CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-050 Bijlage 1. Landschapsontwikkelingsplan West Betuwe 2022.pdf

Oordeelsvormende vergadering(en) 12 april 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 5: Voorstel tot vaststelling Landschapsontwikkelingsplan (LOP) West Betuwe 202216.321 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit heeft gevolgen voor het landschap: we zien in toenemende mate wind- en zonneparken in Rivierenland. Energie-intensieve industrie zal moeten omschakelen naar waterstof als energiedrager. En de landbouw zal ook een betere balans moeten vinden tussen de uitstoot en de vastlegging van broeikasgassen. Vastlegging van CO2 kan ook in de vorm van bos en hout, vooral als dit ook wordt gebruikt in duurzame toepassingen, zoals de bouw.

Met materialentransitie bedoelen we het overgaan van het onttrekken van grondstoffen om deze na gebruik als afval te zien naar een systeem waarbij gebruikte materialen weer worden gebruikt als grondstoffen. In dat geval kunnen we alles wat we gebruiken hergebruiken, tenminste als we ons afval goed scheiden en goed verwerken. Alle producten en materialen (steeds weer) opnieuw gebruiken, dat is circulair. In 2050 willen we in Nederland volledig circulair zijn. In feite is het landschap een opstapeling van materialen. Die hebben dan ook een belangrijk aandeel in hoe het landschap eruitziet. Deze materialen liggen daar echter niet statisch, maar verplaatsen zich als stromen met verschillende snelheden door het landschap. Het metaal van een windmolen zal er een geruime tijd staan, en pas als deze wordt afgebroken en wordt hergebruikt verder stromen. Een boom verzamelt om te blijven groeien steeds meer grondstoffen en geeft in de loop van de tijd een ander beeld in het landschap. Andere stromen zijn echter minder zichtbaar, veelal omdat ze vluchtiger zijn of van gedaante veranderen. Water bijvoorbeeld komt West Betuwe via de rivier of een regenbui binnen, maar verdwijnt vlug in de grond of verlaat de gemeente weer binnen een jaar als appel. Soms stokt een stroom (onbedoeld) oneindig lang, bijvoorbeeld als een plastic snoepwikkel in de berm belandt.

Wateroverlast in landelijk gebied: in donkergrijs, roze en lichtblauw zijn de kwetsbare gebieden aangegeven. https://wsrivierenland.maps.arcgis.com/apps/View/

LOP 2022 | 29

Locaties voor windenergie Bron: RES Rivierenland https://www.resrivierenland.nl/wp-content/uploads/RES-1.0-Rivierenland-6-april-2021.pdf

RES Rivierenland: ambities zonnevelden 2030 Bron: https://www.resrivierenland.nl/wp-content/uploads/RES-1.0-Rivierenland-6-april-2021.pdf

30 | GEMEENTE WEST BETUWE

Bij de materialentransitie ligt de opgave ligt bij gebrek of overschot aan een bepaald materiaal op een bepaalde plek. Een oplossing daarvoor is het sluiten van de kringlopen binnen de gemeente of het verzorgen van een gelijke in- en uitstroom. Circulaire oplossingen kunnen daarbij helpen: door het 1) voorkomen van afval, 2) gebruiken van materialen die reeds gebruikt zijn, 3) kiezen voor oplossingen die makkelijk aanpasbaar zijn en 4) gebruiken van biobased en biodegradeble grondstoffen kan men kringlopen sluiten. Kringlooplandbouw en het aanplanten van bossen kunnen geven hier een invulling aan, met directe implicaties voor het landschap. Om een goed beeld te krijgen van alle mogelijke oplossingen is het van belang dat we deze stromen en kringlopen in kaart brengen en te zien hoe deze zich door ons landschap stromen. En we dienen onszelf de vraag te stellen wat we nu wezenlijk van ons landschap willen en kunnen verwachten. Van beide transities kan, naast de klimaatverandering, met name de biodiversiteit ook profiteren: een groot deel van de stikstofdepositie zal met het verdwijnen van verbrandingsmotoren ook verdwijnen en ook de energietransitie in de landbouw kan bijdragen aan het verminderen van de belasting met ammoniak. Wind en zon In het Landschapsontwikkelingsplan West Betuwe sluiten we aan op de Omgevingsvisie.

Dat houdt in dat er een zone langs de A15 en de A2 wordt gereserveerd voor windenergie en zonne-energie. Verder wordt gezocht naar functiecombinaties van m.n. zonne-energie met bebouwing en infrastructuur, maar ook met andere functies in het landschapvan een enkel boompje. Beplantingen van bomenrijen of andere lijnvormige elementen zorgen voor schaduwwerking, voorkomen uitdroging van de bodem en zorgen voor opbrengstverhoging in het naastliggende terrein, zoals hierboven beschreven onder het kopje Droogte.

De Omgevingsvisie West Betuwe over klimaat en materialentransitie: · We zetten ons als West Betuwe in om de doelstellingen van het Klimaatakkoord (energieneutraal in 2050) en het Gelders Energie akkoord (in 2030 verminderen van de uitstoot van CO2 met 55% ten opzichte van 1990) te behalen. · We zetten in op het realiseren van zonnevelden in het energielandschap rondom de A15 en A2 en de aangewezen zonneveldlocaties. Ook kijken we nadrukkelijk naar de mogelijkheden van zonnepanelen op daken en in of op infrastructuur. Denk hierbij aan overdekte parkeerterreinen met zonnedaken, zonnepanelen in of op geluidschermen en aan (meer innovatief) opwek door zon verwerkt in het wegdek. Daarnaast willen we de komende jaren blijven verkennen welke alternatieven van duurzame energieopwekking we kunnen benutten. · We zoeken zoveel mogelijk naar functiecombinaties voor duurzame opwekking van energie, maar we realiseren ons dat het soms ten koste gaat van ander gebruik en het landschap hierdoor verandert.

Verder is er het Beleidskader Grondgebonden Zon West Betuwe, waarin volgens het principe van de maatschappelijke tender marktpartijen worden uitgedaagd om de opgaven voor West Betuwe te realiseren met een zo groot mogelijke maatschappelijke meerwaarde. Verder is de ‘Gedragscode zon op land’ van de brancheorganisatie Holland Solar en anderen (november 2019) verplicht en betaalt het initiatief een bijdrage van minimaal € 0,50 / opgewekte MWh aan een Gebiedsfonds.

LOP 2022 | 31

Thema Wonen, werken, mobiliteit Ook voor de verwerking van het thema ‘wonen, werken en infrastructuur’ in het LOP sluiten we uiteraard aan bij de Omgevingsvisie van West Betuwe. Voor een deel sluit dat aan op de manier waarop het LOP uit 2008 een doorwerking in de Omgevingsvisie heeft gekregen. De twee belangrijkste elementen van het oude LOP die in de Omgevingsvisie zijn verwerkt zijn: 1. De landschappelijke structuur van dorpspolders, met kades, zijvingen, boezems en weteringen die de basis kan vormen voor de ontwikkeling van een multifunctionele groen-blauwe dooradering van het landschap; 2. De versterking van de landschappelijke groenstructuur in gedeelten van de gemeente waar veel dynamiek valt te verwachten in het grondgebruik en de inpassing van nieuwe grondgebruiksvormen. Het betreft de dorpen en hun omgeving en de stroomrug tussen Geldermalsen en Waardenburg-Tuijl. In de Omgevingsvisie komt naar voren dat ook de komende decennia de dynamiek in het grondgebruik groot zal zijn in dezelfde zones die in het LOP van 2008 als dynamische zones werden aangemerkt. Dat geldt in de eerste plaats voor de dorpen en hun omgeving. De mensen in de dorpen willen wonen en werken in een prettige leefomgeving. Dat betekent dat de vraag naar mogelijkheden om in het dorp, maar ook in de omgeving ervan mogelijkheden zijn voor recreatie.

Dat betekent niet dat er per sé intensieve recreatievoorzieningen nodig zijn. Het gaat eerder om een veldje of parkachtige zone in het dorp en om landschappelijke ommetjes door het omliggende landschap.Struinnatuur in de uiterwaarden vindt men mooi, maar een eenvoudig pad langs een boomgaard of sloot, of door de landerijen zijn uitermate belangrijk voor de dagelijkse ommetjes. Sinds er veel meer

32 | GEMEENTE WEST BETUWE

thuisgewerkt wordt zijn dergelijke ommetjes dichtbij alleen maar belangrijker geworden voor mensen. In de dorpsranden zullen in de komende jaren ook veel functieveranderingen plaats moeten vinden. Bijna elk dorp heeft behoefte aan nieuwe woningen en plek voor bedrijven. Dat levert extra versteend oppervlak op en dat maakt de verruiming van mogelijkheden voor tijdelijke waterberging noodzakelijk - zoals hiervoor ook al werd besproken . Dat geldt ook voor mogelijkheden om dichtbij de kernen ook energie gewonnen zal moeten kunnen worden uit zonnestraling. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat juist in die dynamische delen van het landschap de groenstructuur verstevigd zou moeten worden. Ook deze actualisatie van het LOP kan handvatten bieden voor de manier waarop ingespeeld kan worden op die dynamiek. Hoe kunnen we de ontwikkelingen inbedden in een robuuste structuur van blauw en groen

De uitbreiding van de woningopgaven zijn aangesloten op het bestaande watersysteem. We zien nu dat deze aan zijn maximale capaciteit zit. We moeten dus ook gaan nadenken over een robuust watersysteem rondom en in onze kernen. Je kunt dit niet enkel aan de randen van een kern realiseren, omdat het bestaande watersysteem simpelweg gewoon niet snel genoeg het water op deze locaties kan krijgen. Bij uitbreidingen moet dus ook bewust gekeken worden naar een blauwgroene structuur in de kernen en daaraan gewerkt worden.

Voor het LOP relevante ambities over wonen, werken en mobiliteit die geformuleerd zijn in de Omgevingsvisie.

LOP 2022 | 33

Overige relevante beleidsthema’s De hiervoor beschreven thema’s komen in het landschap allemaal samen. In het LOP worden de thema’s dan ook aan elkaar gekoppeld. Vaak levert dat juist kansen en oplossingen op die vanuit afzonderlijke thema’s niet gevonden zouden worden. Naast de hiervoor besproken thema’s zijn er nog beleid dat zeker ook in die integrale benadering betrokken moeten worden. Erfgoed Het erfgoedbeleid is daarvan een duidelijk voorbeeld en de recent aangenomen Erfgoednotitie is dan ook in de visie van het LOP en de voorgestelde maatregelen verwerkt. Met behulp van het erfgoedbeleid kan het LOP worden uitgewerkt als basis voor een volgende fase in de ontwikkleing van het landschap door de eeuwen heen. In deze tijd schrijven we een volgend hoofdstuk van de biografie van het landschap van West Betuwe. Kringlooplandbouw Bij het thema ‘energie- en materialentransitie kwam circulariteit ook al aan de orde. De gemeente heeft in de Omgevingsvisie ook ambities voor Kringlooplandbouw opgenomen. In het LOP wordt natuurlijk niet het landbouwbeleid bepaald en al zeker niet hoe agrariërs hun bedrijf zouden moeten voeren. Aansuitend op de beleidsambities van de gemeente wordt in het LOP wel ingespeeld op de mogelijkheden die kringlooplandbouw biedt. Via landschapsbeleid kan die gestimuleerd worden.

34 | GEMEENTE WEST BETUWE

Bossenstrategie De nationale bossenstrategie zal ook op gemeentelijk niveau een uitwerking moeten krijgen. Rijk en Provincie hebben drie pijlers: 1. bestaande bossen vitaler maken; 2· meer bos aanleggen; 3· duurzaam gebruik hout stimuleren. Bij het aanleggen van nieuw bos kan een aansluting bij het LOP niet ontbreken. Dat betekent dat het LOP richtlijnen kan geven voor de plekken in West Betuwe die passen in de visie van het LOp als uitwerking van de Omgevingsvisie. De ambities voor bosuitbreiding bedraagt volgens het Rijk 37.000 ha. Gelderland heeft zich gecommitteerd voor 1.200 ha. De provincie zet daarbij in op bosaanleg op verschillende plaatsen: • binnen het Gelders NatuurNetwerk (GNN): nieuw aan te leggen gronden of bestaande natuurterreinen met weinig waarden: Staatsbosbeheer heeft inmiddels suggesties gedaan. De provincie geeft aan dat ook spontane ontwikkeling van bos op bijvoorbeeld graslanden als optie te zien, evenals halfopen bossen. • bossen in het landelijk gebied: bijvoorbeeld op venige gronden die door klimaatadaptatie te nat worden voor landbouw, als stikstofbuffers langs Natura 2000-gebieden, voor energietransitie en inpassing van windturbines. Gemeenten en Waterschappen zijn daarbij partners.

• bomen in landschapselementen: via de provinciale subsidieregeling voor landschapselementen kan ook de grondwaarde worden vergoed (via het Agrarisch Collectief Rivierenland). Wellicht komen er ook

•

mogelijkheden via het Europese Gemeenschappelijk LandbouwBeleid (GLB 2023); bomen in bermen, waarbij de provincie nadrukkelijk ook aangeeft gemeenten te stimuleren om meer biodiversiteit te laten ontstaan en bomen te planten: “Wij investeren in de kwaliteit van onze bermen, zoals aangegeven in de Statenbrief Aanscherping werkwijze bomen langs wegen. Hiermee zorgen we ervoor dat er in meer bermen bomen en struiken kunnen worden geplant, waar dat veilig is. Wij zorgen ervoor dat gemeenten en waterschappen de cursus ecologisch bermbeheer kunnen volgen. Daarmee zorgen we indirect voor het behoud en mogelijk de uitbreiding van bomen langs wegen en waterlopen.” (Uitvoeringsprogramma Bomen en bos, Provincie Gelderland, 2021).

De term ‘bos’ wordt in de Bossenstrategie dus ruim geïnterpreteerd en is zeker niet alleen van toepassing op bossen in de uiterwaarden of op landgoederen. Het gaat ook om de dooradering van het landschap met beplantingen. Het is wetenschappelijk bewezen dat dat voor de biodiversiteit veel betekent. Meer nog dan grote bossen. Aansluitend op wat hiervoor bij het thema biodiversiteit is behandeld zijn vooral de bomen in landschapselementen en de bomen in bermbeplantingen voor West Betuwe belangrijk.

Op dit moment zijn de meeste bermen in deze gemeente te smal voor de aanplant van bomen. Bovendien liggen bijna overal kabels en leidingen. De beschikbare ruimte in openbaar gebeid is beperkt. Gaat de gemeente grond van aangrenzende eigenaren aankopen, of eigenaren stimuleren om beplantingen aan te leggen?

LOP 2022 | 35

Inbreng van het LOP uit 2008 in de Omgevingsvisie

Op bovenstaande kaart uit het LOP van 2008 staan in groen de elementen van de historische dorpspolderstructuur aangegeven die behouden, versterkt of hersteld kunnen worden. Zo kan een multifunctioneel netwerk door het cultuurlandschap worden ontwikkeld. In lichtblauw de boezemgebieden in de Regulieren en in de westelijke Tielerwaard. Bron: LOP Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen, 2008.

Op bovenstaande kaart uit het LOP van 2008 werd in gele, oranje en paarse tinten aangegeven waar de dynamiek in het landschap zo groot was dat de actieve aanleg van een vernieuwde landschappelijke groenstructuur noodzakelijk was. Bron: LOP Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen, 2008.

36 | GEMEENTE WEST BETUWE

Op bovenstaande kaart uit het LOP van 2008 staat aangegeven dat dicht bij de dorpen de ‘natuur van de gewone koe’ zou moeten worden gekoesterd en verder van de dorpen de struinnatuur kan worden ontwikkeld. Bron: LOP Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen, 2008.

Bovenstaande kaart uit het LOP van 2008 is een samenstelling van de andere kaarten op deze pagina. Met name deze aspecten van het LOP uit 2008 zijn ingebracht in de planvorming voor de Omgevingsvisie. Bron: LOP Geldermalsen, Lingewaal en Neerijnen, 2008

LOP 2022 | 37

4. VISIE OP HOOFDLIJNEN: STROOMLIJN DE OPGAVEN IN HET LANDSCHAP Inleiding Deze actualisatie van het LOP bouwt voort op de visie die in het LOP uit 2008 is neergezet. De hoofdlijnen van die visie zijn ook verwerkt in de nieuwe Omgevingsvisie. De actualisatie van het LOP zal in 2022 richting uitvoering worden gebracht in één van de programma’s waarin de Omgevingsvisie zal worden uitgewerkt. Daarbij zal een afstemming met andere programma’s belangrijk zijn, met name met de programma’s over energietransitie en klimaatadaptatie. De in het LOP op te nemen visie op landschap is dus nadrukkelijk een verfijning en concretisering van de Omgevingsvisie. Bij voorkeur ligt de nadruk in het LOP op de praktische realisatie.

1. Behoud én versterk de kernkwaliteiten van de landschapsensembles waarin de historie van het rivierenlandschap nog herkenbaar is. Versterk de groenblauwe dooradering van het landschap. Koppel die aan het waterbeheer en aan het herstel en behoud van cultuurhistorsche landschapselementen en structuren. Koppel ze aan nieuwe ommetjes vanuit de dorpen en de toegankelijkheid van het agrarisch cultuurlandschap. Doe dat voor elk deel van het landschap op een eigen karakteristieke manier.

38 | GEMEENTE WEST BETUWE

2. Bouw “tussen de bedrijven door” aan een vernieuwde robuuste landschappelijke groenstructuur waarbinnen de grootschalige bedrijvigheid en verstedelijking ontwikkelingsruimte heeft in de meest dynamische landschaps-ensembles.

Visie in het kort Koester deze groene parel midden in het verstedelijkende Nederland! Wees zuinig op het historisch cultuurlandschap, maar speel ook in op de dynamiek gekoppeld aan oude en nieuwe stromen door het landschap: de snelwegen en spoorlijnen, de Nieuwe Hollandse waterlinie en de rivieren! “Bescherm de erkend waardevolle elementen in het landschap, maar ontwikkel ook actief nieuwe kwaliteiten in dit landschap! Bestaande kwaliteiten worden ingezet bij toekomstige ontwikkelingen en dragen bij aan een cultuurhistorisch landschap waar het goed werken, wonen en recreëren is.” Op basis van dit doel is de ontwikkelingsvisie van dit LOP te vatten in de drie ruimtelijke opgaven en een organisatorische opgave.

3. Accentueer de kruisingen van de boven-regionale stromen door het landschap. Etaleer daar de waarde van dit landschap voor de omliggende stedelijke gebieden: een groots, open, groen weids stromenland!

4. Belangrijk is dat dit LOP inspeelt op het actuele grondgebruik en op de historie, maar ook vooruit kijkt. Sluit aan op de stuwende krachten achter de ontwikkeling van het landschap. Dat zijn lang niet alleen de overheden, maar ook ondernemers, organisaties en burgers die initiatieven ontplooien in het landschap. Om die initiatieven in goede banen te leiden, te inspireren en te stimuleren is het nodig om het LOP organisatorisch en financieel goed op poten te zetten. Een landschapsfonds kan daartoe een goed middel zijn.

LOP 2022 | 39

Vijf sporen om de visie te realiseren

Actualisatie 2022 De ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente West Betuwe en ingrijpende actuele opgaven die hun weerslag in het landschap van rivierenland zullen hebben, maken een actueel Landschapsontwikkelingsplan (LOP) wenselijk. Dat werd bevestigd bij een consultatie van betrokken instanties en personen. Met die groep is een reeeks oplossingsrichtingen en strategiëen besproken. Dat heeft in dit LOP een aanpak opgeleverd voor de wijze waarop de visie van het LOP ook in de komende jaren uitgewerkt kan worden.

Deze aanpak bestaat uit één programma met vijf sporen. Twee lokale sporen: L 1: GEMEENTE, GEEF HET GOEDE VOORBEELD L 2: STIMULEREN VAN ONDEROP

Drie regionale sporen: R 1: UITmeERWAARDE R 2: BLAUWE BOEZEM EN GROENE RIBBENKAST R 3: KLIMAATKWARTIEREN MAKEN

40 | GEMEENTE WEST BETUWE

Twee lokale sporen ....

L 1. Gemeente, geef het goede voorbeeld! Het startpunt van dit LOP is dat de gemeente zelf het beheer van de delen van het landschap die ze zelf in eigendom, beheer en onderhoud heeft goed op orde heeft. Dat betekent dat de gemeente bermen en slootkanten en de bescherming van het (groene) erfgoed adequaat en volgens hedendaagse duurzame inzichten uitvoert. Het belangrijkste ‘gemeente regelt dit in ieder geval zelf’-project bestaat dan ook uit een actualisatie van het basiskwaliteitsplan bermen, beplantingen en slootkanten en het beleidsprogramma onderhoud watergangen en maaien bermen. Hiertoe behoort ook het gefaseerd maaien en ecologisch beheer volgens ‘Kleurkeur’. Dat is de manier waarop dit wordt gedaan in de Alblasserwaard. Het is voor West Betuwe een goed voorbeeld. Het zal dan nodig zijn om eerst de bezuiniging op het bomenbeheer terug te draaien en is het op korte termijn nodig om na te denken over hoe het dan wel gefinancierd en georganiseerd kan worden. Voor het draagvlak is het wellicht goed om dat te koppelen aan:de ambitie dat er een boom in natuurlijke berm voor iedere inwoner komt.

Echter, inwoners willen meer dan dit. De gemeente heeft ook opgaven (water, klimaat, biodiversiteit, frisse lucht en recreatie) waarbij de bermen tevens een grote rol kunnen spelen. Door het basiskwaliteitsplan op te waarderen kan de gemeente een deel van deze opgaven aanpakken. Een essentieel deel van de opgaven kan de gemeente echter niet in haar eentje aanpakken. Financieel is er extra ruimte nodig, en menskracht en aandacht moeten worden georganiseerd. Hiervoor kan naar inwoners en ondernemers worden gekeken, of naar samenwerkingsverbanden in de regio. Een uitwerking van het LOP betreft een koppeling van het voorstel voor ontwikkeling van de wegbeplantingen uit het LOP van 2008 aan het huidige Groenbeleidsplan en de kaart met gemeentelijke gronden. Ook het basiskwaliteitsplan bermen wordt daarin betrokken. Zo kan de visie op de wegbeplanting geactualiseerd worden

Op hun internetsite benadrukt de Vlinderstichting het belang van het bloemrijk inrichten van bermen, bijvoorbeeld via Kleurkeur. Ook in West Betuwe liggen hiervoor grote kansen, zeker als in samenwerking met het Waterschap ook de slootoevers in dit beheer worden betrokken.

LOP 2022 | 41

Toekomstrichting wegbeplanting ‘Kadepaden’ (doornig struweel) Hoogweerstandslijn (populierenweide met meidoorn) ‘Gedekte wegen’ (populier en wilg met meidoorn) Oeverwal Waal (eik, iep, beuk, esdoorn, es) Oeverwal Linge (eik, linde, walnoot, fruit) ‘Gouden randen’ (boomweides linde, paardekastanje) Dorpsranden (gaarden met fruit, walnoot, eik) Graaf Reinaldweg met meidijk (es) Rijksstraatweg (linde op stroomrug, es in kom) Provinciale weg N327 (es) Rondwegen (lindelaan, wilg langs randen)

Bovenstaande kaart uit het LOP van 2008 kan worden gekoppeld aan het basiskwaliteisplan bermen en het Groenbeleidsplan. Onder: Boeren kunnen als groene dienst een pad met haag langs een sloot aanleggen en beheren als deel van hun bedrijfsvoering.

42 | GEMEENTE WEST BETUWE

L 2. Gemeente, stimuleer en inspireer initiatieven van onderop Stel de organisatie van de gemeente in op het faciliteren van ‘vanonderop-projecten’. Dit is reeds praktijk in de gemeente, maar zou kunnen worden uitgebouwd met een een landschapsteam van de gemeente bestaande uit gebiedsmakelaars, landschapscoördinator en beheerders. Deze kunnen samen aanspreekpunt, aanmeldloket en inspirator zijn voor mensen en organisaties die zich bij de gemeente melden met initiatieven. LOP2008 bood via de ensembleboeken houvast voor die vanonderopprojecten. Deze ensembleboeken zijn ten behoeve van de actualisatie van het LOP vernieuwd en aangevuld. Ze zijn flexibel van opzet en bieden een reeks varianten van landschapselementen die als maatwerk op een plek kunnen worden toegepast. De hiernaast afgebeelde kwartetkaarten zijn daarvan enkele voorbeelden. Initiatiefnemers kunnen hiermee geholpen worden bij verschillende soorten projecten. Ommetjes Bij dit spoor zal de focus voor initiatieven vaak op de oeverwallen bij de kernen liggen. Daar wonen en werken immers de meeste mensen. Voorbeelden kunnen de dorpsommetjes zijn, bijvoorbeeld klompenpaden met actieve inbreng van bewoners.

Agrarisch natuurbeheer Boeren kunnen ook agrarisch natuurbeheer inpassen in hun bedrijfsvoering en meteen ook doelen van de gemeente helpen realiseren, zoals waterberging en versterking van biodiversiteit op lokale schaal. Lokale oplossingen voor regionale opgaven Dit lokale spoor kan ook een lokale (en menselijke) vertaling opleveren van de regionale opgaven. Het is immers wenselijk dat die regionale opgaven niet over de agrarisch ondernemers worden uitgestort. Beter is om in overleg te bekijken of die doelen gerealiseerd kunnen worden op een manier die de boer in zijn bedrijfsvoering kan inpassen.

Voor ieder deel van het landschap van West Betuwe wordt in de ensembleboeken aangegeven welke nieuwe landschapselementen daar gewenst zijn.

LOP 2022 | 43

... Drie regionale sporen

R 1. UITmeERWAARDE! Het motto van het LOP 2008 was dat de uiterwaarden dicht bij de dorpen een inrichting krijgen met het motto: ‘natuur van de gewone koe’. Verder van de dorpen is er meer ruimte voor ‘zelfregulerende natuur’. In de toekomst kan op die voet voort worden gegaan. Versterk zo de natuurlijke ruimte voor water, weide en wandelaars en koester de historie van de dorpen aan de dijk. Dit blijven de gecombineerde doelstellingen voor de landschappelijke ontwikkeling van de uiterwaarden en de dijkzone. Via regionale samenwerking hebben de uiterwaarden in onze omgang met water al een belangrijke taak. Het landelijk programma ‘Ruimte voor de rivier’ mag gerust een succes genoemd worden. Deze stevige basis in de uiterwaarden is al in afgelopen decennia gelegd, maar is wellicht ook aan een update toe. Is er nog meer waarde uit deze gebieden te halen?

herfst in de grienden © Leo Luijten

44 | GEMEENTE WEST BETUWE

De natuur in de uiterwaarden en de cultuurhistorie in de dorpen en langs de dijk biedt kansen om de dorpen als parels aan de dijk op te poetsen en te laten glanzen. Koester het ‘groene maatpak’ van de ruilverkavelingen in die dorpen. In die parels moeten alle bomen precies goed staan in samenhang met een openbare ruimte met gebiedseigen ingetogen kwaliteit.

R 2. Blauwe boezem en groene ribbenkast Ook de kommen kunnen een belangrijke rol spelen. Via regionale samenwerking kan via een integraal maatwerkplan de waterhuishouding, biodiversiteit, landbouwtransitie en problematiek rond nitraat, stikstofdepositie en CO2 worden aangepakt en het landschap klimaatbestendig worden gemaakt. Via het organiseren van hooiland- en griendboezems kan in iedere kom (Tielerwaard en Culemborgerwaard) een ‘robuuste boezem’ ontwikkeld worden, voor wateropvang en het vasthouden van water voor drogere tijde. Hierbij moet zeker de aansluiting bij de visie van Regionale Adaptatiestrategie en het Waterschap worden gezocht. De programma’s die uit de Omgevingsvisie voortkomen bieden hiervoor optimale mogelijkheden.

Principebeeld van de boezemzone tussen de dorpspolders. Het zijn vanouds de laagste en natste delen van de kom. Vaak loopt belangrijke infrastructuur door de boezem.

Door de kades van de dorpspolders te herstellen, of te verbeelden wordt de boezem als eenheid functioneel begrensd.

Als die kades beplant worden (in combinatie met een wandelpad) wordt de boezem in het landschap afleesbaar.

LOP 2022 | 45

In de boezems kunnen boeren natte hooilanden en grienden als producten leveren die regionale klimaatdoelen dienen en hun bedrijfsplan versterken.

De ribben van de borstkas worden gevormd door de stroken met de kades en zijvingen tussen de oeverwallen en de boezem. Zo kunnen ook recreatief interessante biodiversteitsbanen langs de wegen en dorpspolderkades ontstaan. Ondernemers in de dorpspolders en belanghebbende organisaties kunnen via ‘klimaatschappen’ recreatie en bedrijvigheid op een klimaatbestendige en natuurinclusieve manier mogelijk maken in de kommen. Men kan samen een plan maken om de financiering van het beheer (subsidies) in de komende decennia zeker te stellen..

polder © Ingredia

46 | GEMEENTE WEST BETUWE

Juist in de met kades begrensde boezem met de laagste gronden liggen kansen voor waterberging voor een langere periode waarin het rivierwater tijdelijk niet op zee geloosd kan worden. Zo deed men dat vroeger immers ook. Met boeren kunnen op vrijwillige basis marktconforme contracten afgesloten worden voor het inpassen van natte hooilanden in hun bedrijfsplan. Wellicht dat een kavelruil tussen verschillende bedrijven daarbij uitkomst kan bieden.

Natte hooilanden en grienden zijn goed te combineren met zonnevelden. Geef daar dan wel een gebiedseigen invulling met veel ruimte voor de natuur tussen de panelen. Toon trots de nieuwe tijd en de wijze waarop we het landschap van de toekomst vormgeven. Maak er een culturele artistieke opgave van!!!

In de RES staat de zone langs de A15 aangegeven als zone waar naast windturbines ook zonnevelden een plek kunnen krijgen. In dit LOP wordt ervoor gepleit om deze doelstelling te koppelen aan de koppeling van de boezemzone als geheel. Onderstaande artist impression met een gebogen golvende opstelling van zonnevelden is gemaakt om er op te wijzen dat dit niet als een beperkt functionele opgave gezien moet worden. We kunnen met een integrale aanpak van de gehele boezemzone ook mooi nieuw landschap creëren.

LOP 2022 | 47

R 3. Flexibele klimaatkwartieren maken Uit de omgevingsvisie is op te maken dat rond de kernen een hoop ontwikkelingen plaats zullen vinden, om bijvoorbeeld opgaven als energietransitie en woningbouw op te pakken. Om dit landschappelijk in goede banen te leiden, is het raadzaam om vooruitlopend op die ontwikkelingen een flexibele groenstructuur aan te leggen in de delen van het landschap waar de komende tijd dynamiek te verwachten is. Zo is dat in de tijd van de ruilverkavelingen ook gedaan. In deze groenstructuur kon de kern groeien. Nu de kernen uit hun eerdere groene maatpak groeien, is een uitbreiding nodig. In de overgangszone tussen kom en oeverwal kan op korte termijn begonnen worden met aanleg van de hagen en singels langs wegen en kavelranden. Daardoor ontstaat een band van groen-blauw omlijste kavels waarbinnen verschillende functies straks een plek kunnen vinden: water, zon, wandelen, sporten, wonen (meerdere vormen), klimaatbos, voedselbos, dorpstuinderij, bedrijvigheid. Eigenlijk wordt met deze groen-blauwe dooradering kwartier gemaakt voor de toekomst. We stellen voor om die groenblauwe kamers ‘klimaatkwartieren’ te noemen. Dit levert een stelsel op van streekeigen groene (bijvoorbeeld bosstroken, heggen, losse bomen) en blauwe (bijvoorbeeld moerasjes, sloten, dijken) landschapselementen uit het landschap die de kwaliteit van het landschap bevorderen.

Deze groenblauwe dooradering faciliteert berging en voorraad van zoet water voor de functies in het gebied en is tevens aantrekkelijk voor natuur en recreatie. Zo biedt het een leefgebied van verschillende planten- en diersoorten en kan het bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit en de retentie hiervan.

48 | GEMEENTE WEST BETUWE

Deze klimaatkwartieren zijn met name nodig in de delen van de gemeente waarop ook in de Omgevingsvisie veel dynamische ontwikkelingen zijn aangegeven. De Omgevingsvisie geeft ook aan dat daar de landschappelijke groenstructuur stevig versterkt moet worden. Het gaat met name om de stroomrug van Geldermalsen naar Haaften, maar ook de zone langs de provinciale weg ten noorden van de Waaldorpen op de overgang naar de kommen. Op een kleinschaliger manier kan dit principe ook toegepast worden bij de kleinere dorpen langs de Linge. Het oversteken van de provinciale wegen in de buurt van de Waaldorpen is daarbij een belangrijk aandachtspunt. De zone met klimaatkwartieren kan ervoor zorgen dat de omgeving van het dorp meer voor de dorpelingen gaat betekenen dan tegenwoordig vaak het geval is. De dorpsrand is veelal een harde grens en het omliggende landschap is voor dorpelingen ontoegankelijk. Daarmee wordt niet alleen gedoeld op dorpsommetjes en recreatiegebied. Ook ondernemers hebben belang bij mooi vestigingsklimaat op langere termijn. Dat kan worden bereikt door een integrale herinrichting van de dynamische delen van het landschap, waarbij de groen-blauwe structuur de verbinding tussen alle functies vormt.

Dat maakt dat zowel voor leefbaarheid, als voor economie, als voor waterberging bij neerslagpieken en de versterking van biodiversiteit tegelijkertijd goede zaken kunnen worden gedaan.

Principebeeld van de huidige overgang van oeverwal met dorp (onder) naar de kom (boven). In de huidige situatie is het veelal een kale harde soortenarme overgang.

Door juist in deze zone op kavelgrenzen verschillende typen beplantingen en vegetaties te ontwikkelen ontstaat een aaneenschakeling van groen omzoomde kavels: goed voor de biodiversiteit en voor de ecologische verbindingen in het gebied.

Zo wordt er letterlijk en figuurlijk kwartier gemaakt voor toekomstige ontwikkelingen binnen die omzoomde kamers, oftewel de ‘klimaatkwartieren’. Zo kan in dit overgangsgebied weer net als vroeger een grote verscheidenheid in grondgebruik ontstaan binnen een duurzaam groen-blauwe structuur. Dat zal positief werken op het economisch vestigingsklimaat maar ook goed zijn voor biodiversiteit, recreatie en de aanpassing aan het meteorologisch klimaat.

LOP 2022 | 49

Op weg naar een toekomstbeeld

Door de hiervoor gepresenteerde sporen gelijk opgaand uit te werken kunnen die elkaar versterken. Zo wordt meegebouwd aan een Gelders Landschapsnetwerk. De schets hierboven geeft een beeld van zo’n West Betuws landschapsnetwerk dat afgestemd is op de economie én de ecologie en voortbouwd op de biografie van het landschap.

50 | GEMEENTE WEST BETUWE

De gemeentelijke sporen kunnen het realiseren van de drie regionale sporen in het gebied laten landen. Andersom kunnen ook de regionale sporen ondersteuning van lokale initiatieven bieden.

De drie regionale sporen samen kunnen de waarde van het netwerk van terreinen en stroken waar de gemeente zelf verantwoordelijk voor is, flink versterken. Door die sporen te koppelen aan regionale en bovenregionale beleidsprogramma’s kan dat voor de gemeente ook financieel extra middelen opleveren.

LOP 2022 | 51

Winst door een West Betuws Landschapsnetwerk De ecologische structuur van dorpen en klimaatkwartieren moet verbonden zijn met de grote natuurgebieden, maar vooral ook onderling. Een stukje hier en daar voldoet niet. We zoeken daarom doorgaande structuren, noord-zuid tussen de rivieren, maar ook oost-west door de oude boezems van de dorpspolders, langs de Linge en door de Regulieren als een netwerk tussen de intensief gebruikte gebieden door. Via het tweede regionale spoor kunnen we daarvoor de oude structuur van de dorpspolders benutten. Voor de biodiversiteit ontwikkelen we (flinke) stroken langs de oude kades en watergangen. Die zijn ook nuttig voor waterberging en als recreatieve routes. Dat worden dan dorpsommetjes met voor het deelgebied karakteristieke landschapselementen: natter en lager in de kommen, droger en meer opgaand groen op de stroomruggen. Zo maken we kwartier voor verschillende functies die daar in de toekomst een eigen klimaatkwartier vinden. Ook binnen de dorpspolders streven we een fijner netwerk na: kruidenrijke randen van akkers en weiden, niet-bemeste oevers van (verbrede) sloten, die niet jaarlijks helemaal hoeven te worden geschoond. Bloemrijke bermen van wegen en weggetjes en struinpaden. Minireservaatjes voor leeuweriken en patrijzen, voor kieviten- en tureluurkuikens en sloten waar de bijzondere grote modderkruiper en kamsalamander kunnen leven.

In de kommen zal het netwerk wat grootschaliger zijn dan op de stroomruggen. Een maaswijdte van 200 tot maximaal 500 m zal in de kommen voldoen, terwijl op

52 | GEMEENTE WEST BETUWE

de stroomruggen 100 tot 200 meter past. Daar zijn de elementen wel wat fijner en minder breed (bijvoorbeeld 5 – 10 m), terwijl in de kommen 20 meter een mooie maat is. Vuistregel is 5 tot 15% van het oppervlak cultuurlandschap een natuurfunctie heeft. Die natuur kan goed gecombineerd worden met waterberging, recreatie, of een landschappelijke functie. Pakweg de helft daarvan kan bestaan uit boerenland. In het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) van de EU geldt minimaal 5% van het oppervlak als “vergroening”. Dit kan ook benut worden voor certificering in het kader van de KPI kruidenrijk grasland van de Biodiversiteitsmonitor en daarmee een hogere melkprijs opleveren. Zo staat voor de boeren een goede betaling tegenover een bedrijfsvoering die past bij Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer. Naast een hogere melkprijs zijn er nog andere stimulansen uit de markt, zoals de hogere prijs voor biologische teelten en uit korte kringlopen. Aanzetten zijn er al in de weidevogelgebieden. De rest van die oppervlakte is vaak al publiek terrein: wegbermen, watergangen, beplantingen en kleine stukjes natuur. Waar ze kunnen worden uitgebreid, kunnen ze ook een functie hebben al buffers voor wateropvang. Waar robuuste en opgaande beplantingen gewenst zijn is de Bossenstrategie een voertuig.

Ook komt er geld vrij voor het terugdringen van stikstofdepositie in natuurgebieden: minder bemesting in of vlakbij die gebieden is daarvoor een probaat middel, naast natuurlijk de energietransitie. Het Waterschap heeft oog voor biodiversiteit en natuurvriendelijk en minder slootschonen hoort daarbij.

De organisatorische opgave, landschapsfonds Er is - ook in regionaal verband- noodzaak voor een gebieds- of landschapsfonds als Via Natura in Ooijpolder – Groesbeek. Daar blijkt een marktconforme financieringsstrategie gekoppeld aan een slagvaardige uitvoeringscoördinator - die maatwerk kan leveren en slim functies kan combineren - een belangrijke succesfactor. Dat levert een enorme winst op voor zowel de boeeren, het landschap als de biodiversiteit in het cultuurlandschap. Zie: www.vianatura.nl

Wat kun je allemaal doen met het landschap, overgenomen uit Koepelgids Gelderse Streken, 2021.

LOP 2022 | 53

5. ZEVEN LANDSCHAPSENSEMBLES

Indeling van het West Betuws landschap

Zeven landschapsensembles, met eigen boek

Het landschap van West Betuwe is als geheel allemaal rivierenlandschap waarin de indeling in uiterwaarden tussen rivier en winterdijk, oeverwallen en komkleigebieden te herkennen is. Maar het landschap van de gemeente kent binnen die indeling ook een duidelijke differentiatie. Het is in de Regulieren anders dan in de Tielerwaard, en langs de Linge bij Gellicum anders dan bij Tuil langs de Waal. De bodem is anders, de geschiedenis, de mogelijkheden. Soms zijn zelfs de mensen anders.

We maken daarom in dit LOP onderscheid in zeven ‘landschapsensembles”. Deze landschapsensembles zijn in de meeste gevallen weer opgedeeld in deelgebiedjes: bijvoorbeeld op basis van de fysieke ondergrond: uiterwaarden, stroomrug, kom; of op basis van de aanwezige dynamiek (drijvende krachten) in het landschap.

Iedere inwoner ervaart het landschap in de eigen leefomgeving als het eigen landschap. Dat eigen landschap omvat juist de samenhang tussen uiterwaarden, kommen, oeverwallen en de dorpen en erven waar die mensen wonen en werken. Juist de samenhang is essentieel. Daarom is er in het LOP - in 2008 en bij deze actualisatie opnieuw - voor gekozen om het plan af te stemmen op de manier waarop mensen de samenhang in het landschap beleven en gebruiken. Deze indeling is gekozen op basis van landschappelijke kenmerken, zoals bodem en waterhuishouding, geomorfologie, maar ook op basis van het gebruik en de beleving ervan: de menselijke dynamiek. Met name het denken vanuit die dynamiek leidt tot een deels afwijkende indeling ten opzichte van andere landschappelijke indelingen, zoals bij de kernkwaliteiten van Gelders Natuurnetwerk en Gelderse Ontwikkelzone en de Nationale Landschappen zijn gemaakt. Ook de landschappelijke indeling in de Streekgidsen verschilt. Dynamiek – of het samenspel van drijvende krachten – is echter een belangrijke oorzaak, noodzaak en soms ook voorwaarde voor landschappelijke verandering. Het is daarom een zeer bepalende factor voor sturing in het landschap.

54 | GEMEENTE WEST BETUWE

Het betreft de volgende landschapsensembles: De Poort van de Groene Parel Het rustieke Hart van de Tielerwaard De dynamische stroom van Geldermalsen naar Haaften Het knoopsgat Deil De Waaldorpen van Ophemert naar Neerijnen De Lingedorpen van Buurmalsen naar Acquoy De kom van de Regulieren en de Diefdijk Ieder van de landschapsensembles heeft in dit LOP een eigen werkboek dat richtlijnen, inspiratie en een gereedschapskist levert voor het realiseren van initiatieven in het landschap. .

De structuur van de ensembleboeken Hierna volgt een toelichting op de structuur van de ensembleboeken Algemene beschrijving landschapsensemble Deze beschrijving is ontleend aan de visie die in het hoofdrapport van dit LOP is opgenomen. Opgaven en ontwikkelingen in het landschap De opgaven zijn ontleend aan de bespreking in hoofdstuk 3 en daarnaast gebaseerd op de visie in hoofdstuk 4 als uitwerking van de Omgevingsvisie West Betuwe. In ieder ensembleboek worden de opgaven en visie toegespitst om het grote plaatje concreter te maken. Wat speelt er in dit deel van West Betuwe en hoe kan op die dynamiek ingespeeld worden? Het landschap is nooit af, het blijft veranderen. Dat kan deels worden gestuurd, bijvoorbeeld door de gemeente, door actief gebieden of plaatsen te ontwikkelen of juist door bepaalde ontwikkelingen tegen te gaan. Maar daarnaast zijn er ook allerlei ontwikkelingen in het landschap die “van onderop” of juist “van bovenaf” plaatsvinden, en die wel of niet gestuurd worden of kunnen worden. Ook zijn er nog ontwikkelingen die min of meer autonoom plaatsvinden, zoals het groeien van bomen, het optreden van ziekten en plagen, het veranderen van het klimaat. Kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen geven richting voor behoud (bestaande kernkwaliteiten) en ontwikkelingen. Ze zijn gegeven per landschapsensemble.

Wat willen we behouden en versterken? Hoe kunnen we randvoorwaarden stellen en richting geven. De kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen zijn ontleend aan de Omgevingsverordening van de Provincie Gelderland en waar nodig aangepast aan de deelgebieden zoals ze in het LOP West Betuwe zijn gedefinieerd. Er zijn ook kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen voor de Nationale Landschappen (vergelijkbaar met die uit de Omgevingsverordening). De Provincie voert een studie uit waarin Kernkwaliteiten en Ontwikkeldoelen en –principes in de vorm van Streekgidsen worden aangereikt. Deze laatste zijn sterk beschrijvend en min of meer systematisch verdeeld over categorieën: Kernkwaliteiten Landschapskarakteristiek, Kernkwaliteiten Openheid, beslotenheid en ruimtebeleving, Kernkwaliteiten Ordenende structuren en Kernkwaliteiten Stad-landrelaties. De beschrijvingen gaan veelal verder dan de hier meer abstract aangeduide kwaliteiten en ook de ontwikkeldoelen zijn veelal wat meer organisatorisch/ruimtelijk uitgewerkt.

Ze zijn in die zin ook een belangrijke aanvulling en verdieping op de hier gebruikte kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen. Ze zijn niet alleen van toepassing op het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO), maar voor het landschap als geheel. De indeling van de Streekgidsen sluit niet één op één aan op de indeling n landschapsensembles van West Betuwe, maar er wordt wel zo goed mogelijk naar verwezen. Gereedschapskist voor groen-blauwe infrastructuur Ieder ensemble heeft een eigen karakteristiek en daar hoort ook een eigen invulling bij van vervulling van de opgaven, maar ook van het landschapsbeeld van toe te passen landschapselementen: bijvoorbeeld riet en wilgen in de kommen, eiken, essen en fruitbomen op de oeverwallen. Zo is voor elk deelgebiedje een set van karakteristieke landschapselementen samengesteld, deels op basis van fysieke mogelijkheden en historische referenties, deels op basis van de huidige behoeften en opgaven voor recreatief medegebruik, waterberging, biodiversiteit, etc. De landschapselementen zoals die zijn gegeven kunnen afzonderlijk worden toegepast, maar er kan natuurlijk ook een heel landschap mee “gebouwd” worden. Ze zijn bijna altijd multifunctioneel: (basis)natuur, recreatie, waterberging, landschapsbeeld, agro-biodiversiteit, beleefbaarheid van cultuurhistorie, etc.

Ze gaan in hoofdzaak uit van lijnvormige structuren: om andere functies heen, of als dooradering door anders gebruikt gebied. Ze kunnen ook min of meer vlaksgewijs worden toegepast: grienden in plaats van rijtjes knotwilgen, hoogstamboomgaarden in plaats van “boerenlanen”.

LOP 2022 | 55

Hoe kun je ensembleboeken gebruiken? Voor het gebruik van de ensembleboeken zijn er in hoofdzaak drie richtingen: als inspiratie voor initiatieven, als toetsingsinstrument bij (kleinere) ruimtelijke ontwikkelingen en als richtinggevend beleidsdocument voor grotere ruimtelijke ontwikkelingen. Het ensembleboek als inspiratie voor initiatieven Een initiatiefnemer van een ruimtelijke ontwikkeling - zoals een ondernemer die wat wil bouwen, het waterschap dat iets moet doen aan klimaatadaptatie, een ontwikkelaar van een zonnepark die zoekt naar inpassing - kan in het ensembleboek inspiratie opdoen: welke opgaven er ook in het ensemble liggen, welke kernkwaliteiten behouden moeten blijven welke ontwikkelingsmogelijkheden er liggen die het initiatief gemakkelijker geaccepteerd maken en welke landschapselementen goed zouden passen in dit landschapsensemble. In veel gevallen zal een ontwerper nodig zijn, maar ook die zal zich kunnen richten op de bovenstaande uitgangspunten en hoeft niet van “0” te beginnen.

56 | GEMEENTE WEST BETUWE

Het ensembleboek als toetsingsinstrument Het kan gebruikt worden door toetsende ambtenaren, bijvoorbeeld bij de “intake” van een nieuw initiatief, maar ook door burgers bij publicatie van een aanvraag voor bijvoorbeeld een Omgevingsvergunning. Het werkt in grote lijnen hetzelfde als bij de inspiratiebron. Bij toetsing doet zich wel de vraag voor in hoeverre er “voldoende” meekoppeling van opgaven of ontwikkeldoelen plaatsvindt. Dat hangt sterk af van de impact op het landschap en het belang van de ontwikkeling voor de initiatiefnemer. Het is uiteindelijk een politieke afweging, maar die kan wel ambtelijk worden voorbereid. Het ensembleboek als richtinggevend beleidsdocument voor grotere ruimtelijke ontwikkelingen Bij keuzemogelijkheid voor de plaatsing van een grotere ruimtelijke ontwikkeling kan – naast de omgevingsvisie – ook het Landschapsontwikkelingsplan en daarmee ook het ensembleboek aanknopingspunten bieden voor de locatie: in de eerste plaats zal dat op basis van de kernkwaliteiten plaatsvinden, maar bij een sterke economische drager kan ook bekeken worden welke meekoppelkansen er liggen voor opgaven en ontwikkelkansen in het landschap.

Sturing van landschappelijke ontwikkeling Het landschapsontwikkelingsplan gaat uit van een zekere mate van sturing van ontwikkelingen en biedt handvatten voor de richting. Allerlei hedendaagse opdrachten kunnen daarvoor aanknopingspunten bieden: de landbouwtransitie zal naar verwachting meer mogelijkheden bieden voor landschapselementen en ook klimaatadaptatie kan deels worden gerealiseerd met landschapselementen. Voor economische ontwikkelingen, zoals glastuinbouw, bedrijfsbebouwingen, woonwijken, windturbines en zonnevelden is bewuste en zorgvuldige landschappelijke inpassing nodig. Sturing van landschappelijke inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen is vooral nodig, omdat er vaak allerlei andere functies kunnen worden meegekoppeld. En daarnaast natuurlijk voor behoud van bestaande landschappelijke waarden (kernkwaliteiten) en voor het landschapsbeeld. Soms passen ontwikkelingen gewoon niet in het landschap van west Betuwe, zoals grootschalige datacentra. Deze sturing kan proactief zijn door al voordat de ontwikkeling zich voordoet daarvoor klimaatkamers in te richten: landschappelijke “kamers”, waarbinnen later nieuwe ontwikkelingen (bijvoorbeeld een bedrijventerrein) ingepast kunnen worden. Die kunnen dan ook via een heffing een terugverdienmodel genereren.

Dit wordt sterk aanbevolen in de dynamische zones: de Poort van de Groene Parel, de Dynamische Stroom van Geldermalsen naar Haaften en bij verwachte ontwikkelingen rond de weginfrastructuur, de A2, A15 en de N-wegen. Die sturing kan ook actief zijn door te zorgen voor actieve inpassing van grootschalige ontwikkelingen in het landschap, bijvoorbeeld grote zonnevelden, dijkverzwaring, rivierprojecten, grote infrastructuur (bijv. de zuidwestboog van de Betuwelijn),

Die sturing kan ook interactief zijn door met initiatiefnemers afspraken te maken voor verevening. Dit biedt vaak kansen bij kleinschalige projecten van onderop, waarbij bijvoorbeeld via een procedure voor een omgevingsvergunning inpassing van de ontwikkeling kan plaatsvinden door actieve ontwikkeling van het landschap, bijvoorbeeld door boeren en burgers die natuur en landschap willen verbeteren. De praktische handvatten daarvoor staan in in de zeven ensembleboeken. Het ensembleboek geeft richting, maar is geen blauwdruk. Landschap is maatwerk en voer voor professionals. In alle gevallen is het nuttig om richting te kunnen geven. Wat dient proactief, actief en interactief gedaan te worden? Wat dient te worden voorkomen? Waar dient ingepast of verevend te worden? Bijna iedereen kent wel voorbeelden waar ontwikkelingen in het landschap verkeerd zijn uitgevallen. Gelukkig zijn er ook gebieden waar het gelukt is een mooi landschap te behouden of een ontwikkeling fraai in te passen in het landschap. Soms is het zelfs gelukt of om fraai en nieuw landschap te creëren. Aan de slag!

LOP 2022 | 57

58 | GEMEENTE WEST BETUWE

Bijlagen: ensembleboeken en contour van een uitvoeringsprogramma

LOP 2022 | 59

BEZOEKADRES Kuipershof 2 4191 KH Geldermalsen POSTADRES Postbus 112 4190 CC Geldermalsen T 0345 - 72 88 00 gemeente@westbetuwe.nl www.westbetuwe.nl U kunt alleen op afspraak langskomen op het gemeentehuis. Op www.westbetuwe.nl kunt u het zelf het moment kiezen wanneer u wilt langskomen. Of neem contact op met het Klantencontactcentrum.

September 2019 - GWB001

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/440/documents/9865