RV2021-053 Bijlage 3 Jaarstukken 2020 GR Avri met controleverklaring w.g..pdf
Tekst van het document
Ook is een traject geweest met een vroegtijdige schoolverlater, om zolang hij nog leerplichtig was hem een werk activeringsplaats te bieden.
Pagina 43 van 73
SW-en participatiemedewerkers in 2020 SW'ers
P-wetters
Neder-Betuwe
14
5
West-Betuwe
14
4
Buren
17
4
Tiel
10
3
Totaal
55
16
Tabel 25: aantal Ibor-medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt
11.3
Beleidsindicatoren
Sinds 2017 moeten gemeenten en Gr’en in hun begrotingen en jaarverslagen zogenaamde beleidsindicatoren opnemen. Deze cijfers geven inzicht in formatie, bezetting, externe inhuur, overhead en ziekteverzuim en dragen bij aan het vergroten van de vergelijkbaarheid tussen gemeenten. Formatie en bezetting
31-12-2020
Formatie
226,00
- man
184,00
- vrouw
42,00
Bezetting
212,00
Externe inhuur % t.o.v. salariskosten
25,72%
Overhead %
13,14%
Ziekteverzuim %
7,57%
Tabel 26: Beleidsindicatoren
Pagina 44 van 73
12
VERBONDEN PARTIJEN
12.1 Inleiding Verbonden partijen zijn rechtspersonen waar GR Avri een bestuurlijke en een financiële band mee heeft. Dit zijn onder andere vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van Avri), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen, dan wel andere gemeenschappelijke regelingen. Met de bestuurlijke band wordt bedoeld dat Avri één of meer zetels heeft binnen de betreffende partij, of stemrecht heeft. Van een financiële band is sprake als middelen ter beschikking zijn gesteld aan deze partij. 12.2
Verbonden partijen Avri
Avri Realisatie B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri Taak / doelstelling
Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij
Deelneming Geldermalsen Zie taak / doelstelling Aandeelhouder Avri beschikt over 100% van de aandelen met een nominale waarde van € 74.874. Avri Realisatie BV is in 1999 opgericht (destijds Avri Ontwikkeling B.V.). Het doel van deze B.V. is om de middelen van Avri maatschappelijk nuttig aan te wenden. Maatschappelijk nuttig betekent onder meer dat overcapaciteit aan aanwezige middelen en ruimte wordt verhuurd aan derden die afval recyclen en duurzame energie produceren en dat de opbrengsten ten goede kunnen komen van de afvalstoffenheffing. Geen.
Programma Basispakket Niet van toepassing Avri Realisatie B.V. heeft geen personeelsleden in dienst. De personele invulling voor de activiteiten wordt ingevuld en verrekend vanuit GR Avri. 31 december 2018 31 december 2019 Eigen vermogen € 2.348.000 € 2.177.000 Vreemd vermogen € 9.827.000 € 8.978.000 Exploitatieresultaat € 325.000 € 179.000
Risico's Het financiële risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal (€ 75.000). Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven, volgend uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid van Avri als enig aandeelhouder van deze B.V. Toelichting Begin 2016 heeft Regio Rivierenland alle aandelen Avri Realisatie B.V. overgedragen aan GR Avri. In 2020 heeft Avri Realisatie B.V. geen dividend uitgekeerd aan GR Avri. In maart 2021 heeft de bestuurder gemeld dat hij ruimte ziet voor een interim dividend-uitkering van circa €250.000 aan GR Avri op basis van de voorlopige prognose over 2020. Dit heeft als doel de gemeenteraden tijdig te informeren. Besluitvorming is voorbehouden aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders in 2021. Eventuele uitkering vindt mogelijk in 2021 plaats en heeft geen effect op de financiële positie van GR Avri in voorliggende jaarrekening 2020.
Pagina 45 van 73
Avri Solar B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri Taak / doelstelling Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij
Deelneming Geldermalsen Zie taak / doelstelling Aandeelhouder. Avri Realisatie B.V. is de oprichtster van Avri Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V. Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en mogelijk de exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Geen.
Programma Basispakket Niet van toepassing Avri Solar B.V. heeft geen personeelsleden in dienst.
Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat
31 december 2018 € 274.000 € 10.197.000 € 404.000
31 december 2019 € 436.000 € 7.398.000 € 162.000
Risico's Het risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal van Avri Realisatie B.V. Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven volgend uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Toelichting Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Dit zonnepark is begin 2018 gerealiseerd en sindsdien in gebruik. Avri Realisatie B.V. is de oprichtster van de Solar B.V. en enige aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Realisatie B.V. fungeert tevens als bestuur en AvA voor Avri Solar B.V.. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) Soort verbintenis Gemeenschappelijke regeling Gevestigd Tiel Openbaar belang Deze gemeenschappelijke regeling verzorgt de heffing en invordering van waterschap belastingen, afvalstoffenheffing en gemeentelijke belastingen. Tevens verzorgt BSR de uitvoering van de Wet onroerende zaken en het beheer en de uitvoering van vastgoedinformatie. Bestuurlijk belang Deelnemer in de gemeenschappelijke regeling, vertegenwoordiging met één lid in het AB BSR. Omvang belang Avri Het totaal aantal stemmen van de deelnemers betreft 13. Avri heeft één stem in het Algemeen Bestuur.
Taak / doelstelling Voor burgers, bedrijven en instanties heeft de samenwerking als voordeel dat ze één aanslagbiljet ontvangen en één organisatie als aanspreekpunt hebben. Door schaalvergroting en samenwerking kan BSR de belastingtaak effectiever en efficiënter uitvoeren. Veranderingen in belang Geen. gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Programma Basispakket Deelnemende partijen BSR is een samenwerkingsverband op het gebied van belastingen van Waterschap Rivierenland, Avri en de gemeenten Culemborg, Maasdriel, Montfoort, West Betuwe, Tiel, West Maas en Waal, Wijk bij Duurstede en IJsselstein. Financiën Financiële consequenties De financiële bijdrage van Avri in de BSR begroting 2020 bedraagt € 457.000. begrotingsjaar 31 december 2018 31 december 2019
Pagina 46 van 73
Vermogen en resultaat verbonden partij
Bestemmingsreserves Voorzieningen Overige passiva Exploitatieresultaat
€ 283.000 702.000 € 12.255.000 € 255.000
€ 172.000 € 641.000 € 6.595.000 - € 122.000
Risico's Niet van toepassing Toelichting Sinds 2008 worden de aanslagen afvalstoffenheffing voor Avri opgelegd en geïnd door de BSR. In 2020 zorgden wettelijke ontwikkelingen voor kostenstijgingen binnen de bedrijfsvoering. De stijging is met name het gevolg van stijgende personeelskosten door CAO-indexeringen, functiewaardering en uitbreiding van de formatie in de bedrijfsvoering van BSR. Daarnaast stijgen de onderhouds- en licentiekosten van de software vanwege wettelijke ontwikkelingen (o.a. landelijke voorziening WOZ, BAG) en prijsindexeringen en wordt er geïnvesteerd in standaardisatie.
Pagina 47 van 73
JAARREKENING
Pagina 48 van 73
13
OVERZICHT BATEN EN LASTEN
13.1 Inleiding In tabel 27 is het totaaloverzicht van de baten en lasten van de programma's gepresenteerd. Op aangeven van de accountant is de presentatie van de overhead in tabel 27 aangepast ten opzichte van de jaarrekening 2019. De baten van de overhead zijn nu gepresenteerd per programma. BATEN EN LASTEN AVRI 2020 b edragen x € 1.000 Lasten Programma Basispakket
begroting 2020
berap 2020
jaarrek 2020
verschil voordeel/ jaarrek-berap nadeel
jaarrek 2019
29.269
29.319
30.132
813 N
25.967
waarvan directe kosten Basispakket
25.514
25.557
26.248
691
22.409
waarvan overhead Basispakket
3.755
3.755
3.882
127
3.538
waarvan vennootschapsbelasting Basispakket
0
7
2
-5
12.553
13.557
13.191
-366 V
13.941
waarvan directe kosten Pluspakket
10.654
11.654
11.418
-236
11.930
waarvan overhead Pluspakket
1.899
1.899
1.769
-130
2.012
waarvan vennootschapsbelasting Pluspakket
0
4
4
0
2.036
2.085
2.070
-15 V
2.049
waarvan directe kosten Bedrijfsafval
1.761
1.814
1.769
-45
1.759
waarvan overhead Bedrijfsafval
261
261
261
0
265
waarvan vennootschapsbelasting Bedrijfsafval
14
10
40
30
Programma Algemene Baten en Lasten Totaal lasten programma's
162 44.020
528 45.489
371 45.764
-157 V 275 N
913 42.870
Baten Programma Basispakket Programma Pluspakket Programma Bedrijfsafval Totaal baten programma's
29.155 12.563 2.091 43.809
29.075 13.572 2.126 44.773
28.482 13.204 2.261 43.947
-593 N -368 N 135 V -826 N
25.838 13.626 2.155 41.619
-211
-716
-1.817
-1.101 N
-1.251
0
130
1.220
1.090 V
0
Resultaat voor bestemming
-211
-586
-597
-11 V
-1.251
Programma Basispakket Onttrekking uit reserves Storting naar reserves
114 0
114 0
430 0
316 N 0 -
129 0
Programma Pluspakket Onttrekking uit reserves Storting naar reserves
0 10
0 15
6 19
6 N 4 V
370 0
Programma Bedrijfsafval Onttrekking uit reserves Storting naar reserves
0 55
0 41
0 191
0 150 V
0 106
Programma Algemene Baten en Lasten Onttrekking uit reserves Storting naar reserves
162 0
528 0
371 0
-157 V 0 -
913 0
0
0
0
0
55
Programma Pluspakket
Programma Bedrijfsafval
Saldo baten en lasten Gemeentelijke bijdrage (o.b.v. bijdrageverordening)
Resultaat na bestemming
20
-1
25
Tabel 27: Totaaloverzicht baten en lasten
De afwijkingen op reservemutaties zijn onderstaand per programma uiteengezet. • Programma Basispakket: er is € 316.000 meer onttrokken uit de reserves. Dit heeft te maken met een extra dekking uit de reserve bedrijfsafval. Dit is toegelicht bij het programma Basispakket • Programma Pluspakket: er is € 2.000 meer uit de reserves onttrokken a.g.v. het resultaat op enkele kleine contracten.
Pagina 49 van 73
• •
Programma Bedrijfsafval: het saldo van baten en lasten komt uit op € 191.000. Dit wijkt € 150.000 af van de bestuursrapportage 2020. Dit is toegelicht bij het programma bedrijfsafval. Programma Algemene baten en lasten: het saldo van baten en lasten komt uit op een nadeel van € 117.000 Het saldo wordt uit de algemene bedrijfsreserve onttrokken. Dit is een afwijking van € 249.000 t.o.v. de bestuursrapportage 2020.
De analyse van afwijkingen tussen de begroting na wijziging en het overzicht van baten en lasten is opgenomen in de programmaverantwoording van het jaarverslag. In bijlage 3 zijn de baten en lasten per taakveld gepresenteerd. 13.2 Incidentele baten en lasten In lijn met de BBV notitie 'incidentele en structurele baten en lasten' worden in de jaarrekening de grootste incidentele baten en lasten per programma uitgewerkt. De inzet van reserves en voorzieningen (incidentele middelen) zijn uitgewerkt in de toelichting op de balans. Incidentele baten en lasten b edragen x € 1.000
Baten
Lasten
Programma basispakket
3.916
2.336
Programma pluspakket
479
493
Programma bedrijfsafval
0
191
359
80
Programma algemene baten en lasten Totaal
4.754 3.100 Tabel 28: Incidentele baten en lasten
Programma Basispakket • De voorziening stortplaats is in 2019 voorzien als een vordering op de provincie. Naar aanleiding van de bijstelling van de rekenrente is deze vordering vrij gevallen en is er in 2020 een incidentele last van € 664.000 • De jaarafrekening met Nedvang van 2017 en 2018 is in de cijfers verwerkt en levert een incidenteel nadeel op van € 800.000 • De kosten in totaal a.g.v. de coronapandemie in dit programma zijn berekend op € 442.000. Deze post is doorbelast aan de deelnemende gemeenten en vormt daardoor ook een incidentele bate van hetzelfde bedrag. • Er is een bedrag van € 430.000 onttrokken uit de reserve bedrijfsafval. Dit bedrag is gedoteerd aan de voorziening Basispakket. • Er heeft een onttrekking plaatsgevonden uit de voorziening Basispakket van € 1.824.000. De voorziening is hiermee leeg. • Er is een vordering op de deelnemende gemeenten opgelegd van € 1.220.000. Dit is ter dekking van het tekort op het programma Basispakket. Programma Pluspakket • De incidentele baten en lasten bestaan uit de (in opdracht van de IBOR-gemeenten) uitgevoerde meerwerkopdrachten (zowel baten als lasten € 473.000). • Er zijn kosten gemaakt voor de ontvlechting van de voormalige gemeente Neerijnen (frictiekosten) van € 6.000. Vanuit de reserve “Frictiekosten Neerijnen” is dit bedrag onttrokken.
• De diverse resultaten in het pluspakket bedragen, na aftrek vennootschapsbelasting, per saldo € 19.000 positief, dit is toegevoegd aan de reserve pluspakket. Programma Bedrijfsafval • Het resultaat van het programma Bedrijfsafval is toegevoegd aan de reserve bedrijfsafval. Dit is een bedrag van € 191.000. Programma Algemene baten en lasten • Het resultaat van het programma Algemene baten en lasten is onttrokken uit de algemene bedrijfsreserve. Dit is een bedrag van € 371.000. • De kosten in totaal a.g.v. de coronapandemie in dit programma zijn berekend op € 80.000. Deze post is doorbelast aan de deelnemende gemeenten en vormt daardoor ook een incidentele bate van hetzelfde bedrag.
Pagina 50 van 73
13.3
Wet normering topinkomens
De Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) schrijft voor dat voor topfunctionarissen in de zin van de WNT de bezoldigingsgegevens openbaar worden gemaakt in de jaarrekening. In tabel 29 zijn de bestuurders van Avri benoemd. Wet Normering Topinkomens (WNT) Gemeente
Naam
J. Reus Culemborg P. Neven Buren S.H.R. van Someren Neder-Betuwe G. van Bezooyen West Betuwe A. IJff West Betuwe F. Groen Tiel W. Posthouwer Zaltbommel West Maas en Waal T. de Vree West Maas en Waal E. Peters E.H.C. van Hoften Maasdriel
Functie AB-lid (Voorz.) + DB lid (Voorz.)
Periode januari 2020 t/m december 2020
Bezoldiging Onbezoldigd
AB-lid
januari 2020 t/m december 2020
Onbezoldigd
AB-lid + DB lid
januari 2020 t/m december 2020
Onbezoldigd
AB-lid
januari 2020 t/m september 2020
Onbezoldigd
AB-lid
september 2020 t/m december 2020
Onbezoldigd
AB-lid
januari 2020 t/m december 2020
Onbezoldigd
AB-lid + DB lid
januari 2020 t/m december 2020
Onbezoldigd
AB-lid
januari 2020 t/m november 2020
Onbezoldigd
AB-lid
november 2020 t/m december 2020
Onbezoldigd
AB-lid
januari 2020 t/m december 2020
Onbezoldigd
Tabel 29: Bestuurders Avri 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling Gegevens 2020 bedragen x € 1 Naam: Functiegegevens: Aanvang en einde functievervulling in 2020:
W. Brouwer Directeur a.i. / Kwartiermaker a.i. [01-10] - [31-12]
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte):
1,0
Dienstbetrekking?
Nee
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoeding Beloningen betaalbaar op termijn
€ 50.525 €0
Sub totaal
€ 50.525
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€ 50.525
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
€0
Bezoldiging
€ 50.525
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
€ 0, n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Tabel 30: WNT: functionarissen met dienstbetrekking en zonder dienstbetrekking vanaf 13e maand functievervulling
Pagina 51 van 73
1b. Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in de periode kalendermaand 1 t/m 12 Gegevens 2020 bedragen x € 1
W. Brouwer
Functiegegevens:
Directeur (ad-interim)
Kalenderjaar:
2020
2019
Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang - einde)
[01-01] - [30-09]
[01-10] - [31-12]
Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar
[9]
[3]
Omvang van het dienstverband in uren per kalenderjaar
N.v.t.
N.v.t.
€ 193
€ 187
€ 202.200
€ 77.700
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum Maximum uurtarief in het kalenderjaar Maxima op basis van de normbedragen per maand Individueel toepasselijke maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12
€ 279.900
Bezoldiging (alle bedragen exclusief BTW) Werkelijk uurtarief lager dan het maximum uurtarief?
ja
Bezoldiging in de betreffende periode
€ 58.700
€ 164.365 € 223.065
Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12
N.v.t.
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
€ 223.065
Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Tabel 31: WNT: functionarissen zonder dienstbetrekking
In bovenstaande tabellen is de bezoldiging over 2020 verdeeld in een tweetal perioden, gelet op de WNT voorschriften. De totale bezoldiging in 2020 bedraagt € 214.890 en bestaat uit de opdracht als interim directeur en een aanvullende, tijdelijke opdracht als kwartiermaker voor een nieuw te vormen afdeling binnen Avri.
Pagina 52 van 73
14
BALANS PER 31 DECEMBER 2020 EN TOELICHTING
Onderstaand is de balans per 31 december 2020 uitgewerkt. De ontwikkeling van activa en passiva is afgezet tegen de balans per 31 december 2019. De saldi ontwikkeling tussen begin- en eindbalans 2020 worden in de navolgende paragrafen toegelicht. Balans GR Avri
-2
b edragen x € 1.000
31-12-20
31-12-19
32.441
34.615
75
75
65
67
Vorderingen op openbare lichamen
2.649
3.575
Overige vorderingen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
8.226
5.346
0
117
2
278
Overlopende activa
2.234
3.359
Totaal activa
45.692
47.432
0
0
Vaste activa Materiele vaste activa Investeringen met een economisch nut Financiële vaste activa Kapitaalvertrekkingen aan deelnemingen Vlottende activa Voorraden Voorraad strooizout Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
Liquide middelen Bank Overlopende activa
Compensabele verliezen:
Vaste passiva Eigen vermogen Algemene Bedrijfsreserve
297
550
Reserve bedrijfsafval
68
309
Reserve pluspakket
84
65
Reserve ontvlechtingskosten Neerijnen
101
171
0
55
894
2.198
33.460
31.602
Resultaat boekjaar Voorzieningen Voorzieningen Vaste schulden langer dan één jaar Leningen van binnenlandse banken Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Schulden aan openbare lichamen
2.832
4.177
Kasgeldleningen
2.000
2.000
Banksaldi Overige schulden
714
0
5.077
5.141
165
1.164
45.692
47.432
0
0
Overlopende passiva Overlopende passiva Totaal passiva Verstrekte borgstellingen
Tabel 32: Balans Avri per 31 december 2020
Pagina 53 van 73
14.1
Algemene toelichting op de balans
14.1.1 Activabeleid De Nota Activabeleid 2018 is door het Algemeen Bestuur Avri in december 2018 vastgesteld. De nota is primair bedoeld als instrument voor de kaderstellende rol van het Algemeen Bestuur. 14.1.2 Waarderingsgrondslagen Onder investeringen worden verstaan uitgaven ter verwerving van een goed of ter bereiking van een doel waaraan een nuttigheid kan worden toegekend die langer duurt dan een jaar. Investeringen worden verantwoord op de balans onder de post vaste activa. Onder de vaste activa worden conform het BBV de volgende vaste activa onderscheiden: - Materiële vaste activa; - Financiële vaste activa. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingprijs. De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Van vervaardiging is in voorgaande jaarstukken geen sprake. Materiële vaste activa Er worden twee soorten materiële vaste activa onderscheiden (BBV artikel 35), te weten: - Investeringen met een economisch nut (vergelijkbaar met het bedrijfsleven, waarbij het meerjarig economisch nut meeweegt in de activeringsgronden); - Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
Investeringen met een economisch nut zijn alle investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/of die verhandelbaar zijn. Dit betekent onder andere dat alle gebouwen een economisch nut hebben. In het BBV is opgenomen dat activa met een meerjarig economisch nut geactiveerd moeten worden. Daarnaast mag er op deze investeringen niet resultaatafhankelijk (extra) worden afgeschreven. Met andere woorden, activa met een meerjarig economisch nut moeten eenduidig worden geactiveerd en vervolgens dient er op consistente wijze te worden afgeschreven. Alle materiële vaste activa worden geactiveerd. In voorliggende jaarrekening zijn alleen investeringen met een economisch nut van toepassing en geactiveerd. Indien van toepassing worden duurzame waardeverminderingen, overeenkomstig art. 65 BBV, in mindering gebracht op de waarde van de materiële vaste activa. Afschrijvingstermijnen De afschrijvingen vinden voor iedere categorie activa enkel lineair plaats op basis van de volgende afschrijvingstermijnen: Gronden geen afschrijvingen Bedrijfsgebouwen tussen de 15 en 25 jaar Vervoermiddelen tussen de 5 en 12 jaar Machines, apparaten, installaties tussen de 5 en 25 jaar Overige materiële vaste activa tussen de 3 en 15 jaar Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingprijs.
Vlottende activa Onder vlottende activa zijn opgenomen: - Vorderingen; - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan één jaar; - Overlopende activa; - Liquide middelen. Vorderingen en overlopende activa De vorderingen en overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. In de gevallen waarin de invordering niet mogelijk blijkt te zijn, wordt tot afboeking wegens oninbaarheid overgegaan. De voorziening dubieuze debiteuren is ter dekking van het risico dat openstaande vorderingen op de balansdatum oninbaar blijken te zijn. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.
Pagina 54 van 73
Voorraden De voorraden worden gewaardeerd tegen de marktwaarde, wanneer deze lager is dan de verkrijgingsprijs. Passiva De voorzieningen, de vaste schulden, de vlottende schulden en de overlopende passiva zijn eveneens opgenomen tegen nominale waarde. 14.2
Toelichting op de balansposten - Vaste activa
Investeringen met een economisch nut In onderstaande tabel is het waarde verloop over 2020 van de materiële vaste activa uiteengezet. Materiële vaste activa b edragen x € 1.000 Boekwaarde 31-12-2019 + Investeringen - Desinvesteringen - Afschrijvingen Boekwaarde 31-12-2020
Gronden en terreinen 1.400
Gebouwen 9.113
Vervoers- Machines en middelen installaties Overige MVA 7.073 449 16.580
0
-183
893
337
1.054
0
-579
-1.222
-108
-2.366
2.102 0 -4.276
1.400
8.351
6.744
678
15.268
32.441
Totaal 34.615
Tabel 33: waarde verloop materiële vaste activa
De investeringen betreffen voornamelijk investeringen in ondergrondse brengvoorzieningen, vervanging minicontainers en materieel t.b.v. de IBOR-activiteiten. Er hebben geen desinvesteringen plaatsgevonden in 2020. De afschrijvingen volgen uit het beleidskader Nota Activabeleid. Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen Kapitaalverstrekking aan deelnemingen b edragen x € 1.000 Avri Realisatie BV Totaal
31-12-2020
31-12-2019
75
75
75 75 Tabel 34: kapitaalverstrekkingen deelnemingen
Avri Realisatie B.V. De deelneming Avri Realisatie B.V. betreft een 100% kapitaalbelang en is gewaardeerd voor € 74.874. De vennootschap is in 1999 opgericht met als doel om nieuwe - veelal commerciële - activiteiten te ontwikkelen op Grondstoffenpark Rivierenland en hiermee vermogensopbouw te genereren. Dit buiten de eigen risicosfeer van Avri. Het eigen vermogen van Avri Realisatie B.V. bedroeg op 1 januari 2020 € 2.177.000. Avri Realisatie B.V. heeft een kapitaalbelang van 100% in Avri Solar B.V., een dochtervennootschap die in 2014 is opgericht ten behoeve van de realisatie en exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. In de paragraaf Verbonden partijen (hoofdstuk 12) zijn kengetallen en eventuele risico's uitgewerkt.
Pagina 55 van 73
14.3
Toelichting op de balansposten - Vlottende activa
Vorderingen op openbare lichamen Vordering op openbare lichamen b edragen x € 1.000
31-12-2020 31-12-2019
BSR
392
276
Belastingdienst
92
100
2.165
2.535
0
664
2.649
3.575
Vorderingen gemeenten Provincie Gelderland Totaal
Tabel 35: vorderingen openbare lichamen
BSR betaalt 0,5% van de van inwoners ontvangen afvalstoffenheffing uit, nadat de belastinginning over een heffingsjaar volledig door hen is afgewikkeld. De heffingsjaren 2017, 2018, 2019 en 2020 zijn op 31 december 2020 nog niet afgewikkeld. Daarom betaalt BSR het bedrag nog niet aan Avri, maar wordt het achtergehouden om voldoende liquide te zijn. Avri heeft daardoor een vordering op BSR. De vordering op de Belastingdienst per 31-12-2020 bestaat uit een vordering ten aanzien van de VPB, aangezien de voorlopige aanslagen hoger zijn dan de te betalen VPB op basis van de jaarresultaten. De vordering op de gemeenten bestaat hoofdzakelijk uit de gemeentelijke bijdrage ter dekking van het exploitatietekort van het programma Basispakket (inclusief bijdrage in coronakosten). Ten opzichte van 2019 zijn de afrekeningen met de IBORgemeenten lager: in 2019 waren de voorschotten te laag, zodat bedragen te vorderen waren. In 2020 zijn de voorschotten hoger dan de gerealiseerde kosten, zodat per saldo een terugbetaling aan de IBOR-gemeenten resteert. Op basis van de besluitvorming in 2020 door provincie Gelderland over de renteverlaging van de stortplaats (en hieruit volgend bestuursakkoord) is ultimo 2020 geen sprake meer van een verwacht overschot op het benodigde doelvermogen bij overdracht.
Het afwaarderen van de vordering op de provincie leidt tot een nadeel in de exploitatie van begrotingsjaar 2020. Overige vorderingen Overige vorderingen b edragen x € 1.000
31-12-2020 31-12-2019
Vorderingen op derden Debi teuren
3.031
453
Debi teuren a fva l s toffenheffi ng
4.489
5.049
137
132
1.220
191
Afva l s toffenheffi ng
-509
-402
Bedri jfs a fva l
-141
-76
Totaal
8.226
5.347
Voorui tbeta a l de bedra gen en overi ge vorderi ngen Nog te ontva ngen van credi teuren Voorziening dubieuze debiteuren
Tabel 36: overige vorderingen De post 'Debiteuren afvalstoffenheffing' bestaat voor het grootste deel uit de geraamde opbrengst van containerledigingen en aanbiedingen restafval in 2020. Inwoners betalen na afloop van het heffingsjaar het variabele deel van de afvalstoffenheffing op basis van de registraties. De stijging van de Voorziening dubieuze debiteuren afvalstoffenheffing is gebaseerd op de ervaringscijfers en openstaande saldi over oude heffingsjaren. De cijfers zijn gebaseerd op de (concept) financiële verantwoording van BSR.
Pagina 56 van 73
De post 'Vooruitbetaalde bedragen en overige vorderingen' bestaat hoofdzakelijk uit een betaalde bankgarantie van € 128.000. Avri transporteert ingezameld kunststof verpakkingsafval naar een sorteerfabriek in Duitsland. Een algemene voorwaarde voor het verlenen van een exportvergunning is een financiële zekerheidsstelling in de vorm van een depotbedrag ten behoeve van de Nederlandse overheid. In geval van in gebreke blijven door Avri, de vervoerder, de sorteerfabriek of anderszins, worden eventuele onvoorziene kosten door de overheid met dit bedrag gedekt. Onder deze post is ook opgenomen de vordering op onze verwerkers, ten aanzien van afgevoerde grondstoffen.
Voorraad strooizout Voorraad b edragen x € 1.000
31-12-2020 31-12-2019
Strooizout
65
67
Totaal
65
67
Tabel 37: Voorraad strooizout Op 31-12-2020 was 1.320 ton strooizout in voorraad; deze is gewaardeerd tegen de huidige marktwaarde van € 51 per ton. Het strooizout wordt gebruikt voor de uitvoering van de gladheidbestrijding voor de IBOR-gemeenten. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar b edragen x € 1.000
31-12-2020 31-12-2019
Ui tzetti ngen i n 's Ri jks s cha tki s t met een rentetypi s che l oopti jd korter dan één jaa r
0
117
Totaal
0
117
Tabel 38: Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan één jaar Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan één jaar Ultimo 2020 heeft Avri geen bedrag uitstaan bij de schatkist. Dagelijks wordt van het banksaldo bij de Bank Nederlandse Gemeenten het surplus boven € 275.000 afgeroomd en afgestort naar 's Rijks schatkist. In het begrotingsjaar 2020 hebben we maximaal € 275.000 buiten de schatkist gehouden op de rekening courant. Dat is binnen de wettelijke kaders van het toegestane drempelbedrag (0,75% van de begroting, met een ondergrens van € 250.000). Overlopende activa Overlopende activa b edragen x € 1.000 Overlopende activa Totaal
31-12-2020 31-12-2019 2.234
3.359
2.234
3.359
Tabel 39: Overlopende activa In dit bedrag is de vordering op het Afvalfonds Verpakkingen (€ 2,0 mln.) opgenomen. Het Afvalfonds Verpakkingen int de Afvalbeheersbijdrage bij deelnemende bedrijven en verstrekt vergoedingen aan gemeenten voor het (gescheiden) inzamelen van huishoudelijk verpakkingsafval. Verder zijn er nog voor € 0,2 mln. aan te vorderen bedragen voor verwerkingsopbrengsten en een te vorderen bedrag van de verzekering opgenomen.
Pagina 57 van 73
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1.000) Verslagjaar (1)
Drempelbedrag
330 Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
22
73
172
165
(3a) = (1) > (2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag
307
256
158
165
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
-
-
-
-
(2)
(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) (4b) (4c)
Begrotingstotaal verslagjaar
43.965
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
43.965 -
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een Drempelbedrag minimum van €250.000
330
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 (5a)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
(5b) (2) - (5a) / (5b)
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
2.045
6.674
15.787
15.169
Dagen in het kwartaal
91
91
92
92
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
22
73
172
165
Tabel 40: berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Decentrale overheden zijn verplicht om hun overtollige middelen in 's Rijks schatkist aan te houden. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen is er een drempelbedrag, afhankelijk van het begrotingstotaal, dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Het drempelbedrag is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal, als het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen. De drempel is nooit lager dan € 250.000. De benutting van het drempelbedrag wordt berekend als gemiddelde over alle dagen in het kwartaal. Gemiddeld mag een decentrale overheid dus maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist hebben gehouden. Uit bovenstaande tabel blijkt dat het drempelbedrag voor Avri is berekend op € 330.000. Uit bovenstaande tabel blijkt tevens dat in geen enkel kwartaal het drempelbedrag wordt overschreden. Liquide middelen Liquide middelen b edragen x € 1.000
31-12-2020 31-12-2019
Bank Nederl ands e Gemeenten
0
275
Rabobank
2
3
2
278
Totaal
Tabel 41: Liquide middelen Het saldo bij de Rabobank betreft het banksaldo dat wordt aangehouden om pin transacties te kunnen doen tijdens de uitvoering van de dagelijkse werkzaamheden.
Pagina 58 van 73
14.4
Toelichting op de balansposten - vaste passiva
Reserves Reserves b edragen x € 1.000
31-12-2019 Toevoegingen
Onttrekkingen
31-12-2020
Algemene bedrijfsreserve
550
0
-253
297
Reserve pluspakket
65
19
0
84
Reserve bedrijfsafval
309
189
-430
68
Reserve ontvlechtingskosten Neerijnen
171
55
-124
101
1.095
263
-807
550
Totaal
Tabel 42: Reservemutaties Naam reserve
Algemene Bedrijfsreserve Avri
Type reserve Doel reserve en beleid
Algemene reserve Weerstand bieden tegen algemene bedrijfsvoeringrisico's (bufferfunctie). Dit betreffen de niet voorziene kosten in het taakveld 0.4 Overhead (van toepassing vanaf begrotingsjaar 2018). Mee- en tegenvallers in dit taakveld worden niet verrekend met de exploitatie (programma's) maar opgevangen binnen deze reserve (egalisatiefunctie). n.v.t.
Toelichting toevoegingen Toelichting onttrekkingen
Op basis van de begroting 2020 is een bedrag van € 107.000 onttrokken t.g.v. het programma Algemene baten en lasten en is er € 29.000 aan MBOopleidingskosten gedekt. Daarnaast is het resterende tekort van het programma Algemene Baten en Lasten 2020 (€ 117.000) ten laste van de reserve gebracht.
Naam reserve
Reserve pluspakket
Type reserve Doel reserve en beleid
Bestemmingsreserve Weerstand bieden tegen operationele risico's van het programma pluspakket (bufferfunctie). In 2020 is € 19.000 toegevoegd aan de reserve; dit zijn de resultaten uit de activiteiten voor inzamelen van Extra GFT en verwerking afvalstromen (Programma Pluspakket)
Toelichting toevoegingen
Toelichting onttrekkingen
n.v.t.
Naam reserve
Reserve bedrijfsafval
Type reserve Doel reserve en beleid
Bestemmingsreserve Weerstand bieden tegen operationele risico's van het programma bedrijfsafval (bufferfunctie).
Toelichting toevoegingen
Het positieve exploitatieresultaat van €189.000 2020 uit de bedrijfsafval activiteiten wordt toegevoegd aan deze reserve. Dit resultaat wordt nader toegelicht in het programma Bedrijfsafval.
Toelichting onttrekkingen
Er is € 113.000 onttrokken op begrotingsbasis ten gunste van het programma Basispakket. Conform het voorstel bij de vaststelling van de bestuursrapportage is additioneel een extra bijdrage gedaan aan het programma Basispakket van € 317.000.
Pagina 59 van 73
Naam reserve
Reserve Ontvlechtingskosten Neerijnen
Type reserve Doel reserve en beleid
Toelichting toevoegingen
Bestemmingsreserve Dekken van frictiekosten a.g.v. de ontvlechting van de IBOR taken volgend uit de ontvlechtingsovereenkomst met de voormalige Gemeente Neerijnen (West Betuwe). Het resultaat uit 2019 van € 55.000 is toegevoegd aan de reserve.
Toelichting onttrekkingen
Er is op begrotingsbasis € 124.000 onttrokken uit de reserve.
Voorzieningen Voorzieningen b edragen x € 1.000
31-12-2019
Toevoegingen
Onttrekkingen
1.384
440
-1.824
0
Voorziening onderhoud gebouw
504
155
-24
635
Voorziening stortplaats
310
40
-92
258
2.198
635
-1.940
894
Voorziening Basispakket
Totaal
31-12-2020
Tabel 43: Voorzieningen Toelichting voorziening Basispakket Naam voorziening Voorziening Basispakket Type voorziening Doel voorziening en beleid
Toelichting toevoegingen
Toelichting onttrekkingen
Voorziening van derden verkregen middelen 1.) Weerstand bieden tegen de risico's die samenhangen met de uitvoering van het programma basispakket (bufferfunctie). 2.) Schommelingen in het tarief afvalstoffenheffing voorkomen door lasten en baten van het programma Basispakket zowel op begrotingsbasis als op realisatiebasis te egaliseren (tarief egalisatie). Er is in totaal € 440.000 toegevoegd aan deze voorziening. Deze bestaat uit 3 onderdelen. Er is € 317.000 bij bestuursbesluit overgeheveld van de reserve bedrijfsafval naar deze voorziening. Daarnaast is er op begrotingsbasis € 113.000 toegevoegd ter aanvulling van de weerstandscapaciteit. Vanuit het basispakket is er een winstopslag van € 10.000 toegevoegd. De winstopslag wordt toegevoegd om de overheveling van de BTW component in de afvalstoffenheffing aan de regiogemeenten mogelijk te maken. Het maximale saldo van € 1.824.000 is onttrokken ter dekking van het tekort het programma Basispakket. Hiermee is deze voorziening ultimo 2020 nihil
Toelichting voorziening onderhoud gebouwen Naam voorziening Voorziening onderhoud gebouwen Type voorziening Doel voorziening en beleid
Toelichting toevoegingen Toelichting onttrekkingen
Pagina 60 van 73
Kostenegalisatie voorziening Egalisatie van kosten die voortvloeien uit het meerjarig onderhoudsplan gebouwen. De kosten voor klein en dagelijks onderhoud worden in de exploitatie geraamd. De voorziening is gebaseerd op de in 2013 opgestelde Meerjaren onderhoudsplanning 2014-2033. Dit onderhoudsplan betreft de Avri gebouwen in Geldermalsen en de milieustraten in Culemborg, Geldermalsen, Tiel en Zaltbommel. In 2020 is een nieuw MJOP vastgesteld waardoor de dotatie vanaf 2021 zal wijzigen. De toevoeging aan de voorziening betreft de jaarlijkse dotatie van € 155.000 op basis van de meerjarige ramingen van onderhoudskosten uit het onderhoudsplan. In 2020 een bedrag van € 24.000 voor groot onderhoud ten laste van de voorziening gebracht.
Toelichting voorziening stortplaats Naam voorziening Voorziening stortplaats Type voorziening Doel voorziening en beleid
Toelichting toevoegingen
Toelichting onttrekkingen
Kostenegalisatie voorziening De voorziening is gevormd voor de verwachte kosten die aan het einde van de levensfase van de stortplaats moeten worden gemaakt voor de eindafwerking en eeuwigdurende nazorg door de Provincie Gelderland. Er is € 40.000 toegevoegd voor de dekking van voor het deel van de toekomstige verplichting dat niet kan worden gedekt door het bij de provincie opgebouwde vermogen t.b.v. de opbouw van het doelvermogen bij overdracht. Er is op begrotingsbasis een bedrag van € 63.000 onttrokken aan deze voorziening. Tevens is € 29.000 onttrokken voor de uitvoering van het onderhoud aan de stortplaats.
In Nederland is het verplicht een stortplaats die niet meer in exploitatie is – en voorzien is van de definitieve eindafwerking – over te dragen aan een provinciale nazorgorganisatie, in geval van Avri de provincie Gelderland. De exploitant (Avri) betaalt voor de overdracht een geldbedrag aan het nazorgfonds voor de eeuwigdurende nazorg. Het geldbedrag (zogenaamde doelvermogen) moet voldoende zijn om de jaarlijkse kosten, periodieke vervangingen en risico’s te dekken. In 2011 heeft Avri besloten – op basis van de toen geldende uitgangspunten en beschikbare middelen – het toen berekende doelvermogen vervroegd aan de provincie te betalen, aangezien de provincie een hoog beleggingsrendement haalde en beleggen voor Avri niet was toegestaan. Het doelvermogen rendeert bij de provincie binnen het provinciale nazorgfonds (het bedrag is ‘gelabeld’ aan Avri). Het uiteindelijk benodigde doelvermogen wordt pas definitief bepaald bij sluiting en overdracht en is afhankelijk van meerdere factoren; de technische ontwikkelingen op de stortplaats, het overdrachtsmoment en de behaalde en te verwachten rendementen van de provincie. Met name de door de provincie gehanteerde inflatie en rekenrente zijn van grote invloed op het benodigde doelvermogen dat nodig is voor de eeuwigdurende nazorgperiode.
De provincie heeft een studie naar het toekomstig rendement van het nazorgfonds uitgevoerd en heeft besloten de rekenrente voor de opbouw van het doelvermogen te verlagen van 4,6% naar 3,1%. Deze verlaging leidde tot een groot nadelig effect op de jaarrekening van Avri dat direct gerelateerd is aan het wederzijdse streven om de stortplaats in 2024 aan het nazorgfonds over te dragen. Het moment van overdracht van de stortplaats van Avri is in het bestuursakkoord in december 2020 daarom voor onbepaalde tijd uitgesteld. In 2031 besluit provincie in overleg met de Avri-gemeenten over het moment van overdracht. Het uitstel biedt Avri en provincie de mogelijkheid om de komende jaren de ontwikkelingen te monitoren en af te stemmen. Tevens ontstaat hierdoor ruimte voor Avri om financiële weerstand op te bouwen om het nadelig effect van de in 2020 verlaagde rekenrente op te vangen. Hierbij dient het bestuursakkoord van december 2020 als uitgangspunt en is tevens gekeken om – binnen het wettelijke kader – de financiële gevolgen voor Avri (en daarmee de gemeenten) voor 2020 te beperken. Het benodigde doelvermogen is de netto contante waarde van de toekomstige kosten bij aanvang van de nazorg en wordt door het provinciale nazorgfonds zelf berekend met een landelijk, gevalideerd rekenmodel.
Het doelvermogen wordt door het nazorgfonds opgebouwd en is tot het moment van overdracht afhankelijk van o.a. de inleg door Avri, het beleggingsrendement van het nazorgfonds, veranderingen in rekenrente en inflatie en veranderende inzichten in het beheer van de locatie en de levensduur van bodem beschermende voorzieningen. Het nazorgfonds bepaalt enkel via een goedgekeurd nazorgplan het doelvermogen. Avri actualiseert het nazorgplan en raamt daarom zelf het doelvermogen via het concept nazorgplan. Avri doet dit bedachtzaam en wil niet ver afwijken van de provinciale standpunten. Daarmee is de kans groter om bij gunstige ontwikkelingen de stortplaats eerder – in overleg en met instemming van de provincie - over te dragen. Voor afwijkingen in de uitgangspunten dient Avri in de komende tien jaar overeenstemming met het nazorgfonds te bereiken. Avri acht dit, mede gelet op basis van landelijke ontwikkelingen op het gebied van nazorg, voor de volgende uitgangspunten haalbaar: 1. Overdracht per 1-1-2044: Het is realistisch om de stortplaats pas per 2044 over te dragen na het einde van de technische levensduur van het zonnepark. Contractueel ligt vast dat dan het huidige zonnepark van de stortplaats is verwijderd. Hierdoor is het toekomstig beheer door de provincie beter uit te voeren. 2.
Gewijzigde vervangingstermijn bovenafdichting: Provincie hanteert bij goede aanleg op dit moment standaard een levensduur van 75 jaar. De levensduur van de bovenafdichting bij Avri is bij aanleg onderzocht en is tenminste 100 jaar. We verwachten dat in de komende jaren landelijk afspraken zullen worden gemaakt om een levensduur van 100 jaar te kunnen gaan hanteren. 3. Lagere inflatie: provincie gebruikt een standaard inflatie van 2% voor de groei van de eenheidsprijzen. Avri vindt het verantwoord om een inflatie van 1,5% te hanteren omdat de inflatie en de prijsindex in de van toepassing zijnde
Pagina 61 van 73
4.
sector grond-, weg- en waterbouw de afgelopen jaren lager was en macro-economische ontwikkelingen (o.a. inflatiecijfers ECB) dit standpunt rechtvaardigen. Lager risicopercentage na overdracht: Avri vindt een verlaging van 10% naar 8% (percentage van nazorgkosten) verantwoord omdat bij overdracht in 2044 de processen in het stortlichaam stabiel zijn en daarmee de risico’s afnemen. Deze worden momenteel al als beheersbaar beschouwd.
Bepaling voorziening Avri raamt op basis van bovengenoemde uitgangspunten het doelvermogen per 1 januari 2044 op € 10.558.865. De netto contante waarde van de verplichting is per 2020 € 5.074.687 bij een rekenrente van 3,1% en een inflatie van 1,5%. Avri heeft tot 2011 geld in het nazorgfonds ingelegd. De waarde hiervan per 31 december 2020 is nog niet definitief vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Avri gaat uit van de laatste rendementsinformatie over 2020 (ambtelijke opgave vanuit het nazorgfonds) met een waarde van € 5.034.474 per 31 december 2020. Hierbij wordt opgemerkt dat het gerealiseerde rendement in 2020 op dit moment nog niet definitief is en de hierbij gehanteerde systematiek nog nader door de provincie inzichtelijk wordt gemaakt. Gelet op de vele onzekerheden op dit moment treffen we binnen Avri een voorziening van € 40.000 voor het verschil tussen de (contant gemaakte) verplichting en de waarde van het vermogen dat bij de provincie rendeert. Avri vormt - tot het moment dat in 2031 een besluit over het overdrachtsmoment wordt genomen - zelf een voorziening voor het deel van de toekomstige verplichting dat niet kan worden gedekt door het bij het nazorgfonds opgebouwde vermogen (bij genoemde rekenrente van 3,1% en inflatie van 1,5%). Er dient de bij de jaarrekening 2019 opgenomen vordering op de provincie a € 664.000 (o.b.v.
de voormalige rekenrente 4,6%) te worden afgewaardeerd (zie ook de toelichting op de balans). Tezamen met de getroffen voorziening is het effect op de exploitatie 2020 € 704.000. Vanaf begrotingsjaar 2021 ontwikkelt de verplichting en het opgebouwde vermogen bij de provincie zich naar verwachting met de rekenrente van 3,1%. Hiermee wordt naar de toekomst doorgerekend wat het doelvermogen moet zijn op het moment van overdracht. Deze ontwikkeling wordt jaarlijks gemonitord. Mede omdat achteraf het werkelijk behaalde rendement (per jaar) door de provincie aan het fonds wordt toegevoegd in plaats van de rekenkundige 3,1%. De benodigde dekking voor de toekomstige onderhoudskosten en risico’s wordt in de begroting verwerkt.
Vaste schulden langer dan één jaar In onderstaande tabel is de langlopende leningenportefeuille van Avri uiteengezet: Schulden langer dan 1 jaar Datum einde looptijd
Rente %
Stand 31-12-2019
Stand Aflossingen 31-12-2020
Geldlening BNG 40.10.12.12 (2005)
16-12-2020
3,55%
333.334
333.335
0
Geldlening BNG 40.10.85.83 (2013)
1-10-2023
2,21%
1.680.000
420.000
1.260.000
Geldlening BNG 40.10.89.41 (2014)
15-1-2024
2,00%
4.250.000
1.000.000
3.250.000
Geldlening BNG 40.110.118 (2015)
1-10-2035
1,60%
4.000.000
250.000
3.750.000
Geldlening BNG 40.110.265 (2015)
2-1-2036
1,60%
4.012.346
246.914
3.765.432
Geldlening BNG 40.110.308 (2015)
2-1-2036
1,60%
4.062.500
250.000
3.812.500
Geldlening BNG 40.110.355 (2016)
25-1-2041
1,75%
2.552.000
116.000
2.436.000
Geldlening BNG 40.110.356 (2016)
25-1-2041
2,13%
1.400.000
0
1.400.000
Geldlening BNG 40.112.541 (2019)
22-1-2044
1,55%
5.000.000
200.000
4.800.000
Geldlening BNG 40.112.895 (2019)
14-6-2044
0,82%
4.312.000
176.000
4.136.000
Geldlening BNG 40.113.547 (2020)
17-1-2045
0,69%
0
108.000
3.492.000
Geldlening BNG 40.113.548 (2020)
17-1-2045
0,69%
0
42.000
1.358.000
Totaal
31.602.180
3.142.249 33.459.932 Tabel 44: Schulden langer dan 1 jaar
De langlopende schulden zijn afgelost op basis van de met de bank overeengekomen aflossingsverplichtingen. De totale rentelast bij deze langlopende geldleningen over 2020 bedraagt € 593.456, deze rentelasten zijn verwerkt in het programma Algemene baten en lasten en naar de overige programma's doorbelast. In 2020 zijn twee nieuwe langlopende leningen afgesloten om het liquiditeitstekort als gevolg van de investeringen in 2019 aan te vullen.
Pagina 62 van 73
14.5
Toelichting op de balansposten - vlottende passiva
Schulden aan openbare lichamen Schulden aan openbare lichamen b edragen x € 1.000
31-12-2020 31-12-2019
Doorstorting heffingen
473
Terug te betalen voorschotten pluspakket
927
910
Te betalen BTW
118
1.580
Te betalen Loonheffing
888
761
Overige
426
474
Totaal
452
2.832 4.177 Tabel 45: Schulden aan openbare lichamen
De schulden aan openbare lichamen bestaan onder andere uit de doorbetaling van opbrengsten afvalstoffenheffing aan de deelnemende gemeenten. Sommige gemeenten hanteren een opslag op het basistarief afvalstoffenheffing voor de verwijdering van zwerfafval (€ 393.000) en voor de separate inzameling van incontinentiemateriaal (€ 80.000). Vanuit de bevoorschotting vanuit de gemeenten voor pluspakket activiteiten (IBOR en handhaving) is nog een bedrag terug te betalen van € 927.000. Daarnaast is in dit saldo de nog af te dragen loonheffing over december van € 888.000 verwerkt. Verder is in de BTW afrekening van het basispakket aan de gemeenten een post te betalen BTW opgenomen van € 304.000. Kasgeldlening Kasgeldlening b edragen x € 1.000
31-12-2020 31-12-2019
Kasgeldlening
2.000
2.000
Totaal
2.000
2.000
Tabel 46: Kasgeldlening
Per 31-12-2020 is er een kortlopende kasgeldlening van € 2.000.000 deze vervalt per 13-03-2021. Deze is aangetrokken om tijdelijk financieringsbehoefte in te vullen. Overige schulden Overige schulden b edragen x € 1.000
31-12-2020 31-12-2019 4.302
4.192
Schulden aan personeel
352
309
Stichting Afvalfonds
423
640
Crediteuren
Totaal
5.077 5.141 Tabel 47: Overige schulden
Het reguliere crediteurensaldo ligt op vergelijkbaar niveau als per 31-12-2019.
Pagina 63 van 73
De schulden aan personeel zijn met € 43.000 toegenomen. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van de reservering voor het bovenmatig verlof (meer dan vijf maal de overeengekomen arbeidsduur), die op basis van de notitie inzake arbeidskosten gerelateerde verplichtingen (commissie BBV) is getroffen.
Overlopende passiva Overlopende passiva b edragen x € 1.000
31-12-2020
31-12-2019
165
1.164
165
1.164
Nog te betalen bedragen Totaal
Tabel 48: Overlopende passiva
De nog te betalen bedragen bestaan nagenoeg geheel uit facturen die na 1 januari 2021 worden ontvangen, waarvan de kosten betrekking hebben op het boekjaar 2020. Hiervoor is een verplichting ten laste van het boekjaar 2020 opgenomen, aangezien de prestatie in dat jaar is verricht. Liquide middelen Liquide middelen b edragen x € 1.000
31-12-2020 31-12-2019 714
Bank Nederl ands e Gemeenten Totaal
0
714 0 Tabel 49: Liquide middelen
Avri bankiert bij de Bank Nederlandse Gemeenten en heeft in 2020 een doorlopende kredietfaciliteit van € 3,7 mln. 14.6
Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Niet uit de balans blijkende verplichtingen b edragen x € 1.000 Omschrijving Vakantiedagenverplichting
Omvang
Einde contract
412
nvt
Huur gemeentewerf Kesteren
55
onbepaald
Erfpachtcanon
211
onbepaald
Afvalverwerking
5.635
divers
Bedrijfsvoering
1.034
divers
IBOR taken
3.838
divers
Uitvoering / materieelbeheer
762
divers
Tabel 50: Niet uit de balans blijkende verplichtingen
Vakantiedagenverplichting De gerapporteerde vakantiedagenverplichting is het totaal van jaarlijkse verlofrechten en het restant van de verlofrechten uit eerdere jaren van alle medewerkers per 31-12-2020. De laatste jaren is een inventarisatie gedaan naar de omvang van het aantal (restant)verlofuren van de medewerkers van Avri. We willen het verlofsaldo in samenspraak met medewerkers zoveel mogelijk wegwerken. Dit is wel afhankelijk van de mogelijkheden. In sommige gevallen kunnen er problemen ontstaan met de bezetting, waardoor de dienstverlening van Avri mogelijk onder druk komt te staan.
Pagina 64 van 73
Op basis van de notitie van de Commissie BBV inzake arbeidskosten gerelateerde verplichtingen, dient voor een bovenmatig verlofsaldo een financiële verplichting opgenomen te worden. Het deel van het saldo dat groter is dan 5 maal de overeengekomen arbeidsduur wordt hierbij als bovenmatig verondersteld. Het bovenmatige deel ultimo 2020 (€ 168.000) is bij de overige schulden (schuld aan personeel) als financiële verplichting op de balans verwerkt (zie par. 14.5). Eind 2020 bedroeg het totaal saldo van de verlofrechten € 580.000 (incl. bovenmatig deel van € 168.000). Hieruit resteert een niet uit de balans blijkende verplichting van € 412.000. Eind 2019 was de niet uit de balans blijkende verplichting € 340.000. Overige rubrieken In de overige gepresenteerde rubrieken zijn meerjarig afgesloten contracten opgenomen, volgend uit aanbestedingen die Avri hiervoor heeft uitgevoerd. Onder de post Afvalverwerking vallen onder andere contracten met betrekking tot de verwerking van GFT (€ 2,1 mln. per jaar), restafval (€ 1,3 mln. per jaar) en het sorteren, vermarkten van verpakkingsmateriaal (€ 0,8 mln. per jaar). Het grootste contract onder Bedrijfsvoering heeft betrekking op het beheer van het (ICT) netwerk infrastructuur (€ 448.000). Onder de IBOR-taken vallen contracten met betrekking tot de inhuur van medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt (€ 0,8 mln.
per jaar) en de inhuur van flexibele arbeidskrachten (€ 1,5 mln. per jaar). Ook zijn onder de IBORtaken contracten met aannemers ten behoeve van het onderhoud in de openbare ruimte opgenomen (€ 1,6 mln. per jaar). Bij het onderdeel Uitvoering / materieelbeheer zijn onder andere contracten met betrekking tot brandstof opgenomen (€ 0,5 mln. per jaar). 14.7
Gebeurtenissen na balansdatum
Na balansdatum hebben zich geen gebeurtenissen voorgedaan.
Pagina 65 van 73
15
INVESTERINGSKREDIETEN
15.1 Uitputting investeringskredieten In onderstaande tabel is de voortgang op de uitputting van de goedgekeurde investeringsbudgetten uiteengezet. In deze tabel zijn het jaar van kredietverlening, het oorspronkelijke kredietbedrag, de goedgekeurde bijstelling, de uitgaven tot en met 2020 en het restantkrediet inzichtelijk. Wanneer de investering afgerond is worden kredieten gereed gemeld. De bij de jaarrekening 2020 afgeronde investeringen worden per 1 januari 2021 geactiveerd en leiden vanaf begrotingsjaar 2021 tot kapitaallasten in de programma's. In paragraaf 15.2 worden de belangrijkste investeringen nader toegelicht. Investeringskredieten Avri Jaar
Totaalbedrag
Saldo per 0101-2020
Bijstelling
Bijgesteld krediet 2020
Uitgaven t/m 31-12-2020
Restant per 31-12-2020
Prognose
bedragen x € 1.000 Vervanging vloerbedekking kantoorgebouw
2011
45
45
45
45
Inrichting kantoorgebouw
2012
85
48
48
48
Overkapping kantoorgebouw
2014
100
95
95
Twee kraanwagens (krediet 599)
2014
720
14
14
Boordcomputers wagenpark
2015
10
10
10
95 19
-5
Aanpassing weegkantoor
2016
50
50
50
50
Zes rollerpackers
2016
150
120
120
120
ICT Projectplan
2016
784
357
357
Overname werkplekken Regio
2016
20
20
20
Huisvesting
2018
100
100
Stortgasins tallatie
2019
125
125
Afval App
2019
40
37
5
70
287
100
5
95
130
124
6
37
23
15
Huisvesting
2019
100
100
100
Informatievoorziening
2019
50
32
32
Project Blik bij Glas
2019
50
11
11
Vervanging haakarmwagen
2019
200
200
gereed
10
20
100 5
27
200
188
12
11
Vervanging materieel IBOR
2020
400
400
590
990
793
197
Materieel Afvalbeheer
2020
675
675
-325
350
8
342
Vervanging ondergrondse brengvz
2020
200
200
400
600
526
74
Vervanging bovengrondse brengvz
2020
50
50
50
gereed
Vervanging mini containers
2020
200
200
266
-16
gereed
50 50
250
Generiek inv.budget informatievoorziening 2020
2020
100
100
100
Vervanging bedrijfscontainers
2020
60
60
60
Vervangingsinves teringen huisvesting
2020
100
100
100
Vervanging ICT Onbemande Weegbrug
2020
20
20
20
4
16
Renovatie Weegkantoor
2020
80
80
80
3
77
Verduurzaming wagenpark
2020
0
0
61
4.514
3.249
781
TOTAAL
100 67
61
4.030
-7
gereed
100
61
2.102
1.928
Tabel 51: investeringskredieten 15.2
Toelichting investeringskredieten
In deze alinea worden de gereed meldingen en bijzonderheden van de belangrijkste investeringskredieten toegelicht. Stortgasinstallatie In de bestuursrapportage is dit krediet bijgesteld van € 125.000 naar € 130.000. De installatie is gereed maar er wordt nog een hekwerk om de installatie geplaatst. Zodra deze werkzaamheden zijn afgerond wordt het krediet formeel gereed gemeld. Ondergrondse brengvoorzieningen Het plaatsen van de ondergrondse brengvoorzieningen bracht hogere kosten met zich mee dan begroot; daarbij zijn de juridische kosten en kosten van de projectleiding ten laste van het krediet gebracht (in overleg met de accountant). Dit is in de bestuursrapportage toegelicht. Vervanging minicontainers In de bestuursrapportage is gemeld dat de begroting 2021 in een kleiner aantal te vervangen minicontainers bij de huishoudens voorzag. Er zijn 13 kleine kernen waar de inwoners vrijwillig de keuze hadden om gebruik te maken van de ondergrondse restafval container of de minicontainer konden behouden. De meeste inwoners hebben aangegeven liever de minicontainer te behouden en geen gebruik van de ondergrondse container te willen maken wat de vervangingsbehoefte even groot maakte als voorgaande jaren. De vervanging van minicontainers laat een overschrijding zien van € 16.000 doordat er meer minicontainers zijn vervangen dan was voorzien.
Pagina 66 van 73
16
VASTSTELLINGSBESLUIT
Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avri, bijeen in haar vergadering van 7 juli 2021: BESLUIT: 1.
De jaarstukken 2020 vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur op 7 juli 2021
De secretaris,
De voorzitter,
W. Brouwer
J. Reus
Pagina 67 van 73
BIJLAGEN
Pagina 68 van 73
Crowe Foederer B.V.
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan: het Algemeen Bestuur van Gemeenschappelijke Regeling Avri
A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2020
Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2020 van Gemeenschappelijk Regeling Avri te Geldermalsen gecontroleerd. Naar ons oordeel: • geeft de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2020 als van de activa en passiva van de Gemeenschappelijke Regeling Avri op 31 december 2020 in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV); • zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties over 2020, uitgezonderd de mogelijke effecten van de aangelegenheden in de paragraaf ‘De basis voor ons oordeel met beperking inzake rechtmatigheid’, in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen, zoals opgenomen in het controleprotocol jaarstukken 2020, dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 17 december 2020. De jaarrekening bestaat uit: 1. de balans per 31 december 2020; 2. het overzicht van baten en lasten over 2020; 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
De basis voor ons oordeel Onderbouwing van ons oordeel met beperking inzake rechtmatigheid In de jaarrekening 2020 is voor een bedrag van € 670.000 aan lasten opgenomen, samenhangend met inkopen die ten onrechte niet volgens de Europese aanbestedingswet en regelgeving zijn aanbesteed. Als gevolg hiervan zijn deze lasten niet rechtmatig tot stand gekomen. Deze rechtmatigheidsfout van € 670.000 overschrijdt het in de paragraaf “Materialiteit” genoemde grensbedrag voor fouten. Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol jaarstukken 2020 dat is vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 17 december 2020 en het Controleprotocol Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 2020. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van Gemeenschappelijke Regeling Avri zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel bij de jaarrekening en ons oordeel met beperking voor de rechtmatigheid. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2020 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub j Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit
Crowe Foederer B.V.
betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 454.000, waarbij de bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de toleranties gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2020. B. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit: - jaarverslag waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen; - overige gegevens en bijlagen.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Gemeentewet en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV. C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur voor de jaarrekening Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het Dagelijks Bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen, zoals opgenomen in het normenkader.