RV2021-087 bijlage 10 bodemonderzoek bouwlocatie (woning) Zorglandgoed Bloemfonteijn Heesselt.pdf
Tekst van het document
Aanvullend is één bovengrondmonster (MM5) en één ondergrondmengmonster (MM9) geanalyseerd op de parameters van het NEN-grondpakket in verband met aangetroffen bijmengingen. Voor het berekenen van de achtergrond- en interventiewaarden zijn van de grond(meng)monsters tevens de percentages aan lutum en organisch stof bepaald. De grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de parameters van het NENgrondwaterpakket.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
NvV/12421/9
3.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het plaatsen van de peilbuizen, het bemonsteren van de grond en van het grondwater en de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters, zijn uitgevoerd volgens de methoden zoals aangegeven in de relevante NPRen NEN-normen zoals beschreven in de beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek” [2]. De situering van de boringen is opgenomen in bijlage 3. Alle boringen zijn op 23 en 24 mei 2011 met handkracht uitgevoerd. Het grondwater is, na grondig afpompen, op 31 mei 2011 bemonsterd. De pH en de geleidbaarheid (Ec) van het grondwater zijn in het veld bepaald. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat VB-002/6. De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer R. Reinders. De grondwatermonstername is gedaan door de heer B. de Koning. 3.3
Laboratoriumwerkzaamheden
De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters zijn uitgevoerd door een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium. Voor de toegepaste analysemethoden wordt verwezen naar bijlage 5. De monsterrestanten en de niet-geanalyseerde grondmonsters zijn opgeslagen in een donkere ruimte, bij een temperatuur van +4 °C.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
NvV/12421/10
4
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE De verontreinigingssituatie van de vaste bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de achtergrond- en interventiewaarde [3 & 4]. De streefwaarden voor grond zijn per 1 oktober 2008 vervangen door de achtergrondwaarden (AW2000), deze zijn vastgesteld in het Regeling bodemkwaliteit [5]. De achtergrondwaarden zijn landelijk vastgesteld en worden in het Besluit bodemkwaliteit als volgt gedefinieerd: Achtergrondwaarden: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehaltes aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. In gemeenten die beschikken over een bodemkwaliteitskaart kan bij een overschrijding van de achtergrondwaarde getoetst worden aan de P90-waarde. Deze geeft een regionaal vastgestelde verhoogde achtergrondwaarde aan. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2009 [3]. De streefwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de bodem aan.
De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de vaste bodem en het grondwater hebben voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een “geval van ernstige bodemverontreiniging” te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde. In bijzondere situaties, zoals bij volkstuinen en bij kruipruimten, kan reeds bij een geringere omvang en bij gehaltes beneden de interventiewaarden sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op grond van de daadwerkelijk optredende blootstelling aan de verontreiniging dient bekeken te worden of onaanvaardbare risico’s voor mensen en/of ecosystemen optreden.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
NvV/12421/11
Uit de NEN 5740 [1] kan het volgende worden afgeleid. Uitvoering van vervolgonderzoek is in de meeste gevallen alleen noodzakelijk wanneer de concentratie van een stof de tussenwaarde overschrijdt. Deze waarde wordt ook in de circulaire Bodemsanering gehanteerd als de concentratiegrens waarboven een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. De tussenwaarde betreft de halve som van de achtergrond- ofwel streefwaarde en de interventiewaarde. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. In onderhavig rapport wordt de volgende terminologie gebruikt om de mate van verontreiniging aan te geven: niet verontreinigd/verhoogd (-): de concentratie aan verontreiniging is lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde/ streefwaarde; licht verontreinigd/verhoogd (+): de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de achtergrondwaarde/ streefwaarde maar lager dan of gelijk aan de tussenwaarde; matig verontreinigd/verhoogd (++): de concentratie aan verontreiniging is hoger dan de tussenwaarde maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; sterk verontreinigd/verhoogd (+++): de concentratie aan verontreinigingen is hoger dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of organisch stofgehalte van de bodem. Bij de berekening van de achtergrond- en interventiewaarden van de vaste bodem is uitgegaan van gemeten lutum- en organisch stofgehaltes. De achtergrond- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 6. Hierbij wordt opgemerkt dat niet voor ieder geanalyseerd grondmonster de gehaltes aan lutum en organisch stof hoeven te worden bepaald. Bij de toetsing is in dat geval gebruik gemaakt van de meest vergelijkbare gehaltes aan lutum en organisch stof ten opzichte van de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen ter plaatse.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
NvV/12421/12
5
RESULTATEN 5.1
Zintuiglijke waarnemingen
Voor de boorprofielbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 4. De bodem is vanaf maaiveld tot minimaal het diepste punt van de boringen, circa 4,0 meter –mv, afwisselend opgebouwd uit klei en zeer tot matig fijn zand. Ter plaatse van de boringen 18, 20, 21, 23 t/m 27, 29 en 37 (perceel 576 en 583) zijn in de bovengrond bijmengingen met verbrandingsresten (kooltjes) en baksteen aangetroffen. Ter plaatse van boring 33 is in de ondergrond een bijmenging met verbrandingsresten geconstateerd. Op de perceelsgrens met het perceel Waalbandijk 60 is ter plaatse van boring 01 van 0,5 tot 1,5 meter –mv een zwakke bijmenging met plastic aangetroffen. Dit kan mogelijk duiden op de aanwezigheid van een stort. Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn zintuiglijk verder geen bijzonderheden waargenomen die op een mogelijke bodemverontreiniging duiden. Hierbij is ook gelet op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. De grondwaterstand bevond zich tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden op een diepte van circa 1,8 à 2,5 meter –mv. De zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (Ec) zijn opgenomen in tabel 5.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
NvV/12421/13
5.2
Analyseresultaten en bodemkwaliteit
De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 5; de analyseen toetsingsresultaten zijn samengevat in de tabellen 3 t/m 5. Tabel 3:
Toetsingsresultaten bovengrond
monster deelmonster(s) meter –mv bijmenging type bodem perceel metalen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK minerale olie polychloorbifenylen PCB (7) organochloor. bestr chloordaan CT heptachloorepoxide som DDD som DDE som DDT som drins - HCH ß - HCH y - HCH
MM1 08A t/m 16A 0,0-0,5 klei 578 + -
37
MM2 18A,20A,21A, 24A t/m 27A 0,0-0,5 kool en baksteen klei 583 -
Grond MM3 30A t/m 36A, 38A t/m 40A 0,0-0,5 klei 576 + + + -
2,0
45 230
MM4 29A,37A
MM5 23A
0,0-0,5 kool klei 576
0,0-0,5 baksteen zand 583
-
-
#
0,0049
#
0,0049
#
0,0049
#
0,0049
#
# # + ++ ++ # -
0,014 0,014 0,032 0,65 0,39 0,021
# # + + + # -
0,014 0,014 0,019 0,18 0,13 0,021
# # + ++ + -
0,0014 0,014 0,012 0,29 0,17
# # # +++ + # -
0,014 0,014 0,014 0,47 0,10 0,021
-
Verklaring van tekens:
0,0049
niets vermeld betekent niet geanalyseerd < achtergrond- ofwel streefwaarde / rapportagegrens > achtergrond- ofwel streefwaarde en < tussenwaarde > tussenwaarde en < interventiewaarde > interventiewaarde de pH en de Ec hebben, voor deze regio, normale waarden betreft de minimale rapportagegrens conform het SIKB protocol voor somparameters, van de som zijn geen van deze individuele parameters verhoogd aangetoond gehaltes in grond in mg/kg d.s. + ++ +++ * #
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
NvV/12421/14
Tabel 4:
Toetsingsresultaten ondergrond Grond
monster deelmonster(s)
MM6 08B,15B,17B,21B,24C, 26C,29C,34C,37CD 0,5-1,5 klei 576,578,583
meter –mv bijmenging type bodem perceel metalen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK minerale olie polychloorbifenylen PCB (7)
Tabel 5:
-
MM7 08D,15D,24B,26B, 29B,33B,37B 0,5-2,0 zand 576,578,583
-
#
0,0049
MM8 33C
MM9 01BC
0,8-1,1 kool klei 576
0,5-1,5 plastic (minimaal) klei 578 tpv mogelijk voormalige stort
-
#
0,0049
-
#
0,0049
-
Toetsingsresultaten grondwater
peilbuis filter (meter –mv) pH Ec (µS/cm) bijmenging perceel metalen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink gechloreerde kwst. C+T dichlooretheen overig individueel aromatische kwst. benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen minerale olie naftaleen
Grondwater Pb26 2,30-3,30 7,15* 1.036* 583
Pb08 3,00-4,00 7,28* 468* 578
Pb17 3,00-4,00 7,07* 872* 578
Pb24 2,50-3,50 7,47* 835* 583
+ -
200
+ -
190
+ -
130
+ -
# -
0,14
# -
0,14
# -
0,14
# -
# -
0,21
Verklaring van tekens:
# -
0,21
# -
0,21
# -
Pb29 2,40-3,40 7,04* 755* 576
Pb33 2,30-3,30 7,30* 874* 576
Pb37 2,40-3,40 7,13* 832* 576
65
+ -
100
+ -
180
+ -
110
0,14
# -
0,14
# -
0,14
# -
0,14
0,21
# -
0,21
# -
0,21
# -
0,21
niets vermeld betekent niet geanalyseerd < achtergrond- ofwel streefwaarde / rapportagegrens > achtergrond- ofwel streefwaarde en < tussenwaarde > tussenwaarde en < interventiewaarde > interventiewaarde de pH en de Ec hebben, voor deze regio, normale waarden betreft de minimale rapportagegrens conform het SIKB protocol voor somparameters, van de som zijn geen van deze individuele parameters verhoogd aangetoond gehaltes in grond in mg/kg d.s.; gehaltes in het grondwater in µg/l
+ ++ +++ * #
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
NvV/12421/15
5.3
Interpretatie
Verdeeld over de gehele onderzoekslocatie zijn in de kleiige toplaag van de vaste bodem verhoogde gehaltes aan DDT, DDE en DDD aangetoond. Plaatselijk zijn matig tot sterk verhoogde gehaltes aan DDE en DDT aangetoond (boomgaard (MM1) en voormalige appelboomgaard (MM3 en MM4). De matig tot sterk verhoogde gehaltes aan DDE en DDT hebben aanleiding gevormd voor de uitvoering van een aanvullend onderzoek uit te voeren teneinde de ernst en de omvang van de verontreiniging nader in kaart te brengen. De resultaten van het aanvullend onderzoek zijn verwoord in hoofdstuk 6. In de toplaag van de vaste bodem zijn plaatselijk tevens licht verhoogde gehaltes aan koper (MM1), cadmium, lood en zink (MM3) aangetoond. De aangetoonde gehaltes zijn dermate laag dat geen sprake is van een noemenswaardige verontreiniging. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek hiervoor wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. In de ondergrond van de vaste bodem (MM6 t/m MM9) zijn geen verontreinigingen met de onderzochte parameters aangetoond. Opgemerkt wordt dat het mengmonster met de zwakke bijmenging van plastic dat mogelijk kon duiden op de aanwezigheid van een stortplaats (MM9) dus ook niet verontreinigd is met de onderzochte parameters. Geconcludeerd kan worden dat hoogstwaarschijnlijk geen stortplaats aanwezig is.
In het grondwater ter plaatse van alle peilbuizen is een licht verhoogd gehalte aan barium aangetoond. Licht verhoogde gehaltes aan barium kunnen van nature in het grondwater voorkomen en duiden niet op een noemenswaardige verontreiniging. Omdat voor de aanwezigheid van de licht verhoogde gehaltes aan barium in de vaste bodem en in het grondwater geen antropogene bron/oorzaak gevonden is, hoeft het barium niet als een verontreiniging beschouwd te worden.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
NvV/12421/16
6
AANVULLEND ONDERZOEK Bij het aanvullend onderzoek zijn de individuele deelmonsters waaruit de mengmonsters MM1, MM3 en MM4 zijn samengesteld separaat geanalyseerd op de aanwezigheid van organochloorbestrijdingsmiddelen. De resultaten zijn in onderstaande tabellen samengevat. Tabel 6:
Toetsingsresultaten grond
monster meter –mv mengmonster (locatie) organochloor. bestr chloordaan CT heptachloorepoxide som DDD som DDE som DDT som drins - HCH ß - HCH y - HCH
monster meter –mv locatie organochloor. bestr chloordaan CT heptachloorepoxide som DDD som DDE som DDT som drins - HCH ß - HCH y - HCH
monster meter –mv locatie organochloor. bestr chloordaan CT heptachloorepoxide som DDD som DDE som DDT som drins - HCH ß - HCH y - HCH
08A 0,0-0,5
# # + +++ -
09A 0,0-0,5
0,0014 0,0014 0,053 1,3
# # + -
0,0014 0,0014
# # -
30A 0,0-0,5
# # + ++ +++ # -
0,014 0,014 0,05 0,29 0,35 0,021
0,06
# # + -
0,0014 0,0014 0,036
11A 0,0-0,5
# # + -
Grond 14A 15A 0,0-0,5 0,0-0,5 MM1 (perceel 578)
13A 0,0-0,5
# # -
0,0014 0,0014
Grond 10A 0,0-0,5 MM1 (perceel 578)
0,0014 0,0014
31A 0,0-0,5
# # + +++ +++ # -
0, 014 0,014 0,058 0,54 0,47 0,021
# # -
0,0014 0,0014
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
0,014 0,014 0,044 0,66 0,27 0,021
0,034
16A 0,0-0,5
# # # + # -
Grond 32A 0,0-0,5 MM3 (perceel 576) # # + +++ ++ # -
0,0014 0,0014
0,014 0,014 0,014 0,047 0,021
12A 0,0-0,5
# # -
29A 0,0-0,5 MM4 (perceel 576) # # + ++ +++ # -
33A 0,0-0,5
# # + + + # -
0,014 0,014 0,026 0,15 0,095 0,021
0,0014 0,0014
0,014 0,014 0,064 0,24 0,39 0,021
34A 0,0-0,5
# # + ++ # -
NvV/12421/17
0,014 0,014 0,018 0,28 0,021
Tabel 7:
Toetsingsresultaten grond Grond
monster meter –mv locatie organochloor. bestr chloordaan CT heptachloorepoxide som DDT, DDE & DDD som DDD som DDE som DDT som drins - HCH ß - HCH y - HCH
35A 36A 0,0-0,5 0,0-0,5 MM3 (perceel 576) # # + ++ ++ # -
Verklaring van tekens:
0,014 0,014 0,05 0,42 0,32 0,021
# # # +++ + # -
0,014 0,014 0,014 0,48 0,051 0,021
37A 0,0-0,5 MM4 (576) # # + +++ ++ # -
0,014 0,014 0,053 0,76 0,33 0,021
38A 0,0-0,5
# # + + # -
0,001 0,001 0,004 0,072 0,021
39A 0,0-0,5 MM3 (perceel 576) # # + +++ + # -
0,014 0,014 0,029 0,59 0,097 0,021
40A 0,0-0,5
# # + ++ + # -
niets vermeld betekent niet geanalyseerd < achtergrondwaarde / rapportagegrens > achtergrondwaarde en < tussenwaarde > tussenwaarde en < interventiewaarde > interventiewaarde betreft de minimale rapportagegrens conform het SIKB protocol voor somparameters, van de som zijn geen van deze individuele parameters verhoogd aangetoond gehaltes in grond in mg/kg d.s. + ++ +++ #
Uit de resultaten van het aanvullend onderzoek blijkt dat ter plaatse van de boomgaard (perceel 578) slechts ter plaatse van één enkele boring (boring 08) een sterk verhoogd gehalte aan DDT en een licht verhoogd gehalte aan DDD aanwezig is. Ter plaatse van de overige boringen die in de boomgaard zijn verricht, zijn slechts licht verhoogde gehaltes aan DDE gemeten. Om de verontreiniging ter plaatse van boring 08 verder af te perken is een aanvullend onderzoek uitgevoerd (hoofdstuk 7). De maïsakker (perceel 576) blijkt op basis van de resultaten van het aanvullend onderzoek heterogeen licht tot sterk verontreinigd met DDT en DDE. In de appelteelt werd in het verleden op grotere schaal DDT/DDE toegepast dan in de teelt van kersen. Op het perceel 576 worden dan ook de hoogste gehaltes gemeten. De heterogeniteit van de verontreiniging hangt waarschijnlijk deels samen met het regelmatig omploegen van de akker.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
NvV/12421/18
0,001 0,001 0,01 0,25 0,066 0,021
7
AANVULLEND ONDERZOEK FASE 2 Teneinde de verontreiniging ter plaatse van de boomgaard nader in kaart te brengen is een tweede fase van het aanvullend onderzoek noodzakelijk gebleken. Voor de verticale afperking van de verontreiniging is boring 08 herplaatst en doorgezet tot circa 1,5 meter –mv . Voor de horizontale afperking van de verontreiniging zijn rond boring 08 op een afstand van circa 7 meter vier afperkende boringen verricht tot 1,0 meter –mv (102 t/m 105). Aanvullend zijn op circa 20 meter twee extra afperkende boringen verricht (106 en 107). Vijf grondmonsters zijn geanalyseerd op de aanwezigheid van organochloorbestrijdingsmiddelen. Voor de berekening van de toetsingswaarden is van de betreffende monsters tevens het percentage aan organisch stof bepaald. Op verzoek van de opdrachtgever zijn ter plaatse van de toekomstige bebouwing op perceel 576 vier aanvullende boringen (201 t/m 204) tot 1,0 meter –mv verricht teneinde de verontreinigingssituatie specifiek ter plaatse van het nieuwbouwlocatie te bekijken. Drie grond(meng)monsters zijn geanalyseerd op de aanwezigheid van organochloorbestrijdingsmiddelen. Voor de berekening van de toetsingswaarden is van de betreffende monsters tevens het percentage aan organisch stof bepaald.
Tevens is door de opdrachtgever aangegeven dat bij de inrichting van het plangebied de twee sloten die de percelen 576 en 583 omgeven op profiel gebracht zullen worden. Teneinde de kwaliteit van de bodem te bepalen die hierbij vrij zal komen zijn per sloot 10 boringen verricht. Per sloot is een mengmonster samengesteld dat op de parameters van het NEN-grondpakket is geanalyseerd. Voor de berekening van de toetsingswaarden is van de grondmonsters tevens het percentage aan lutum en organisch stof bepaald. De veldwerkzaamheden zijn op 5 juli 2011 uitgevoerd onder certificaat VB-002/6. De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer T. Wassink. Voor de boorprofielbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 4. De bodemopbouw is gelijk aan de bodemopbouw zoals beschreven in § 5.1. Opgemerkt wordt dat aan de zuidzijde van het perceel geen sloot gelegen is. Ter plaatse bevindt zich een ondiepe greppel. In de sloot aan de noordzijde stond geen water. Op de slootbodem is geen slib aangetroffen. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn opgenomen in bijlage 5; de analyse- en toetsingsresultaten zijn samengevat in de tabellen 8 t/m 10.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
NvV/12421/19
Tabel 8:
Toetsingsresultaten grond afperking verontreiniging boomgaard (Perceel 578)
monster meter –mv bijmenging organochloor. bestr CT heptachloorepoxide chloordaan som DDD som DDE som DDT som drins overige individueel
Tabel 9:
# # -
Grond 103A 0,0-0,5 -
102A 0,0-0,5 -
0,0014 0,0014
# # -
0,0014 0,0014
# # + + -
104A 0,0-0,5 -
0,0014 0,0014 0,015
# # + -
0,18
105A 0,0-0,5 -
0,0014 0,0014 0,011
# # -
0,0014 0,0014
Toetsingsresultaten grond nieuwbouwlocatie (Perceel 576)
monster deelmonsters meter –mv bijmenging organochloor. bestr chloordaan CT heptachloorepoxide som DDD som DDE som DDT som drins overige individueel
Tabel 10:
101B 0,5-1,0 -
Grond MMA2 201B t/m 203B 0,25-0,5 -
MMA1 201A t/m 203A 0,0-0,25 # # # ++ # -
0,014 0,014 0,014 0,83
# # + -
0,021
204A 204A 0,0-0,25 -
0,0014 0,0014
# # # + # -
0,11
0,014 0,014 0,014 0,44 0,021
Toetsingsresultaten grond sloten (perceel 583 en 576) Grond
monster deelmonster bijmenging metalen barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink PAK polychloorbifenylen PCB (7) organochloor. bestr CT heptachloorepoxide chloordaan som DDD som DDE som DDT overige individueel Verklaring van tekens:
sloot noord (Perceel 583) MM1 + -
0,13
sloot zuid (Perceel 576) MM2 + + + + +
+
0,0059
-
# # + -
0,0014 0,0014
# # + -
0,046
0,58 15 0,13 28 110
0,0014 0,0014 0,052
niets vermeld betekent niet geanalyseerd < achtergrond- ofwel streefwaarde / rapportagegrens > achtergrond- ofwel streefwaarde en < tussenwaarde > tussenwaarde en < interventiewaarde > interventiewaarde betreft de minimale rapportagegrens conform het SIKB protocol voor somparameters, van de som zijn geen van deze individuele parameters verhoogd aangetoond gehaltes in grond in mg/kg d.s.
+ ++ +++ #
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
NvV/12421/20
Op basis van de resultaten van het afperkend onderzoek kan geconcludeerd worden dat de verontreiniging ter plaatse van de huidige boomgaard (perceel 578) zich beperkt tot de directe omgeving van boring 08. De omvang van de verontreiniging wordt ingeschat op maximaal 25 m³. Op basis hiervan is ter plaatse geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Ter plaatse van de nieuwbouwlocatie (perceel 576) is maximaal een matig verhoogd gehalte aan DDE gemeten in de bovenste 25 centimeter van de vaste bodem. In de laag van 0,25 tot 0,5 meter –mv is een licht verhoogd gehalte gemeten. De grond die vrij zal komen bij de herprofilering van de sloten is licht verontreinigd met DDE en kwik. De grond vanuit de zuidelijke sloot bevat tevens licht verhoogde gehaltes aan enkele andere zware metalen. De grond die vanuit de noordelijke sloot vrij zal komen, is licht verontreinigd met PCB.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
NvV/12421/21
8
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Uit de resultaten van het verkennend en aanvullend onderzoek bodemonderzoek uitgevoerd binnen het plangebied Bloemfonteijn te Varik, gelegen aan de Waalbandijk en de Donkerstraat, kadastraal bekend als gemeente Varik, sectie E, nummers 576, 578 en 583, blijkt dat de toplaag van de voormalige appelboomgaard (perceel 576) over het algemeen matig tot sterk verontreinigd met DDE en DDT. Op basis hiervan is ter plaatse sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Ter plaatse van de huidige boomgaard (perceel 578) is een sterke verontreiniging met DDE aanwezig met slechts een beperkte omvang (minder dan 25 m³). Hier is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op het overige deel van de onderzoekslocaties zijn in de toplaag van de vaste bodem licht verhoogde gehaltes aan bestrijdingsmiddelen gemeten. In de vaste bodem zijn verder geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond. De grond die vrij zal komen bij de herprofilering van de sloten ten noorden en zuiden van de percelen 576 en 583 is licht verontreinigd met DDE en enkele zware metalen. Plaatselijk is tevens een licht verhoogd gehalte aan PCB gemeten. De vrijkomende grond kan op het aangrenzende perceel verspreid worden. Uit het onderzoek zijn geen aanwijzingen voortgekomen die duiden op de aanwezigheid van een stort op het perceel Waalbandijk 60.
Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Het betreft een gehalte die veelvuldig van nature in kleiige bodems gemeten wordt. De gehaltes zijn dermate laag dat geen sprake is van een noemenswaardige verontreiniging. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
NvV/12421/22
Alhoewel het onderzoek met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen is uitgevoerd dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses wordt uitgevoerd. Niet geheel uitgesloten kan worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen.
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Landgoed Bloemfonteijn te Varik
NvV/12421/23
bijlage E
situatieschets
Hooiakker Heesselt, bouwlocatie
307
305
308
306 303
304
301
302
Linge Milieu | poppelenburgerstraat 52 | 4191 zt | geldermalsen info@lingemilieu.nl | tel 0345 - 570 272 www.lingemilieu.nl | KVK TIEL 30233558
3 boring met nummer 1 peilbuis
opdrachtgever:
schaal:
Zorglandgoed Bloemfonteijn Donkerstraat Heesselt
formaat:
A4
project:
bodemonderzoek
omschrijving:
tekeningnummer: T01
locatie Vier, 1.4 ha, Varik E-1024 bouwlocatie nieuwe woning
projectnummer:
21 - 2057
datum :
15 maart 2021
1 : 300