CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-010 Bijlage 2 20210413 BP Regelstation Neerijnen_ontwerp_Bijlagen bij de toelichting.pdf

Gemeenteraad 22 februari 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 17: Voorstel vaststellen ontwerpbestemmingsplan uitbreiding elektriciteitsregelstation Neerijnen14.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting

Regelstation Neerijnen Ontwerp

DNS Planvorming BV Amsterdam, 13 april 2021 NL.IMRO.1960.NEEVanPallandtw1b-ONT1

Regelstation Neerijnen

"Regelstation Neerijnen" (ontwerp)

2

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Landschapsplan

4

Bijlage 2

Archeologisch onderzoek

56

Bijlage 3

Bodemonderzoek

86

Bijlage 4

Watertoets

190

Bijlage 5

Quickscan Wet natuurbescherming

194

Bijlage 6

Stikstofdepositie berekening

213

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek

237

Bijlage 8

Vooronderzoek Conventionele explosieven

269

"Regelstation Neerijnen" (ontwerp)

3

Bijlagen bij de toelichting

"Regelstation Neerijnen" (ontwerp)

4

Bijlage 1 Landschapsplan

"Regelstation Neerijnen" (ontwerp)

Regelstation Van Pallandtweg 1 Neerijnen Landschappelijke inpassing

17/02/2021

1

2

Inhoudsopgave 1. Inleiding

4

2. Analyse locatie

5

2.1 Ontstaan van het landschap 2.2 Landschappelijke kenmerken en kwaliteiten 2.3 Huidige situatie plangebied 2.4 Zicht op het nieuwe regelstation

5 5 8 10

3. Ruimtelijke uitgangspunten en inpassingsconcept

12

4. Inpassingsvariant 1

14 14 16 18

5. Inpassingsvariant 2

32 32 34 36

4.1 Plankaart 4.2 Materialen en beeldkwaliteit 4.3 3D impressie

5.1 Plankaart 5.2 Materialen en beeldkwaliteit 5.3 3D impressie

3

1. Inleiding In de directe omgeving van Neerijnen is sprake van een sterk toenemende vraag naar electriciteit en vindt steeds meer opwek van electricteit plaats. Gezien de grote vermogensvraag ten gevolge van ruimtelijke ontwikkelingen en de energietransitie, moet Liander het huidige station aan de Van Pallandtweg 1 uitbreiden. Om dit te kunnen realiseren is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk.

perceel in haar omgeving als de beeldkwaliteit van de bebouwing op het perceel. Allereerst is een landschappelijke analyse gemaakt van de locatie in haar omgeving (H2), met aandacht voor de ruimtelijke karakteristieken in relatie tot de beoogde ontwikkeling van het perceel. Op basis van de analyse worden ruimtelijke uitgangspunten geformuleerd m.b.t. de inrichting van het perceel (H3). Deze zijn bedoeld als handvatten voor de landschappelijke inpassing en het beeldkwaliteitsvoorstel. In navolging van de uitgangspunten zijn twee inpassingsvarianten opgesteld (H4 en H5). Later in het proces zal een keuze gemaakt worden tussen deze varianten.

Open ruimte (gras)

Gebouw

17080

P

VELD 101 VELD 102

7350

7350

2000

Voorruimte

VELD 103

MS ruimte 2

VELD 104

Secundaire ruimte

VELD 105

350

MS ruimte 1

VELD 108

Primaire ruimte

VELD 109

VELD 110

VELD 111 VELD 112 VELD 113 VELD 114

Transformatorruimte

Transformatorruimte

Transformatorruimte

Tr. 3

Tr. 2

Tr. 1

VELD 115 VELD 116

P

30415

P

Parkeerplaatsen

Ruimtereservering voor toekomstige uitbreiding

Transformatorruimte

Installaties in gebouw

Plattegrond van het nieuwe regelstation op basis van de eisen, afmetingen en standaarden van Liander

Foto transformator in transformatorruimte zonder dak.

Impressies van voorbeelden van een regelstation, afgewerkt met rode baksteen (boven) en verticale houten geveldelen (onder).

34770

VELD 106 VELD 107

Verbindingsgang kabelverbinding

440350

P

WC

Accuruimte 2000

16080

P

350

350

350

10kV

4

350

20kV

Impressie van gebouw met installaties en drie transformatorruimtes zonder dak.

61445

Verharding

Hekwerk

.

Het terrein bestaat uit de volgende onderdelen: • Gebouw met installaties en drie transformatorruimtes zonder dak • Verharding rondom het gebouw • Enige open ruimte rondom (grasveld) • Vijf parkeerplaatsen • Ondergronds: ruimte voor kabels en leidingen • Ruimtereservering voor toekomstige aanvullende 10KV installatie

Toegangshek

TOEKOMST 10KV INST

Het nieuwe regelstation zal worden opgebouwd aan de hand de standaarden, afmetingen en eisen ten aanzien van techniek en beveiliging van Liander voor de realisatie van een regelstation (figuur 1.3). Het terrein heeft een toegangsweg voor onderhoud en is omsloten door een hekwerk.

350

Waar bestaat een regelstation uit?

350

De gemeente heeft te kennen gegeven dat het station landschappelijk goed ingepast moet worden. Hiervoor is voorliggend document opgesteld. In dit document wordt ingegaan op zowel de landschappelijke inpassing van het

2. Analyse locatie Het perceel aan de Van Pallandtweg 1 is gelegen te gemeente West-Betuwe in het dorp Neerijnen (zie figuur 2.1 en 2.2.). De locatie ligt in het buitengebied van het rivierenlandschap.

2.1 Ontstaan van het landschap

In het rivierenlandschap heeft de rivier de structuur van het landschap bepaald. Tegenwoordig is dit nog herkenbaar aan de uiterwaarden, dijken, oeverwallen, komgronden en oude en meestromende geulen. Zoals te zien op de geomorfologische kaart van figuur 2.2 ligt het perceel aan de Van Pallandtweg 1 op de oeverwal van een verdwenen rivierloop: op een stroomrugglooiing op de grens van een rivierkomvlakte. Deze geomorfologische eenheden zijn hoofdzakelijk ontstaan door fluviatiele processen in een geologische tijdperk waarin geen (peri)glaciale omstandigheden heersten. De stroomrug is herkenbaar als een lichte verhoging in het landschap. Op de reeks historische topografische kaarten van figuur 2.4 (op de volgende pagina) is te zien hoe de locatie zich door de tijd ruimtelijk heeft ontwikkeld. Neerijnen ontstaat als een nederzetting aan een oude zijstroom van de Waal. Wat opvalt is dat op en rond het perceel aan de Van Pallantweg zich rond 1850 veel boomgaarden bevinden (karakteristiek voor de oeverwal, zie ook paragraaf 2.2). Tussen 1900 en 2000 verdwijnen deze van het perceel en de naastgelegen percelen.

2.2 Landschappelijke kenmerken en kwaliteiten

Stroomruggen als voormalige oeverwallen zijn al sinds de prehistorie een ideale plek om te wonen vanwege de verhoogde ligging en de vruchtbare grond. De grond is geschikt voor akkerbouw en fruitteelt. Karakteristieken van dit landschap zijn: onregelmatige blokverkaveling, oude wegenpatronen, kastelen, boomgaarden, bos, hagen en laanbomen. Het landschap heeft een kleinschalig besloten karakter dat een sterk contrast vormt met de grootschalig open komgebieden (figuur 2.5). Qua beplanting zijn op de oeverwallen de oorspronkelijke loofbossen vrijwel verdwenen vanwege ontginning voor akkers en fruitteelt. Struiken en bomen die hier vroeger algemeen voorkwamen zijn Eenstijlige meidoorn, Hondsroos, Wilde kardinaalsmuts, Sleedoorn en Gladde iep (Inventarisatie van autochtone bomen en struiken in de terreinen van Het Geldersch Landschap, mei 2006). Het afgelopen jaar zijn er in en rond Neerijnen veel essen gekapt in verband met de essentaksterfte. De gekapte bomen worden vervangen door andere soorten, zoals eiken, kersen en lindes. Ook geschikt kunnen zijn (haag) beuk, spaanse aak, fladder iep, esdoorn en hazelaar (Praktijkadvies Essentaksterfte VBNE, 2018).

Figuur 2.1 Luchtfoto richting het zuiden met de beoogde locatie bij Pallandtweg 1 op de grens van de

oeverwal (kleinschalig besloten gebied, bos) en komgrond (weids open gebied, grasland, aan de rand van de landgoederenzone van Neerijnen en Waardenburg (o.b.v. Apple Kaarten)

Opijnen

Neerijnen Waardenburg

N

5

Figuur 2.2 Ligging locatie (puntsymbool) aan de Van Pallandtweg 1 te Neerijnen (uitsnede Open Topografie Nederland)

Figuur 2.3 Ligging locatie (puntsymbool) op de rand van een stroomrugglooiing en rivierkomvlakte (uitsnede Geomorfologische kaart Nederland 1:50.000)

6

1817

1850

1900

1930

1960

1980

2000

2018

Figuur 2.4 Historische kaartenreeks van het perceel en haar directe omgeving (uitsnedes Topotijdreis.nl) Neerijnen ontstaat als een nederzetting aan een oude zijstroom van de Waal. Diverse kastelen werden gebouwd en vormden een landgoederenzone langs de rivieren. Op en rond het perceel bevinden zich rond 1850 veel boomgaarden. Tussen 1900 en 2000 verdwijnen deze van het perceel en de naastgelegen percelen en wordt het grasland.

7

Bos Kasteel Grasweide Weg met laanbeplanting

Bomencluster Boomgaard

Bomenrij

Erf

Weiland

Figuur 2.5 Het landschap rondom Neerijnen wordt gekarakteriseerd door de combinatie van open en besloten landschap. Onregelmatige blokverkaveling, oude wegenpatronen, kastelen, boomgaarden, bos, hagen en laanbomen geven het gebeid een kleinschalig besloten karakter (boven) dat een sterk contrast vormt met de grootschaligere open komgebieden (onder).

2.3 Huidige situatie plangebied

Het nieuwe regelstation aan de Van Pallandtweg/ Kaalakkerstraat is een uitbreiding van het ernaast gelegen huidige regelstation (figuur 2.6). Het huidige gebruik van het perceel voor het nieuwe regelstation is agrarisch. Naast de beoogde locatie bevindt zich ook Stroomhuis Neerijnen (figuur 2.10), dat in een verder verleden voor elektriciteitsvoorziening zorgde en waarin tot voor kort (naar verwachting in de toekomst wederom) daghoreca is gevestigd met uitzicht op de planlocatie. Dit stroomhuis uit de jaren ‘50 toont zich door haar architectuur met zadeldak, witte accenten en raampartijen nadrukkelijk aan het landschap. Vanaf de Kaalakkerstraat en de 2e Tieflaarsestraat is dit gebouw zichtbaar, met de besloten bosrand erachter. Het ernaast gelegen huidige regelstation is een eenvoudig bakstenen gebouw dat verstopt

8

ligt achter dichte bosschages. Dit gebouw is slechts een klein beetje zichtbaar over de toegangsweg vanaf de Kaalakkerstraat. In de directe omgeving van het plangebied zijn twee ontwikkelingen gaande. Ten westen van de locatie wordt een nieuw landgoed ontwikkelt, Landgoed Het Heuvelbosch (figuur 2.7). Op dit landgoed worden drie wooneenheden gerealiseerd. Daarnaast wordt het 5,5 hectare groot landgoed grotendeels openbaar waarmee het recreatieve netwerk in de omgeving wordt versterkt. Ten zuiden van het plangebied wordt een werkschuur voor stichting Het Geldersch Landschap gerealiseerd. Deze nieuwe werkschuur gaat dienen als uitvalbasis voor onderhoudswerkzaamheden in het bos, als opslag plaats voor materiaal en opstelplaats voor voertuigen.

Ontwikkeling landgoed Heuvelbosch

Locatie nieuw regelstation

tra a

t

Huidig regelstation

s er kk a l Ka a

Cultureel centrum Stroomhuis Neerijnen

Van Pa llan

dtw eg

Ontwikkeling werkschuur Geldersch Landschap

Figuur 2.6 Ligging beoogde locatie nieuw regelstation aan de Van Pallandtweg 1. Er tegenover bevindt zich cultureel centrum Stroomhuis Neerijnen in een voormalig regelstation van Nuon. (uitsnede Apple Maps 2018)

Figuur 2.7 Impressie landgoed Het Heuvelbosch dat gebouwd wordt ten westen van de locatie voor het nieuwe regelstation

Figuur 2.8 Plannen voor de nieuwe werkschuur van stichting Het Geldersch Landschap aan de Van Pallandtweg

Figuur 2.10 Het Stroomhuis, voormalige regelstation met publieke functie, ontsloten vanaf de Van Pallandtweg, gelegen ten zuiden van locatie voor het nieuwe station

Figuur 2.11 Het huidige regelstation, gelegen ten zuiden van de locatie voor het nieuwe regelstation en ontsloten vanaf de Kaalakkerstraat

9

2.4 Zicht op het nieuwe regelstation

Het nieuwe regelstation aan de Van Pallandtweg zal vanaf verschillende kanten zichtbaar zijn (zie figuur 2.12). Vanaf de Kaalakkerstraat hebben voorbijgangers van dichtbij zicht op de locatie (zie nummer 1 & 2). De Kaalakkerstraat loopt aan de noordzijde van de locatie over in de 2e Tieflaarsestraat. Vanaf deze weg (nummer 3) hebben voorbijgangers zicht op de noordzijde van

het toekomstige regelstation. Wanneer het station parallel aan de Kaalakkerstraat geplaatst wordt, dan hebben voorbijgangers vanaf deze locatie zicht op de achterzijde van het regelstation, daar waar de transforruimtes staan. Bezoekers van Het Stroomhuis (5) en het toekomstige Landgoed Het Heuvelbosch (4) hebben ook zicht op de locatie.

Figuur 2.12 Conclusies ruimtelijke analyse beoogde locatie (zie gestippelde rode contour): locatie ligt op grens besloten en open gebied en raakt aan diverse landschappelijke (zicht)lijnen.

10

Zicht vanaf nummer 1: op beoogde locatie aan rand van besloten gebied, bezien vanaf Kaalakkerstraat

Zicht vanaf nummer 2: op beoogde locatie aan rand van besloten gebied, bezien vanaf 2e Tieflaarsestraat

Zicht vanaf nummer 3: op beoogde locatie aan rand van besloten gebied, bezien vanaf 2e Tieflaarsestraat Figuur 2.10 Zicht op de beoogde locatie voor het nieuwe regelstation (Google Maps 2020)

11

3. Ruimtelijke uitgangspunten en inpassingsconcept Vanuit de landschappelijke analyse van de omgeving van Neerijnen en de beoogde locatie zijn de volgende drie uitgangspunten voor de positionering en vormgeving van het nieuwe regelstation opgesteld:

Uitgangspunt 1: Ensemble van ‘drie generaties stroomhuizen’

Het nieuwe regelstation komt bij het oude stroomhuis en het huidige regelstation te staan. Samen vormen zij een ensemble en vertellen het verhaal van ‘drie generaties stroomhuizen’. Door de drie stroomhuizen zo dicht mogelijk bij elkaar te plaatsen en de oriëntatie en het materiaalgebruik van het nieuwe regelstation af te stemmen op het oude stroomhuis en regelstation vormen ze een samenhangend geheel.

Uitgangspunt 2: Oriëntatie richting de Van Pallandtweg, ontsluiting op de Kaalakkerstraat

Het oude stroomhuis is rond 1950 aangelegd aan het ontginngingslint en heeft zijn toegang aan de Van Pallandtweg. Bij de aanleg van het huidige regelstation is de oriëntatie richting de Van Pallandtweg aangehouden, maar is een inrit aan de Kaalakkerstraat aangelegd. Uitgangspunt voor het nieuwe regelstation is om de oriëntatie van het station aan te laten sluiten op het oude stroomhuis en huidige regelstation. Omwille van technische redenen zal de ontsluiting van het nieuwe regelstation, net als de ontsluiting van het huidige regelstation, aan de Kaalakkerstraat gerealiseerd worden. Na aanleg van het nieuwe regelstation zal de inrit naar het huidige regelstation behouden blijven, maar een informele en onopvallende uitstraling krijgen door middel van grasbetontegels, zodat er een rustiger beeld ontstaat. Op deze manier kan deze inrit nog wel gebruikt worden voor het terrein van de nieuwe werkschuur van Het Geldersch Landschap.

Uitgangspunt 3: Stroomhuizen in de bosrand

Figuur 3.1 Verbeelding uitgangspunt 1t/m 3.

12

Het oude stroomhuis en huidige regelstation liggen in de bosrand. Het nieuwe regelstation wordt zo goed mogelijk ingepakt met beplanting zodat deze net als het huidige regelstation minder zichtbaar is vanuit de omgeving. Omdat er rondom het nieuwe regelstation veel kabels worden aangelegd is het niet mogelijk om het regelstation helemaal in te pakken met een dichte beplantingsrand. De beplanting in de groene zoom bestaat uit gebiedseigensoorten en sluit aan bij de bestaande soorten ter plaatse. Het oude stroomhuis blijft vanaf de 2e Tieflaarsestraat zichtbaar doordat deze zijde van het oude stroomhuis zoveel mogelijk vrij blijft van beplanting.

Inpassingsconcept

De landschappelijke inpassing van het nieuwe regelstation vertelt het verhaal van de ‘drie generaties stroomhuizen’, gelegen in de rand van de landgoederenzone op de overgang van kleinschalig besloten en open landschap. Het nieuwe regelstation is als onderdeel van de ‘drie generaties stroomhuizen’ gelegen in de rand van de landgoederenzone. Het ensemble is georiënteerd richting de Van Pallandtweg en de inritten aan de Kaalakkerstraat zijn ondergeschikt aan de toegang aan de Van Pallandtweg.

Door een groene zoom van beplanting rondom het nieuwe regelstation gaat het gebouw op in de bosrand. De achterzijde van het oude stroomhuis blijft vrij van beplanting, zodat dit gebouw zichtbaar blijft vanaf de 2e Tieflaarseweg. Zo blijft ook het zicht vanuit het oude stroomhuis op het open grasland behouden.

Figuur 3.2 Schematische weergave inpassingsconcept

13

4. Variant 1 Op basis van het in H3 toegelichte inpassingsconcept en diverse gesprekken met belanghebbenden zijn twee inpassingsvarianten opgesteld. De positie van het regelstation is in beide varianten nagenoeg hetzelfde. De materiaalkeuze en keuze voor type beplanting rondom het regelstation verschillen per variant. In dit hoofdstuk vindt u de plankaart, toelichting, referentiebeelden en 3D impressies van variant 1.

4.1 Plankaart variant 1

Het nieuwe terrein wordt verbonden met het terrein van het huidige regelstation. Zo kunnen de parkeerplaatsen, die nodig zijn voor het onderhoud, gecombineerd worden en blijft de hoeveelheid hekwerk minimaal. Tussen het nieuwe en huidige regelstation wordt ruimte gereserveerd voor een eventuele toekomstige uitbreiding. In variant 1 is het terrein van het nieuwe regelstation tegen de oostgrens van de grondaankoop geschoven zodat er aan de kant van de Kaalakkerstraat zoveel mogelijk ruimte is voor de groene zoom. In deze groene zoom wordt, waar technisch mogelijk, bosplantsoen beplanting geplant. De precieze plaatsen en aantal bomen in relatie tot boomsoorten is nader te definiëren in beplantingsplan. De oostzijde van het regelstation is vrij van beplanting om het zicht op het open grasland vanuit het oude stroomhuis zo goed mogelijk te behouden. Omdat het hekwerk aan deze zijde vanuit het stroomhuis zichtbaar is, wordt een fraai hekwerk toegepast (zie referentie beelden p.17).

Het nieuwe regelstation bestaande uit het gebouw met installaties en daaraan grenzend drie transformatorruimtes zonder dak. Op het lage deel van het dak zonnepanelen in oostwest-opstelling in een strak en gelijkmatig grid op het dak, in lijn met de voorgevel van het gebouw. • Enige open ruimte rondom

Bosplantsoen rondom regelstation Fraai hekwerk rond regelstation Gras op perceel regelstation

Inrit/toegang tot nieuw regelstation aan de Kaalakkerstraat Ruimtereservering eventuele toekomstige uitbreiding regelstation

Informele inrit huidig regelstation aangelegd in grasbetontegels; toegang werkschuur mogelijk gekoppeld aan deze inrit

Toekomstige werkschuur van stichting Het Geldersch Landschap

Ruimtereservering voor eventuele uitbreiding van de capaciteit van het regelstation op de lange termijn. Verharding op het terrein uitgevoerd in lichtgrijze klinkerbestrating, keperverband. Parkeerplaatsen op het terrein uitgevoerd in grasbetontegels voor extra waterinfiltratie. Hekwerk (1 of 2m hoog) rond het regelstation ter beveiliging met toegangspoort aan Kaalakkerstraat. Bosplantsoen Rond het nieuwe regelstation wordt een groene zoom met bosplantsoen beplanting geplant. Gras

14

Toegang oude stroomhuis

grens

grond

aanko

op

Figuur 4.1 Plankaart variant 1

15

4.3 Materialen en beeldkwaliteit

Het nieuwe regelstation maakt onderdeel uit van het ensemble van stroomhuizen. Het is het derde gebouw met vergelijkbare functie op deze plek. Er is gekozen om het materiaalgebruik voor het gebouw af te stemmen op het materiaalgebruik bij het oude stroomhuis en huidige regelstation. Voor

het gebouw met installaties zal gebruik worden gemaakt van een rood/bruine baksteen, passend bij de bakstenen van het oude stroomhuis. De transformatorruimtes zonder dak worden volgens de standaard van beton gemaakt.

Figuur 4.2 Rood/bruine baksteen

Figuur 4.3 De materialen die gebruikt worden voor het nieuwe regelstation

(passend bij stenen oude stroomhuis) en beton.

worden afgestemd op de materialen die gebruikt zijn bij het oude stroomhuis.

Figuur 4.4 Op het dak van het lage gedeelte van het station worden zonnepanelen gelegd in

oostwestopstelling, zodat deze vlak en in lijn met de voorgevel van het gebouw kunnen worden geplaatst. Bij voorkeur worden deze verdiept in het dakvlak geplaatst, zodat deze niet zichtbaar zijn vanuit de omgeving. Echter omdat vanuit het oude Stroomhuis wel gedeeltelijk op het dak kan worden gekeken, is het belang dat de panelen zo strak en gelijkmatig mogelijk op het dak worden gelegd.

Figuur 4.5 De bestrating van het station bestaat uit klinkers. Om de hoeveelheid bestrating te minimaliseren

en waterinfiltratie te vergroten kunnen de parkeerplaatsen aangelegd worden met grasbetontegels.

16

Figuur 4.6 Het beveiligingshekwerk rond het terrein moet 1 of 2 meter hoog zijn. Omdat het hekwerk

goed zichtbaar is vanuit het oude stroomhuis is de uitstraling ervan belangrijk. Vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit is gekozen is voor een antraciet/zwart hekwerk met doorgestoken spijlen, zodat deze zoveel mogelijk wegvalt in de beplanting en tegen de achtergrond van het gebouw. Het voorgestelde hekwerk met “rimboe-spijlen” oogt modern en vriendelijker dan een normaal hekwerk. In een lagere variant is deze ook toepasbaar rond de nieuwe werkschuur van stichting Het Geldersch Landschap die vlakbij gebouwd wordt en ook een nieuw hekwerk zal gaan toepassen. Vanwege de vele hekwerken in de omgeving is het voor een rustig beeld goed als deze op elkaar worden afgestemd.

Tilia cordata (Winterlinde)

Quercus robur (Zomereik)

Fagus sylvatica (Gewone beuk)

Figuur 4.7 Referenties bomen in bosplantsoen beplanting. Exacte soorten worden afgestemd op soorten

die in de direct omgeving van het huidige regelstation en oude stroomhuis staan en zijn gebiedseigen.

Figuur 4.8 Referenties beplanting. Bosplantsoen met heesters en bomen. Gebiedseigen soorten, passend

bij bos beplanting rondom het oude stroomhuis en huidig regelstation.

17

4.3 3D impressies variant 1

Figuur 4.9 Zicht vanaf de 2e Tieflaarsestraat

18

19

Figuur 4.10 Zicht vanaf de Kaalakkerstraat

20

21

Figuur 4.11 Zicht vanaf de Kaalakkerstraat

22

23

Figuur 4.12 Zicht vanaf de Kaalakkerstraat

24

25

Figuur 4.13 Zicht vanuit het Stroomhuis (begane grond)

26

27

Figuur 4.14 Zicht vanuit het Stroomhuis (begane grond)

28

29

Figuur 4.15 Zicht vanuit het Stroomhuis (1e verdieping)

30

31

5. Variant 2 Op basis van het in H3 toegelichte inpassingsconcept en diverse gesprekken met belanghebbenden zijn twee inpassingsvarianten opgesteld. De positie van het regelstation is in beide varianten nagenoeg hetzelfde. De materiaalkeuze en keuze voor type beplanting rondom het regelstation verschillen per variant. In dit hoofdstuk vindt u de plankaart, toelichting, referentiebeelden en 3D impressies van variant 2.

5.1 Plankaart variant 2

Het nieuwe terrein wordt verbonden met het terrein van het huidige regelstation. Zo kunnen de parkeerplaatsen, die nodig zijn voor het onderhoud, gecombineerd worden en blijft de hoeveelheid hekwerk minimaal. Tussen het nieuwe en huidige regelstation wordt ruimte gereserveerd voor een eventuele toekomstige uitbreiding. In variant 2 ligt het terrein van het nieuwe regelstation iets dichter bij de Kaalakkerstraat, zodat ook aan de oostzijde ruimte is voor een groene rand met beplanting. Omdat de ruimte aan de oostzijde beperkt is, is hier gekozen voor een gemengde wilde haag. In de groene zoom aan de noord- en westzijde worden heesters tot 4-5 meter (hoogte regelstation) geplant. De precieze plaatsen en aantal heesters in relatie tot heestersoorten is nader te definiëren in een beplantingsplan. Het hekwerk rondom het terrein gaat grotendeels schuil achter de beplanting in de groene zoom en de gemengde wilde haag. Omdat het hekwerk nauwelijks zichtbaar is, is in deze variant gekozen voor een standaard hekwerk (zie referentie beelden p.17).

Het nieuwe regelstation bestaande uit het gebouw met installaties, waarop zonnepanelen gelegen. Daaraan grenzend drie transformatorruimtes zonder dak. • Enige open ruimte rondom

Heesters 4-5 meter hoog Hekwerk rond regelstation Gras op perceel regelstation Inrit/toegang tot nieuw regelstation aan de Kaalakkerstraat Ruimtereservering eventuele toekomstige uitbreiding regelstation

Informele inrit huidig regelstation aangelegd in grasbetontegels; toegang werkschuur mogelijk gekoppeld aan deze inrit

Toekomstige werkschuur van stichting Het Geldersch Landschap

Ruimtereservering voor eventuele uitbreiding van de capaciteit van het regelstation op de lange termijn. Verharding op het terrein uitgevoerd in lichtgrijze klinkerbestrating, keperverband. Parkeerplaatsen op het terrein uitgevoerd in grasbetontegels voor extra waterinfiltratie. Hekwerk (1 of 2m hoog) rond het regelstation ter beveiliging met toegangspoort aan Kaalakkerstraat. Heesters Rond het nieuwe regelstation wordt een groene zoom van heesters geplant welke 4-5 meter hoog zijn Gras

32

Toegang oude stroomhuis

grens

grond

aanko

op

Gemengde wilde haag aan oostzijde van regelstation

Figuur 5.1 Plankaart variant 2

33

5.3 Materialen en beeldkwaliteit

Het nieuwe regelstation maakt onderdeel uit van het ensemble van stroomhuizen. Het is het derde gebouw met vergelijkbare functie op deze plek. Er is gekozen om het materiaalgebruik voor het gebouw af te stemmen op het materiaalgebruik bij het oude stroomhuis en huidige regelstation. Voor

het gebouw met installaties zal gebruik worden gemaakt van een rood/bruine baksteen, passend bij de bakstenen van het oude stroomhuis. De transformatorruimtes zonder dak worden volgens de standaard van beton gemaakt.

Figuur 5.2 Rood/bruine baksteen

Figuur 5.3 De materialen die gebruikt worden voor het nieuwe regelstation

(passend bij stenen oude stroomhuis) en beton.

worden afgestemd op de materialen die gebruikt zijn bij het oude stroomhuis.

Figuur 5.4 Op het dak van het lage gedeelte van het station worden zonnepanelen gelegd in

oostwestopstelling, zodat deze vlak en in lijn met de voorgevel van het gebouw kunnen worden geplaatst. Bij voorkeur worden deze verdiept in het dakvlak geplaatst, zodat deze niet zichtbaar zijn vanuit de omgeving. Echter omdat vanuit het oude Stroomhuis wel gedeeltelijk op het dak kan worden gekeken, is het belang dat de panelen zo strak en gelijkmatig mogelijk op het dak worden gelegd.

Figuur 5.5 De bestrating van het station bestaat uit klinkers. Om de hoeveelheid bestrating te minimaliseren

en waterinfiltratie te vergroten kunnen de parkeerplaatsen aangelegd worden met grasbetontegels.

34

Figuur 5.6 Het beveiligingshekwerk rond het terrein moet 1 of 2 meter hoog zijn. Omdat het hekwerk in

variant 2 veelal achter beplanting ligt en daardoor minimaal zichtbaar is, is gekozen voor een standaard hekwerk.

Figuur 5.7 Referentiebeelden heesters tot 4-5 meter hoog. Exacte soorten worden afgestemd op soorten

die in de direct omgeving van het huidige regelstation en oude stroomhuis staan en zijn gebiedseigen. Soorten die eventueel gebruikt kunnen worden zijn Veldesdoorn, Sleedoorn en Kardinaalsmuts.

Gelderse roos

Meidoorn

Hondsroos

Figuur 5.8 Referentiebeelden gemengde wilde haag. Soorten die gebruikt kunnen worden zijn Gelderse

roos, meidoorn, sleedoorn, hondsroos, veldesdoorn, kardinaalsmuts en krent.

35

5.3 3D impressies variant 2

Figuur 5.9 Zicht vanaf de 2e Tieflaarsestraat

36

37

Figuur 5.10 Zicht vanaf de Kaalakkerstraat

38

39

Figuur 5.11 Zicht vanaf de Kaalakkerstraat

40

41

Figuur 5.12 Zicht vanaf de Kaalakkerstraat

42

43

Figuur 5.13 Zicht vanuit het Stroomhuis (begane grond)

44

45

Figuur 5.14 Zicht vanuit het Stroomhuis (begane grond)

46

47

Figuur 5.15 Zicht vanuit het Stroomhuis (1e verdieping)

48

49

Bronnen

Het Geldersch Landschap (2006). Inventarisatie van autochtone bomen en struiken in de terreinen van Het Geldersch Landschap. Ecologisch adviesbureau Maes. [online pdf] via http:// www.ecologischadviesbureaumaes.nl/316.pdf, geraadpleegd 21.01.2020 VBNE (vereniging van bos- en natuurterreineigenaren). Praktijkadvies Essentaksterfte [online pdf] via https://www. vbne.nl/Uploaded_files/Zelf/praktijkadviesessentaksterfte-14-12-2018.d81fed.pdf, geraadpleegd 21.01.2020

© 2020. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de samenstellers van dit document. De samenstellers van dit document hebben datgene gedaan wat redelijkerwijs van haar kan worden gevergd om de rechten van de auteursrechthebbende op de beelden te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die menen rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de de samenstellers van dit document wenden. Graag nemen wij dan de juiste bronvermelding over.

51

56

Bijlage 2 Archeologisch onderzoek

"Regelstation Neerijnen" (ontwerp)

Neerijnen, Van Pallandtweg 1 (Gemeente West Betuwe, Gld.)

Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende en Karterende Fase definitief Steekproefrapport 2020-10/02

Neerijnen, Van Pallandtweg 1 (Gemeente West Betuwe, Gld.)

Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende en Karterende Fase definitief Steekproefrapport 2020-10/02

Neerijnen, Van Pallandtweg 1 (Gemeente West Betuwe, Gd.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende en Karterende Fase Een onderzoek in opdracht van DNS Planvorming Steekproefrapport 2020-10/02 ISSN 1871-269X Status: definitief Auteur: drs. J.M.G. Bongers, fysisch geograaf / senior KNA-prospector. Autorisatie dr. J. Jelsma, senior KNA-archeoloog/prospector. Actorregistraties respectievelijk: 92394548 en 35453178 Goedgekeurd door de bevoegde overheid, gemeente West Betuwe, namens deze de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) mevr. M. Stronkhorst, d.d. 28 december 2020 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en SIKB-BRL 4000. Voor dit onderzoek gelden protocollen 4002 & 4003. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, 20 november 2020 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau, Hogeweg 3, 9801 TG Zuidhorn telefoon internet e-mail kvk

050 – 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214

Inhoud

Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01).............................................................................1 1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02).....................................................................................3 2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06)......................................................................................4 2.1 Bronnen..................................................................................................................... 4 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)..............................................................................4 2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04).......................................................................................6 2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03)..........................................................................7 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)........................................................9 3.

Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05).......................................................................................10 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01)...................................................................10 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03).................................................................11 3.3 Vondsten (KNA 4.1: VS02, VS03)...............................................................................12 4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07)..............................................................................13 Gebruikte bronnen Lijst van figuren en tabellen Archeologische periodes Appendix: Boorstaten en Laagbeschrijvingen boringen volgens Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode

Samenvatting In verband met de geplande uitbreiding van een elektriciteitsregelstation is een archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Van Pallandtweg 1 te Neerijnen, gemeente West Betuwe, provincie Gelderland. Voor de nieuwbouw is graafwerk nodig zoals het aanleggen van funderingen. Deze bodemingrepen vormen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (protocol 4002) en een veldonderzoek, verkennende en karterende fase (IVO-O; protocol 4003). Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Tijdens het veldonderzoek zijn acht boringen geplaatst om de opbouw en gaafheid van de bodem te bepalen en om te zoeken naar archeologische materialen. Plangebied Van Pallandtweg 1 te Neerijnen ligt op ruim een kilometer ten noorden van de Waal. Tijdens het neolithicum stroomde er een rivier langs het plangebied waarvan met name in het noorden kans op afzettingen zijn. Uit het plangebied zijn geen archeologische waarden bekend. Vondsten uit de omgeving dateren vooral uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. In het verleden is het plangebied in gebruik geweest als boomgaard en als akker.

In het plangebied ligt een meters dik pakket zeer zware komklei. Door dit pakket loopt een zone met matig slappe klei met dikke zandlagen op meer dan een meter diepte. Mogelijk is dit een crevasse van de rivier die tijdens het neolithicum langs het plangebied stroomde. De afzettingen zijn van bescheiden omvang en niet sterk gerijpt waardoor ze niet geschikt lijken te zijn geweest als vestigingsplek voor de mens. Aan het maaiveld ligt een pakket lichte klei dat waarschijnlijk een oeverafzetting van de Waal is. Op basis daarvan lijkt het gebied tijdens de middeleeuwen geschikter te zijn geweest voor menselijke bewoning. In de licht klei is een bouwvoor gevormd van veertig centimeter dikte door onder meer het gebruik als akker. In het zuiden van het plangebied is in geroerde grond onder de bouwvoor op zeventig centimeter beneden maaiveld een stuk menselijk bot gevonden. Dit kan van een middeleeuws graf zijn en kan ook van grote archeologische waarde zijn als het een geringere ouderdom heeft. De enige andere aangetroffen archeologische indicatoren zijn enige spikkels baksteen in de bouwvoor. selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. Bongers Wij adviseren om het plangebied nader archeologisch te onderzoeken om te bepalen of er geassocieerd met het aangetroffen stuk bot graven aanwezig zijn en zo ja, om te bepalen wat de aard, ouderdom, gaafheid en verspreiding zijn.

Daartoe adviseren wij om een proefsleuvenonderzoek te laten uitvoeren dat zich vooral richt op de zuidelijke hoek waar het stuk bot is aangetroffen. Figuur 11 toont een voorstel voor de plaatsing van vijf kleine sleuven van drie bij tien meter. Een proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd door een daartoe bevoegd bureau volgens een vooraf door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Dit Programma van Eisen kan pas worden opgesteld als het definitieve ontwerp voor het plan klaar is, zodat eventueel vervolgonderzoek kan worden afgestemd op de locaties waar de bodem verstoord wordt. Tenslotte wijzen wij erop dat voor al het graafwerk geldt dat als archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente West Betuwe. selectie-besluit Namens gemeente West-Betuwe is de regioarcheoloog Rivierenland akkoord met de

resultaten en conclusies van dit onderzoek. Het besluit is genomen het advies uit het rapport (de aanbevelingen) in zijn geheel over te nemen. De vondst van een menselijk stuk bot in boring 1 geven aanleiding om de locatie verder te onderzoeken wat de precieze aard en spreiding is van de vondst. Het archeologisch relevante niveau heeft kans geraakt te worden door de geplande graafwerkzaamheden. Ten aanzien van archeologie dient er een proefsleufonderzoek te worden uitgevoerd om de aanwezigheid en de waarde (kwaliteit) van het terrein te bepalen. Het gaat hierbij om een IVO-P (KNA 4.1 protocol 4003) uit te voeren door een gecertificeerde marktpartij (www.sikb.nl). De uitvoerder dient te werken volgens een door het bevoegd gezag geaccordeerd Programma van Eisen dat voldoet aan de richtlijnen voor archeologische bedrijven in Handboek archeologie Rivierenland (Stiller & Van Oort 2018) te raadplegen via website van ODR (www.odrivierenland.nl). ODR toetst en accordeert namens gemeente West-Betuwe het PvE (tekst in deze paragraaf citaat ODR).

Administratieve gegevens van het plangebied Tabel 1: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: administratieve gegevens. Provincie

Gelderland

Gemeente

West Betuwe (voormalige gemeente Neerijnen)

Plaats

Neerijnen

Toponiem

Van Pallandtweg 1

Kaartblad

39C

Hoekcoördinaten

noord: oost: west: zuid:

Kadastrale perceelnummers

D1034 en Y482

147,325 / 427,498 147,355 / 427,480 147,294 / 427,445 147,324 / 427,427

Bestemmingsplan gemeente Neerijnen noordelijke deel plangebied: Buitengebied, 18-02-2016 enkelbestemming agrarisch, dubbelbestemming waarde archeologie 2 overige deel: enkelbestemming agrarisch, dubbelbestemming waarde archeologie 3 Oppervlakte

0,21 hectare

NAP-hoogte maaiveld

3 meter boven NAP

Huidig grondgebruik

weiland

Soort onderzoek

bureauonderzoek & veldonderzoek verkennende en karterende fase

Opdrachtgever

DNS Planvorming

Uitvoerder

De Steekproef bv, drs. J.M.G. Bongers (senior KNA-prospector)

Bevoegde overheid

gemeente West Betuwe

Deskundige namens bevoegd gezag

M. Stronkhorst (ODR)

Steekproef projectcode

2020-10/02

Onderzoeksmeldingsnummer

4887463100

Datum veldwerk

8 september 2020

Maximale diepte onderzoek

600 centimeter

Beheer en plaats documentatie

De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / Noordelijk Archeologisch Depot / DANS / DINO-loket (boorgegevens)

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) In opdracht van DNS Planvorming, vertegenwoordigd door de heer R. Nijdam, is een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de Van Pallandtweg 1, gemeente West Betuwe, provincie Gelderland (zie Figuur 1). Aanleiding voor het onderzoek is de geplande uitbreiding van een bestaand regelstation dat tezamen met het reeds bestaande zuidelijker gelegen station de capaciteit voor elektriciteit in het gebied moet vergroten (zie Figuur 2). Er zal een gebouw komen voor installatieruimten en drie transformatoren met kelders die 50 tot 70 centimeter onder het huidige maaiveld zullen reiken. Er zullen ondergrondse kabels worden aangelegd tussen het bestaande regelstation zuidelijk van het plangebied en het nieuw te bouwen station. De sloot westelijk van het gebouw krijgt een natuurvriendelijke oever waarvoor tot maximaal 1,6 meter beneden maaiveld gegraven zal worden. Rondom het gebouw worden struiken en bomen geplant. Deze bodemingrepen vormen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek verkennende en karterende fase (IVO-O).

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. Daartoe zijn de opbouw en gaafheid van de bodem bepaald en is gezocht naar archeologische indicatoren.

Figuur 1: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: uitsnede van de topografische kaart op schaal 1:25.000. Het plangebied is rood omlijnd. Bron: Topografische Dienst Kadaster 2020. 1

Figuur 2: Neerijnen, Van Pallandtweg1: schetsontwerp afkomstig uit rapport 'Regelstation Van Pallandtweg 1 Neerijnen, Landschappelijke inpassing' van Urban Synergy 10/09/2020 (p14). Rood omlijnd is het onderzoeksgebied van dit archeologisch onderzoek waarvan de grenzen overgenomen waren van een inmiddels achterhaalde concept overzichtstekening van 20 september 2018 door Reddyn. Vergeleken met het oude ontwerp is het nieuw te bouwen regelstation circa zes meter zuidoostwaarts verplaatst, volgens de opdrachtgever 'om ruimte te maken om de oevers van de watergang natuurvriendelijk in te richten.' Aangezien deze verschuiving van na de uitvoering van het bureau- en veldonderzoek is en aangezien de verschuiving slechts enkele meters bedraagt, staat op kaarten in dit rapport het oude plangebied. Het grijs gestreepte deel in het zuiden van het rood omlijnde onderzoeksgebied geeft een uitbreiding weer die wordt voorzien in de nabije toekomst volgens de opdrachtgever (Nijdam 2020, p7).

2

1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) Het plangebied ligt aan de noordwestelijke rand van Neerijnen (zie Figuur 1). Zuidelijk ervan staat 'Stroomhuis Neerijnen' aan de Van Pallandtweg 1 en westelijk van het plangebied ligt de Zwaluwestraat die zuidwestwaarts overgaat in de Kaalakkerstraat (zie Figuur 2). Tijdens het onderzoek was het terrein in gebruik als weiland. Volgens informatie van het Kabels en Leidingen InformatieCentrum (KLIC) loopt er een waterleiding van Vitens door het zuiden van het plangebied.

Figuur 3: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: foto van het plangebied genomen in zuidelijke richting. Op de achtergrond 'Stroomhuis Neerijnen' en rechts de Zwaluwestraat.

3

2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06) 2.1 Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)

Figuur 4: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: hoogtekaart gemaakt met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland 3 uit 2015. Het plangebied is rood omlijnd.

Plangebied Van Pallandtweg 1 ligt in een vlak gebied op ruim een kilometer ten noorden van de Waal (zie Figuur 4). Door het noorden van het plangebied heeft stroomgordel Herwijnen gelopen waarvan een begindatering is van 5428 ± 40 14C jaren voor heden en een geschatte einddatering van ongeveer 5100 14C jaren voor heden (zie Figuur 5, Cohen et al. 2012). Dat betekent dat daar een voorloper van de Waal gestroomd heeft rond 4000 vC. Op de geomorfologische kaart (niet afgebeeld) ligt het plangebied in een rivierkomvlakte (M46). Op de bodemkaart (niet afgebeeld) is het plangebied gekarteerd als kalkhoudende poldervaaggrond in zware zavel en lichte klei (Rn95A).

4

Figuur 5: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: stroomgordels gecategoriseerd naar de einddatering van de periode waarin ze actief waren. Bron: Cohen et al. (2012). Tabel 2: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: stroomgordels die in het verleden in de omgeving van het plangebied gelopen hebben. nummer

naam

datering [14C-jaren BP]

36

Deil

5788 - 5360

46

Est

3124 - 1860

66

Herwijnen

5428 - 5100

166

Varik

5428 - 4820

174

Waal (benedenstrooms van Tiel)

1625 - 850

5

2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04) Archeologische waarden uit de omgeving dateren vooral uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd (zie Tabel 3). De dichtstbij geregistreerde vondst is van scherven laatmiddeleeuws aardewerk die zijn gevonden bij een veldkartering waarbij het maaiveld is afgezocht en die geregistreerd zijn aan de overzijde van de Zwaluwestraat op vijftig meter van het plangebied (2697166100, zie Figuur 6). Op vierhonderd meter zuidoostelijk van het plangebied heeft Kasteel Neerijnen gestaan en op achthonderd meter zuidwestelijk Kasteel Waardenburg. Archeologische waarden uit het neolithicum toen stroomgordel Herwijnen actief was, zijn uit de omgeving niet bekend. Voor het bureauonderzoek zijn geen amateurarcheologen of een historische vereniging geraadpleegd. We adviseren om deze wel bij een eventuele volgende fase van onderzoek te betrekken. Tabel 3: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: vondsten en archeologische onderzoeken zoals weergegeven op de kaart van Figuur 6. zaaknummer

omschrijving

datering

13174

kasteel

late middeleeuwen, 13e eeuw

2149208100

kasteel Waardenburg: vondsten van archeologisch onderzoek waaronder grijsbakkend en roodbakkend aardewerk

late middeleeuwen – nieuwe tijd

2172511100

kasteel Waardenburg: vondsten van archeologisch onderzoek waaronder 50 scherven gedraaid aardewerk

late ijzertijd – late middeleeuwen

2194139100

vondsten archeologisch onderzoek waaronder scherven aardewerk van steengoed en proto-steengoed

late middeleeuwen B

2697166100

vondsten veldkartering waaronder scherven aardewerk van Paffrath, grijsbakkend gedraaid en kogelpot

late middeleeuwen B

2697174100

vondsten veldkartering waaronder scherven aardewerk van proto-steengoed en grijsbakkend gedraaid,

late middeleeuwen B

2697230100

vondsten veldkartering waaronder scherven aardewerk van geglazuurd steengoed en Paffrath

late middeleeuwen

2697263100

vondsten veldkartering waaronder scherven handgevormd aardewerk

romeinse tijd

geglazuurd steengoed

late middeleeuwen B

3068915100

kasteel Neerijnen: vondsten veldkartering waaronder scherven geglazuurd steengoed en grijsbakkend gedraaid aardewerk

3107519100

kasteel Waardenburg: muurrestant aangetroffen bij opgraving

late middeleeuwen A – nieuwe tijd vroeg

3240294100

kasteel Neerijnen: grondspoor zonder nadere omschrijving

middeleeuwen – nieuwe tijd

3977955100

vondsten booronderzoek waaronder scherven roodbakkend geglazuurd aardewerk

nieuwe tijd

6

Figuur 6: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: archeologische waarden rondom het plangebied. Paarse terreinen staan op de archeologische monumentenkaart, gele terreinen zijn in het verleden archeologisch onderzocht en groene stippen zijn vondstlocaties. Het plangebied is rood omlijnd. Bron: Archis3.

2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03) Op de kadastrale kaart van 1811-1832 (zie Figuur 7) en op een topografische kaart van 1877 (niet afgebeeld) staat het plangebied als boomgaard. Op kaarten uit de twintigste eeuw wordt het afwisselend als weiland en akker weergegeven. Door de westelijke punt liep aanvankelijk de Zwaluwestraat. Tussen 1957 en 1966 werd deze verlegd tot de huidige positie (zie Figuur 8).

7

Figuur 7: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: interpretatie van de kadastrale kaart van 1811-1832 door hisgis.nl. Het plangebied is rood omlijnd. Het was in gebruik als boomgaard. De andere kleur lichtgroen is weiland, donkergroen is elzenbos en bruin is akkerland.

Figuur 8: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: topografische kaarten uit 1957 en 1966. Het plangebied is rood omlijnd. Bron: www.topotijdreis.nl

8

2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Op de archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Neerijnen (Van Heeringen et al. 2008, niet afgebeeld) heeft de noordelijke hoek een hoge archeologische verwachting en de rest van het terrein een gematigde verwachting. De grens tussen beide is de rand van de voormalige stroomgordel Herwijnen zoals staat weergegeven in Figuur 5. Voor de hoge verwachting geldt een vrijstellingsgrens voor plangebieden kleiner dan 250 m² waarbij ingrepen nodig zijn die dieper reiken dan 50 centimeter. Voor de gematigde verwachting geldt een grens van 5000 m² en ingrepen dieper dan eveneens 50 centimeter. Op de zandige afzettingen van stroomgordel Herwijnen kunnen archeologische resten uit het neolithicum liggen. Gezien de vondsten die in het verleden in de omgeving van het plangebied gedaan zijn, geldt daarnaast een verwachting op resten uit de late middeleeuwen. Eventuele resten uit het neolithicum zullen door latere afzettingen van met name klei zijn afgedekt en dus op enige diepte liggen. Van een eventuele vindplaats kunnen onder meer vuursteen, houtskool en aardewerk gevonden worden. Resten uit de middeleeuwen kunnen in het hele plangebied aanwezig zijn vanaf het maaiveld.

Door de ondiepere ligging zullen eventuele resten uit deze tijd sterker zijn aangetast door graafwerk en ploegen in de tijd waarin het gebied in gebruik was als boomgaard en akker. Om de bovengenoemde verwachting te toetsen is een veldonderzoek uitgevoerd dat staat beschreven in Hoofdstuk 3. Tabel 4: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: specificatie archeologische verwachting. datering:

neolithicum

middeleeuwen

complextype:

kamp / nederzetting, begraving

nederzetting, begraving

locatie:

in noorden op zandige afzettingen stroomgordel Herwijnen

hele terrein

diepteligging:

onder later afgezette klei

aan het maaiveld

omvang:

vanaf enkele meters

vanaf enkele tientallen meters

gaafheid en conservering:

kans op organische conservering

kans op organische conservering

uiterlijke kenmerken:

bewerkt vuursteen, aardewerk, houtskool

ophogings-/bewoningslagen met aardewerk, bot, metalen

mogelijke verstoringen:

voormalige weg

voormalige weg, graafwerk voor boomgaard, ploegen, leiding

9

3. Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05) 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01) Het veldwerk is uitgevoerd op 8 september 2020. Er zijn acht boringen gedaan op onderlinge afstanden van achttien tot twintig meter waarmee de boordichtheid 38 boringen per hectare is. Eerst is geboord met een guts van drie centimeter diameter om de opbouw en gaafheid van de bodem vast te stellen (verkennende fase). Daarna is de bovenste driekwart meter nageboord met een edelmanboor van zeven centimeter diameter om nader te zoeken naar de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals spikkels gebakken klei en houtskool (karterende fase). De opgeboorde monsters zijn laagsgewijs afgesneden in de guts en de boorkop. De boringen reiken tot dieptes tussen 200 en 600 centimeter onder maaiveld. De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB). De boorlocaties zijn ingemeten met een GPS met maximale onnauwkeurigheid van drie meter. De hoogtes zijn overgenomen van het Actueel Hoogtebestand Nederland 3 uit 2015. De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de Appendix in de vorm van boorstaten en laagbeschrijvingen. Er is geen veldkartering uitgevoerd. De vondstzichtbaarheid was slecht (zie Figuur 3).

Figuur 9: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: boorpuntenkaart. Het plangebied is rood omlijnd. De genummerde punten zijn de locaties van de acht boringen. De blauwe lijn geeft de loop van een waterleiding van Vitens weer.

10

3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03) geologie De ondergrond van het plangebied aan de Van Pallandtweg 1 bestaat uit zeer zware klei met lagen humeuze en venige klei. Dit zijn komafzettingen die gevormd zijn in een periode waarin er geen rivieren in de nabije omgeving stroomden. In de bovenste meter van dit pakket zeer zware klei ontbreken lagen humeuze en venige klei. Bij boringen 3, 5 en 8 wordt het pakket onderbroken door matig slappe, iets lichtere klei met daarin lagen zand van enkele centimeters dikte (zie Appendix Boorstaten). De top hiervan ligt bij de drie boringen op respectievelijk 16, 130 en 150 centimeter boven NAP (250, 145 en 125 centimeter beneden maaiveld). Bij boring 6 is op een hoogte van 86 centimeter boven NAP (190 centimeter beneden maaiveld) een enkele millimeters dikke laag zand vastgesteld die waarschijnlijk gelijktijdig gevormd is met de klei met zandlagen. De gelaagdheid is goed bewaard gebleven, met uitzondering van de top bij boring 8 waar enige bioturbatie is vastgesteld. De klei met zandlagen is waarschijnlijk gevormd door een kleine geul die vanuit een rivier bij hoogwater gevormd is, ook wel crevasse genoemd. Deze crevasse lijkt gezien de geringe afmetingen korte tijd actief te zijn geweest. Mogelijk hoort de crevasse bij stroomgordel Herwijnen waarvan de top van het zand volgens Cohen et al. (2012) tussen 1,2 en 0,0 meter NAP ligt.

Op het dikke pakket zeer zware klei ligt tot aan het maaiveld lichte klei / sterk siltige klei met diktes tussen 60 en 90 centimeter. De klei is homogeen vermengd door bioturbatie waardoor geen afzettingsgelaagdheid meer zichtbaar is. Waarschijnlijk is het de oeverafzetting van een rivier. Een andere mogelijkheid zou een dijkdoorbraakafzetting zijn, maar daarvoor lijkt de klei te goed gesorteerd. Gezien de ligging aan het maaiveld is de klei aangevoerd door een recente rivier, waarschijnlijk de Waal (zie Figuur 5). De bovenste veertig centimeter van de lichte klei zijn homogeen vermengd en matig humeus. Dit is een bouwvoor die ontstaan is door gebruik als akker waarbij tot genoemde diepte is geploegd. Bij boring 3 is een diepe verstoring vastgesteld tot 1,8 meter diepte die hoogstwaarschijnlijk gerelateerd is aan de weg die tot midden twintigste eeuw hier liep (zie Figuur 8). archeologie Op basis van het bureauonderzoek is een archeologische verwachting gegeven voor resten uit zowel het neolithicum als de middeleeuwen. De kans op resten uit het neolithicum geldt in verband met de aanwezigheid van stroomgordel Herwijnen. Maar van deze stroomgordel zijn geen bedding- of oeverafzettingen vastgesteld in het plangebied.

Wel lopen er afzettingen van klei met dikke zandlagen door het terrein die mogelijk van een crevasse van deze stroomgordel zijn, maar deze afzettingen zijn zeer bescheiden van omvang en weinig gerijpt waardoor ze niet geschikt lijken voor menselijke bewoning. Daarnaast geldt een archeologische verwachting voor de middeleeuwen waarvan eventuele resten vanaf het maaiveld aanwezig kunnen zijn. Door ploegen is de bovenste veertig centimeter verstoord, maar diepere delen van eventuele archeologische sporen zoals greppels, putten, paalkuilen en begravingen kunnen wel bewaard gebleven zijn. Daarom is de bovengrond nageboord om te zoeken naar indicatoren / aanwijzingen voor archeologische resten. Bij boring 1 is op een diepte van zeventig centimeter een stuk van een langwerpig bot gevonden. Het bot was circa drie centimeter in diameter en van binnen gevuld met klei. Bij het uit de boorkop halen viel het bot in kleine stukken uiteen. De grootste fragmenten zijn verzameld en voorgelegd aan senior KNA-specialist archeozoölogie L. de Vries. Het blijkt menselijk materiaal te zijn. Een ouderdom is niet te geven zonder nader onderzoek, behalve dat het niet (sub)recent lijkt aangezien het erg breekbaar is. Het bot lag 11

in grond die vergraven was en waarin geen andere indicatoren zijn waargenomen. Bij de verkennende gutsboring en bij een tweede edelmanboring ongeveer een halve meter ernaast bleek de grond onder de bouwvoor niet vergraven en zijn evenmin indicatoren gevonden. Mogelijk is het bot van een begraving en liggen er meer graven. Maar het is ook niet uit te sluiten dat het stuk bot en de vergraven grond waar het in gevonden is, gerelateerd zijn aan het gebruik als boomgaard in de negentiende eeuw of dat er een relatie is met de waterleiding die vlak langs boring 1 loopt (zie Figuur 9). Bij de andere boringen zijn alleen enkele spikkels baksteen gevonden in de bouwvoor. 3.3 Vondsten (KNA 4.1: VS02, VS03) Figuur 10 toont enkele fragmenten van het bot dat is opgeboord bij boring 1. Het bot is door senior KNA-specialist archeozoölogie L. de Vries (actorregistratienummer 26666070) geduid als menselijk. Het selectievoorstel is om het materiaal te deponeren bij het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten te Nijmegen.

Figuur 10: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: enkele verzamelde fragmenten menselijk bot afkomstig van boring 1, coördinaten 147,325 / 427,435, op 70 centimeter beneden maaiveld.

Provinciaal Depot voor Bodemvondsten te Nijmegen is akkoord met het selectievoorstel (e-mail dhr. S. Weiss-König d.d. 16 oktober 2020).

12

4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07) belangrijkste resultaten Plangebied Van Pallandtweg 1 te Neerijnen ligt op ruim een kilometer ten noorden van de Waal. Tijdens het neolithicum stroomde er een rivier langs het plangebied waarvan met name in het noorden kans op afzettingen zijn. Uit het plangebied zijn geen archeologische waarden bekend. Vondsten uit de omgeving dateren vooral uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. In het verleden is het plangebied in gebruik geweest als boomgaard en als akker. In het plangebied ligt een meters dik pakket zeer zware komklei. Door dit pakket loopt een zone met matig slappe klei met dikke zandlagen op meer dan een meter diepte. Mogelijk is dit een crevasse van de rivier die tijdens het neolithicum langs het plangebied stroomde. Aan het maaiveld ligt een pakket lichte klei dat waarschijnlijk een oeverafzetting van de Waal is. Hierin is een bouwvoor gevormd van veertig centimeter dikte door onder meer het gebruik als akker. In het zuiden van het plangebied is in geroerde grond onder de bouwvoor op zeventig centimeter beneden maaiveld een stuk menselijk bot gevonden. De enige andere aangetroffen archeologische indicatoren zijn enige spikkels baksteen in de bouwvoor. archeologisch verwachtingsmodel Tijdens het neolithicum lijkt het plangebied geen geschikte vestigingsplek te zijn geweest voor de mens.

Weliswaar lijkt er toen een crevasse door het gebied te hebben gelopen, maar de afzettingen zijn van bescheiden omvang en niet sterk gerijpt. Tijdens de middeleeuwen lijkt het gebied geschikter te zijn geweest voor menselijke bewoning door de oeverafzettingen. Het aangetroffen stuk menselijk bot kan van een middeleeuws graf zijn en kan ook van grote archeologische waarde zijn als het een geringere ouderdom heeft. Daarom blijft de archeologische verwachting voor de middeleeuwen staan en kan er een verwachting voor de nieuwe tijd aan worden toegevoegd. selectie-advies door senior KNA-prospector drs. J.M.G. Bongers In het zuidelijke deel van het plangebied zullen elektriciteitskabels worden ingegraven tussen het bestaande en het nieuwe deel van het regelstation. Tevens wordt in de nabije toekomst een uitbreiding voorzien van het nieuwe regelstation in dit gedeelte van het plangebied. Daarom adviseren wij om het plangebied nader archeologisch te onderzoeken om te bepalen of er geassocieerd met het aangetroffen stuk bot graven aanwezig zijn en om te bepalen wat de aard, ouderdom, gaafheid en verspreiding zijn. Daartoe adviseren wij om een proefsleuvenonderzoek te laten uitvoeren dat zich vooral richt op de zuidelijke hoek waar het stuk bot is aangetroffen. Figuur 11 toont een voorstel voor de plaatsing van vijf kleine sleuven van drie bij tien meter.

Een proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd door een daartoe bevoegd bureau volgens een vooraf door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Dit Programma van Eisen kan pas worden opgesteld als het definitieve ontwerp voor het plan klaar is, zodat eventueel vervolgonderzoek kan worden afgestemd op de locaties waar de bodem verstoord wordt. Tenslotte wijzen wij erop dat voor al het graafwerk geldt dat als archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dat daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente West Betuwe.

13

selectie-besluit Namens gemeente West-Betuwe is de regioarcheoloog Rivierenland akkoord met de resultaten en conclusies van dit onderzoek. Het besluit is genomen het advies uit het rapport (de aanbevelingen) in zijn geheel over te nemen. De vondst van een menselijk stuk bot in boring 1 geven aanleiding om de locatie verder te onderzoeken wat de precieze aard en spreiding is van de vondst. Het archeologisch relevante niveau heeft kans geraakt te worden door de geplande graafwerkzaamheden. Ten aanzien van archeologie dient er een proefsleufonderzoek te worden uitgevoerd om de aanwezigheid en de waarde (kwaliteit) van het terrein te bepalen. Het gaat hierbij om een IVO-P (KNA 4.1 protocol 4003) uit te voeren door een gecertificeerde marktpartij (www.sikb.nl). De uitvoerder dient te werken volgens een door het bevoegd gezag geaccordeerd Programma van Eisen dat voldoet aan de richtlijnen voor archeologische bedrijven in Handboek archeologie Rivierenland (Stiller & Van Oort 2018) te raadplegen via website van ODR (www.odrivierenland.nl). ODR toetst en accordeert namens gemeente West-Betuwe het PvE (tekst in deze paragraaf citaat ODR).

Figuur 11: Neerijnen, Van Pallandtweg 1: advieskaart. Geadviseerd wordt om vijf proefsleuven te graven met afmetingen van drie bij tien meter. Hiermee wordt zeven procent van het plangebied onderzocht. In het zuiden bij de boring waar menselijk bot gevonden is staan twee sleuven ingetekend. Waar deze sleuven in de buurt komen van de waterleiding van Vitens zal de ligging van deze leiding handmatig moeten worden bepaald om beschadiging te voorkomen.

14

Gebruikte bronnen

AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geo-informatie en ICT. ARCHIS 3. www.test.zoeken.cultureelerfgoed.nl Bosch, J.H.A. 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Cohen, K.M., E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H.J.A. Berendsen & H.F.J. Kempen 2009. Zand in banen. Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de RijnMaas Delta. Dept. Fysische Geografie, Universiteit Utrecht. Digitale dataset. Via: easy.dans.knaw.nl Heeringen, R.M. van , C. Sueur en R. Schrijvers. Archeologische waarden- en beleidskaart voor het grondgebied van de gemeente Neerijnen. Een aanzet tot het ontwikkelen van ruimtelijk archeologiebeleid. Rapportnummer V480. Projectnummer V07/1009. Vestigia. Amersfoort, 1 september 2008. Hisgis, Historisch Geografisch Informatiesysteem. www.hisgis.nl Fryske Akademy Jongmans, A.G., M.W. van den Berg, M.P.W. Sonneveld, G.J.W.C. Peek, en R.M. van den Berg van Saparoea. 2013. Landschappen van Nederland: Geologie, bodem en landgebruik. Wageningen: Academic Publishers. Kadata via www.kadaster.nl, 2019. Topografische Kaart 1:25.000 van Topografische Dienst Kadaster, Emmen. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/421/documents/9360