RB2025-134-6-verordening-liggeld-west-betuwe-2026.pdf
Tekst van het document
Raadsbesluit De raad van de gemeente West Betuwe; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025, gelet op artikel 229 eerste lid, aanhef en onderdeel a en b van de Gemeentewet; besluit:
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN LIGGELD GEMEENTE WEST BETUWE 2026 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen; b. ligplaats: een gedeelte van het openbaar water, bestemd of geschikt om door een woonschip met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; c. bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van het schip als woning niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, steiger en een loopplank.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘liggeld’ wordt een recht geheven voor het hebben van een ligplaats, daaronder begrepen de diensten die met de ligplaats verband houden, bij een verblijf langer dan twee weken op de in het ‘Besluit ligplaatsen en Huisnummerbesluit in het kader van de basisregistratie Adressen en Gebouwen’ aangewezen ligplaatsen.
Artikel 3 Belastingplicht Het recht bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de ligplaats heeft. Als degene die de ligplaats heeft wordt aangemerkt de houder van de ligplaatsvergunning dan wel de hoofdbewoner van het woonschip. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
Artikel 4 Belastingtarieven Het recht als bedoeld in artikel 2 bedraagt € 628,00 per belastingtijdvak.
Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 6 Wijze van heffing Het recht wordt bij wege van aanslag geheven.
4 november 2024 Kenmerk 2244700/2244712 Pagina 2 van 2
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 8 Termijnen van betaling De aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er, met inbegrip van de maand van dagtekening van het aanslagbiljet, nog maanden in het belastingtijdvak overblijven. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van het liggeld wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 10 Overgangsrecht De ‘Verordening op de heffing en de invordering van liggeld gemeente West Betuwe 2025’ van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening liggeld gemeente West Betuwe 2026. Aldus besloten in de openbare vergadering van 16 december 2025, nummer 2025-134, de griffier Hans van der Graaff
de voorzitter Servaas Stoop