RV2021-108 Bijlage Treasurystatuut West Betuwe 2021.pdf
Tekst van het document
Artikel 12 lid 3 Dit artikel bepaalt dat, conform artikel 2 lid 3 van de Wet fido, er leningen kunnen worden vertrekt aan andere openbare lichamen. Voorwaarde is dat het lening verstrekkende openbare lichaam niet belast is met het financiële toezicht op het openbare lichaam waaraan de lening verstrekt wordt. In de Nota naar aanleiding van verslag schatkistbankieren wordt het volgende gesteld: “Het verstrekken van kapitaal uit hoofde van de publieke taak op basis van artikel 2, eerste lid, is en blijft gewoon mogelijk. Het is bijvoorbeeld mogelijk om aan gemeenschappelijke regelingen een lening te verstrekken uit hoofde van de publieke taak. Wat een publieke taak is, bepaalt een decentrale overheid zelf. Hier treedt het Rijk niet in. Hetzelfde geldt voor het verstrekken van kapitaal uit hoofde van de publieke taak aan de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en de Nederlandse Waterschapsbank (NWB), zoals de leden van de CDA-fractie vragen. Het onderling lenen zoals bedoeld in artikel 2, derde lid, heeft alleen betrekking op uitzettingen van overtollige middelen tussen decentrale overheden onderling, niet uit hoofde van de publieke taak”.
31 | TREASURYSTATUUT GEMEENTE WEST BETUWE 2021
Artikel 13 lid 2 Dankzij het drempelbedrag kan een gemeente tijdelijke fluctuaties in haar liquide middelen beter opvangen, zonder direct incidentele uitschieters in de schatkist te hoeven storten of uit de schatkist te hoeven opnemen. Ook kan de drempel er voor zorgen dat kleinere gemeenten met nauwelijks overtollige middelen in hun werkwijze niet dagelijks met schatkistbankieren te maken hebben. Ook kan het drempelbedrag gebruikt worden om een saldo aan te houden op betaalrekeningen die weinig gebruikt worden. De hoogte van het drempelbedrag hangt af van de omvang van de begroting van de gemeente. Voor de definitie van “begrotingstotaal” wordt aansluiting gezocht bij de bestaande definitie in de Wet fido (die onder andere wordt gebruikt voor het vaststellen van de kasgeldlimiet). Het drempelbedrag wordt vastgesteld op 0,75% van het begrotingstotaal van het lopende jaar van de gemeente voor zover het begrotingstotaal niet groter is dan € 500 miljoen. Als het berekende bedrag lager is dan € 250.000 dan wordt het drempelbedrag op € 250.000 gesteld.
Artikel 13 lid 4 Over de hoogte en benutting van het drempelbedrag in ieder kwartaal rapporteert de gemeente in de jaarrekening. Het gaat daarbij om zowel de voor dat jaar berekende hoogte van het drempelbedrag als de benutting van dat drempelbedrag in elk kwartaal.
Artikel 13 lid 5 Derdengelden zijn niet opgenomen als uitzondering. Deze middelen zijn immers niet het juridisch eigendom van de gemeente en deze middelen vallen daarom ook niet onder de verplichting uit de Wet fido om deze in de schatkist aan te houden. Ook verplichtingen om bijvoorbeeld onderpand te storten of een borgstelling aan te houden bij een derde partij zijn niet opgenomen. Dit zijn immers uitzettingen die gedaan worden uit hoofde van de publieke taak waardoor de betreffende middelen niet als overtollig kunnen worden beschouwd.
Artikel 14 Geldstroombeheer
Artikel 14 lid 1 Geldstromenbeheer is er op gericht het betalingsverkeer zo doelmatig mogelijk laten verlopen en in voldoende mate te beveiligen. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden afgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op verwachte ontvangsten. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken (c.q. middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken) teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te financieren.
Artikel 14 lid 2 Het uit laten voeren van het elektronisch betalingsverkeer door één bank heeft als voordeel dat de kosten van het overboeken van middelen tussen verschillende banken worden vermeden.
32 | TREASURYSTATUUT GEMEENTE WEST BETUWE 2021
Artikel 14 lid 3 Het contante geldverkeer binnen de gemeente dient tot een minimum te worden beperkt. Omdat geldstromen binnen de gemeentelijke organisatie van aard en grootte verschillen is er geen eenduidige regel te maken wat een gemeente breed minimum is. In het treasurywerkboek wordt daarom per geldstroom regels opgesteld met betrekking tot de omvang van de geldstroom en de administratieve processen. Jaarlijks worden deze regels geëvalueerd en waar nodig aangepast.
Het gebruik van spoedopdrachten wordt zoveel mogelijk beperkt. In de regel staan betaalopdrachten die voor 12.00 uur bij Vakteam Financieel Beheer van de BWB binnenkomen nog dezelfde dag op de rekening van de begunstigde. De noodzaak van een spoedopdracht is hierdoor verminderd. Uitzondering hierop zijn de terugbetalingen van (kasgeld) leningen. De geldverstrekker eist in veel gevallen een spoedopdracht bij het aflossen van de lening.
Artikel 15 Saldo- en liquiditeitenbeheer
Artikel 15 lid 2 Het saldo- en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen (courant) van de gemeente. Om de noodzaak tot het doen van interne overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen die de gemeente bij één bank aanhoudt, opgenomen in een rentecompensatiecircuit. Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van de gemeente worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.
Artikel 15 lid 5 De gemeente hanteert een wettelijke betalingstermijn van uiterlijk 30 dagen. In sommige gevallen, te denken valt aan een dispuut over het geleverde, het nog niet leveren van de goederen et cetera kan niet binnen de gestelde betalingstermijn worden betaald. Om binnen de gestelde termijn te blijven stuurt het Team Concern Administratie maandelijks een overzicht met openstaande posten naar de budgethouders met het verzoek deze af te handelen. De vakafdeling blijft verantwoordelijk voor een snelle afhandeling van de factuur.
Artikel 16 Uitzettingen en garanties publieke taak
Artikel 16 lid 2 Om het risico dat de gemeente loopt op haar garantiestellingen te minimaliseren maakt de gemeente zoveel mogelijk gebruik van de bestaande waarborgfondsen, zoals het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, Waarborgfonds Sport en Waarborgfonds Zorg. Dit zijn waarborgfondsen, die onder bepaalde voorwaarden garant kunnen staan voor financiering aan instellingen, die in de statuten van deze fondsen zijn opgenomen. Waarborgfonds Sport is er kort gezegd voor sportvereniging en Waarborgfonds Zorg voor zorginstellingen, ziekenhuizen en verpleeginstellingen.
33 | TREASURYSTATUUT GEMEENTE WEST BETUWE 2021
Artikel 16 lid 4 Met deze informatie kan de gemeente haar risicopositie ten opzichte van de verstrekte lening of garantstelling bepalen om hier vervolgens risicobeheersingsmaatregelen op te nemen.
34 | TREASURYSTATUUT GEMEENTE WEST BETUWE 2021
Bijlage 1 Blz.
Was
Blz.
Wordt
2 2 2
Treasuryhandboek (Handboek) Handboek In het Treasurywerkboek staan …… beschreven
2 2 2
2
aangewezen senior financieel expert treasury
2
3
(maximaal één jaar) (minimaal één jaar) Kasgeldlening: (van één week tot twaalf maanden) Liquiditeitenbeheer tot een periode van één jaar Publieke taak Wet Fido Renterisico met een looptijd van één jaar of langer. Renterisiconorm Wet Fido Treasurycommissie de manager Strategie, Regie en Ondersteuning Treasuryfunctie kasbeheer (inclusief debiteurenen crediteurenbeheer) Uitzetting tot één jaar van één jaar of langer Artikel 1 lid 9 Het zorgdragen voor een gezonde balansstructuur en het toezien op een efficiënt betalingsverkeer Artikel 2 Om de risico’s te beheersen worden hieronder de volgende algemene uitgangspunten weergegeven:
Besluit uitvoering Treasury (Besluit) Besluit In het Treasurywerkboek staan de processen van de treasuryhandelingen beschreven. aangewezen senior financieel expert treasury of diens vervanger Nieuw in dit Statuut (kleiner of gelijk één jaar) (groter dan één jaar)
7 7 8 8 8 9
9
10
10
11
2/3 4 8
(van één dag tot twaalf maanden) 8 kleiner of gelijk één jaar 9 Wet fido 9 met een looptijd groter dan één jaar. 9 Wet fido 10 de directeur
10
kasbeheer
11 kleiner of gelijk één jaar groter dan één jaar 11 Het toezien op een gezonde balansstructuur en op een efficiënt betalingsverkeer. 12 Om de risico’s te beheersen gelden de onderstaande uitgangspunten:
35 | TREASURYSTATUUT GEMEENTE WEST BETUWE 2021
13
Artikel 5 Lid 3 tot en met lid 6 Artikel 6 lid 2 Bij het aantrekken en uitzetten van …… (4-15 jaar) Artikel 6 lid 3 Afhankelijk van het …. begrotingscyclus bestrijkt. Artikel 6 lid 4 Daarnaast wordt …. begroting Artikel 6 lid 5 In de jaarrekening …. gerapporteerd.
14
14
Artikel 6 lid 6
15
14
2.4. Financiering financiering korter dan één jaar (geldmarkt) en financiering langer dan één jaar (kapitaalmarkt). Artikel 8 lid 2 Handboek
15
14
14
14 14
Vervallen 14 Bij het aantrekken en uitzetten van middelen …. herzien. 14 Naast het in artikel 6 lid 2 … opgesteld. 14 Bij de begroting …. bestrijkt. 15 Aan het eind van … gepresenteerd wordt. In de jaarrekening …. gerapporteerd.
15
financiering kleiner of gelijk één jaar (geldmarkt) en financiering groter dan één jaar (kapitaalmarkt). 15 Besluit (waarin zowel de taken en bevoegdheden van het college van Burgemeester en Wethouders, als de taken van de ambtelijke organisatie wordt beschreven.
15
Artikel 8 lid 3
15
Artikel 8 lid 4 De Treasurer … wordt aangetrokken
16
Artikel 8 lid 7 Het aantrekken van … Wethouders
16
Aantrekken van kort vermogen financieringen korter dan één jaar
16
Artikel 9 lid 1 looptijd korter dan één jaar
16
Vervalt.
15
15
16
De Treasurer … wordt aangetrokken. Het tijdstip voor welke de financiële instelling dient te reageren wordt in de offerte opgenomen. Indien er te laat wordt geoffreerd, wordt de offerte afgewezen. Na het aantrekken van lang vermogen dient ieder bedrag binnen één maand na het afsluiten van de lening achteraf ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het college van Burgemeester en Wethouders. financieringen kleiner of gelijk één jaar.
looptijd kleiner of gelijk één jaar
36 | TREASURYSTATUUT GEMEENTE WEST BETUWE 2021
16
16 dient achteraf … Wethouders
16
dient achteraf – binnen één maand na het afsluiten van de lening – ter goedkeuring ter worden voorgelegd aan het college van Burgemeester en Wethouders.
Artikel 10 lid 2 Vervallen
16
Artikel 10 lid 2 periode van één jaar of langer Artikel 10 lid 7 € 5.000.000,= Artikel 10 lid 8 € 5.000.000,=
17
16
dient achteraf … Wethouders
17
dient achteraf – binnen één maand na het afsluiten van de lening – ter goedkeuring ter worden voorgelegd aan het college van Burgemeester en Wethouders.
17
Artikel 10 lid 10 achteraf … Wethouders
17
achteraf – binnen één maand na het afsluiten van de lening – ter goedkeuring ter worden voorgelegd aan het college van Burgemeester en Wethouders.
16 16
19 19 20
20
20
21
21
periode groter dan één jaar 17 € 1.000.000,= 17 € 1.000.000,=
Artikel 15 lid 3 Indien er een … normen niet Artikel 15 lid 4 Artikel 16 lid 4 Steekproefsgewijs vindt toetsing plaats van Artikel 16 lid 6 Nota Garantstellingen 2.8 Treasurycommissie lid 1 Manager Strategie, Regie en Ondersteuning 2.9 AO/IC De taken ….wordt vastgesteld
Vervalt. Vervalt. 20 Jaarlijks vindt toetsing plaats over 20 Nota Verstrekte leningen en Garantstellingen 20 directeur
21
In het Besluit …. vastgesteld.
21 Het Treasurystatuut dat door de Gemeenteraad op 17 december 2019 is vastgesteld, komt hiermee te
37 | TREASURYSTATUUT GEMEENTE WEST BETUWE 2021
vervallen.
22
22 Handboek Omtrent de treasury inclusief het beschrijven van het debiteurenen crediteurenproces in een Treasurywerkboek.
22
Besluit omtrent de treasury in een Treasurywerkboek.
22 verordening – statuut – handboek
23
verordening – Statuut – Besluit 23
Handboek 25
Besluit
Artikel 3 lid 4 tot één jaar percentage van het totaal Artikel 3 lid 5 van één jaar of langer Artikel 5 lid 4
25
31
34
Artikel 10 lid 9 en 10 € 5.000.000,= Artikel 15 lid 3
35
Artikel 15 lid 4
26 28
kleiner of gelijk één jaar percentage (8,5%) van het totaal 26 groter dan één jaar 28 Vervalt.
32
€ 1.000.000,= Vervalt Vervalt
38 | TREASURYSTATUUT GEMEENTE WEST BETUWE 2021