstel met de kopie van uw bezwaar naar: Voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland Team Bestuursrecht Postbus 9030 6800 EM Arnhem U betaalt kosten Let op! U betaalt kosten (griffierecht) als u de rechter vraagt om een voorlopige voorziening. Hoeveel u betaalt, hangt af van uw situatie. Op www.rechtspraak.nl leest u hier meer over.

Datum 17 december 2020 pagina 18 van 18 Ons kenmerk 0214147373

58/128

Bijlage 3

59/128

Aeriusberekening

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Uitbreiding van den Burg Paprika's Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RvkefxtXWsud (07 september 2021) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho adviseurs

Keizerstraat, 21, 7411HD Deventer

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Van Den Burg Paprika

RvkefxtXWsud

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

07 september 2021, 15:06

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

55,27 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Uitbreiding bedrijfsgebouw Van Den Burg Paprika's

Uitbreiding van den Burg Paprika's

RvkefxtXWsud (07 september 2021) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Uitbreiding van den Burg Paprika's

Emissie Uitbreiding van den Burg Paprika's

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Mobiele Werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

35,14 kg/j

Verkeer aanleg Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

1,17 kg/j

Laden Lossen Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Bron 4 Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

18,85 kg/j

Uitbreiding van den Burg Paprika's

RvkefxtXWsud (07 september 2021) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Mobiele Werktuigen 150292, 429134 35,14 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

Uitbreiding van den Burg Paprika's

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

10.000

25

14,0 NOx NH3

35,14 kg/j < 1 kg/j

STAGE IV, 130 <= Totaal kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

400,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Zwaar vrachtverkeer

204,0 / jaar NOx NH3

1,03 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Verkeer aanleg 150161, 429772 1,17 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Uitbreiding van den Burg Paprika's

Laden Lossen 150275, 429149 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

1,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RvkefxtXWsud (07 september 2021) pagina 4/6

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bron 4 150186, 429772 18,85 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

10,0 / etmaal NOx NH3

18,85 kg/j < 1 kg/j

Uitbreiding van den Burg Paprika's

RvkefxtXWsud (07 september 2021) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Uitbreiding van den Burg Paprika's

RvkefxtXWsud (07 september 2021) pagina 6/6

66/128

Bijlage 4

67/128

Watertoets

Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 17-09-2021

Digitale watertoets in De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IN DE GEMEENTE IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

Normale procedure

2.

a_watergangen

3.

a_watergangen_zone

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

17-09-2021, 06:48

P agina 1 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het plan uits luitend over functiewijziging van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? nee

2.

Is het totale plangebied groter dan 3500 m² ? ja

3.

Gaat het plan over activiteiten die kunnen leiden tot verontreiniging van het oppervlaktewater? (Bij twijfel: vink 'ja' aan) nee

4.

a_watergangen ja

5.

a_watergangen_zone ja

6.

b_watergangen_met_zonering nee

7.

c_watergangen_met_zonering nee

8.

buitenbes chermings zone_waterkering nee

9.

kern_en_bes chermings zone_waterkering nee

10.

pers leidingen nee

11.

rioolgemaal nee

17-09-2021, 06:48

P agina 2 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 12.

rioolwaterzuivering nee

13.

Wegen nee

17-09-2021, 06:48

P agina 3 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1.

Normale procedure Wateradvies Normale procedure Uit de watertoets blijkt dat u de gangbare watertoets procedure moet volgen. Dit betekent dat er nader overleg plaats moet vinden met Waters chap Rivierenland. Het waters chap wil vroegtijdig met u meedenken, u informeren en u advis eren over de waterhuis houdkundige as pecten van uw plan. Het waters chap beoordeelt of het waterbelang voldoende gewaarborgd is . Deze uitgangs puntennotitie is onderdeel van de watertoets procedure.

Wat moet ik doen? Deze uitgangs puntennotitie vormt de s tart voor uw overleg met het waters chap. De notitie is automatis ch opges teld op bas is van uw antwoorden en uw ingetekende plangebied. Waters chap Rivierenland geeft in deze uitgangs puntennotitie aan welke wateras pecten van belang zijn voor uw ruimtelijke plan. De gemeente draagt ook zorg voor as pecten van de waterhuis houding. Daarom is het belangrijk om uw plan ook met hen af te s temmen. U kunt contact opnemen met uw accountmanager van Waters chap Rivierenland voor overleg. U vindt deze contactgegevens hier: https ://www.waters chaprivierenland.nl/accountmanagers -waters chap-rivierenlandgemeente

Beleid Waterschap Rivierenland Het waterbeheerprogramma is bepalend voor het beleid van Waters chap Rivierenland en wordt iedere zes jaar geactualis eerd. Het plan omvat alle watertaken van het waters chap op gebied van waterveiligheid, afvalwaterzuivering, s choon en voldoende water. Daarnaas t bes chikt het waters chap over een verordening: de Keur. In de Keur s taan regels voor de bes cherming van onder andere waterkeringen, watergangen en bijhorende kuns twerken. In de Alblas s erwaard en de Vijfheerenlanden beheert het waters chap ook wegen buiten de bebouwde kom (geen Rijks - of provinciale wegen). Hier is de Keur ook op van toepas s ing. De werkzaamheden in of nabij de watergangen, waterkeringen en wegen in beheer bij het waters chap worden getoets t aan de regels in de Keur. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn.

Klimaatadaptatie Water en ruimtelijke ordening zijn onlos makelijk met elkaar verbonden, zeker in ons veranderende klimaat. Extreme buien worden s teeds vaker afgewis s eld met perioden van droogte. We blijven ernaar s treven om voldoende water van voldoende kwaliteit bes chikbaar te hebben. Het waters chap heeft s amen met de gemeenten de taak om te zorgen voor een klimaatbes tendige inrichting van onze leefomgeving. Dit kunnen we niet alleen. U kunt een bijdrage leveren door uw plan zo klimaatbes tendig mogelijk in te richten. Denk bijvoorbeeld aan groene daken of natuurvriendelijke oevers . De kwaliteit van de leefomgeving of de biodivers iteit kan zo worden vergroot. Op de webs ite https ://bouwadaptief.nl/ kunt u zich laten ins pireren door klimaatadaptatieve projecten en vindt u een overzicht van mogelijke maatregelen.

17-09-2021, 06:48

P agina 4 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets Grondwater Waters chap Rivierenland is verantwoordelijk voor het waterpeil in s loten en vaarten. Dit peil heeft indirect effect op het grondwaterpeil. Gemeenten moeten overlas t door te veel of te weinig grondwater beperken. Particulieren zijn verantwoordelijk voor het grondwater op hun perceel.

Drooglegging Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het s traatniveau of het bouwpeil boven het oppervlaktewaterpeil ligt. We advis eren voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het s traatpeil een drooglegging van 1,00 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,30 meter. Z o voorkomt u overlas t door grondwater. We advis eren om onderzoek te doen in gebieden waar overlas t door grondwater bekend is of waar hoge grondwaters tanden voorkomen. U kunt maatregelen nemen om overlas t te voorkomen. Voorbeelden van maatregelen zijn het ophogen van het maaiveld of bouwen zonder kruipruimte.

Infiltreren Het is wens elijk dat uw plan grondwaterneutraal is . Dit kan door hemelwater te infiltreren. U houdt zo water vas t voor drogere perioden. Dit kan alleen in gebieden waar de grondwaters tanden en de bodemopbouw dat toelaten. Het zijn de hogere gronden met een goede doorlatendheid. Onze accountmanager kan u hierover advis eren. Met een infiltratieonderzoek kunt u (laten) onderzoeken of en op welke wijze infiltratie kan plaats vinden.

Watercompensatie Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot vers nelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlas t onts taat, kan aanleg van extra waterberging noodzakelijk zijn. Z o wordt het verlies van berging in de bodem gecompens eerd. Het is mogelijk dat u voor een eenmalige vrijs telling van de compens atieplicht in aanmerking komt. De eenmalige vrijs telling geldt bij een toename in verharding van minder dan 500 m² in s tedelijk gebied en minder dan 1500 m² in landelijk gebied. Z o voorkomen we dat individuele bewoners moeten compens eren voor voorzieningen zoals s erres , tuins chuurtjes , etc. Op s ommige locaties is het onwens elijk om de vrijs telling in te zetten, omdat bijvoorbeeld de waterhuis houdkundige s ituatie dan zou vers lechteren. Compens erende waterberging is dan wel nodig. Bes preek dit met de betreffende accountmanager van het waters chap. Is de toename in verharding groter dan 500 m² in s tedelijk gebied of groter dan 1500 m² in landelijk gebied dan is het mogelijk dat de vrijges telde oppervlaktes in mindering worden gebracht. Neemt in uw plan de verharding bijvoorbeeld toe met 600 m² in s tedelijk gebied, dan hoeft u met de vrijs telling maar voor 100 m² te compens eren. We gaan ervan uit dat gemeenten en organis aties deze vrijs telling op een eerder moment binnen ons beheergebied hebben ingezet.

Z ij hebben hier dan geen recht meer op hebben. U kunt contact opnemen met de afdeling vergunningen (vergunningen@ws rl.nl) van het waters chap om deze vrijs telling aan te vragen. U moet compens erende maatregelen nemen als u niet in aanmerking komt voor de vrijs telling of als u de vrijges telde oppervlaktes overs chrijdt. U zult daarover nadere afs praken moeten maken. Bes preek dit met uw accountmanager van het waters chap. Berekenen benodigde watercompens atie De benodigde ruimte voor waterberging wordt berekend op bas is van de toename van verhard oppervlak, maatgevende regenbuien en de maximaal toelaatbare peils tijging in de watergangen. De 17-09-2021, 06:48

P agina 5 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets vuis tregel is dat er 436m³ waterberging nodig is per hectare nieuw verhard oppervlak. De maximaal toelaatbare peils tijging bedraagt 0,20 meter in het gebied Alblas s erwaard en Vijfheerenlanden. In de res t van het beheergebied van Waters chap Rivierenland geldt een maximaal toelaatbare peils tijging van 0,30 meter. Dit geldt voor plannen met een toename van verhard oppervlak tot 5.000 m2. De vuis tregel geldt alleen bij waterberging in open water en als er geen s prake is van complicerende zaken (bijvoorbeeld kwel). In s tedelijk gebied kan waterberging ook worden gerealis eerd via een waterbergings bank (indien bes chikbaar). Plannen met een toename van het verhard oppervlak in s tedelijk gebied tot 1500 m2 komen hiervoor in aanmerking. Voor plannen met meer dan 5000m² extra verharding wordt een aparte berekening gevraagd. Dit geldt ook voor plannen die waterhuis houdkundig complex zijn. Hierbij worden de volgende berekenings uitgangs punten gehanteerd: • De maatgevende afvoer door de watergangen is 1,5 l/s /u. Dit is ook de afvoer die de watergangen in het landelijk gebied nog net aankunnen. • Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% ops lag vanwege de klimaatverandering (T=100+10%) mag er geen inundatie optreden.

• Bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% ops lag vanwege klimaatverandering (T=10+10%) moet er voor het s traatpeil nog een drooglegging van 1,00 m zijn ten opzichte van zomerpeil. Voorkeurs volgorde aanleg watercompens atie Bij de keuze van het s oort bergings voorziening hanteert het waters chap de voorkeurs volgorde vas thoudenbergen-afvoeren: • Hergebruik en/of vas thouden Hierbij wordt het hemelwater binnen het plangebied verzameld en komt niet (direct) in het oppervlaktewater terecht. Dit kan bijvoorbeeld met groene polderdaken en wadi’s . Het ontwerp-, beheer- en onderhouds as pect s pelen een belangrijke rol bij deze voorzieningen. De initiatiefnemer dient aantoonbaar te maken dat de gerealis eerde berging kan blijven functioneren. Op hoge zandgronden met een lage grondwaters tand heeft infiltratie onze voorkeur. De gemiddelde hoogs te grondwaters tand (GHG) komt niet hoger dan 50 cm onder het maaiveld. U kunt de attentiekaart infiltratie met daarop kans rijke gebieden voor infiltratie bij onze accountmanager opvragen. Buiten deze gebieden is infiltratie ook mogelijk, zolang de gemiddelde hoogs te grondwaters tand niet hoger komt dan 50 cm onder maaiveld. In kwelgevoelige gebieden hanteren we de gemiddeld hoogs te s tijghoogte, omdat het grondwater in de winter (als de riviers tanden hoog zijn) hoger onder het maaiveld komt.

De gemiddeld hoogs te s tijghoogte mag niet hoger komen dan 50 cm onder maaiveld. Infiltratie vindt bij voorkeur plaats in de openbare ruimte (openbaar groen, bermen, etc.). In overleg met de accountmanager kan hiervan worden afgeweken. • Bergen Onder bergen vers taan we de opvang van hemelwater in het oppervlaktewater. Het hemelwater van het plangebied wordt opgevangen in het oppervlaktewater. Hier heeft het graven van nieuw oppervlaktewater de voorkeur boven het vergroten van bes taand water. Bij gebruik van bes taand water gaat de voorkeur uit naar watergangen die niet door Waters chap Rivierenland worden onderhouden. In het algemeen geldt dat compens atie in B-watergangen de voorkeur heeft boven compens atie in A-watergangen. Als de aanvrager kan aantonen dat compens atie in een B- of A-water redelijkerwijs niet mogelijk is , kan het waters chap ook compens atie in bes taande of nieuwe C-wateren toelaten. Bij aanleg of aanpas s ing van watergangen is het van belang rekening te houden met de bereikbaarheid voor onderhoud, in- en uitlaatplaats en voor maaiboten en ops lagmogelijkheden voor s lootvuil en kroos . Om water van voldoende waterkwaliteit te houden (of krijgen), is ook het zelfreinigend vermogen van het 17-09-2021, 06:48

P agina 6 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets waters ys teem van belang. Dit wordt bevorderd door rekening te houden met voldoende waterdiepte (s treven is 1 meter of juis t droogvallend) en voldoende oevervegetatie (taluds chuinte minimaal 1:2 of flauwer). Hierbij wordt hemelwater afgevoerd via de riolering. • Afvoeren Hierbij wordt hemelwater afgevoerd via de riolering. Waterkwaliteit Hieronder volgt een aantal algemene aandachts punten die gelden voor vers chillende ruimtelijke ontwikkelingen: • Gebruik geen uitlogende materialen zoals zink of koper. Z o komen deze materialen niet in de s loot terecht. Gebruikt u wel uitlogende materialen, dan mag het dakwater niet rechts treeks op de s loten worden geloos d. • Bladeren van bladverliezende bomen langs het water komen vaak in het water terecht. Dit kan de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. U kunt de hoeveelheid bladafval in de watergang beperken door rekening te houden met de plaats ing van bomen. • Neem de ecologis che waarde mee in het ontwerp van een watergang, wadi, etc. Door aandacht te hebben voor de ecologis che waarde, vergroot u deze zonder al te veel moeite.

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

17-09-2021, 06:48

P agina 7 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 2.

a_watergangen A-watergang In het plangebied ligt een A-watergang of een bes chermings zone van een Awatergang. We vragen u A-watergangen op te bes temmen als water. De bes chermings zone van de watergangen hoeft niet te worden bes temd. Voor de boezemgebied op het winterbed verzoeken we de dubbelbes temming Waters taat Waterberging op te nemen."

Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

17-09-2021, 06:48

P agina 8 van 9

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 3.

a_watergangen_zone A-watergang In het plangebied ligt een A-watergang of een bes chermings zone van een Awatergang. We vragen u A-watergangen op te bes temmen als water. De bes chermings zone van de watergangen hoeft niet te worden bes temd. Voor de boezemgebied op het winterbed verzoeken we de dubbelbes temming Waters taat Waterberging op te nemen."

Wat moet ik doen? Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

17-09-2021, 06:48

P agina 9 van 9

https://dewatertoets.nl

Regels

77/128

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan'Het Nieuwe Achterom 12 te Est' met identificatienummer NL.IMRO.1960.ESTNieuweAchter12-VSG1 van de gemeente West Betuwe;

De begrippen, voor zover relevant voor dit bestemmingsplan, het bestemmingsplan , Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017 vastgesteld 6 december 2018, zijn van overeenkomstige toepassing.

78/128

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; 2.2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.3 het bebouwingspercentage het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil verticaal tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.6 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.9 peil a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met 0,20 m; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein vermeerderd met 0,20 m.

79/128

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden agrarische bedrijven, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' tevens een glastuinbouwbedrijf is toegestaan; b. hobbymatige grondgebonden agrarische activiteiten; c. één bedrijfswoning, tenzij anders is aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan; d. aan-huisgebonden-beroepen en bedrijven; e. kleinschalig kamperen; f. de huisvesting van seizoensarbeiders; g. bed and breakfast; h. dagrecreatie; i. tuinen, erven en verhardingen; j. parkeervoorzieningen; k. groenvoorzieningen; l. nutsvoorzieningen; m. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; n. evenementen; o. kaststation ter plaatse van de aanduiding 'Nutsvoorziening'.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende regels: a. Per bouwvlak mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van één agrarisch bedrijf worden gebouwd. Indien tussen bouwvlakken de aanduiding 'relatie' is opgenomen, worden deze bouwvlakken aangemerkt als één bouwvlak. b. De afstand van gebouwen tot de perceelsgrenzen met derden mag niet minder bedragen dan 5 m. c. De afstand van kassen tot de perceelsgrenzen met derden niet minder mag bedragen dan 2 m. 3.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, gelden de volgende regels: a. Bedrijfsgebouwen mogen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak worden gebouwd. b. De afstand van bedrijfsgebouwen tot de voorgevellijn van de bedrijfswoning mag niet minder bedragen dan 3 m. In het geval geen bedrijfswoning aanwezig is, mag de afstand van bedrijfsgebouwen tot de as van de weg niet minder bedragen dan 18 m. c. Ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' mag:

80/128

1. de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen ten behoeve van verduurzaming ten hoogste 2.000 m2 bedragen; 2. de gezamenlijke oppervlakte van de overige bedrijfsgebouwen ten hoogste 4.000 m2 bedragen; d. De goothoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 7 m; e. De bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 11 m; f. De bouwhoogte van bedrijfsgebouwen ten behoeve van verduurzaming mag niet meer bedragen dan 12,5 m. 3.2.3 Kassen Voor het bouwen van kassen, niet zijnde teeltondersteunende kassen, gelden de volgende regels: a. Kassen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw'. b. De afstand van bedrijfsgebouwen tot de voorgevellijn van de bedrijfswoning mag niet minder bedragen dan 3 m. In het geval geen bedrijfswoning aanwezig is, mag de afstand van bedrijfsgebouwen tot de as van de weg niet minder bedragen dan 18 m. c. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 8 m. d. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m. e. De afstand tot woningen/ bedrijfswoningen op naastgelegen percelen mag niet minder bedragen dan 30 m. 3.2.4 Bedrijfswoningen Bedrijfswoningen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: a.

Het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan één per bouwvlak, tenzij anders is aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' geen bedrijfswoning is toegestaan. b. De voorgevel van de bedrijfswoning moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn, dan wel op een afstand van maximaal 3 m daarachter. Indien toepassing van deze regel ertoe leidt dat de afstand van de bedrijfswoning tot de as van de weg minder dan 15 meter bedraagt, geldt in afwijking van deze regel dat de afstand van de bedrijfswoning tot de as van de weg minimaal 15 m en maximaal 18 meter dient te bedragen. c. De inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer dan 800 m³ bedragen. d. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' anders is weergegeven; e. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' anders is weergegeven. 3.2.5 Aan- en uitbouwen bij bedrijfswoningen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. b.

Bijgebouwen en overkappingen dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd. c. De maximale gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 150 m². d. De goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m. e. In afwijking van het bepaalde b, mag op de gronden voor de voorgevellijn per woning één aanbouw, zoals een portaal of erker worden gebouwd, met dien verstande dat: f. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan maximaal 6 m²;

81/128

g. de diepte niet meer mag bedragen dan 1,5 m; h. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m; i. de breedte niet meer mag bedragen dan 50% van de gevel. 3.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, binnen het bouwvlak gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte voor de voorgevellijn van de bedrijfswoning niet meer mag bedragen dan 1 m. b. De bouwhoogte van poeren en poorten mag niet meer bedragen dan 2 m. c. De bouwhoogte van installaties mag niet meer bedragen dan 12 m. d. De bouwhoogte van energievoorzieningen ten behoeve van glastuinbouwbedrijven mag niet meer bedragen dan 12 m. 3.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van poeren en poorten mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat een poer vierkant dient te zijn en dat de oppervlakte per poer niet meer dan 1 m2 mag bedragen. b. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m. c. Het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is toegestaan, mits: 1. de hoogte niet meer bedraagt dan 3 m; 2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 10 m2.

3.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. het bepaalde in 3.2.2 onder a voor het bouwen van hulpgebouwen buiten het bouwvlak onder de volgende voorwaarden: 1. het aantal hulpgebouwen mag niet meer bedragen dan één per hectare; 2. de afstand van het hulpgebouw tot bouwvlakken van derden mag niet minder bedragen dan 30 m; 3. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 20 m2; 4. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m 5. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 m; 6. er sprake is van een landschappelijk inpassing; b. het bepaalde in 3.2.2 onder a voor het bouwen van veldschuren buiten het bouwvlak onder de volgende voorwaarden: 1. het aantal veldschuren mag niet meer bedragen dan één per hectare; 2. de afstand van het hulpgebouw tot bouwvlakken van derden mag niet minder bedragen dan 30 m; 3. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 40 m2; 4. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 m 5. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; 6. er sprake is van een landschappelijk inpassing. c. het bepaalde in 3.2.2 onder c ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen op gronden binnen de aanduiding 'glastuinbouw' tot maximaal 20% van het bouwvlak tot een maximum van 6.000 m2, onder de volgende voorwaarde:

82/128

1. de afwijking dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het bedrijf. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. d. het bepaalde in lid 3.2.2 sub d voor een goothoogte tot maximaal 7,5 m, onder de volgende voorwaarde: 1. De afwijking dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het bedrijf. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. e. het bepaalde in lid 3.2.3 sub c en d voor een goothoogte tot maximaal 7 m en een bouwhoogte tot maximaal 8 m, mits de afwijking noodzakelijk is voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het bedrijf. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. f. het bepaalde in lid 3.2.6 ten behoeve van de bouwhoogte van installaties en energievoorzieningen tot maximaal 15 m. 3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen: a. boomgaarden binnen een afstand van 50 m tot (bedrijfs)woningen, sport- en recreatievoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen, behoudens bestaande en vervanging van bestaande boomgaarden. b. het gebruik van meer dan één bouwlaag van een bouwwerk voor het houden van dieren; c.

het opslaan van goederen van derden en het stallen van caravans; d. het gebruik van bijgebouwen bij een woning als zelfstandige woningen en als afhankelijke woonruimte; e. het gebruiken of laten gebruiken van een bedrijfswoning als burger-/plattelandswoning; f. mestverwerking; g. grootschalige opslag van aardoliehoudende vloeistoffen of schadelijke stoffen. 3.4.2 Aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven Binnen de bestemming 'Agrarisch' is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven toegestaan als nevengeschikte activiteit, waarbij de volgende regels van toepassing zijn: a. De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de bebouwing tot een maximum van 50 m2. b. De activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving waarbij geldt dat deze past in milieucategorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten. c. Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken. d. Detailhandel is niet toegestaan. e. De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner. 3.4.3 Kleinschalig kamperen a. Kleinschalig kamperen is toegestaan, waarbij maximaal 15 standplaatsen tot maximaal 3.000 m2 is toegestaan binnen of aansluitend aan het bouwvlak. b.

Binnen het bouwvlak is maximaal 75 m2 aan sanitaire voorzieningen toegestaan.

83/128

3.4.4 Bed and Breakfast Bed and breakfast is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. Voorzieningen voor bed & breakfast zijn uitsluitend toegestaan binnen de bestaande bebouwing. b. De exploitatie van de bed & breakfast wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner van de woning. c. Per woning is sprake van niet meer dan 3 bed & breakfast eenheden tot een oppervlakte van maximaal 150 m2. d. De woonfunctie van de woning blijft behouden. e. Parkeren geschiedt op eigen terrein. 3.4.5 Huisvesting seizoenarbeiders in bedrijfsgebouwen De vestiging van seizoensarbeiders binnen bestaande bedrijfsgebouwen is toegestaan, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De voor bewoning ingerichte gebouwen mogen uitsluitend worden gebruikt voor het bedrijfsmatig verschaffen van nachtverblijf aan werknemers binnen het teeltseizoen die binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn werkzaamheden verrichten. b. Er mogen niet meer dan 12 seizoenarbeiders per bedrijf gehuisvest worden. c. De oppervlakte ten behoeve van de huisvesting van seizoenarbeiders mag niet meer bedragen dan 200 m2. d. In afwijking van het bepaalde onder b en c mag het aantal seizoensarbeiders en de oppervlakte ten behoeve van de huisvesting van seizoensarbeiders ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch huisvesting werknemers' niet meer bedragen dan bestaand. e.

De huisvesting bedraagt niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar en bij glastuinbouwbedrijven ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' 10 maanden per kalenderjaar, waarbij er op jaarbasis minimaal 2 aaneengesloten maanden de huisvesting moet zijn onderbroken. f. Er mag geen sprake zijn van zelfstandige bewoning dan wel zelfstandige wooneenheden. 3.4.6 Evenementen Evenementen zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. Er mag per terrein per jaar één maal een evenement worden georganiseerd. b. Het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. c. Het evenement dient te voldoen aan het gemeentelijk beleid. d. Er mag geen sprake zijn van aantasting van natuur- en landschapswaarden. e. De duur van een evenement, inclusief op- en afbouwen mag niet meer bedragen dan 5 dagen. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Afwijken nevenfuncties Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 en 3.4 ten behoeve van de uitoefening van nevenfuncties bij het agrarisch bedrijf, met dien verstande, dat: a. De gezamenlijke vloeroppervlakte aan niet-agrarische activiteiten niet meer bedraagt dan 50% van het bebouwde oppervlak tot een maximum van 350 m², met uitzondering van agrarische bedrijven ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - oeverwal - stroomrug' waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 700 m2. b.

Nevenfuncties uitsluitend zijn toegestaan binnen de bestaande bebouwing. c. De uitoefening van de nevenfunctie geen nadelige invloed heeft op de afwikkeling van het verkeer en/of

84/128

d. e. f. g. h.

i.

niet leidt tot een onaanvaardbare parkeerdruk. Er geen buitenopslag voor de nevenfunctie plaatsvindt. De agrarische bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische bedrijven mogen niet worden beperkt. De afwijking gepaard gaat met een landschappelijke inpassing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd erfbeplantingsplan. De omgevingsvergunning is niet strijdig met de belangen van relevante risicobronnen en het groepsrisico wordt afgewogen in het licht van een aanvaardbaar verblijfsklimaat. De volgende nevenfuncties zijn toegestaan: 1. kleinschalige detailhandel tot maximaal 50 m2 verkoopvloeroppervlakte; 2. kleinschalige horeca, tot maximaal 50 m² en een bijbehorend terras tot maximaal 100 m2; 3. vakantieappartementen, waarbij maximaal 3 eenheden zijn toegestaan tot maximaal 195 m2; 4. trekkershutten tot een totaal maximaal oppervlak van 60 m2; 5. productiegebonden detailhandel inclusief opslag tot maximaal 50 m2 verkoopvloeroppervlakte; 6. dagrecreatie, waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 500 m2 en 750 m2 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - oeverwal - stroomrug'; 7. zorgfunctie, waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 250 m2 en 375 m2 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - oeverwal - stroomrug'; 8.

statische binnenopslag, waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 1.000 m2 en 1.500 m2 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - oeverwal - stroomrug'; 9. semi agrarische bedrijvigheid, waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 400 m2 en 600 m2 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - oeverwal - stroomrug' 10. niet agrarische bedrijvigheid, waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 400 m2 en 600 m2 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - oeverwal - stroomrug'. Cumulatie van nevenfuncties, met uitzondering van statische binnenopslag en kleinschalig kamperen, is toegestaan tot maximaal 50% van de bedrijfsbebouwing, waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 350 m2 en 700 m2 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - oeverwal - stroomrug'.

3.5.2 Afwijken kleinschalig kamperen Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.3 ten behoeve van extra standplaatsen, waarbij maximaal 25 standplaatsen tot maximaal 5.000 m2 is toegestaan binnen of aansluitend aan het bouwvlak, mits: a. Sprake is van een landschappelijke inpassing. b. De omgevingsvergunning is niet strijdig met de belangen van relevante risicobronnen en het groepsrisico wordt afgewogen in het licht van een aanvaardbaar verblijfsklimaat. 3.5.3 Afwijken ten behoeve van huisvesting seizoensarbeiders in bedrijfsgebouwen en/of logiesgebouwen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in 3.4.5, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De voor bewoning ingerichte gebouwen mogen uitsluitend worden gebruikt voor het bedrijfsmatig verschaffen van nachtverblijf aan werknemers binnen het teeltseizoen die binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn werkzaamheden verrichten. b. De noodzaak dient aangetoond te zijn door een advies van een ter zake deskundige.

85/128

c. Er mogen niet meer dan 32 seizoenarbeiders per bedrijf gehuisvest worden. d. De oppervlakte ten behoeve van de huisvesting van seizoenarbeiders mag niet meer bedragen dan 400 m2. e. De huisvesting bedraagt niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar en bij glastuinbouwbedrijven ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' 10 maanden per kalenderjaar, waarbij de huisvesting op jaarbasis minimaal 2 aaneengesloten maanden moet zijn onderbroken. f. Er mag geen sprake zijn van zelfstandige bewoning dan wel zelfstandige wooneenheden. g. De omgevingsvergunning is niet strijdig met de belangen van relevante risicobronnen en het groepsrisico wordt afgewogen in het licht van een aanvaardbaar verblijfsklimaat. 3.5.4 Afwijken ten behoeve van de huisvesting van seizoensarbeiders in woonunits en / of stacaravans Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in 3.4.5 voor het huisvesten van seizoensarbeiders in woonunits en/of stacaravans, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Er is aangetoond dat huisvesting binnen de bestaande bebouwing niet mogelijk is. b. De afwijking dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het bedrijf. In geval de afwijking meer dan 12 seizoensarbeiders betreft, dient hieromtrent vooraf advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige. c.

De woonunits en / of stacaravans mogen uitsluitend worden gebruikt voor het bedrijfsmatig verschaffen van nachtverblijf aan werknemers binnen het teeltseizoen die binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn werkzaamheden verrichten. d. Er mogen niet meer dan 32 seizoenarbeiders per bedrijf gehuisvest worden. e. De oppervlakte ten behoeve van de huisvesting van seizoenarbeiders mag niet meer bedragen dan 400 m2. f. De huisvesting bedraagt niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar en bij glastuinbouwbedrijven ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' 10 maanden per kalenderjaar, waarbij de huisvesting op jaarbasis minimaal 2 aaneengesloten maanden moet zijn onderbroken. g. Er mag geen sprake zijn van zelfstandige bewoning dan wel zelfstandige wooneenheden. h. De omgevingsvergunning is niet strijdig met de belangen van relevante risicobronnen en het groepsrisico wordt afgewogen in het licht van een aanvaardbaar verblijfsklimaat. 3.5.5 Afwijken mantelzorgvoorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in 3.4.1 onder d ten behoeve van de realisering van een mantelzorgvoorziening in een bijbehorend bouwwerk, mits: a. de behoefte aan mantelzorg is aangetoond, dan wel de mantelzorg een ouder-kind relatie betreft waarbij de ouder 65 jaar of ouder is; b. de mantelzorgvoorziening is bedoeld voor de huisvesting van één huishouden; c.

de waarden en belangen van derden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; d. de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake aan- en uitbouwen en bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m²; e. er geen zelfstandige woning ontstaat. f. na beëindiging van de mantelzorgsituatie dient de tijdelijke woonunit weer verwijderd te worden; g. bij de mantelzorgvoorziening geen afzonderlijke bijgebouwen worden opgericht.

86/128

3.5.6 Afwijken dubbele bewoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van dubbele bewoning van een bedrijfswoning, inclusief aanbouwen, zonder formele splitsing van de woning, indien dat in het kader van bedrijfsopvolging noodzakelijk wordt geacht, met dien verstande dat: a. maximum 2 huishoudens zijn toegestaan in de bedrijfswoning; b. geen tweede zelfstandige woning mag ontstaan; c. de inhoud van de bedrijfswoning minimaal 500 m3 bedraagt. 3.5.7 Afwijken afstand boomgaarden tot gevoelige functies Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in 3.4.1 onder a ten behoeve van de realisering van een boomgaard binnen 50 m van gevoelige functies, mits uit onderzoek blijkt dat: a. De afwijking milieuhygiënisch inpasbaar is. b. Er geen hinder is voor omliggende (bedrijfs)woningen en bedrijven. 3.5.8 Afwijken ten behoeve van kleinschalige mestverwerking Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in 3.4.1 onder f ten behoeve van kleinschalige mestverwerking, mits: a. de afwijking dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling van het bedrijf. Vooraf dient hieromtrent advies ingewonnen te worden bij een ter zake deskundige; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/459/documents/10330