CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2021-032 Verordening afvoer hemel- en grondwater en Rioolaansluitverordening.pdf

Oordeelsvorming Voorronde 1 13 april 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: 6: Voorstel tot vaststelling Verordening afvoer hemel- en grondwater en de Rioolaansluitverordening7.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Datum vergadering

: 29 april 2021

Registratie nummer Voorstelnummer

: GZDGWB131712/135820 : 2021/032

Portefeuillehouder

: Sietske Klein – de Jong

Bijlage(n)

: 1 Verordening afvoer hemel- en grondwater; 2 Rioolaansluitverordening

Onderwerp

: Verordening afvoer hemel- en grondwater en Rioolaansluitverordening

Onderwerp Verordening afvoer hemel- en grondwater en Rioolaansluitverordening Beslispunten 1. De 'Verordening afvoer hemel- en grondwater' vast te stellen. 2. De aanwijzing van de afkoppelgebieden en de hemelwaterbergingsgebieden aan het college te delegeren. 3. De 'Rioolaansluitverordening' vast te stellen. Inleiding De twee verordeningen zijn een actualisatie en harmonisatie van beleid uit de voormalige gemeenten. Het kader hiervoor is vastgelegd in het Water- en Rioleringsplan (WRP). Verordening afvoer hemel- en grondwater Door klimaatverandering neemt de kans op onder andere wateroverlast en overstromingen toe. Dat vraagt om maatregelen, die samen met bewoners en projectontwikkelaars genomen moeten worden. Daarbij wordt nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen nieuwbouw en bestaande bouw. Nieuwbouw Voor nieuwbouwlocaties in heel de gemeente geldt een waterbergingseis op eigen terrein. Het regenwater bergen is in de meeste gevallen haalbaar en wordt met de bouw meegenomen. Dit kan bijvoorbeeld in een krattensysteem, zandpakket, regenwaterschutting, regenwaterkelder (voor hergebruik), groen dak, et cetera. Met het vaststellen van deze verordening door uw raad, wijst uw raad het gehele gemeentelijke grondgebied aan als gebied waarbinnen deze waterbergingseis voor nieuwbouw geldt.

Bestaande bouw Bij herinrichtingsprojecten, met daarin bijvoorbeeld gevoelige locaties uit klimaatstresstesten, willen we samen met bewoners aan klimaatadaptatie werken. Zorgvuldig bekijken wij wat hier de beste oplossingen en maatregelen zijn. Mocht afkoppelen de beste oplossing zijn, dan wordt hier op deze projectlocatie (denk qua grootte aan één of meerdere straten) een ‘afkoppelgebied’ aangewezen door het college. Mocht participatie met bewoners niet het gewenste resultaat opleveren, worden zij gewezen op de verordening. Op deze manier moeten ook de bewoners die weigeren mee te werken

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 2 van 21

aan klimaatadaptatie, hun steentje bijdragen. De verordening werkt hier dus als een soort stok achter de deur. Als het afkoppelen van hemelwater in bestaande bouw te weinig bijdraagt aan het oplossen van de problematiek (bijvoorbeeld wateroverlast), kan het college besluiten om nog een zwaarder middel in te zetten; het verplichten van opvangen van hemelwater op eigen terrein. En dat betekent dat het college zogenaamde ‘hemelwaterbergingsgebieden’ aanwijst. Ook dit bekijkt het college per situatie en een besluit daarover valt dus op een later moment. Hier geldt hetzelfde als bij de ‘afkoppelgebieden’, de verordening werkt als stok achter de deur. We richten ons in eerste instantie op een goed participatietraject met bewoners. In de ‘Verordening afvoer hemel- en grondwater’ staan twee bijlages. Deze bijlages zijn “gereserveerd”. Dit houdt in dat deze later ingevuld worden. Op dit moment zijn er namelijk nog geen gebieden aangewezen, daarom bevatten deze bijlagen nog geen kaarten. De ‘afkoppelgebieden’ en ‘hemelwaterbergingsgebieden’ ontstaan na een besluit en aanwijzing van het college en worden dus steeds aangevuld. Reeds in het verleden afgekoppelde gebieden komen niet op deze kaart. Bij het aanwijzen van de ‘afkoppelgebieden’ en ‘hemelwaterbergingsgebieden’ wordt nadrukkelijk gekeken naar kansen.

Alleen daar waar (riool)reconstructies plaatsvinden, waar herinrichtingsprojecten gaan komen of waar uit de klimaatstresstesten blijkt dat actie door middel van afkoppelen en/of bergen nodig is, wijst het college gebieden aan. Voorafgaand aan de aanwijzing, kijken we of dit gebied kansrijk is. We kijken onder andere naar haalbaarheid en geschiktheid van tuinen/gebouwen om af te koppelen en/of water op te vangen. Op basis hiervan beslist het college of er een ‘afkoppelgebied’ en eventueel een ‘hemelwaterbergingsgebied’ aangewezen wordt. Het is en blijft maatwerk. Iedere locatie, woning en straat is tenslotte anders. Nieuw- en bestaande bouw Daarnaast is met deze verordening in de hele gemeente het lozen van grondwater op het openbaar vuilwaterriool verboden. Het grondwater loost op een watergang of hemelwaterriool. Rioolaansluitverordening Een aansluitleiding is de leiding die vanaf een (particulier) bouwwerk naar het gemeentelijk verzamelriool loopt. Deze aansluitleiding transporteert afvalwater naar het riool. Met een rioolaansluitverordening legt de gemeente het beleidskader vast voor het eigendom en beheer van aansluitleidingen op de openbare riolering, zoals onderhoud, renovatie, vervanging en verstopping. Samenvatting De twee verordeningen zijn een actualisatie en harmonisatie van beleid uit de voormalige gemeenten.

De 'Verordening afvoer hemel- en grondwater' speelt in op de adaptatie van klimaateffecten. De 'Rioolaansluitverordening' regelt zaken rondom de aansluitleiding op de riolering, zoals eigendom, beheer, onderhoud, renovatie, vervanging en verstopping.

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 3 van 21

Besluitgeschiedenis Voormalig gemeente Neerijnen had een ‘Verordening op de afvoer van afvloeiend hemelwater of grondwater’. Voormalige gemeenten Neerijnen en Lingewaal hadden een ‘Rioolaansluitverordening’. Deze verordeningen zijn conform de wet Arhi automatisch op 1 januari 2021 komen te vervallen en niet meer rechtsgeldig. Deze twee verordeningen zijn een uitwerking van het op 25 juni 2019 vastgestelde WRP. Beoogd effect Verordening afvoer hemel- en grondwater: Inwoners kunnen verplichten bij te dragen aan een klimaat adaptief West Betuwe door het stellen van regels. Rioolaansluitverordening: Duidelijkheid creëren rondom de aansluitleiding op de riolering, op het gebied van eigendom, beheer, onderhoud, renovatie, vervanging en verstopping. Argumenten 1.1 Deze verordening geeft invulling aan de ambitie voor een klimaatadaptief West Betuwe Het in nog aan te wijzen gebieden verplichten van afkoppelen, dan wel vasthouden/bergen van hemelwater, vermindert wateroverlast en gaat droogte en hittestress tegen. Door klimaatverandering neemt de kans op onder andere wateroverlast en overstromingen toe. Dat levert risico’s op voor onze gezondheid, veiligheid en economie. Het is van groot belang dat Nederland, maar ook zeker onze gemeente, zich aanpast aan deze veranderingen en maatregelen neemt om onder andere schade aan huizen en vitale infrastructuur te voorkomen.

1.2 Deze verordening zorgt voor een robuuste leefomgeving De raad heeft de wens uitgesproken voor een gezonde, prettige en robuuste leefomgeving, door de fysieke ruimte te vergroenen en de verharding te verminderen (beeldvormende startsessie Raad 2-22021). Deze verordening stimuleert gemeente en inwoners bij te dragen aan deze ambitie, door regels te stellen over het omgaan met hemel- en grondwater. 1.3 Op grond van artikel 10.32a van de Wet milieubeheer (Wm) kunnen gemeenten bij verordening regels opstellen over het lozen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in de riolering In beginsel zijn particulieren zelf verantwoordelijk voor het lozen van afvloeiend hemelwater vanaf hun perceel. In deze verordening is daarom geregeld in welke gevallen particulieren een waterberging moeten aanleggen en waar deze aan moet voldoen. Tenzij dit redelijkerwijs niet verlangd kan worden. 1.4 Hierdoor gaat er minder schoon water naar de rioolwaterzuivering Door het hemel- en grondwater op te vangen of gescheiden af te voeren, hoeft dit schone water niet naar de zuivering. Hiermee voorkomen we piekbelastingen bij de rioolwaterzuiveringen en werken de zuiveringen efficiënter. 1.5 De verordening gaat verdroging van de ondergrond tegen Door hemelwater op te vangen en lokaal terug te brengen in het systeem, blijft het water zoveel als mogelijk op de plek waar het valt.

Dit water is een buffer (in de ondergrond) voor drogere periodes.

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 4 van 21

2.1 De raad stelt de kaders vast en het college voert binnen deze kaders het beleid uit De afkoppelgebieden en hemelwaterbergingsgebieden zijn projectafhankelijk. Deze wijst het college bijvoorbeeld aan bij reconstructies van de openbare ruimte, waar we het afkoppelen en bergen van hemelwater belangrijk vinden. Bij de verordening worden op een later moment bijlagen toegevoegd met door het college aan te wijzen afkoppelgebieden en hemelwaterbergingsgebieden. Om die reden is in de verordening bij de bijlagen de aanduiding ‘gereserveerd’ opgenomen. Op deze manier kan de nader door het college aan te wijzen gebieden met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, straks onderdeel worden van het omgevingsplan. 3.1 Het stelt duidelijke regels over de aansluitleiding van derden op de riolering De gemeente draagt zorg voor transport van stedelijk afvalwater naar de rioolwaterzuivering. De zorgplicht voor stedelijk afvalwater vult de gemeente in door de aanleg en beheer van een openbaar vuilwaterriool. In de 'Rioolaansluitverordening' staat wie er eigenaar is van de aansluitleiding op de riolering en tot waar de verantwoordelijkheden van die eigenaren liggen. Dit voorkomt onduidelijkheid bij inwoners en gemeente, bij bijvoorbeeld een verstopping in de aansluitleiding. Met deze verordening is het duidelijk wie de verstopping moet oplossen en wie hiervoor de kosten draagt.

Kanttekeningen 1.1 Bewoners moeten investeren in maatregelen op eigen terrein Om de financiële haalbaarheid van de te treffen maatregelen voor inwoners te vergroten, onderzoeken we de mogelijkheden voor subsidie. Het is echter van belang dat zowel op particulier terrein als op openbaar terrein voldoende waterberging wordt gerealiseerd, ook als daar kosten aan verbonden zijn. 1.2 Ontwikkelaars van projectmatige plannen kunnen met deze verordening te maken krijgen met hogere kosten, die mogelijk doorgerekend worden aan kopers Dit zou kunnen, maar het voldoen aan allerlei klimaatmaatregelen hoeft niet altijd duurder uit te pakken. In nieuwe plangebieden leggen we al geen hemelwaterleiding meer aan. Deze minderkosten kunnen door de projectontwikkelaar weer ingezet worden voor klimaatmaatregelen. Daarnaast is het treffen van maatregelen door de projectontwikkelaar in de bouwrijpfase eenvoudiger en goedkoper om te realiseren dan dat dit doorgeschoven wordt naar de kopers. Als laatste moeten de klimaatmaatregelen gezien worden als investering. Een woning met klimaatadaptieve maatregelen, is in de toekomst waarschijnlijk meer waard. Financiën Niet van toepassing op dit voorstel. Communicatie Voor het vaststellen van de verordeningen is de officiële procedure van toepassing en dat betekent dat we ze via de gebruikelijke kanalen publiceren.

Ook volgt er na vaststelling een korte verwijzing in de gemeenterubriek in het Weekblad West Betuwe. Daarnaast zijn er rondom dit onderwerp kansen op het gebied van communicatie. We zorgen bij deze abstracte onderwerpen voor een begrijpelijk en laagdrempelig verhaal.

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 5 van 21

Voor wat betreft de 'Verordening afvoer hemel- en grondwater' zet de communicatie in op informatievoorziening, maar ook op het vergroten van bewustzijn. Met als uiteindelijke doel dat men zelf aan de slag gaat. Het vraagt om een langdurig communicatietraject. Daarin zorgen we in eerste instantie voor algemene communicatie voor een brede doelgroep. Vervolgens bepalen we bij specifieke projecten (denk aan herinrichtingen en nieuwbouwprojecten) de invulling. We brengen het verhaal daardoor dichtbij inwoners. In de communicatie maken we de link met het onderwerp duurzaamheid en klimaat. Dit biedt kansen om de gemeente te profileren. Voor de 'Rioolaansluitverordening' is de insteek informatief en ‘low-profile’. Hiermee bedoelen we dat er een korte communicatie plaatsvindt en geen langlopend traject. Uitvoering/Planning De verordeningen treden in werking op de dag na de bekendmaking in het elektronisch gemeenteblad. Evaluatie Met het opstellen van het Water- en Rioleringsplan (WRP) 2024 tot 2028 en tijdens het opstellen van het Omgevingsplan evalueren we de verordeningen. Burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe de secretaris, de burgemeester, Karen Coesmans Servaas Stoop

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 6 van 21

Raadsbesluit De raad van de gemeente West Betuwe; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 2 maart 2021, besluit: 1. De 'Verordening afvoer hemel- en grondwater' vast te stellen. 2. De aanwijzing van de afkoppelgebieden en de hemelwaterbergingsgebieden aan het college te delegeren. 3. De 'Rioolaansluitverordening' vast te stellen. Aldus besloten in de openbare vergadering van 29 april 2021, nummer 2021/033, de griffier, Hans van der Graaff

de voorzitter, Servaas Stoop

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 7 van 21

Raadsbesluit De raad van de gemeente West Betuwe; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 maart 2021, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; gelet op artikel 10.32a Wet milieubeheer; overwegende dat de Wet milieubeheer de bevoegdheid biedt bij verordening regels te stellen over het brengen van afvloeiend hemelwater of grondwater op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater en over het beëindigen van het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater; overwegende dat het gewenst is met het oog op het beperken van wateroverlast, het beperken van verdroging en het doelmatig beheer van afvalwater regels te stellen over het beëindigen van lozingen van grondwater en hemelwater op de vuilwaterriolering en een verplichte waterbergingscapaciteit bij zowel bestaande bouw als nieuwbouw; besluit vast te stellen de: Verordening afvoer hemel- en grondwater West Betuwe Paragraaf 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: afkoppelgebied: gebied als bedoeld in artikel 3, waarvan de geometrische begrenzing is opgenomen in bijlage 1; bouwwerk: constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct

of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties, anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart; college: het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe; gebouw: bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; hemelwaterbergingsgebied: gebied als bedoeld in artikel 5, waarvan de geometrische begrenzing is opgenomen in bijlage 2;

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 8 van 21

-

nieuw gebouw: gebouw dat wordt opgericht na inwerkingtreding van deze verordening; verhard oppervlak: oppervlak van bouwwerken en terreinverharding.

Paragraaf 2 Lozen van grondwater Artikel 2 Lozingsverbod grondwater 1. Met het oog op het doelmatig beheer van afvalwater is het verboden grondwater te lozen op het openbaar vuilwaterriool. 2. De lozing van grondwater op het openbaar vuilwaterriool wordt beëindigd binnen 6 maanden nadat het verbod op een perceel van toepassing is geworden. 3. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het verbod genoemd in het eerste lid van dit artikel, als van de eigenaar van het bouwwerk of het perceel redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van grondwater kan worden gevergd. Paragraaf 3 Lozen van hemelwater Artikel 3 Lozingsverbod hemelwater 1. Met het oog op het beperken van wateroverlast, het beperken van verdroging en het doelmatig beheer van afvalwater is het verboden in het afkoppelgebied hemelwater te lozen op het openbaar vuilwaterriool. 2. De lozing van hemelwater op het openbaar vuilwaterriool wordt beëindigd binnen 6 maanden nadat het verbod op een perceel van toepassing is geworden. 3. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het verbod genoemd in het eerste lid van dit artikel, als van de eigenaar van het bouwwerk of het perceel redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van hemelwater kan worden gevergd. Artikel 4 Verplichting tot waterberging bij nieuwbouw 1.

Met het oog op het beperken van wateroverlast, het beperken van verdroging en het doelmatig beheer van afvalwater wordt alleen hemelwater vanaf nieuwe gebouwen in een openbaar riool geloosd, als een hemelwaterberging is aangebracht en in stand gehouden. 2. De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is: a. 20 l per m2 verhard oppervlak op het perceel als de totale omvang van het verhard oppervlak niet meer is dan 500 m2; of b. 43,6 l per m2 verhard oppervlak op het perceel als de totale omvang van het verhard oppervlak 500 m2 of meer is. 3. In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder b, is de minimale capaciteit van de hemelwaterberging 20 l per m2 verhard oppervlak, als al compenserende waterberging is gerealiseerd op grond van de keur van het waterschap. 4. De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze tussen 1 en 3 dagen weer voor 90% beschikbaar is, tenzij het opgevangen hemelwater bestemd is voor hergebruik. 5. De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of in de openbare ruimte.

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 9 van 21

6. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de verplichting om een hemelwaterberging aan te brengen, voor zover het aanbrengen van de hemelwaterberging redelijkerwijs niet mogelijk is. Artikel 5 Verplichting tot waterberging bij bestaande bouw 1. Met het oog op het beperken van wateroverlast, het beperken van verdroging en het doelmatig beheer van afvalwater wordt in het hemelwaterbergingsgebied alleen hemelwater vanaf andere gebouwen dan nieuwe gebouwen in een openbaar riool geloosd, als een hemelwaterberging is aangebracht en in stand gehouden. 2. De hemelwaterberging wordt gerealiseerd binnen 6 maanden nadat het eerste lid op een perceel van toepassing is geworden. 3. De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is 20 l per m2 verhard oppervlak op het perceel. 4. De hemelwaterberging wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze tussen 1 en 3 dagen weer voor 90% beschikbaar is, tenzij het opgevangen hemelwater bestemd is voor hergebruik. 5. De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of in de openbare ruimte. 6. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de verplichting om een hemelwaterberging aan te brengen, voor zover het aanbrengen van de hemelwaterberging redelijkerwijs niet mogelijk is.

Artikel 6 Maatwerkvoorschriften Het college kan maatwerkvoorschriften stellen over de inrichting en het beheer van de hemelwaterberging, bedoeld in de artikelen 4 en 5. Paragraaf 4 Overige bepalingen Artikel 7 Werkingsgebieden 1. Het college kan het afkoppelgebied, bedoeld in artikel 3, en het hemelwaterbergingsgebied, bedoeld in artikel 5, wijzigen door aanvullende gebieden aan te wijzen. 2. Het college houdt bij het wijzigen van de gebieden rekening met het gemeentelijk water- en rioleringsplan. Artikel 8 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen of groep van personen. Artikel 9 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking in het Elektronisch Gemeenteblad. Artikel 10 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening afvoer hemel- en grondwater West Betuwe”.

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 10 van 21

Aldus besloten in de openbare vergadering van 29 april 2021, nummer 2021/033A, de griffier, Hans van der Graaff

de voorzitter, Servaas Stoop

Bijlage 1 Geometrische begrenzing afkoppelgebied <gereserveerd> Bijlage 2 Geometrische begrenzing hemelwaterbergingsgebied <gereserveerd>

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 11 van 21

Toelichting “Verordening afvoer hemel- en grondwater West Betuwe” Artikel 1 Definities Voor de definities van bouwwerk is aangesloten bij de definitie die in de Omgevingswet is opgenomen. De definitie van gebouw is ontleend aan de Woningwet. Een nieuw gebouw is ieder gebouw dat na inwerkingtreding van deze verordening wordt opgericht. De verplichting om waterberging aan te leggen bij nieuwbouw geldt dus ook voor gebouwen waarvoor al voor inwerkingtreding van deze verordening een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend, maar waarbij nog niet is gestart met de daadwerkelijke bouw. Artikel 2 Lozingsverbod grondwater Lid 1 Het eerste lid bevat het verbod om in de hele gemeente grondwater te lozen in het openbare vuilwaterriool. Dit verbod geldt dus voor zowel bestaande als nieuwe lozingen. Het lozingsverbod geldt voor alle eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen. Hiermee wordt de nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar om het grondwater zoveel mogelijk zelf te verwerken. Het lozingsverbod dwingt perceeleigenaren om dat water ofwel in het oppervlaktewater ofwel in een hemelwaterstelsel te lozen. Lid 2 Artikel 10.32a van de Wet milieubeheer (Wm) geeft aan dat de termijn waarbinnen de lozing van het grondwater moet zijn beëindigd in de verordening wordt genoemd. Hieraan is in dit lid voldaan.

De termijn biedt voldoende ruimte voor de perceeleigenaar om de benodigde werkzaamheden te kunnen (laten) verrichten. Lid 3 Het college kan een omgevingsvergunning voor afwijken van het lozingsverbod verlenen. Dat kan in uitzonderingssituaties waarin het lozingsverbod niet billijk is. Dit is het geval wanneer het lozingsverbod tot onevenredig grote nadelen voor de perceeleigenaar leidt. Het college kan de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen. Zo kan de vergunning bijvoorbeeld alleen betrekking hebben op een bepaalde overgangsperiode. Verder kan de gemeente voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden. Een voorschrift kan betrekking hebben op onder meer het treffen van een alternatieve (tijdelijke) voorziening. Het is gewenst dat het college een beleidsregel vaststelt voor het verlenen van de omgevingsvergunning, zodat voor perceeleigenaren bij voorbaat duidelijk is of het aanvragen van die vergunning wel of niet kans van slagen heeft. Artikel 3 Lozingsverbod hemelwater Lid 1 Het eerste lid bevat het verbod om in het afkoppelgebied hemelwater te lozen in het openbare vuilwaterriool. Het afkoppelgebied is aangewezen in bijlage 1 bij deze verordening. Dit betreft

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 12 van 21

bijvoorbeeld gebieden waar de gemeente een gemengd rioolstelsel heeft vervangen door een gescheiden stelsel. In deze gebieden is het gewenst dat bestaande lozingen van hemelwater op het vuilwaterriool worden beëindigd. Het verbod geldt voor zowel bestaande als nieuwe lozingen. Het lozingsverbod geldt voor alle eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen. Hiermee wordt de nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar om het hemelwater zoveel mogelijk zelf te verwerken. Het lozingsverbod dwingt perceeleigenaren om dat water op te vangen en zelf te gebruiken of te infiltreren, dan wel in het oppervlaktewater of in een hemelwaterstelsel te lozen. Lid 2 Artikel 10.32a van de Wet milieubeheer (Wm) geeft aan dat de termijn waarbinnen de lozing van het hemelwater moet zijn beëindigd in de verordening wordt genoemd. Hieraan is in dit lid voldaan. De termijn biedt voldoende ruimte voor de perceeleigenaar om de benodigde werkzaamheden te kunnen (laten) verrichten. Lid 3 Het college kan een omgevingsvergunning voor afwijken van het lozingsverbod verlenen. Dat kan in uitzonderingssituaties waarin het lozingsverbod niet billijk is. Dit is het geval wanneer het lozingsverbod tot onevenredig grote nadelen voor de perceeleigenaar leidt. Het college kan de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen.

Zo kan de vergunning bijvoorbeeld alleen betrekking hebben op een bepaalde overgangsperiode, of alleen op de achterzijde van het gebouw. Verder kan de gemeente voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden. Een voorschrift kan betrekking hebben op onder meer het treffen van een alternatieve (tijdelijke) voorziening. Het is gewenst dat het college een beleidsregel vaststelt voor het verlenen van de omgevingsvergunning, zodat voor perceeleigenaren bij voorbaat duidelijk is of het aanvragen van die vergunning wel of niet kans van slagen heeft. Artikel 4 Verplichting tot waterberging bij nieuwbouw Lid 1 In dit artikel is geregeld dat lozen van hemelwater vanaf nieuwe gebouwen in de hele gemeente alleen is toegestaan als er een waterberging wordt aangebracht. Nieuwe gebouwen zijn alle gebouwen die worden opgericht na inwerkingtreding van deze verordening (zie ook de toelichting bij artikel 1) Vanwege de klimaatontwikkelingen, waardoor steeds vaker steeds heftigere buien vallen, is het nodig dat ook particulieren een bijdrage leveren aan het vasthouden van dit regenwater op het eigen terrein. Daarom kiest de gemeente er voor om bij nieuwbouw in alle gevallen een waterberging verplicht te stellen. Deze verplichting geldt dus ook bij sloop/herbouw. Dit is een logisch moment om van particuliere eigenaren een bijdrage aan de beperking van wateroverlast te vragen.

Tijdens de bouw zijn waterbergingsvoorzieningen immers makkelijk in te passen. Een hemelwaterberging kan in verschillende vormen worden aangelegd. Voorbeelden zijn de aanleg van een bergingsvoorziening met een hemelwatergebruiksysteem, het ingraven van infiltratiekratten of

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 13 van 21

een grindbed, het aanleggen van een verdiept gedeelte in de tuin of het aanleggen van een groen dak. Een combinatie van waterbergende voorzieningen is ook mogelijk. Het schone hemelwater wordt vanuit de waterberging bij voorkeur hergebruikt of geloosd in de bodem (geïnfiltreerd) of in oppervlaktewater. Via de regel om te voorzien in een minimale waterbergingscapaciteit per m2 verhard oppervlak, wordt hemelwater langer vastgehouden op eigen terrein. Op die manier wordt de belasting op de openbare riolering door de (extra) verharding gecompenseerd. Lid 2 De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is gerelateerd aan de totale omvang van het verharde oppervlak op het perceel. Dat is de optelsom van alle bebouwing (het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken) plus alle terreinverharding, zoals terrassen. Als de totale omvang van het verhard oppervlak op het perceel niet meer is dan 500 m2, moet de capaciteit van de hemelwaterberging 20 l per m2 verhard oppervlak zijn (oftewel 20 mm). Een capaciteit van 20 l per m2 betekent dat voor een perceel met een totaal bebouwd oppervlak van 200 m2 moet worden voorzien in een vorm van waterberging met een totale capaciteit van 20 maal 200 = 4.000 liter. Bij grotere projecten is de minimale capaciteit 43,6 l per m2 verhard oppervlak. Deze laatste eis is in lijn met het beleid van het waterschap.

Lid 3 Voor nieuwbouw boven 500 m2 is op grond van de keur van het waterschap vaak al compenserende waterberging verplicht. Deze waterberging wordt vaak in de vorm van nieuw oppervlaktewater gerealiseerd. Als dat zo is, geldt op grond van deze verordening nog steeds de verplichting om 20 l per m2 verhard oppervlak op eigen terrein te bergen. De gemeente stelt deze eis om particuliere eigenaren meer te betrekken bij de klimaatopgave en een grotere bewustwording over deze problematiek te creëren. De eis van het waterschap geldt niet bij sloop/herbouw. De eis van het waterschap is immers alleen van toepassing op de toename van verharding. Maar juist sloop/herbouw is een uitgelezen kans om berging te realiseren. Daarom stelt de gemeente wel de eis dat bij de grotere sloop/herbouw-projecten 43,6 mm waterberging wordt gerealiseerd. Lid 4 Een waterberging heeft alleen het gewenste effect als deze het opgevangen hemelwater enige tijd vasthoudt. Maar niet te lang, want de waterberging moet wel weer beschikbaar zijn als de volgende bui zich aandient. Daarom is in het vierde lid geregeld dat de waterberging zo moet worden ontworpen dat deze binnen een 1 tot 3 dagen weer voor 90% beschikbaar is. De geleidelijke lediging van de waterberging kan bijvoorbeeld geschieden door deze als infiltratievoorziening in te richten.

De eis aan de ledigingstijd is niet van toepassing op waterbergingsvoorzieningen die zijn bedoeld voor hergebruik van het opgevangen hemelwater. Voor dergelijke voorzieningen is het juist gewenst dat het water zo lang mogelijk wordt vastgehouden.

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 14 van 21

Lid 5 Bij extreme neerslag, die de verplichte waterbergingscapaciteit in het betreffende werkingsgebied te boven gaat, kan gebruik worden gemaakt van de gemeentelijke voorzieningen voor het beheer van afvalwater. Bij voorkeur wordt het overtollige regenwater dan geloosd in het openbare hemelwaterstelsel. Het vijfde lid maakt duidelijk dat de waterberging niet bedoeld is om alle mogelijke regenbuien op te vangen. De gemeente zorgt voor openbare voorzieningen als noodoverloop. Dit artikellid geeft invulling aan de wettelijke zorgplicht die de gemeente heeft voor het verwerken van hemelwater, als dat redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kan worden gevergd. Nb: in situaties waar het mogelijk is om (deels) op oppervlaktewater te lozen, moet de waterbeheerder (in de regel het waterschap, die daarover regels heeft opgenomen in de keur of waterschapsverordening) worden geraadpleegd. Lid 6 Het is niet zo dat deze verordening situaties die niet voldoen aan de waterbergingseis uit het eerste lid zonder meer verbiedt. Er zijn situaties denkbaar waarin het realiseren van de voorgeschreven hoeveelheid waterberging erg lastig is, of zelfs onmogelijk. Bijvoorbeeld als de grondwaterstand erg hoog is op de (enige) plaats waar een initiatiefnemer waterberging kan realiseren.

Een initiatiefnemer kan, in dit soort gevallen, een omgevingsvergunning aanvragen om geen waterberging te hoeven aanleggen. Dit is in lijn met de opdracht in art. 10.32a lid 2 Wm om geen lozingsverbod in te stellen als van de perceeleigenaar redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer kan worden gevergd. Artikel 5 Verplichting tot waterberging bij bestaande bouw Lid 1 Vanwege de klimaatontwikkelingen, waardoor steeds vaker steeds heftigere buien vallen, is het nodig dat ook particulieren een bijdrage leveren aan het vasthouden van dit regenwater op het eigen terrein. Daarom kiest de gemeente er voor om particulieren in bepaalde gebieden te verplichten om bij bestaande bebouwing een waterberging aan te leggen. Een hemelwaterberging kan in verschillende vormen worden aangelegd. Voorbeelden zijn de aanleg van een bergingsvoorziening met een hemelwatergebruiksysteem, het ingraven van infiltratiekratten of een grindbed, het aanleggen van een verdiept gedeelte in de tuin of het aanleggen van een groen dak. Een combinatie van waterbergende voorzieningen is ook mogelijk. Het schone hemelwater wordt vanuit de waterberging bij voorkeur hergebruikt of geloosd in de bodem (geïnfiltreerd) of in oppervlaktewater. Via de regel om te voorzien in een minimale waterbergingscapaciteit per m2 verhard oppervlak, wordt hemelwater langer vastgehouden op eigen terrein.

Op die manier wordt de belasting op de openbare riolering door nieuwbouw en bestaande bouw gecompenseerd. Lid 2 Het eerste lid gaat gelden zodra een bepaald gebied als hemelwaterbergingsgebied is aangewezen in bijlage 2. Binnen 6 maanden nadat die aanwijzing heeft plaatsgevonden, moet de hemelwaterberging zijn gerealiseerd. Deze termijn biedt voldoende ruimte voor de perceeleigenaar om de benodigde werkzaamheden te kunnen (laten) verrichten.

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 15 van 21

Lid 3 De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is gerelateerd aan de totale omvang van het verharde oppervlak op het perceel. Dat is de optelsom van alle bebouwing (het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken) plus alle terreinverharding, zoals terrassen. De capaciteit van de hemelwaterberging moet 20 l per m2 verhard oppervlak zijn (oftewel 20 mm). Een capaciteit van 20 l per m2 betekent dat voor een perceel met een totaal bebouwd oppervlak van 200 m2 moet worden voorzien in een vorm van waterberging met een totale capaciteit van 20 maal 200 = 4.000 liter. Lid 4 Een waterberging heeft alleen het gewenste effect als deze het opgevangen hemelwater enige tijd vasthoudt. Maar niet te lang, want de waterberging moet wel weer beschikbaar zijn als de volgende bui zich aandient. Daarom is in het vierde lid geregeld dat de waterberging zo moet worden ontworpen dat deze binnen 1 tot 3 dagen weer voor 90% beschikbaar is. De geleidelijke lediging van de waterberging kan bijvoorbeeld geschieden door deze als infiltratievoorziening in te richten. De eis aan de ledigingstijd is niet van toepassing op waterbergingsvoorzieningen die zijn bedoeld voor hergebruik van het opgevangen hemelwater. Voor dergelijke voorzieningen is het juist gewenst dat het water zo lang mogelijk wordt vastgehouden.

Lid 5 Bij extreme neerslag, die de verplichte waterbergingscapaciteit in het betreffende werkingsgebied te boven gaat, kan gebruik worden gemaakt van de gemeentelijke voorzieningen voor het beheer van afvalwater. Bij voorkeur wordt het overtollige regenwater dan geloosd in het openbare hemelwaterstelsel. Het vijfde lid maakt duidelijk dat de waterberging niet bedoeld is om alle mogelijke regenbuien op te vangen. De gemeente zorgt voor openbare voorzieningen als noodoverloop. Dit artikellid geeft invulling aan de wettelijke zorgplicht die de gemeente heeft voor het verwerken van hemelwater, als dat redelijkerwijs niet van de perceeleigenaar kan worden gevergd. Nb: in situaties waar het mogelijk is om (deels) op oppervlaktewater te lozen, moet de waterbeheerder (in de regel het waterschap, die daarover regels heeft opgenomen in de keur of waterschapsverordening) worden geraadpleegd. Lid 6 Het is niet zo dat deze verordening situaties die niet voldoen aan de waterbergingseis uit het eerste lid zonder meer verbiedt. Er zijn situaties denkbaar waarin het realiseren van de voorgeschreven hoeveelheid waterberging erg lastig is, of zelfs onmogelijk. Bijvoorbeeld als de grondwaterstand erg hoog is op de (enige) plaats waar een initiatiefnemer waterberging kan realiseren.

Een initiatiefnemer kan, in dit soort gevallen, een omgevingsvergunning aanvragen om geen waterberging te hoeven aanleggen. Dit is in lijn met de opdracht in art. 10.32a lid 2 Wm om geen lozingsverbod in te stellen als van de perceeleigenaar redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer kan worden gevergd.

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 16 van 21

Artikel 6 Maatwerkvoorschriften In dit artikel is geregeld dat het college voor een individuele situatie een maatwerkvoorschrift kan stellen over de inrichting en het beheer van een waterberging. Bij beheermaatregelen valt te denken aan bijvoorbeeld de manier van onderhouden van afvoerleidingen of infiltratiekratten, deze kunnen verstopt raken. Met een maatwerkvoorschrift kan de gemeente voor een specifiek geval specifieke voorschriften geven over de inrichting en het beheer van een waterberging in concrete situaties. Het maatwerkvoorschrift is een besluit waartegen rechtsbescherming open staat. Artikel 7 Werkingsgebieden De gemeenteraad heeft de verordenende bevoegdheid op grond van artikel 147 van de Gemeentewet. Op grond van artikel 156 van de Gemeentewet kan de gemeenteraad deze bevoegdheid delegeren aan het college. Voor het wijzigen van het afkoppelgebied (in bijlage 1) en het hemelwaterbergingsgebied (in bijlage 2) maakt de gemeenteraad hier gebruik van. Het college is ook de beheerder van het gemeentelijk riool en gaat over het verlenen van de omgevingsvergunning op grond van deze verordening. Bij het wijzigen van het hemelwaterbergingsgebied houdt het college rekening met het gemeentelijk water- en rioleringsplan (WRP). Dit plan bezit een wettelijke basis en is in elke gemeente aanwezig, omdat de Wet milieubeheer dit in artikel 4.22 verplicht stelt.

Artikel 8 Toezichthouders In artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt aangegeven dat onder toezichthouder wordt verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of krachtens een wettelijk voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Een persoon die aangewezen is als toezichthouder, beschikt in beginsel over alle in afdeling 5.2 van de Awb opgenomen bevoegdheden.

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 17 van 21

Raadsbesluit De raad van de gemeente West Betuwe; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders 2 maart 2021, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Rioolaansluitverordening gemeente West Betuwe Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: rioolaansluitleiding: rioolleiding tussen een gemeentelijke voorziening voor het beheer van afvalwater en het gebouw waar afvalwater vrijkomt; voorziening voor het beheer van afvalwater: openbaar vuilwaterriool, openbaar hemelwaterstelsel, openbaar ontwateringstelsel, andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater of zuiveringsvoorziening; particuliere aansluitleiding: deel van de rioolaansluitleiding dat volgens artikel 2 in particulier eigendom is; gemeentelijke aansluitleiding: deel van de rioolaansluitleiding dat volgens artikel 2 in eigendom bij de gemeente is; IBA: individuele behandeling afvalwater. Hoofdstuk 2 Eigendom en beheer aansluitleidingen Artikel 2 Eigendom aansluitleiding 1. De grens tussen het gemeentelijke eigendom en het particuliere eigendom van een rioolaansluitleiding ligt ter plaatse van de erfgrens. 2.

Als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater in het buitengebied een rioolwaterpomp is vereist, ligt de grens, in afwijking van het eerste lid, ter plaatse van de aansluiting van de rioolaansluitleiding op de pompput. 3. Als het huishoudelijk afvalwater of bedrijfsafvalwater in het buitengebied is aangesloten op een IBA, ligt de grens, in afwijking van het eerste lid, ter plaatse van de aansluiting van de rioolaansluitleiding op de IBA.

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 18 van 21

Artikel 3 Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging 1. Het beheer, onderhoud, de renovatie of vervanging van de gemeentelijke aansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en voor rekening van de gemeente, tenzij het werkzaamheden betreft als gevolg van een onjuist gebruik van de particuliere aansluitleiding. 2. Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het lozen van stoffen die verstoppingen in de aansluitleiding of de voorzieningen voor het beheer van afvalwater kunnen veroorzaken; b. het lozen van stoffen die de constructie van de aansluitleiding kunnen aantasten; of c. het lozen van afvalwater op een niet daarvoor bedoelde voorziening voor het beheer van afvalwater. 3. De kosten voor het onderhoud van de particuliere aansluitleiding komen voor rekening van de eigenaar of gebruiker. 4. Onder renovatie wordt tevens verstaan het aanpassen van de rioolaansluitleiding als gevolg van een wijziging van een gemeentelijke voorziening voor het beheer van afvalwater. Artikel 4 Verstopping of andere storing 1. Bij een verstopping of een andere storing toont de eigenaar of gebruiker aan of het een probleem in de particuliere aansluitleiding of in de gemeentelijke aansluitleiding betreft. 2.

Als wordt vermoed dat er sprake is van een verstopping of een andere storing in de gemeentelijke aansluitleiding neemt de eigenaar of gebruiker contact op met de gemeente en stelt diegene de gemeente in de gelegenheid voor het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden. 3. Als er sprake is van een verstopping of een andere storing in de particuliere aansluitleiding, zorgt de eigenaar of gebruiker ervoor dat deze wordt verholpen. 4. Gemaakte kosten voor het onderzoek ter uitvoering van het eerste lid komen voor rekening van de eigenaar of gebruiker. Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel 5 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking in het Elektronisch Gemeenteblad. Artikel 6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Rioolaansluitverordening gemeente West Betuwe. Aldus besloten in de openbare vergadering van 29 april 2021, nummer 2021/033, de griffier, Hans van der Graaff

de voorzitter, Servaas Stoop

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 19 van 21

Toelichting “Rioolaansluitverordening gemeente West Betuwe” Algemeen Gemeenten hebben op grond van artikel 10.33 Wet milieubeheer een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater. Onder stedelijk afvalwater wordt afvalwater verstaan dat bestaat uit huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater. De gemeente draagt zorg voor transport van stedelijk afvalwater naar de rioolwaterzuivering. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen de zorgplichten overgenomen worden in artikel 2.16 en 2.17 van die wet. De zorgplicht voor stedelijk afvalwater vult de gemeente in door de aanleg en beheer van een openbaar vuilwaterriool. Met een rioolaansluitverordening legt de gemeente het beleidskader ten aanzien van het eigendom en beheer van aansluitleidingen op de openbare riolering vast. Onder het huidige recht geldt de rioolaansluitverordening voor aansluitleidingen vanaf de perceelgrens tot aan het openbare riool. De terreinleidingen op het perceel zijn geregeld in het Bouwbesluit 2012, zodat de gemeente daar geen regels over mag stellen in een verordening. Onder de Omgevingswet gaat dit veranderen. Het Rijk stelt in het Besluit bouwwerken leefomgeving, de opvolger van het Bouwbesluit 2012, niet langer regels over de terreinleidingen.

Het toepassingsbereik van de rioolaansluitverordening wordt in het nieuwe stelsel de aansluitleiding vanaf het gebouw tot aan het openbare riool. Artikel 1 Het begrip “voorziening voor het beheer van afvalwater” is een breed begrip. Het omvat alle soorten voorzieningen die zijn bedoeld voor de inzameling, verwerking of zuivering van afvalwater. Dat is dus vrijvervalriolering en drukriolering, maar ook IBA’s (individuele behandeling van afvalwater). Deze term wordt ook gebruikt in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit lozen buiten inrichtingen. Artikel 2 Er bestond jarenlang onduidelijkheid over de vraag of de eigendom van een leidingnetwerk door verticale of horizontale natrekking werd bepaald. Bij verticale natrekking zou de eigendom van een leiding in de grond aan de eigenaar van de grond toekomen. Bij horizontale natrekking zou de eigendom aan de eigenaar van het grotere geheel van het netwerk toekomen. Aan de onduidelijkheid over de eigendomsvraag is een einde gekomen met de wijziging van het Burgerlijk Wetboek (BW) in 2007. Volgens artikel 5:20 lid 2 BW ligt de eigendom van een net bij de bevoegde aanlegger van dat net of zijn rechtsopvolger. Op grond hiervan is de gemeente, als bevoegd aanlegger van de openbare riolering, eigenaar van het gehele rioolstelsel.

In de toelichting bij de wijziging van het Burgerlijk Wetboek is aangegeven dat de begrenzing van een leidingnetwerk bij gemeentelijke verordening kan worden bepaald. In dit artikel wordt van die mogelijkheid gebruik gemaakt, door te bepalen wat tot de gemeentelijke riolering behoort en waar de particuliere huisaansluiting, die eigendom is van de huiseigenaar, begint (zie Kamerstukken II 20052006, 29 834, nr. 9, Tweede nota van wijziging, p. 7).

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 20 van 21

Op grond van het eerste lid ligt de eigendomsgrens ter plaatse van de erfgrens. Het tweede lid bevat een afwijkende regeling voor drukriolering in het buitengebied. De gemeente is eigenaar en beheerder van de persleidingen en rioolwaterpompen in het buitengebied. De vrijvervalleiding vanaf het gebouw tot aan de pompput is geheel in eigendom van de perceeleigenaar. De pompput zelf en de rioolwaterpomp zijn in gemeentelijk eigendom. Het tweede lid geldt niet voor rioolwaterpompen in het stedelijke gebied die nodig zijn als de lozingstoestellen in een gebouw lager zijn gelegen dan 150 mm boven straatpeil. De bouwregelgeving (het Bouwbesluit 2012, waarin wordt verwezen naar NEN 3215) bepaalt dat bij laaggelegen lozingstoestellen een rioolwaterpomp moet worden tussengeschakeld omdat er anders rioolwater kan terugstromen, het gebouw in. Deze rioolwaterpomp is wel in beheer bij de perceeleigenaar. Op deze gevallen is het eerste lid van toepassing: de grens tussen de particuliere aansluitleiding en de gemeentelijke aansluitleiding ligt ter plaatse van de erfgrens. Voor IBA’s geldt, op grond van het derde lid, eveneens dat de gemeente eigenaar en beheerder is van de IBA. De vrijvervalleiding tot aan de IBA is in eigendom van de perceeleigenaar. De IBA zelf is in gemeentelijk eigendom, inclusief de afvoerleiding naar het oppervlaktewater en de elektrakabel tot aan de meterkast.

Met het vastleggen van de eigendomssituatie is duidelijk wie er verantwoordelijk is voor het verhelpen van verstoppingen en het herstellen van lekkages of andere beschadigingen aan de rioolaansluitleiding. De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor het particuliere deel van de aansluitleiding en de gemeente is verantwoordelijk voor het deel dat behoort tot de gemeentelijke riolering. Dit is nader uitgewerkt in artikel 3 en 4. Artikel 3 Dit artikel regelt wie verantwoordelijk is voor het beheer, onderhoud, de renovatie en vervanging van de gemeentelijke aansluitleiding. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt in beginsel bij de gemeente West Betuwe, tenzij de particuliere aansluitleiding niet goed wordt onderhouden. Als de verstopping in gemeentegrond zit maar veroorzaakt is door bijvoorbeeld afval vanuit huis (zoals door olie, frituurvet of schoonmaakdoekjes), dan zijn de kosten van onderhoud voor de eigenaar of gebruiker van de particuliere aansluitleiding. De eigenaar of gebruiker van de particuliere aansluitleiding is op grond van het derde lid verantwoordelijk voor het onderhoud van het eigen deel van de rioolaansluitleiding tot de erfgrens. Onderhouds- of herstelwerkzaamheden aan het particuliere deel van de riolering tot en met de erfgrens zijn dan ook voor rekening van de eigenaar of gebruiker.

Artikel 4 In dit artikel wordt geregeld wie verantwoordelijk is voor het opsporen en verwijderen van verstoppingen in de rioolaansluitleiding. Ligt de oorzaak van de verstopping bij de gemeente, dan

17 februari 2021 Kenmerk GZDGWB131712/135820 Pagina 21 van 21

betaalt de gemeente de gemaakte kosten. Het is dan de bedoeling om de gemeente hiervan op de hoogte te stellen, zodat de gemeente de herstelwerkzaamheden kan verrichten. De eigenaar of gebruiker van de particuliere aansluitleiding dient dit wel aan te tonen met een onderzoek. De kosten van dit onderzoek worden in alle gevallen gedragen door de eigenaar of gebruiker van de particuliere aansluitleiding. Als de oorzaak van de verstopping of andere storing ligt bij de particuliere aansluitleiding, dan is de eigenaar of gebruiker van de particuliere aansluitleiding ook verantwoordelijk voor het verhelpen van het probleem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/306/documents/6640