RV2021-132 Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied 2018 voormalig Geldermalsen.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Datum vergadering
: 21 december 2021
Registratie nummer Voorstelnummer
: GZDGWB272291/272296 : RV2021/132
Portefeuillehouder
: Sietske Klein – de Jong
Bijlagen
: 1. Nota van zienswijzen eindversie voor de raad. 2 Buitengebied 2018 Regels 3. Buuitengebied 2018 Toelichting 4. Buitengebied 2018 verbeelding 8 kaarten 5. Voorlopig advies MER 6. Eindadvies MET 7. PlanMER buitengebied Geldermalsen
Onderwerp
: Vaststelling bestemmingsplan "Buitengebied 2018" voormalig Geldermalsen
Onderwerp Vaststelling bestemmingsplan "Buitengebied 2018" grondgebied voormalig Geldermalsen Beslispunten 1. Aan het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2018" de wijzigingen door te voeren die zijn benoemd in hoofdstuk 5 van bijgevoegde "nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied 2018"; 2. Het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2018" daarmee gewijzigd vast te stellen; 3. Het PlanMER bestemmingsplan Buitengebied vast te stellen met inachtneming van de nog te verwerken wijzigingen naar aanleiding van het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage. Inleiding De voormalige gemeente Geldermalsen is enige jaren voor de herindeling gestart met een integrale herziening van de geldende bestemmingsplannen voor het buitengebied (=gebiedsdelen buiten de woonkernen en bedrijfsterreinen). Deze herziening kwam deels voort uit de (toen nog geldende) vereiste om een bestemmingsplan na 10 jaar te actualiseren. Daarnaast waren er diverse praktische en beleidsmatige redenen om het bestemmingsplan te herzien. In het vervolg van deze nota wordt waar mogelijk gesproken over het bestemmingsplan "Buitengebied" deelgebied Geldermalsen. Deels om aan te geven dat dit bestemmingsplan niet het gehele grondgebied van de gemeente West Betuwe omvat, maar ook om helder te maken dat het geen bestemmingsplan meer is van de (voormalige) gemeente Geldermalsen.
In de basis gaat het hier om een herziening van het op 28 november 2006 vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied" van de voormalige gemeente Geldermalsen, en een tweetal latere meer uitgebreide herzieningen. Namelijk de bestemmingsplannen "Buitengebied, eerste herziening" (2009) en "Buitengebied, derde herziening" (2011). Beide herzieningen waren nodig om de gedeeltelijke onthouding van goedkeuring van het bestemmingsplan uit 2006 door Gedeputeerde
21 december 2021 Kenmerk GZDGWB272291/272296 Pagina 2 van 9
Staten te corrigeren én om de latere uitspraak van de Raad van State op de indiende beroepen tegen het bestemmingsplan uit 2006 te verwerken. De huidige herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied" deelgebied Geldermalsen is gestart met een algehele gebieds- en dossierinventarisatie. Voor de (agrarische) bedrijven zijn aanvullend concrete voorstellen voor de wijze van inpassing van de bedrijven (met name begrenzing van het bouw-/bestemmingsvlak) voor reactie naar de desbetreffende bedrijven toegestuurd. Voor de agrarische ondernemers zijn bijeenkomsten georganiseerd om te reageren op het voorgestelde bouwvlak en om vragen te stellen. Ook zijn voorafgaand aan het ter inzage leggen van de eerste planstukken gesprekken gevoerd met agrarische belangenorganisaties. Op 16 februari 2018 is het voorontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2018" voor algemeen inspraak en vooroverleg ter inzage gelegd. Tijdens de periode dat de planstukken ter inzage lagen zijn twee informatiebijeenkomsten gehouden. In bijlage 1 van het bestemmingsplan "nota van inspraak en vooroverleg bestemmingsplan "Buitengebied 2018" wordt verslag gedaan van deze fase van de planprocedure. Naar aanleiding van de ± 125 ingebrachte reacties zijn de planstukken op diverse onderdelen aangepast. Op 21 december 2018 is vervolgens het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2018" voor zes weken ter inzage gelegd.
Bij de planstukken was ook het Milieueffectrapport (MER) met een "passende beoordeling" (effecten op Natura 2000-gebieden) gevoegd. De stukken van het ontwerpplan zijn te raadplegen op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl onder het identificatienummer: NL.IMRO.0236.BpBuitenGDM2018-OW01 In totaal zijn ± 80 zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn in de "nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied 2018" (hierna: "nota van zienswijzen") samengevat en van een reactie voorzien. Tevens heeft de Commissie voor de Milieueffectrapportage op het MER gereageerd. Vertraagde vaststelling van het bestemmingsplan Het is niet gebruikelijk om na het einde van de terinzagelegging van een ontwerpbestemmingsplan, in dit geval 31 januari 2019, zo lang te wachten om aan de gemeenteraad een besluit tot vaststelling voor te leggen. Hoewel de in artikel 3.8 lid 1 onder e van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) genoemde termijn van 12 weken bij een omvangrijk plan zoals een bestemmingsplan Buitengebied vaak niet wordt gehaald, is een vertraging van bijna 3 jaar niet rechtstreeks toe te schrijven aan de hoeveelheid ingediende zienswijzen en het belang van een zorgvuldige afhandeling.
In dit dossier hebben andere factoren, zoals de organisatorische heroriëntatie na de gemeentelijke herindeling, er toe bijgedragen dat over een lange periode niet aan de afhandeling van het plan is gewerkt. Wel is in 2019 het Milieueffectrapport nader uitgewerkt en opnieuw ter advisering aan C-mer aangeboden (zie ook argument 3.2). In de tussentijd is het ontwerpbestemmingsplan overigens al wel regelmatig gebruikt bij de afhandeling van (bouw)plannen die niet meer pasten binnen het huidige juridisch kader. Onder meer met toepassing van het kruimelbeleid werd daarom waar mogelijk geanticipeerd op dit bestemmingsplan. Ook wordt het met de verlate vaststelling mogelijk om enkele in de afgelopen jaren genomen collegebesluiten alsnog te verwerken in het bestemmingsplan. Ook recente jurisprudentie over bijvoorbeeld het fenomeen "spuitzones" kan nu worden meegenomen. Ook is rekening gehouden met recent door de gemeenteraad vastgestelde nieuwe beleidskaders zoals die voor de huisvesting van seizoenarbeiders en het erfgoedbeleid.
21 december 2021 Kenmerk GZDGWB272291/272296 Pagina 3 van 9
Besluitgeschiedenis De start voor de integrale herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied" deelgebied Geldermalsen is nog genomen door de voormalige gemeente Geldermalsen. Besluitvorming hiertoe is door het college van B en W genomen waarbij de gemeenteraad tijdens het proces meermalen is geïnformeerd. De gemeenteraad van West Betuwe heeft voor dit dossier niet eerder een besluit hoeven te nemen. Beoogd effect Met het voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan is er voor het buitengebied van de voormalige gemeente Geldermalsen een actueler bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan kan tot het moment van vaststelling van het in het kader van de Omgevingswet voor de gehele gemeente op te stellen Omgevingsplan onder meer fungeren als toetsingskader voor aangevraagde omgevingsvergunningen zoals bedoeld in de Wabo. Argumenten 1. Het ontwerpbestemmingsplan dient gewijzigd te worden vastgesteld: 1.1. De voorgestelde wijzigingen komen deels voort uit de ingebrachte zienswijzen die zijn beschreven in de hoofstukken 2 en 3 van de "nota van zienswijzen". Daarnaast zijn er ambtshalve overwegingen om de raad voor te stellen onderdelen het plan gewijzigd vast te stellen (zie hoofdstuk 4 van "nota van zienswijzen"). 1.2.
De ingebrachte zienswijzen hebben veelal betrekking op de voor de appellant van rechtstreeks van belang zijnde specifieke onderdelen van de planregels en/of verbeelding. Het gaat dan bijvoorbeeld om de omvang/vorm van het aan het bedrijf van de appellant toegekende bouwvlak/bestemmingsvlak of de genoemde bouwmogelijkheden. Waar mogelijk en juridisch verantwoord zijn veel van die zienswijzen (deels) overgenomen. 1.3. Maar een beperkt aantal zienswijzen heeft een hoger abstractieniveau en gaat meer in op algemene keuzes die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Enkele voorbeelden hiervan: ▪ Over de mate van aanleg van nieuwe boomgaarden (en de daarbij horende teeltondersteunende voorzieningen) in de uiterwaarden langs de Linge wordt verschillend gedacht (zie bijvoorbeeld zienswijzen 3.1.1 en 3.4.1). Naar aanleiding van de zienswijzen wordt nu voorgesteld om de in het ontwerpbestemmingsplan uitgezette regeling voor nieuwe boomgaarden in de uiterwaarden met enkele landschappelijke waarborgen aan te vullen. ▪ Enkele zienswijzen (zie bijvoorbeeld zienswijze 3.5.1) die ingaan op de regeling voor de "Lingelandjes" vragen om een verruiming van de gebruiksmogelijkheden. Gevraagd wordt dan met name om het toestaan van verblijfsrecreatie (plaatsen van kampeermiddelen).
Deze verruiming zou echter aan de uitgezette koers om de bestaande landjes wel positief in te passen, maar daarbij wel zorg te dragen voor een in het Lingelandschap passende uitstraling te veel afbreuk doen. Dat is ook het geval als het gaat om verzoeken om bij alle Lingelandjes meer bebouwing toe te staan. 1.4. Naast ingediende zienswijzen zijn er aanpassingen nodig die het gevolg zijn van inmiddels genomen collegebesluiten en verleende omgevingsvergunningen die verwerkt dienen te worden in de planstukken.
21 december 2021 Kenmerk GZDGWB272291/272296 Pagina 4 van 9
1.5. Door recente jurisprudentie (uitspraak Raad van State 16-12-2020 ) inzake de onderbouwing van zogenaamde spuitzones (benodigde afstand tussen boomgaarden en gevoelige functies) kan niet meer worden vastgehouden aan de regeling zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan (o.a. artikel 4.1 onder 4 voor basisafstand van 40 meter en artikel 4.6.3 voor kortere afstanden). De motivering die hieraan ten grondslag lag (zie bijlage 3 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan) is gebaseerd op de PRI die door de Raad van State als niet voldoende wetenschappelijk ondersteund is aangemerkt. Mede op advies van het bureau SPA-WNP (adviesbureau met o.a. specialisatie spuitzones) wordt daarom teruggevallen op de basisregel van 50 meter afstand tussen nieuwe boomgaarden en gevoelige functies met daarbij een algemene afwijkingsbevoegdheid voor kortere afstanden op basis van een juridisch houdbaar maatwerkonderzoek. Een dergelijke algemene regeling zit ook in het bestemmingsplan "Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017". 1.6. Plandelen waar inmiddels andere bestemmingsplannen van kracht zijn geworden worden uit het plangebied van dit bestemmingsplan gehaald. Een voorbeeld hiervan is het plangebied van het bestemmingsplan "Achterweg ong. te Rumpt" dat de realisatie van een nieuwe woonwijk bij Rumpt mogelijk maakt. 2.
Door het bestemmingsplan vast te stellen komt er een actueler bestemmingsplan beschikbaar voor het buitengebied deelgebied Geldermalsen: 2.1. In vergelijking met de bestemmingsplannen "Buitengebied" van de voormalige gemeenten Lingewaal (Reparatieplan 2014) en Neerijnen (Veegplan 2017) is voor het deelgebied Geldermalsen nog een relatief oud bestemmingsplan van kracht. Dit verschil wordt nu opgeheven. 2.2. De methodiek en toegankelijkheid van dit bestemmingsplan sluit beter aan bij de huidige digitale eisen die worden gesteld aan een bestemmingsplan. In tegenstelling tot het plan uit 2006 is dit bestemmingsplan wel interactief raadpleegbaar op www.ruimtelijkeplannen.nl 2.3. Bij het opstellen van het bestemmingsplan en de verwerking van de reacties/zienswijzen op het ontwerpplan is gebruik gemaakt van actuele beleidskaders. Zo is bijvoorbeeld bij de beantwoording van de zienswijzen de onlangs vastgestelde kaders voor de huisvesting van arbeidsmigranten en het behoud van het erfgoed meegenomen. Ook geeft het plan op een verantwoorde wijze ruimte aan kleinschalige initiatieven voor recreatie en toerisme. Dit bijvoorbeeld als nevenactiviteit bij agrarische bedrijven, of in de vorm van kleinschalig kamperen of "bed and breakfast". Specifiek voor de recreatielandjes lang de Linge wordt verwezen naar 2.6. 2.4.
Hoewel zo veel mogelijk gebruik is gemaakt van de goede nog steeds bruikbare onderdelen van de huidige vigerende bestemmingsplannen zijn op onderdelen de regels en de verbeelding meer in overeenstemming gebracht met huidige inzichten. Enkele voorbeelden: ▪ Het principe van "verbale" (= niet op de verbeelding concreet uitgewerkte maar in de regels beschreven) bouwpercelen voor agrarische bedrijven en burgerwoningen is ingeruild voor de in deze tijd algemeen gangbare feitelijk op de verbeelding ingetekende bouwpercelen en bestemmingsvlakken. Dit maakt het plan beter leesbaar en toetsbaar. ▪ De maatvoering voor de maximale inhoud van burger- en bedrijfswoningen is verruimd en zo veel mogelijk uniform gemaakt (750 m³). Alleen voor de zones die als
21 december 2021 Kenmerk GZDGWB272291/272296 Pagina 5 van 9
beeldbepalende dijkbebouwing zijn aangemerkt blijft de huidige getrapte maatvoering bestaan. ▪ Ook wordt voorgesteld de hoeveelheid van bijgebouwen bij woningen iets te verruimen waardoor het meer in lijn komt met de regelingen in Lingewaal en Neerijnen. Bovenop de al toegestane 75 m² aan bijgebouwen kan bij grotere bouwpercelen nu meer bijgebouwen worden toegestaan tot een maximale oppervlakte van 100 m². De staffel wordt overgenomen van die van het buitengebied van de voormalige gemeente Lingewaal, zij het dat begonnen wordt bij 75 m². Het maximum van 100 m² komt weer overeen wat in het bestemmingsplan "Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017" is bepaald. ▪ Voor de huisvesting van arbeidsmigranten bij fruitteeltbedrijven zijn nu meer mogelijkheden. Dit is vooral van belang voor de grotere bedrijven die meer mensen in dienst hebben. Zij kunnen met een onderbouwd plan meer bebouwing realiseren voor hun medewerkers. Deze verruiming is ook in lijn met het inmiddels vastgesteld beleidskader voor huisvesting van arbeidsmigranten. ▪ In verband met de landelijke stikstofdiscussie zit in regels van de twee agrarische hoofdbestemmingen (artikel 3 en 4) een bepaling waarmee een toename van de stikstofemissie anders dan bepaald door de aanwezige vergunning Wet natuurbescherming is uitgesloten (zie artikel 3.5.2 en 4.5.2).
Deze bepaling komt voort uit jurisprudentie inzake bestemmingsplannen "Buitengebied". De regeling zal overigens uit ambtshalve overwegingen worden geactualiseerd. 2.5. Het inmiddels (per 26 juli 2021) als Unesco-werelderfgoed aangemerkte stelsel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie wordt met de vaststelling van dit bestemmingsplan afdoende beschermd (zie ook artikel 31 van het bestemminsplan). Al eerder had de voormalige gemeente Lingewaal (en de buurgemeente Culemborg) voor haar grondgebied dezelfde beoordelingsmethodiek middels een paraplubestemmingsplan vastgesteld. De toenmalige gemeente Geldermalsen heeft in die periode aangegeven de benodigde bescherming te willen integreren in het nieuwe bestemmingsplan "Buitengebied". Deze toezegging wordt nu nagekomen. 2.6. Een belangrijke meerwaarde van dit bestemmingsplan is dat er eindelijk een juridisch kader wordt vastgesteld voor de particuliere recreatielandjes (zgn. Lingelandjes) langs de Linge. Dit is eerder met de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied" uit 2006 geprobeerd maar de provincie heeft die regeling uiteindelijk niet goedgekeurd, waarna later de Raad van State het provinciaal besluit heeft bekrachtigd. Nu zoveel jaar later is wel zicht op een algehele "legalisatie" met bijhorende gebruiks- en bouwregels.
De provincie heeft geen fundamentele problemen meer met de inpassing, mits recht wordt gedaan aan de landschapskwaliteiten van het Lingedal. Dit wordt bereikt door een doelmatige maar ook sobere regelgeving voor de landjes met de bedoeling het gebruik beperkt te houden tot de dagrecreatie en de hoeveelheid bebouwing op de landjes te begrenzen. 2.7. Hoewel de voorbereidingstijd tot vaststelling lang heeft geduurd is het wel met de benodigde zorgvuldigheid gebeurd. De ingediende zienswijzen zijn uitgebreid beoordeeld en indien mogelijk/noodzakelijk wordt voorgesteld het bestemmingsplan aan te passen (zie ook punt 2 over redenen van wijzigingen). Afsluitend is sprake van een goede ruimtelijke ordening.
21 december 2021 Kenmerk GZDGWB272291/272296 Pagina 6 van 9
3. Voor het kunnen vaststellen van het bestemmingsplan "Buitengebied" dient een Milieueffectrapport (MER) te worden opgesteld: 3.1. In dit geval is een PlanMER gemaakt. Het MER biedt inzicht in mogelijke milieueffecten van de ontwikkelingen die op grond van een bestemminsplan in het plangebied kunnen gaan plaatsvinden. Op basis van het MER kan een verantwoorde keuze worden gemaakt over welke ontwikkelingen op grond van het bestemmingsplan wel of niet mogelijk (kunnen of moeten) worden gemaakt. Het bestemmingsplan biedt namelijk het kader voor toekomstige activiteiten waarvoor volgens de Wet milieubeheer (Wm) een besluit-m.e.r. (beoordeling) verplicht is, met name in de vorm van uitbreiding van bestaande veehouderijen. Daarbij moet voor het bestemmingsplan op grond van de Wet natuurbescherming ook een "passende beoordeling" worden uitgevoerd, omdat in de omgeving van het plangebied verschillende Natura 2000-gebieden liggen. Ook op basis hiervan moet een PlanMER worden opgesteld. 3.2. De Commissie voor de milieueffectrapportage (C-mer) heeft in eerste instantie op 26 maart 2019 advies uitgebracht op het MER (versie 11 december 2018) zoals dat als bijlage 5 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan zit. Naar aanleiding van het (voorlopig) advies is het MER vervolgens op enkele punten aangepast en in de versie van 4 oktober 2019 (zie bijlage) weer aangeboden aan de C-mer.
Op dit rapport heeft de C-mer op 3 december 2019 het (eind)advies uitgebracht (zie bijlage). Het MER is volgens de commissie logisch en goed gestructureerd opgezet en voorzien van goed kaartmateriaal. Het MER bevat veel informatie over de milieueffecten van het plan. De commissie constateert echter dat in het aangevulde MER nog altijd informatie ontbreekt. Het aangevulde MER maakt nog niet duidelijk of alle fysieke ontwikkelruimte die het plan biedt daadwerkelijk kan worden benut, zonder dat dit leidt tot aantasting van Natura 2000gebieden door toename van stikstofdepositie. Bovendien zijn niet alle uitgangspunten die zijn gebruikt bij het berekenen van stikstofemissies op een correcte wijze verwerkt. 3.3. Naar aanleiding van het advies zal bijlage 7 (berekening interne saldering) van het Milieueffectrapport van 4 oktober 2019 worden aangepast. Emissiefactoren zullen worden gecorrigeerd en de tabel zal overzichtelijker worden gemaakt. Tevens zal bijlage 6 (aeriusberekening) worden geactualiseerd. Ten slotte zal in een nieuwe bijlage 9 verslag worden gedaan van het advies van de C-mer van 3 december 2019 en worden beschreven op welke wijze met het advies is omgegaan. Het geheel zal ter vervanging van het MER dat bij het ontwerpbestemmingsplan zat (versie 11 december 2018) aan de toelichting van het vastgestelde bestemmingsplan worden toegevoegd. 3.4.
De voorgestelde aanpassingen aan de bijlagen van het MER leiden niet tot andere inzichten wat betreft de opgestelde regels voor met name de dierhouderij. De veelal technische/rekenkundige aanpassingen resulteren niet in een structureel ander beeld wat betreft mogelijke stikstofdeposities op Natura 2000-gebieden. Kanttekeningen 1. Voor een specifieke groep van de veehouderijbedrijven, namelijk die zijn aangemerkt als "niet grondgebonden veehouderij", is door het bepaalde in artikel 3.2.1 en 4.2.1 onder a geen ruimte om de oppervlakte aan aanwezige bedrijfsgebouwen uit te breiden. Vervangende nieuwbouw met
21 december 2021 Kenmerk GZDGWB272291/272296 Pagina 7 van 9
dezelfde (of minder) oppervlakte aan gebouwen is wel toegestaan. In de praktijk gaat het dan om bedrijven die in het verleden veelal zijn omschreven als intensieve veehouderij (houden van bijvoorbeeld varkens, kippen, kalveren). Dit komt voort uit de actuele Omgevingsverordening Gelderland (artikel 2.31). Ruimte aan uitbreiding kan pas worden geboden als de gemeente West Betuwe middels een zogenaamd "Plussenbeleid" heeft vastgelegd aan welke bovenwettelijke eisen (plusmaatregelen) op het vlak van bijvoorbeeld dierenwelzijn of natuur- en landschapsbehoud de ondernemer moet voldoen voordat hij mag uitbreiden. Die maatregelen kunnen worden getroffen; op het erf, de directe omgeving van het erf of in de omgeving van de direct-omwonenden. Op het moment dat er voor het gehele grondgebied van West Betuwe een uitgewerkt gemeentelijk Plussenbeleid is vastgesteld zullen de mogelijkheden voor deze bedrijven hiermee in overeenstemming worden gebracht. 2. Hoewel er nu voor een deel van het buitengebied van de gemeente West Betuwe een nieuw plan "Buitengebied" wordt vastgesteld wil dat uiteraard niet zeggen dat er voor het gehele buitengebied een uniforme regeling van kracht wordt. Dit is onvermijdelijk omdat er nu eenmaal niet gelijktijdig herzieningen van de buitengebied-plannen van de deelgebieden Lingewaal en Neerijnen zijn opgestart.
Hoewel er meer overeenkomsten komen in de opzet van de plannen (zie onder meer argument 2.3) blijven er ook verschillen bestaan. Deels is dat verklaarbaar door ruimtelijke/landschappelijke verschillen in de gehele gemeente West Betuwe. Maar daarnaast zijn er door de voormalige gemeenten in het verleden verschillende beleidsmatige keuzes gemaakt. Eén overkoepelend planologisch kader zal in de toekomst ontstaan als gevolg van de implementatie van de Omgevingswet. Als volgend jaar de Omgevingswet in werking treedt dan zal na het vaststellen van een Omgevingsvisie (voorjaar 2022) op enig moment voor het gehele grondgebied van West Betuwe een Omgevingsplan dienen te worden vastgesteld. Het Omgevingsplan wordt het instrument dat regelingen in soortgelijke deelgebieden op elkaar gaat afstemmen. De voorbereidingen voor het opstellen van een Omgevingsplan zijn in afwachting van de inwerkingtreding van de Omgevingswet al voorzichtig gestart. Financiën De herziening van het bestemmingsplan komt ten laste uit het beschikbare budget voor planherzieningen. Het budget hiervoor is toereikend. Communicatie Ter voorbereiding van het bestemmingsplan zijn er diverse overlegmomenten geweest met ondernemers en belangenorganisaties. Ook zijn er enkele informatiebijeenkomsten gehouden.
Na vaststelling van het bestemmingsplan zal het besluit conform wettelijke vereisten worden gepubliceerd (zie ook uitvoering/planning). Aanvullend zal in overleg met communicatie ook op andere manieren (social media) aandacht worden besteed aan de vaststelling van het bestemmingsplan.
21 december 2021 Kenmerk GZDGWB272291/272296 Pagina 8 van 9
Uitvoering/Planning Na gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan zal het raadsbesluit en de formele planstukken van het vastgestelde bestemmingsplan voor zes weken ter inzage worden gelegd voor mogelijk beroep bij de Raad van State. De stukken zullen hiervoor op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl worden geplaatst. De terinzagelegging zal onder meer worden aangekondigd in Het Kontakt en op de gemeentelijke website. Iedereen die een zienswijze heeft ingediend zal schriftelijk op de hoogte worden gebracht van het raadsbesluit en worden gewezen op de verdere beroepsmogelijkheden. Tussen het raadsbesluit en de formele terinzagelegging zal enige weken zitten om het stedenbouwkundig bureau in staat te stellen de voorgestelde aanpassingen door te voeren in de planstukken. Daags na afloop van de beroepstermijn treedt het bestemmingsplan in principe in werking tenzij er beroep in combinatie met een "verzoek voorlopige voorziening" is ingediend bij de Raad van State. Risicoparagraaf Risico omschrijving Beroepsprocedure Bij Raad van State
Soort risico Juridisch risico
Kans Reëel
Effect Vertraging inwerkingtreding bestemmingsplan en/of gedeeltelijke vernietiging van het raadsbesluit
Burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe de secretaris, de burgemeester, Karen Coesmans Servaas Stoop
Beheersingsmaatregel Zorgvuldige besluitvorming en indien van toepassing voeren van adequaat verweer in beroepsprocedure
21 december 2021 Kenmerk GZDGWB272291/272296 Pagina 9 van 9
Raadsbesluit De raad van de gemeente West Betuwe; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 november 2021, besluit: 1. Aan het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2018" de wijzigingen door te voeren die zijn benoemd in hoofdstuk 5 van bijgevoegde "nota van zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied 2018"; 2. Het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied 2018" daarmee gewijzigd vast te stellen; 3. Het PlanMER bestemmingsplan Buitengebied vast te stellen met inachtneming van de nog te verwerken wijzigingen naar aanleiding van het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 21 december 2021, nummer 2021/132
de griffier, Koen Steenbergen
de voorzitter, Servaas Stoop