RV2022-010 Bijlage 3 20210506 BP Regelstation Neerijnen_ontwerp_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Regelstation Neerijnen Bestemmingsplan
Opdrachtgever
Liander N.V.
Gemeente Identificatienummer Versie Datum Opsteller Projectnummer
West Betuwe NL.IMRO.1960.NEEVanPallandtw1b-ONT1 Ontwerp 6 mei 2021 R. Nijdam 1017
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding ......................................................................................................................... 3 Aanleiding ..................................................................................................................... 3 Ligging........................................................................................................................... 3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................... 4 Leeswijzer ..................................................................................................................... 5 Begrippenlijst................................................................................................................. 5
2 2.1 2.2
Het plan ......................................................................................................................... 6 Bestaande situatie ........................................................................................................ 6 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 7
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidskader ............................................................................................................... 11 Inleiding ....................................................................................................................... 11 Rijksbeleid ................................................................................................................... 11 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 13 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 14
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Omgevingsaspecten ................................................................................................... 15 Inleiding ....................................................................................................................... 15 Archeologie ................................................................................................................. 15 Landschap en cultuurhistorie ...................................................................................... 17 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 17 Water........................................................................................................................... 18 Flora- en fauna ............................................................................................................ 19 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 21 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 21 Geluid .......................................................................................................................... 23 EM velden ...................................................................................................................
24 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 24 Externe veiligheid ........................................................................................................ 25 Conventionele explosieven ......................................................................................... 26 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 26
5 5.1 5.2
Toelichting op de regels .............................................................................................. 27 Algemeen .................................................................................................................... 27 Nadere toelichting op de regels .................................................................................. 27
6 6.1 6.2 6.3
Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 30 Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 30 Planschade ................................................................................................................. 30 Conclusie .................................................................................................................... 30
7 7.1 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 31 Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro ..................................................................................... 31 Zienswijzen ................................................................................................................. 32
Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8:
Landschapsplan Archeologisch onderzoek Verkennend bodemonderzoek Watertoets Quickscan Wet natuurbescherming Stikstofdepositie berekening Akoestisch onderzoek Vooronderzoek Conventionele Explosieven
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
2/32
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Liander is verantwoordelijk voor het aanleggen, onderhouden en beheren van elektriciteitsnetten in de provincie Gelderland en in delen van de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland, Utrecht en Friesland. Binnen dit verzorgingsgebied transporteert Liander elektriciteit naar 3,1 miljoen huishoudens, bedrijven en instellingen. Liander werkt iedere dag aan een energievoorziening die iedereen onder gelijke condities toegang geeft tot betrouwbare, betaalbare en duurzame energie. Om dat voor elkaar te krijgen, is het belangrijk om de veiligheid, kwaliteit en capaciteit van de netten hoog op orde te houden. De netinfrastructuur moet nu en in de toekomst aan de capaciteitsbehoefte van de klanten voldoen. In de omgeving van het regelstation Neerijnen in de gemeente West Betuwe is meer vermogen nodig. Daarom moet de capaciteit van het bestaande regelstation aan de Van Pallandtweg 1b worden uitgebreid. Vanwege gebrek aan ruimte op het bestaande perceel, is de capaciteitsuitbreiding ten noorden van het bestaande gebouw geprojecteerd. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de uitbreiding mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging
Het plangebied omvat de gronden van de uitbreiding en ligt ten noorden van het bestaande regelstation. In afbeelding 1 hieronder is de ligging en begrenzing getoond. In hoofdstuk 2 is een uitgebreidere toelichting gegeven op de ligging en de huidige situatie.
afbeelding 1: luchtfoto met projectlocatie in rood aangeduid
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
3/32
Inleiding
1.3
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied gelden de bestemmingsplannen 'Buitengebied' (vastgesteld op 18 februari 2016) en 'Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017' (vastgesteld op 6 juli 2017). Het bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017 vormt een herziening op het moederplan 'Buitengebied'. In afbeelding 2 is het plangebied weergegeven op een uitsnede van ruimtelijkeplannen.nl. Het grootste deel van het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch’. Er is grondgebonden agrarische bedrijvigheid toegestaan. Nutsvoorzieningen zijn in de bestemming toegestaan. Echter, er is geen bouwvlak opgenomen, wat betekent dat er alleen bouwwerken, geen gebouw zijnde, kunnen worden gebouwd (met een maximumhoogte van 3 meter en max. oppervlakte van 10 m2). Het meest westelijke deel heeft de bestemming ‘Verkeer’. Ook hier zijn nutsvoorzieningen toegestaan, maar net als in de bestemming ‘Agrarisch’ zijn er geen gebouwen mogelijk. Er is in het bestemmingsplan geen wijzigings- of afwijkingsbevoegdheid opgenomen die de gewenste nieuwe bebouwing mogelijk maakt. Daarom is een nieuw bestemmingsplan nodig. Het nieuwe bestemmingsplan omvat het gebied van de uitbreiding. Hier wordt een op maat gemaakte bestemming ‘Bedrijf-Nutsvoorziening’ opgenomen waarbinnen de bebouwing en installaties zijn toegestaan. Ook zijn de gronden meegenomen die een nieuwe landschappelijke inrichting krijgen.
In hoofdstuk 2 is het plan nader beschreven.
uitbreiding
afbeelding 2: uitsnede vigerend bestemmingsplan, met rode stippellijn is het plangebied aangegeven (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
4/32
Inleiding
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven, waarbij eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie en vervolgens op de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht hoe de planuitgangspunten zijn vertaald naar de bestemmingsregels. De economische uitvoerbaarheid van het plan is beschreven in hoofdstuk 6 en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 7.
1.5
Begrippenlijst
In het bestemmingsplan worden verschillende begrippen gebruikt, welke vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Regelstation Op een regelstation wordt middenspanning getransformeerd naar een andere middenspanning. De elektriciteit wordt vervolgens gedistribueerd via de middenspanningsinstallatie naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. Transformator Een transformator zet elektriciteit om van de ene spanning naar een andere spanning. Transformatorvermogen Het vermogen ofwel capaciteit van de transformator, uitgedrukt in MVA. Transformatorruimten De transformator komt in een bouwwerk te staan, bestaande uit 3 dichte wanden. De bovenzijde is open. MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in VoltAmpère (VA). 1 MVA (MegaVoltAmpère) is 1.000.000 VA. Middenspanning Middenspanning is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningen in het elektriciteitsnet. Alle spanningen van hoger dan 1kV en lager dan 25kV vallen hieronder. kV De hoogte van de spanning uitgedrukt in kiloVolt, 10kV is 10.000 Volt.
Middenspanningsinstallatie De installatie zorgt ervoor dat de elektriciteit gedistribueerd wordt over verschillende kabels naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. De middenspanningsinstallatie is de “groepenkast” van een (regel)station.
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
5/32
Het plan
2
Het plan
2.1
Bestaande situatie
Het plangebied bestaat uit open weiland en heeft een omvang van ca. 3.400 m2. Vanaf de Kaalakkerstraat is een toegang tot het perceel. Aan de zuidzijde staat het huidige regelstation, aan de Van Pallandtweg 1 te Neerijnen. Het bestaande station bevindt zich in een groene omgeving. Het perceel dat het station ten zuiden en oosten omsluit betreft Landgoed Neerijnen, wat in eigendom is van het Geldersch Landschap. Op het terrein is een voormalig schakelgebouw van Liander aanwezig dat nu in gebruik is als (dag)horecagelegenheid en cultureel centrum (Het Stroomhuis). Het bestaande station is aan de westzijde ontsloten middels een oprit met duiker. Het perceel is gescheiden van de weg middels een watergang. Op het perceel van het regelstation is onvoldoende ruimte om de geplande ontwikkelingen te realiseren. Daarom is het voornemen om de uitbreiding op de gronden ten noorden van het huidige regelstation te realiseren.
afbeelding 3: luchtfoto met projectlocatie in rood aangeduid
In de directe omgeving van het plangebied vinden twee ontwikkelingen plaats. Ten westen van de locatie wordt een nieuw landgoed ontwikkelt, Landgoed Het Heuvelbosch. Hier worden drie wooneenheden gerealiseerd. Daarnaast wordt het 5,5 hectare groot landgoed grotendeels openbaar waarmee het recreatieve netwerk in de omgeving wordt versterkt. Ten zuiden van het plangebied wordt een werkschuur voor stichting Het Geldersch Landschap gerealiseerd. Deze
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
6/32
Het plan
nieuwe werkschuur gaat dienen als uitvalbasis voor onderhoudswerkzaamheden in het bos, als opslag plaats voor materiaal en opstelplaats voor voertuigen.
afbeelding 4: aanzicht van het plangebied (bron: Google maps)
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1 Beschrijving bouwplan Het huidige regelstation Neerijnen is een 10/10 kV regelstation met een 10kV-installatie en een 10/10kV regeltransformator met een vermogen van 23 MVA. Het is de bedoeling om het regelstation over te zetten op het 20kV net. Hiervoor komt er een nieuw 20/10kV schakelgebouw en wordt het transformatorvermogen uitgebreid door drie transformatoren van elk 20 MVA te plaatsen (totaal opgesteld vermogen van 60 MVA). De nieuwe situatie valt daarmee onder milieucategorie 3.1 (vermogen van 10 t/m 100 MVA). Voor de aansluiting op het bestaande regelstation zullen er kabels worden aangelegd tussen het bestaande en het nieuwe station. Na uitbreiding wordt de bestaande transformator buiten gebruik gesteld en verwijderd. Er is een ontwerp van de toekomstige situatie gemaakt. Dit is in afbeelding 5 weergegeven. Het nieuwe regelstation wordt aan de westzijde ontsloten, via de bestaande aansluiting op de Kaalakkerstraat. Het nieuwe schakelgebouw zal ca. 4,5 m hoog worden en de transformatorruimten worden ca. 5 m hoog. Boven op het gebouw komen hekwerken van 1 m hoog als valbeveiliging. In het bestemmingsplan is als maximum bouwhoogte 6 m opgenomen om enige flexibiliteit in de ontwerpuitwerking te bieden. Op de bebouwing komen voorzieningen voor bliksemafleiding (bliksemspitsen), welke maximaal 8 m hoog worden (gemeten vanaf het maaiveld).
Aan de zuidzijde van het nieuwe schakelgebouw is een extra uitbreiding in de nabije toekomst voorzien (een aanvullende 10kV installatie). Het bestemmingsplan houdt hier rekening mee door een ruimer bouwvlak met een maximum bebouwingspercentage op te nemen. Op deze manier biedt het bestemmingsplan tevens de ruimte om de positie en indeling van de bebouwing nog te wijzigen ten opzichte van het huidige ontwerp. Er is ruimte om in totaal ca. 800 m2 aan bebouwd oppervlak te realiseren. Direct rondom de bebouwing komt verharding zodat het gebouw bereikbaar is voor onderhoud. Er komen enkele parkeerplaatsen met laadvoorzieningen voor elektrische auto’s. Op een regelstation werken geen mensen en er komt alleen af en toe een monteur voor onderhoud (maandelijks / halfjaarlijks). De parkeerbehoefte is dan ook minimaal en wordt op het eigen terrein opgevangen. De rest van de gronden worden groen ingericht. Er is een plan gemaakt voor de landschappelijke inpassing. Dat is in de volgende paragraaf beschreven.
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
7/32
Het plan
grens plangebied
nieuwbouw
reservering uitbreiding met 10kv installatie bestaande regelstation
afbeelding 5: geprojecteerde nieuwbouw ten noorden van het bestaande regelstation (bron: Urban Synergy)
2.2.2 Landschappelijke inpassing Het nieuwe regelstation zal vanaf verschillende kanten zichtbaar zijn. Om de nieuwe bebouwing goed in te passen in het landschap, is een plan gemaakt voor de beplanting (‘Landschappelijke inpassing Regelstation Van Pallandtweg 1 Neerijnen’, Urban Synergy). Dit rapport is opgenomen als bijlage 1 bij het bestemmingsplan. Het landschap rondom Neerijnen wordt gekarakteriseerd door de combinatie van open en besloten landschap. Onregelmatige blokverkaveling, oude wegenpatronen, kastelen, boomgaarden, bos, hagen en laanbomen geven het gebied een kleinschalig besloten karakter dat een sterk contrast vormt met de grootschaligere open komgebieden. Het plangebied ligt in het open komgebied, tegen de meer besloten oeverwal aan. Op basis van de landschappelijke analyse zijn ruimtelijke uitgangspunten vastgesteld voor de positionering en vormgeving van het nieuwe regelstation (het inpassingsconcept). 1. Uitgangspunt 1: Ensemble van ‘drie generaties stroomhuizen’ Het nieuwe regelstation komt bij het oude stroomhuis en het huidige regelstation te staan. Samen vormen zij het verhaal van ‘drie generaties stroomhuizen’. 2. Uitgangspunt 2: Oriëntatie richting de Van Pallandtweg, ontsluiting op de Kaalakkerstraat Uitgangspunt voor het nieuwe regelstation is om de oriëntatie van het station aan te laten sluiten op het oude stroomhuis en huidige regelstation.
Omwille van technische redenen zal de ontsluiting van het nieuwe regelstation aan de Kaalakkerstraat gerealiseerd worden. Na aanleg van het nieuwe regelstation zal de inrit naar het huidige regelstation behouden blijven, maar een informele en onopvallende uitstraling krijgen door middel van grasbetontegels, zodat er een rustiger beeld ontstaat. Op deze manier kan deze inrit nog wel gebruikt worden voor het terrein van de nieuwe werkschuur van Het Geldersch Landschap.
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
8/32
Het plan
3. Uitgangspunt 3: Stroomhuizen in de bosrand Het oude stroomhuis en huidige regelstation liggen in de bosrand. Het nieuwe regelstation wordt zo goed mogelijk ingepakt met beplanting zodat deze net als het huidige regelstation minder zichtbaar is vanuit de omgeving. Omdat er rondom het nieuwe regelstation veel kabels worden aangelegd is het niet mogelijk om het regelstation helemaal in te pakken met een dichte beplantingsrand. De beplanting in de groene zoom bestaat uit gebiedseigen soorten en sluit aan bij de bestaande soorten ter plaatse. Het oude stroomhuis blijft vanaf de 2e Tieflaarsestraat zichtbaar doordat deze zijde van het oude stroomhuis zoveel mogelijk vrij blijft van beplanting. Twee varianten Op basis van het inpassingsconcept zijn twee inpassingsvarianten opgesteld. De positie van het regelstation is in beide varianten nagenoeg hetzelfde. De materiaalkeuze en keuze voor type beplanting rondom het regelstation verschillen per variant. Bij beide varianten is sprake van beplanting aan de west- en noordzijde zodat het zicht op de nieuwbouw ontnomen is. Het verschil zit in de oostzijde. In variant 1 is de oostzijde van het regelstation vrij van beplanting om het zicht op het open grasland vanuit het oude stroomhuis zo goed mogelijk te behouden. Omdat het hekwerk aan deze zijde vanuit het stroomhuis zichtbaar is, wordt een fraai hekwerk toegepast.
In variant 2 ligt het terrein van het nieuwe regelstation iets dichter bij de Kaalakkerstraat, zodat ook aan de oostzijde ruimte is voor een groene rand met beplanting. Het hekwerk rondom het terrein gaat grotendeels schuil achter de beplanting in de groene zoom en de gemengde wilde haag. Omdat het hekwerk nauwelijks zichtbaar is, is in deze variant gekozen voor een standaard hekwerk. Keuze voor variant 1 Na intensief vooroverleg met landschapsadviseurs, vertegenwoordigers van het Gelders Landschap, Liander en vertegenwoordigers van de Dorpstafel Neerijnen is gekozen voor variant 1. Een en ander om een zo goed mogelijke inpassing in het landschap te bereiken, rekening houdend met het naastgelegen beschermd dorpsgezicht. Beschrijving van de gekozen landschappelijke inrichting Op basis van de ruimtelijke uitgangspunten en diverse gesprekken met belanghebbenden is het inpassingsplan verder uitgewerkt. In het inpassingsplan is dit toegelicht door middel van een plankaart, referentiebeelden voor materialen en beeldkwaliteit en 3D impressies. Het rapport dat als bijlage bij het bestemmingsplan is opgenomen, beschrijft alleen de gekozen variant 1. Het terrein van het nieuwe regelstation wordt verbonden met het terrein van het huidige regelstation. Zo kunnen de parkeerplaatsen, die nodig zijn voor het onderhoud, gecombineerd worden en blijft de hoeveelheid hekwerk minimaal.
Qua inrichting zet Liander zich in om zoveel mogelijk groen in te passen, zonder dat dit de functionaliteit van het terrein beïnvloed. Om de hoeveelheid bestrating te minimaliseren en waterinfiltratie te vergroten worden de parkeerplaatsen aangelegd met grasbetontegels en de toegangsweg met een combinatie van halfverharding en gras. Het terrein van het nieuwe regelstation is zoveel mogelijk richting de oostgrens geschoven zodat er aan de kant van de Kaalakkerstraat en aan de noordzijde van het plangebied zoveel mogelijk ruimte is voor een groene zoom. De beplanting in de groene zoom bestaat uit gebiedseigen soorten en sluit aan bij de bestaande soorten ter plaatse. In deze groene zoom wordt, waar technisch mogelijk, bosplantsoen beplanting geplant. De precieze plaatsen en aantal bomen in relatie tot boomsoorten is nader te definiëren in een beplantingsplan. De oostzijde van het regelstation is vrij van beplanting om het zicht op het open grasland vanuit het oude stroomhuis zo goed mogelijk te behouden. Omdat het hekwerk aan deze zijde vanuit het stroomhuis zichtbaar is, wordt een fraai transparant hekwerk toegepast. In afbeelding 6 is het ontwerp getoond, dat afkomstig is uit het landschapsplan. De landschappelijke inpassing is in het landschapsplan nader beschreven, zie hiervoor bijlage 1. In de regels
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
9/32
Het plan
is met een voorwaardelijke verplichting vastgelegd dat de landschappelijke inrichting binnen een jaar na de afronding van de bouwwerkzaamheden gerealiseerd moet worden.
afbeelding 6: ontwerp landschappelijke inpassing (bron: Urban Synergy)
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
10/32
Beleidskader
3
Beleidskader
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Betekenis voor het plan In de 'Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte' zijn nationale belangen opgenomen die zorgen voor een gegarandeerde basiskwaliteit voor alle bewoners van Nederland. De SVIR en het Barro zijn van beperkte betekenis voor onderhavig bestemmingsplan. Dit plan voorziet in de aanpassing van een nutsvoorziening. Voor dit initiatief is in de SVIR geen specifiek ruimtelijk beleid van toepassing.
Barro - Radarverstoringsgebied Het plangebied is gelegen in het radarverstoringsgebied van de radar van het Radarstation Herwijnen. In het Barro en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn regels opgenomen met bouwbeperkingen binnen radarverstoringsgebieden. Het doel van dit regime is om zeker te stellen dat de defensieradars een goed beeld van het luchtruim (en van wat daar vliegt) te behouden en dat dit beeld niet in onaanvaardbare mate wordt verstoord door hoge objecten. Met het oog hierop kunnen op grond van artikel 2.6.9 van het Barro hoge objecten in een radarverstoringsgebied slechts worden toegestaan nadat is aangetoond dat deze objecten het radarbeeld niet ontoelaatbaar verstoren, en op grond hiervan gunstig is beoordeeld door het Ministerie van Defensie. Voor elk radarverstoringsgebied is een toetsingshoogte bepaald. Binnen een afstand van 15 km van het radarstation Herwijnen geldt dat de maximale hoogte van bouwwerken in een radarverstoringsgebied wordt bepaald door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf de top van de radarantenne op 25 m NAP, oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf de radarantenne. De toetsingshoogte ter plaatse van dit bestemmingsplan bevindt zich op circa 65-70 meter boven NAP, zie afbeelding 7.
Wanneer een bouwwerk wordt gerealiseerd dat boven deze toetsingshoogte uit komt, is toetsing nodig. Het maaiveld binnen het plangebied ligt op gemiddeld 2,8 m boven NAP. Het bestemmingsplan maakt geen bouwwerken
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
11/32
Beleidskader
mogelijk groter dan 62,5 m boven maaiveld. Er is zodoende geen sprake van een mogelijke overschrijding van de toetsingshoogte.
afbeelding 7: uitsnede kaart toetsingshoogtes rond Radarstation Herwijnen, met rode cirkel is de locatie van het plangebied aangeduid.
3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening Sinds 1 juli 2017 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' aangepast in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 2 Bro). Het artikel luidt nu als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het artikel heeft tot doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering te voorkomen. Eerst moet worden beoordeeld of sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro. Deze luidt: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventuin of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Volgend uit jurisprudentie wordt een nieuw regelstation niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd (zie uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)).
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
12/32
Beleidskader
Betekenis voor het plan Gelet op de jurisprudentie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ladder niet nodig. Daar komt bij dat de gewenste ontwikkeling nodig is om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. De ontwikkeling is bij het bestaande regelstation voorzien om zo met een relatief eenvoudige aanpassing het elektriciteitsnetwerk toekomstbestendig te maken. Indien gekozen zou worden voor een andere locatie zijn er hogere maatschappelijke kosten voorzien en is er sprake van een complexere uitbreiding.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsverordening Gelderland De gemeente West Betuwe is gelegen in de provincie Gelderland. De provincie Gelderland heeft in de Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerd, december 2018) regels staan waar rekening mee moet worden gehouden bij een nieuw bestemmingsplan. Betekenis voor het plan De plannenviewer is geraadpleegd. Er zijn geen regels uit de verordening die direct relevant zijn voor het bestemmingsplan. Het plangebied ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN) of Groene ontwikkelingszone. Wel ligt het plangebied binnen een intrekgebied. Een intrekgebied is de ligt als een grote cirkel om een waterwingebied heen. Regenwater dat hier in de bodem zakt, kan binnen duizend jaar bij een waterwingebied zijn. Ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater is in de verordening opgenomen dat in een intrekgebied geen winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas is toegestaan. Er gelden in het gebied regels voor bestemmingsplannen die agrarische functies mogelijk maken maar deze regels zijn voor dit bestemmingsplan niet van toepassing. Het plan is niet strijdig met de regels uit de provinciale verordening.
afbeelding 8: uitsnede Omgevingsverordening Gelderland, geconsolideerde versie december 2018 (donkergroen is GNN, lichtgroen is Groene ontwikkelingszone
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
13/32
Beleidskader
3.3.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland integreert vijf wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Een van de ambities die de provincie heeft is een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten. Het doel is dat Gelderland in 2050 klimaatneutraal is, door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Het tussendoel is om in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland te verwezenlijken. Relevant in dit kader is de ontwikkeling van windenergie in de nabijheid van het plangebied. De oksels van de A15 en A2 bij Waardenburg en Deil en het Avri-terrein, zijn door de provincie Gelderland aangewezen als zoekzones voor windenergie. Die zones zijn bevestigd in de windvisies van de gemeenten Geldermalsen, Neerijnen en Tiel.
Inmiddels is er vergunning verleend voor de realisatie van meerdere windturbines in een lijn langs de A2. Naar verwachting draaien deze turbines eind 2019/ begin 20201. Voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de regio en de verduurzaming van de energieopwekking, is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. Het nieuwe regelstation is daar noodzakelijk voor.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Bidbook West Betuwe en Coalitieakkoord 2019-2022 In het kader van de fusie tot de gemeente West Betuwe is een agenda voor de toekomst opgesteld: het Bidbook West Betuwe. Het Bidbook West Betuwe beschrijft per kern de ambities, dromen en afspraken. De gemeenteraad van West Betuwe gebruikt dit bidbook als leidraad voor de toekomst van de nieuwe gemeente. Inwoners, dorpsorganisaties, vrijwilligers, ondernemers, agrariërs en maatschappelijke organisaties hebben meegewerkt aan dit bidbook. Stuk voor stuk hebben ze een boodschap meegegeven aan het bestuur van de nieuwe gemeente West Betuwe. Uit het Bidbook is op te maken dat in de gemeente veel waarde wordt gehecht aan een duurzame toekomst van de gemeente. Er worden kansen gezien in het energieneutraal maken van woningen en gebouwen en in het verminderen van energiegebruik. In de transitie van aardgas naar duurzame energieopwekking zijn kansen voor geothermie, zon en wind. In het Coalitieakkoord 2019-2022 is een van de hoofddoelstellingen van het college van West Betuwe om in 2030 energieneutraal te zijn. Daarbij is de focus op innovatieve, alternatieve energiebronnen, meer dan op windmolens. De gemeente toetst op haalbaarheid, kosten en baten en het draagvlak onder inwoners. Het college gaat aan de slag met het opstellen van een integraal uitvoeringsplan Energietransitie.
Betekenis voor het plan Voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de gemeente en omgeving, is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. De ambitie om te komen tot een energieneutrale gemeente in 2030 vraagt om een robuust elektriciteitsnetwerk dat de ontwikkelingen in de (meer decentrale) duurzame energieopwekking kan faciliteren. Het regelstation is noodzakelijk voor het goed functioneren van elektriciteitsnetwerk.
1
bron: www.betuwewind.nl/windpark-deil
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
14/32
Omgevingsaspecten
4
Omgevingsaspecten
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.
4.2
Archeologie
4.2.1 Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. 4.2.2 Betekenis voor het project Het archeologisch beleid van de gemeente West-Betuwe bestaat nog uit de beleidskades van de voormalige gemeenten. De archeologische waarden- en beleidskaart van de voormalige gemeente Neerijnen is geraadpleegd voor het plan (zie afbeelding 9). Het plangebied ligt in twee verschillende gebieden: het oranje gebied kent een hoge verwachting en het gele gebied een gematigde verwachting. Voor de gebieden met een hoge verwachting geldt een vergunningsplicht voor ingrepen in de bodem met een oppervlakte groter dan 250m² én dieper dan 0,50 m. Voor gebieden met een gematigde verwachting geldt een vergunningsplicht voor ingrepen in de bodem met een oppervlakte groter dan 5.000m² én dieper dan 0,50 m.
afbeelding 9: uitsnede archeologische beleidskaart Neerijnen (met rood is plangebied aangeduid)
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
15/32
Omgevingsaspecten
Door De Steekproef is een archeologisch onderzoek uitgevoerd (d.d. 20 november 2020). De rapportage is opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting. Hieronder zijn de bevindingen samengevat. Tijdens het Neolithicum lijkt het plangebied geen geschikte vestigingsplek te zijn geweest voor de mens. Weliswaar lijkt er toen een crevasse door het gebied te hebben gelopen, maar de afzettingen zijn van bescheiden omvang en niet sterk gerijpt. Tijdens de Middeleeuwen lijkt het gebied geschikter te zijn geweest voor menselijke bewoning door de oeverafzettingen. Het aangetroffen stuk menselijk bot kan van een middeleeuws graf zijn en kan ook van grote archeologische waarde zijn als het een geringere ouderdom heeft. Daarom blijft de archeologische verwachting voor de Middeleeuwen staan en kan er een verwachting voor de Nieuwe Tijd aan worden toegevoegd. Het advies is om het plangebied nader archeologisch te onderzoeken om te bepalen of er geassocieerd met het aangetroffen stuk bot, graven aanwezig zijn en om te bepalen wat de aard, ouderdom, gaafheid en verspreiding zijn. Daartoe wordt geadviseerd om een proefsleuvenonderzoek te laten uitvoeren dat zich vooral richt op de zuidelijke hoek waar het stuk bot is aangetroffen. In afbeelding 10 is een voorstel getoond voor de plaatsing van vijf kleine sleuven van drie bij tien meter tot een diepte van ca. 1 m onder maaiveld.
Selectie-besluit Namens de gemeente West-Betuwe is de regioarcheoloog Rivierenland akkoord met de resultaten en conclusies van het uitgevoerde onderzoek. Het besluit is genomen het advies uit het rapport (de aanbevelingen) in zijn geheel over te nemen.
afbeelding 10: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: advieskaart archeologisch vervolgonderzoek. In het zuiden bij boring (1) waar menselijk bot gevonden is, staan twee sleuven ingetekend.
4.2.3 Conclusie Voor de realisatie is vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van proefsleuven. Om mogelijke archeologische waarden te beschermen is in het bestemmingsplan een archeologische dubbelbestemming opgenomen. Hiermee is de verplichting opgenomen dat voorafgaand aan grondroerende werkzaamheden eerst nader archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd.
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
16/32
Omgevingsaspecten
4.3
Landschap en cultuurhistorie
4.3.1 Algemeen Door de wijziging van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Om die reden is een korte analyse verricht van de ontstaansgeschiedenis en de mogelijk aanwezige cultuurhistorische waarden in het gebied. 4.3.2 Betekenis voor het plan In het landschapsplan, dat als bijlage 1 bij de toelichting is opgenomen, is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de ontstaansgeschiedenis en de karakteristieke landschappelijke kenmerken (zie ook paragraaf 2.2.2). De locatie ligt in het buitengebied van het rivierenlandschap. In het rivierenlandschap heeft de rivier de structuur van het landschap bepaald. Tegenwoordig is dit nog herkenbaar aan de uiterwaarden, dijken, oeverwallen, komgronden en oude en meestromende geulen. Het plangebied ligt op een oeverwal van een verdwenen rivierloop. Dit is herkenbaar als een lichte verhoging in het landschap. Stroomruggen als voormalige oeverwallen zijn al sinds de prehistorie een ideale plek om te wonen vanwege de verhoogde ligging en de vruchtbare grond. De grond is geschikt voor akkerbouw en fruitteelt.
Karakteristieken van dit landschap zijn: onregelmatige blokverkaveling, oude wegenpatronen, kastelen, boomgaarden, bos, hagen en laanbomen. Het landschap heeft een kleinschalig besloten karakter dat een sterk contrast vormt met de grootschalig open komgebieden naar het noorden toe. De ligging in de bosrand is leidend geweest voor het voorstel van de landschappelijke inpassing. Het plan is om het nieuwe regelstation zo goed mogelijk in te pakken met beplanting, net als het huidige regelstation, zodat deze minder zichtbaar is vanuit de omgeving. De beplanting in de groene zoom bestaat uit gebiedseigensoorten en sluit aan bij de bestaande soorten ter plaatse. Het nieuwe regelstation komt dichtbij het oude stroomhuis en het huidige regelstation te staan. Bezoekers van het Stroomhuis Neerijnen kunnen zicht hebben op de transformatorruimten van het nieuwe regelstation (zichtbaarheid technologische ontwikkelingen). Geconcludeerd kan worden dat met het plan is rekening gehouden met de landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken van de plek en dat vanuit het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.4
Bodemkwaliteit
4.4.1 Algemeen In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het plan. Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hieronder zijn de resultaten beschreven. 4.4.2 Historisch bodemonderzoek Door Stantec B.V. is een historisch en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (d.d. 22 juli 2020). De rapportage is opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting. Het doel van dit onderzoek is inzicht verkrijgen in hoeverre het voormalige, dan wel het huidige gebruik van de onderhavige locatie en haar omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem. Aan de hand van de onderzoeksresultaten wordt vastgesteld of de locatie in milieuhygiënisch opzicht geschikt is voor de gewenste bestemming. Uit het onderzoek is gebleken dat in het kader van de Wet bodembescherming er geen sprake is van een geval van bodemverontreiniging. Vervolgonderzoek en/of sanerende maatregelen
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
17/32
Omgevingsaspecten
zijn niet noodzakelijk. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de locatie in milieu-hygienisch opzicht geschikt geacht voor de toekomstige bestemming. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. 4.4.3 Betekenis voor het project Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.5
Water
4.5.1 Beleid en regelgeving Op het gebied van water is er beleid en regelgeving op Europees en rijksniveau, zoals de Kaderrichtlijn Water, het nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationaal Waterplan. De doelstellingen en uitgangspunten van dit beleid zijn niet rechtstreeks van toepassing op dit bestemmingsplan, maar krijgen hun doorwerking in het beleid van de provincie Gelderland en het Waterschap Rivierenland. Om te weten welke regels van toepassing zijn, is de digitale watertoets doorlopen. Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Beleid van Waterschap Rivierenland Met ingang van 27 november 2015 is het ‘Waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten’ bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit, wegen en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn.
De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels 4.5.2 Situatie plangebied Het perceel is in de huidige situatie volledig onverhard. In de toekomstige situatie wordt het mogelijk om ca. 800 m2 van het plangebied te bebouwen. Inclusief de bestrating is sprake van een toename van ca. 1.400 m2 aan verhard oppervlak. De toename aan verharding blijft onder de 1.500 m2 in het landelijk gebied. Het plangebied grenst aan de watergang langs de Kaalakkerstraat. De bestaande toegang wordt gebruikt, welke wordt verbreed tot 6 m. De duiker wordt verlengd tot 12 m. Langs de watergang wordt in het kader van de landschappelijke inpassing oeverbeplanting aangebracht met een natuurvriendelijke oever. Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van een waterkering of een grondwaterbeschermingsgebied. 4.5.3 Resultaat Watertoets Het plangebied ligt in het beheersgebied van Waterschap Rivierenland. Voor het doorlopen van de watertoets is gebruik gemaakt van www.dewatertoets.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. De watertoets is als bijlage 4 opgenomen.
Uit het doorlopen van de vragenlijst is naar voren gekomen dat het plan een geringe invloed heeft op de waterhuishouding. Het verhard oppervlak met het nieuw planvoornemen neemt mi-
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
18/32
Omgevingsaspecten
nimaal toe (minder dan 1.500 m2 in het landelijk gebied). In deze fase van de planvorming (bestemmingsplan) kan volgens het waterschap worden volstaan met dit automatisch gegeneerd wateradvies. Om de toename aan verharding te compenseren is extra waterberging nodig. De benodigde ruimte voor waterberging wordt berekend op basis van maatgevende regenbuien, de toename aan verhard oppervlak en de maximaal toelaatbare peilstijging in de watergangen. Voor plannen met een toename aan verharding kan de vuistregel van 436 m³ per hectare verharding worden gebruikt bij bui T=10+10% en 664 m³ bij bui T=100+10%, mits er geen complicerende zaken als kwel aan de orde zijn. De maximaal toelaatbare peilstijging bij bui T=10+10% bedraagt 0,30 meter in het beheergebied van Waterschap Rivierenland. Bij een bui T=100+10% mag geen inundatie optreden. De maatgevende afvoer is 1,5 l/s/ha. In het plan is sprake van een toename van 1.400 m2 verhard oppervlak. Voor een bui T= 10+10% is een waterberging nodig van ca. 61 m3. Voor een bui T= 100+10% is een waterberging nodig van ca. 93 m3. De waterberging wordt gezocht aansluitend aan de bestaande watergang langs de Kaalakkerstraat. In het kader van de planuitwerking en de watervergunning vindt afstemming plaats over de inrichting van de benodigde waterberging. Er worden geen uitlogende materialen toegepast in het dakoppervlak en de buitengevels.
De bebouwing wordt aangesloten op de bestaande riolering. 4.5.4 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. In het kader van de watervergunning wordt met het waterschap afgestemd over de uiteindelijke omvang en locatie van de waterberging.
4.6
Flora- en fauna
4.6.1 Wettelijk kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Dit betekent, dat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet- en regelgeving de uitvoering van de ontwikkeling al dan niet in de weg staat. De gebiedsbescherming en de soortenbescherming zijn per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. 4.6.2 Onderzoek Voor het bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd (Quickscan Wet natuurbescherming Van Pallandtweg 1b te Neerijnen, Blom Ecologie, 16 februari 2021). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 5 bij de toelichting. In het onderzoek is ingegaan op effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten. Ook is een beoordeling van houtopstanden (bomen) gedaan. Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uitmaakt van het Gelders Natuurnetwerk (GNN, zie ook paragraaf 3.3.1). Het gebied maakt eveneens geen onderdeel uit van een ander beschermd gebied, zoals Natura 2000, belangrijk weidevogelgebied of strategische reservering natuur. Zie onderstaande afbeelding 11 uit de quickscan. Er zijn geen directe effecten op beschermde gebieden.
Ten aanzien van Natura 2000-gebieden geldt dat ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling moeten worden beoordeeld. Ten aanzien van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is. Wel kan mogelijk een effect optreden wanneer er vanwege het plan sprake is van stikstofdepositie in een Natura-2000 gebied.
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
19/32
Omgevingsaspecten
Om dit in beeld te brengen is een stikstofdepositie berekening uitgevoerd, gebruik makend van de Aerius calculator.
afbeelding 11: Globale ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Natura2000 gebied Rijntakken (groen) (bron: Quickscan Wnb, Blom Ecologie)
Stikstofdepositie berekening Bij een regelstation dat in gebruik is, is nauwelijks sprake van uitstoot van stikstof. Het gebouw wordt het overgrote deel van het jaar niet verwarmd. Tijdens de aanlegfase, bij het gebruik van materieel voor de bouw en installatie vindt in beperkte mate stikstofdioxide uitstoot plaats. De uitkomsten van het onderzoek zijn beschreven in het rapport ‘Stikstofdepositieonderzoek Van Pallandtweg 1B, Neerijnen’ (De Roever Omgevingsadvies, 3 november 2020, zie bijlage 6 van de toelichting). Uit de berekening blijkt dat in de aanlegfase sprake is van een depositie van 0,04 mol/ha/j op het Natura-2000 gebied Rijntakken. Omdat het project valt onder de vrijstelling (< 0,05 mol N/ha/jaar en < 2 jaar) is geen sprake van een knelpunt. Er is geen verder onderzoek nodig. Beoordeling houtopstanden In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien aan (i) zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer of (ii) een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Een meldingsplicht in het kader van Wnb is niet noodzakelijk. Soortenbescherming In de stootvoegen van het bestaande regelstation zijn uitwerpselen van vleermuizen gevonden, wat mogelijk duidt op een verblijfplaats.
Echter dit is buiten het plangebied en er zijn in het kader van het bestemmingsplan geen werkzaamheden beoogd aan (de luchtspouw van) dit pand, waardoor een aanvullend vleermuisonderzoek niet noodzakelijk is. De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van soortenbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels (n het kader van Algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen bij de uitvoering maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen.
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
20/32
Omgevingsaspecten
4.6.3 Conclusie Er zijn geen directe effecten op beschermde natuurgebieden. De berekende stikstofdepositie van 0,04 mol/ha/jr. op het Natura-2000 gebied Rijntakken blijft onder de vrijstellingsgrens. Er is geen verder onderzoek nodig. Uit het soortenonderzoek blijkt dat het plangebied geen essentiële betekenis heeft voor beschermde soorten. Wel moet bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening worden gehouden met (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.
4.7
Verkeer en parkeren
Het regelstation wordt ontsloten op de Kaalakkerstraat via de aanwezige inrit. Op een regelstation werken geen mensen en er komt alleen af en toe een monteur voor onderhoud (maandelijks / halfjaarlijks). De parkeerbehoefte is dan ook minimaal en wordt op het eigen terrein opgevangen. Het plan leidt niet tot een knelpunt vanwege een verkeersaantrekkende werking of een parkeerdruk op de omgeving. Er is geen onderzoek nodig. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.8
Bedrijven en Milieuzonering
4.8.1 Inleiding De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente West Betuwe de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een ander omgevingstype is het gemengd gebied.
Binnen gemengd gebied is het mogelijk om gemotiveerd voor één of meer milieuaspecten een kleinere afstand aan te houden dan wordt geadviseerd voor een rustige woonwijk. Milieucategorie 1
Richtafstand (rustige woonwijk) 10 m
Richtafstand (gemengd gebied) 0m
2 3.1
30 m 50 m
10 m 30 m
3.2 4.1
100 m 200 m
50 m 100 m
4.2 5.1
300 m 500 m
200 m 300 m
5.2 5.3
700 m 1.000 m
500 m 700 m
6 1.500 m 1.000 m tabel 1: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
21/32
Omgevingsaspecten
Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering is een stappenplan omschreven voor de toetsing van het aspect geluid. Hieronder zijn de stappen beschreven. Stap 1 Indien de richtafstand voor de gewenste bedrijfscategorie voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven en is het plan inpasbaar geacht. Stap 2 Indien 'stap 1' niet toereikend is, is het nodig om de geluidbelasting te berekenen. Hiervoor gelden de volgende grenswaarden: • Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'rustige woonwijk' van maximaal: o 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde) o 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde) o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). • Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'gemengd gebied' van maximaal: o 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde) o 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde) o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde): Stap 3 en 4 Indien 'stap 2' niet toereikend is, is in de VNG-uitgave nog een stap 3 en zelfs een stap 4 beschreven.
In voorliggend rapport wordt hier vooralsnog niet verder op ingegaan. 4.8.2 Betekenis voor het plan Het bestemmingsplan biedt ruimte aan een nutsvoorziening van maximaal milieucategorie 3.1. (elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen van 10 t/m 100 MVA). De belangrijkste hinder is vanwege geluid (50 m in een rustige woonwijk en 30 m in gemengd gebied).
tabel 2: milieucategorie van een elektriciteitsdistributiebedrijf (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)
4.8.2.1 Beoordeling aspect geluid (toets stappenplan) Het plangebied ligt in het buitengebied. De dichtstbijzijnde woningen zijn gelegen op meer dan 75m afstand. Er wordt dan ook ruimschoots voldaan aan de richtafstand van 50m uit stap 1. Op basis daarvan kan worden vastgesteld dat sprake is van een ruimtelijk inpasbare situatie. Desondanks is stap 2 (akoestisch onderzoek) uitgevoerd om de geluidsituatie in beeld te brengen, zie ‘Akoestisch onderzoek Regelstation Neerijnen’ (Peutz, 25 februari 2021). Het rapport is opgenomen als bijlage 7 bij de toelichting. Hieronder is ingegaan op de bevindingen. Ten behoeve van stap 2 zijn de optredende geluidniveaus op de gevel van de woningen getoetst aan de grenswaarden die van toepassing zijn voor gebiedstype 'rustige woonwijk', te weten 45 dB(A) etmaalwaarde (45 dB(A) in de dagperiode, 40 dB(A) in de avond en 35 dB(A) in de nacht). Uit de rekenresultaten volgt dat bij alle woningen wordt voldaan aan de toetswaarde van
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
22/32
Omgevingsaspecten
45 dB(A) etmaalwaarde zoals genoemd in 'stap 2', zelfs indien een toeslag K1 van 5 dB in rekening wordt gebracht. Indien bij de meest nabij gesitueerde woning aan de Van Pallandtweg 2 een mantelzorgvoorziening zou worden gerealiseerd tot tegen de noordelijke perceelsgrens van deze woning (dit kan als 'worst case' worden aangemerkt), zou op de noordgevel van deze voorziening een geluidbelasting van maximaal 49 dB(A) etmaalwaarde, inclusief toeslag, kunnen optreden. De kans dat dit zal gebeuren wordt zeer klein geacht. Mede gelet hierop en op het feit dat dit dan een tijdelijke situatie betreft en op het feit dat ook dan nog steeds aan de toepasselijke grenswaarde van het Activiteitenbesluit wordt voldaan, kan een geluidbelasting van 49 dB(A) zeker als acceptabel worden aangemerkt. Vastgesteld wordt dat de gewenste uitbreiding ruimtelijk inpasbaar is op het aspect geluid. 4.8.2.2 Beoordeling aspect gevaar In tabel 2 is aangegeven dat er een richtafstand vanwege gevaar is bij een elektriciteitsdistributiebedrijf. De richtafstand bedraagt 30 m voor een elektriciteitsdistributiebedrijf met een transformatorvermogen van 10 - 100 MVA. Binnen 30 m rond het plangebied zijn geen woningen gelegen. Daar komt bij dat het gevaar dat kan optreden op een regelstation niet op dergelijke afstanden plaats vindt. Wanneer een mogelijke storing plaatsvindt kan er gevaar optreden.
Storingen ontstaan wanneer er in een transformator kortsluiting ontstaat. Van de vijfhonderd transformatoren in het net van Liander is er per jaar ongeveer één waar een storing optreedt. Door de keten van opeenvolgende veiligheidsmechanismen schakelt de transformator meteen uit. Eens per tien jaar komt het voor dat een transformator een dusdanige storing heeft dat hij zichtbaar kapot is. Zo’n destructieve storing is in de directe omgeving van de transformator te horen. De klap is het gevolg van de stalen behuizing die wordt ontzet. De behuizing is zo ontworpen dat hij gecontroleerd scheurt en niet uit elkaar barst. Het is niet mogelijk dat bij een destructieve storing stukken metaal of olie buiten de transformatorbox terecht komen. De olie die in uit de gescheurde behuizing loopt, wordt veilig opgevangen in de lekbak onder de transformator. Een dergelijke storing is wel hoorbaar, maar er is geen gevaar voor de omgeving. 4.8.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect milieuzonering geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.9
Geluid
4.9.1 Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid en bevat een stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. Het bestemmingsplan maakt geen grote lawaaimakers mogelijk en zal dan ook geen geluidzone bevatten. Ook is een nutsvoorziening geen geluidgevoelige functie. Vanuit de Wet geluidhinder is geen onderzoek naar wegverkeerslawaai of industrielawaai nodig en volstaat de milieuzonering die in paragraaf 4.7 is beschreven. De richtafstanden worden niet overschreven en uit akoestisch onderzoek blijkt dat de gewenste uitbreiding ruimtelijk inpasbaar is op het aspect geluid. Er is geen verdere toetsing van geluid noodzakelijk voor het bestemmingsplan. 4.9.2 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect geluid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.
Bestemmingsplan Regelstation Neerijnen, Ontwerp
23/32
Omgevingsaspecten
4.10
EM velden
4.10.1 Inleiding Voor de blootstelling, kortdurend of langdurend, aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Wel hebben het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Europese Commissie adviezen gegeven voor grenswaarden voor de blootstelling aan magnetische velden. Voor 50 Hz magnetische velden volgt uit de richtlijn van de Europese Commissie als advies een grenswaarde van 100 microtesla voor de hele bevolking. Dit advies is gebaseerd op de aanbevelingen van de International Commission on Non- Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) en worden tevens onderschreven door de World Health Organization en de Nederlandse Gezondheidsraad. Liander zorgt dat alle installaties die het in beheer heeft hieraan voldoen en dat burgers niet worden blootgesteld aan magnetische velden van meer dan 100 microtesla. Hier wordt ook aan voldaan bij het regelstation aan de Zeiving. Vanwege de ongerustheid over een relatie tussen blootstelling aan magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen en kinderleukemie, heeft de Nederlandse overheid in 2005 beleid opgesteld voor magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen.
Op basis van het voorzorgsprincipe wordt aangeraden om zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig worden blootgesteld aan magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Dit geldt voor ‘gevoelige locaties’, zoals woningen, scholen en crèches waarbij als voorzorg een jaargemiddelde magnetische veldsterkte van 0,4 µT wordt gebruikt. Het landelijk voorzorgsbeleid geldt voor magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Dit voorzorgsbeleid geldt dus niet voor andere infrastructuur zoals, elektriciteitskabels, transformatorstations en middenspanningsruimten. In april van 2018 heeft de Gezondheidsraad de beleidsverantwoordelijke staatssecretaris van I&W ter overweging mee gegeven, het voorzorgsbeleid ten aanzien van magnetische velden voor bovengrondse hoogspanningslijnen, ook toe te passen op andere bronnen van langdurige blootstelling aan magnetische velden uit het elektriciteitsnetwerk, zoals transformatorstations en ondergrondse elektriciteitskabels. Hoe de betrokken ministeries dit advies van de Gezondheidsraad zullen omzetten in nieuw beleid, is nog niet bekend. Voor de plannen van netbeheerders die nu in procedure zijn, is daarom het huidige beleid bepalend.