CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-018 Bijlage 1 Nota van zienswijzen.pdf

Gemeenteraad 22 februari 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 18: Voorstel vaststellen Omgevingsvisie 1.0 West Betuwe7.502 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0 4 JANUARI 2022

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................................................................................................................2 Hoofdstuk 1: Aanleiding ...................................................................................................................................................................................................................3 Hoofdstuk 2: behandeling ingekomen zienswijzen ........................................................................................................................................................................3 Hoofdstuk 3: Ambtshalve aanpassingen ..................................................................................................................................................................................... 19 Bijlage: visiekaart ..............................................................................................................................................................................................................................3

2 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

Hoofdstuk 1: Aanleiding Inleiding Van 26 oktober tot en met 7 december lag het ontwerp van de Omgevingsvisie West Betuwe 1.0 ter inzage. Dit ontwerp is tot stand gekomen na een kort maar krachtig participatietraject. Dit traject is omschreven in paragraaf 1.3 van de omgevingsvisie. Tijdens de inzagetermijn zijn 20 zienswijzen ingekomen. In deze nota van zienswijzen worden de ingekomen zienswijzen behandeld. Ook een zienswijze die op 15 december, dus buiten de termijn, is ontvangen is

meegenomen. De zienswijzen en de gemeentelijke reactie hierop staan in hoofdstuk 2. Niet alleen zienswijzen hebben geleid tot de wens om aanpassingen door te voeren in de omgevingsvisie. Intern en samen met enkele ketenpartners is ook nog eens kritisch gekeken naar sommige onderdelen van de omgevingsvisie. In het derde hoofdstuk is opgesomd welke aanpassingen nog worden doorgevoerd zonder dat een zienswijze hier direct aanleiding toe geeft.

3 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

Hoofdstuk 2: behandeling ingekomen zienswijzen Inleiding In de onderstaande tabel zijn de ingekomen zienswijzen samengevat. Hoewel slechts een samenvatting van de zienswijzen is opgenomen in de tabel, is de volledige zienswijze betrokken bij de beantwoording. Ook raadsleden zijn via de ‘ingekomen stukken’ in kennis gesteld van de volledige zienswijze zoals die is ingediend.

Samenvatting zienswijze 1 1a

ProRail ProRail vraagt aandacht voor een groot aantal aspecten die van belang zijn voor goed functionerende railinfrastructuur en bijbehorende voorzieningen in de breedste zin van het woord. Gevraagd wordt (wettelijke) eisen te respecteren en belangen van ProRail goed mee te wegen bij verdere uitwerking van de visie in meer concrete plannen. Ook wordt gevraagd ProRail tijdig te betrekken bij plannen in de nabijheid van het spoor.

2 2a

Cumela (brancheorganisatie groen-, grond en infrasector) Cumela vraagt het bestaansrecht van haar leden in het buitengebied te respecteren. Ze vraagt daarbij ruimte voor bestaande bedrijven in het buitengebied en nieuwvestiging. Het gaat om zowel agrarisch als niet-agrarisch gerelateerde werkzaamheden aan de fysieke leefomgeving.

Zienswijzen van individuen zijn geanonimiseerd weergegeven. Dit heeft te maken met wettelijke eisen ten aanzien van openbaar maken van persoonsgegevens. Zienwijzen (of de onderdelen daarvan) die leiden tot een wijziging in de vastgestelde versie van de omgevingsvisie zijn gemarkeerd met een roodgekleurd uitroepteken in de kolom waar het nummer is weergegeven.

Reactie op zienswijze

Uiteraard worden wettelijke eisen gerespecteerd. Wij hechten ook belang aan een goed functionerende railinfrastructuur en zullen ProRail -zoals reeds gebruikelijk- tijdig betrekken bij concrete plannen. Op die manier kunnen de belangen goed en evenwichtig worden afgewogen als er sprake is van gemeentelijke beleidsvrijheid.

Voor nieuwvestiging en uitbreiding van bedrijven in het buitengebied sluiten we aan bij bestaand gemeentelijk en provinciaal beleid. Bestaande bedrijven respecteren we. Hoe minder een bedrijf agrarisch is gerelateerd, hoe minder uitbreidingsruimte wordt geboden. Nieuwvestiging van niet-agrarische bedrijven kan onder voorwaarden indien er sprake is van vrijkomende agrarische bebouwing. Dit 3 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

2b

Cumela herkent diverse thema’s die in de omgevingsvisie worden beschreven en is daar zelf ook mee bezig. Cumela denkt graag mee over verkeersveiligheid in relatie tot landbouwvoertuigen. Ze benadrukt het belang van een goede bereikbaarheid van zowel vestigingslocaties van de bedrijven als de locaties waar het werk wordt uitgevoerd.

3 3a

BG.Legal Namens een bewoner wordt aandacht gevraagd voor de situatie in de uiterwaarden bij Heesselt. Het betreft een locatie waar al langere tijd discussie is over welke functies toegestaan en (on)gewenst zijn. Gevraagd wordt hier voorrang te geven aan de natuurbeschermende functies zoals de ‘Groene Ontwikkelingszone’ uit de provinciale verordening, het stiltegebied en het ganzenrustgebied. En daarbij geen uitbreidingsmogelijkheden te bieden voor intensiever recreatief gebruik.

4 4a

Inwoner Heesselt De inwoner merkt op dat de status van de Heesseltsche Uiterwaarden onduidelijk is. Is dit nu geen Natura 2000 meer? De inwoner heeft vragen bij de aanduiding van een horecagelegenheid aan de Steenfabriek en de afhandeling van een vergunning op deze locatie.

onderwerp vraagt om individuele afwegingen aanvragen om een vergunning of wijziging van het omgevingsplan. Zodra dit onderwerp nader uitgewerkt wordt, maken we graag gebruik van de bij Cumela aanwezige kennis.

De Omgevingsvisie onderschrijft dat er spanningen kunnen ontstaan tussen verschillende functies. De uiterwaarden bij Heesselt zijn in de visiekaart aangeduid als ‘natuurgerelateerd gebied’, en vallen onder de aanduiding ‘beleefbare Waalzone’. In de inventarisatiekaart is de bestaande theetuin waarvoor ook een vergunning is verleend opgenomen. De visie spreekt zich verder niet expliciet uit voor of tegen een uitbreiding van functies op deze specifieke locatie. Wel zal het belang van natuur en de beleefbare Waalzone goed meegewogen moeten worden. Dat gebeurt onder meer in de reeds lopende bestemmingsplanprocedure voor deze locatie.

De uiterwaarden bij Heesselt zijn in de visiekaart aangeduid als ‘natuurgerelateerd gebied’, en vallen onder de aanduiding ‘beleefbare Waalzone’. Het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is bevoegd gezag voor het aanwijzen van Natura 2000-gebieden. De Heesseltsche Uiterwaarden zijn als zodanig aangewezen. Dit is een van de redenen dat in de Omgevingsvisie de aanduiding ‘natuurgerelateerd gebied’ is opgenomen voor deze locatie. In de inventarisatiekaart is de bestaande theetuin waarvoor ook een vergunning is verleend opgenomen.

3 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

4b

De inwoner roept op tot heldere communicatie naar en gelijke behandeling van alle inwoners. Ook de teksten en tekeningen in de visie vind ze onvoldoende leesbaar. Vraagt ook aandacht voor actieve communicatie vanuit de gemeente; in het bijzonder als het gaat om ontwikkelingen die te maken hebben met de Omgevingsvisie en omgevingswet.

4c

De inwoner beveelt aan een verbindingsweg tussen de Gerestraat naast het voetbalveld en de Bommelsestraat te realiseren voor een betere doorstroming van het vrachtverkeer.

4d

De inwoner vraag meer aandacht voor de boeren en fruittelers.

5 5a

Vereniging tot behoud van het Lingelandschap (VBL) VBL verzoekt de vaststelling van de Omgevingsvisie aan te houden tot het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 2008 is geactualiseerd en daarin de kernkwaliteiten van alle 7 landschappen in West Betuwe zijn beschreven. Of -subsidiair- neem in de Omgevingsvisie op dat elk initiatief moet worden getoetst aan de kernkwaliteiten in het nog uit te werken LOP van 2022. VBL pleit ervoor dat alle nieuwe initiatieven en claims op de omgeving moeten passen binnen de benoemde kernkwaliteiten van het LOP te verwijzen in de omgevingsvisie.

!

5b

Heldere communicatie streven wij altijd na. Dat geldt ook voor het gelijk behandelen van inwoners in gelijke gevallen. De Omgevingsvisie is bedoeld om de hoofdlijnen van het beleid over de fysieke leefomgeving weer te geven. Het gaat om veel verschillende onderwerpen die in één kaart vervat worden en veelal meer in detail moeten worden uitgewerkt in programma’s of het omgevingsplan. Voor communicatie en participatie is onder de Omgevingswet veel aandacht. We hebben hier ook meer aandacht aan besteed bij deze omgevingsvisie dan voorheen gebruikelijk. Bij gemeentelijke ontwikkelingen blijven wij hier aandacht voor houden. Bij ontwikkelingen van anderen legt de Omgevingswet de verantwoordelijkheid hiervoor ook veel meer bij de initiatiefnemers zelf. Deze concrete maatregel komt niet uit bestaand beleid en kunnen wij niet zonder nader onderzoek opnemen in de Omgevingsvisie. Als bij de kerngerichte uitwerking van de visie en/of de thematische uitwerking in het mobiliteitsprogramma blijkt dat er een onderbouwde noodzaak en/of breed gedragen noodzaak is, kan deze maatregel verder worden overwogen. Naar onze mening is er al veel aandacht voor boeren en fruittelers in de Omgevingsvisie.

Wij zullen de term ‘landschap’ in de omgevingsvisie meer invulling geven door een aantal onderdelen uit het Landschapsontwikkelingsplan 2008 op te nemen / meer te benadrukken in de omgevingsvisie. Het idee om met kernkwaliteiten van landschappen te werken, zullen we opnemen als onderzoeksopgave in hoofdstuk 6. Deze kan overigens al uitgevoerd worden in het Landschapsontwikkelingsplan 2022 dat momenteel wordt ontwikkeld. Wij zien het werken met kernkwaliteiten als toetsings- en inspiratiekader als een goede optie. Uitwerking van de kernkwaliteiten kan worden meegenomen in het Landschapsontwikkelingsplan 2022, 4 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

5c

VBL pleit ervoor ‘Plan van duisternis’ op te stellen dat als toetsingskader dient voor omgevingsvergunningen, de verlichting van de openbare ruimte en het aanlichten van monumenten.

5d

VBL verzoekt bio-diverse bermen langs wegen, slootkanten, Lingeoevers en erfaanleg mogelijk (en verplicht) te maken via de Omgevingsvisie of een nader op te stellen visie.

5e

VBL pleit voor aanplant van bossen conform de kernkwaliteiten van het plaatselijke landschap.

5f

VBL pleit voor een visie op het plaatsen van teeltondersteunende voorzieningen (inclusief zonnepanelen boven zachtfruit), waarbij waardevolle landschappen worden ontzien.

!

6 6a

!

De Fruitmotor De Fruitmotor verzoekt het Landschapsontwikkelingsplan toe te voegen aan de beleidsdocumenten die ten grondslag liggen aan de Omgevingsvisie. Daarbij bij voorkeur het Landschapsontwikkelingsplan 2022 te gebruiken als basis voor de omgevingsvisie. Of nu het LOP uit 2008 als basis te hanteren en bij de eerstvolgende actualisatie het LOP 2022 te gebruiken.

daarna is verwerking in de volgende actualisatie van de omgevingsvisie en opname in het omgevingsplan mogelijk. In bestaand beleid is nog geen aandacht voor duisternis. In het Landschapsontwikkelingsplan 2022 wegen we af of hieraan meer aandacht besteed kan worden. Daarna kan bepaald worden of verwerking bij de volgende actualisatie van de Omgevingsvisie nodig of mogelijk is. Bio-diverse bermen zijn op veel plekken in de gemeente al toegestaan. Bestaand beleid gaat uit van een beperkte inzet vanuit de gemeente. In het kader van het Landschapsontwikkelingsplan 2022 wordt de ambitie op dit thema heroverwogen. Eventuele verplichtingen kunnen dan via het omgevingsplan worden opgelegd. Op basis van bestaand beleid is er nog geen concrete ambitie voor de aanplant van bossen. In het kader van het Landschapsontwikkelingsplan 2022 zal worden heroverwogen of hier een nieuwe ambitie op wordt geformuleerd. Een eventuele nieuwe ambitie wordt bij de volgende actualisatie van de omgevingsvisie meegenomen. Duidelijkheid over waar en onder welke voorwaarden teeltondersteunende voorzieningen kunnen worden toegestaan is voor meerdere partijen met tegenstrijdige belangen gewenst. We zullen het ontwikkelen van deze visie agenderen in hoofdstuk 6 van de Omgevingsvisie. Zo mogelijk wordt de uitvoering al opgepakt in het kader van het Landschapsontwikkelingsplan 2022.

Het Landschapsontwikkelingsplan 2008 was al toegevoegd aan de beleidsdocumenten die ten grondslag liggen aan de omgevingsvisie. De actualisatie van 2022 die nu in ontwikkeling is voegen we daaraan toe. We zullen een aantal elementen uit dit plan wel meer nadruk geven in de Omgevingsvisie 1.0. Indien het nu in ontwikkeling zijnde

5 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

6b

De Fruitmotor verzoekt het LOP te gebruiken als basis voor landschapsontwikkeling en biodiversiteitsherstel. Ecologisch bermbeheer ziet zij als basisinstrument om ecologische netwerken te creëren.

7 7a

Fruitpact Fruitpact uit haar complimenten voor de visie en is blij met de ambitie om in 2040 Dé Fruitgemeente van Nederland te willen zijn. In dat licht geeft ze een aantal aandachtspunten mee. Gepleit wordt om de goede bodem in de breedte te benutten en ruimte te bieden voor toekomstgerichte fruittelers om zich op de oeverwallen te blijven ontwikkelen. Fruitpact pleit ervoor te investeren in een robuust watersysteem. Hiervoor is aandacht in de omgevingsvisie, maar voor fruittelers is het nog lastig in te schatten welke effecten te term ‘groenblauwe dooradering’ heeft.

7b !

7c

Fruitpact is blij met de aandacht voor Teelt Ondersteunde Voorzieningen (TOV); die blijven nodig voor fruitteelt in de toekomst. Ook de aandacht voor combinatie met zonne-energie

Landschapsontwikkelingsplan 2022 nieuwe ambities brengt, worden deze bij de volgende actualisatie van de omgevingsvisie meegenomen. Het LOP is bedoeld (onder andere) om richting te geven aan landschapsontwikkeling en biodiversiteitsherstel. De ambities en hoofdlijnen van het beleid worden opgenomen in de Omgevingsvisie. Ecologisch bermbeheer is nu nog geen vastgestelde ambitie, maar dat kan veranderen met de ontwikkeling van het LOP 2022. Een nieuwe ambitie zal vervolgens verwerkt worden bij volgende de actualisatie van de omgevingsvisie.

We nemen kennis van de positieve reactie van Fruitpact. De oeverwallen zijn de plekken waar (al van oudsher) veel functies samenkomen. De druk op de ruimte en de bodem is hier nog groter dan gemiddeld. Dat blijft telkens vragen om zorgvuldige afwegingen waarbij, zo blijkt uit deze visie, de belangen van fruittelers zwaar meewegen. We zullen dit nader duiden middels de volgende tekst in de omgevingsvisie: “Dit is een stelsel van streekeigen groene (bijvoorbeeld bosstroken, heggen, losse bomen) en blauwe (bijvoorbeeld moerasjes, sloten, dijken) landschapselementen uit het landschap die de kwaliteit van het landschap te bevorderen. Deze groenblauwe dooradering faciliteert berging en voorraad van zoet water voor de functies in het gebied en is tevens aantrekkelijk voor natuur en recreatie. Zo biedt het een leefgebied van verschillende planten- en diersoorten en kan het bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit en de retentie hiervan. We zetten ons in voor afwisseling in natuurontwikkeling en bevorderen daarom de biodiversiteit in onze gemeente. Bijvoorbeeld door te kiezen voor vriendelijk bermbeheer.” Duidelijkheid over waar en onder welke voorwaarden teeltondersteunende voorzieningen kunnen worden toegestaan is voor meerdere partijen met tegenstrijdige belangen gewenst. We zullen het 6 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

!

7d

!

7e !

8 8a !

8b !

boven fruit is prettig. Op beide onderwerpen ziet Fruitpact een noodzaak tot nadere uitwerking om duidelijk te krijgen wat de impact is voor de fruitsector, temeer daar in de visie ook wordt benoemd dat op specifieke plekken TOV niet ten koste mogen gaan van de aantrekkelijkheid van het landschap. Op pagina 51 wordt onderscheid gemaakt tussen kleine en grote agrariërs en wordt verondersteld dat kleine agrariërs langs de Linge zitten en grote meer landinwaarts. Fruitpact vindt dit een onhandig onderscheid, de ligging van percelen bepaalt mede de landschappelijke waarde, maar of een perceel van een kleine of grote agrariër is, is niet relevant. Nog daargelaten wat dan bedoeld wordt met klein of groot. Fruitpact merkt op dat op pagina 28 Greenport Gelderland wordt genoemd vanuit de glastuinbouw. Greenport Gelderland is echter voor de gehele tuinbouw, dus ook grondgebonden teelt. IVN West Betuwe IVN West Betuwe merkt op dat natuur en biodiversiteit terecht worden benoemd bij de drie kernambities uit de omgevingsvisie. Maar merkt daarbij op dat ambities ten aanzien van natuur steeds ten dienste staan van die drie kernambities. Daarbij ziet ze het risico dat natuur het onderspit delft als er sprake is van tegenstrijdige belangen.

IVN West Betuwe pleit ervoor niet alleen een herzien LOP op te stellen en deze als basis voor de omgevingsvisie te gebruiken, maar ook een gemeentelijke visie op natuurontwikkeling op te stellen. Verzocht wordt de ontwikkeling van een gemeentelijke visie op natuur(ontwikkeling) op de onderzoeksagenda op te nemen. IVN West Betuwe pleit ervoor om in de genoemde ambities voor natuur, cultuur en recreatie (bladzijde 57) natuur ook expliciet te

ontwikkelen van deze visie agenderen in hoofdstuk 6 van de Omgevingsvisie. Zo mogelijk wordt de uitvoering al opgepakt in het kader van het Landschapsontwikkelingsplan 2022.

Duidelijk is geworden dat de termen ‘groot’ en ‘klein’ hier eerder verwarring veroorzaken dan duidelijkheid scheppen. We zullen te tekst vervangen: “Op zowel de agrarische percelen langs de rivieren als de percelen meer landinwaarts zijn agrariërs innovatief in de productie en zetten in op een duurzame, klimaatadaptieve en toekomstbestendige bedrijfsvoering.” We passen de tekst hier aan met verwijzing naar ‘tuinbouw’ in de zin van de brede sector.

De Omgevingsvisie West Betuwe 1.0 is gebaseerd op het bestaande beleid. Natuur- en biodiversiteit speelden daar tot nu toe een minder zichtbare rol dan een aantal andere beleidsthema’s. Zelfstandige ambities ten aanzien van natuur en biodiversiteit worden in hoofdstuk 6 op de onderzoeksagenda geplaatst. Hieraan wordt momenteel al gewerkt via het Landschapsontwikkelingsplan 2022 dat in ontwikkeling is.

We voegen natuur toe als een van de thema’s waar de balans in moet worden gevonden. 7 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

8c

benoemen: “We zetten in op een buitengebied met een goede balans tussen natuur en landschap, landbouw, cultuurhistorie, energieopwekking en toerisme.” IVN West Betuwe pleit ervoor om in de toelichting op de ambities (bladzijden 59/60) een stap verder te gaan. De nu beschreven ambities en voorbeeldmaatregelen over biodiversiteit en bermbeheer vindt ze te zwak. IVN West Betuwe verwacht dat de gemeente zich vol inzet op het bevorderen van biodiversiteit en daarom kiest voor ecologisch bermbeheer volgens Kleurkeur op alle gemeentelijke gronden.

9 9a

Pippel Varkens Haaften BV Aandacht voor de varkenshouderij of intensieve veehouderij wordt gemist in het ontwerp van de omgevingsvisie. Deze sector heeft het uitgangspunt van kringlooplandbouw al omarmd. Om in de toekomst te blijven voldoen aan eisen met betrekking tot (dieren)welzijn, is meer ruimte in het bouwblok nodig. Gevraagd wordt in de visie op te nemen dat vergrotingen van bouwblokken voor varkenshouderijen mogelijk moeten zijn.

10 10a

Juridisch advies Kalenberg Het ontwerp van de omgevingsvisie geeft onvoldoende integraliteit weer, nu de overige visies die al leven binnen de gemeente West Betuwe niet zijn aangehecht of op andere wijze integraal onderdeel zijn geworden van dit ontwerp. Ook ontbreekt een inhoudelijke koppeling met de NOVI en de POVI

Bio-diverse bermen zijn op veel plekken in de gemeente al toegestaan. Bestaand beleid gaat uit van een beperkte inzet vanuit de gemeente. In het kader van het Landschapsontwikkelingsplan 2022 wordt de ambitie op dit thema heroverwogen.

Vanuit bestaand beleid zijn er geen bijzondere ambities ten aanzien van varkenshouderijen of intensieve veehouderij. Mede op basis van provinciale regels zijn uitbreidingsmogelijkheden in deze sector beperkt. Het uitbreiden van bedrijven in deze sector vraagt maatwerk waarbij we in het kader van het omgevingsplan of de omgevingsvergunning per individueel bedrijf een afweging van alle relevante belangen maken.

We nemen kennis van de zienswijzen en scherpen de omgevingsvisie 1.0 op een aantal onderdelen -zoals aangegeven in deze Nota van Zienswijzen iets aan. Andere onderdelen zullen meer vorm krijgen in de eerstvolgende actualisatie van de Omgevingsvisie. De overige visies van de gemeente (vastgesteld en in ontwikkeling) zijn opgenomen in de bijlage met relevante beleidsstukken. Deze lijst is bijgewerkt tot en met december 2021. De inhoudelijke koppeling met de NOVI is gemaakt door de thema’s natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid een belangrijke rol te geven. In de POVI (Gaaf Gelderland) staan het creëren van een leefomgeving waar inwoners, ondernemers en bezoekers, prettig 8 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

10b

De verplichte milieubeginselen blijken op geen enkele wijze uit het ontwerp van de omgevingsvisie.

!

10c !

Graag een visie opnemen over welke programma’s zullen worden ontwikkeld als uitwerking van de Omgevingsvisie.

10d

Geef aan of u meer aandacht heeft voor de gemeentelijke ontwikkelplanologie of meer een reactieve houding door toelatingsplanologie of meer ruimte voor initiatiefnemers door middel van uitnodigingsplanologie.

kunnen wonen, werken, studeren en ontspannen centraal. De provincie zet in op een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Deze thema’s zijn als fundament meegenomen in deze omgevingsvisie. Bijvoorbeeld de gezonde leefomgeving. Een belangrijke opgave in zowel de NOVI als de POVI en komt als eerste strategische opgave terug in de omgevingsvisie West Betuwe. In hoofdstuk 6 zijn deze beginselen expliciet benoemd en is opgenomen dat hiermee rekening moet worden gehouden bij de vraag aan welke ontwikkelingen medewerking wordt verleend. Omdat de beginselen al geruime tijd gelden, is hiermee ook rekening gehouden bij het thematische beleid dat ten grondslag ligt aan de Omgevingsvisie. Wel zullen we de hoofdlijnen van het beleid op een aantal milieuthema’s nog zichtbaarder verwerken in de omgevingsvisie. Daarbij herstellen we ook de zinsnede dat we zo min mogelijk afwijken van streefwaarden vanuit milieuwetgeving. Op basis van verschillende sectorale milieubeleidsdocumenten zullen we “zorgvuldig omgaan met afwijkingen van streefwaarden”. In hoofdstuk 6 zullen we opsommen welke (vrijwillige) programma’s wij in de komende periode zullen ontwikkelen.

Op dit moment verwachten wij enkele strategische programma’s op te stellen (Duurzaamheid en Wonen & Voorzieningen) en enkele meer uitvoeringsgerichte programma’s (West Betuwe op de kaart, Landschapsontwikkelingsplan, Mobiliteitsagenda, Woningbouwprogramma, Water- en Rioleringsprogramma, Groenbeleidsplan). In het ontwerp van de omgevingsvisie was al opgenomen: “Onze basishouding is dat wij inwoners, ondernemers, het onderwijs en (maatschappelijke) organisaties ruimte willen geven om initiatief te tonen en verantwoordelijkheid te nemen voor de ruimtelijke ontwikkeling van onze gemeente.[...] Voor alle initiatieven geldt gemeentelijk en uit de samenleving - dat deze visie het afwegingskader vormt. Bij elk initiatief gaan we het gesprek aan over hoe de 9 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

10e

!

Verzocht wordt de visie op financiële bijdragen aan kwaliteit door ontwikkelaars uit te werken in de omgevingsvisie, daar er sprake moet zijn van een functionele samenhang tussen de activiteit en de beoogde ontwikkeling.

10f

Na de gemeenteraadsverkiezingen zou de nieuwe raad zich als eerste over deze omgevingsvisie moeten buigen om deze te laten uitmonden in een nieuw integraal omgevingsplan voor de gehele fysieke leefomgeving. Het ontwerp van de omgevingsvisie biedt nog onvoldoende richting, handvaten en aanknopingspunten voor een goed integraal omgevingsplan.

11 11a

Inwoner Acquoy Verzocht wordt om de Nieuwe Hollandse Waterlinie en in het bijzonder de het beleefbare gebied van de verboden kringen op de visiekaart op te nemen. En daarmee een bescherming te bieden, vergelijkbaar met de molenbiotoop.

11b

Ten aanzien van het participatietraject wordt opgemerkt dat: • het niet representatief is omdat slechts 3% van de inwoners is bereikt; • het doel om jonge mensen te bereiken is mislukt omdat 75% van de reacties van inwoners ouder dan 30 jaar is.

ontwikkeling kan bijdragen aan het verwezenlijken van de drie kernambities van het toekomstverhaal van West Betuwe. Dit kan betekenen dat we kritisch zijn op initiatieven die weinig of nauwelijks bijdrage leveren aan de gestelde doelen. Hierbij zullen we als gemeente denken en handelen vanuit mogelijkheden en vertrouwen en kiezen we voor een houding vanuit het uitgangspunt ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’.” In het kader van het opstellen van het omgevingsplan zullen keuzes hierover opnieuw worden geagendeerd op regelniveau. Op basis van bestaand beleid kunnen hierover nog geen concrete uitspraken worden gedaan in de Omgevingsvisie 1.0; het uitwerken van een notitie waarbij financiële bijdragen aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving kunnen worden gevraagd wordt wel opgenomen op de onderzoeksagenda in hoofdstuk 6. Wij zijn van mening dat er met deze Omgevingsvisie 1.0 een goede eerste basis ligt. Via de beleidscyclus zal de omgevingsvisie periodiek worden geactualiseerd en zullen extra richting, handvaten en aanknopingspunten worden toegevoegd als daar behoefte aan is.

De Nieuwe Hollandse Waterlinie wordt al genoemd als belangrijke cultuurhistorische waarde binnen onze gemeente. In bestaand beleid zijn nog geen ‘kringenbiotopen’ opgenomen. Dit onderwerp kan wel geagendeerd worden op het moment dat we een omgevingsplan opstellen. Bij participatietrajecten voor beleid is de ervaring dat meestal minder mensen bereikt worden dan voor deze visie het geval was. We zijn daarom vooral blij met inwoners en belanghebbenden die wel bijgedragen hebben.

10 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

12 12a

Fietsersbond West Betuwe, werkgroep duurzame mobiliteit West Betuwe De Fietsersbond is blij met de ambities over de fiets in de Zodra de ambities ten aanzien van (het gebruik van) de fiets nader omgevingsvisie. Zij gaat graag met de gemeente in gesprek over worden uitgewerkt, betrekken we de Fietsersbond graag weer. Naar een ‘Masterplan voor de Fiets’ waarin een aantal concrete verwachting zal dit vorm krijgen in een mobiliteitsprogramma of de onderzoeksvragen worden aangedragen: snelfietsroutes, ruimte mobiliteitsagenda. voor de fiets nabij Geldermalsen Oost, een fietsroute op of nabij de Watermolenweg, goede fietsvoorzieningen op het station.

13 13a

Provincie Gelderland Geconstateerd wordt dat de provinciale belangen goed zijn meegewogen in het ontwerp van de omgevingsvisie, en dat de visie zorgvuldig tot stand is gekomen. De provincie blijft graag betrokken als bij de uitwerking in programma’s provinciale belangen aan de orde zijn. Daarbij worden thema’s benoemd als wonen, landschap en natuur, Nieuwe Hollandse Waterlinie, energietransitie en werklocaties. Verwacht wordt dat er aandacht komt en blijft voor de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten binnen de gemeente West Betuwe.

14 14a

Glastuinbouw Nederland In de Omgevingsvisie wordt een ontwikkelperspectief voor de regionale glastuinbouwclusters uit het Concentratiebeleid glastuinbouw van provincie Gelderland gemist. De sector heeft een eigen visie ontwikkelt die inzet op uitbreiding van zowel het cluster bij Est als het cluster bij Tuil. In beide clusters is behoefte aan extra ruimte om respectievelijk 100 en 50 hectare netto glas aan uitbreiding te realiseren. Gevraagd wordt op basis van de visie van de sector een ontwikkelperspectief in de Omgevingsvisie op te nemen.

!

We nemen kennis van de reactie en betrekken de provincie bij de nadere uitwerking.

Het gevraagde ontwikkelperspectief is vanuit de sector zeer begrijpelijk. Nu opnemen als gemeentelijk beleid is niet mogelijk. Er zal eerst nader onderzoek (waaronder een MER) en overleg met stakeholders (waaronder omwonenden en Provincie Gelderland) moeten plaatsvinden. Dit kunnen we wel opnemen op de onderzoeksagenda in hoofdstuk 6, zodat in een volgende actualisatie het resultaat van dit onderzoek verwerkt kan worden.

11 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

15 15a

15b !

Vitens Verzocht wordt de begrenzing van beschermingszones die zijn gerelateerd aan het drinkwaterbeschermingsgebied Kolff op de visiekaart op te nemen en hieraan in de omgevingsvisie specifiek aandacht te besteden. Vitens verzoekt de aandacht te vestigen op waterbesparende maatregelen in de woningbouw om de druk op de grondwatervoorraad te verminderen.

15c !

Vitens vraagt het onderwerp bescherming van de ondergrond in relatie tot soms conflicterende belangen voor duurzame energievoorzieningen en drinkwater op te nemen in de omgevingsvisie

16 16a

Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO) NFO is blij met de aandacht voor fruit(teelt) in de omgevingsvisie, maar zet graag nog de puntjes op de i.

Het waterwingebied is al aangegeven op de inventarisatiekaart functies en voorzieningen. Drinkwaterwinningen opnemen in visiekaart vinden wij niet wenselijk. Het is een restrictief element, niet visievormend. Met enkele tekstuele toevoegingen in paragraaf 3.6 vestigen we de aandacht op deze onderwerpen: “Hitte en droogte horen ook bij een veranderend klimaat. In combinatie met lage grondwaterstanden, kan een lange periode van droogte leiden tot een verminderde gewasopbrengst, maar ook een tekort aan drinkwater.” “Om onze kernen aantrekkelijk, groen en leefbaar te houden, zetten we in op de beperking van wateroverlast, droogte en hitte en waterbesparende maatregelen om de druk op de grondwatervoorraad te verminderen.” We nemen in paragraaf 3.6 een toevoeging op bij de opgaven: “De toenemende elektrificatie, aanleg van warmtenetten en ondergrondse energiesystemen vragen allen ruimte in de ondergrond. De gemeente staat daarom stil bij de drukte in de ondergrond.” De keuzes daarin kunnen worden geagendeerd in hoofdstuk 6 voor de volgende actualisatie. De inzichten die nu naar voren komen bij de actualisatie van de provinciale verordening over dit onderwerp kunnen dan ook goed meegewogen worden: ”Zoekgebieden voor aanvullende ruimte voor energieopwekking voor de periode na 2030.

Hierin zal de bescherming van de ondergrond in relatie tot conflicterende belangen (bijvoorbeeld duurzame energievoorzieningen en drinkwater) meegenomen worden.”

We nemen kennis van deze positieve basishouding.

12 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

16b

NFO vraagt meer aandacht voor bodem en water als DNA van het gebied.

16c

NFO verwacht dat voldoende huisvesting van arbeidsmigranten op de agrarische bedrijven mogelijk blijft.

16d

NFO tempert verwachtingen ten aanzien van zonnepanelen boven fruitteelt. Ervaringen hiermee zijn nog pril. NFO is blij dat teeltondersteundende voorzieningen ruimte krijgen en roept op deze ruimte te bieden voor alle moderne en toekomstgerichte fruitbedrijven. Daarbij wordt opgemerkt dat in de uiterwaarden niet per definitie ‘kleine’ fruitteeltbedrijven zijn gevestigd.

16e

!

!

16f

!

NFO vraagt te verduidelijken wat er met een waterrobuuste inrichting en een sterke groenblauwe dooradering van het landschap wordt bedoeld.

Wij onderkennen dat druk op de bodem en het (grond)water aandacht vraagt. Hetgeen hierover in bestaand beleid is opgenomen, is al opgenomen in (het ontwerp van) de omgevingsvisie 1.0 en wordt door de toevoeging als beschreven bij 15c nog meer benadrukt. Wij verwachten hier de komende tijd middels diverse thematische beleidsprogramma’s (Lokale Adaptatie Strategie, Landschapsontwikkelingsplan) nog dieper op in te gaan. Bevindingen kunnen in de volgende actualisatie van de omgevingsvisie worden meegenomen. Beleid voor huisvesting van arbeidsmigranten bij agrarische bedrijven is zeer recent vastgesteld. Deze Omgevingsvisie 1.0 heeft niet de intentie hier wijzigingen op aan te brengen.] Wij nemen hier kennis van en bekijken nauwkeurig de ontwikkelingen bij de pilots die (gaan) lopen. Duidelijkheid over waar en onder welke voorwaarden teeltondersteunende voorzieningen kunnen worden toegestaan is voor meerdere partijen met tegenstrijdige belangen gewenst. We zullen het ontwikkelen van deze visie agenderen in hoofdstuk 6 van de Omgevingsvisie. Zo mogelijk wordt de uitvoering al opgepakt in het kader van het Landschapsontwikkelingsplan 2022. Duidelijk is geworden dat de termen ‘groot’ en ‘klein’ hier eerder verwarring veroorzaken dan duidelijkheid scheppen.

We zullen te tekst vervangen: “Op zowel de agrarische percelen langs de rivieren als de percelen meer landinwaarts zijn agrariërs innovatief in de productie en zetten in op een duurzame, klimaatadaptieve en toekomstbestendige bedrijfsvoering.” We zullen dit nader duiden middels de volgende tekst in de omgevingsvisie: “Dit is een stelsel van streekeigen groene (bijvoorbeeld bosstroken, heggen, losse bomen) en blauwe (bijvoorbeeld moerasjes, sloten, dijken) landschapselementen uit het landschap die de kwaliteit van het landschap te bevorderen. Deze groenblauwe dooradering faciliteert berging en voorraad van zoet 13 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

16g

NFO verzoekt de visiekaart te verduidelijken met meer onderscheidende kleuren en arceringen om ruis op de lijn te voorkomen.

17 17a

Waterschap Rivierenland (WSRL) WSRL merkt op dat de ambitie om dé fruitgemeente van Nederland te zijn inspanningen vraagt om de watervraag te beperken. Ze vraagt mitigerende maatregelen te benoemen en te beschrijven en gaat hierover graag (alsnog) met de gemeente in gesprek voor vaststelling van de omgevingsvisie.

!

17b

17c !

WSRL ziet graag benoemd dat er binnen de gemeente ruimte is om de gezamenlijk water- en klimaatdoelstellingen te behalen en verzoekt op te nemen dat relevante overheden worden betrokken bij (grootschalige) projecten, zodat meekoppelkansen verzilverd kunnen worden. WSRL vraagt scherpe keuzes te maken over de ruimteclaims en gaat hierover graag in gesprek met als doel meer ruimte voor water te krijgen én de overige opgaven te versterken. WSRL verzoekt om de KRW-functie (Kader Richtlijn Water) van de Linge op te nemen en dat de recreatieve functie hieraan geen schade toe mag brengen.

water voor de functies in het gebied en is tevens aantrekkelijk voor natuur en recreatie. Zo biedt het een leefgebied van verschillende planten- en diersoorten en kan het bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit en de retentie hiervan. We zetten ons in voor afwisseling in natuurontwikkeling en bevorderen daarom de biodiversiteit in onze gemeente. Bijvoorbeeld door te kiezen voor vriendelijk bermbeheer.” Hier is aandacht voor geweest tijdens het ontwikkelproces, maar gezien de vele informatie op de kaart een uitdaging en binnen het uitgangspunt van een ‘aantrekkelijke visiekaart’ niet verder mogelijk. Bij thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen en/of bij het omgevingsplan kunnen gedetailleerdere kaarten worden gebruikt.

De Omgevingsvisie 1.0 is gebaseerd op bestaand beleid. Voor zover nog niet aan de orde bij de Lokale Adaptatiestrategie (klimaatbeleid), agenderen we het in kaart brengen van (de impact van) mitigerende maatregelen en het aanscherpen van keuzes over ruimteclaims. Hierbij betrekken we (zoals reeds benoemd in hoofdstuk 6 van het ontwerp van de visie) relevante partijen, waaronder het Waterschap. De scherpe keuzes die gemaakt moeten worden, vragen nog nader onderzoek en overleg ten opzichte van het bestaande beleid. Daar blijven we de komende periode in verschillende programma’s aan werken. De bevindingen kunnen via de beleidscyclus leiden tot aanvullingen een aanpassingen in de volgende actualisatie van de visie. Zoals reeds vermeld in hoofdstuk 6 van het ontwerp van de visie betrekken we hierbij de relevante partijen, waaronder het Waterschap. De KRW-functie is van hogerhand vastgelegd. We wensen op gepaste schaal de recreatieve functie van de Linge wel te benutten. Dat de KRW-functie hierbij moet worden meegewogen zullen we opnemen in paragraaf 5.2 van de Omgevingsvisie: “We zetten in op het volop beleefbaar maken van de natuur- en cultuurhistorische waarden langs de rivier de Linge en maken dit gebied meer toegankelijk voor 14 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

17d !

18 18a

18b

!

WSRL verzoek de tekst op pagina 56 over het hoogwaterbeschermingsprogramma aan te passen: “Waterschap Rivierenland versterkt in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) onze dijken om zo de waterveiligheid in onze gemeente te waarborgen”.

Inwoner Geldermalsen Het spreekt de inwoner aan dat afscheid genomen lijkt te worden van de strikte functiescheiding uit de ruimtelijke ordening. Voor de verdere uitwerking wordt relevante literatuur aangedragen. De inwoner mist aandacht voor de gezondheid van omwonenden en fruittelers en hun gezinnen in relatie tot schadelijke chemicaliën die in de fruitteelt worden gebruikt. Inwoner is van mening dat fruittelers aangespoord moeten worden om duurzamer te werken en ziet overkapping van de fruitteelt niet overal als gewenste oplossing.

recreanten en inwoners. Dit zorgt voor verblijfskwaliteit voor inwoners en maakt het gebied aantrekkelijk voor recreanten. Hierbij benutten we de uitstraling en het imago van de fruitregio & Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het beleefbaar maken van de Linge mag geen onevenredige schade toebrengen aan de Kaderrichtlijn Water (KRW) functie.” We zullen de tekst in paragraaf 3.6 aanpassen zodat deze recht doet aan de rollen en taken: “Waterschap Rivierenland versterkt in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) onze dijken om zo de waterveiligheid in onze gemeente te waarborgen. Samen met het Waterschap werken we ook aan meekoppelkansen bij de dijkversterking. Deze kansen betreffen onder andere recreatie, cultuurhistorie en verkeer. Het is de bedoeling dat na de dijkversterking de dijk een plek is waar bewoners en bezoekers zich veilig kunnen verplaatsen en kunnen recreëren in het mooie rivierenlandschap.”

We nemen hier kennis van en zullen de relevante literatuur -voor zover niet al bekend- bestuderen ten behoeve van de verdere uitwerking. In onze gemeente is de ‘spuitzone’ (de afstand die aangehouden moet worden tussen boomgaarden en gevoelige functies) een belangrijk onderwerp. We zoeken hier continu naar evenwicht tussen mogelijkheden voor de (fruit)teelt in combinatie met gevoelige functies. Daarbij merken we op dat vanuit landelijke regels al veel druk op de sector wordt gezet om duurzamer te werken. Hier wensen we geen extra lokale druk uit te oefenen. We zullen hier een passage over opnemen in paragraaf 3.5 van de Omgevingsvisie: “Dit vraagt om zorgvuldige ruimtelijke afwegingen. Ook met betrekking tot ruimtebeslag vanwege milieu- en gezondheidsrichtlijnen. Daarbij hebben wij bijzondere aandacht voor de ‘spuitzone’. Op basis van jurisprudentie streven wij momenteel naar een afstand van 50 meter tussen (fruit)boomgaarden en gevoelige bestemmingen. Gelet op de 15 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

! 18c

De inwoner roept op om ook in geval van bestaande situaties in te zetten op verbeteringen. Vergunningen uit het verleden kunnen ook aangescherpt of ingetrokken worden.

19 19a

Stichting De Zeven Kastelen De stichting verzoekt de zeven kastelen die in en rondom Deil bestonden aan te duiden op de kaart met het leesbare landschap en cultuurhistorie van West Betuwe (p.23). En hieromheen een beschermingszone weer te geven.

19b

Daarnaast verzoekt de stichting landschappelijke waarden in het aandachtsgebied van de stichting (rondom Deil en Enspijk) een beschermenswaardige status te geven: voor zover gelegen binnen Nationaal Landschap, Groene ontwikkelzone of Gelders Natuurnetwerk, met inbegrip van een ‘buitenplaats biotoop’ met beschermingszone van 350 m aan de zuidgrens van de beschermde buitenplaats Marienwaerdt. De stichting verzoekt specifieke plekken waar teeltondersteunende voorzieningen niet worden toegestaan te benoemen: het Nationaal Landschap, de Groene ontwikkelzone, het Gelders Natuurnetwerk en ter plaatse van kromakkers

19c

druk op de ruimte houden wij ontwikkelingen op dit vlak nauwlettend in de gaten. Als deze afstand op een veilige wijze kan worden verkleind, maken wij daar graag gebruik van.” Over het overkappen van fruitteelt zullen we het opstellen van een visie op teeltondersteunende voorzieningen agenderen in hoofdstuk 6. Aan reeds verleende vergunningen kunnen vergunninghouders rechten ontlenen. Het inperken van bestaande rechten vraagt vaak om een vorm van compensatie. Dit vraagt ook om maatwerk. Uit ons bestaand beleid volgt hierover geen algemene beleidslijn. Vooralsnog hebben we ook niet de intentie hier lokaal beleid op te maken, maar waar verbetering in individuele gevallen mogelijk is, zetten we hier graag op in.

In deze Omgevingsvisie 1.0 sluiten we aan bij het recent vastgestelde erfgoedbeleid. Op de inventarisatiekaart zijn gebouwen en gebieden met een monumentale status weergegeven. Bij de kerngerichte uitwerkingen voor Deil en Enspijk is het mogelijk om een verbijzondering op te nemen en de zeven kastelen wel aan te duiden. Indien de kerngerichte uitwerkingen (zie hierboven) vragen om bescherming, dan zal deze bescherming vorm krijgen in het Omgevingsplan.

Duidelijkheid over waar en onder welke voorwaarden teeltondersteunende voorzieningen kunnen worden toegestaan is voor meerdere partijen met tegenstrijdige belangen gewenst. We zullen het ontwikkelen van deze visie agenderen in hoofdstuk 6 van de 16 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

!

Omgevingsvisie. Zo mogelijk wordt de uitvoering al opgepakt in het kader van het Landschapsontwikkelingsplan 2022.

20 20a

Dunea Dunea verzoekt ter bescherming haar drinkwaterleiding deze leiding voor zover gelegen binnen de gemeente West Betuwe op te nemen in de Omgevingsvisie

21 21a

Inwoner Deil Gevraagd wordt wanneer inwoners input konden geven voor de visie en wie de maatschappelijke (keten)partners zijn.

21b

Inwoner merkt op dat de kernagenda’s nog in ontwikkeling zijn en niet zijn geïmplementeerd in de omgevingsvisie. Daarmee is de omgevingsvisie naar zijn mening te vroeg en onvolledig.

21c

Gevraagd wordt wie de stakeholders zijn die zijn betrokken bij de Week van de Leefomgeving. Opmerkt wordt dat dorpsraden niet zijn betrokken.

21d

Over de ambities in paragraaf 3.2 stelt de inwoner dat er in meer dorpen dan Meteren en Beesd moet worden gebouwd. Moties over woningbouw bij Haaften en Deil komen niet terug in de visie.

Het abstractieniveau van de Omgevingsvisie is zodanig dat leidingtracés niet zijn weergegeven op de visiekaart. Uiteraard onderkennen we het belang van deze leiding en de noodzaak tot bescherming. In ieder geval zullen wij de leiding aanduiden in ons nog op te stellen omgevingsplan.

De Omgevingsvisie 1.0 is gebaseerd op het Bidbook en recent geharmoniseerd beleid waarop inwoners veelal input konden geven. Daarnaast is in de Week van de Leefomgeving (eind september, begin oktober) voor iedereen gelegenheid geweest om deel te nemen aan groepsgesprekken en een swipocratie. De maatschappelijke (keten)partners zijn organisaties met wie gezamenlijk gewerkt wordt aan (beleid over de) fysieke leefomgeving. Enkele voorbeelden: het waterschap, de provincie, buurgemeenten, GGD, veiligheidsregio. De Omgevingsvisie 1.0 is bedoeld als document waarin de strategische hoofdlijnen van het beleid over de fysieke leefomgeving voor de hele gemeente zijn weergegeven. Door dit document met de kernagenda’s (waarin de dorpen zelf aangeven wat er speelt) te confronteren is er een goede basis om kerngerichte uitwerkingen van de omgevingsvisie te maken. Naast de stakeholders zijn een aantal belangenbehartigers van thema’s die in de hele gemeente spelen actief uitgenodigd. Overige inwoners en stakeholders zijn via algemene publicaties en contacten met gebiedsmakelaars geïnformeerd en konden zich ook aanmelden. De omgevingsvisie 1.0 sluit aan bij de recent vastgestelde woonvisie. Die benoemt Meteren en Beesd als de locaties waar de grootste aantallen woningen kunnen worden toegevoegd. In vrijwel alle andere 17 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

Enkele argumenten die ten grondslag liggen aan de woonvisie worden ter discussie gesteld.

21e

Inwoner is van mening dat de inzet op kringlooplandbouw en natuurinclusieve landbouw in paragraaf 3.5 niet reëel is. En dat dit de concurrentiepositie van agrariërs in onze gemeente schaadt.

21f

Inwoner vraagt zich af op welke manier het vergroten van de biodiversiteit wordt nagestreefd en of dit echt wel nodig is. Inwoner verzoekt op pagina 59 van de ontwerp visie op te nemen dat een recreatief dagverblijf met specifieke afmetingen op bestaande percelen is toegestaan en dat uitbreiding door splitsing van percelen niet is toegestaan. Inwoner is van mening dat het onderscheid tussen kleine en grote kernen discriminerend is. Behoud van senioren en supermarkten doet onvoldoende voor de leefbaarheid. Jonge gezinnen en onderwijs zijn belangrijk. De gemeente zou moeten streven naar optimale leefbaarheid in iedere kern.

21g

21h

kernen is ook ruimte voor het toevoegen van kleinere aantallen woningen; dat is ook zo op de visiekaart aangeduid. Naar Deil en Haaften wordt nu specifiek onderzoek gedaan; dit is echter nog niet ver genoeg gevorderd om de locatie expliciet in te kunnen tekenen op de visiekaart. Mede op basis van nationaal beleid (kringlooplandbouw) en een motie vanuit de gemeenteraad willen we meer inzetten op deze thema’s. In de ambitie staat ook dat we een balans zoeken tussen verschillende thema’s. De mate waarin agrariërs in onze landelijke gemeente kunnen blijven ondernemen is daar ook een element in. De uitwerking van deze ambitie krijgt aandacht in het Landschapsontwikkelingsplan 2022 dat momenteel in ontwikkeling is. Hetgeen de inwoner hier voorstelt is te gedetailleerd voor de visie. De exacte voorwaarden en afmetingen voor een recreatief dagverblijf zullen worden afgewogen en opgenomen in het omgevingsplan. Reeds in bestaand (detailhandels)beleid wordt onderscheid gemaakt tussen kleinere en grotere kernen. Het aantal inwoners van een kern is veelal een belangrijke factor voor de mate waarin voorzieningen aanwezig zijn of blijven. Juist ouderen zijn vaak wat minder mobiel en hebben behoefte aan basisvoorzieningen, dat is de reden dat (in lijn met de woonvisie) er extra aandacht voor deze doelgroep moet zijn bij plannen in de nabijheid van voorzieningen als een supermarkt.

Het moge overigens duidelijk zijn dat de gemeente altijd streeft naar optimale leefbaarheid in iedere kern. Wat optimaal is, is uiteraard per kern verschillend.

18 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

Hoofdstuk 3: Ambtshalve aanpassingen Inleiding Niet alleen zienswijzen hebben geleid tot de wens om aanpassingen door te voeren in de omgevingsvisie. Intern en samen met enkele ketenpartners is ook nog eens kritisch gekeken naar sommige onderdelen van de omgevingsvisie. In dit hoofdstuk is opgesomd welke aanpassingen nog worden doorgevoerd zonder dat een zienswijze hier direct aanleiding toe geeft.

Tekstuele aanpassingen Onderstaande tekstuele aanpassingen hebben over het algemeen geen invloed op de bedoeling van de Omgevingsvisie, maar zorgen wel voor meer duidelijkheid. •

• Lokale bedrijventerreinen In het ontwerp van de Omgevingsvisie was onvoldoende duidelijk gemaakt dat we lokale bedrijventerreinen niet op slot willen zetten. In lijn met het recent vastgestelde beleid over bedrijventerreinen nemen we in paragrafen 3.3 en 5.3 op dat we in afstemming met de regio kleinschalige uitbreiding van lokale bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijven mogelijk willen maken. Motie Natuur inclusief bouwen Doordat gedurende het proces van de totstandkoming van de Omgevingsvisie 1.0 besloten is het bestaande beleid in deze eerste omgevingsvisie op te nemen, is er nog geen beleid over natuurinclusief bouwen opgenomen. Dit agenderen we daarom op de onderzoeksagenda in hoofdstuk 6. De uitvoering hiervan krijgt overigens al deels vorm bij de ontwikkeling van het landschapsontwikkelingsplan 2022 waar momenteel aan wordt gewerkt.

•

•

Op pagina 14 en 15 vervangen we de infographic over de Swipocratie door een exemplaar zonder taalfouten en dubbele verwijzing naar één stelling. Op pagina 21 wordt opgehelderd dat er niet ‘binnen de gemeente West Betuwe’ sprake is bestuurlijke wisselingen, maar dat de bestuurlijke inrichting van het gebied in de loop de tijd meerdere malen is gewijzigd door fusies. Op pagina 33 van het ontwerp van de visie staat “West Betuwe ontwikkelt zich als een gemeente waarin de leefomgeving op een positieve manier bijdraagt aan de gezondheid van onze inwoners.” Deze doelstelling is ook bedoeld voor anderen die in onze gemeente verblijven. We voegen daarom toe “… inwoners en bezoekers” Deze bezoekers kunnen verschillende redenen hebben om in West Betuwe te verblijven, bijvoorbeeld werk of recreatie. Op pagina 33 duiden we de relatie tussen de inclusieve samenleving, gezondheid en verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving door het vijfde bullet te herformuleren en de onderstreepte woorden toe te voegen: “In West Betuwe gaan we uit van een inclusieve samenleving: iedereen kan en mag meedoen in onze maatschappij. Onze ambitie is om bij nieuwe ontwikkelingen te zorgen voor toegankelijke openbare ruimte, een goede en veilige infrastructuur, waaronder OV- en

19 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

•

fietsverbindingen (zie ook paragraaf 3.3), en toegankelijke en gezonde (openbare) gebouwen.” Op pagina 49 van het ontwerp van de visie benoemen we ok de gezondheid van de inwoners expliciet als één van de belangen waarmee rekening wordt gehouden: “Als West Betuwe blijven we ons ontwikkelen als dé fruitgemeente van Nederland. We zoeken daarbij naar een gezonde balans in het bieden van ruimte voor uitbreiding, schaalvergroting, teeltondersteunende voorzieningen en het versterken van ons landschap, bescherming van de cultuurhistorie, de natuur en de gezondheid van onze inwoners.”

•

•

Op pagina 56 van het ontwerp van de visie wordt geschreven over duurzaam materiaalgebruik en inzet op hergebruik. Hieraan voegen we toe: Het hergebruik van grondstoffen moet praktisch uitvoerbaar, milieu hygiënisch verantwoord en transparant zijn. Daarmee geven we vorm aan milieuvriendelijk en verantwoord hergebruik in de gemeente. Dit sluit aan bij de tekst zoals die is opgenomen in de vastgestelde Nota Bodembeheer. Op pagina 97 van het ontwerp visiedocument corrigeren we het jaartal van het beleid grondgebonden zon. Dit is niet 2015, maar 2020.

3 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

Bijlage: visiekaart In deze bijlage zijn op de eerste pagina de visiekaart uit het ontwerp van de omgevingsvisie en op de tweede pagina de visiekaart met de voorgestelde aanpassingen bij vaststelling weergegeven.

3 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

Visiekaart Ontwerp Omgevingsvisie 1.0

3 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

Visiekaart Omgevingsvisie 1.0 inclusief voorgestelde wijzigingen

4 | NOTA VAN ZIENSWIJZEN OMGEVINGSVISIE WEST BETUWE 1.0

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/421/documents/9380