RV2022-013 Bijlage 2 bij Toelichting Ecologische inventarisatie 2019.pdf
Tekst van het document
Paragraaf ecologie – Haarweg 2 Spijk - 144.15.50.00.00
X.X Ecologie *KADER Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een inventarisatie van natuurwaarden uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of een vooronderzoek in het kader van de Flora- en faunawet (Ffw), een Voortoets in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw 1998) of een analyse in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 12 april 2016 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs bv. *TERREINOMSTANDIGHEDEN Het plangebied ligt aan de Haarweg in het buitengebied tussen de het dorp Spijk en de stad Gorinchem. Op circa 500 meter ten zuiden van het plangebied ligt de autosnelweg A15 en aan de overzijde van de Haarweg ligt een golfterrein. Het plangebied betreft het erf van een voormalig agrarisch bedrijf en een deel van de twee ten oosten hiervan gelegen agrarische percelen (ten tijde van het veldbezoek in gebruik als weiland). De beoogde plannen op het bestaande erf betreffen de sloop van de twee bijgebouwen (stal en schuur) en de realisatie van een buitenbak voor paarden en een schuur. De paardenbak is reeds gerealiseerd en van de schuur zijn het fundament en het geraamte geplaatst. Het bestaande woonhuis blijft behouden en een deel van de groenstructuren worden mogelijk verwijderd.
Op de twee ten oosten gelegen percelen zijn nieuwe woonpercelen (woning met bijgebouw) gepland. In verband met de inritten voor deze percelen worden dammen geplaatst in de watergang parallel aan de Haarweg.
Impressie plangebied (12 april 2016)
Soortbescherming *FLORA- EN FAUNAWET Achter de Ffw staat het idee van de zorgplicht voor in het wild levende beschermde dieren en planten en hun leefomgeving. Beschermde soorten worden opgesomd in de ‘lijsten beschermde inheemse planten- en diersoorten’. De Algemene Maatregel van Bestuur ex artikel 75 van de Ffw van 23 februari 2005, kent een driedeling voor het beschermingsniveau van planten- en diersoorten,
hierna te noemen: licht, middelzwaar beschermd en streng beschermd. De inheemse vogelsoorten hebben een afwijkend beschermingsregime; ze vallen zowel onder het middelzware als strenge beschermingsregime. *INVENTARISATIE Ten aanzien van de aanwezigheid van beschermde soorten is, naast het afgelegde veldbezoek, via Quickscanhulp.nl1 (© NDFF - quickscanhulp.nl 11-042016 12:35:41) soortinformatie uit de Nationale Database Flora en Fauna 2 opgevraagd. Uit de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van diverse zwaarder beschermde planten- en diersoorten bekend. Op basis van het veldbezoek blijkt echter dat het plangebied een beperkte natuurwaarde heeft. In het plangebied zijn plantensoorten van voedselrijke omstandigheden zoals gewone paardenbloem, koolzaad, paarse dovenetel, hondsdraf en grote brandnetel aangetroffen. Verder zijn enkele gecultiveerde planten en struiken aanwezig. Mogelijk komt in de watergang de licht beschermde plantensoort zwanenbloem
voor.
Zwaarder
beschermde
plantensoorten
zijn
niet
aangetroffen en worden gezien de terreingesteldheid ook niet verwacht. In de stal en schuur zijn geen sporen (zoals nesten, braakballen et cetera) aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van broedvogels met een jaarrond beschermde nestplaats. Ook zijn op het erf geen waarnemingen van bijvoorbeeld huismus gedaan. Mogelijk vormen de agrarische percelen wel onderdeel van leefgebied van een in de omgeving broedende buizerd (broedvogel
met
jaarrond
beschermde
nestplaats).
Meer
algemeen
voorkomende broedvogels zoals houtduif, merel, vink en winterkoning zijn wel broedend in de bebouwing en groenstructuren te verwachten. Langs de watergang is een soort als wilde eend broedend te verwachten. Daarnaast zijn op de agrarische percelen enkele niet kritische weidevogels zoals kievit en scholekster broedend te verwachten. Gezien de bouwconstructie en de gebruikte materialen (zoals muren zonder spouw, golfplaten en/of damwandplaten) zijn hierin geen verblijfplaatsen van vleermuizen te verwachten. Ook zijn in de aanwezige bomen geen ruimten aangetroffen die kunnen dienen als verblijfplaats voor vleermuizen. Het plangebied dient mogelijk wel als foerageergebied voor in de omgeving verblijvende vleermuizen zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis.
1
Quickscanhulp.nl is een online applicatie waarmee een afgeleide van data uit de NDFF wordt weergegeven. Het is daarmee een hulpmiddel voor ervaren ecologen om te bepalen of een beschermde soort wel of niet in het plangebied kan voorkomen. Quickscanhulp.nl geeft aan op welke afstand waarnemingen van beschermde soorten in relatie tot het plangebied zijn aangetroffen. Voor Quickscanhulp.nl worden alleen gevalideerde
2
waarnemingen gebruikt. Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meeste complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft informatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens. Informatie is te vinden op www.natuurloket.nl.
2
De watergang parallel aan de Haarweg is tijdens het veldonderzoek bemonsterd met een groot fijnmazig schepnet (model RAVON). Daarbij is alleen de niet beschermde vissoort baars aangetroffen. Op basis van het veldonderzoek en het aanwezige biotoop worden beschermde vissoorten ook niet verwacht in de betreffende watergang. Voortplanting en overwintering van licht beschermde amfibieënsoorten zoals bastaardkikker, bruine kikker en gewone pad is te verwachten in de watergang, waterbodem en/of onder opgeslagen goederen en strooisellaag en ruigte. De op quickscanhulp genoemde zwaarder beschermde amfibieën (heikikker, rugstreeppad, kamsalamander en alpenwatersalamander) zijn wegens het ontbreken van geschikt biotoop niet te verwachten in het plangebied. Hoogst waarschijnlijk zijn de vermelde waarnemingen afkomstig uit de omgeving van de Linge (watergang ten noorden van Spijk), van het golfterrein (ten noorden van het plangebied), het Lingebos (ten oosten van het plangebied) en/of de Waal (ten zuiden van het plangebied en de A15). Verder zijn in het plangebied (en de directe omgeving) hooguit enkele licht beschermde diersoorten zoals egel, veldmuis, huisspitsmuis en gewone pad te verwachten.
Gezien de aard van het plangebied, de kennis over leefgebieden van soorten en de beschikbare gegevens, kan van alle soortengroepen met voldoende zekerheid een oordeel worden gegeven over het voorkomen van beschermde soorten in het gebied. *TOETSING Indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd kunnen in gebruik zijnde nesten van vogels worden verstoord. Het is verboden nesten van vogels (indien nog in functie) te verstoren of te vernietigen (artikel 11 en 12 van de Ffw). Om verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen te voorkomen dient bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden daarom voldoende rekening te worden gehouden met het broedseizoen of dient voorafgaand aan de werkzaamheden te worden vastgesteld dat geen broedgevallen aanwezig zijn. De Ffw kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het is van belang of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Als gevolg van de plannen verdwijnt mogelijk een klein deel van het leefgebied van een soort als buizerd. Er blijft echter voldoende leefgebied beschikbaar, negatieve effecten als gevolg van de plannen zijn zodoende niet te verwachten op een soort als buizerd.
Als gevolg van de ruimtelijke ontwikkelingen kunnen verblijfplaatsen van enkele licht beschermde soorten amfibieën en/of zoogdieren en standplaatsen van enkele licht beschermde plantensoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De aanwezige licht beschermde soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen onder de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de
3
zorgplicht van de Flora- en faunawet. Als gevolg van de ontwikkelingen verandert het plangebied
niet van waarde als foerageergebied voor
vleermuizen. Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Natuurbeschermingswet 1998 en de provinciale structuurvisie en verordening. *NATUURBESCHERMINGSWET 1998 In de Nbw 1998 is de bescherming van specifieke (natuur)gebieden geregeld. In de Nbw 1998 zijn ook de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. Onder de Nbw 1998 worden drie typen gebieden aangewezen
en
beschermd:
Natura
2000-gebieden,
Beschermde
Natuurmonumenten en Wetlands. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Nbw 1998 een externe werking kent. *PROVINCIALE NATUUR Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voormalig EHS) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van het NNN. De provincie Gelderland streeft naar het veiligstellen van de verscheidenheid (biodiversiteit) en kwaliteit van de Gelderse natuur. Hiertoe zet de provincie in op de realisatie van een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. Dit wil de provincie bereiken door de bestaande natuur in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) te beschermen en de samenhang te versterken door het uitbreiden van natuurgebieden in het GNN en het aanleggen van verbindingszones in de Groene Ontwikkelingszone (GO). Dit vindt plaats in de Omgevingsverordening Gelderland. De GNN en GO kent formeel geen externe werking. *INVENTARISATIE Het plangebied ligt niet in en grenst niet aan een beschermd gebied in het kader van de Nbw 1998.
Het dichtstbijzijnde beschermde gebied in het kader van de Nbw 1998 betreft Natura 2000-gebied Lingegebied & Diefdijk-Zuid gelegen op een afstand van circa 1 km ten noorden van het plangebied. Het plangebied ligt verder niet in en grenst niet aan gronden die in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid zijn aangewezen als GNN of GO. Dergelijke gebieden zijn gelegen op een afstand van circa 400 meter en verder. *TOETSING Beschermde gebieden liggen op een geruime afstand van het plangebied. Het plangebied heeft daarnaast geen belangrijke ecologische relaties met beschermde gebieden. Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van
4
beschermde gebieden en de aard van het plan, worden negatieve effecten van het plan op Natura 2000-gebieden op voorhand niet verwacht. Het plan heeft in het kader van de Nbw 1998 geen negatieve gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van natuurlijke habitats en soorten. Het plan is daarnaast niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Conclusie Op basis van de uitgevoerde ecologische inventarisatie is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van het plan een voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Uit de ecologische inventarisatie is naar voren gekomen dat een vooronderzoek in het kader van de Ffw, een Voortoets in het kader van de Nbw 1998 of een analyse in het kader van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet noodzakelijk is. Met inachtneming van het broedseizoen van vogels is een ontheffing van de Ffw of een vergunning op grond van de Nbw 1998 voor de beoogde activiteiten op voorhand niet nodig. Het plan is daarnaast op het punt van
provinciaal
natuurbeleid
niet
in
strijd
met
de
Provinciale
Omgevingsverordening. Op voorhand kan in redelijkheid worden gesteld dat natuurwet en -regelgeving de uitvoerbaarheid van het ruimtelijke plan niet in de weg staat.
5