RV2021-111 Bijlage was-wordt-tabel eerste wijzing Apv West Betuwe.pdf
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Verordening tot eerste Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening West Betuwe
Aanhef (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
gelet op de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Drank- en Horecawet, artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet, artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;
gelet op de artikelen 149, 149a, 151a, 151b, 151c, 151d, 154 en 154a van de Gemeentewet, de artikelen 3 en 4 van de Wet openbare manifestaties, de artikelen 4, 25a, 25b, 25c en 25d van de Alcoholwet, artikel 5.13 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de artikelen 2.18, eerste lid, onder f en g, en vijfde lid, 2.21 en 3.148, tweede lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, artikel 3 van de Winkeltijdenwet, artikel 64, tweede lid, van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994;
Toelichting: De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet. Artikel 1:1 (Definities), definitie voertuig: (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
- voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
- voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;
Toelichting: Dit betreft een redactionele aanpassing. Door het woordje ‘en’ toe voegen is duidelijk dat kruiwagens en kinderwagens voorbeelden zijn van ‘wagens’ en dat daarnaast ook nog rolstoelen (niet zijnde kleine wagens) uitgezonderd zijn. Artikel 1:2, Beslistermijn, derde lid (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
3.In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist
3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist
1
wordt op een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, of een vergunning als bedoeld in artikel 4:11.
wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, eerste lid, een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, of een vergunning als bedoeld in artikel 4:11.
Toelichting: Met de wijziging wordt het juridische kader correct vermeld. Artikel 2:6 (Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen), vijfde lid: (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting: Het betreft een redactionele aanpassing. Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de openbare plaats: (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1.Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of b_ b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden. 3.Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoeld gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 5. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan een openbare plaats 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan een openbare plaats of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; of c. in het belang van de voorkoming of 2
b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17. c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend. 6. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin in wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 en/of de vigerende provinciale Wegenverordening. 7. In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.
8. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
beperking van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 4. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid; c. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; d. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard; e. door het college aan te wijzen categorieën van voorwerpen; f. situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken en/of de provinciale omgevingsverordening. 5. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder a, is niet van toepassing als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 7. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder c, is niet van toepassing als in de voorkoming van overlast wordt voorzien door de Wet milieubeheer. 8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting opschrift: Het opschrift van het artikel is tekstueel aangepast van ‘de weg’ naar ‘een openbare plaats’. Dit is een ruimer begrip. Onder een ‘openbare plaats wordt verstaan: een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek. Hierdoor wordt het mogelijk om vergunningen te verlenen voor voorwerpen die niet op aan de weg liggen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld reclameborden in een plantsoen. Toelichting eerste tot en met zevende lid: In de praktijk worden er vergunningen gevraagd en verleend in plaats van ontheffingen. Gelet hierop is de tekst van 2.10 lid 1 tot en met 7 aangepast. Dit betekent voor de aanvrager geen wijziging. De aanvraagprocedure en de leges blijven ongewijzigd. Toelichting achtste lid: Het betreft een redactionele aanpassing. Artikel 2:11 ((Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg), vijfde lid: (artikel I, onderdeel F, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
3
5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting: Het betreft een redactionele aanpassing. Artikel 2:24 Begripsbepaling (artikel I, onderdeel G, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22;
1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; f. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: g. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.
d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:39;
2. Onder evenement wordt mede verstaan: g. een vechtsportgala.
3. eendaags evenement
• o
3. ééndaags evenement
Toelichting onderdeel f: Hiermee wordt voorzien in een bevoegdheid van de burgemeester om categorieën full-contact vechtsportwedstrijden of -gala’s aan te wijzen als evenement. De populariteit van full-contact vechtsporten – ringcontactsporten zoals muay thai (Thaiboksen), kickboksen en MMA– is enorm toegenomen. Het is sport die als zodanig deel uitmaakt van de reguliere sportinfrastructuur. Enerzijds worden de genoemde ringcontactsporten gezien als waardevolle sport met maatschappelijke functie (zoals agressieregulering). Anderzijds is er kritiek op de organisatie van deze vechtsporten en de beoefening zelf. Wedstrijden of demonstraties (‘demo's’) van full-contact vechtsporters vinden plaats in openbaar toegankelijke accommodaties en worden 'gala's' of 'evenementen' genoemd. De praktijk wijst uit dat er bij vechtsportevenementen of -gala’s bij deze categorieën full-contact vechtsporten een verhoogde kans bestaat op ongewenste situaties rond en tijdens het evenement. Het is daarbij niet relevant of een dergelijk evenement wordt georganiseerd in een gebouw dat voor sportwedstrijden is bestemd of niet. Er zijn aanwijzingen voor verwevenheid tussen de full-contact vechtsportsector en de georganiseerde criminaliteit. De sector is door zijn versnipperde en broze organisatiestructuur extra kwetsbaar voor deze verwevenheid. Regulering via een vergunningsplicht is daarom noodzakelijk.
Toelichting onderdeel b: Dit betreft een correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet.
4
Toelichting onderdeel d: De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet. Toelichting derde lid: Het gaat hier om een redactionele aanpassing Artikel 2:25 (Evenementenvergunning), achtste tot en met twaalfde lid: (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
8. De burgemeester kan binnen tien dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 9. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 10. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een landelijk georganiseerde straatspeeldag. 11. Het verbod van het eerste lid geldt ook niet voor lampionnenoptochten en wandeltochten en recreatieve fietstochten met maximaal 200 deelnemers en voor zover: a. de optocht niet breder is dan een weghelft; b. er bij een groepsomvang van 20 personen of meer voor en achter de optocht auto’s rijden met in werking zijnde knipperlichten dan wel voor en achter de optocht begeleiders in reflecterende vesten lopen of fietsen. 12. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Nieuwe tekst 8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning van in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 9. De burgemeester kan binnen zeven werkdagen na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. 10. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 11. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een landelijk georganiseerde straatspeeldag. 12. Het verbod van het eerste lid geldt ook niet voor lampionnenoptochten en wandeltochten en recreatieve fietstochten met maximaal 200 deelnemers en voor zover: a. de optocht niet breder is dan een weghelft; b. er bij een groepsomvang van 20 personen of meer voor en achter de optocht auto’s rijden met in werking zijnde knipperlichten dan wel voor en achter de optocht begeleiders in reflecterende vesten lopen of fietsen. 13. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting achtste lid: Dit achtste lid is toegevoegd. In dit kader wordt het volgende opgemerkt. De organisator van of aanvrager van een vergunning voor een full-contact vechtsportevenement is verantwoordelijk voor een goede gang van zaken tijdens het evenement en voor een ordelijk verloop ervan, zowel in het gebouw als in de directe omgeving daarvan. De voorwaarde over het levensgedrag 5
wordt gesteld om te kunnen toetsen of de organisator of de aanvrager van de vergunning op grond van zijn levensgedrag kan worden geacht aan deze verantwoordelijkheid te voldoen. De voorwaarde ziet alleen op de organisator(en) of de aanvrager van de vergunning, dat wil zeggen degene voor wiens rekening en risico het evenement wordt georganiseerd. Informatiebron voor de burgemeester kunnen politie- of strafvorderlijke gegevens zijn. Op grond van artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet politiegegevens kan de politie aan de burgemeester politiegegevens verstrekken voor zover hij deze behoeft in het kader van de handhaving van de openbare orde. En op grond van artikel 39f, eerste lid, onder b en d, en tweede lid, onder a, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens kan het college van procureur-generaals aan de burgemeester strafvorderlijke gegevens verstrekken voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang in het kader van het handhaven van de orde en veiligheid en het nemen van een bestuursrechtelijke beslissing. Toelichting negende lid: Door de ‘dagen’ aan te passen in ‘werkdagen’ is er voldoende tijd voor het zorgvuldig kunnen beoordelen van de melding. Toelichting dertiende lid: Het betreft een redactionele aanpassing.
Artikel 2:28 (Exploitatie openbare inrichting), vijfde en zevende lid: (artikel I, onderdeel I, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
5. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, mits: a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting;
5. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die een horecabedrijf is als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet en waarvoor een vergunning is verleend als bedoeld 3 van de Alcoholwet, mits: a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de datum van ontvangst van de aanvraag van de vergunning geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en –handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting; 7. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning.
Toelichting vijfde lid: De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet. In West Betuwe geldt dat als een inrichting beschikt over een Alcoholwetvergunning die inrichting niet ook nog een exploitatievergunning nodig heeft. Dit uitgangspunt is nu naar de letter scherp geformuleerd. Toelichting vijfde lid onderdeel a:
6
De huidige tekst is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de desbetreffende bepaling. De huidige bepaling dateert van 17 december 2019. Het is veel logischer de hier bedoelde termijn te koppelen aan de datum van ontvangst van de aanvraag. Als dit onderdeel niet wordt aangepast, betekent dit dat er bijvoorbeeld in 2025 gekeken moet worden naar de periode van zes maanden voorafgaande aan 17 december 2019. Dat kan niet de bedoeling zijn. Toelichting zevende lid: Het betreft een redactionele aanpassing. Artikel 2:28a terrassen (artikel I, onderdeel J, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Het is verboden een voor het publiek toegankelijk terras dat deel uitmaakt van een openbare inrichting te exploiteren of te doen exploiteren wanneer het terras: a. niet is gelegen nabij een openbare inrichting; b. op zichzelf of door de wijze van gebruik schade toebrengt aan de openbare weg; c. op zichzelf of door de wijze van gebruik schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. op zichzelf of door de wijze van gebruik gevaar of hinder oplevert voor een veilig en doelmatig gebruik van de weg; e. op zichzelf of door de wijze van gebruik ontoelaatbare overlast oplevert of een gevaar vormt voor de openbare orde; f. in strijd is met het bepaalde in het Besluit algemene regels voor inrichtingenmilieubeheer; g. niet voldoet aan de nadere regels die ingevolge lid 1 door het college zijn gesteld; h. niet vooraf aan de burgemeester is gemeld. De melding bestaat in elk geval uit: - de naam en het adres van de openbare inrichting; - de indeling en uitvoering van het terras; - de periode waarin het terras wordt geëxploiteerd; - een plattegrond met de afmeting van het terras. i. het terras bij para commerciële inrichtingen (sportkantines) is gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 23:00 uur en 06:00 uur en op zaterdag en zondag tussen 22:00 uur en 06:00 uur; j. het terras bij para commerciële inrichtingen (overige para commerciële inrichtingen,
vervalt
7
uitgezonderd sportkantines) is gesloten op zondag tot en met donderdag tussen 23:00 uur en 06:00 uur en vrijdag en zaterdag tussen 24:00 uur en 06:00 uur; k. het terras bij overige openbare inrichtingen is gesloten op maandag tot en met zondag tussen 24:00 uur en 06:00 uur. 2. Het college kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast nadere regels stellen aan de exploitatie van een terras. Tot de nadere regels behoren in elk geval voorschriften over de afmeting van het terras en de sluitingsuren. 3. De exploitant van de openbare inrichting is gehouden te doen en te laten hetgeen redelijkerwijs van hem gevergd kan worden om hinder en overlast, veroorzaakt door in de inrichting en/of op het terras aanwezige bezoekers en/of door komende en vertrekkende bezoekers, te voorkomen of te beperken. 4. Een vrije doorgang naar en van de openbare inrichting moet gegarandeerd zijn voor hulpverleningsdiensten zoals brandweer en ambulance. Hierbij wordt minimaal een vrije ruimte van 4,5 meter in acht genomen. 5. Brandkranen en overige bluswatervoorzieningen moeten vrij toegankelijk zijn. In een straal van 1 meter mogen geen voorwerpen worden geplaatst. Toelichting artikel 2:28a: Dit artikel kent een plicht om de aanwezigheid van een terras bij een openbare inrichting te melden bij de burgemeester.
Onder een openbare inrichting wordt verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, afhaalcentrum, camping en recreatiepark, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. Terrassen maken onderdeel uit van de openbare inrichtingen. Bij de fusie van de drie voormalige gemeenten Lingewaal, Geldermalsen en Neerijnen is ervoor gekozen om de Apv van de voormalige gemeente Geldermalsen als basis te nemen. In de voormalige gemeente Geldermalsen hoefden voornoemde openbare inrichtingen geen exploitatievergunning te hebben. Wel moest een terras gemeld worden bij de burgemeester. De Apv van West Betuwe kent wel een exploitatievergunningplicht voor voornoemde openbare inrichtingen (artikel 2:28 van de Apv). Hiervoor is gekozen met het oog op ondermijning. In het kader van een aanvraag om een exploitatievergunning kan namelijk een zogenaamde Bibob-toets worden gedaan. De situatie nu is dus dat er een exploitatievergunningplicht én een meldplicht voor terrassen geldt bij voornoemde openbare inrichtingen. Dit vraagt het nodige van ondernemers, terwijl een meldplicht voor
8
terrassen feitelijk overbodig is omdat terrassen onderdeel uitmaken van de exploitatievergunning van de desbetreffende openbare inrichting. Daarom wordt de meldingsplicht voor terrassen nu afgeschaft. De sluitingstijden die in artikel 2:28a van de Apv staan, worden opgenomen in een nieuw artikel 2:29a van de Apv. Artikel 2:28b Nadere eisen exploitant en leidinggevende exploitatievergunning (artikel I, onderdeel K, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:28 en 2:28a dient zowel de exploitant als de leidinggevende: b. te voldoen aan de eisen gesteld in het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet1999, zoals dat luidt ten tijde van de aanvraag, en
1.Voor het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in de artikelen 2:28 en 2:28a dient zowel de exploitant als de leidinggevende: b. te voldoen aan de eisen gesteld in het Alcoholbesluit, zoals dat luidt ten tijde van de aanvraag, en
Toelichting onderdeel b: Het betreft een redactionele aanpassing. Artikel 2:29 (Sluitingstijd), opschrift (Artikel I, onderdeel L, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Sluitingstijd
Sluitingstijden openbare inrichtingen
Artikel 2:29 (Sluitingstijd), zevende lid: (artikel I, onderdeel M, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
7. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
7. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting zesde lid: Het betreft een redactionele aanpassing. Artikel 2:29a (sluitingstijden terrassen openbare inrichtingen) (artikel I, onderdeel N, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:29a Sluitingstijden van terrassen bij openbare inrichtingen 1.Het terras bij para commerciële inrichtingen (sportkantines) is gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 23:00 uur en 06:00 uur en op zaterdag en zondag tussen 22:00 uur en 06:00 uur.
9
2. het terras bij para commerciële inrichtingen (overige para commerciële inrichtingen, uitgezonderd sportkantines) is gesloten op zondag tot en met donderdag tussen 23:00 uur en 06:00 uur en vrijdag en zaterdag tussen 24:00 uur en 06:00 uur. 3. het terras bij overige openbare inrichtingen is gesloten op maandag tot en met zondag tussen 24:00 uur en 06:00 uur. 2. Het college kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast nadere regels stellen aan de exploitatie van een terras. Tot de nadere regels behoren in elk geval voorschriften over de afmeting van het terras en de sluitingsuren. 3. De exploitant van de openbare inrichting is gehouden te doen en te laten hetgeen redelijkerwijs van hem gevergd kan worden om hinder en overlast, veroorzaakt door in de inrichting en/of op het terras aanwezige bezoekers en/of door komende en vertrekkende bezoekers, te voorkomen of te beperken. 4. Een vrije doorgang naar en van het openbare inrichting moet gegarandeerd zijn voor hulpverleningsdiensten zoals brandweer en ambulance. Hierbij wordt minimaal een vrije ruimte van 4,5 meter in acht genomen. 5. Brandkranen en overige bluswatervoorzieningen moeten vrij toegankelijk zijn. In een straal van 1 meter mogen geen voorwerpen worden geplaatst. Afdeling 5.
(Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Dranken Horecawet), titel: (artikel I, onderdeel O, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet
Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet
Toelichting: De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet. Artikel 2:34a (Definities): (artikel I, onderdeel P, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
In deze afdeling wordt verstaan onder:
In deze afdeling wordt verstaan onder: 10
- alcoholhoudende drank; - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon; - sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Dranken Horecawet.
- alcoholhoudende drank; - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon; - sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet
Toelichting: Het betreft een redactionele aanpassing. Artikel 2:37 Nachtregister (artikel I, onderdeel Q, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst Nachtregister 1.De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht bij te houden. 2.De houder van een inrichting of een voor hem handelend persoon is verplicht, het in het eerste lid bedoelde register aan de burgemeester of aan een door hem aangewezen ambtenaar over te leggen op een door de burgemeester te bepalen wijze.
Toelichting: Op grond van artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht is iedereen die tegen betaling nachtverblijf aanbiedt aan personen verplicht een nachtregister bij te houden. Het gaat derhalve als zodanig niet om een nieuwe verplichting. Nieuw is wel dat het nachtregister nu voor de gemeente bijgehouden moet worden. Op dit moment is deze verplichting niet opgenomen in de Apv. Daardoor kunnen er geen bestuursrechtelijke maatregelen genomen worden. Door het opnemen van dit artikel in de Apv is het mogelijk om bij niet naleving een bestuursrechtelijke maatregel op te leggen, zoals een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. In het nachtregister registreert een verblijfsaanbieder de overnachtingen van tijdelijke verblijvers, zoals arbeidsmigranten, toeristen en tijdelijke bewoners van recreatieverblijven. Een bijgehouden nachtregister geeft een goed beeld van de aanwezigheid van bijvoorbeeld arbeidsmigranten en toeristen in de gemeente. Hierdoor kunnen hulpdiensten beter hun werk doen bij een calamiteit. Als er bijvoorbeeld brand is, kan de brandweer aan de hand van het nachtregister zien wie op de locatie aanwezig (kunnen) zijn. Zo kan de veiligheid van de mensen die in onze gemeente overnachten beter gewaarborgd worden. Ook kan het nachtregister een afschrikkende werking hebben op criminelen.
Met een registratie in een nachtregister verliest men namelijk de anonimiteit en wordt ook een drempel opgeworpen om de locatie van het nachtverblijf als criminele ontmoetingsplaats te gebruiken.
11
Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming mogen niet meer persoonsgegevens gevraagd worden dan nodig is. Alleen de gegevens die in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht worden genoemd, mogen geregistreerd worden, te weten: -naam en woonplaats van de gast; -datum aankomst en datum vertrek; --welk identiteitsbewijs de gast heeft laten zien. Tenslotte nog het volgende. In het Beleidsplan huisvesting arbeidsmigranten is aangegeven dat het wenselijk is om huisvesters die verblijf bieden aan arbeidsmigranten te verplichten tot een (bij voorkeur digitaal) nachtregister voor de gemeente bij te houden. Het invoeren van een (digitaal) nachtregister voor aanbieders van verblijf aan arbeidsmigranten betekent dat deze verplichting ook gaat gelden voor andere aanbieders van tijdelijk verblijf, zoals Bed en Breakfasts en campings. Het uitzonderen van bepaalde aanbieders van verblijf mag niet want dat is discriminerend. Momenteel onderzoekt de Regio Rivierenland de mogelijkheid tot invoering van een regionaal (digitaal) nachtregister met betrekking tot aanbieders van tijdelijk verblijf aan arbeidsmigranten. Mogelijk kan dat nachtregister ook gebruikt worden voor andere aanbieders van tijdelijk verblijf.
Vooruitlopend op de benodigde duidelijkheid en keuzes zal er van de zijde van de gemeente niet actief gehandhaafd worden op de nu voorgestelde verplichting tot het bijhouden van een (digitaal) nachtregister. Uiteraard zullen aanbieders van tijdelijk verblijf geïnformeerd worden over de verplichting tot het bijhouden van een (digitaal) nachtregister voor de gemeente. Hoe en wanneer dit gaat gebeuren, zal te zijner tijd aan u worden toegelicht. Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister (artikel I, onderdeel R, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst Verschaffen gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken. Tevens wordt in het nachtregister vermeld welk identiteitsbewijs de gast heeft laten zien.
Toelichting: Zoals geschreven, is op grond van artikel 438 van het WvSr is degene die bedrijfsmatig nachtverblijf verschaft verplicht om een nachtregister bij te houden. Artikel 2.38 komt de ondernemer tegemoet door de gast te verplichten daaraan mee te werken en zijn of haar gegevens te verstrekken. Daarbij wordt opgemerkt dat een goed bijgehouden nachtregister ook in het belang van de gemeente is, bijvoorbeeld voor de brandweer, mocht er onverhoopt brand uitbreken. Artikel 2:39 (Speelgelegenheden), vierde lid: (artikel I, onderdeel S, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
12
4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting: Het betreft een redactionele aanpassing. Artikel 2:48 (Verboden drankgebruik), tweede lid: (artikel I, onderdeel T, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet.
2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Toelichting: De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet. Artikel 2:57 (Loslopende honden), eerste lid, onder b: (artikel I, onderdeel U, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
b. binnen de bebouwde kom op de weg als de hond niet is aangelijnd;
b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;
Toelichting onderdeel b: Volgens het huidige onderdeel b geldt een verbod voor honden op de weg indien ze niet aangelijnd. Dus op andere openbare plaatsen dan de weg mag een hond niet aangelijnd lopen. De wijziging breidt het verbod voor niet-aangelijnde honden uit tot andere plaatsen binnen de bebouwde kom dan de weg, zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Overigens geldt dit verbod niet op door het college aangewezen plaatsen. Artikel 2:67 (Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister), derde lid: (artikel I, onderdeel V, van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst
Nieuwe tekst
3. Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
3. Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
13
Toelichting lid 3: Het betreft een redactionele aanpassing. Artikel 2:68 (Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van Strafrecht), eerste lid (artikel I, onderdeel W, van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst
Nieuwe tekst
a. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven. b. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn. c. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
b. de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of register ter inzage te geven; c. aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk zichtbaar zijn; d. een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed verkregen is.
Toelichting onderdeel d: In dit artikel was doornummering onjuist. Het betreft een redactionele aanpassing. Artikel 2:75 (Bestuurlijke ophouding) (artikel I, onderdeel X, van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst
Nieuwe tekst
artikel 2:47a openlijk drugsgebruik; artikel 2:47b, verboden gebruik lachgas;
artikel 2:74a openlijk drugsgebruik; artikel 2:74b, verboden gebruik lachgas;
Toelichting: Abusievelijk zijn de verkeerde artikelen genoemd. Dat wordt nu hersteld. Artikel 2:79 ( Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet), eerste lid (artikel I, onderdeel Y, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1.Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
1.Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
Toelichting eerste lid: De Wet aanpak woonoverlast is per 1 januari 2021 gewijzigd. Hierdoor kan de burgemeester direct de verhuurder aanspreken bij zeer overlastgevend gedrag van huurders. Hij kan een gedragsaanwijzing
14
opleggen aan de verhuurder als deze zich niet, of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder. De burgemeester kan dit direct doen en hoeft daarvoor niet eerst de huurder te hebben aangesproken. Een gedragsaanwijzing kon al aan verhuurders worden opgelegd, als hun huurders niet waren ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Denk aan toeristen en arbeidsmigranten die korter dan 4 maanden in Nederland verblijven. Per 1 januari 2021 is dat mogelijk voor alle verhuurders, ongeacht wel of geen BRP-inschrijving van hun huurders. Dus ook voor huisjesmelkers en uitzendbureaus die panden verhuren en waar huurders ernstige en herhaaldelijk overlast veroorzaken. Artikel 4:6 (Overige geluidhinder), eerste lid, (artikel I, onderdeel Z, van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
Toelichting eerste lid: Het betreft een redactionele aanpassing ter wille van de juridische duidelijkheid. Artikel 4:15 (Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame), opschrift (artikel I, onderdeel AA, van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 4:15
Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Toelichting opschrift: Het gaat hier om een redactionele aanpassing. Artikel 5:2 (Voertuigen van autobedrijf en dergelijke), vijfde lid: (artikel I, onderdeel AB, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting vijfde lid: Het gaat hier om een redactionele aanpassing. Artikel 5:8 (Grote voertuigen), zesde lid: (artikel I, onderdeel AC, van het wijzigingsbesluit)
15
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting zesde lid: Het gaat hier om een redactionele aanpassing. Artikel 5:9 (Uitzicht belemmerende voertuigen), eerste lid, (artikel I, onderdeel AD, van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.2.
1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.
Toelichting eerste lid: Het betreft redactionele aanpassing: het cijfer 2 is verwijderd. Artikel 5:13 (Inzameling van geld of goederen), vijfde lid: (artikel I, onderdeel AE, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst 5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting: Abusievelijk mist de verwijzing van paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit wordt hersteld met het vijfde lid. Artikel 5:14 (Definitie), tweede lid, onder b: (artikel I, onderdeel AF, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel 5:22;
b. het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22;
16
Toelichting: Dit betreft een correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Artikel 5:15 (Ventverbod), derde lid: (artikel I, onderdeel AG, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting: Het betreft een redactionele aanpassing. Artikel 5:17 (Definitie), tweede lid, onder a: (artikel I, onderdeel AH, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
Toelichting: Dit betreft een correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Artikel 5:18 (Standplaatsvergunning en weigeringsgronden), derde lid: (artikel I, onderdeel AI, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
3. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting: Het betreft een redactionele aanpassing. Artikel 5:22 (Definitie), tweede lid, onder a: (artikel I, onderdeel AJ, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
a. een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
Toelichting: Dit betreft een correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. 17
Artikel 5:32 (Crossterreinen), eerste lid: (artikel I, onderdeel AK, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
Toelichting: Deze toevoeging biedt de mogelijkheid om te kunnen optreden tegen (geluids)overlast door het crossen buiten wedstrijdverband. Het tweede lid van artikel 5:32 regelt dat het verbod niet van toepassing is op door het college aangewezen terreinen. Afdeling 9 (Verstrooiing van as), titel (artikel I, onderdeel AL, van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Verstrooiing
Verstrooiing van as
Toelichting: Het betreft een redactionele aanpassing. Artikel 5:36 (Verboden plaatsen), vierde lid: (artikel I, onderdeel AM, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting: Het betreft een redactionele aanpassing. Artikel 6:1 (Sanctiebepaling), derde lid: (artikel I, onderdeel AN, van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst
Nieuwe tekst
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10,
3. In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een
18
vierde lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid, en 4:11, tweede lid.
omgevingsvergunningplichtige activiteit, en artikel 4:11, tweede lid.
Toelichting: Het betreft een redactionele aanpassing.
19