CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2021-131 Bijlage bestemmingsplan Opijnen - Slotstraat 04-11-2021.pdf

Gemeenteraad 21 december 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 10: Voorstel herstelbesluit tot gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan “CPO Slotstraat Opijnen”21.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Verder zijn de regels overeenkomstig met de regels voor de kern van Opijnen opgesteld. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Op de kaart zijn een maximale goot- en bouwhoogte van 6 en 10 meter opgenomen. Daarnaast is in deze bestemming een voorwaardelijke verplichting opgenomen om een scherm te realiseren tegen de drift van gewasbeschermingsmiddelen, zolang als de wintergroene haag die in de groenbestemmings wordt gerealiseerd nog niet volgroeid is. Daarmee wordt voorkomen dat in deze periode alsnog sprake is van drift ter plaatse van de woonpercelen.

35/280

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak en overleg Het bestemmingsplan wordt eerst als voorontwerp aan overlegpartners en belanghebbenden ter inzage gelegd. Tevens worden de direct omwonenden nauw betrokken in de totstandkoming van de planvorming. Zienswijze Vervolgens is het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode werd een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Hierop is één zienswijze ingediend en is een ambtshalve wijziging toegepast. In de nota van zienswijzen (bijlage 8) is opgenomen hoe met deze zienswijze is omgegaan. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens gewijzigd vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het initiatief betreft de bouw van vijf woningen aan de Slotstraat in Opijnen. De initiatiefnemer heeft aangetoond over voldoende financiële middelen te beschikken voor de uitvoering van dit plan. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst afgesloten. Daarmee zijn de kosten voldoende verzekerd en hoeft geen exploitatieplan opgesteld te worden.

36/280

Bijlagen toelichting

37/280

38/280

Bijlage 1

39/280

Stedenbouwkundige randvoorwaarden

STEDENBOUWKUNDIGE RANDVOORWAARDEN, CPO 'DE VIJF HONT'

6 MAART 2019

COLOFON Stedenbouwkundige randvoorwaarden, Slotstraat Opijnen 6 maart 2019 - versie 5 Dit document is tot stand gekomen in opdracht van Bongers Architecten en ZweedsHome Nederland.

Opgesteld door UP Urban Planners

Disclaimer Aan de artist impressions in dit document kunnen geen rechten worden ontleend. www.upurbanplanners.nl upurbanplanners@outlook.com Kraaihoek 32, 3354 XN Papendrecht

2

6 maart 2019

INHOUDSOPGAVE AANLEIDING 5 PRINCIPE OVEREENKOMST 5 WONINGCONTINGENTEN 5 STRUCTUURVISIE 5 MOTIE WONINGBOUW 7 PASSENDE WONINGEN 7 PRINCIPE VERZOEK 7

DE LOCATIE 8 DE CONTEXT 8

BELEID 10 BESTEMMINGSPLAN 10

KADERS EN RANDVOORWAARDEN 11

AFSTAND TOT AS VAN DE WEG 11 AFSTAND BEBOUWING TOT KAVELGRENS 11 SPUITZONE PERENKWEKERIJ 12 ONTSLUITING NAAR DE SLOTSTRAAT 13 BEHOUDEN BOMEN UIT DE BOOMGAARD 14 WATERTOETS 15 EISEN VOOR ARCHITECTUUR VANUIT HET BP 16 BEELDKWALITEITSPLAN 16

VARIANT 1 - KLASSIEKE DORPSENTREE

18

VARIANT 2 - AGRARISCH LINT 20 VARIANT 3 - LANDELIJKE DORPSENTREE

22

LEESWIJZER Dit document is het startpunt van de stedenbouwkundige uitwerking en landschappelijke inpassing van vijf seniorenwoningen aan de Slotstraat te Opijnen. Allereerst bespreken we de aanleiding en het voortraject wat reeds gedaan is door de gemeente en de initiatiefnemer. Vervolgens zullen we in het hoofdstuk ‘De locatie’ ingaan op de locatie in de context. Na de quickscan van de omgeving zullen we het beleid en de kaders en randvoorwaarden weergeven zover bij ons bekend en aan de hand van de door ons gemaakte analyse. Het vervolgvan dit document bedraagt 3 varianten en referenties. De varianten dienen als praatprenten waarover wij met de gemeente in gesprek zullen gaan. Tot slot toont dit document de definitieve variant en impressies van de architectuur van het plan door Bongers Architecten.

REFERENTIES 24 DEFINITIEVE VERKAVELINGSOPZET EN CPO GROEP

26

IMPRESSIES ARCHITECTUUR 28

Slotstraat | Opijnen

3

Slots t

raat

Kassencomplex

Bestaande wijk

Plangebied

Perenkwekerij Re

pe

ns

es

tra

at

Eigenaar perenkwekerij

Stichting de boerenwagen

pstra at Stoe

Opijnen

4

6 maart 2019

t

raa

dst

Zan

AANLEIDING PRINCIPE OVEREENKOMST

WONINGCONTIGENTEN

Dit randvoowaarden document is tot stand gekomen naar aanleiding van de principe overeenkomst getekend op 12 juni 2018. Hierin verklaard de gemeente Neerijnen dat er op dit moment geen zwaarwegende bezwaren zijn en zij hun bereidheid en medewerking verlenen aan een ruimtelijke procedure voor het wijzigen van het geldende bestemmingsplan waardoor de bouw van seniorenwoningen mogelijk gemaakt kan worden.

Op 28 juni 2012 heeft de gemeente Neerijnen de Woonvisie 2012-2020 en het woningbehoefte onderzoek (2011) vastgesteld. De Woonvisie 2012-2020 is gebaseerd op het woningbehoefte onderzoek dat begin 2011 is uitgevoerd en is in september 2013 nader uitgewerkt.

In dit document zullen wij de argumenten van de gemeente langslopen en ook reageren op de gestelde randvoorwaarden die zijn gesteld door de gemeente.

De woonvisie rust op vier uitgangspunten:

Alhoewel deze woonvisie en daarmee de aantallen niet meer vigerend zijn (80 woningen waren bepaald) zijn de vier uitgangspunten nog steeds een krachtig en actueel. Deze uitgangspunten nemen wij graag mee in de verdere uitwerking van de planontwikkeling. De hieronder benoemde structuurvisie beschrijft de vigerende woningaantallen voor Opijnen.

1. Behoud van identiteit en het rustieke en landelijke karakter van onze gemeente.

STRUCTUURVISIE

2. Voldoen aan de woningbehoefte van degenen die graag in de gemeente willen wonen.

In de laatste woonvisie van Neerijnen worden de volgende woningaantallen voor Opijnen bekend gemaakt:

3. Afstemming van het beleid op wat per kern nodig is, rekening houdend met maat en schaal van de dorpen, de noodzaak van koppeling van (zorg-) voorzieningen aan het wonen en de ruimtelijke context.

In de Woonvisie Neerijnen 2010 – 2025, ‘‘Behoud door ontwikkeling’’, is Opijnen ingedeeld bij de economische kernzone Waardenburg. Om te voldoen aan de lokale vraag (met name jongeren, starters en senioren) wordt er uitgegaan van een groei van Opijnen met 40 woningen, voor de komende 10-15 jaar, inclusief bestaande plannen.

4. Beleidsontwikkeling in samenspraak met Woonstichting De Kernen en woningbouw vereniging De Goede Woning Neerijnen.

<< Situering plangebied binnen Opijnen

Slotstraat | Opijnen

5

6

6 maart 2019

3. Planologische aanpassing

Het voorstel is om op de aangewezen locatie te wijzigen naar de be er grondgebonden seniorenwoningen gerealiseerd kunnen worden. Er kunnen 4 tot 5 seniorenwoningen met perceeloppervlakken van worden. Zie bijgevoegde concept verkaveling (figuur 4). Het voorste 1 bouwlaag en kap in een eigentijdse landelijke stijl, zoals bv. De sc referentiebeelden (figuur 5).

MOTIE WONINGBOUW

PRINCIPE VERZOEK

Op 16 maart 2017 heeft de gemeente een motie aangenomen omtrent kleinschalige woningbouw in de dorpen van de gemeente Neerijnen. In deze motie wordt gepleit om aan de wens van de inwoners te voldoen door kleinschalige woningbouw in en rond de dorpskernen mogelijk te maken. De overwegingen zijn de wensen van de bewoners en de verbeterde economische situatie/aantrekkende woningmarkt.

In het opgestuurde principeverzoek is een schematisch voorstel gedaan voor een mogelijke verkaveling. De gemeente gaf voor zo een dergelijke verkaveling geen goedkeuring. Argumentatie hiervoor was als volgt:

PASSENDE WONINGEN Dit CPO project zal zich richten op maximaal 5 seniorenwoningen die levensloopbestendig zijn en qua architectuur binnen de gewenste kaders van de gemeente vallen en passend binnen de architectuur stijlen van landschappelijk wonen. Door volledig in te zetten op energieneutrale (mogelijk vanwege de perfecte ligging voor zonnepanelen bijvoorbeeld en het aanleggen van KW pompen) en levensbestendige woningen garanderen we dat we aansluiten bij de wensen van de gemeente.

»» Kijken naar een variant van wonen in het groen, waarbij de woningen vrijer op het parceel staan. »» Groene situering van de kavels en bebouwing. In dit document suggereren wij passende denkrichtingen voor de mogelijke inpassing van de vijf seniorenwoningen.

Voorstel uit het principeverzoek Figuur 4: Concept verkaveling << Oppervlakte plangebied

Slotstraat | Opijnen

7

DE LOCATIE DE CONTEXT Kleinschalig kassencomplex

Het plangebied aan de Slotstraat in Opijnen is in bezit van een van de initiatiefnemers van de ontwikkeling. Door middel van het beschrijven van alle zijden van het plangebied geven we inzicht in de aangrenzende percelen en bebouwing.

Slotstra

Aan de westzijde grenst het plangebied aan een jaren 80-90 wijk waarin veel groene openbare ruimte te vinden is. Aan de Slotstraat zijn veel vrijstaande woningen te vinden en ook een aantal 2 onder 1 kapwoningen. Het reageren hierop met 5 seniorenwoningen in een vrijstaande landschappelijke setting past hier goed bij.

at

Westzijde

Bestaande woonwijk jaren 80-90

Noordzijde Aan de noordzijde van het plangebied ligt nog een stuk terrein waar momenteel de dieren van de initiatiefnemer grazen. Het terrein heeft dezelfde look en feel als het plangebied. Dit stuk grond wilt de initiatiefnemer graag open laten ten behoeve van het zicht. Verder ten noorden vinden we een kleinschalig kassencomplex waar kersen worden gekweekt.

8

6 maart 2019

Locatie in de context

Kersenkwekerij

Oostzijde Aan de oostzijde van het plangebied ligt een perenkwekerij waarbij rekening gehouden moet worden met de spuitzone van deze perenkwekerij. Hier komen we in de analyse verder op terug. Zuidzijde Aan de zuidzijde van het plangebied zijn de woningen te vinden van de eigenaren van de perenkwekerij. Zij wonen in vrijstaande woningen met veel groen als erfafscheiding.

Haag tussen kersenkwekerij en plangebied

planlocatie

Aanzicht planlocatie vanaf de Slotstraat

Aanzicht Slotstraat vanaf de planlocatie

Hier rechts zijn een aantal foto's te zien van de locatie. Deze foto’s geven goed weer hoe groen en landschappelijk deze locatie is. Het is een prachtig decor van lage fruitbomen (traditionele hoogstamboomgaard) en hoge grassen. Deze kwaliteit willen we graag behouden en versterken waar mogelijk.

Slotstraat | Opijnen

9

BELEID BESTEMMINGSPLAN Zoals verteld is dit document samen met principestandpunt het startschot voor verdere uitwerking en ontwikkeling van 5 seniorenwoningen op het roodomkaderde stuk grond te zien op de afbeelding hier rechts. Voor wonen in het buitengebied zijn al wel een aantal stedenbouwkundige en architectonische randvoorwaarden te benoemen vanuit het bestemmingsplan. Op de hierop volgende pagina’s zullen deze randvoorwaarden vanuit het bestemmingsplan benoemd worden samen met randvoorwaarden opgesteld door de gemeente in het principestandpunt.

Vigerend bestemmingsplan

10

6 maart 2019

KADERS EN RANDVOOWAARDEN Afstand tot as van de weg Kleinschalig kassencomplex

Vanuit het bestemmingsplan worden richtafstanden gegeven voor de afstand tussen bebouwing en de as van de weg in het buitengebied. De afstand wordt als volgt omschreven: De afstand van woningen tot de as van de openbare weg mag niet minder bedragen dan 15 m.

15 meter

Afstand bebouwing tot kavelgrens Vanuit het bestemminsplan worden ook uitspraken gedaan omtrent de bebouwingsafstand tot aan de kavelgrens, het wordt als volgt omschreven: De afstand tot deParkeren perceelsgrenzen mag terrein niet volledig op eigen minder bedragen dan 3 m. Indien de bestaande afstand minder bedraagt dan 3 m, geldt deze afstand als minimale afstand.

KersenkwekerijBestaande woonwijk jaren 80-90

Kersenkwekerij 3735 m

15 meter

Minimaal 3m

Principevoorbeeld van de afstand van de as van de weg tot de bebouwing ^^ De afstand van de kavelgrens tot de bebouwing is minimaal 3 meter

Slotstraat | Opijnen

11

Spuitzone perenkwekerij Kleinschalig kassencomplex

Een randvoorwaarde beschreven in het principestandpunt van de gemeente gaat over de spuitzone van de perenkwekerij ten oosten van het plangebied. De perenkweker bespuit zijn kersen tegen insecten, schimmels en infecties. Het voorstel van de gemeente om een (winter bladhoudende) haag aan te planten is in de essentie een goede manier om de spuitzone te beperken en de chemicaliën tegen te houden. De definitieve inpassing van zo een dergelijke haag moet verder worden onderzocht. Momenteel is er overeenstemming met de buurman om tegen de elzen van de buurman een hedera haag te plaatsen ondersteund door betonnen pijlers.

Bestaande woonwijk jaren 80-90

Principevoorbeeld spuitzone

<< De afmetingen van de haag moeten verder worden onderzocht

12

6 maart 2019

Kersenkwekerij

Ontsluiting naar de Slotstraat Kleinschalig kassencomplex

Ook in de randvoorwaarden van het principeovereenkomst staat dat parkeren volledig moet worden opgelost op eigen terrein. We houden rekening met minimaal 2 parkeerplaatsen per woning. De ontsluiting van de woningen is individueel per kavel geregeld. De woningen worden allen individueel ontsloten op de Slotstraat met een dam en duiker aan de noordzijde van de kavels. De sloot die momenteel tussen het plangebied en de Slotstraat ligt willen we zo min mogelijk opbreken ten behoeve van de doorstroming. Bestaande woonwijk jaren 80-90

Kersenkwekerij Parkeren volledig op eigen terrein

Voorbeelden van een brug/dam-duiker naar het eigen perceel

Principevoorbeeld parkeren op eigen terrein en ontsluiting vanaf eigen terrein naar de Slotstraat

Slotstraat | Opijnen

13

Behouden bomen uit de boomgaard Kleinschalig kassencomplex

Op de planlocatie staan nu een aantal bomen die het karakter hebben van een hoogstamboomgaard. Deze bomen willen we zoveel mogelijk behouden in de uitwerking. Samen met nieuwe beplanting en bomen willen de gebiedskarakteristieken van boomgaarden versterken. De heer Hartman heeft aangegeven dat sommige bomen aan het afsterven zijn. Met de gemeente willen we nadenken over hoe om te gaan met herplanten van nieuwe bomen en de kwaliteit en uitstraling die deze bomen moeten hebben.

Bestaande bomen op de boomgaard

14

6 maart 2019

Bestaande woonwijk jaren 80-90

Kersenkwekerij

Watertoets Middels de watertoets is nagegaan wat voor type watergangen er rondom het plangebied zich bevinden. Deze zijn weergegeven in de kaart hiernaast. Het waterschap onderscheid de volgende type watergangen: »» A-wateren: de belangrijkste wateren van de regio, zoals grotere sloten, beken en waterplassen, die belangrijk zijn voor een goede waterhuishouding. Deze wateren worden door of namens het waterschap onderhouden. »» B-wateren: bijvoorbeeld een (klein) kavelslootje tussen twee perceeleigenaren. Zodra een oppervlaktewaterlichaam een maatgevende afvoer heeft van meer dan 10 liter per seconde en het is geen A-water, dan spreken we van een B-water. »» C-wateren: bijvoorbeeld een poel of zakslootje (een slootje waar het regenwater wordt verzameld en kan infiltreren).

Kleinschalig kassencomplex

Type A watergang

Type C watergang Kersenkwekerij

(bron Waterschap Rivierenland)

Slotstraat | Opijnen

15

Eisen voor de architectuur vanuit het bestemmingsplan Vanuit het bestemmingsplan zijn een aantal regels te vinden voor de bebouwing op de percelen in het buitengebied. Voor de specifieke wensen van toekomstige bewoners moeten hiervoor bestemmingsplan procedurele maatregelen worden genomen. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: »» Het aantal hoofdgebouwen per bestemmingsvlak mag niet meer bedragen dan één. »» De inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m³, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximum volume (m3)’. »» De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m. »» De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m.

16

6 maart 2019

Beeldkwaliteitsplan Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: »» Aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd. »» De maximale gezamenlijke oppervlakte van aan- uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 100 m². »» De goothoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m. »» In afwijking van het bepaalde b, mag op de gronden voor de voorgevellijn per woning één aanbouw, zoals een portaal of erker worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan maximaal 6 m²; 2. de diepte niet meer mag bedragen dan 1,5 m; 3. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 m; 4. de breedte niet meer mag bedragen dan 50% van de gevel.

Bij de architectuur hoort ook een beeldkwaliteitsplan. Ons voorstel is nadat we een definitieve verkavelingsvariant hebben gekozen voor uitwerking, het beeldkwaliteitsplan aan de hand van die gekozen variant zal worden opgesteld en uitgewerkt.

Slotstraat | Opijnen

17

18

6 maart 2019

VARIANT 1 KLASSIEKE DORPSENTREE De eerste variant refereert sterk aan de directe context van de locatie. Aan de overzijde van de Slotstaat zien we een structuur waarin de rooilijn van de woningen sterk correspondeert met elkaar. Het uitlijnen van de woningen op dezelfde rooilijn resulteert in een sterke accentuering van het profiel. Dit helpt bij het maken van een dorpsentree met aan weerszijde woningen. In de bestaande situatie wordt de sfeer van het profiel niet helder tot op het moment van de kruising.

Referentie markante woning aan de dorpsentree

Om het profiel van de slotstraat meer sfeer te geven wordt er gekozen om tussen de woningen en de weg de kreek door te trekken. Dit zorgt voor biodiversiteit en een natuurlijke, open erfafscheiding. Alle woningen kunnen een sterke tweezijdige oriëntatie krijgen, enerzijds naar de slotstraat en anderzijds richting de kersenkwekerij.

De meest noordelijke woning heeft nog een extra richting (driezijdige oriëntatie), deze krijgt teven een sterke kop naar het noorden. Deze markante woning aan de dorpsentree dient zowel als architectonisch accent aan de dorpsentree en de heeft hierdoor mogelijkheid om in noordelijke richting ver over het landschap uit te kijken.

Referentie woning met driezijdige oriëntatie

Slotstraat | Opijnen

19

20

6 maart 2019

VARIANT 2 AGRARISCH LINT De tweede variant refereert sterk aan de historie van de woonkern. De ontsluitingswegen van het dorp hebben zichzelf altijd onderscheden door een uitstraling en het gebruik te hebben wat kenmerkend is voor een agrarisch lint. Met name aan de oostelijke zijde (Zandstraat) van Opijnen is dit nog goed zichtbaar. Kenmerkend hieraan is een gestaffelde rooilijn, aanwezigheid van bijgebouwen en een landelijke sfeer. De Slotstraat kan deze zelfde kwaliteit als dorpsentree vertegenwoordigen.

Referentie markante schuurwoning met ruimte voor zichtlijnen

We kiezen duidelijk voor een landelijk uitstraling waarbij de sfeer van het profiel totaal verandert. De woningen hebben ruime kavels zodat zichtlijnen vanuit de bestaande wijk en de Slotstraat mogelijk zijn richting de perenboomgaard en het achterliggende landschap. De typologie schuurwoning zou goed aansluiten bij deze variant en het gebruik van bijgebouwen is niet uitgesloten zolang zichtlijnen blijven bestaan.

In deze variant kan ook gespeeld worden met de richting van de woningen, er is bijvoorbeeld gekozen om de meest noordelijke schuurwoning evenwijdig aan de Slotstraat te positioneren. Hierdoor kan deze markante schuurwoning als kop dienen naar de dorpsentree en genieten van verre zichtlijnen. Tevens is er ruimte van de percelen gereserveerd, aan de voorzijde water en aan de achterzijde een wintervaste haag met water om natuurlijke erfafscheidingen in het landelijke karakter te scheppen.

Referentie water als natuurlijke erfafscheiding

Slotstraat | Opijnen

21

22

6 maart 2019

VARIANT 3 LANDELIJKE DORPSENTREE De derde variant streeft naar een vergelijkbare landelijke uitstraling, echter streef deze naar optimale zichtlijnen voor de woningen en tussen de woningen door. Daarnaast wordt het profiel van de slotstraat speelser door verdraaiingen in de rooilijnen wat zorgt voor interessante gevel oppervlaktes richting de dorpsentree.

Op het moment dat je via de Slotstraat de woonkern verlaat kan je al vroegtijdig zichtlijnen vinden tussen de woningen door naar de perenkwekerij en het achterliggende landschap. In dien u dezelfde route terug neemt wordt u onthaald door verschillende veranderende architectonisch fraaie gevels die voor u tentoongesteld worden.

De percelen die hieruit ontstaan bieden ruimte voor waterlopen en hagen als natuurlijke afscheidingen, het karakter sluit aan bij dat van de perenkwekerij. Door de verdraaiing zijn op het gebied van duurzaamheid de dakvlakken tevens nog optimaler voor zonnepanelen.

Referentie open voorgevel

Referentie transparante archtitectonische zijgevel

Referentie duurzaamheid

Slotstraat | Opijnen

23

REFERENTIES

Wonen in het groen met een diversiteit aan beplanting (lage en hoge bomen, hagen en struiken)

Beleving van ontspannen woonplezier onder de boomgaard

24

6 maart 2019

Open doorzichten onder de boomgaard

Duurzaamheid zichtbaar en natuurlijke materialen

Open doorzichten onder de boomgaard

Landelijke setting met grote variateit aan beplanting en bomen

Slotstraat | Opijnen

25

DEFINITIEVE VERKAVELINGSOPZET EN CPO GROEP

26

De definitieve verkavelingsopzet

CPO Groep de vijf Hont

De drie voorgaande varianten zijn besproken met de CPO groep en de gemeente. De vervolg uitwerking ziet u op de pagina hiernaast uitgewerkt in een technische vertaling. Op basis van een onderlinge bepaling tussen de CPO leden zijn de kavels tevens verdeeld.

De CPO groep de ‘Vijf Hont’ is ondertussen opgericht bij de notaris. Mede door de inspanningen van Makelaarij van Brenk uit Geldermalsen zijn de stukken opgemaakt om met de leden een vereniging te vormen. De CPO groep bestaat uit de volgende leden:

De Architect is ondertussen met de CPO leden rond de tafel gegaan en heeft een voorlopig ontwerp van de woningen verbeeld op de pagina’s 28 en 29 (de architect heeft in deze impressies de omgeving niet mee ontworpen, het gaat in deze impressies uitsluitend om de architectuur).

»» »» »» »» »»

6 maart 2019

Bas Hartman en partner (Opijnen) Jan Burggraaf en partner (Opijnen) Gijs van Doesburg en partner (Opijnen) Rob van Dee en Petra van Dee (Tiel) Floor Verstegen en partner (Opijnen)

36 m

20 m

20 m

20 m

28 m

1520 m²

800 m²

800 m²

800 m²

920 m² 38 m

41 m

Kavel Hartman

Kavel van Dee

Kavel Burggraaf

Kavel van Doesburg

Kavel Verstegen

15 m

As van de weg

Technische kaart van de locatie

Slotstraat | Opijnen

27

IMPRESSIES WONINGEN CPO DE VIJF HONT DOOR BONGERS ARCHITECEN

Impressie architectuur - Kavel Hartman

28

6 maart 2019

Impressie architectuur - Burggraaf, van Doesburg en Verstegen

Impressie architectuur - Birdsview

Slotstraat | Opijnen

29

70/280

Bijlage 2

71/280

Watertoets

datum 8-7-2020 dossiercode 20200708-9-23771 Uitgangspuntennotitie WSRL U heeft een digitale watertoets uitgevoerd via de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze toets volgt u de normale watertoetsprocedure. Dit betekent dat er nader overleg plaats moet vinden met Waterschap Rivierenland. Als start voor dit overleg ontvangt u deze uitgangspuntennotitie die automatisch is opgesteld met de door u ingevulde antwoorden op vragen en het door u ingetekende plangebied. De notitie bevat de voor uw plan relevante waterhuishoudkundige uitgangspunten en randvoorwaarden van Waterschap Rivierenland. Deze notitie kunt u gebruiken bij het ruimtelijk laten meewegen van het waterbelang en bij het opstellen van een waterhuishoudkundige onderbouwing van uw plan. Voor overleg kunt u contact opnemen met de accountmanager van Waterschap Rivierenland. Contactinformatie staat aan het einde van deze uitgangspuntennotitie. LET OP: het is mogelijk dat uw plan op basis van alleen het oppervlak van het plangebied in de normale procedure terecht is gekomen. Is dit het geval en worden er in deze notitie geen aandachtspunten aangereikt, dan is overleg met de accountmanager niet nodig. Uw plan is dan niet relevant voor de belangen van het waterschap (watertoetsadvies). Algemene projectgegevens Projectomschrijving: Opijnen - Slotstraat. Het voornemen is om maximaal 5 vrijstaande woningen te ontwikkelen.

Het bestemmingsplan is op www.ruimtelijkeplannen.nl gepubliceerd. Het voornemen is om de percelen op de Slotstraat te ontsluiten middels duikers. Zo blijft de watergang langs de straat behouden. Oppervlakte plangebied: 6161 Adres: Slotstraat n.n.b., Opijnen Gemeente: West Betuwe Het plan is ingediend door: Stephan Latuputty Rho Adviseurs Op basis van de door u verstrekte informatie zijn de volgende wateraspecten van belang in het plangebied. Beleid waterschap Rivierenland Met ingang van 27 november 2015 is het Waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Veiligheid In het plangebied is geen kern en beschermingszone van een waterkering gelegen. Grondwater (algemeen) Het plangebied wordt gekenmerkt door een bepaalde grondwaterstand. De drooglegging van het gebied is hiervoor medebepalend.

Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil boven het oppervlaktewaterpeil ligt. Doorgaans geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. Voldoende drooglegging is nodig om grondwateroverlast te voorkomen. In gebieden waar grondwateroverlast bekend is of gebieden met hoge grondwaterstanden adviseren wij om hier nader onderzoek naar te doen. Bij hoge rivierwaterstanden kunnen gebieden gelegen nabij de rivieren overlast ondervinden van kwel. Eventuele maatregelen zijn het ophogen van het maaiveld of kruipruimteloos bouwen. Waterberging Voor dit plan is de toename van het verhard oppervlak kleiner dan 500 m² in het stedelijk gebied of kleiner dan 1500 m² in het landelijk gebied. Eventueel kan gebruik worden gemaakt van een eenmalige vrijstelling. Hiervoor kunt u contact opnemen met de afdeling vergunningen van het waterschap. In alle andere gevallen dient u compenserende maatregelen te treffen. In dit geval zult u na het doorlopen van planologische traject in het kader van de watervergunning nadere afspraken moeten maken.

Watergangen Binnen het plangebied ligt geen A-watergang. Binnen het plangebied ligt geen beschermingszone van een A-watergang. Binnen het

plangebied ligt geen B-watergang of een beschermingszone van een B-watergang.

Waterkwaliteit (algemeen) Hieronder volgen een aantal algemene aandachtpunten die gelden voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen: ●

Bij de herstructurering van bestaande woonwijken of herbouw van woningen is er de kans om het rioolsysteem zodanig aan te passen dat hemelwater wordt afgekoppeld. Het uitgangspunt is dat er minimaal tot aan de erfgrens een gescheiden stelsel wordt aangelegd. ●

Bij nieuwbouw is het uitgangspunt dat hemelwater van het verhard oppervlak voor 100% gescheiden wordt afgevoerd. Het waterschap gaat bij nieuwbouw van woningen uit van een (duurzaam) gescheiden rioleringsstelsel. Hemelwater van terreinverhardingen stroomt bij voorkeur niet direct af op het oppervlaktewater, maar wordt eerst voorgezuiverd door een berm wadi of bodempassage. ●

Bij bedrijventerreinen wordt gestreefd om het hemelwater van het verhard oppervlak gescheiden van het vuilwaterriool af te voeren. Bij risico's voor waterverontreiniging wordt gestreefd naar een verbeterd gescheiden rioleringsstelsel.

Riolering en zuiveringswerken Het rioolstelsel valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. U kunt met uw gemeente contact op te nemen voor het aansluiten van (nieuwe) woningen en bedrijven. In het plangebied ligt geen rioolwaterpersleiding van het waterschap.

Vervolgtraject Voor het verdere proces is het van belang om de accountmananger van het waterschap te betrekken bij het plan en rekening te houden met de in dit document aangegeven uitgangspunten en adviezen. Wij verzoeken u ons te informeren over de wijze waarop het plan verder zal worden voorbereid. Accountmanager West Betuwe Henk Kamies telefoon: 0345728860 e-mailadres: henk.kamies@westbetuwe.nl © Digitale Watertoets - www.dewatertoets.nl Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//op basis van door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens. Dit digitale advies heeft een geldigheid van 2 jaar. www.dewatertoets.nl

74/280

Bijlage 3

75/280

Spuitzoneonderzoek

Spuitzone onderzoek ‘Opijnen – Slotstraat’ Rapportage inzake ruimtelijk acceptabele afstanden

Gemeente West-Betuwe

Projectnummer: Status: Datum: Auteur:

wil/R202149/2101d definitief 28-10-2021 J. Wildschut

Geaccordeerd:

E. van Boheemen

Spuitzone onderzoek ‘Opijnen – Slotstraat’

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3 Werkwijze ................................................................................................................................ 3 Modellering ............................................................................................................................. 4 Ruimtelijk acceptabele afstanden ........................................................................................... 4 Gebruik gewasbeschermingsmiddelen ................................................................................... 5 Representatieve invulling van maximale planologische mogelijkheden................................. 5 EFSA-model nader toegelicht .................................................................................................. 5 Opzet rapportage .................................................................................................................... 6

2.

Bestaande situatie locatie en directe omgeving ............................................................................. 8 Projectlocatie........................................................................................................................... 8 Watergangen ........................................................................................................................... 9

3.

Representatieve invulling maximale planologische situatie ......................................................... 10 Algemeen............................................................................................................................... 10 Bestemmingsregeling ............................................................................................................ 10 Conclusie representatieve invulling maximale planologische situatie.................................. 12 Activiteitenbesluit milieubeheer ........................................................................................... 12 Conclusie ............................................................................................................................... 14

4.

Spuitzones ..................................................................................................................................... 15 EFSA-model ........................................................................................................................... 15 Invoergegevens laagstam boomgaarden en boomteeltgewassen........................................ 18 Resultaten EFSA ..................................................................................................................... 20 Beoordeling overige factoren ................................................................................................ 21 Voorzorg ................................................................................................................................ 23 Verschil in uitkomsten PRI - EFSA .......................................................................................... 23

5.

Conclusie en aanbevelingen .......................................................................................................... 25 Algemeen............................................................................................................................... 25 Voorzorg ................................................................................................................................ 25 Tijdelijke maatregelen ........................................................................................................... 25

Bijlagen .................................................................................................................................................. 26

Adromi B.V.

wil/R202149/2101d

Pagina 2 van 26

Spuitzone onderzoek ‘Opijnen – Slotstraat’

1.

Inleiding

Onderhavig onderzoek is initieel uitgevoerd in opdracht van de familie Hartman, hetgeen heeft geresulteerd in een rapportage d.d. 31 mei 2021. Deze rapportage heeft betrekking een nadere verdieping en actualisatie van dit initiële onderzoek welke heeft plaatsgevonden in opdracht van de gemeente West Betuwe. Het onderzoek dient als onderbouwing voor het bestemmingsplan “Opijnen - Slotstraat”, vastgesteld op 15 december 2020. Met dit bestemmingsplan zullen een vijftal grondgebonden woningen mogen worden gerealiseerd aan de oostzijde van de Slotstraat in Opijnen. In het onderzoek wordt de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de nieuwbouw in relatie tot toepassing van gewasbeschermingsmiddelen bij de agrarische exploitaties die plaatsvinden op minder dan 50 meter afstand van het plangebied voor de nieuwbouw met woonbestemming. Directe aanleiding hierbij vormt een perenboomgaard welke aan de oostzijde van het plangebied grenst. Er is ten behoeve van dit bestemmingsplan reeds een dergelijk locatiespecifiek onderzoek (spuitzone onderzoek) uitgevoerd door SPA WNP ingenieurs1. De reden voor aanvullend onderzoek is gelegen in de omstandigheid dat voor het onderzoek van SPA WNP gebruik gemaakt is van het verspreidingsmodel van Plant Research International Wageningen (PRI 2015).

In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak 16 december 20202 is overwogen dat er geen aanleiding is om te oordelen dat het rapport PRI 2015 een deugdelijke grondslag vormt voor locatiespecifiek onderzoek voor zover dit betrekking heeft op driftverspreiding. Vanwege de schorsing van het bestemmingsplan door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de eerder door Adromi uitgebrachte onderzoeksrapportage, bereidt de gemeente West Betuwe een herstelbesluit voor. Onderhavige rapportage is bedoeld voor de onderbouwing van dit herstelbesluit. Werkwijze Op 15 september 2021 is een bezoek gebracht aan de locatie, waarbij met de mede-eigenaar van de perenboomgaard is gesproken. Er heeft ook overleg plaatsgevonden met de initiatiefnemers van het bestemmingsplan. Van het locatiebezoek en de overleggen zijn de verslagen bijgevoegd als bijlage 4 en bijlage 53. Op dezelfde datum heeft ook overleg plaatsgevonden met de gemeente. Dit overleg heeft betrekking gehad op de oplevering van onderhavige rapportage in relatie tot de procedurele aspecten van het beoogde herstelbesluit. Van dit overleg is verder geen verslag gemaakt.

1

SPA WNP, Onderzoek spuitzone woningbouw Slotstraat in Opijnen, 4 december 2019, kenmerk: 21900546.B01, bijlage 3 bij het bestemmingsplan “Opijnen - Slotstraat” 2 ARRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3018, in lijn met een eerdere uitspraak over PRI 2012: ARRvS 6 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1741 3 Aangezien deze rapportage bedoeld is voor bekendmaking op ruimtelijkeplannen.nl en de verslagen persoonsgegevens bevatten, zijn deze verslagen niet hetzelfde bestand opgenomen.

Adromi B.V.

wil/R202149/2101d

Pagina 3 van 26

Spuitzone onderzoek ‘Opijnen – Slotstraat’

Modellering De berekeningen uit onderhavig spuitzone onderzoek zijn door Adromi uitgevoerd met het rekenmodel van de European Food Safety Agency (EFSA-model, laatste versie). Het EFSA-model kan worden beschouwd als het Europese standaard verspreidingsmodel. Het model wordt ook gebruikt door het College toezicht gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Het EFSA-model is gebaseerd op consensus omtrent de laatste wetenschappelijke inzichten. Het model vertegenwoordigt kortom de huidige stand van de wetenschap, ook al zal het uit de aard der zaak onderhavig zijn aan wijzigingen indien nieuwe wetenschappelijke inzichten daar aanleiding voor geven. Het PRI-onderzoek bevat onder meer een overzicht van hanteerbare afstanden waarin de blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen zodanig beperkt blijft, dat een veilig woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. In dit overzicht is de benodigde afstand voor diverse spuittechnieken, de aanof afwezigheid van een windhaag en twee hoogteverdelingen bepaald. Tussen de modellen van EFSA en PRI is sprake van een verschil in uitgangspunten dat ook leidt tot een verschil in uitkomsten.

De uitgangspunten van het EFSA-verspreidingsmodel (langdurige blootstelling aan drift) leiden in principe tot kortere veiligheidsafstanden dan bij het verspreidingsmodel van Plant Research International waar een kortstondige te hoge blootstelling al tot een overschrijding leidt. Ruimtelijk acceptabele afstanden In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Aangezien de afstand welke (minimaal) aangehouden moet worden, niet in een concrete regeling is voorgeschreven, dient deze op grond van de Wet ruimtelijke ordening te worden bepaald in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Op basis van deze afweging kan het noodzakelijk zijn om een zone aan te houden in verband met het risico op drift (onbedoelde verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen buiten het behandelde perceel via de lucht). In een dergelijke zone dient daarbij gekozen te worden voor bestemmingen welke reguliere / langdurige menselijke aanwezigheid uitsluiten. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische percelen waar gewasbeschermingsmiddelen mogen worden gebruikt4, in het algemeen niet onredelijk vindt.

Deze afstand is dan in ieder geval voldoende om te spreken van een ruimtelijk aanvaardbaar woon- en leefklimaat waarbij er in principe niet behoeft te worden gevreesd voor (toekomstige) beperkingen5 voor de gevestigde agrarische bedrijven. De betrokken afstand dient in principe te worden aangehouden tussen het perceel waarop gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast en locaties van de gevoelige functie waar reguliere menselijke aanwezigheid niet is uitgesloten (zoals een tuin bij een woning).

4

De betrokken afstand van 50 meter is in uitspraken aangehouden voor fruitboomgaarden. Dit kunnen beperkingen zijn van planologische aard (zoals het verbieden van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen nabij gevoelige bestemmingen), van milieujuridische aard (zoals nieuwe milieuvoorschriften ten aanzien van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen) en van privaatrechtelijke aard (al dan niet naar aanleiding van door nieuwe bewoners geïnitieerde (civiel)rechtelijke uitspraak). 5

Adromi B.V.

wil/R202149/2101d

Pagina 4 van 26

Spuitzone onderzoek ‘Opijnen – Slotstraat’

Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand tot percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast ook aanvaardbaar zijn, mits blijkens een locatiespecifiek onderzoek is onderbouwd dat ondanks deze kortere afstand sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de betreffende gevoelige functies. Hierin beoogt onderhavige onderzoeksrapportage te voorzien bij wijze van second opinion. Gebruik gewasbeschermingsmiddelen Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen dient plaats te vinden in overeenstemming met de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Blijkens artikel 47 en 20 van deze wet jo. de Verordening 528/2012/EU, mogen middelen alleen worden gebruikt op grond van een (vereenvoudigde) toelating, welke onder voorschriften / beperkingen kan worden verleend door het College toelating gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) beoordeelt volgens internationale afspraken en in de wetgeving verankerde criteria of gewasbeschermingsmiddelen en biociden – bij juist gebruik – veilig zijn voor mens, dier en milieu en of ze werkzaam zijn. Op grond van deze beoordeling besluit het college of het middel in Nederland verkocht en gebruikt mag worden.

Daarbij stelt het ook duidelijke voorschriften verplicht, die minimaal op het etiket moeten staan (het zogenaamde wettelijk gebruiksvoorschrift). Het gebruiksvoorschrift schrijft niet alleen de toepassingswijze voor (professioneel en/of particulier gebruik, aantal toepassingen per jaar, toepassingsintervallen, toepassing voorafgaand aan oogst etc.), maar hierin is ook gelimiteerd voor welke doelstellingen en voor welke teelten een middel mag worden ingezet. Representatieve invulling van maximale planologische mogelijkheden Op basis van rechtspraak dient bij het bepalen van de invloed van toepassing van gewasbeschermingsmiddelen op het woon- en leefklimaat te worden uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. De invulling dient representatief te zijn in die zin dat in principe geen rekening hoeft te worden gehouden met een ingrijpende of anderszins niet voor de hand liggende omschakeling in de bedrijfsactiviteiten. De invulling dient daarentegen maximaal te zijn in relatie tot de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Idem dient rekening te worden gehouden met een maximale invulling van de beoogde gevoelige bestemmingen.

Doel van deze aanpak is een worstcase benadering waarbij gedurende de planperiode van in principe 10 jaar geen beperkingen worden veroorzaakt voor omliggende bedrijvigheid en/of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, gelet op hiermee mogelijk samenhangende gezondheidseffecten (ook op de lange termijn). EFSA-model nader toegelicht In onderhavig rapport is gebruik gemaakt van het verspreidingsmodel van de European Food Safety Authority (EFSA-model). Dit EFSA-model kan worden beschouwd als het Europese standaard verspreidingsmodel. Het EFSA-model is gebaseerd op diverse publicaties van wetenschappelijk onderzoek naar drift (onbedoelde verspreiding van gewasbeschermingsmiddelen via de lucht bij Adromi B.V.

wil/R202149/2101d

Pagina 5 van 26

Spuitzone onderzoek ‘Opijnen – Slotstraat’

toepassing daarvan) voor passanten en omwonenden alsook op publicaties over de blootstellingsrisico’s voor personen werkzaam op het gewasperceel zelf (al dan niet bij toepassing van die gewasbeschermingsmiddelen of bij andere werkzaamheden zoals oogsten). Het model beschouwt zowel de directe blootstelling aan drift via inademing (inhalatie) en opname via de huid (dermaal) alsook indirecte blootstelling in de vorm van opname via de mond van aan drift blootgestelde objecten. Met het model kunnen de effecten op volwassenen alsook op kinderen jonger dan drie jaar in beeld gebracht worden. Verwezen wordt naar 4.1. Het model biedt evenwel geen inzicht in cumulatieve effecten van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen noch houdt het model rekening met eventuele gecombineerde werking (zoals synergisme of antagonisme) tussen gewasbeschermingsmiddelen onderling. Het model is immers een verspreidingsmodel, waarvoor de (cumulatieve) schadelijkheid van stoffen een gegeven vormt. Het EFSA-model hanteert de maximale blootstellingsgrenswaarden die zijn vastgesteld voor afzonderlijke werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen als uitgangspunt en berekent de driftblootstelling op basis van de fysische eigenschappen van een middel. Verwezen wordt naar 4.4.1. Het model biedt verder geen inzicht in de blootstellingsrisico’s voor kinderen jonger dan één jaar.

Het model biedt wel aanknopingspunten om beperkte conclusies omtrent blootstelling te trekken voor deze groep. Verwezen wordt naar 4.4.2. Met het EFSA-model is het tot slot niet mogelijk om afscherming van drift middels een haag of een scherm te modelleren. Het EFSA-model is gebaseerd op consensus omtrent de laatste wetenschappelijke inzichten. Het model zal uit de aard der zaak onderhavig zijn aan wijzigingen indien nieuwe wetenschappelijke inzichten daar aanleiding voor geven. Met het rekenmodel zijn meerdere gewasbeschermingsmiddelen beoordeeld welke als representatief kunnen worden beschouwd voor de invulling van de maximale planologische situatie. Opzet rapportage In hoofdstuk 2 wordt globaal ingegaan op het projectperceel en de omgeving daarvan, waarbij de aandacht uitgaat naar omliggende gronden waar bedrijfsmatig (professioneel gebruik) gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden toegepast. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de in deze context relevante regelgeving in relatie tot de vraag wat dient te worden beschouwd als de representatieve invulling van de maximale planologische situatie. Dat wordt uit de aard der zaak bepaald aan de hand het geldende planologische regime. Echter, ook de relevante milieuregelgeving en daarmee samenhangend regelgeving ten aanzien van oppervlaktewater is in die context relevant.

Adromi B.V.

wil/R202149/2101d

Pagina 6 van 26

Spuitzone onderzoek ‘Opijnen – Slotstraat’

De wettelijke gebruiksvoorschriften van het Ctgb komen aan de orde in hoofdstuk 4, bij de behandeling van de individuele gewasbeschermingsmiddelen welke als representatief worden beschouwd voor de bepaling van de zogenaamde spuitzone. In hoofdstuk 4 komen ook de uitkomsten van de modelberekeningen aan de orde. Hoofdstuk 5 bevat de conclusies ten aanzien van de aan te houden acceptabele afstanden. Bovendien zal hier een koppeling gemaakt worden met de conclusies uit het rapport van SPA WNP.

Adromi B.V.

wil/R202149/2101d

Pagina 7 van 26

Spuitzone onderzoek ‘Opijnen – Slotstraat’

2.

Bestaande situatie locatie en directe omgeving

Projectlocatie Het plangebied van het bestemmingsplan “Opijnen – Slotstraat” heeft betrekking op een locatie aan de noordzijde van de kom Opijnen, ten oosten van de Slotstraat. Ten zuiden van het plangebied is sprake van een transformatorgebouwtje en de woning Zandstraat 1. Ten westen, aan de overzijde van de Slotstraat, is sprake van woningen. Op de locatie is thans sprake van een verwilderde boomgaard bestaande uit maar enkele bomen, welke doorloopt ten noorden van het plangebied. Ten oosten is sprake van een laagstam perenboomgaard. Op grotere afstand ten noordoosten is een glastuinbouwbedrijf aanwezig. Uit de basisregistratie gewaspercelen (figuur 1) blijkt dat de verwilderde boomgaard waar het plangebied gedeeltelijk deel van uitmaakt, bekend is als ‘grasland, blijvend’ (gewascode: 265). De boomgaard ten westen van de locatie is geregistreerd als ‘Peren, aangeplant voorafgaande aan lopende seizoen’ (gewascode: 1098). Ten zuiden van de kassen van het glastuinbouwbedrijf is sprake van gronden die staan geregistreerd als bouwland voor wintertarwe (gewascode: 233). Andere geregistreerde percelen liggen op een afstand verder dan 50 m van de projectlocatie.

233 265 1098

Figuur 1: Uitsnede Basisregistratie Gewaspercelen, projectlocatie indicatief rood omlijnd (bron: PDOK 2021 – bewerkt)

Adromi B.V.

wil/R202149/2101d

Pagina 8 van 26

Spuitzone onderzoek ‘Opijnen – Slotstraat’

De informatie van de Basisregistratie is enkel indicatief ten aanzien van het recente agrarische grondgebruik. Uit het locatiebezoek is gebleken, dat het de bedoeling is om de perenboomgaard in bestaande vorm voortgaand bedrijfsmatig te (laten) exploiteren. Watergangen Tussen het bestemmingsplan en de aangrenzende agrarische percelen zijn geen watergangen aanwezig. Blijkens de Legger wateren van de Waterschap Rivierenland, liggen de relevante watergangen elders (figuur 2).

Figuur 2: Uitsnede Legger oppervlaktewateren, projectlocatie indicatief rood omlijnd (bron: Waterschap Rivierenland – bewerkt)

Adromi B.V.

wil/R202149/2101d

Pagina 9 van 26

Spuitzone onderzoek ‘Opijnen – Slotstraat’

3.

Representatieve invulling maximale planologische situatie

Algemeen Zoals aangegeven dient bij de bepaling van (het risico op) milieuhinder te worden uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische situatie. Hiervoor is in deze context uiteraard primair het bestemmingsplan relevant dat geldt voor de betrokken agrarische gronden. Echter ook bij de invulling van de (toekomstige) hindergevoelige functies dient te worden uitgegaan van de representatieve maximale planologische situatie, in de gegeven omstandigheden de vijf woningen met tuinen, tot op de grens met de agrarisch bestemde percelen waar gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet is uitgesloten. Ter verdere bepaling van de maximale representatieve invulling dient ook te worden ingegaan op de regelgeving welke relevant is bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Dit betreft de milieuregelgeving welke is opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer ten aanzien van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Tot slot zijn de al genoemde wettelijke gebruiksvoorschriften van het Ctgb relevant. Deze gebruiksvoorschriften komen niet aan de orde in dit hoofdstuk maar in hoofdstuk 4 waar nader wordt ingegaan op het (representatieve) gebruik van concrete gewasbeschermingsmiddelen. Bestemmingsregeling 3.2.1.

Beoogde ontwikkeling - bestemmingsplan “Opijnen - Slotstraat” Het nieuwe bestemmingsplan “Opijnen - Slotstraat” biedt de grondslag voor de bouw van de genoemde vijf woningen. Het plangebied omvat de volgende kadastrale percelen: gemeente Est en Opijnen, sectie C, nummers 530, deels 2891 en 2892 tot en met 2896. Verwezen wordt naar figuur 3. Er is binnen het plangebied voorzien in een woonbestemming (gele kleur) langs de Slotstraat. In deze woonbestemming is een bouwvlak ingetekend waar de woningen (hoofdgebouwen) dienen te worden opgericht. Het bouwvlak is gelegen op een afstand van minimaal 10 meter uit de erfgrens met de perenboomgaard aan de achterzijde (oostzijde). Op de grens met de boomgaard is voorzien in een groenbestemming (groene kleur). De groenbestemming heeft een breedte van minimaal 5 meter en is mede bedoeld voor de realisatie van een vanggewas tussen de perenboomgaard en de (tuinen van de) nieuwe woningen. Gelet op de ligging van het bouwvlak en de groenbestemming is ruimte voor achtertuinen bij de woningen met een diepte van ca. 5 meter. De tuinen zullen zich minimaal 5 meter uit de erfgrens met de perenboomgaard bevinden. Voor deze gronden is voorzien in een voorwaardelijke verplichting tot het realiseren en instandhouden van een wintergroene (driftafschermende) windhaag binnen één jaar na gereedmelding van gebouwen.

Deze dient adequaat te zijn en derhalve 1 meter hoger te zijn dan het gewas op het aangrenzende perceel met de perenboomgaard.

Adromi B.V.

wil/R202149/2101d

Pagina 10 van 26

Spuitzone onderzoek ‘Opijnen – Slotstraat’

Figuur 3: overzicht plangebied “Opijnen - Slotstraat” (gekleurd) en omgeving (bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

3.2.2. Aangrenzende agrarisch bestemde gronden – bestemmingsplan “Buitengebied” De agrarische gronden ten oosten en ten noorden van de nieuwe woonbestemmingen zijn opgenomen in het bestemmingsplan “Buitengebied”, dat is vastgesteld op 6 februari 2014 door de raad van de toenmalige gemeente Neerijnen. Het plan is nadien herzien/gewijzigd bij besluit van 18 februari 2016 (bestuurlijke lus) en 6 december 2018 (veegplan 2017). Er is verder nog sprake van het ‘Paraplubestemmingsplan parkeren 2019’ dat in deze context niet relevant is. De betrokken gronden ten oosten en noorden zijn aangeduid voor ‘Agrarisch’, ‘Waarde – Archeologie 2 en 3’ en ‘Overige zone Oeverwal-Stroomrug’. Er is sprake van een brede agrarische bestemming die voor zover hier relevant blijkens de begripsbepaling in artikel 1 van het plan grondgebonden agrarisch gebruik toelaat (akkerbouw-, fruitteelt,- vollegrondstuinbouw-, boomteelt- en melkveebedrijven). Tegelijkertijd lijkt het de bedoeling van het plan geweest te zijn om boomgaarden specifiek toe te laten, gelet op artikel 3.1, lid 1 onder 7 van de planregels. De aanwezige boomgaard is niet als zodanig aangeduid. Los van deze onzekerheid is ook hobbymatig agrarisch gebruik toegelaten. Op grond van de archeologische dubbelbestemming geldt voor bodemingrepen groter dan 5.000 m² en dieper dan 50 cm -MV een wabo-aanlegvergunningplicht.

De gronden ten noorden van het plangebied (verwilderde boomgaard, perceel met nummer 222 in figuur 3) zijn in eigendom van de familie Hartman en deze zullen hobbymatig agrarisch worden gebruikt. In lijn daarmee zijn deze gronden niet verder in deze rapportage betrokken.

Adromi B.V.

wil/R202149/2101d

Pagina 11 van 26

Spuitzone onderzoek ‘Opijnen – Slotstraat’

Conclusie representatieve invulling maximale planologische situatie Gelet op het feitelijke gebruik het geldende planologische regime en gelet op de Basisregistratie Gewaspercelen wordt in de context van deze rapportage uitgegaan van de volgende representatieve invulling van de maximale planologische situatie: − De aanwezigheid van 5 woningen met tuinen; − Aangrenzend ten oosten hiervan een perenboomgaard, waarbij er voor de context van deze rapportage van wordt uitgegaan dat de boomgaard dienovereenkomstig is bestemd; − Aangrenzend ten noorden hiervan hobbymatig agrarisch gebruik. Qua toepassing van gewasbescherming wordt er daarbij uitgegaan van teelt in een laagstam (peren)boomgaard zoals ook feitelijk aanwezig is ten oosten van het plangebied, ook voor de agrarisch bestemde gronden welke vooralsnog niet in gebruik zijn als boomgaard (zoals het perceel geregistreerd voor teelt van wintertarwe). Voor het glastuinbouwbedrijf wordt geen rekening gehouden met relevante invloed. Immers kassen zullen eventuele toepassing van inpandige gewasbescherming vrijwel volledig tegenhouden, waarbij relevant is dat het waterbassin van het bedrijf is gelegen tussen het plangebied en de kas, waardoor de afstand tussen de nieuwe woonbestemming en de teeltpercelen circa 60 meter bedraagt.

Voor de hobbymatig agrarisch in gebruik zijnde gronden ten noorden wordt geen rekening gehouden met relevante toepassing van gewasbeschermingsmiddelen (enkel professionele toepassing wordt relevant geacht). Activiteitenbesluit milieubeheer Als een bedrijf geen bestrijdingsmiddelen zou toepassen (biologische productie), dan hoeft uit de aard der zaak ook geen spuitzone te worden aangehouden. Echter in het kader van dit onderzoek dient het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen als maximale representatieve invulling van de planologische mogelijkheden te worden beschouwd. Bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen dient te worden voldaan aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. 3.4.1. Driftreductie In artikel 3.78a, lid 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer is vastgelegd dat in ieder geval een driftreductie moet worden bereikt van 75%, bepaald volgens ‘Meetprotocol voor het vaststellen van de driftreductie van neerwaartse en op- en zijwaartse spuittechnieken’, versie van 1 juli 2017 (artikel 3.78a, lid 2 Activiteitenbesluit milieubeheer - Barim jo. artikel 3.81 Activiteitenregeling milieubeheerRarim)6. Driftreductie kan ook worden bereikt door het toepassen van schermen (artikel 3.79, lid 7 onder b ten 2e Barim) of door toepassing van een vanggewas (vegetatiescherm - artikel 3.80a, lid 2 onder a Barim).

6

Door toepassing van bijvoorbeeld een tunnelspuit, een dwarsstroomspuit of axiaalspuit met schermen aan de installatie zelf of driftarme doppen. Het Activiteitenbesluit bevat op dit punt een aanvullende regeling voor wat betreft de toe te passen drukregistratievoorziening (artikel 3.83, lid 4 Activiteitenbesluit milieubeheer).

Adromi B.V.

wil/R202149/2101d

Pagina 12 van 26

Spuitzone onderzoek ‘Opijnen – Slotstraat’

Het percentage driftreductie wordt bepaald in de vorm van een reductie ten opzichte van een vastgestelde referentietechniek. Of de vereiste driftreductie wordt behaald wordt in Nederland beoordeeld op basis van onderzoek dat wordt uitgevoerd door de Technische Commissie Techniekbeoordeling, een commissie die onafhankelijk is van fabrikanten en leveranciers van spuitapparatuur. Beoordeling vindt plaats volgens een voorgeschreven methode op basis van meetprotocollen. 3.4.2. Teeltvrije zone Er is zoals aangegeven geen sprake van een jaarrond watervoerende watergang langs/tussen de relevante zijden van de in onderhavige rapportage beschouwde percelen, zodat geen teeltvrije zone behoeft te worden aangehouden. Los hiervan geldt dat een eerste bomenrij zich op circa 3 meter uit de perceelgrens bevindt, ten einde ook deze bomenrij toegankelijk te houden voor gewasbescherming, oogst, snoeien en dergelijke. 3.4.3. Vanggewas en scherm Een vanggewas is in het Activiteitenbesluit milieubeheer gedefinieerd als zijnde “een barrière van bomen, struiken of andere gewassen, die het verwaaien van spuitvloeistof bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen of bladmeststoffen naar een oppervlaktewaterlichaam beperkt”.

Een emissiescherm wordt in het Activiteitenbesluit gedefinieerd als: “scherm ter beperking van het verwaaien van spuitvloeistof bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen of bladmeststoffen”. Uit artikel 3.82, lid 1a jo. artikel 3.79 lid 5 en 3.80, lid 2 van de Activiteitenregeling milieubeheer dient een scherm of vanggewas minimaal 50 centimeter hoger te zijn van de gewashoogte. In het kader van onderhavige rapportage wordt ervan uitgegaan dat driftreductie volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer plaatsvindt, maar (nog) geen scherm of vanggewas wordt toegepast, ook al is feitelijk wel een windhaag (elzen) aanwezig op het terrein van de boomgaard. Dit omdat als onderdeel van deze ontwikkeling ook een vanggewas/windhaag zal worden aangelegd op eigen terrein. 3.4.4. Hoogte perenboomgaard Er wordt hierbij overeenkomstig het EFSA-model uitgegaan van een gewashoogte tot 4 meter. Dit kan eveneens als worst case worden beschouwd. Immers bij erkenning van spuitapparatuur wordt in principe rekening gehouden met een lagere spuitdophoogte7. Om de benodigde erkenning te verkrijgen dient de betrokken apparatuur de vereiste driftreductie te behalen ongeacht de gewashoogte8 (en aanpassingen aan de apparatuur, zoals het hoger plaatsen van de spuitdoppen of het aanpassen van de spuithoeken, zouden de erkenning tenietdoen).

7

De Munckhof Dwarsstroomspuit welke als referentie wordt gebruikt bij de bepaling van driftreductie, heeft standaard een hoogste spuitdophoogte van 286 cm. Zie: H. Stallinga e.a., Driftreductie Munckhof MAS 3 rijen boomgaardspuit, tabel 2.1 pagina 13, https://edepot.wur.nl/420149 8 Zie artikel 7, lid 5b van het Meetprotocol voor het vaststellen van de driftreductie van neerwaartse en op- en zijwaartse spuittechnieken, ministerie IenM, 1 juni 2017:

Adromi B.V.

wil/R202149/2101d

Pagina 13 van 26

Spuitzone onderzoek ‘Opijnen – Slotstraat’

De perenboomgaard heeft thans een hoogte van 4,5 meter, maar dit betreft de hoogte aan het einde van het seizoen. Het uitschot van circa 0,5 meter zal voorafgaand aan het nieuwe teeltseizoen worden teruggesnoeid. Conclusie Concluderend kan worden uitgegaan van: - Toepassing van gewasbeschermingsmiddelen in een laagstam fruitboomgaard (peren) met 75% driftreductie; - Geen teeltvrije zone in de zin van het Activiteitenbesluit milieubeheer; - Geen bestaand vanggewas of scherm; - Nieuwe woningen op een afstand van minimaal 10 meter en nieuwe tuinen op minimaal 5 meter uit de erfgrens met de perenboomgaard; - Een te realiseren vanggewas langs de perenboomgaard met een breedte van 5 meter. In volgend hoofdstuk wordt ingegaan op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in het licht van de door het Ctgb vastgestelde wettelijke gebruiksvoorschriften.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/349/documents/8834