RV2021-067 Bijlage 10 Bijlage 7 Archeologisch onderzoek Bestemmingsplan Achterweg ong. Rumpt.pdf
Tekst van het document
Bureau voor Archeologie Rapport 707 Hoek Achterweg Kerkweg, Rumpt, gemeente Geldermalsen: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en karterende fase
2
Colofon titel:
Bureau voor Archeologie Rapport 707. Hoek Achterweg Kerkweg, Rumpt, gemeente Geldermalsen: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en karterende fase
auteur:
M. Hanemaaijer (KNA senior prospector)
autorisatie:
A. de Boer (KNA senior prospector)
datum:
13 november 2018
ISSN:
2214-6687
© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
3
Administratieve gegevens Projectnummer
2018061501
Provincie
Gelderland
Gemeente
Geldermalsen
Plaats
Rumpt
Toponiem
Hoek Achterweg Kerkweg
Centrum locatie (m RD)
140.320; 432.800 (x; y)
Omvang plangebied
22.570 m2
Kadastrale gegevens
Deil, sectie N, perceelnummers 741, 742, 743, 744 en 745
ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer
4637878100 en 4637886100
Soort onderzoek
een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en karterende fase
Opdrachtgever
H. Story
Uitvoerder
Bureau voor Archeologie
Kaartblad
39C
(RO) kader onderzoek
Bestemmingsplan wijziging
Periode van uitvoering
September 2018
Bevoegde overheid
Gemeente Geldermalsen
Deskundige namens bevoegde overheid
W.K. Vos (Vos Archeo)
Status goedkeuring bevoegde overheid
Onbekend
Beheerder en plaats van documentatie
Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
4
Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (zwart; www.opentopo.nl).
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
5
Inhoudsopgave 1 2
3
4 5 6
Samenvatting...............................................................................................7 Inleiding.......................................................................................................8 1.1 Doelstelling en vraagstelling.................................................................8 Bureauonderzoek......................................................................................10 2.1 Methode..............................................................................................10 2.2 Huidige situatie en beoogde ingreep...................................................10 2.3 Aardkunde...........................................................................................10 2.4 Bewoning en historische situatie.........................................................12 2.5 Bekende archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden13 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................15 2.7 Gespecificeerde verwachting..............................................................15 Booronderzoek..........................................................................................18 3.1 Methode..............................................................................................18 3.2
Resultaten...........................................................................................19 3.3 Interpretatie.........................................................................................20 Conclusie...................................................................................................21 Advies........................................................................................................22 Literatuur...................................................................................................23 Figuren......................................................................................................25 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................41
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
6
Lijst met Figuren Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (zwart; www.opentopo.nl)........................................................................................4 Figuur 2: Luchtfoto..............................................................................................25 Figuur 3: Ontwerptekening..................................................................................26 Figuur 4: Zanddieptekaart (Cohen 2009)............................................................27 Figuur 5: Geologische kaart 1: 50 000 (Verbraeck 1984)....................................28 Figuur 6: Beddinggordelkaart (Cohen e.a.
2012)................................................29 Figuur 7: Geomorfologische kaart (Alterra 2004)................................................30 Figuur 8: Hoogte-reliëfkaart op basis van AHN2 (Kadaster - PDOK 2014)..........31 Figuur 9: Hoogte-reliëfkaart op basis van AHN2 (Kadaster - PDOK 2014)..........31 Figuur 10: Bodemkaart (Alterra Wageningen UR 2012)......................................32 Figuur 11: Rumpt op de kaart van de Graafschappen Buren en Culemborg uit 1761 (Perrenot en Punt 1761)....................................................................33 Figuur 12: Kaart van Perrenot, graafschappen Buren, Leerdam en Culemborg (Perrenot 1756)..........................................................................................33 Figuur 13: Kadastrale minuut 1811-1832 (Kadaster 1811)..................................34 Figuur 14: Bonnebladen 1873 (links) en 1872 (rechts) (528 Asperen en 529 Enspijk)......................................................................................................34 Figuur 15: Bonnebladen 1892 (links) en 1894 (rechts) (528 Asperen en 529 Enspijk)......................................................................................................35 Figuur 16: Topografische kaart 1957...................................................................35 Figuur 17: Topografische kaart
1977...................................................................36 Figuur 18: Topografische kaart 1990...................................................................36 Figuur 19: AMK-terreinen, waarnemingen en onderzoeken in het onderzoeksgebied (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017)..............37 Figuur 20: Archeologische beleidskaart van de gemeente Geldermalsen (Willemse 2015).........................................................................................38 Figuur 21: Boorpuntenkaart. Het rood omkaderde deel is eerder onderzocht door Bex en Van der Roest (2007).....................................................................39 Figuur 22: Schematisch profiel boringen 3, 4, 8, 10, 12, 16 en 17......................40
Lijst met Tabellen Tabel 1: Aardkundige waarden............................................................................12 Tabel 2: Bekende waarden tot ca. 500 m van het plangebied.............................15
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
7
Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd in verband met bouwwerkzaamheden aan de Hoek Achterweg Kerkweg te Rumpt. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische waarden bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. De beoogde ingreep bestaat uit de aanleg van woningen, wegen, groenvoorzieningen en een waterpartij. Nadere details zijn nog niet beschikbaar. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Rijn-Maasdelta'. In de diepere ondergrond, waarschijnlijk vanaf circa 280 cm -mv, zijn bedding en/of crevasseafzettingen aanwezig. Deze kunnen waarschijnlijk worden toegeschreven aan de nabijgelegen Gellicum (actief van 4600 tot 4200 v. Chr) of Deil (actief van 700 v. Chr. tot 250 v. Chr.) beddinggordel. Deze afzettingen waren mogelijk geschikt voor bewoning in het Neolithicum tot en met de IJzertijd. Hierboven liggen komafzettingen en veen. De bovengrond bestaat uit oeverafzettingen van de Linge (actief van 200 v. Chr. tot 1307 na Chr.).
Deze afzettingen zijn geschikt voor bewoning vanaf de Late IJzertijd. In de Volle Middeleeuwen is het gebied ontgonnen en is Rumpt ontstaan. Op basis van oud kaartmateriaal is het plangebied lange tijd in gebruik als landbouwgrond en in de 20e eeuw als boomgaard. Ten zuidoosten van het plangebied is in het begin van de 19e eeuw bebouwing aanwezig. In het plangebied zijn 21 boringen gezet tot 300 cm -mv. Hieruit blijkt dat in een groot deel van het plangebied in de diepere ondergrond crevasseafzettingen van vermoedelijk de Gellicum of de Deil beddinggordel aanwezig zijn. Hierboven ligt een pakket komafzettingen en veen. De bovenste 75 tot 200 cm bestaat uit oeverafzettingen van de Linge. De bovenste 20 tot 60 cm is de bouwvoor en is omgewerkt door landbouwkundige werkzaamheden. De crevasseafzettingen in de ondergrond en de oeverafzettingen van de Linge vormen een potentieel archeologisch niveau. In deze afzettingen zijn echter geen archeologische indicatoren, archeologische lagen of vegetatiehorizonten aangetroffen. Op basis van de gegevens van het bureauonderzoek en booronderzoek worden daarom in het plangebied geen archeologische waarden meer verwacht. Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd.
Het is echter nooit uit te sluiten dat toch archeologische resten worden aangetroffen bij de graafwerkzaamheden. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet uit 2015. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Geldermalsen.
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
8
1
Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch onderzoek uitgevoerd in verband met bouwwerkzaamheden aan de Hoek Achterweg Kerkweg te Rumpt. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplan wijziging. In het gebied geldt een vastgesteld archeologisch beleid. Het plangebied ligt in bestemmingsplan Buitengebied 2018. In een groot deel van het noordoosten van het plangebied geldt de dubbelbestemming waarde archeologie 4. Dit houdt in dat archeologisch onderzoek verplicht is bij bouwwerken en overige verstoringen groter dan 1000 m2 en dieper dan 30 cm -mv. In het uiterst oosten van het plangebied geldt de dubbelbestemming waarde archeologie 2. Dit houdt in dat archeologisch onderzoek verplicht is bij bouwwerken en overige verstoringen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm -mv. In het zuidwesten van het plangebied geldt geen dubbelbestemming archeologie. Het plangebied heeft een oppervlak van ca. 22.570 m2, zie fig. 5. De beoogde ontwikkeling leidt tot een nog onbekende bodemverstoring. Waarschijnlijk zal deze groter zijn dan 1000 m2 en dieper dan 30 cm -mv. Hiermee overschrijdt het plan de vrijstellingscriteria en geldt de verplichting om een onderzoek op de locatie uit te voeren. Het onderzoeksgebied is een zone met straal van circa 500 m om de ontwikkeling heen.
Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.0).
1.1
Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende en karterende fase. Met het verkennende veldonderzoek wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden en wordt inzicht verkregen in de intactheid van de ondergrond en de potentiële trefkans op archeologische waarden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd. Tijdens een karterend veldonderzoek wordt het terrein systematisch onderzocht op de aanwezigheid van vondsten en sporen. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: 1. Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen?
1
http://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
9 2. Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde? 3. Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? 4. Zijn er (aanwijzingen voor) archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is naar verwachting de omvang, ligging, aard en datering hiervan? 5. Indien er (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden?
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
10
2
Bureauonderzoek
2.1
Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.0, protocol 4002.2 In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische waarden beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leidden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.
2.2
Huidige situatie en beoogde ingreep Het plangebied ligt in de gemeente Geldermalsen in de plaats Rumpt. De locatie ligt aan ten noorden en oosten van de Kerkweg en ten zuidwesten van de Achterweg. Het plangebied is in gebruik als akkerland. Ten zuidwesten en zuidoosten van het plangebied ligt landbouwgrond. Ten noordwesten en noodoosten van het plangebied bevinden zich voornamelijk woningen en tuinen. Het plangebied is 225 m lang en 100 m breed en heeft een omvang van 22.570 m2. De beoogde ingreep bestaat uit de aanleg van woningen, wegen, groenvoorzieningen en een waterpartij (fig. 3). Details omtrent de invulling van het plan zijn nog niet beschikbaar. Naar wordt aangenomen zal bij de ingreep de omvang van de bodemverstoring groter zijn dan 1000 m2 en dieper gaan dan 30 cm -mv zodat archeologisch onderzoek noodzakelijk is.
2.3
Aardkunde De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Rijn-Maasdelta'.4 In de diepere ondergrond liggen Pleistocene rivierafzettingen. Op de zanddieptekaart ligt het plangebied in een zone waar het Pleistoceen rivierzand zich op een diepte van 6 tot 8 m -mv (ongeveer tussen -4,5 en -6,5 m NAP) 2 3 4
SIKB 2016 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services Rensink e.a. 2015
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
11 bevind (fig. 4). Op de Pleistocene afzettingen liggen zand en klei van anastomoserende en meanderende rivieren uit het Holoceen, afgewisseld met veen. De beddingafzettingen van voormalige rivierarmen liggen als zandbanen in de ondergrond. Deze worden beddinggordels genoemd.5 Op geologische kaart 1: 50 000 zijn in het plangebied drie verschillende eenheden aanwezig (fig. 5): F2g: Afzettingen van Tiel: oeverafzettingen (evt. oeverafzettingen op komafzettingen), op Hollandveen/Afzettingen van Gorkum • A0K: Afzettingen van Tiel: komafzettingen (evt. komafzettingen op oeverafzettingen), op Afzettingen van Gorkum: geulafzettingen (evt. komafzettingen of oeverafzettingen op geulafzettingen). • F2k: Afzettingen van Tiel: komafzettingen (evt. komafzettingen op oeverafzettingen), op Hollandveen/Afzettingen van Tiel. De eenheid A0K duidt op de aanwezigheid van een geul of crevasse in de ondergrond. Op basis van de beddinggordelkaart zijn echter in het plangebied geen beddinggordels aanwezig. In de directe omgeving bevinden zich wel beddinggordels. Ten noordwesten van het plangebied is tussen 5788 en 5360 BP (ca. 4600 en 4200 v. Chr) de de Gellicum beddinggordel actief. Ten zuiden van het plangebied is tussen 2580 en 2200 BP (700 v. Chr. en 250 v. Chr.) de Deil beddinggordel actief. Ten westen, noorden en oosten stroomt vanaf 2160 tot 643 BP (ca. 200 v. Chr. tot 1307 na Chr.) de Linge.
De actieve sedimentatie is gestopt bij de afdamming bij Tiel in 1307 A.D.6 Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied ter plaatse van een rivierkom en oeverwalachtige vlakte. Dit is het overgangsgebied tussen de oeverwallen en de vlakke rivierkom naast een rivier. Het uiterst noorden ligt in de bebouwde kom (fig. 7). •
Op een hoogte-reliëfkaart op basis van AHN2 is de hoge ligging van de Linge beddinggordel duidelijk herkenbaar aan de oranje en gele kleuren (fig. 8). De bebouwing direct langs de Linge op en langs de Lingedijk (grijs) ligt ook beduidend hoger dan de omgeving. Het plangebied ligt in een lagere zone, het maaiveld ligt tussen 1,6 en1,3 m NAP (fig. 9) Op de bodemkaart zijn in het plangebied kalkhoudende poldervaaggronden; zware zavel en lichte klei, profielverloop 5 gekarteerd (fig. 10). In een deel van het plangebied heeft een archeologisch booronderzoek plaatsgevonden bestaande uit drie boringen. In boringen 1 en 2 begint op een diepte van 270 en 295 cm -mv een zandpakket. Het zandpakket wordt toegeschreven aan een niet nader beschreven beddinggordel of crevasse. Mogelijk is het een crevasse van de Deil of Gellicum beddinggordel. Hierboven ligt een pakket matig siltige klei en een veenlaag. De matig siltige klei is een komafzetting. De top van de veenlaag ligt op 150 (boring 1) en 115 (boring 2) cm -mv. De bovenste 150/115 cm bestaat uit sterk siltige klei. De sterk siltige klei wordt geïnterpreteerd als een oeverafzetting van de Linge. In boring 3 begint op 375 cm -mv een kleipakket met zandlagen. Hierboven ligt een pakket matig sitlige klei en een veenpakket. De bovenste 70 cm bestaat uit sterk siltige klei.7
5 6 7
Berendsen en Stouthamer 2011 (Cohen e.a. 2012) Wijnen 2010
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
12
Bron
Situatie plangebied, omschrijving
Geologie (fig. 5, 6 en 4)
Zanddieptekaart:8 • Pleistoceen zand 6,0 - 8,0 m-mv Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:9 • Ec1: Formatie van Echteld; rivierklei op rivierzand (Ec1) Geologische kaart 1: 50 000: • Afzettingen van Tiel: oeverafzettingen (evt. oeverafzettingen op komafzettingen), op Hollandveen/Afzettingen van Gorkum • Afzettingen van Tiel: komafzettingen (evt. komafzettingen op oeverafzettingen), op Afzettingen van Gorkum: geulafzettingen (evt. komafzettingen of oeverafzettingen op geulafzettingen). • Afzettingen van Tie: komafzettingen (evt. komafzettingen op oeverafzettingen), op Hollandveen/Afzettingen van Tiel. Beddinggordels:10 • geen in plangebied
Geomorfologie (fig. 7)
Rivierkom en overwalachtige vlakte (2M22), Bebouwing (Beb)
AHN (fig. 8 en 9)
In het plangebied ligt het maaiveld tussen 1,6 en 1,3 m NAP
Bodemkunde (fig. 10)
Vaaggronden, Kalkhoudende poldervaaggronden; zware zavel en lichte klei, profielverloop 5 (Rn95A-VI)
Tabel 1: Aardkundige waarden.
2.4
Bewoning en historische situatie Indien in de ondergrond crevasses van de Gellicum of de Deil beddinggordel aanwezig is het plangebied bewoonbaar vanaf het Neolithicum. Vanaf de Late IJzertijd is ten noorden van het plangebied de Linge actief, (uitlopers van) de oeverwallen van de Linge waren bewoonbaar vanaf de Late IJzertijd. In de Volle Middeleeuwen is het gebied ontgonnen en is Rumpt ontstaan. De oudste vermelding van Rumpt stamt uit de 960 als het wordt genoemd in een lijst met bezittingen van de Sint Maartenskerk in Utrecht. Op de kaart van de graafschappen Buren en Culemborg uit 1761 is de kerk van Rumpt afgebeeld (fig. 11). De Kerkweg is met een stippellijn aangeduid. Deze kaart is niet gedetailleerd genoeg om de aanwezigheid van bebouwing of het landgebruik te herleiden. Een kaart uit 1756 is meer gedetailleerd (fig. 12). Uit deze kaart blijkt dat de bebouwing van Rumpt zich voornamelijk langs de Dorpsdijk bevindt. Het plangebied ligt in een onbebouwde zone. De eerste kaart die gedetailleerd genoeg is om het landgebruik binnen het plangebied te herleiden, is de kadastrale minuut uit 1811-1832 (fig. 13). Op deze kaart is het plangebied in gebruik als weiland. Ten zuidwesten van het plangebied is bebouwing aanwezig. Ongeveer 100 m ten westen van het plangebied staat de kerk van Rumpt.
Op de Bonnebladen uit 1872 en 1873 is in de noord- en westhoek van het plangebied bebouwing afgebeeld. Het resterende deel van het plangebied is in gebruik als weiland (fig. 14). Op de Bonnebladen uit 1892 en 8 Cohen 2009 9 De Mulder 2003 10 Cohen e.a. 2012 Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
13 1894 is de bebouwing in het westen niet meer afgebeeld (fig. 15). In 1957 is ook de bebouwing in de noordhoek verdwenen. De noordwestelijke strook is in gebruik als akkerland, het resterende deel als boomgaard (fig. 16). In 1977 is het hele plangebied in gebruik als boomgaard (fig. 17). In 1990 is het hele plangebied in gebruik als grasland (fig. 18).
2.5
Bekende archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden Archeologische terreinen, waarnemingen en onderzoeksmeldingen staan weergegeven in fig. 20 en staan toegelicht in tabel 2. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen en geen (delen van) archeologische terreinen. Een deel van het plangebied is eerder archeologisch onderzocht door middel van een bureau- en booronderzoek. Het betreft een strook van 1.430 m2 in noordwesten van het plangebied. Er zijn bij het verkennende booronderzoek vrijwel intacte profielen aangetroffen met oeverafzettingen van de Linge en afzettingen van een onbekende stroomgordel of crevasse (zandlichaam). Er is geen archeologisch vondstmateriaal of sporen aangetroffen. Verder ontbreken er vegetatieniveaus en/of cultuurlagen in alle aangetroffen afzettingen. Het onderzoeksgebied ligt in een lager gelegen rivierkom of oeverwalachtige vlakte met intact profiel waarin door de afwezigheid van vegetatieniveaus of cultuurlagen waarschijnlijk geen archeologische resten te verwachten zijn, omdat de conserveringsomstandigheden er ideaal zijn. Er is geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.11 Op de beleidskaart van de gemeente Geldermalsen heeft het oostelijk deel een middelmatige verwachting vanwege het voorkomen van oeverafzettingen van de Linge.
Het westelijk deel heeft een lage verwachting vanwege de ligging binnen een komgebied (fig. 20).12 In het plangebied zijn geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden aanwezig. Het zuidwesten van het plangebied maakt deel uit van het inundatiegebied van de Nieuwe Hollands Waterlinie uit de periode 1796-1940.13 In het plangebied kunnen resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen uit de Tweede Wereldoorlog. Hier zijn echter geen concrete aanwijzingen voor.14 Bron
Omschrijving
Archeologische terreinen
3.736 - Geldermalsen - Rumpt-Zuid, Veerweg - Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met sporen van een terpenrij. Het terrein is enigszins aangepast, waardoor de situatie zoals deze op de oude meldingskaart was weergegeven weer is hersteld. Het terrein is tot meldingsgebied gewaardeerd naar aanleiding van een inspectie van R. Hulst in 1982 waarin hij de terpen omschrijft als "een zeer fraai voorbeeld van een aangesloten terpenrij". Vier huisterpen, die samen een terpenrij vormen, waarvan de buitenste twee bebouwd zijn, en tussen deze, geheel of nauw aansluitend twee onbebouwde terpen (aantal is niet geheel
11 Bex en Van der Roest 2007 12 Willemse 2015 13 RCE 2017 14 “Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME)” Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
14 Bron
Omschrijving zeker). Bij de karteringswerkzaamheden zijn hier enkele fragmenten Laat Middeleeuws aardewerk gevonden.
Waarnemingen
1.105.255: Rumpt, Aardewerkfragmenten uit de Late Middeleeuwen aangetroffen in bouwland tijdens bodemkarteringswerk.
Onderzoeksmeldingen
2.118.258.100: Rumpt, Middenweg 53, bureau- en booronderzoek De geologische opbouw van het plangebied komt overeen met de bevindingen van het bureauonderzoek. Over het gehele gebied werden oever-op-komafzettingen aangetroffen. De bodem is echter in het gehele plangebied variërend van 60 tot maximaal 140 cm -Mv verstoord. Geen archeologische indicatoren aangetroffen, geen vervolg onderzoek geadviseerd.15 2.239.207.100: Rumpt, Middenstraat, bureau- en booronderzoek De onderzoekslocatie ligt op oeverafzettingen van de Linge, die een middelhoge trefkans hebben op sporen uit de periode Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. De locatie ligt echter ook binnen de historische dorpskern van Rumpt waardoor de locatie een hoge verwachting heeft op sporen vanaf de Late Middeleeuwen. Daarnaast kunnen op de onderzoekslocatie mogelijk nog oeverafzettingen aanwezig zijn van de stroomgordels van Hooiblok, Gellicum en Deil. Hierop kunnen sporen verwacht worden uit de periode IJzertijd tot en met de Middeleeuwen. Uit het karterend booronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie inderdaad ligt op de oeverafzettingen van de Linge, maar dat de top hiervan recent verstoord is. Hieronder zijn alleen komafzettingen aanwezig, oudere oeverafzettingen van Hooiblok, Gellicum of Deil zijn niet aangetroffen. Er zijn in de boringen geen archeologische indicatoren aangetroffen.
Er wordt dan ook geconcludeerd dat de kans zeer klein is dat er sprake is van een archeologische vindplaats op de onderzoekslocatie. 16 2.286.982.100 en 2.286.990.100: Rumpt, bergbezinkbassins, bureau- en booronderzoek Het bureauonderzoek heeft uitgewezen dat voor beide deellocaties samenvattend de volgende archeologische verwachting kan worden geformuleerd: een middelhoge verwachting geldt voor de Middeleeuwen - Nieuwe Tijd, waarbij rekening gehouden moet worden met resten vanaf de IJzertijd/Romeinse tijd. Op grotere diepte kunnen stratigrafisch gescheiden vondsten en waarden uit de periode Neolithicum - IJzertijd gedaan worden. Er zijn bij het verkennende booronderzoek vrijwel intacte profielen aangetroffen met oeverafzettingen van de Linge en afzettingen van een onbekende stroomgordel of crevasse (zandlichaam). De oeverafzettingen van de Linge hebben een middelhoge archeologische verwachting vanaf de IJzertijd/Romeinse tijd en de archeologische verwachting van het onbekende zandlichaam kan niet verder gespecificeerd worden, omdat er geen archeologisch vondstmateriaal of sporen in zijn aangetroffen. Verder ontbreken er vegetatieniveaus en/of cultuurlagen in alle aangetroffen afzettingen.
Het onderzoeksgebied ligt in een lager gelegen rivierkom of oeverwalachtige vlakte met intact profiel waarin door de afwezigheid van vegetatieniveaus of cultuurlagen waarschijnlijk geen archeologische resten te verwachten zijn, omdat de conserveringsomstandigheden er ideaal zijn. Alle boven belichte overwegingen overziend, adviseren wij het plangebied vrij te geven voor de geplande ontwikkelingen. 17 2.370.679.100: Rumpt, Zorglandgoed Linge, bureau- en booronderzoek en oppervlaktekartering Op basis van gegevens in het landelijke archeologisch
15 Goosens 2006 16 Hebinck 2009 17 Wijnen 2010 Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
15 Bron
Omschrijving informatiesysteem zijn er uit de directe omgeving vondsten bekend uit met name de Romeinse tijd, gevolgd door de middeleeuwen en de nieuwe tijd. Gezien de landschappelijke ligging en de bekende vondsten werd rekening gehouden met eventueel aanwezige vindplaatsen uit de met name de Romeinse en middeleeuwse periode in het plangebied. Uit het booronderzoek is gebleken dat de oeverafzettingen van de Linge tot ongeveer 250 meter van de Roodseweg liggen en daarna abrupt overgaan in komafzettingen. Dit gebied met oeverafzettingen krijgt een hoge archeologische verwachting als gevolg van de gunstige hoogteligging op de overgang van stroomrug naar komgebied. Daarnaast zijn bij de oppervlaktekartering in dit gebied enkele aardewerkfragmentjes uit de 12e - 13e eeuw gevonden. Eventuele archeologische resten worden aan of net onder het maaiveld verwacht en zijn waarschijnlijk aangetast door bodembewerking, met name ploegen tot een diepte van circa 30 cm-mv. Diepere grondsporen, zoals greppels,, waterputten en diepere paalkuilen kunnen nog in de bodem aanwezig zijn. Het verkennend onderzoek levert te weinig informatie om de aan- of afwezigheid van archeologische resten vast te stellen. Binnen het overige plangebied zijn geen landschappelijke overgangssituaties gevonden met een hoge archeologische trefkans en krijgt derhalve een lage archeologische verwachting.
Geadviseerd wordt om bodemverstoringen dieper dan 30 cm in het gebied met een hoge verwachting te voorkomen. Indien dit niet mogelijk is wordt aanbevolen om ter plaatse van de voorziene werkzaamheden een karterend booronderzoek uit te voeren om te bepalen of sprake is van te behouden bewoningssporen. Het gaat hierbij om 20 boringen per hectare (diameter 12 cm), waarbij in het oostelijk deel van het gebied tot 3 m -mv geboord/gegutst dient te worden. Dit laatste om op het beddingzand van de Hooiblok te stuiten. Voor het gebied met een lage archeologische verwachting wordt vrijgave geadviseerd tot een diepte van 2,0 m -mv voor de voorgenomen ontwikkelingen.18
Gemeentelijke kaart
Zuidwesten lage verwachting Noordoosten waarde archeologie 5, middelmatige verwachting Uiterst oosten waarde archeologie 2 (puntlocatie met attentiezone van 50 m)
Bouwhistorische waarden
Geen in plangebied
Tabel 2: Bekende waarden tot ca. 500 m van het plangebied.
2.6
Mogelijke verstoringen Er zijn in het plangebied geen aanwijzingen voor grootschalige verstoringen anders dan landbouwkundige werkzaamheden. In de noord- en westhoek van het plangebied heeft aan het einde van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw een klein gebouw gestaan. Hierdoor is de bodem waarschijnlijk lokaal verstoord.
2.7
Gespecificeerde verwachting Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Rijn-Maasdelta'. In de diepere ondergrond, waarschijnlijk vanaf circa 280 cm -mv, zijn bedding en/of crevasseafzettingen aanwezig. Deze kunnen waarschijnlijk worden toegeschreven aan de nabijgelegen Gellicum (actief tussen 5788 en 5360 BP / ca. 4600 en 4200 v. Chr) of Deil (actief tussen 2580 en 2200 BP / 700 v. Chr. en 18 Van der Haar, Vossen, en Nijdam 2012 Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
16 250 v. Chr.) beddinggordel. Deze afzettingen waren mogelijk geschikt voor bewoning in het Neolithicum tot en met de IJzertijd. Hierboven liggen komafzettingen en veen. De bovengrond bestaat uit oeverafzettingen van de Linge (actief vanaf 2160 tot 643 BP / ca. 200 v. Chr. tot 1307 na Chr.). Deze afzettingen zijn geschikt voor bewoning vanaf de Late IJzertijd. In de Volle Middeleeuwen is het gebied ontgonnen en is Rumpt ontstaan. Op basis van oud kaartmateriaal is het plangebied lange tijd in gebruik als landbouwgrond en in de 20e eeuw als boomgaard. Ten zuidoosten van het plangebied is in het begin van de 19e eeuw bebouwing aanwezig. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: Crevasses in de diepere ondergrond 1. Datering:
Neolithicum tot en met de IJzertijd
2. Complextype: Resten gerelateerd aan bewoning en infrastructuur. 3. Omvang:
Onbekend
4. Diepteligging: Vanaf ca. 230 cm -mv 5. Gaafheid, conservering: Gezien de diepe ligging onder de grondwaterstand zal de conservering van eventuele archeologische resten goed zal zijn. 6. Verstoringen: Waarschijnlijk geen. 7. Locatie:
Hele plangebied.
8. Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken): Archeologische resten kenmerken zich door de aanwezigheid van een spreiding van aardewerkfragmenten of een archeologische laag. Dit is een doorwerkte laag bestaande uit het oorspronkelijke sediment dat is vermengd met archeologische indicatoren zoals bot-, houtskool- en aardewerkfragmenten. Oeverafzettingen van de Linge 1. Datering:
Vanaf de Late IJzertijd
2. Complextype: Resten gerelateerd aan bewoning en infrastructuur. 3. Omvang:
Onbekend
4. Diepteligging: Vanaf het maaiveld 5. Gaafheid, conservering: Organische resten zullen boven de grondwaterstand (40-80 cm -mv) slecht zijn geconserveerd 6. Verstoringen: Mogelijk verstoord door landbouwkundige werkzaamheden. 7. Locatie:
Hele plangebied.
8. Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken): Archeologische resten kenmerken zich door de aanwezigheid een archeologische laag. Dit is een doorwerkte laag bestaande uit het oorspronkelijke sediment dat is vermengd met archeologische indicatoren zoals bot-, houtskool- en aardewerkfragmenten.
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
17 In het plangebied kunnen vindplaatsen voorkomen die zich manifesteren door middel van een archeologische laag. Daarom is een karterend booronderzoek conform methode D1 uit de Leidraad IVO Karterend booronderzoek een geschikte methode.
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
18
3
Booronderzoek
3.1
Methode Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.0,19 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek bestond uit een inventariserend veldonderzoek (specificatie VS03), verkennende en karterende fase. De boringen zijn in de eerste plaats gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de verkenning wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee kunnen kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd. De boringen zijn in de tweede plaats gezet met het doel de archeologische waarden te karteren. Tijdens een karterend veldonderzoek wordt het terrein systematisch onderzocht op de aanwezigheid van vondsten en/of sporen. De kartering is gebaseerd op de Leidraad IVO Karterend booronderzoek, methode D1:20 •
Prospectie type:
Archeologische laag.
•
Datering:
Bronstijd – Middeleeuwen.
•
Complextype:
Huisplaats(en).
•
Omvang:
500- 2000 m2 (1200 m2).
•
Boorgrid:
30 x 35 m.
•
Boordiameter:
3 cm guts.
•
Waarnemingstechniek: Boormes.
Onderbouwing onderzoeksmethode Er is gekozen voor een karterend booronderzoek conform methode D1 uit de Leidraad IVO Karterend booronderzoek omdat in het plangebied vindplaatsen kunnen voorkomen die zich manifesteren door middel van een archeologische laag. Een klein deel van het plangebied (ca. 1430 m2) is eerder onderzocht door middel van een archeologisch booronderzoek, daarom zijn hier geen boringen gezet. Operationalisering De werkwijze in het veld was als volgt: Boortype:
7 cm Edelmanboor (onverzadigde bovengrond tot ca. 1 m-mv) en 3 cm guts (diepere lagen).
Aantal boringen:
21.
Boordiepte:
De boringen zijn gezet tot 300 cm -mv
19 SIKB 2016 20 Tol, Verhagen, en Verbruggen 2012 Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
19 Grid:
De boringen zijn geplaatst in een regelmatig verspringend 30 m x 35 m grid.
Waarnemingswijze: Het sediment is met de hand bemonsterd en met het blote oog onderzocht door het te versnijden en te verbrokkelen. De opgeboorde grond is systematisch uitgelegd op een plastic zeil. Representatieve uitgelegde boorprofielen zijn gefotografeerd. Classificatie bodemtextuur en archeologische indicatoren: De opgeboorde grond is beschreven op basis van de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1 (ASB 1.1), dit omvat NEN 5104.21 Locatie bepaling X en Y: De X en Y coördinaten van de boringen is bepaald door middel van een GPS met WAAS en GLONASS correctie met een nauwkeurigheid van 3 m. Hoogte bepaling: De Z coördinaat is na afloop van het veldwerk bepaald aan de hand het AHN.22 De gegevens zijn digitaal in het veld geregistreerd. Het veldwerk is uitgevoerd op 26 september 2018 door A. de Boer (KNA Senior Prospector) en F. Roodenburg (junior archeoloog). Voorgaand aan het veldwerk is een plan van aanpak opgesteld. Het Plan van Aanpak is geregistreerd in ARCHIS3.
3.2
Resultaten De locaties van de boringen zijn in fig. 21 weergegeven. De boorgegevens staan in Bijlage 1. Met de gegevens is een schematische doorsnede gemaakt. Deze is weergegeven in fig. 22. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Er zijn geen vondsten gedaan. Pakket 1:
Overwegend kalkrijke sterk of uiterst siltige of zandige klei. Het pakket bevat zandlagen. Het pakket is aanwezig in boorprofielen 1, 5 tot en met 8, 10 tot en met 19 en 21 en vormt in deze boorprofielen het onderste pakket. De de top ligt tussen 210 en 290 cm mv (tussen -147 en -73 cm NAP). In enkele boorprofielen is de top kalkloos.
Pakket 2:
Overwegend kalkloze matig of zwak siltige klei en mineraalarm en kleiig veen. Direct onder het veen is de klei vaak sterk humeus en zwart van kleur. Het pakket is aanwezig in alle boorprofielen. De top ligt tussen 75 en 200 cm mv (tussen -75 en 73 cm NAP). Het pakket is tussen 85 en 180 cm dik.
Pakket 3:
Kalkrijke, sterk of uiterst siltige of zandige klei. Het pakket is aanwezig in alle boorprofielen en de top ligt tussen 20 en 70 cm -mv (64 en 126 cm NAP). Het pakket is tussen 50 en 170 cm dik. In veel boorprofielen bevat het pakket schelpmateriaal.
21 Bosch 2008; Nederlands Normalisatie Instituut 1989 22 Kadaster en PDOK 2014 Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
20 Pakket 4:
Overwegend kalkloze, zandige humeuze klei. Het pakket is aanwezig in alle boorprofielen en ligt aan het maaiveld. Het pakket is minimaal 20 en maximaal 70 cm dik. In boorprofielen 1, 3, 10, 16, 20 en 21 bevat het pakket baksteenfragmenten of -spikkels, in boorprofiel 10 ook houtskoolbrokken. Het pakket is overwegend zeer droog waardoor de overgang met het onderliggende pakket lastig is waar te nemen.
De grondwaterstand tijdens het onderzoek bevond zich tussen 80 en 110 cm -mv.
3.3
Interpretatie Pakket 1 wordt op basis van de lithologische samenstelling geïnterpreteerd oeverafzettingen. Op basis van de stratigrafische ligging kunnen ze waarschijnlijk ze worden toegeschreven aan een crevasse van de Deil of Gellicum beddinggordel. De klei binnen pakket 2 wordt op basis van de lithologische samenstelling geïnterpreteerd als komafzettingen. Deze afzettingen zijn samen met het veen gevormd gedurende een periode waarin sprake was van geringe rivieractiviteit. rivier actief was binnen het plangebied. De zwarte kleilaag direct onder het veen wordt geïnterpreteerd als een onderwaterbodem die is gevormd in langdurig stilstaand water. Op enig moment is in het gebied een veenmoeras ontstaan. Pakket 3 wordt op basis van de lithologische samenstelling en de stratigrafische ligging geïnterpreteerd als oeverafzettingen van de Linge. De top van deze afzettingen is omgewerkt en vormt de bouwvoor (pakket 4). Pakket 2 is gevormd onder relatief natte omstandigheden en vormt daarom geen potentieel archeologisch niveau. Pakketten 1 en 3 zijn in theorie aantrekkelijk voor bewoning, in de pakketten zijn echter geen archeologische indicatoren, archeologische lagen of vegetatiehorizonten aangetroffen. Daarom worden in het plangebied geen archeologische waarden verwacht.
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
21
4
Conclusie De onderzoeksvragen kunnen als volgt worden beantwoord: 1. Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen? De beoogde ingreep bestaat uit de aanleg van woningen, wegen, groenvoorzieningen en een waterpartij. Details omtrent de invulling van het plan zijn nog niet beschikbaar. Naar wordt aangenomen zal bij de ingreep de omvang van de bodemverstoring groter zijn dan 1000 m2 en dieper gaan dan 30 cm -mv zodat archeologisch onderzoek noodzakelijk is. 2. Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde? Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Rijn-Maasdelta'. In een groot deel van het plangebied zijn in de diepere ondergrond crevasseafzettingen van vermoedelijk de Gellicum of de Deil beddinggordel aanwezig. Hierboven ligt een pakket komafzettingen en veen. De bovenste 75 tot 200 cm bestaat uit oeverafzettingen van de Linge. 3. Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? De bovenste 20 tot 60 cm is de bouwvoor en is omgewerkt, voornamelijk door landbouwkundige werkzaamheden. 4.
Zijn er (aanwijzingen voor) archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is naar verwachting de omvang, ligging, aard en datering hiervan De crevasseafzettingen in de ondergrond en de oeverafzettingen van de Linge vormen een potentieel archeologisch niveau. In deze afzettingen zijn echter geen archeologische indicatoren, archeologische lagen of vegetatiehorizonten aangetroffen. Op basis van de gegevens van het bureauonderzoek en booronderzoek worden daarom in het plangebied geen archeologische waarden meer verwacht. 5. Indien er (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? Er worden waarschijnlijk geen archeologische waarden verstoord. b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden? Maatregelen om rekening te houden met archeologische waarden zijn niet nodig. Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
22
5
Advies Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat toch archeologische resten worden aangetroffen bij de graafwerkzaamheden. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet uit 2015. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Geldermalsen.
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
23
6
Literatuur Alterra. 2004. “Geomorfologische Kaart Nederland (GKN) Landsdekkend digitale bestand”. Wageningen. Alterra Wageningen UR. 2012. “BISNederland”. Bodemkaart 1 : 50 000. http://www.bodemdata.nl/. Berendsen, H.J.A., en Esther Stouthamer. 2011. De vorming van het land: inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen: Koninklijke Van Gorcum. Bex, J, en J. Van der Roest. 2007. “Archeologisch onderzoek op twee locaties voor bergbezinkbassins te Alphen aan den Rijn Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek”. Grontmij Archeologische Rapporten 583. Bosch, J.H.A. 2008. “Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1: Op basis van de Standaard Boor Beschrijvingsmethode versie 5.2”. 2008-U-R0881/A. Deltares-rapport. Cohen, K. M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, en A. H. Geurts. 2012. “Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta”. Dept. Physical Geography. Utrecht University. http://persistent-identifier.nl/? identifier=urn:nbn:nl:ui:13-nqjn-zl. Cohen, K.M. 2009. Zand in banen: zanddiepte-kaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Utrecht; Arnhem: Universiteit Utrecht] ; Provincie Gelderland]. de Mulder, E.F.J. 2003. De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhof: Groningen [etc.]. Goosens, B.A.E. 2006. “Plangebied Middenstraat 53 te Rumpt, gemeente Geldermalsen”. RAAP-NOTITIE 1689.
https://doi.org/10.17026/dans-2c3zrnt. Hebinck, K.A. 2009. “Een archeologische bureau-onderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen op een terrein aan de Middenstraat te Rumpt, gemeente Geldermalsen (Gld).” Archaeological Research en Consultancy. https://doi.org/10.17026/dans-zeg-mdcn. “Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME)”. http://www.ikme.nl. Kadaster. 1811. “Kadastrale Minuten”. 1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/. Kadaster - PDOK. 2014. AHN2 - Kadaster. http://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/search#|fff9d7cf-99294dde-98b8-06ceda7e5610. Kadaster, en PDOK. 2014. “AHN2 - WCS service”. http://nationaalgeoregister.nl. Nederlands Normalisatie Instituut. 1989. Geotechniek: classificatie van onverharde grondmonsters. Delft: Nederlands Normalisatie-instituut. Perrenot, Jacob. 1756. “Een manuscriptkaart van de graafschappen Buren, Leerdam en Culemborg”. http://www.regionaalarchiefrivierenland.nl/page/5? mivast=102&mizig=293&miadt=102&miaet=14&micode=1458&minr=8748 849&miview=ldt. Perrenot, Jacob, en J. Punt. 1761. “Kaart van de Graafschappen Buuren en Culenburg”. Covens en Mortier, Amsterdam. Universiteitsbibliotheek Utrecht. http://objects.library.uu.nl/reader/resolver.php? obj=002099436&type=2. RCE. 2017. “Kaart van verdedigingswerken - Landschap in Nederland”.
https://landschapinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/militairelandschapskaart. Rensink, E., H.J.T. Weerts, M. Kosian, H. Feiken, en B.I. Smit. 2015. Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
24 “Archeologische Landschappenkaart van Nederland. Methodiek en kaartbeeld”. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. https://doi.org/10.17026/dans-xf6-ywnd. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 2017. “Archis3 - Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed”. https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en Data Archiving and Networking Services. “e-depot voor de Nederlandse archeologie”. http://www.edna.nl. SIKB. 2016. “Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) versie 4.0”. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen, en M. Verbruggen. 2012. “Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek”. SIKB. Van der Haar, L., I.M.J. Vossen, en L.C. Nijdam. 2012. “Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende boringen) Linges Zorglandgoed te Rumpt (Geldermalsen)”. https://doi.org/10.17026/dansxmg-g4kn. Verbraeck, A. 1984. “Geologische kaart van Nederland : toelichtingen bij de geologische kaart van Nederland 1: 50.000 = Geological map of the Netherlands: Blad Tiel West (39W) en blad Tiel Oost (39O)”. Haarlem: Rijks Geologisch Dienst. Wijnen, J. 2010. “Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen Bergbezinkbassins Rumpt, gemeente Geldermalsen”. Zuidnederlandse Archeologische Notities 230. AVUhbs archeologie. https://doi.org/10.17026/dans-x4v-bhmp. Willemse, N.W. 2015.
“Archeologie in de gemeente Geldermalsen. Actualisatie archeologische kaarten”. RAAP-RAPPORT 3049.
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
25
Figuren
Figuur 2: Luchtfoto.
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
26
Figuur 3: Ontwerptekening.
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
27
Pleistoceen zand 7,0 – 8,0 m-mv
Pleistoceen zand 6,0 7,0 m-mv
Figuur 4: Zanddieptekaart (Cohen 2009).
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
28
F2k Figuur 5: Geologische kaart 1: 50 000 (Verbraeck 1984).
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
29
Linge
Gellicum
Deil
Figuur 6: Beddinggordelkaart (Cohen e.a. 2012).
Nr. 36, Deil: Actief van 5788 tot 5360 BP (4600 tot 4200 v. Chr.). In de beddinggordel zijn resten uit het Neolithicum en Bronstijd aangetroffen. Nr. 51, Gellicum: Actief van 2580 tot 2200 BP (700 v. Chr. tot 250 v. Chr.). In de beddinggordel zijn (nog) geen archeologische resten aangetroffen. Grotendeels geërodeerd door de Linge beddinggordel. Nr. 97, Linge: Actief van 2160 tot 643 BP (200 v. Chr. tot 1307 n. Chr.). Bevat Romeins, Karolingisch, vroeg- en laatmiddeleeuws archeologisch materiaal. De Linge is bij Tiel afgedamd in 1307, één of twee eeuwen na haar bedijking.
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
30
Bebouwde kom
Rivierkom en oeverwalachtige vlakte
Figuur 7: Geomorfologische kaart (Alterra 2004).
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
31
Linge Linge
Figuur 8: Hoogte-reliëfkaart op basis van AHN2 (Kadaster - PDOK 2014).
1,4 1,3
1,4
1,6
Figuur 9: Hoogte-reliëfkaart op basis van AHN2 (Kadaster - PDOK 2014).
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
32
Figuur 10: Bodemkaart (Alterra Wageningen UR 2012).
Rn95A: Kalkhoudende poldervaaggronden; zware zavel en lichte klei, profielverloop 5. Rn66A: Kalkhoudende poldervaaggronden; zavel en lichte klei, profielverloop 3, of 3 en 4, of 4.
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
33
Figuur 11: Rumpt op de kaart van de Graafschappen Buren en Culemborg uit 1761 (Perrenot en Punt 1761).
Figuur 12: Kaart van Perrenot, graafschappen Buren, Leerdam en Culemborg (Perrenot 1756).
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
34
weiland
N
Figuur 13: Kadastrale minuut 1811-1832 (Kadaster 1811).
Figuur 14: Bonnebladen 1873 (links) en 1872 (rechts) (528 Asperen en 529 Enspijk).
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
35
Figuur 15: Bonnebladen 1892 (links) en 1894 (rechts) (528 Asperen en 529 Enspijk).
Figuur 16: Topografische kaart 1957.
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
36
Figuur 17: Topografische kaart 1977.
Figuur 18: Topografische kaart 1990.
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
37
Figuur 19: AMK-terreinen, waarnemingen en onderzoeken in het onderzoeksgebied (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017).
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
38
Figuur 20: Archeologische beleidskaart van de gemeente Geldermalsen (Willemse 2015).
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
39
Figuur 21: Boorpuntenkaart. Het rood omkaderde deel is eerder onderzocht door Bex en Van der Roest (2007).
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
40
Figuur 22: Schematisch profiel boringen 3, 4, 8, 10, 12, 16 en 17.
Bureau voor Archeologie Rapport 707
Rumpt Hoek Achterweg Kerkweg
Bijlage 1: Boorbeschrijvingen nr.
grens (cm - mv) grond boven
bijmenging
kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
boortype
overig
onder grondwaterstand tijdens boring: 90 (cm - mv)
1 0
40 klei
matig zandig; matig donker-bruin-grijs humeus
kalkrijk
7cm- Edelmanboring
basis scherp; baksteenspikkels
40
80 klei
matig zandig
grijs-bruin
kalkrijk
spoor mangaanconcreties
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
80
120 klei
zwak zandig
bruin-grijs
kalkrijk
spoor roestvlekken; spoor mangaanconcreties
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
120
140 klei
sterk siltig
licht-bruin-grijs
kalkrijk
3cm- Guts
basis geleidelijk; weinig schelpmateriaal
140
160 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
160
210 veen
zwak kleiig
grijs-bruin
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
210
230 klei
matig siltig; matig humeus
donker-grijs-bruin
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
230
270 klei
zwak siltig; sterk humeus
zwart
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp; slap
270
290 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
290
300 klei
uiterst siltig
grijs
kalkrijk
3cm- Guts
0
35 klei
zwak zandig; matig donker-bruin-grijs humeus
kalkrijk
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
35
60 klei
zwak zandig
grijs-bruin
kalkrijk
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
60
130 klei
sterk siltig
bruin-grijs
kalkrijk
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
130
180 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
180
255 veen
zwak kleiig
grijs-bruin
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
255
275 klei
zwak siltig; sterk humeus
zwart
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp; slap
275
300 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
3cm- Guts
2
spoor roestvlekken
nr.
grens (cm - mv) grond boven
bijmenging
kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
boortype
overig
onder
3 0
30 klei
zwak zandig; matig donker-bruin-grijs humeus
kalkrijk
spoor baksteen 7cm- Edelmanboring
basis scherp; baksteenspikkels
30
70 klei
zwak zandig
grijs-bruin
kalkrijk
spoor mangaanconcreties
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
70
110 klei
sterk siltig
licht-bruin-grijs
kalkrijk
spoor roestvlekken; spoor mangaanconcreties
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
110
165 klei
sterk siltig
grijs
kalkrijk
3cm- Guts
basis scherp; slap
165
270 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
270
300 klei
zwak siltig; sterk humeus
zwart
kalkloos
3cm- Guts grondwaterstand tijdens boring: 110 (cm - mv)
4 0
30 klei
matig zandig; zwak donker-bruin-grijs humeus
kalkrijk
30
70 klei
zwak zandig
grijs-bruin
kalkrijk
70
120 klei
sterk siltig
bruin-grijs
120
140 klei
sterk siltig
140
225 veen
225 235
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk; spoor schelpmateriaal
kalkrijk
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk; spoor schelpmateriaal
grijs
kalkrijk
3cm- Guts
basis scherp
mineraalarm
bruin
kalkloos
3cm- Guts
hout oranje roze 180-190; basis scherp
235 klei
zwak siltig
grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
300 klei
sterk humeus; zwak zwart siltig
kalkloos
3cm- Guts
spoor roestvlekken
grondwaterstand tijdens boring: 110 (cm - mv)
5 0
30 klei
zwak zandig; matig donker-bruin-grijs humeus
kalkrijk
7cm- Edelmanboring
basis scherp
30
60 klei
zwak zandig
bruin-grijs
kalkrijk
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
60
90 klei
zwak zandig
bruin-grijs
kalkrijk
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk; spoor schelpmateriaal
spoor roestvlekken
nr.
grens (cm - mv) grond boven
bijmenging
kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
boortype
overig
onder
90
120 klei
sterk siltig
licht-bruin-grijs
kalkrijk
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
120
145 klei
sterk siltig
grijs
kalkrijk
3cm- Guts
basis scherp
145
230 veen
sterk kleiig
donker-grijs-bruin
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
230
250 klei
zwak siltig; sterk humeus
zwart
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
250
270 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
270
300 klei
sterk siltig
grijs
kalkrijk
3cm- Guts grondwaterstand tijdens boring: 100 (cm - mv)
6 0
30 klei
zwak zandig; matig donker-bruin-grijs humeus
kalkrijk
30
80 klei
matig zandig
grijs-bruin
kalkrijk
80
100 klei
sterk siltig
licht-bruin-grijs
kalkrijk
100
135 klei
uiterst siltig
grijs
135
190 veen
sterk kleiig
donker-bruin-grijs
190
220 klei
zwak siltig; sterk humeus
220
250 klei
250
7cm- Edelmanboring
basis scherp
spoor roestvlekken
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
spoor roestvlekken
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk; spoor schelpmateriaal
kalkrijk
3cm- Guts
basis scherp
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
zwart
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
matig siltig
grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
300 klei
matig zandig
grijs
kalkrijk
3cm- Guts
zandlagen
0
20 klei
zwak zandig; matig donker-grijs-bruin humeus
kalkrijk
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
20
80 klei
zwak zandig
grijs-bruin
kalkrijk
spoor roestvlekken
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
80
100 klei
uiterst siltig
licht-bruin-grijs
kalkrijk
spoor roestvlekken
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk; spoor schelpmateriaal
100
140 klei
uiterst siltig
grijs
kalkrijk
3cm- Guts
basis scherp
140
180 veen
sterk kleiig
donker-grijs-bruin
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
180
210 klei
matig siltig; zwak humeus
grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
7
nr.
grens (cm - mv) grond boven
bijmenging
kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
boortype
overig
onder
210
250 klei
zwak siltig; sterk humeus
zwart
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
250
260 klei
sterk siltig
grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
260
280 klei
zwak zandig
grijs
kalkrijk
3cm- Guts
zandlagen
280
300
3cm- Guts
zand gevoeld
geen monster
grondwaterstand tijdens boring: 110 (cm - mv)
8 0
20 klei
zwak zandig; matig donker-bruin-grijs humeus
kalkrijk
20
60 klei
zwak zandig; matig donker-bruin-grijs humeus
kalkrijk
60
90 klei
zwak zandig
grijs-bruin
kalkrijk
90
120 klei
sterk siltig
licht-bruin-grijs
120
160 klei
sterk siltig
160
260 veen
260 280
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
spoor roestvlekken
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk; spoor schelpmateriaal; spoor kleibrokjes
spoor roestvlekken; spoor mangaanconcreties
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk; spoor schelpmateriaal
kalkrijk
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
grijs
kalkrijk
3cm- Guts
basis scherp
sterk kleiig
grijs-bruin
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
280 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk; weinig zwarte vlekken
300 klei
zwak zandig
grijs
kalkrijk
3cm- Guts grondwaterstand tijdens boring: 90 (cm - mv) opmerking algemeen: meerdere keren gestoken
9
0
30 klei
matig zandig; matig donker-bruin-grijs humeus
kalkrijk
30
75 klei
matig zandig
geel-bruin
kalkrijk
75
125 klei
uiterst siltig
bruin-grijs
kalkrijk
125
200 klei
sterk siltig
grijs
kalkrijk
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
spoor roestvlekken; spoor mangaanconcreties
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk; weinig schelpmateriaal
spoor roestvlekken
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
3cm- Guts
basis geleidelijk
nr.
grens (cm - mv) grond boven
bijmenging
kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
boortype
overig
onder
200
210 klei
matig siltig
bruin-grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
210
260 veen
zwak kleiig
grijs-bruin
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
260
285 klei
matig siltig; zwak humeus
bruin-grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
285
300 klei
zwak siltig; sterk humeus
zwart
kalkloos
3cm- Guts
0
30 klei
matig zandig; matig donker-bruin-grijs humeus
kalkrijk
30
100 klei
sterk siltig
licht-grijs-bruin
kalkrijk
spoor roestvlekken; spoor mangaanconcreties
7cm- Edelmanboring
100
120 klei
sterk siltig
licht-bruin-grijs
kalkrijk
spoor roestvlekken; spoor mangaanconcreties
3cm- Guts
120
160 klei
sterk siltig
grijs
kalkrijk
3cm- Guts
basis scherp; slap
160
205 veen
mineraalarm
bruin
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
205
215 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
215
250 klei
zwak siltig; sterk humeus
zwart
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
250
265 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
265
300 klei
zwak zandig
grijs
kalkloos
3cm- Guts
zandlagen
10 spoor baksteen; weinig 7cm- Edelmanboring houtskoolbrokke n
basis scherp
basis geleidelijk; spoor schelpmateriaal; stevig
grondwaterstand tijdens boring: 100 (cm - mv)
11 0
60 klei
matig zandig; zwak donker-bruin-grijs humeus
kalkrijk
60
80 klei
zwak zandig
licht-bruin-grijs
kalkrijk
80
120 klei
uiterst siltig
licht-bruin-grijs
120
150 klei
matig siltig
blauw-grijs
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk; droog
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk; spoor schelpmateriaal
kalkrijk
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
spoor roestvlekken
nr.
grens (cm - mv) grond boven
bijmenging
kleur
kalk
nieuwvormingen
antropogene bijmengingen
boortype
overig
onder
150
190 veen
zwak kleiig
donker-grijs-bruin
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
190
220 klei
matig siltig; matig humeus
donker-grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
220
260 klei
sterk siltig
grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
260
300 klei
sterk zandig
grijs
kalkrijk
3cm- Guts grondwaterstand tijdens boring: 100 (cm - mv)
12 0
50 klei
zwak zandig; zwak humeus
donker-bruin-grijs
kalkloos
spoor mangaanconcreties
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk; zeer droog, verpulverd
50
80 klei
uiterst siltig
licht-grijs-bruin
kalkrijk
spoor roestvlekken; spoor mangaanconcreties
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk
80
120 klei
uiterst siltig
licht-bruin-grijs
kalkrijk
spoor roestvlekken; spoor mangaanconcreties
7cm- Edelmanboring
basis geleidelijk; spoor schelpmateriaal
120
130 klei
uiterst siltig
grijs
kalkrijk
3cm- Guts
basis geleidelijk
130
150 klei
matig siltig
grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis scherp
150
180 veen
zwak kleiig
donker-grijs-bruin
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
180
240 klei
matig siltig; matig humeus
donker-grijs
kalkloos
3cm- Guts
basis geleidelijk
240
260 klei
uiterst siltig
grijs
kalkrijk
3cm- Guts
basis geleidelijk
260
280 klei
zwak zandig
grijs
kalkrijk
3cm- Guts
280
geen 300 monster
3cm- Guts
zand gevoeld grondwaterstand tijdens boring: 80 (cm - mv)