rb_1 kernkwaliteiten nieuwe hollandse waterlinie__77690__.pdf
Tekst van het document
blz. 82
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
ten zuiden van de Lek DEEL I - Nationaal Landschap handboek voor beschermen én ontwikkelen
COLOFON Opdrachtgever: Nieuwe Hollandse Waterlinie - Pact van Loevestein Samenwerking: gemeenten Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Zaltbommel, Werkendam, Woudrichem, Vianen, Leerdam, Gorinchem, Lingewaard, Tiel, de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Zuid-Holland en Dienst Landelijk Gebied Inhoud, tekst en beeld: Kees van der Velden - landschapsarchitect Materiaal: beeldenbank NHW, GIS competence Center DLG, Rijksdienst Cultureel Erfgoed, Chris Will, Douwe Koen, Jaap de Zee, Richard Trenning, Gerard Burgers, Atlas Nieuwe Hollandse Waterlinie, Kees van der Velden en internet Pact van Loevestein, juli 2015
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 3
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie ten zuiden van de Lek DEEL I - Nationaal Landschap handboek voor beschermen én ontwikkelen
4 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 5
DEEL I Nationaal Landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie Deel I neemt u mee in de wereld van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Wat maakt dit gebied zo bijzonder dat het een Nationaal Landschap is en wordt beschouwd als werelderfgoed? In dit deel wordt het historisch verhaal samengevat en wordt de eigentijdse betekenis toegelicht. En er wordt uitgelegd hoe de overheid de kernkwaliteiten beschermt. ‘Behoud door ontwikkeling’ is daarbij het credo. De Waterlinie is een levend landschap: ontwikkelingen zijn nodig voor het duurzaam behoud van dit unieke erfgoed. Het gaat erom dat ontwikkelingen op passende wijze gebeuren en dit handboek reikt u daarvoor de omgangsvormen aan. Deel I gaat over de Nieuwe Hollandse Waterlinie als geheel, van Muiden tot aan de Biesbosch. Deel II zal u meenemen in de regionale uitwerking van de kernkwaliteiten ten zuiden van de Lek.
1 3 2
1) inundatiekommen ten zuiden van de Lek, 2) inundatiekanaal Tiel en 3) Fort Pannerden
6 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
inundatiekom Culemborgerwaard
COLOFON Opdrachtgever: Nieuwe Hollandse Waterlinie - Pact van Loevestein inundatiekom Tielerwaard
Samenwerking: gemeenten Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Zaltbommel, Werkendam, Woudrichem, Vianen, Leerdam, Gorinchem, Lingewaard, Tiel, de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Zuid-Holland en Dienst Landelijk Gebied Tekst en beeld: Kees van der Velden - landschapsarchitect Materiaal: o.a. beeldenbank NHW, GIS competence Center DLG, Chris Will, Douwe Koen, Jaap de Zee inundatiekom Land van Altena
16 december 2013
inundatiekom Bommelerwaard
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 7
INHOUD DEEL I
NATIONAAL LANDSCHAP
1. Nieuwe Hollandse Waterlinie 09 1.1 Ontdek de verborgen schoonheid 09 1.2
Wat is de Nieuwe Hollandse Waterlinie?
09
1.3 Beschermen én ontwikkelen 13 1.4 Handboek kernkwaliteiten 14 1.5 Leeswijzer 17 2. Waar historie inspireert 19 2.1 Nationaal geheugen 19 2.2 Het verhaal van de Waterlinie 20 3. Kernkwaliteiten 33 3.1 Kernkwaliteiten Nationaal Landschap 33 3.2 Unesco 35 3.3 Ontwikkelingsperspectief 36 3.4 Omgangsvormen 38 4. Ruimtelijke essenties 43 4.1 Inundatiekommen 45 4.2 Accessen 51 4.3 Kernzone militair verdedigingsstelsel 55 4.4 Verdichtingsvelden 77 DEEL II
KERNKWALITEITEN TEN ZUIDEN VAN DE LEK
Inundatiekom Culemborgerwaard Inundatiekom Tielerwaard Inundatiekom Bommelerwaard
Inundatiekom Land van Altena
Fort Pannerden & inundatiekanaal Tiel
8 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 9
1. Nieuwe Hollandse Waterlinie 1.1 Ontdek de verborgen schoonheid De Nieuwe Hollandse Waterlinie was lange tijd het ‘geheime wapen van Nederland’. Midden in ons land ligt een langgerekt gebied met restanten van een bijzonder defensiesysteem, met water als weermiddel. Voor velen nog een onontdekt gebied, maar liefhebbers weten steeds meer de weg te vinden naar dit landschap met een verstilde en verborgen schoonheid. Het is een ontdekkingstocht langs imposante forten, ingenieuze waterwerken, ruwe betonnen schuilplaatsen, kazematten en verscholen relicten van militaire hindernissen, als
Nieuwe Hollandse Waterlinie in Nederland
‘gevonden voorwerpen’ in het veelal open en groene landschap. Dit handboek neemt u mee in de kernkwaliteiten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, in het
een ingenieus stelsel van waterwerken en fortificaties.
bijzonder voor het gebied ten zuiden van de Lek. Met als
Tot aan de Napoleontische tijd werd de linie een aantal
doel deze kwaliteiten voor iedereen helder te maken.
keren naar het oosten verlegd, zonder echter de stad
Bewustzijn van de waarden, inspiratie voor ontwikkeling
Utrecht in te sluiten. Vanaf 1815 werd een geheel nieuwe
en helderheid over de omgangsvormen zijn een
verdedigingslinie ingericht met deze stad als centraal
belangrijke basis voor een duurzame toekomst van dit
punt: de Nieuwe Hollandse Waterlinie, met nog beter
uniek erfgoed.
beheersbare inundaties. De 85 kilometer lange Nieuwe
1.2 Wat is de Nieuwe Hollandse Waterlinie
water als essentie van verdediging
Hollandse Waterlinie strekte zich uit van de voormalige Zuiderzee (IJsselmeer) bij Muiden, via de Vecht en de
De Nieuwe Hollandse Waterlinie was de in de 19de eeuw
belangrijke garnizoenstad Utrecht, naar Vreeswijk en
verbeterde voortzetting van de eens zo succesvolle Oude
vandaar naar de Diefdijk, via Asperen naar Gorinchem
Hollandse Waterlinie. De Oude Hollandse Waterlinie is
en de Biesbosch. In geval van oorlog kon de Vesting
ontstaan in het zogenaamde Rampjaar (1672) toen
Holland, het politieke en economische hart van het land,
Frankrijk, Engeland en de Duitse vorstendommen
worden beschermd door langs de Linie sluizen open te
Munster en Keulen de oorlog verklaarden aan de
zetten en het land tot kniehoogte onder water te zetten
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In 1672
(inunderen). Met een watervlakte van 3 tot 5 kilometer
werden grote gebieden onder water gezet - geïnundeerd
breed kon de vijand en zijn geschut op afstand worden
- om de vijand tot staan te brengen. Door de grote haast
gehouden. Het ondiepe, drassige polderland werd zwaar
was de inundatie ongecontroleerd waardoor grotere
begaanbaar voor voetvolk en onbegaanbaar voor zware
gebieden dan strikt noodzakelijk onder water kwamen te
kanonnen. Het was bovendien onbevaarbaar voor
staan. Vanaf het begin van 1673 kwam er meer systeem
schepen. Op hooggelegen, niet te inunderen plekken in
in de wijze van inunderen. Sindsdien is er gebouwd aan
de Waterlinie werden in de 19de eeuw forten gebouwd.
10 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Tijdens de mobilisatie van de Eerste Wereldoorlog werden stellingen in het terrein tussen de forten toegevoegd. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, tijdens de mobilisatie 1939-1940, werden voor de infanterie in het veld veel extra versterkingen gebouwd, zoals zwaar gewapend betonnen groepsschuilplaatsen en mitrailleurkazematten. Na de inval van de Duitsers, in de meidagen van 1940, was de Waterlinie paraat als reservelinie in de tweede lijn. In maart 1940 was namelijk besloten om bij een Duitse inval de Grebbelinie voor de hoofdweerstand te gebruiken. De Duitsers kwamen echter met een nieuw wapen: de luchtmacht (Luftwaffe). Met het bombardement op Rotterdam werd de overgave afgedwongen. De Nieuwe Hollandse Waterlinie werd uiteindelijk in 1951 officieel opgeheven en de forten werden door Defensie hergebruikt als opslagruimte of oefenterrein. Tegenwoordig is de Nieuwe Hollandse Waterlinie het grootste Rijksmonument van Nederland en aangewezen als Nationaal Landschap. De groene gordel aan de oostzijde van de Randstad, met ruim 45 negentiende eeuwse forten en talloze (militaire) sluizen en verdedigingswerken, is nu een bijzondere recreatieve trekpleister. Ruimtelijke opbouw De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een uniek, in samenhang met het landschap ontworpen hydrologisch en militair verdedigingssysteem.
Het bestaat uit inundatiegebieden, een zone met verdedigingswerken als forten, batterijen, lunetten, betonnen mitrailleurkazematten en groepsschuilplaatsen, voormalige schootsvelden (visueel open) en Verboden Kringen (merendeels onbebouwd gebied) rondom de forten, waterwerken en elementen als beschutte wegen, (resten van) loopgraven en tankgrachten en restanten van de landschappelijke Nieuwe Hollandse Waterlinie, op de grens tussen Hoog en Laag Nederland
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 11
inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten. Daarnaast is er de historische vestingstructuur van de vestingsteden Muiden, Weesp, Naarden, Nieuwesluis, Gorinchem en Woudrichem. Inundatiekommen De essentie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie bestaat uit de inundatie, het onderwater zetten van de polders met een klein laagje water. Gemiddeld zo’n veertig centimeter diep was voldoende verradelijk om moeilijk begaanbaar te maken voor mensen, voertuigen en paarden. Tegelijkertijd was het te ondiep om per boot te bevaren. Een systeem van negen inundatiekommen, met elkaar verbonden door een stelsel van waterwerken als sluizen, duikers en inlaten, vomde in tijden van mobilisatie een bijna aaneengesloten watervlakte van drie tot vijf kilometer breed. De hoogteverschillen in de
het Fort bij Everdingen in de perioden 1925-1930
ondergrond vormden de basis voor de inundatie. De inundatiewet van 1896 voorzag in de bevoegdheid
Hoofdverdedigingslijn en het verdedigingsstelsel
om het land onder te laten lopen. Curieus is dat de
Bij de accessen en de buitengrenzen van de inundatie-
Inundatiewet van 1896 als ‘Wet Militaire Inundatiën’ in
velden werd een militair-strategisch verdedigingsstelsel
formele zin nog steeds rechtsgeldig is.
aangelegd met vestingen, forten, batterijen en kazematten, groepsschuilplaatsen, groepsnesten, loopgraven en
Accessen
tankgrachten. Hier werd met vuur verdedigd. De vorm
De accessen waren de plekken waar de vijand door de
en opstelling van deze onderdelen weerspiegelen de
inundatievelden heen de veilige zijde kon bereiken. Deze
voortdurende ontwikkeling van het geschut en de
kwetsbare plekken in de verdediging waren de hoger
oorlogvoering. Al deze onderdelen samen vormden de
gelegen delen van het landschap zoals de oeverwallen,
hoofdverdedigingslijn van de Waterlinie. Het was de
stroomruggen, kaden en dijken, de hoger gelegen
achterste begrenzing van de linie, de grens met het
infrastructuur en de bevaarbare rivieren. De accessen
veilige Holland én de verbindingslijn voor de troepen
werden voorzien van forten en verdedigingslinies om ze
tussen de noordelijk en zuidelijk gelegen onderdelen van
met geschut veilig te stellen.
de Linie.
Fort bij Asperen in 1938
12 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Verboden Kringen
Veilige zijde
In 1853 werd de Kringenwet ingesteld om het zicht op
Ten westen van de hoofdverdedigingslijn bevond zich de
de schootsvelden rond de forten open te houden. In
veilige ‘Vesting Holland’, het economisch-bestuurlijke
cirkels om de forten heen golden beplantings- en
hart van ons land. De veilige zijde is een resultante van
bouwrestricties in verschillende gradaties. In de kleine
de Waterlinie; het behoort feitelijk niet tot het militair-
kring, binnen 300 meter van het fort was enkel bouwen
historisch complex. Maar in de opbouw van het
in hout toegestaan, zodat ten tijde van oorlogsdreiging
Waterlinielandschap is het vaak aanwezige ruimtelijk
de bebouwing snel afgebrand of geruimd kon worden. In
contrast met de inundatiezijde wel van belang. Het
de middelste kring, tussen 300 en 600 meter was
verheldert de werking van de linie in het landschap.
bouwen in steen voor de onderste 50 centimeter en schoorstenen toegestaan, aangevuld met hout. In de grote kring, tussen 600 en 1000 meter, golden geen bouwbeperkingen maar was de overheid bevoegd om bij oorlogsdreiging te ruimen. Mede door de Kringenwet, die tot 1963 van kracht is geweest, kenmerken de gebieden binnen de Verboden Kringen zich door de relatieve leegte. Dit betekent niet dat er geen gebouwen staan, maar de hoeveelheid bebouwing is al die jaren beperkt gebleven.
houten Kringenwetwoning
Verboden Kringen voor open schootsveld
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 13
1.3 Beschermen én ontwikkelen
Planologische bescherming
In 2004 is ‘Panorama Krayenhoff - Linieperspectief’
Het beleid op de Nieuwe Hollandse Waterlinie is gericht
vastgesteld. Dit is het rijksbeleid op de toekomst van de
op het beschermen en ontwikkelen van de kernkwalitei-
Nieuwe Hollandse Waterlinie. Want hoewel de militaire
ten. De bescherming van de Waterlinie vindt op een
noodzaak is verdwenen, is de Waterlinie nog steeds van
aantal niveaus plaats. Op rijksniveau zijn de kernkwali-
grote maatschappelijke betekenis.
teiten voor de Waterlinie als geheel vastgelegd in het
Het Linieperspectief kent drie eigentijdse ambities toe
besluit algemene regels ruimtelijke ordening (BARRO).
aan de Waterlinie. Als deel van het ‘nationale geheugen’
Op provinciaal niveau is de Nieuwe Hollandse Waterlinie
draagt de Linie bij aan het historisch besef en de
planologisch verankerd in de omgevingsvisie en
regionale identiteit, als ‘megasingel door de
-verordening. Op gemeentelijk niveau wordt de
Deltametropool’ is de Linie een rustige en groene
Waterlinie beschermd in het bestemmingsplan.
tegenhanger van het stedelijk netwerk van de Randstad en de Linie kan wezenlijk bijdragen aan het gemoderni-
Bescherming
seerde waterbeheer van de 21ste eeuw.
Omwille van de bescherming van de kernkwaliteiten is
Het Nationaal Project Nieuwe Hollandse Waterlinie stelt
een terughoudende planologische benadering wat betreft
zich ten doel de Waterlinie als onderdeel van het
initiatieven met een verdichtend en verstedelijkend
Nederlands cultureel en landschappelijk erfgoed tot een
effect op het landschap noodzakelijk. Bij de beoordeling
herkenbare ruimtelijke eenheid te maken en duurzaam
van alle ruimtelijke initiatieven is de grondhouding ‘Nee,
in stand te houden. Hiertoe zullen eigentijdse functies
tenzij...’oftewel ‘Pas op, u bevindt zich in de Waterlinie.
(zoals recreatie en toerisme, waterbeheer, landbouw,
Zorgvuldigheid is geboden!’
natuur, verkeer en vervoer) nader worden ingevuld, c.q. aan de Linie worden toegevoegd, met als uitgangspunt
én ontwikkeling
de Belvederegedachte ‘behoud door ontwikkeling’.
Deze op kwaliteit gerichte grondhouding betekent
De Nieuwe Hollandse Waterlinie is in de Nota Ruimte
evenwel dat ontwikkelingen heel goed mogelijk - en vaak
aangewezen als Nationaal Landschap. Aansluitend op de
ook wenselijk - zijn. Het is onder andere afhankelijk van
kernkwaliteiten van het Nationale Landschap staan in het
de locatie en het ontwerp. Het is noodzakelijk dat de
uitvoeringsprogramma drie ambities centraal: het
ruimtelijke ingrepen zorgvuldig worden ontworpen en
creëren van een herkenbaar Waterlinieprofiel door het
ingepast in de karakteristieken van de Waterlinie en de
versterken van de ruimtelijke ontwikkeling en vormge-
topografie van het onderliggende landschap.
ving, ontwikkelen en profileren van de Waterlinie als een liefhebberslandschap (Waterlinie in de hoofden en de harten) en het duurzaam gebruik door het realiseren van maatschappelijke en economisch duurzame bestemmingen.
14 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
1.4 Handboek kernkwaliteiten
onderdelen van de Waterlinie opgetekend. Daarnaast
Als inhoudelijke uitwerking van de provinciale en
vormen de monumentbeschrijvingen van de Nieuwe
gemeentelijke regels is dit ‘Handboek kernkwaliteiten
Hollandse Waterlinie een belangrijk vertrekpunt voor de
Nieuwe Hollandse Waterlinie’ ontwikkeld voor de
concretisering van de kernwaarden.
Waterlinie ten zuiden van de Lek. Het is een gebiedsgerichte uitwerking van de kernkwaliteiten en een
Kernkwaliteiten Waterlinie & onderliggende landschap
omschrijving van de daarbij horende omgangsvormen in
Bij de uitwerking worden zowel de kernkwaliteiten van
de vorm van een ontwikkelingsperspectief en ontwerp-
de Waterlinie, als de kernkwaliteiten van het onderlig-
richtlijnen. Deze kwaliteitsgids is te gebruiken als een
gende landschap beschouwd. Deze zijn immers
handboek voor ontwikkelaars, planbegeleiders en
onlosmakelijk met elkaar verbonden.
-toetsers binnen de linie. Belangrijk doel is het concreet maken van de kernkwaliteiten, zodat iedereen begrijpt uit welke onderdelen het landschap van de Waterlinie bestaat en hoe ermee omgegaan moet worden. Bewustzijn en inspiratie zijn een belangrijke basis voor een betere beleefbaarheid en duurzame toekomst. Daarnaast draagt het handboek - als bovengemeentelijk instrument - bij aan uniformiteit in de plantoetsing. Een eenduidige, inhoudelijke beoordeling van omgang met de kernkwaliteiten, los van bestuurlijke grenzen, staat centraal. Voortbouwen op bestaande kaders Dit handboek bouwt voort op bestaande beleidskaders. Sinds 2004 vindt er een consequente uitwerking van het rijksbeleid plaats in provinciale en gemeentelijke plannen. Het handboek vertaalt de kernkwaliteiten op hoofdlijnen in gebiedsspecifieke waarden en omgangsvormen. Daarbij is dankbaar gebruik gemaakt van de reeds bestaande plannen. Door deze bundeling en verheldering van informatie wordt een praktisch hanteerbaar toetsings- en ontwikkelingskader nagestreefd. De ‘Atlas Nieuwe Hollandse Waterlinie’ vormt eveneens een belangrijke basis. Hierin staan de kernkwaliteiten: Waterlinie + onderliggend landschap
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 15
Kwaliteitstoets
initiatief niet per definitie ‘goed’ of ‘fout’, maar is de
Ruimtelijke initiatieven worden met een open, nieuws-
kwaliteit mede afhankelijk van het ontwerp. Het is
gierige houding benaderd; een duurzame ontwikkeling is
cruciaal om maatwerk in planbegeleiding en toetsing te
immers noodzakelijk voor het behoud van de linie. De
leveren.
initiatieven zullen door de samenwerkende overheden
In de bestemmingsplanregels wordt het proces van
worden begeleid en getoetst. Om dit inzichtelijk te
planbeoordeling nader omschreven. Een planologische
maken wordt van initiatiefnemers een goed inzicht in de
zonering van het Nationaal Landschap is hierbij een
ruimtelijke plannen (beeldkwaliteitplan) verwacht.
hulpmiddel. Er worden een kernzone, inundatiekommen,
Deze kwaliteitstoets is noodzakelijk omdat het ondoenlijk
accessen en verdichtingsvelden onderscheiden. Door de
is - en ongewenst is - om vooraf gedetailleerd aan te
planologische zonering te koppelen aan de kenmerkende
geven wat wel en wat niet mogelijk is. Daarnaast is een
Waterlinieopbouw wordt de eigenheid van de Linie geborgd. En dit begrippenkader is een logische doorvertaling van de terminologie van Panorama Krayenhoff. Het is herkenbaar en herleidbaar.
planologische zonering
16 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
ten zuiden van de Lek DEEL I - Nationaal Landschap handboek voor beschermen én ontwikkelen
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
ten zuiden van de Lek DEEL II - inundatiekom Culemborgerwaard handboek voor beschermen én ontwikkelen
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
ten zuiden van de Lek DEEL II - inundatiekom Tielerwaard
ten zuiden van de Lek DEEL II - inundatiekom Bommelerwaard
handboek voor beschermen én ontwikkelen
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie ten zuiden van de Lek DEEL II - inundatiekom Land van Altena handboek voor beschermen én ontwikkelen
handboek voor beschermen én ontwikkelen
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
ten zuiden van de Lek DEEL II - Fort Pannerden & inundatiekanaal Tiel handboek voor beschermen én ontwikkelen
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 17
1.5 Leeswijzer In het voorliggende deel van het Handboek Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie - Deel I Nationaal Landschap - vindt u de achtergronden, het beleid, de kernkwaliteiten en de gewenste omgangsvormen voor de Waterlinie als geheel. De regionale uitwerking van de kernkwaliteiten vindt u in Deel II. Dit tweede deel bestaat uit vijf boekjes, onderverdeeld in regionale militair-historische en landschappelijke ensembles: - inundatiekom Culemborgerwaard - inundatiekom Tielerwaard - inundatiekom Bommelerwaard - inundatiekom Land van Altena - Fort Pannerden & Inundatiekanaal Tiel In de regionale uitwerkingen komen zowel de kwaliteiten van het militair-historisch systeem aan bod, als ook de kwaliteiten van het onderliggend landschap. Meer informatie over het gebruikte kaartmateriaal kunt u vinden in de Waterlinie Atlas. Hierin is de opbouw van de Nieuwe Hollandse Waterlinie nauwkeurig opgetekend en verklaard. Meer informatie over de Nieuwe Hollandse Waterlinie kunt u vinden op www.hollandsewaterlinie.nl Zoekt u nadere informatie over het gemeentelijk beleid dan kunt u de website van de betreffende gemeente bezoeken.
18 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 19
2. Waar historie inspireert 2.1 Nationaal geheugen Met de groeiende mondialisering, groeit ook de behoefte aan een regionale identiteit. De Nieuwe Hollandse Waterlinie staat voor een typische Nederlandse manier van landsverdediging, in haar betekenis vergelijkbaar met de Chinese Muur of de Muur van Hadrianus in Engeland. Het systeem van inundatie heeft zich bewezen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog is er een afschrikwekkende werking vanuit gegaan. Hoewel er nooit fysiek vijandelijke legers in zijn vastgelopen, vormt de Nieuwe Hollandse Waterlinie dus een sterk staaltje Nederlandse verdedigingstaktiek en ingenieurskunst ineen. Een verschil met de buitenlandse evenknieën is dat die als afschrikwekkende verdedigingswallen in het landschap lagen, terwijl de Waterlinie zo verborgen als mogelijk is aangelegd. Toch is de ambitie om ook de Waterlinie in het landschap herkenbaar te maken - subtiel - op passende wijze, met eigentijds gebruik. Dat biedt de beste garanties tegen maatschappelijke onachtzaamheid en natuurlijke overwoekering. Het verleden blijft zo ook voor toekomstige generaties levend.
behoud van historie door eigentijdse ontwikkeling
20 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
2.2 Het verhaal van de Waterlinie
beschermden de inundatiesluzen. De aanbevelingen die
De basis voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie werd
hij deed, vormden het concept voor wat later de Nieuwe
gelegd in de Franse tijd, in 1797, door de directeur der
Hollandse Waterlinie zou gaan worden.
Hollandse Fortificatiën C.R.T. Krayenhoff. In zijn ‘Memorie
In 1811 werden de plannen door keizer Napoleon
betreffende de eerste of capitale Waterlinie’ beschrijft
goedgekeurd: ‘La ligne de Naarden à Gorcum doit donc
Krayenhoff gedetailleerd hoe de oude Hollandse
être considerée comme la vraie ligne de l’Empire’. Mede
Waterlinie er toen voor stond en geeft hij aan hoe deze
vanwege militaire en politieke ontwikkelingen werd het
verbeterd zou moeten worden. Tevens bepleit hij een
plan echter niet verder uitgewerkt.
oostwaartse verlegging van de linie om de stad Utrecht
Na het vertrek van de Fransen, bij de aanloop tot het
er binnen te brengen, beschermd door een aaneenscha-
nieuwe Koninkrijk der Nederlanden in het najaar van
keling van voorposten. Niet alleen omdat Utrecht een
1814, diende Krayenhoff opnieuw een nota in waarin zijn
belangrijke garnizoensstad was, maar vooral om te
voorstellen uit 1797 en 1811 werden geactualiseerd.
voorkomen dat de vijand de waterhindernis via de stad
Daarop besloot Koning Willem I in het voorjaar van 1815
eenvoudig zou kunnen aftappen. Deze voorposten
tot de aanleg van een nieuwe waterlinie, toen nog Utrechtse Linie genoemd. De militaire en waterstaatskundige werken voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie zouden het grootste en duurste infrastructurele project worden dat ooit in Nederland is uitgevoerd. Verbonden met het landschap De locatie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie is onlosmakelijk verbonden met het natte landschap. In dit lage deel van Nederland heeft de mens eeuwenlang gestreden tegen het water om het landschap bruikbaar te maken. Nu werd het water benut als een sterke verdedigende kracht. De veengebieden ten noorden van Utrecht werden ingezet als inundatievlakten, met de zandige stuwwal van het Gooi als oostelijke begrenzing. Vanaf Utrecht tot aan de Lek werd de Waterlinie in het rivierenlandschap gebouwd, waarbij de lage komgronden geïnundeerd konden worden. Vanaf de Lek tot en met het Land van Altena werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie op de scheidingslijn van het Hollandveen en de rivierkleigronden aangelegd. Hier waren grote polders die geïnundeerd konden worden. Cornelis Krayenhoff
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 21
Inundaties en verdedigingswerken Evenals de oude Hollandse Waterlinie steunde de Nieuwe op uitgebreide - maar nu beter beheersbare - inundaties. Daarbij sloten forten en batterijen de inlaatpunten, de sluizen, af en beschermden ze de niet te inunderen terreinstroken en andere accessen. Samen met Jan Blanken, inspecteur-generaal van Waterstaat, ontwikkelde Krayenhoff als inspecteur-generaal der Fortificaties de ‘natte’ plannen voor de Nieuwe Waterlinie en werd er opdracht gegeven aan majoor-ingenieur Willem Offerhaus voor de bouw van een fortenkring rondom Utrecht. Tot aan Nieuwersluis werd het tracé van de oude Hollandse Waterlinie langs de Vecht aangehouden, tot enkele kilometers ten noorden van de stad Utrecht. Daar moest de linie oostelijk om de stad heen buigen, om vervolgens langs de Vaartse Rijn verder te gaan tot aan de sluizen van Vreeswijk aan de Lek. Voorts sloot de nieuwe waterlinie aan op het zuidelijk tracé, dat in 1787 was verplaatst naar de Diefdijk en de Linge.
Jan Blanken
Er dienden vijf zogenaamde ‘inundatiekommen’ te komen, met op de accessen permanente verdedigingswerken. Op een zestal cruciale plekken werden door Blanken ontworpen waaiersluizen gebouwd. Deze sluizen waren ideaal voor militaire inundaties, omdat die zelfs tegen hoog water in geopend konden worden. Uit de periode 1815-1817 stammen de waaiersluizen bij Werk aan het Spoel, Asperen en Gorinchem. De inrichting van een optimaal inundatiestelsel en de aanleg van de onmisbare permanente verdedigingswerken duurden, met onderbrekingen, van 1815 tot 1886. Dat de realisatie van de nieuwe waterlinie zoveel tijd kostte had alles te maken met de internationale politieke en militair-technische ontwikkelingen en de ingrijpende infrastructurele en waterstaatkundige veranderingen waaiersluis
22 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
gedurende de 19de eeuw. De ontwikkelingen in de Frans-Duitse Oorlog in 18701871, de uitvinding van de brisantgranaat en de aanleg van spoorwegen en kanalen dwars door de linie waren allemaal van invloed op de organisatie en infrastructuur van de Nederlandse hoofddefensielinie. inundatie bij de Papsluis in het Land van Altena
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 23
Bouwfasen
Op de hoog gelegen - en dus niet te inunderen -
Er zijn in de ontwikkeling van de Nieuwe Hollandse
Houtense Vlakte werden vier lunetten gebouwd. Deze
Waterlinie zes bouwfasen te onderscheiden.
V-vormige versterkingen werden voorzien van zware bakstenen bekledingsmuren. Ten zuiden van Utrecht
Eerste bouwfase 1815-1826
bouwde men ter bescherming van de inundatiesluizen
In de eerste bouwfase werd op de kwetsbare accessen
forten bij Jutphaas, Vreeswijk en Culemborg.
rondom Utrecht een vijftal forten gebouwd. Deze eenvoudige werken bestonden uit aarden omwallingen, die precies in het hart van de te beveiligen weg of kade waren gelegen. De forten werden omgeven door een gracht en op de hoofdwal was de opstelplaats voor het geschut. De vorm en de omvang van de forten werden bepaald door de breedte van het acces en de ligging van de inundatiemiddelen.
vesting Gorinchem
24 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Tweede bouwfase 1841-1864 Onder leiding van genieofficier Merkes van Gendt verrezen bij de rivieraccessen van de Vecht, Lek, Linge en Waal de forten met bomvrije geschutstorens. In diezelfde periode kregen veel kleinere werken van de linie ‘bomvrije’ gebouwen, onder andere in de vorm van vierkante wachthuizen binnen de redoutes, de schansen. Een aantal versterkingen in het Vechtplassengebied, die nog uit de Franse tijd dateerden, werden vervangen door
oorspronkelijke toren Fort bij Honswijk
eenvoudige forten of redoutes.
kaart Memorie van Verdediging Fort bij Asperen en Wapenplaats: het Linge-acces
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 25
Derde bouwfase 1867-1872
‘contrescarp’ aangebracht, een halfrondgaande aanaar-
Kolonel Kromhout kreeg de taak om de organisatie van
ding van een dik kleipakket of een gemetselde en
de Waterlinie beter te structureren. Er waren veel te
aangeaarde galerij, die los stond van de toren en daar in
weinig bomvrije onderkomens voor manschappen en
een ruime halve-cirkelvorm omheen lag. Ook veel
bomvrije magazijnen voor munitie. Bovendien bleken de
andere bomvrije wachthuizen kregen een stevige aarden
zware muren van de hoge torenforten lang niet zo
dekking. Deze derde bouwperiode volgde na de
‘bomvrij’ als ze heetten te zijn. Maar ook de nieuwe en
uitvindingen rond 1860 van geschut met een zogenaam-
verbeterde bomvrije forten bleken kort na oplevering al
de getrokken loop, dat verder dragend en nauwkeuriger
weer verouderd. In de daarop volgende jaren werden de
was. Door de toegenomen reikwijdte werden vooruitge-
kwetsbare torens daarom beveiligd. Om de torens tegen
schoven posten aangelegd. Ook de ontwikkeling van de
directe treffers te verdedigen werd een zogenaamde
spoorwegen speelde hierbij een rol. Vierde bouwfase 1871-1886 In 1874 diende de minister van Oorlog de Vestingwet in. Deze kende prioriteit toe aan de verbetering van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Binnen acht jaar moesten de nieuwe werkzaamheden worden verwezenlijkt. De Waterlinie was nog maar amper ingericht volgens de laatste eisen van een grote defensieve kracht of in 1885 werd de brisantgranaat ingevoerd. Tegen dit explosieve projectiel was geen fort bestand. Op slag waren de forten weer verouderd en dus onbruikbaar. Om de trefkans te voorkomen moesten manschappen en geschut worden gespreid in het linielandschap. De forten vervulden nog wel een rol als stormvrij infanteriesteunpunt. Sindsdien speelde ‘maskering’, ofwel camouflage, door beplantingen op en bij de forten een rol. In deze periode werden op veel forten behalve fortwachterswoningen ook houten genie- en artillerieloodsen gebouwd om het materiaal in vredestijd vochtvrij te stallen. Bovendien verrezen er toch ook van noord tot zuid nieuwe forten en batterijen in de Linie om een aaneengesloten snoer van steunpunten op een bepaalde afstand van elkaar te realiseren.
kaart Memorie van Verdediging Fort bij Everdingen
26 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
detail opstelling geschut
loopgraaf mobilisatie Wereld Oorlog I
batterijen en detail opstelling geschut
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 27
Vijfde bouwfase 1900 / 1914-1918
Tegen het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd de
Aan het einde van de negentiende eeuw kwam de
mobilisatie afgekondigd. De Nieuwe Hollandse Waterlinie
fortenbouw tot stilstand. Het nut en de kracht van de
werd in staat van verdediging gebracht en de inundaties
kostenverslindende en snel verouderende forten van de
werden gesteld op het voorbereidingspeil. In tegenstel-
Waterlinie stonden ter discussie. Het accent werd verlegd
ling tot de gebrekkige mobilisatie van 1870 liep het deze
van de zogenaamde ‘dode weermiddelen’ naar de
keer voorspoedig. De forten van de Waterlinie konden
levende, mobiele strijdkrachten die verspreid in
volledig worden bemand en de veldtroepen werden in
veldversterkingen in de Linie zouden moeten opereren
infanteriestellingen in loopgraven tussen de forten en
om een stormaanval met de nieuwste wapens te
voor de inundaties geplaatst.
weerstaan.
kazemat en loopgraaf 1939-1940
28 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 29
Zesde bouwfase 1939-1940 inundatie Poederoijen
Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werd met man en macht aan de verdedigingslinies gewerkt. De bewapening was ouderwets en gering, maar het was inmiddels te laat om alsnog moderne wapens aan te schaffen. Eind augustus 1939 mobiliseerde het Nederlandse leger opnieuw. Opnieuw werden diverse veldversterkingen aangelegd voor artillerie, infanterie en munitieopslag. Er werden honderden groepsschuilplaatsen gebouwd en vele mitrailleurkazematten. Op de forten verrezen de moderne golfplaten romneyloodsen en nissenhutten voor diverse doeleinden.
mobilisatie omgeving Fort bij Everdingen
30 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Nadagen van de Waterlinie
Maar ook aan het gebruik van de Waterlinie voor andere
Na de Tweede Wereldoorlog had de Nieuwe Hollandse
militaire doeleinden kwam een einde. De linie was niet
Waterlinie als defensielinie afgedaan. De verdediging van
langer nuttig voor Defensie, maar een last geworden.
ons land ging na 1949 onderdeel uitmaken van een
Forten kwamen leeg te staan, raakten in verval. De
bredere NAVO-strategie. Daarbij werd gekozen om de
natuur nam bezit van de linie waardoor tegenwoordig
verdediging naar het oosten te leggen. In eerste
veel oude bouwwerken een paradijs voor vleermuizen
instantie liep de internationale hoofdverdedigingslinie
zijn. Ook burgers zagen kansen; forten werden
van West-Europa langs de Rijn en de IJssel. Na toetre-
bewoond, soms gekraakt en de ondernemende pioniers
ding van West-Duitsland tot de NAVO werd deze lijn
zagen vooral ook kansen voor nieuwe bestemmingen. Zo
verder oostwaarts geschoven naar de Elbe.
zag de Stichting Fort Asperen als één van de eersten de
Nadat de waterlinie geen verdedigingsfunctie meer had,
potenties van het fort en startte het initiatief Kunstfort
hebben de forten alle mogelijke bestemmingen gekend.
Asperen wat tot vandaag de dag een gerenommeerd
Aanvankelijk kregen de meesten forten een andere
kunstprogramma biedt. Dit soort initiatieven houdt de
militaire bestemming, veelal als opslagplaats van
Waterlinie in stand en maakt de unieke historie beleef-
munitie. Enkele forten paste men in de jaren zestig aan
baar voor de maatschappij.
als mobilisatiecomplex.
bezoek van prins Bernard aan Fort bij Honswijk in 1961
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 31
Ook het landschap in de Nieuwe Hollandse Waterlinie
bouwen aan een nieuwe toekomst om de unieke
veranderde. Met het beëindigen van de Kringenwet is er
historische waarden te behouden door een brede
in de loop der jaren gebouwd binnen de schootsvelden
maatschappelijke herbestemming. Inmiddels, in 2015,
van de forten. Naoorlogse ruilverkavelingen en infra-
hebben veel forten een nieuwe bestemming gevonden -
structurele werken hebben de historische landschappe-
toeristisch-recreatief, museaal, ecologisch - historische
lijke context van de linie veranderd en deels ook sporen
gebouwen en inundatiewerken zijn gerestaureerd,
uitgewist.
recreatieve netwerken verbinden de forten onderling en met het landschap. Het proces van herbestemming,
Zevende bouwfase: vanaf 2004 naar de toekomst
herinrichting en duurzaam beheren van de Nieuwe
De historie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie wordt
Hollandse Waterlinie zal nog enige jaren doorgaan.
vaak omschreven in zes bouwfasen. Met Panorama
Hierbij zal het initiatief steeds verder verschuiven van de
Krayenhoff is de zevende bouwfase ingegaan: het
overheid naar maatschappelijke partijen. De Waterlinie wordt van de burgers!
voorbeelden van eigentijdse ontwikkeling van de Waterlinie
32 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 33
3. Kernkwaliteiten 3.1 Kernkwaliteiten Nationaal Landschap De Nieuwe Hollandse Waterlinie is erfgoed met een uitzonderlijke universele waarde. Om deze waarde te beschermen heeft het rijk de kernkwaliteiten vastgelegd (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (BARRO, Staatsblad, jaargang 2011, nr. 391, 22 augustus 2011). De kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn: - het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militaire verdedigingssysteem, bestaande uit: - inundatiegebieden - zone met verdedigingswerken als forten, batterijen, lunetten, betonnen mitrailleurkazematten en groeps schuilplaatsen in hun samenhang met de omgeving; - voormalige schootsvelden (visueel open) en Verboden Kringen (merendeels onbebouwd gebied) rondom de forten; - waterwerken als waterlichamen, sluizen, inlaten, duikers en dijken functionerend in samenhang met verdedigingswerken en inundatiegebieden; - overige elementen als beschutte wegen, (resten van) loopgraven en tankgrachten; - de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; - de historische vestingstructuur van de vesting -steden Muiden, Weesp, Naarden, Nieuwersluis, Gorinchem en Woudrichem; - grote openheid; - groen en overwegend rustig karakter.
karakter
34 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 35
3.2 Unesco
They are both part of a continuum of earlier defensive
De Nieuwe Hollandse Waterlinie staat - in de periode van
measures and were later to influence certain portions of
het schrijven van deze nota - op de voorlopige lijst van
the construction immediately before and after World War
Unesco werelderfgoed. Unesco omschrijft de waarden als
II.
volgt:
Criterion iv: The forts are outstanding examples of an extensive, integrated defence system of the modern
“The Nieuwe Hollandse Waterlinie is a military defence
period which has survived intact and well conserved
line that marked the administrative and economic heart
since its creation in the late 19th century.
of the Netherlands - Fort Holland. It was designed to
Criterion v: The Nieuwe Hollandse Waterlinie represents
keep out invaders by the controlled flooding of a chain of
the skill of the Netherlands in water management and its
inundation fields to a depth of up to a metre. The
practical application in the defence of the nation.
inundation line was laid in the 19th and 20th centuries and runs from Fort Naarden to Fort Steurgat in the
Statements of authenticity and/or integrity
Biesbosch. The line consists of a system of waterworks
The cultural value of the Nieuwe Hollandse Waterlinie (as
and over 1,000 forts, casemates, sluices and wooden
an illustration of Dutch water management) is expressed
houses. The Nieuwe Hollandse Waterlinie is one of the
through extant portions of the system, most of which is
largest projects ever undertaken in the Netherlands. The
still intact.
fields of fire and inundation basins around the forts
The Nieuwe Hollandse Waterlinie and the Stelling van
consist mainly of open land, since the Strategic Defences
Amsterdam formed the line of defence of Fort Holland,
Act (Kringenwet) of 1853, which was only repealed in
the western conurbation now known as the Randstad.
1963, prohibited any building on such designated areas
The addition of the Inundation Line to the World Heritage
until 1963. The Nieuwe Hollandse Waterlinie links up
site of the Stelling van Amsterdam would enhance the
with, and is an extension of, the Stelling van
value of both properties and improve the opportunities
Amsterdam, which already has World Heritage status.
for conservation. The site would then comprise all the elements of the Fort Holland defence line.
Justification of Outstanding Universal Value The Nieuwe Hollandse Waterlinie is of exceptional
Comparison with other similar properties
significance through its extensiveness, the fact that it
The Nieuwe Hollandse Waterlinie and the Stelling van
uses a specialised system of waterworks, and the
Amsterdam partially overlap, use the same inundation
pristine character of the fortifications.
system and were designed with the aim of defending the
Criterion ii: The Nieuwe Hollandse Waterlinie and the
same area of land (the present-day Randstad).
Stelling van Amsterdam are exceptional examples of an
The former Grebbelinie, the defence line that extended
Hadrian’s Wall;
extensive, integrated European defence system of the
from the Lower Rhine to the IJsselmeer, is a comparable
Unesco werelderfgoed
modern period which has survived intact and well
site. Until 1951, the Grebbelinie functioned as a forward
- lint door het landschap
conserved since their creation in the late 19th century.
defence line of the Nieuwe Hollandse Waterlinie.”
36 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
3.3 Ontwikkelingsperspectief
Kwaliteitsbeleid
Het doel van het Nationaal Project Nieuwe Hollandse
Het beleid voor de Waterlinie is kwaliteitsbeleid. Het richt
Waterlinie is de Waterlinie als onderdeel van het
zich op het behoud en de ontwikkeling van de kernkwali-
Nederlands cultureel en landschappelijk erfgoed tot een
teiten. Het gaat daarbij om ontwerp- en inrichtingsprinci-
herkenbare ruimtelijke eenheid te maken en duurzaam
pes - een passende omgang met de kernkwaliteiten - en
in stand te houden. Voor een duurzame toekomst is het
in wezen niet over planologische bestemmingen
samengaan met eigentijdse functies cruciaal: ‘behoud
(functies). Meerdere vormen van ruimtegebruik kunnen
door ontwikkeling’ is het credo.
immers passen bij een bepaalde locatie in de Waterlinie. Zo kan bijvoorbeeld landbouw bijdragen aan een open
Balanceren tussen bescherming en ontwikkeling
schootsveld, maar waterberging ook. Het gaat erom hoe
Instandhouding van het werelderfgoed is onlosmakelijk
de plek ontworpen en in stand gehouden wordt. Het is
verbonden met het toelaten van ontwikkelingen. Dat is
daarom van belang dat er ontwerpruimte is om te komen
een delicate balans, die enkel gevonden kan worden
tot maatwerkoplossingen voor de gewenste kwaliteitsim-
door de kernkwaliteiten van de Waterlinie centraal te
puls en duurzame instandhouding.
stellen. Omwille van de bescherming van de kernkwaliteiten is een terughoudende planologische benadering wat betreft initiatieven met een verdichtend en verstedelijkend effect op het landschap noodzakelijk. Bij de beoordeling van ruimtelijke initiatieven is de grondhouding ‘Nee, tenzij...’. De boodschap is: ‘Pas op, u bevindt zich in de Waterlinie. Zorgvuldigheid is geboden!’ Toch zullen ruimtelijke initiatieven met een open, nieuwsgierige houding positief benaderd worden: eigentijdse functies geven de Waterlinie nieuw leven. Het zijn de noodzakelijke economische dragers voor een duurzame instandhouding van de kernkwaliteiten. Het is daarbij van belang dat de ruimtelijke ingrepen zorgvuldig worden ontworpen en ingepast in de karakteristieken van de Waterlinie en de topografie van het onderliggende landschap.
Geofort: behoud door ontwikkeling
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 37
Deze zonering vormt een belangrijke basis voor de juridische regels (zie bestemmingsregels voor de dubbelbestemming- waarde Nieuwe Hollandse Waterlinie). In het volgende hoofdstuk wordt per zone aangegeven wat het ontwikkelingsprespectief op hoofdlijnen is. Meer specifiek komt dit in Deel II, in de regionale uitwerking, aan bod.
onderliggend landschap + Nieuwe Hollandse Waterlinie + planologische zonering
Om de kwaliteitsborging constructief, consistent en navolgbaar te maken is de kenmerkende historisch-ruimtelijke opbouw van de Nieuwe Hollandse Waterlinie vertaald in een planologische zonering: iedere zone heeft eigen karakteristieken, eigen mogelijkheden voor ontwikkeling en daarbij horende omgangsvormen. De zones zijn: - de inundatiekommen; - de accessen; - de kernzone; - en de verdichtingsvelden.
38 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
3.4 Omgangsvormen
Belangrijke essenties bij de omgang met de Waterlinie
De Nieuwe Hollandse Waterlinie heeft een vooruitstre-
zijn:
vende houding waarbij van de vele eigenaren, exploitan-
- nieuwe stap in de geschiedenis
ten, overheden en adviseurs wordt verwacht dat ze de
- tussen restauratie en vernieuwing
transformatie van de Waterlinie zorgvuldig benaderen.
- ode aan het landschap
Veel is mogelijk; het gaat om een gepaste omgang met
- herkenbaar, beleefbaar en begaanbaar
de kernkwaliteiten.
en de balans tussen zichtbaarheid en camouflage
Maar wat zijn ‘gepaste omgangsvormen’ voor de
- samenhang tussen objecten, lijnen en vlakken
Waterlinie? Eens is de Linie aangelegd onder strakke
- Waterlinieprofiel
regie van het Ministerie van Oorlog. Forten werden
- respect voor de eigenheid
zorgvuldig door de Staat uitgetekend, inundaties en open schootsvelden werden bij wet geregeld en zo’n 1000 groepsschuilplaatsen en kazematten werden op uniforme wijze gebouwd. Een ruime eeuw van militaire bouwkunst heeft een stevige blauwdruk op het Nederlandse landschap neergelegd. Een herkenbare eenheid waarop voortgebouwd moet worden. De tijd van een blauwdruk is echter voorbij. Het 19de eeuwse militaire systeem heeft zijn oorspronkelijke functie definitief verloren. Nieuwe vormen van gebruik - heel divers en publiek toegankelijk - geven de Linie een nieuwe culturele betekenis, maar vragen ook om een andere aanpak. Voor deze fase in de geschiedenis ligt er dan ook geen blauwdruk met bestekstekeningen voor 85 kilometer landschap. Per locatie, per opgave, met een breed scala aan betrokkenen, moet elke keer weer een standpunt bepaald worden. Met maatwerk en creativiteit moet gezocht worden naar de best haalbare en passende oplossing. Er zijn daarom geen pasklare ontwerpen die gebruikt moeten worden, maar er is wel degelijk een aantal omgangsvormen - op essenties - te benoemen. Deze zijn mede gebaseerd op inmiddels 10 jaar ervaring met de uitvoering in het Waterlinielandschap. De omgangsvormen geven houvast aan ontwikkelaars en zullen bij plantoetsing een belangrijke rol spelen.
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 39
Nieuwe stap in de geschiedenis De maatschappelijke openstelling van de Waterlinie is, na bijna twee eeuwen militair functioneren, een wezenlijk nieuwe stap in de geschiedenis. Nieuw gebruik, gericht op het duurzaam voortbestaan van de linie, brengt nieuwe vormen met zich mee. Dit betekent dat een zichtbaar eigentijdse toevoeging te rechtvaardigen is - zelfs meerwaarde kan hebben - mits het met respect voor de historische identiteit gebeurt. In hoeverre een nieuwe functie zich moet voegen of verzelfstandigen ten opzichte van het historisch ensemble is afhankelijk van
eigentijdse herinrichting Werk aan het Spoel
de situatie: het is balanceren tussen het historisch verhaal en het eigen verhaal van het nieuwe gebruik. Tussen restauratie en vernieuwing De nieuwe stap in de geschiedenis is gericht op duurzaam voortbestaan. De historische onderdelen moeten behouden blijven voor de toekomst, maar restauratie is geen doel op zich. Er zijn vele ontwerpbevermaatschappelijking Nieuwe Hollandse Waterlinie
naderingen in de bandbreedte tussen restauratie en vernieuwing mogelijk. Dat hangt af van het object, de waardering en de visie op het toekomstig gebruik. Het militaire verleden is een belangrijke inspiratiebron voor nieuwe inrichtingsopgaven. Het betekent echter niet dat het landschapsbeeld ten tijde van de Waterlinie geheel gereconstrueerd gaat worden. Het gaat om het zichtbaar maken van de essenties, gericht op een duurzame toekomst.
40 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Herkenbaar, beleefbaar en begaanbaar en de balans tussen zichtbaarheid en camouflage Het is voor het duurzaam voortbestaan belangrijk dat ingrepen in de Waterlinie bijdragen aan een betere herkenbaarheid, beleefbaarheid en toegankelijkheid. Onbekend maakt onbemind. Het is daarbij wel van belang te zoeken naar het juiste evenwicht tussen nieuwe zichtbaarheid en historische camouflage van de verdedigingswerken. Zo was de militaire functie van forten, groepsschuilplaatsen en kazematten gebaat bij een verborgen ligging; met de maatschappelijke openstelling is de Waterlinie gebaat bij zichtbaarheid. Maar wel subtiel. De Waterlinie moet wel een ‘landschap met een geheim’ blijven dat ontdekt kan worden; ook dat is een kernkwaliteit. De balans tussen zichtbaarheid en camouflage moet per plek en opgave gezocht worden. het typisch Hollands landschap was al aanwezig en vormde een natuurlijke basis voor inundatie
Ode aan het landschap De Waterlinie is vooral een ode aan Nederland. De Waterlinie is gebonden aan de plek; onlosmakelijk verbonden met het landschap. De lage, natte polders door het midden van Nederland vormden een vanzelfsprekende basis voor de aanleg van het inundatiestelsel. Het landschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie kent daarom niet alleen militaire kenmerken, maar ook de karakteristieken van veel oudere ontginningen van de polders met dijken, kaden, weteringen, waterwerken en occupatiepatronen. Nieuwe ingrepen moeten daarom niet enkel reageren op de militaire kenmerken, maar moeten zich ook voegen naar de karakteristieken van het onderliggend landschap. De regionale uitwerking van de kernkwaliteiten helpt hierbij. landschappelijk silhouet Fort bij de Nieuwe Steeg
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 41
Samenhang tussen objecten, lijnen en vlakken Het gaat bij het duurzaam voortbestaan van de Waterlinie om het totale ensemble van objecten, lijnen en vlakken. De Waterlinie is een 85 kilometer lang samenhangend ensemble. De relatie met het landschap is daarbij van unieke betekenis. Behoud en versterken van de samenhang is van groot belang.
functioneel, sober, stoer en ongepolijst
Waterlinieprofiel Ruimtelijke ingrepen dragen bij aan realisatie van het
Respect voor de eigenheid
‘Waterlinieprofiel’. Een herkenbare ruimtelijke opbouw
De Waterlinie moet vooral blijven uitstralen dat het een
met een verdichte veilige zijde, de structurerende
utilitair bouwwerk is. Nieuwe toevoegingen zijn functio-
hoofdverdedigingslijn, met een natte voet en open
neel, sober, stoer, ongepolijst en hebben een gepaste
velden aan de inundatiezijde. Dit profiel is geen
terughoudend richting de historische onderdelen.
blauwdruk, maar geeft de essenties van de gewenste
Terughoudendheid met eigenzinnige, dominante
ruimtelijke opbouw weer.
verbijzonderingen is gewenst. De eigen geschiedenis met de sterke vorm biedt vaak al meer dan voldoende aanknopingspunten. ‘Less is more’ is vaak een passende ontwerphouding, ook in de Waterlinie. Gebruik van eenvoudige vormen en materialen is te verkiezen boven het maken van complexe, uitbundige creaties. Ook in het kader van de gewenste informatievoorziening is terughoudendheid gepast. Goedbedoelde inspanningen kunnen leiden tot een oerwoud aan bordjes en ‘dingetjes’, waarachter de schoonheid verdwijnt en een deel van de mystiek van de linie verdwijnt. Nieuwe (digitale) technieken kunnen helpen bij het ontsluiten van de schat aan informatie, zonder de ruimte en eigenheid te belasten. Ook een passende dimensionering van routes en voorzieningen vraagt aandacht. Op basis van richtlijnen en normen bestaat de neiging overmaat en overdaad aan te brengen. Een eenvoudige plank over een sloot is vaak wel zo passend (en avontuurlijk) als een brede brug met gesloten relingen...
ensemble van punten, lijnen en vlakken
42 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 43
4. Ruimtelijke essenties Hoofdstuk drie beschrijft de kernkwaliteiten, het ontwikkelingsperspectief en de omgangsvormen vanuit het geheel bezien. Dit hoofdstuk gaat in op de Waterlinie in zijn essentiële ruimtelijke onderdelen aan de hand van de zonering van inundatiekommen, accessen, kernzone met militair verdedigingsstelsel en verdichtingsvelden. Bescherming en ontwikkeling op hoofdlijnen Per zone wordt hier het Waterliniebeleid omschreven en wordt op hoofdlijnen aangegeven hoe de borging van de kernkwaliteiten zich verhoudt tot de ontwikkelingsmogelijkheden van verschillende functies. Het is goed om te beseffen dat het hierbij gaat om het perspectief vanuit de Waterlinie. Vanzelfsprekend geldt dat andere beleidskaders mede bepalend zijn bij het al dan niet toestaan van een nieuwe ontwikkeling. Tevens is het zo dat een kwaliteitsbeoordeling vanuit de Waterlinie een advies is aan het bevoegd gezag. Het is aan bestuurders om besluiten te nemen, waarbij alle maatschappelijke belangen worden afgewogen.
Geofort in de openheid van de Verboden Kringen
44 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 45
4.1 Inundatiekommen De voormalige inundatiekommen zijn de essentie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en tegelijkertijd het kwetsbaarst omdat ze gedurende 150 jaar slechts een virtueel bestaan leiden; een ‘geheim wapen’ onzichtbaar geprojecteerd over de eigendommen van vooral boeren. De kenmerken van het militair-historisch functioneren van deze voormalige inundatiekommen uiten zich vooral in de vorm van de waterwerken; de inundatiesluizen, de inlaatkanalen en de vele kleine sluizen, dammen en coupures. En - door de vanzelfsprekendheid militair onopvallend - het onderliggend landschap. De lage, natte polders met veel oudere kadestructuren zijn de werkelijke essentie, de basis, van de watermachine van de Waterlinie. Behoud van het natuurlijk reliëf en de bedijkte randen van de kommen is dan ook essentieel, evenals de beleefbaarheid van het natte karakter van de ondergrond. De kernkwaliteiten openheid, groen en rustig karakter zijn bij uitstek verbonden aan de inundatiekommen. Ook duisternis is een kwaliteit verbonden aan deze landelijke gebieden. Nieuwe ontwikkelingen moeten deze kwaliteiten respecteren en waar mogelijk versterken. Hierbij is het van belang het begrip ‘openheid’ nader uit te werken. Dit gebeurt in de regionale uitwerking in Deel II. De inundatiekommen zijn immers niet overal grootschalig open van karakter.
Het bevat ook besloten en kleinschalige landschappen, maar ook deze zijn waardevol omwille van het groene, landelijke en rustige karakter.
kenmerken inundatiekommen
inundatiekommen samengesteld uit dijken, kaden en natuurlijke reliëfranden
46 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Ontwikkelingsperspectief Voor het ruimtegebruik van de inundatiekommen kan op hoofdlijnen gezegd worden dat grondgebonden agrarische activiteit, natuur, waterbeheer en extensieve openluchtrecreatie passend zijn. Het is bij de ontwikkeling van de functie van belang dat de nieuwe inrichting past bij de kernkwaliteiten van de Waterlinie en het onderliggend landschap. Vanuit Waterlinieperspectief is uitbreiding op bestaande agrarische erven goed denkbaar, mits het erf en de gebouwen op gebiedseigen wijze worden gerealiseerd. Dit is maatwerk per locatie. In deel II van dit handboek wordt per regio het gebiedseigen karakter nader omschreven. Het vestigen van nieuwe agrarische erven in open landschap zal kritischer worden bezien vanuit de kernkwaliteiten. Dit leidt immers tot verdichting. Toch is
De kernkwaliteiten van de Waterlinie lenen zich
nieuwvestiging vanuit Waterlinieperspectief - buiten de
uitstekend voor extensieve openluchtrecreatie.
kernzone - denkbaar, mits goed gemotiveerd, op een
Verbeteren van de toegankelijkheid van de Waterlinie
passende locatie en met een inrichting passend bij het
voor fietsers en wandelaars is van belang om het
landschap. Een nieuw erf is niet per definitie een
historisch erfgoed te verankeren ‘in de hoofden en de
aantasting van de kernkwaliteiten, maar dat is sterk
harten’.
afhankelijk van de locatie en uitwerking.
Verstedelijkende ontwikkelingen zoals nieuwe bedrijven-
Ontwikkelingen voor natuur- en waterbeheer voegen zich
terreinen, woningbouw en glastuinbouw staan op
prima naar het karakter van de Waterlinie en zijn in
gespannen voet met de kernkwaliteiten van de
potentie waardevol voor de versterking van het groene,
Waterlinie. Dergelijke aantastingen zouden voorkomen
natte karakter en de Liniebeleving. Het is hierbij wel van
moeten worden. Maar mocht omwille van groot
belang dat de herinrichting van het landschap wordt
maatschappelijk belang toch besloten worden tot een
afgestemd op de militair-historische kenmerken, de
stedelijke ingreep, dan moet er een kwalitatief hoog-
openheid en de kenmerken van het onderliggende
waardig ruimtelijk ontwerp gemaakt worden om te
landschap.
zorgen voor een goede inpassing. Het ruimtelijk ontwerp heeft dan als uitdaging om te zorgen voor een passende afstemming op de kernwaarden van de Waterlinie en van het onderliggend landschap en dat in balans met de karakteristieken van de eigentijdse ingreep. Voor reeds
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 47
bestaande stedelijke gebieden en bedrijventerreinen is het streven deze af te ronden met een kwalitatieve inpassing in het Waterlinielandschap. Transformaties van verdichte gebieden (bijvoorbeeld omvorming van bedrijventerreinen naar nieuwe woonlandschappen) zijn mogelijk, mits deze leiden tot een ruimtelijke kwaliteitsimpuls van het terrein en de randen. Grootschalige infrastructurele ontwikkelingen worden eveneens zeer terughoudend benaderd. Risico’s zijn verstoring van de rust en versnippering van de linie. Wanneer het maatschappelijk belang na een bestuurlijke afweging dermate groot blijkt te zijn, ligt er de verplichting om ook hiervoor een excellent inpassingplan te maken, zoals ook bij verstedelijkende ontwikkelingen gevraagd wordt. Dan moeten ook kansen voor zichtbaarheid van de Waterlinie benut worden, want infrastructuur brengt de beleving van vele routegebruikers met zich mee.
48 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Ontwerprichtlijnen Bij ingrepen aan het inundatiestelsel zijn de volgende essenties van belang: Relatie rivier - waterwerk - inundatiekom Het is van belang dat de ‘route’ van de inundatie, van de rivier naar de inundatiekom via sluizen en kanalen, herkenbaar en beleefbaar blijft of wordt gemaakt. Dit ingenieuze stelsel is de oorsprong van de Waterlinie.
te openen of juist te sluiten sluizen, duikers en coupures verdelen het water over de kom
Duurzaam behoud inundatiewerken Consolidatie en/of restauratie en beleefbaarheid van de nog aanwezige inundatiewerken van de hoofdinlaat is een belangrijke doelstelling. Het zijn diverse typen inundatiesluizen, inundatiekanalen en ook ‘plofconstructies’ om waterlopen te dichten om zo het water vast te houden in de kom. Bij de kanalen is behoud van een cultuurlijk profiel van belang; het is een kanaal, geen natuurlijke waterloop glooiende oevers. Ook het achterliggende polderlandschap bevat tal van - vaak minder zichtbare - kleine sluizen, duikers,
inundatiekanaal: open water, cultuurlijk profiel
gemalen en locaties voor coupures in kaden om het water door te laten stromen in de velden. Veel van deze waterwerken hebben een rol gehad in het militaire systeem, maar hebben van oorsprong en in het dagelijks gebruik een civiele betekenis. Reconstructie van verdwenen waterwerken is geen doelstelling, maar het is wel denkbaar om met een nieuwe inrichting een verwijzing te maken wanneer de locatie een cruciale rol in het systeem speelde. soms met bomenrijen in het landschap ingepast
inundatiesluis
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 49
Grenzen zijn onderdeel van het landschap
Inundatielijn
De inundatiekommen hebben drie typen grenzen. Voor
De oostzijde van de watervlakten werd begrensd door de
het grootste deel wordt de inundatiekom aan de
zogenaamde inundatielijn. Het is een verborgen lijn in
westzijde begrensd door de hoofdverdedigingslijn; vaak
het landschap, bestaande uit verschillende fragmenten;
een bestaande dijk of kade. De overige grenzen worden
soms bestaande uit polderkades en soms uit natuurlijke
deels bepaald door het natuurlijk reliëf van de onder-
hoogteverschillen. Deze lijn is deels als route begaan-
grond of door aanwezige polderkaden. Het behoud en
baar, maar heeft ook een aantal ontbrekende schakels.
het het beleefbaar maken van deze kaden, dijken en
Het is een kans om op en langs de inundatielijn een
natuurlijke reliëfranden is van belang.
attractief en doorgaand padenstelsel te ontwikkelen, in aanvulling op de routes op en langs de hoofdverdedigingslijn en op de accessen. Dit vergroot de mogelijkheden voor het maken van ommetjes in het Nationaal Landschap. Ervaring lage ligging polder De lage ligging van het land was de basis voor de vestiging van de Waterlinie. Het is dan ook van belang dat herinrichtingen inspelen op de natheid van de ondergrond. Dit kan zich uiten door soortkeuze van beplantingen, vormgeving van paden, het benutten van water en het inspelen op de historische verkavelingsstructuur welke voortkomt uit de natheid van het terrein.
struinen door de voormalige inundatiekom
50 | Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie
Kernkwaliteiten Nieuwe Hollandse Waterlinie | 51
4.2 Accessen
Ontwikkelingsperspectief
Accessen waren de potentiële routes voor de vijand door
De essentie van een acces is ‘doorgang’. Vanuit het
de watervlakten. Tegenwoordig zijn het belangrijke