CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2021-087 Bijlage 8 Archeologisch bureau en inventariserend veldonderzoek Bloemfonteijn.pdf

Gemeenteraad 28 september 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 13: Vaststellen bestemmingsplan “landgoed Bloemfontein, Hooiakker 2 Heesselt”17.197 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bureau voor Archeologie Rapport 962 Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Donkerstraat en Walgtsestraat, Heesselt en Varik, gemeente West Betuwe: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en deels karterende fase CONCEPT

2

CONCEPT

Colofon titel:

Bureau voor Archeologie Rapport 962. Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Donkerstraat en Walgtsestraat, Heesselt en Varik, gemeente West Betuwe: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en deels karterende fase

auteur:

A. de Boer (KNA senior prospector)

datum:

22 oktober 2020

ISSN:

2214-6687

© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl

Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

3

Administratieve gegevens Projectnummer

2020071702

Provincie

Gelderland

Gemeente

West Betuwe

Plaats

Heesselt en Varik

Toponiem

Donkerstraat en Walgtsestraat

Naam

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn

Centrum locatie (m RD)

plandeel 1: 153.130; 425.600; plandeel 2: 153.300; 425.680 (x; y)

Omvang plangebied

Plandeel 1: 13.580 m2; plandeel 2: 12.020 m2

Kadastrale gegevens

gemeentecode: 1004, sectie: E, nummer(s): 158, 159, 172

ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer

4896057100 (ABU) 4896065100 (ABO-verkenning) 4903662100 (ABO-kartering)

Soort onderzoek

een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en deels karterende fase

Opdrachtgever

Plannen-Makers

Uitvoerder

Bureau voor Archeologie

Kaartblad

39D

(RO) kader onderzoek

Bestemmingsplanwijziging

Periode van uitvoering veldwerk

1 oktober 2020

Bevoegde overheid

Gemeente West Betuwe

Deskundige namens bevoegde overheid

Omgevingsdienst Rivierenland

Status goedkeuring bevoegde overheid

CONCEPT

Beheerder en plaats van documentatie

Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: Geen vondsten

Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

4

CONCEPT

Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl).

Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

5

Inhoudsopgave 1 2

3

4 5 6 7

Samenvatting...............................................................................................8 Inleiding.......................................................................................................9 1.1 Doelstelling en vraagstelling.................................................................9 Bureauonderzoek.......................................................................................11 2.1 Methode..............................................................................................11 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik..........................................11 2.3 Huidige situatie...................................................................................13 2.4 Aardwetenschappelijke waarden.........................................................13 2.5 Historische situatie..............................................................................15 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................16 2.7 Archeologische en bouwhistorische waarden......................................16 2.8 Gespecificeerde verwachting..............................................................20 Booronderzoek..........................................................................................22 3.1

Inleiding..............................................................................................22 3.2 Methode..............................................................................................23 3.3 Resultaten en geologische interpretatie..............................................24 3.4 Archeologische interpretatie................................................................25 Waardestelling en Selectieadvies..............................................................27 Conclusie...................................................................................................28 Advies........................................................................................................31 6.1 Reactie bevoegd gezag......................................................................31 Literatuur...................................................................................................32 Figuren......................................................................................................34 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................71

Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

6

CONCEPT

Lijst met Figuren Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl)........................................................................................4 Figuur 2: Luchtfoto 2018.....................................................................................34 Figuur 3: Topografische kaart..............................................................................35 Figuur 4: Archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Neerijnen (Heeringen, Sueur, en Schrijvers 2008).....................................................36 Figuur 5: Plankaart 7 oktober 2020. Het noorden is rechts.................................37 Figuur 6: Foto vanaf de Bommelsestraat kijkend naar het oosten (boven) en kijkend naar het zuidwesten (onder)..........................................................38 Figuur 7: Geologische kaart 39 West (Verbraeck 1984)......................................39 Figuur 8: Beddinggordels (Cohen e.a. 2012)......................................................40 Figuur 9: Zanddieptekaart provincie Gelderland (Cohen 2009)...........................41 Figuur 10: Bodemkaart (Steur, Heijink, en Stichting voor Bodemkartering 1973). ..................................................................................................................

42 Figuur 11: Bodemkartering (Bles en Steeghs 1973)............................................43 Figuur 12: Geomorfologische kaart (Alterra 2004)..............................................44 Figuur 13: Hoogte-reliëfkaart (Kadaster en PDOK 2014), overzicht (boven) en detail (onder)..............................................................................................45 Figuur 14: Mogelijke verbreiding overslag (onderbroken lijn)..............................46 Figuur 15: Figuratieve kaart met krijgsverrichtingen in de Bommelerwaard (Onbekend 1599).......................................................................................47 Figuur 16: Kaart uit 1630 (Van Geelkercken 1630).............................................48 Figuur 17: De Waal tussen de Zennewijnse waard en het fort St.

Andries (Tijnagel 1657)...........................................................................................49 Figuur 18: Kaart 1759 (Kanneman 1759)............................................................50 Figuur 19: Kaart eind 18e eeuw (Onbekend 1775).............................................51 Figuur 20: Kadastrale minuut 1811-1832 (‘HISGIS Gelderland’ 2019)................52 Figuur 21: 551-1861-HEEREWAARDEN-1872...................................................53 Figuur 22: 551-1862-HEEREWAARDEN-1892...................................................54 Figuur 23: 551-1863-HEEREWAARDEN-1908...................................................55 Figuur 24: 551-1864-HEEREWAARDEN-1912...................................................56 Figuur 25: 551-1865-HEEREWAARDEN-1928...................................................57 Figuur 26: 551-1866-HEEREWAARDEN-1949...................................................58 Figuur 27: RAF Luchtfoto 1945 (RAF 1940-1945)...............................................59 Figuur 28: 39D-1958-Tiel....................................................................................60 Figuur 29: 39D-1977-Tiel....................................................................................60 Figuur 30: 39D-1985-Tiel....................................................................................61 Figuur 31:

39D-1990-Tiel....................................................................................61 Figuur 32: Archeologische vondstlocaties (geel) en zaken (blauw) uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2020)............................................62 Figuur 33: Inventarisatie kaart BATO..................................................................63 Figuur 34: Bodemkartering bijlage Archeologische gegevens (Bles en Steeghs 1973)......................................................................................................... 64 Figuur 35: Archeologische waarden en verwachtingen (Heeringen, Sueur, en Schrijvers 2008).........................................................................................65 Figuur 36: Het plangebied en gekarteerde zone, rood omlijnd............................66 Figuur 37: Boorpuntenkaart................................................................................67 Figuur 38: Getekende boorprofielen in schematische doorsnedes......................68 Figuur 39: Profiellijnen bij doorsnedes van fig. 38...............................................69 Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

7 Figuur 40: Resultatenkaart, geprojecteerd op de beddinggordelkaart (zie fig. 8), inclusief de ligging van de cultuurlaag van Hebinck (2010)........................70

Lijst met Tabellen Tabel 1: Aardkundige waarden............................................................................15 Tabel 2: Bekende archeologische waarden tot ca. 500 m van het plangebied.. . .20

Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

8

CONCEPT

Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor de uitbreiding van een zorglandgoed aan de Donkerstraat en Walgtsestraat te Heesselt en Varik. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische waarden bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. Het plan is om het landgoed Bloemfontein uit te breiden naar twee percelen ten noorden van de Donkerstraat en Walgtsestraat. De ontwikkeling bestaat uit het gaven van watergangen en moerasnatuur, aanplant van begroeiing, de aanleg van onverharde paden, de aanleg van speel-, schoolwerk- en insectentuinen en de bouw van bouw van een zorgpaviljoen, ponyverblijf en beheerderswoning. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Rijn-Maasdelta', in de landschapszone stroom- en crevasseruggen. Op grond van de landschappelijke ligging kunnen archeologische resten uit het Neolithicum en jonger aanwezig zijn. In het plangebied zijn 31 boringen in de verkennende en deels karterende fase gezet. De boringen zijn gezet tot minimaal 2 en maximaal 5 m onder maaiveld.

Hieruit blijkt dat het bodemprofiel in hoofdlijnen bestaat uit een bouwvoor op een overslag op oever- of crevasseafzettingen afgewisseld met komafzettingen. In een aantal boorprofielen zijn op enkele meters diep beddingafzettingen aanwezig. Deze bodemopbouw is overeenkomstig de verwachting. In het zuiden van het westelijke perceel is een cultuurlaag aanwezig (boorpunt 16). Deze wijst op archeologische resten uit de Vroege Middeleeuwen of ouder. Waarschijnlijk gaat het om een nederzetting uit de IJzertijd, Romeinse tijd of Vroege Middeleeuwen. Het archeologisch niveau ligt op 70 cm onder maaiveld. Rekening houdend met een veiligheidsmarge van 30 cm wordt geadviseerd om graafwerkzaamheden in deze zone te beperken tot maximaal 40 cm. Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de ontwikkeling met de aanpassing dat ingrepen dieper dan 40 cm in de betreffende zone worden vermeden. De initiatiefnemer heeft aangegeven dat het plan hierop wordt aangepast. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet uit 2015.

In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente West Betuwe.

Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

9

1

Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en een booronderzoek uitgevoerd voor uitbreiding van landgoed Bloemfonteijn bij de Donkerstraat en Walgtsestraat bij Heesselt en Varik. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Het ligging van het plangebied is weergegeven in fig. 1. Vanwege het gemeentelijke archeologische beleid moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1) en de richtlijnen van de Omgevingsdienst Rivierenland.2 Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende en deels karterende fase. Met de bevindingen is aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.

1.1

Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Met het verkennende veldonderzoek wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd. Voor het bureauonderzoek: 1. Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen? 2. Wat is de ontstaansgeschiedenis, genese en diepteligging van de bodem en individuele bodemlagen? In hoeverre kan sprake zijn van erosie of juist afdekking door sedimentatie binnen het plangebied? 3. Welke (sub)recente (door de mens veroorzaakte) verstoringen hebben de bodem en tot welke diepte verstoord? 4. Wat is de bewoningsgeschiedenis van het plangebied en omgeving? Welke neerslag heeft dit in de bodem gehad? Is er mogelijk sprake van spoor- en vondstniveaus en ophogings- of leeflagen? Wat is de stratigrafie en diepteligging in of op de bodem? 5.

Wat is per periode de verwachting met betrekking tot het aantreffen van archeologische resten? Worden deze resten door de ontwikkeling bedreigd? 1 2

https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf Stiller en Oort 2018

Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

10

CONCEPT

6. Welke archeologische onderzoeksmethoden zijn geschikt om eventuele te verwachten archeologische vindplaatsen en resten te inventariseren bij een karterende fase? Voor het booronderzoek: 7. Wat is de bodemopbouw en komt deze overeen met de specifieke verwachting? 8. Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? 9. Zijn (aanwijzingen voor) archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is naar verwachting de omvang, ligging, aard en datering hiervan? Conclusie: 10. Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden?

Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

11

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.3 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische waarden beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.4 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Over de archeologische waarde van het plangebied is contact geweest met de archeologie werkgroep “Beoefenaren Archeologie in Tiel en Omgeving” (BATO), dhr. Spekking.5 Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.

2.2

Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 1 (overzicht) en meer in detail in fig. 2 en 3. Het plangebied ligt in de gemeente West Betuwe tussen de plaatsen Heesselt en Varik. De locatie bestaat uit twee percelen bij de kruising van de Donkerestraat, Walgtsestraat en Bommelsestraat. Het westelijke perceel is 215 m lang (noordwest-zuidoost) en 55 m breed (zuidwest-noordoost) en heeft een omvang van 13.580 m2. Dit perceel grenst aan de Bommelsestraat in het noordoosten en de Donkerstraat in het zuidwesten. Ten zuidwesten liggen bouwlanden en boomgaarden. Ten noordwesten ligt een erf met woning (Gerestraat 1a). Het oostelijke perceel is 270 m lang (zuidwest-noordoost) en 50 m breed (noordwest-zuidoost) en heeft een omvang van 12.020 m2. De totale omvang is 25.600 m2 (2,56 ha). Dit perceel grenst aan de Bommelsestraat in het zuidwesten en aan de Walgtsestraat in het zuidoosten. Ten noordwesten liggen bouwlanden. Ten noordoosten grenst het perceel aan een erf met woning (Walgtsestraat 38). Om voldoende informatie over aardkundige, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa vijfhonderd meter om de ontwikkeling heen (het afgebeelde 3 4 5

SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services Meerdere mails 1e week van oktober 2020

Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

12

CONCEPT

gebied in fig. 1). Overheidsbeleid In het gebied geldt het archeologisch beleid dat is vastgesteld in de voormalige gemeente Neerijnen. Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied in zones met een lage, gematigde en hoge verwachting (fig. 4). Per zone zijn oppervlakte grenzen voor ontwikkelingen vastgesteld. Als bij de ontwikkeling grondwerkzaamheden dieper dan 50 cm plaatsvinden in een gebied groter dan de oppervlaktegrens, moet rekening gehouden worden met archeologische waarden. De oppervlaktegrenzen voor lage, gematigde en hoge verwachtingen zijn 10.000 m2 (1 ha), 5.000 m2 en 250 m2. Het plangebied is in totaal 2,56 ha en overschrijdt de ruimste vrijstellingsgrens van 1 ha. Ontwerp c.q. inrichtingsplan Het huidige landgoed Bloemfonteijn ligt aan de overzijde van de Donkerstraat (Hooiakker 2). Het plan bestaat om het landgoed uit te breiden naar het perceel ten noorden van de Donkerstraat en aansluitend het perceel ten noorden van de Walgtsestraat. De ontwikkeling op deze percelen bestaat uit (fig. 5): 1. Graven van watergangen en moerasnatuur 2. Aanplant van begroeiing 3. Aanleg van onverharde paden 4. Aanleg van speel- schoolwerk en insectentuinen 5. Bouw van ◦ Zorgpaviljoen ◦ Ponyverblijf ◦ Beheerderswoning (herbouw). Aard en omvang van de toekomstige verstoring Bij de beoogde ingreep vinden graafwerkzaamheden plaats.

De exacte diepte van de bodemingrepen zijn nog niet bekend omdat de plannen in ontwerpfase zijn. Naar verwachting zullen de graafwerkzaamheden bij de aanleg van watergangen en moerasnatuur, en bij de bouw van de beheerderswoning en het zorgpaviljoen dieper gaan dan 50 cm. De overige ingrepen blijven oppervlakkig (ondieper dan 50 cm). Milieutechnische condities Op de ontgravingskaart bovengrond van de Regio Rivierenland heeft het plangebied de achtergrondwaarde. De kans is klein dat van één of meer stoffen de interventiewaarde wordt overschreden. Grondwaterpeil De actuele grondwaterstand in het plangebied is niet bekend. Informatie over de grondwaterstand kan worden afgeleid uit de grondwatertrap op de bodemkaart. De grondwatertrap is VI. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand staat tussen 40 en 80 cm onder maaiveld en dat de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper staat dan 120 cm onder maaiveld. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen.

Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

13 Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen archeologische resten worden vergraven.

2.3

Huidige situatie Bebouwing en functie In het plangebied staat bebouwing aan het zuideinde van het oostelijke perceel. Het gaat om een woning en bijgebouw op adres Bommelsestraat 2A en 2B. In het Regionaal Archief Rivierenland staat een bouwvergunning geregistreerd uit 1968 van een woonhuis met bedrijfsruimte.6 Volgens BAG heeft het bijgebouw een bouwjaar van 1967 en de woning een bouwjaar van 1989. Het bouwjaar van de woning betreft waarschijnlijk het jaar waarin het is verbouwd, of waarin het is herbouwd. Het oostelijke perceel is verder (achter de woning) in gebruik als grasland (fig. 6 en fig. 2). Het westelijke perceel is geheel akkerland. Bestemmingsplan Het plangebied ligt in bestemmingsplan Buitengebied Neerijnen, veegplan 2017, vastgesteld 2018-12-06. In het plangebied gelden de dubbelbestemmingen Waarde Archeologie 2, 3 en 4. De dubbelbestemmingen zijn een vertaling van de zones met een lage, gematigde en hoge archeologische verwachting. De planregels zijn in overeenstemming met het archeologische beleid.

2.4

Aardwetenschappelijke waarden De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Rijn-Maasdelta', in de landschapszone stroom- en crevasseruggen.7 De top van de Pleistocene afzettingen ligt 5 tot 7 m onder het maaiveld, ongeveer op -3 m NAP. Onder dit niveau liggen afzettingen van vlechtende rivieren uit de laatste ijstijd (Weichselien) en ouder (Formatie van Kreftenheye). Hierop liggen Holocene rivierafzettingen van meanderende en anastomoserende rivieren.8 De komafzettingen bestaan uit zandige of sterk tot uiterst siltige klei. Op plaatsen waar rivierbeddingen actief zijn geweest, hebben deze langgerekte zandlichamen achtergelaten, zogenaamde beddinggordels. In het plangebied ligt beddinggordel 258 (fig. 8). Deze (naamloze) beddinggordel vormt de verbinding tussen beddinggordels 27 (Brakel), 112 (Molenblok) en 257 (Molenblok precursor). Beddinggordel 258 is actief tussen ca. 5300 tot 3500 voor Chr (Neolithicum; 6515 tot 4556 BP).9 De beddinggordel is nieuw ingevoerd en vervangt (in dit gebied) de Varik beddinggordel, voorheen nummer 166 in Berendsen en Stouthamer 2001).10 De diepteligging van de top van de zandige beddingafzettingen van beddinggordel is niet bepaald door Cohen (2012). Uit het booronderzoek van 6 https://hdl.handle.net/21.12108/ED7F7469036C4F2D892EFD4B5C26AA07 7 Rensink e.a.

2015 8 Berendsen en Stouthamer 2011 9 De dateringen Cohen e.a. (2012) zijn in ongekalibreerde 14C jaren Before Present (BP). 10 Berendsen en Stouthamer 2001 Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

14

CONCEPT

Hebinck dat is uitgevoerd op een nabijgelegen perceel kan dit echter wel worden afgeleid.11 Uit het dwarsprofiel op p. 34 blijkt dat de top van het beddingzand tussen 1 en 1,5 m NAP ligt, dus 2,5 en 3 meter onder maaiveld. De zanddieptekaart van de provincie Gelderland geeft aan dat het zand bij deze beddinggordel dieper dan 3 meter onder maaiveld ligt (fig. 9). Langs de randen van het plangebied is veel later de Heesselt beddinggordel actief (nummer 61). De activiteitsperiode ligt tussen 860 v. Chr. en 540 n. Chr. (IJzertijd, Romeinse tijd en aanvang van de Middeleeuwen). De top van de zandige beddingafzettingen ligt ter hoogte van het plangebied tussen 3 en 3,5 m NAP (binnen één meter onder maaiveld in het plangebied). De zanddieptekaart van de provincie Gelderland geeft voor de Heeselt beddinggordel grotere zanddieptes aan in het plangebied: tussen 1,5 en 2 m onder maaiveld. Ongeveer 700 m ten zuidoosten van het plangebied stroomt de Waal. Deze rivierarm is actief geworden aan het einde van de Romeinse tijd. Vanuit de Waal kunnen oeverafzettingen en crevasses tot in het plangebied zijn gevormd. De waarden en verwachtingenkaart van de voormalige gemeente Neerijnen is in de buitengebieden afgeleid van de oude beddinggordelkaart (uit 2003).

Daardoor is de geologische situatie op de betreffende kaart iets anders weergegeven dan op de actuele beddinggordelkaart uit 2012 (vergelijk fig. 4 en 8). In de afzettingen hebben zich kalkhoudende ooivaaggronden ontwikkeld (fig. 10). Deze gronden zijn kenmerkend voor oeverafzettingen ter plaatse van of nabij stroomruggen. De gronden hebben een lichtere textuur aan de oostkant van het plangebied (ontwikkeld in lichte zavel) en een zwaardere textuur aan de westzijde van het plangebied (zware zavel en lichte klei). De bodemkartering uit de jaren zeventig van de 20e eeuw geeft iets meer detail (fig. 11).12 Het kaartbeeld laat een grote rode vlek zien die begint bij de dijk en kleiner wordt richting het westen, tot vlak bij de Walgtsestraat (eenheid Zn). Dit zijn grofzandige vlakvaaggronden en deze worden door Bles en Steeghs (1973) geïnterpreteerd als overslagafzettingen bij dijk- of oeverdoorbraken.13 Aansluitend op deze eenheid liggen poldervaaggronden met grof zand in de bovengrond (aangegeven met een arcering). Deze poldervaaggronden hebben een oplopend profiel (lutum gehalte neemt naar onderen toe) en zijn ontwikkeld in lichte zavel (Rn15bA) en zware zavel (Rn35bA). De aanwezigheid van de genoemde overslag is door Hebinck (2010) bevestigd. Deze bestaat (ten oosten van de Donkerstraat) uit een zandlaag van 10 tot 30 cm dik, direct onder de bouwvoor die 30 tot 40 cm dik is.

Op de geomorfologische kaart staat het plangebied aangeduid als liggend op de rivieroeverwal van de Waal (fig. 12). Op hoogte-reliëfkaarten is de ligging op de oeverwal bij de Waal herkenbaar (fig. 13) aan het aflopende hoogteverschil vanaf de Waal (in het zuidoosten) richting het komgebied (in het noordwesten). Het maaiveld in het plangebied ligt op ongeveer 4 m NAP. Uit het patroon zoals het zichtbaar is op het AHN kan de mogelijke verbreiding van de overslag worden afgeleid, zie fig. 14. Op de gemeentelijke beleidskaart is staat in het plangebied een langgerekte zone met hoge verwachting weergegeven (zie fig. 4). Deze zone met hoge verwachting wordt in de toelichting op de gemeentelijke beleidskaart niet toegelicht maar vermoedelijk is dit op basis van het AHN zo ingetekend. 11 Hebinck 2010 12 Bles en Steeghs 1973 13 Bles en Steeghs 1973, 16 Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

15 Bron

Situatie plangebied, omschrijving

Geologie (fig. 7, 8 en 9)

Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:14 • Ec2: Formatie van Echteld / Formatie van Nieuwkoop; rivierklei en -zand met inschakelingen van veen (Ec2) Beddinggordels:15 • Naamloze beddinggordel nr. 258. Actief van 6515 tot 4556 BP. De top van de zandige beddingafzettingen is niet bepaald door Cohen (2012). Uit de gegevens van Hebinck (2010) kan worden afgeleid dat de top ligt tussen 1 en 1,5 m NAP. • Heesselt (nr. 61): actief van 2560 tot 1760 BP. De top van de zandige beddingafzettingen ligt tussen 3,4 en 0 m NAP volgens Cohen (2012). Uit de gegevens van Hebinck (2010) kan worden afgeleid dat de top in het plangebied ligt tussen 3 en 3,5 m NAP. Zanddieptekaart:16 • Beddingzand onbedijkte rivieren, top tussen 1,5 - 2,0 m-mv

Bodemkunde (fig. 10 en 11)

Bodemkaart 1 : 50 000: • Kalkhoudende ooivaaggronden; lichte zavel (Rd10A-VI). • Kalkhoudende ooivaaggronden; zware zavel en lichte klei (Rd90A-VI).

Geomorfologie (fig. 12)

Rivieroeverwal (3K25).

AHN (fig. 13)

Het maaiveld ligt op ongeveer 4 m NAP.

Tabel 1: Aardkundige waarden.

2.5

Historische situatie De oevers langs rivieren bieden zodra ze zijn gevormd relatief droge en daardoor geschikte bewoningsmogelijkheden. In het plangebied zijn dus bewoningsmogelijkheden geweest tijdens en na de vorming van beddinggordel 258, de Heesselt beddinggordel en de Waal beddinggordel. Archeologische vondsten die bij oppervlakte kartering zijn gevonden onderschrijven dat in het onderzoeksgebied sinds de IJzertijd wordt geleefd (zie verder paragraaf 2.7). Het plangebied ligt tussen de dorpen Varik en Heesselt. De dorpen zouden al in de 9e eeuw (Heesselt) en de 10e eeuw in geschriften worden genoemd.17 De herkomst van de dorpsnamen is niet goed bekend. De herkomst van de opvallende veldnaam Walgtsestraat kan mogelijk worden verklaard uit de relatie die er bestaat met Graaf Waltger van Teisterband wiens naam dan is verbasterd (verkeerd gekopieerd). De graaf heerste in 900 over Teisterband en en hield hof te Avezaath.18 Een alternatieve verklaring is dat ‘Walgen’ verwijst naar wilgen(struweel). In archieven is de oudst gevonden vermelding uit 1721 (verkoop van een boomgaard gelegen aan de Walgt).19 De eerste kaarten met enig detail van de omgeving van het plangebied komt uit de tachtigjarige oorlog. Midden 17e eeuw verschijnt een prent met een schets van leger posities tijdens het beleg van Zaltbommel in 1599 (fig. 15). Rondom Varik 14 De Mulder 2003 15 Cohen e.a.

2012 16 Cohen 2009 17 Van der Sijs 2010 18 Olzheim 2013 19 Archief van de Hervormde gemeente Varik 1657 -1947: https://hdl.handle.net/21.12108/115D460884E84A9184A448659828FF9F Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

16

CONCEPT

en Heesselt zijn posities van de staatse legers ingetekend. De kaart is zeer figuratief en de ligging van versterkingen, wegen en dijken kan hier niet goed worden afgeleid. De oudste kaarten van het gebied komen in de 17e eeuw beschikbaar. Op een kaart uit 1630 wordt de situatie geschetst naar aanleiding van de inwijding van een nieuwe dijk (de huidige bandijk; fig. 16). De figuratieve kaart laat zien dat tot in de 17e eeuw nog forse rivierverleggingen konden plaatsvinden. Daarnaast laat het een kenmerkend patroon zien van bebouwing langs de dijk in kernen (Varik links op de kaart) en verspreide bebouwing op enige afstand langs de dijk. Op een kaart uit 1657 is de huidige wegenstructuur herkenbaar (fig. 17). Op deze kaart staat geen bebouwing. Eind 18e eeuw staan op een anonieme kaart veldnamen (fig. 19). Een aantal opvallende namen zijn: •

“De Hondswinkel”: Dit staat bij het oostelijke perceel van het plangebied. Dit was de naam van een huis die door katholieken werden gebruikt voor hun diensten. Het huis stond aan de kruising Walgtsestraat en Weistraat, oostelijk van het plangebied.

•

“De Oude Wei”: ten noorden van De Hondswinkel. De naam spreekt voor zich.

•

De Gerestraat heet op deze kaart de Geene straat. Aan het oostelijke einde staat “De Bulk”.

•

“De Walgt”: Dit is het gebied tussen de Walgtsestraat en de kwelkade.

De kadastrale minuut uit 1811-1832 geeft gedetailleerde informatie over het landgebruik begin 19e eeuw. Uit de minuut blijkt dat het plangebied destijds volledig in gebruik was als bouwland (fig. 20). Er staat geen bebouwing in het plangebied. Tot en met 1949 blijft het landgebruik bouwland (fig. 21 tot en met 26). Voor zover bekend liggen in het plangebied geen stellingen of loopgraven uit de Tweede Wereldoorlog. Op RAF luchtfoto’s zijn geen bijzonderheden zichtbaar (fig. 27). Na de Tweede Wereldoorlog wordt in het oostelijke perceel langs de Bommelsestraat een woning gebouwd. De rest van het oostelijke perceel wordt boomgaard (fig. 28 tot en met 31).

2.6

Mogelijke verstoringen In het plangebied zijn geen grootschalige bodemverstoringen bekend. Plaatselijke verstoringen kunnen zijn veroorzaakt door de bouw van de woning en door de aanleg en onderhoud van de boomgaard in het oostelijke perceel.

2.7

Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische vondstlocaties en zaken staan weergegeven in fig. 32 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het onderzoeksgebied (tot 500 m van het plangebied) liggen geen archeologische (AMK) terreinen. Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

17 In het plangebied liggen geen archeologische vondstlocaties en geen (delen van) archeologische terreinen. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht. Aangrenzend aan het westen van het plangebied zijn twee oppervlakte vondstlocaties geregistreerd (oppervlakte kartering). Vondstlocatie 1.053.253 betreft een vondst uit 1986 van aardewerk uit de Late IJzertijd, Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen. Vondstlocatie 1.054.082 betreft een (veld)kartering uit 1985 met aardewerkvondsten uit dezelfde periode (Late IJzertijd tot en met Vroege Middeleeuwen). Vermoedelijk zijn beide meldingen de vondstregistratie van dezelfde kartering van de BATO (werkgroep archeologie van de Oudheidkamer Tiel). Hun vondstconcentratie is destijds door hen ingeschetst op een kaart, zie fig. 33. Ten zuiden van de Donkerstraat/Walgtsestraat ligt een ‘terp bedekt met klei’ volgens de bodemkartering van 1973 (fig. 34). Uit contact met de BATO, dhr. Spekking, blijkt dat de aanduiding BATO vindplaats op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart dus niet klopt en dat de terp op de bodemkarteringskaart per abuis is ingetekend als BATO vindplaats, vergelijk figuren 33 en 35 . Voor ontwikkeling van het bestaande landgoed Bloemfontein is archeologisch bureauonderzoek en booronderzoek uitgevoerd op een perceel aangrenzend ten zuiden van de Donkerestraat (zaak 2.309.653.100).

Bij dat onderzoek is aan de kant van de Donkerestraat in twee boringen een cultuurlaag aangetroffen. De laag wordt omschreven als een donkere rommelige laag met fosfaatvlekken, zacht baksteen en houtskool. Deze cultuurlaag koppelt de onderzoeker aan de eerder genoemde vondstlocaties met aardewerk uit de IJzertijd, (Midden-)Romeinse Tijd en Middeleeuwen. De cultuurlaag bestaat uit sterk siltige klei tot sterk siltig zand met in de top een ‘rommelige laag’. In deze laag is zacht baksteen waargenomen en in één boring ook houtskool en fosfaatvlekken. In het plangebied zijn geen bekende militaire erfgoedwaarden aanwezig.20 Archeologische terreinen Geen. Zaken (incl. evt. bijbehorende vondsten) 2.113.349.100: West Betuwe, Varik, Walgtseweg, boring De onderzoekslocatie ligt op oeverafzettingen van de Waal. Deze oeverafzettingen zijn afgezet tussen 1625 BP en het moment van bedijking, rond de 12e eeuw. De onderzoekslocatie is waarschijnlijk vanaf dat moment bewoonbaar. De onderzoekslocatie is tot in de jaren ’60 van de 20e eeuw in gebruik geweest als hoogstamboomgaard. Hierna is de onderzoekslocatie twee maal diep geploegd en geëgaliseerd. Hierdoor is tot maximaal 80 cm –mv sterk verstoord. In de verstoorde laag is wat steenkool- en baksteengruis aangetroffen. Hieronder zijn geen archeologische waarnemingen gedaan.

Eventuele grondsporen zouden zich nog onder dit niveau kunnen bevinden. De zone onder de verstoorde laag heeft echter tot 170 cm –mv blootgesteld gestaan aan grondwaterfluctuaties en bodemvorming, waardoor de kans op intacte sporen klein wordt geacht. Onder de oeverafzettingen worden komafzettingen aangetroffen. Op grond van aanwezige veenlaagjes kan worden verondersteld dat dit komgebied een groot deel van het jaar, zo niet het hele jaar, onder water stond en derhalve ongeschikt was voor bewoning. Gesteld kan worden dat de lage archeologische verwachting van de onderzoekslocatie kan worden bevestigd en er derhalve geen aanleiding is voor verder onderzoek. Mochten er tijdens bouwwerkzaamheden alsnog archeologica worden aangetroffen, dan dient dit onverwijld aan het bevoegd gezag, de gemeente Neerijnen te worden gemeld.21 2.309.653.100: West Betuwe, Varik, Landgoed Bloemfontein, Landgoed Varik, boring 20 Stichting RAAP 2017; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016 21 Wullink 2006 Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

18

CONCEPT

Het onderzoeksgebied ligt voor het grootste deel op oeverafzettingen van de stroomgordel van Heesselt. Deze stroomgordel was actief van 2560 tot 1760 BP. In het noordwestelijke deel van het gebied liggen deze oeverafzettingen op het bijbehorende beddingzand. De oeverafzettingen van de stroomgordel van Heesselt hebben een hoge trefkans op archeologische resten vanaf de Late IJzertijd. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn verschillende waarnemingen bekend uit deze periode. In het zuidoostelijke deel van de onderzoekslocatie worden beddingafzettingen van de Waal verwacht. De Waal is actief vanaf 1625 BP. De oeverafzettingen van de Waal worden in een groter deel van gebied verwacht en dekken de afzettingen van de stroomgordel van Heesselt af. Deze oeverafzettingen hebben een middelhoge trefkans op archeologische resten vanaf de Vroege Middeleeuwen. In het centrale deel van het onderzoeksgebied worden onder de oeverafzettingen van de stroomgordel van Heesselt oever- en beddingafzettingen van de stroomgordel van Varik verwacht. Deze stroomgordel was actief van 5500 tot 5000 BP. De afzettingen van de stroomgordel van Varik hebben een middelhoge trefkans op archeologische resten uit de periode Neolithicum – IJzertijd. Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat de bodem binnen het onderzoeksgebied vrijwel geheel onverstoord is.

Aan de top is binnen het gebied een pakket overslagafzettingen aanwezig van een doorbraak van de Waaldijk ten noordoosten van de onderzoekslocatie. Onder deze afzettingen zijn in vrijwel het gehele gebied oeverafzettingen van de stroomgordel van Heesselt aanwezig. In het noordwesten van het onderzoeksgebied liggen deze oeverafzettingen op beddingzand. Ook in het oosten van het gebied is beddingzand aangetroffen dat moet worden toegeschreven aan de stroomgordel van Heesselt en niet zoals werd verwacht aan de Waal. In de top van de oeverafzettingen van Heesselt is in het noordwestelijke deel in twee boringen een cultuurlaag aangetroffen. Deze cultuurlaag kan mogelijk gekoppeld worden aan de waarnemingen van resten uit de IJzertijd, (Midden-)Romeinse Tijd en Karolingische Tijd direct ten westen van de onderzoekslocatie. In een boring in het centrale deel van de onderzoekslocatie is in de top van de oeverafzettingen van de stroomgordel van Heesselt huttenleem waargenomen, dat mogelijk gekoppeld kan worden aan de cultuurlaag in het noordwesten van het terrein. In het centrale deel van de onderzoekslocatie zijn onder de oeverafzettingen van de stroomgordel van Heesselt afzettingen van de stroomgordel van Varik aanwezig. Aan de top van deze afzettingen zijn geen sporen van bodemvorming waargenomen, waaruit zou kunnen blijken dat deze afzettingen geschikt geweest zijn voor bewoning.

Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek kan worden geconcludeerd dat er in het noordwestelijke deel van de onderzoekslocatie mogelijk sprake is van een archeologische vindplaats uit de periode Late IJzertijd–Vroege Middeleeuwen. Deze vindplaats bevindt zich in de top van de oeverafzettingen van de Stroomgordel van Heesselt, die op het grootste deel van de locatie voorkomen en worden afgedekt door de afzettingen van de Waal. Ook voor de rest van de locatie kan niet worden uitgesloten dat er in de top van de oeverafzettingen van de Stroomgordel van Heesselt. In het centrale deel van de locatie is in dit pakket een fragment huttenleem aangetroffen, al was hier geen sprake van een cultuurlaag, zoals in het noordwestelijke deel. Op de oeverafzettingen van de stroomgordel van Varik worden geen archeologische resten en/of sporen verwacht.22 2.356.041.100: West Betuwe, Varik, Walgtsestraat 12, bureauonderzoek Onderzoek voor de geplande bouw van een woning. Het terrein is in gebruik als boomgaard. Het onderzoeksgebied ligt in het Midden- Nederlandse rivierengebied. In dit gebied komen voornamelijk holocene afzettingen aan het oppervlak voor (ca. 11.500 jaar geleden tot heden), afzettingen die worden gerekend tot de Echteld Formatie.

De holocene afzettingen in het rivierengebied zijn fluviatiel van aard, dat wil zeggen dat bodemmateriaal, in de vorm van grind, zand, zavel en klei, door rivieren is aangevoerd en afgezet. Op de geologische en geomorfologische kaart van Berendsen en Stouthamer zijn de stroomgordels in het rivierengebied gekarteerd. Binnen het onderzoeksgebied zijn ook enkele stroomgordels gekarteerd. Het plangebied ligt echter op meer dan 300 m van deze stroomgordels, waardoor de kans dat oeverafzettingen hiervan tot binnen het plangebied zijn afgezet erg klein is, mede ook gezien de geringe breedte van de betreffende stroomgordels. De archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Neerijnen is (mede) gebaseerd op de ligging van de stroomgordels. Vanwege bovengenoemde reden ligt het plangebied in een zone waaraan op de gemeentelijke verwachtingskaart een lage verwachtingswaarde is toegekend. Booronderzoek op een aangrenzend perceel bevestigt deze keuze. Uit dit booronderzoek blijkt verder dat aan te nemen valt dat de bodem tot zeker 80 cm -mv sterk verstoord is. Het vigerend beleid van de gemeente schrijft voor dat op terreinen met een lage archeologische verwachtingswaarde bij bodemingrepen van 10.000 m2 of meer archeologisch 22 Hebinck 2010 Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

19 onderzoek noodzakelijk is. Indien nodig geacht kan hiervan worden afgeweken. Op basis van de beschikbare gegevens wordt geen aanleiding gezien beredeneerd af te wijken van het gemeentelijk beleid.23 4.642.680.100: West Betuwe, Heesselt, Gerestraat 11-13, boring Uitvoerder: Transect Onderzoek gestart: 01-10-2018. Onderzoek niet afgemeld. Eerste bevindingen: Op basis van het veldonderzoek is vastgesteld dat ter plaatse van de onbebouwde gebiedsdelen sprake is van een middelmatige tot hoge archeologische verwachting op resten uit de IJzertijd-Late Middeleeuwen. Deze verwachting is gebaseerd op het aantreffen van intacte oeverafzettingen van de Heeselt stroomrug, die in de IJzertijd actief is geweest en tot in de Late Middeleeuwen toe bewoonbaar waren. Dit blijkt uit de verschillende vondsten die in de omgeving van het plangebied zijn gevonden. De intactheid blijkt uit de aanwezigheid van een vegetatieniveau op een diepte tussen 60 en 120 cm -Mv (2,6 m tot 3,3 m NAP). Alleen ter plaatse van de nu bebouwde gebiedsdelen is sprake van een lage archeologische verwachting. Als gevolg van de aanleg van kelders onder de schuren en de woningen is daar de bodem naar verwachting verstoord. Tot slot ontbreken in het plangebied aanwijzingen voor de aanwezigheid van een vindplaats uit de Nieuwe tijd (bebouwing op historisch kaartmateriaal).

Op grond hiervan is de verwachting op resten uit die periode naar beneden bijgesteld (naar laag). Vondstlocaties los 1.054.082: West Betuwe, Heesselt, Lommelsestraat, (veld)kartering Veldkartering uitgevoerd in 1985 uitgevoerd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: • 10 stuks, keramiek, gladwandig aardewerk, gedraaid, Romeinse Tijd • 7 stuks, keramiek, ruwwandig aardewerk, gedraaid, Romeinse Tijd • 3 stuks, keramiek, aardewerk, ondetermineerbaar, Neolithicum - Nieuwe Tijd Laat • 1 stuks, keramiek, geverfd aardewerk, gedraaid - techniek b:zwart op wit, Romeinse Tijd • 1 stuks, keramiek, dikwandig aardewerk, gedraaid, Romeinse Tijd • 1 stuks, keramiek, aardewerk, handgevormd, Romeinse Tijd (gruis van scherven) • 1 stuks, keramiek, ruwwandig aardewerk, gedraaid, Romeinse Tijd • 8 stuks, keramiek, aardewerk, handgevormd, Romeinse Tijd (gruis van scherven) 1.059.671: West Betuwe, Varik, De Walgt, (veld)kartering Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: • 1 stuks, keramiek, beeld, Nieuwe Tijd: Wit • 1 stuks, bot, Paleolithicum - Nieuwe Tijd Laat • 1 stuks, Terra sigillata kom, Romeinse Tijd • 1 stuks, ruwwandig bord, Romeinse Tijd • 1 stuks, gladwandige kruik, Romeinse Tijd A: Rood • 17 stuks, ruwwandig aardewerk, gedraaid, Romeinse Tijd • 6 stuks, dikwandig aardewerk, gedraaid, Romeinse Tijd • 1

stuks, aardewerk, gedraaid, Romeinse Tijd: Rood aardewerk, rouletteversiering • 1 stuks, ruwwandig aardewerk, gedraaid, Romeinse Tijd - Vroege Middeleeuwen 1.051.332: West Betuwe, Heesselt, Lommelsestraat, (veld)kartering Uitvoerder: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: • 1 stuks, Terra nigra, Romeinse Tijd • 1 stuks, gladwandig aardewerk, gedraaid, Romeinse Tijd 1.053.253: West Betuwe, Varik, Waaiakkers, (veld)kartering Op deze locatie zijn de volgende vondsten geregistreerd: • aardewerk, handgevormd, Late IJzertijd • aardewerk, ondetermineerbaar, Vroege Middeleeuwen C • aardewerk, gedraaid, Midden Romeinse Tijd

23 Edens en Vossen 2012 Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

20

CONCEPT

Tabel 2: Bekende archeologische waarden tot ca. 500 m van het plangebied. In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd.24

2.8

Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Rijn-Maasdelta', in de landschapszone stroom- en crevasseruggen. In de ondergrond van het plangebied ligt beddinggordel 258 (naamloos). Deze is actief geweest in het Neolithicum. In een klein deel (de zuidpunt) van het plangebied ligt ook de jongere Heesselt beddinggordel die actief is geweest in de IJzertijd, Romeinse tijd, tot in de Vroege Middeleeuwen. Zevenhonderd meter ten zuiden van het plangebied stroomt de Waal. Mogelijk zijn vanuit de Waal oeverafzettingen of crevasseafzettingen gevormd tot in het plangebied. Sinds de laatmiddeleeuwse bedijkingen zijn alleen nog rivierafzettingen gevormd na dijkdoorbraken. In het plangebied bevinden zich geen delen van AMK terreinen en geen archeologische vondstlocaties (waarnemingen). In het plangebied staat op kaarten uit de 18e eeuw en recenter, tot midden 20e eeuw geen bebouwing afgebeeld. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: 1. Datering In het plangebied kunnen archeologische resten uit het Neolithicum en jonger aanwezig zijn,als volgt: Op beddinggordel 258 kunnen Neolithische resten aanwezig zijn. Op de Heesselt beddinggordel kunnen resten uit de IJzertijd en jonger aanwezig zijn. Op afzettingen (oever- of crevasse-) van de Waal beddinggordel kunnen resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig zijn.

Er worden geen resten van bewoning verwacht uit 1800 en jonger. 2. Complextype In het plangebied kunnen archeologische resten uit de periode van landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen aanwezig zijn. Het betreft complextypen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. 3. Omvang Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit de periode van de landbouwsamenlevingen en staatssamenlevingen kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4. Diepteligging Archeologische resten kunnen aanwezig zijn op drie niveaus. Van onder naar betreffen dit de top van de oeverafzettingen van beddinggordel 258, de top van de oeverafzettingen van de Heesselt beddinggordel en de top van de crevasseen oeverafzettingen Waal beddinggordel.

24 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

21 5. Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit) Over de gaafheid en conservering van eventuele sporen en artefacten zijn geen gegevens bekend. 6. Locatie Hele plangebied. 7. Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken): Archeologische resten kenmerken zich door de aanwezigheid van een archeologische laag. Dit is een doorwerkte laag bestaande uit het oorspronkelijke sediment dat is vermengd met archeologische indicatoren zoals bot-, houtskoolen aardewerkfragmenten. 8. Mogelijke verstoringen Door bouw- en sloopactiviteiten kunnen archeologische resten zijn vergraven op de plek waar nu een woning met bijgebouwen staat. Mogelijk is het oostelijke perceel plaatselijk ook verstoord bij de aanplant, onderhoud en rooien van een boomgaard. Specificatie LS05 van de BRL4000 verplicht dat aansluitend op het formuleren van de gespecificeerde verwachting een onderzoeksstrategie wordt opgesteld om deze verwachting te toetsen aan de feiten gebruik makend van het stroomdiagram van protocol 4003 Inventariserend veldonderzoek. Er van uitgaande dat de archeologische resten zich manifesteren als een archeologische laag moet bij dit plangebied uitgegaan worden van een karterend onderzoek volgens standaard methode B2 (20 m x 25 m; 20 boringen per hectare) indien archeologische resten op het diepste niveau moeten worden gekarteerd.

Archeologische resten uit de Bronstijd en later kunnen ook met methode D1 worden opgespoord (grid van 30 m x 35 m; 10 boringen per hectare).

Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

22

CONCEPT

3

Booronderzoek

3.1

Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 1. In het plangebied is een ontwikkeling voorzien waarbij grondwerkzaamheden zullen plaatsvinden. Daardoor worden mogelijk archeologische waarden verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1,25 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO – O/P”. Het veldonderzoek bestond uit een inventariserend veldonderzoek (specificatie VS03), verkennende en deels karterende fase. Fasering Eerst is in het hele plangebied een verkenning uitgevoerd. Het doel van deze fase is om de bodemopbouw te verkennen. Met de verkenning wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd.

Deze methode is toegepast omdat nog onvoldoende informatie over de bodemopbouw beschikbaar is om te kunnen beslissen of en welk type karterend onderzoek eventueel uitgevoerd kan worden. Op basis van de verkenning is één zone geselecteerd waar sprake is van een archeologische vindplaats (aansluitend op het terrein dat in 2010 is onderzocht). In overleg met de initiatiefnemer is besloten om de betreffende zone niet nader de onderzoeken en te begrenzen omdat alle graafwerkzaamheden in die zone vermeden zullen worden. Vervolgens is in de rest van het plangebied het verkennende grid verdicht op plaatsen waar graafwerkzaamheden zijn voorzien. Het onderzoeksgebied voor de kartering is weergegeven in fig. 36. Het doel van de kartering is dat het terrein systematisch wordt onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren en/of lagen. De kartering is gebaseerd op de Leidraad IVO Karterend booronderzoek, methode B2:26 •

Prospectie type:

Archeologische laag.

•

Datering:

Neolithicum en recenter

•

Complextype:

Huisplaats(en).

•

Omvang:

500 tot en met 2.000 m2 (1.200 m2).

•

Boorgrid:

20 m x 25 m.

25 SIKB 2018 26 Tol, Verhagen, en Verbruggen 2012 Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

23

3.2

•

Boordiameter:

3 cm guts.

•

Waarnemingstechniek: Boormes.

Methode De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:

7 cm Edelmanboor (onverzadigde bovengrond tot ca. 1 m-mv) en 3 cm guts (diepere lagen).

Aantal boringen:

In de verkennende fase zijn twintig boringen gezet. In de karterende fase zijn nog eens elf boringen gezet zodat het totaal 38 bedraagt.

Boordiepte:

De boringen zijn gezet tot minimaal 2 m onder het maaiveld. Vier boringen zijn doorgezet tot 5 m onder maaiveld om een indruk van de geologisch ondergrond te krijgen.

Grid:

De boringen zijn in de verkenning geplaatst in een regelmatig verspringend 40 m x 50 m grid (theoretisch: vijf boringen per hectare). Het grid is aangepast aan de vorm van het plangebied. De boordichtheid van de verkenning is afgerond zeven boringen per hectare. In de kartering is het het boorgrid verdicht zodat in de zone waar bebouwing en watergangen worden gerealiseerd minimaal elke 25 m een boring is geplaatst overeenkomstig methode B2. Gemiddeld over het hele plangebied zijn twaalf boringen per hectare gezet.

Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN 5104.27 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen zijn bepaald met een GPS een nauwkeurigheid van 2 m. Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.28 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 1 en 15 oktober 2020 door A. de Boer (KNA Senior Prospector) en F. Roodenburg (junior archeoloog). Voorgaand aan elk veldwerk is een plan van aanpak opgesteld. Het plan van aanpak van de verkenning is voorgelegd aan en goedgekeurd door de deskundige van de bevoegde overheid. Beide plannen van aanpak zijn geregistreerd in ARCHIS3. 27 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 28 Kadaster en PDOK 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

24

3.3

CONCEPT

Resultaten en geologische interpretatie De locaties van de boringen zijn in fig. 37 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens zijn een schematische doorsnedes gemaakt. Deze is weergegeven in fig. 37. Op basis van de textuur, kleur en bijmengingen kunnen de volgende pakketten worden onderscheiden, van diep naar ondiep: 1: Beddingafzettingen Onderin de diepe boorprofielen 4, 12 en 17 ligt een pakket zwak siltig kalkrijk zand. De top van dit pakket ligt tussen 180 en 430 cm -mv (-20 en 236 cm NAP). Op basis van de textuur en sortering en de landschappelijke ligging in het rivierengebied wordt dit geïnterpreteerd als een pakket beddingafzettingen. De top van de beddingafzettingen ligt 180 cm onder maaiveld in boorprofiel 17. Dit correspondeert met de ligging van de beddingafzetting van de Heeseltse. De buitenbocht van deze beddinggordel loopt dus waarschijnlijk iets verder naar het noorden dan bekend was (fig. 8). Het is niet duidelijk tot welke beddinggordel de beddingafzettingen in boorprofielen 4 en 12 kunnen worden gerekend. Wat betreft diepteligging van het pakket kunnen de afzettingen tot beddinggordel 258 worden gerekend. Maar bij boorpunt 4 staat op de beddinggordel kaart van Cohen (2012) geen bedding gekarteerd.

Daar komt nog bij dat in boorprofiel 19, waar beddinggordel 258 wel zou moeten lopen, ook geen zand is aangetroffen binnen vijf meter diepte. Het is dus twijfelachtig of beddinggordel ter hoogte van het plangebied wel juist is gekarteerd door Cohen (2012). 2: Crevasse- of oeverafzettingen Op verschillende dieptes in het plangebied zijn overwegend kalkrijke sterk tot uiterst siltige kleilagen, zandige kleilagen en dunne zandlagen aanwezig. De lagen wisselen af met komafzettingen (pakket 3, zie verder). In het pakket bevinden zich tot maximaal 200 cm diep lagen met roest. Deze worden op basis van de textuur geïnterpreteerd als oever- of crevasse afzettingen. Omdat de stratigrafische positie meestal dezelfde of net iets ondieper is dan die van de beddingafzettingen van de Heeselt beddinggordel, zijn de afzettingen waarschijnlijk vanuit deze beddinggordel gevormd. Cultuurlaag In boorprofiel 16 ligt de top van het pakket 70 cm onder maaiveld (360 cm NAP). De eerst 20 cm van het pakket is op die plek humeus en bevat fosfaatvlekken. In de onderliggende laag zijn houtskoolbrokken en ook fosfaatvlekken aanwezig. Daarom is deze laag bij boorprofiel 16 geïnterpreteerd als een cultuurlaag. Dit betekent dat op deze plaats in het plangebed archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Er zijn in de cultuurlaag geen fragmenten aardewerk aangetroffen.

3: Komafzettingen Zwak tot matig siltige klei, soms humeus, steeds kalkloos. Het pakket bestaat uit lagen van 15 cm dik tot meerdere decimeters dik. In het pakket bevinden zich lagen met roest tot maximaal 200 cm diep. In het pakket bevinden zich veenlagen. Het pakket is aanwezig in het hele plangebied. De top van het pakket ligt tussen 50 en 175 cm -mv (222 en 359 cm NAP). Het wordt op basis van de textuur geïnterpreteerd als een pakket komafzettingen. Bureau voor Archeologie Rapport 962

Uitbreiding landgoed Bloemfonteijn, Heesselt en Varik

25 4. Veen In boorprofiel 4 is een 10 cm dikke veenlaag aanwezig tussen 310 en 320 cm onder maaiveld (tussen 98 en 88 cm NAP). Op de veenlaag ligt een 30 cm dik zandpakket (crevasseafzettingen). 5. Overslagafzettingen In een groot deel van het plangebied ligt vrij dicht onder de bouwvoor een zandlaag en een geroerde zandige kleilaag. De top van het pakket ligt tussen 15 en 65 cm -mv (338 en 401 cm NAP). De minimale en maximale dikte zijn 15 en 125 cm. Meestal is het pakket twee decimeter dik. In het pakket bevinden zich kleine fragmenten baksteen (gruis) en houtskoolspikkels. Het wordt op basis van de textuur en ondiepe stratigrafische ligging geïnterpreteerd als een pakket overslagafzettingen. De overslag is ook beschreven door Hebinck (2010) en in de bodemkartering van Stiboka uit 1973.29 6. Bouwvoor en omgewerkt De bouwvoor bestaat uit zandige humeuze klei. Het pakket is 15 tot 65 cm dik. In het pakket bevinden zich in het oostelijke perceel lagen met fragmenten baksteen, kachelgrit (slak) en glas en soms houtskoolbrokken. Het laatste is goed verklaarbaar gezien het voormalige gebruik als boomgaard. Bij het onderhoud van de boomgaard in het verleden zijn het gesnoeide hout en/of gerooide stronken waarschijnlijk verbrand. Soms is onder de bouwvoor een tweede geroerd pakket aanwezig, eveneens met baksteenfragmenten en houtskoolbrokken (boorprofielen 1, 6 en 31).

Dit is (eveneens) geïnterpreteerd als omgewerkte grond. Er zijn archeologisch indicatoren aanwezig. De verspreiding van de indicatoren is weergegeven in de boorpuntenkaart fig. 37 en in de profielen in fig. 38. Er zijn geen vondsten verzameld. De grondwaterstand tijdens het onderzoek bevond zich tussen 80 en 120 cm onder maaiveld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/329/documents/7985