RAS Rapportage Analyse naar droogte in de gemeente West-Betuwe - D10020026.pdf
Tekst van het document
Ambitie 2
Risicodialoog voeren en strategie opstellen Onze referentie: D10020026:20 - Datum: 11 december 2020
29 van 36
ANALYSE NAAR DROOGTE
Richting het voeren van risicodialogen Met het bestuurlijk commitment aan de agenda klimaatadaptatie kan er naar een Risicodialoog voeren gezamenlijke klimaatagenda worden toegewerkt. Een belangrijke volgende stap is de en strategie opstellen risicodialoog. Veel partijen zullen betrokken moeten worden bij de gezamenlijke zoektocht naar maatregelen, oplossingen en meekoppelkansen. Hiertoe dient eerst een inventarisatie en analyse van belanghebbenden uitgevoerd te worden. Deze stakeholderanalyse brengt in kaart hoe het speelveld van ruimtelijke adaptatie er in de gemeente uitziet en op welke manier relevante partijen het beste betrokken kunnen worden. Wanneer duidelijk is wie de belangrijkste stakeholders zijn, kunnen de risicodialogen worden geselecteerd en geformuleerd. Welke risicodialogen er worden gevoerd, en wie daarbij worden betrokken, is afhankelijk van welke thema’s prioriteit hebben. Vanuit deze stresstest (en stresstest hitte, wateroverlast en regionale stresstesten) zijn onderstaande onderwerpen voorbeelden van te voeren risicodialogen: 1. Hittestress en wateroverlast op bedrijventerreinen in West-Betuwe, een gebiedsdialoog. 2. Landbouw en Natuur en de impact van droogte en overstromingsrisico, een sectordialoog 3. Gemeentelijk klimaatadaptatiebeleid, een beleidsdialoog 4. Bebouwde omgeving en ontwikkelaars, een beleidsdialoog 5.
Bestuurlijke dialoog om richting te geven aan de beleidsvorming t.a.v. de klimaatopgave In de risicodialogen worden de opgave en ambities besproken en worden gezamenlijk mogelijke oplossingen en maatregelen verkend en onderzocht. Uiteindelijk leidt dit tot het opstellen van een gezamenlijke klimaatagenda.
4.2.2
Opzetten en uitbreiden van een grondwatermeetnet
Uit de analyse naar droogte is naar voren gekomen dat er nauwelijks grondwatergegevens beschikbaar zijn voor het stedelijk gebied. De gemeente West-Betuwe heeft momenteel alleen grondwatermeetnet voor de kernen Neerijnen en Gellicum. Inmiddels is de gemeente bezig een grondwatermeetnet op te zetten. Naast het vergelijken van de modelresultaten uit deze studie zijn veel andere doeleinden waarvoor een grondwatermeetnet van toegevoegde waarde kan zijn. Sinds 2008 hebben gemeenten een zorgplicht voor grondwater. Dit betekent dat de gemeente het eerste aanspreekpunt is voor perceeleigenaren bij grondwaterproblemen en dat de gemeente maatregelen treft in het openbare gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand (overlast) zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Voorwaarde hierbij is dat de te treffen maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoren. Grondwaterproblemen kennen in de praktijk diverse oorzaken en oplossingen: toename van neerslag, onvoldoende oppervlaktewater of een te hoog oppervlaktewaterpeil, storende bodemlagen, stopzetting van grondwateronttrekkingen en vervanging van oude riolen. Inzicht in de grondwatersituatie binnen het stedelijke gebied is essentieel om te kunnen onderzoeken of de overlast wordt veroorzaakt door te hoge grondwaterstanden.
Daarnaast kan door monitoring nagegaan worden of wateroverlast of –onderlast een incidenteel of een structureel karakter hebben. Figuur 18. Voorbeeld van meetdoelen grondwatermeetnet.
Onze referentie: D10020026:20 - Datum: 11 december 2020
30 van 36
ANALYSE NAAR DROOGTE
4.2.3
Inzichten voor volgende droogte-analyse
De klimaatstresstest, en daarmee de droogtecomponent, zal iedere circa zes jaar uitgevoerd worden. Daarmee kunnen de resultaten van de laatste stresstest vergeleken worden met een vorige stresstest om verbetering (of verslechtering) aan te tonen ten aanzien van de kwetsbaarheid voor droogte. Op basis van deze uitgevoerde stresstest adviseren wij voor een volgende analyse naar droogte het volgende: De grondwatergegevens van het gemeentelijk grondwaternet als basis hanteren. In deze analyse is gebruik gemaakt van het grondwatermodel van het waterschap. Deze kent een relatief hoog detailniveau, maar is met name geschikt voor het buitengebied. Verder zijn het modelberekeningen en geen metingen. De gemeente is bezig om een grondwatermeetnet op te zetten in de kernen van de gemeente. Bij een volgende droogte-analyse is de verwachting dat voldoende metingen zijn verricht om op basis van deze gegevens een analyse te maken naar de kwetsbaarheid van droogte in het stedelijk gebied. Een meldingenoverzicht van schade en verminderde waterkwaliteit door droogte Met dit overzicht wordt een completer beeld verkregen van de gevolgen van droogte in de gemeente. De gemeente weet wat speelt op dit gebied en kan deze meldingen ook met berekeningen en analyses vergelijken. Daarnaast krijgt de gemeente inzichtelijk welke gevolgen van droogte urgent zijn en waar eerder actie gewenst is.
Onderzoek naar mate van impact van verschillende droogte-effecten Voortbordurend op de vorige alinea, is nog onduidelijk welk droogte-effect in de gemeente meer impact heeft in vergelijking met een ander effect. Dit zal deels naar voren komen bij de te voeren risicodialogen, maar kan aanvullend ook worden onderzocht door middel van een (literatuur)studie. Een eerste indicatie naar gevolgen van droogte, uitgedrukt in schade, is door een consortium onder leiding van CAS (Climate Adaptation Services) verricht (Figuur 19).
Figuur 19. Indicatie van verwachte schade door droogte voor gemeente West-Betuwe.
Onze referentie: D10020026:20 - Datum: 11 december 2020
31 van 36
ANALYSE NAAR DROOGTE
BIJLAGE A METHODEBESCHRIJVING KWETSBAARHEIDSANALYES Hieronder is de methodebeschrijving voor het klimaataspect droogte beschreven. Ter bepaling van de klimaatbestendigheid voor het thema droogte zijn de factoren vegetatie, neerslagtekort, bodemdaling, zettingsgevoeligheid en funderingsproblematiek onderzocht. Voor de resultaten van de onderwerpen neerslagtekort, bodemdaling en zettingsgevoeligheid is gebruik gemaakt van de klimaateffectatlas. Voor de onderwerpen vegetatie en funderingsproblematiek is gebruik gemaakt van door Arcadis opgestelde onderzoeksmethodieken. Dezen zijn hieronder verder toegelicht. Moria grondwatermodel De GLG en GHG zijn bepaald met behulp van het grondwatermodel MORIA (Modellering Ondergrond Rivierenland Interactief en Actueel). Het grondwater modelinstrumentarium MORIA is ontwikkeld voor het beheergebied van Waterschap Rivierenland. Het modelinstrumentarium is bedoeld voor toepassing in het GGOR-proces en als basis voor gedetailleerde modelstudies waarin o.a. gekoppeld kan worden met oppervlaktewater en kwaliteitsmodules. MORIA is ontwikkeld in opdracht van Waterschap Rivierenland, provincie Gelderland en Waterbedrijf Vitens door Deltares, Alterra, TAUW en Royal Haskoning. De data in dit rapport is afkomstig uit de laatste versie van het model (oktober 2020).
Kwetsbaarheid van vegetatie voor verdroging Om inzichtelijk te maken welke gebieden gevoelig zijn voor verdroging met betrekking tot vegetatie, is gebruik gemaakt van de Water Wijzer Landbouw (https://waterwijzerlandbouw.wur.nl/). Deze tool is geschikt voor het bepalen van het effect van veranderingen in hydrologische condities (in dit geval klimaatverandering) op gewasopbrengsten. Door de klimaatverandering zullen (langere) perioden van droogte vaker voorkomen. Wanneer er langere tijd geen neerslag valt, zijn gewassen afhankelijk van vochtlevering uit het grondwater door capillaire nalevering. De mate van capillaire nalevering verschilt per grondsoort en het effect per gewastype. Om een eenduidige vergelijking te maken van droogtegevoelige gebieden is over de gehele gemeente uitgegaan van 1 referentietype gewas (gras). De gegenereerde kaartbeelden geven inzicht in welke gebieden gevoelig zijn voor gewasderving in het huidige klimaat en de toename in vergelijking met het toekomstige klimaat (Whscenario; KNMI, 2015) als gevolg van droogte. Voor de analyse is gebruik gemaakt van: Eigenschappen van bodem (BOFEK2012) o Bodemkaart uit de jaren 70 o Grondverbeteringen kunnen niet meegenomen zijn.
Eigenschappen van gewassen (BRP gewassen) Grondwaterkarakteristieken (GLG/GHG): → grondwatermodel MORIA (waterschap Rivierenland) KMNI-weerstation De Bilt → weer en klimaatscenario’s: o Huidige klimaat (1985-2010) o Wh-klimaat (2036-2065). Voor de eigenschappen van de bodem en gras is gebruik gemaakt van een studie van STOWA (STOWArapport 2018-48). De grondwaterstand die is meegenomen in de analyse betreffen de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG). Hiervoor is het grondwatermodel van waterschap Rivierenland gebruikt. Kwetsbaarheid van funderingsschade door zetting en paalrot Een daling van de grondwaterstand kan leiden tot (aanvullende) bodemdaling, ofwel zetting. Deze zetting mag niet te groot zijn, hooguit een paar millimeter per jaar, en is het van belang dat de zetting gelijkmatig (overal even groot) plaats vindt. Funderingen voor 1970 zijn in zijn van mindere kwaliteit en vanzelfsprekend ouder. Daarmee is het risico op verschilzetting groter, omdat de bodem waarschijnlijk een paar millimeter per jaar zakt. Over deze lange periode is het mogelijk dat de ene kant van het gebouw sneller zakt dan de andere kant.
Onze referentie: D10020026:20 - Datum: 11 december 2020
32 van 36
ANALYSE NAAR DROOGTE
Kwetsbaarheid stedelijk groen voor verdroging Door fluctuaties in het grondwaterpeil kan stedelijk groen schade oplopen in perioden van droogte. Om een inschatting te maken van deze groenschade is gekeken naar twee datasets: de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Over het algemeen is bekend dat vegetatie zich wortelt rond de GHG. Dit zou betekenen dat de wortels droog komen te staan wanneer de grondwaterstand daalt in de zomer (GLG). Hierdoor kan gesteld worden dat een fluctuatie van de grondwaterstand kan leiden tot negatieve gevolgen voor de lokale beplanting. Dit is uiteraard een grove inschatting, de situatie kan lokaal sterk verschillen en er spelen nog meer factoren een rol, zoals plantsoort, bodemvochtgehalte en eventuele besproeiing. In deze methodiek is echter wel een onderscheid gemaakt tussen drie soorten (stedelijk) vegetatie, namelijk: -
Gras: worteldiepte tot 0,5m Heesters: worteldiepte tot 1m Bomen: worteldiepte tot 1,5m.
Hierdoor lopen de verschillende soorten vegetatie niet hetzelfde risico bij een bepaalde grondwaterstandfluctuatie. De fluctuatie is uitgemiddeld over de groenvlakken binnen de gemeente. Dit groen is afkomstig uit de Basis Registratie Grootschalige Topografie.
Onze referentie: D10020026:20 - Datum: 11 december 2020
33 van 36
ANALYSE NAAR DROOGTE
BIJLAGE B RESULTATEN DROOGTE Vanwege de omvang is het kaartmateriaal als separaat bestand geleverd.
Onze referentie: D10020026:20 - Datum: 11 december 2020
34 van 36
ANALYSE NAAR DROOGTE
BIJLAGE C KLIMAATGEVOLGEN DROOGTE PER SECTOR
Onze referentie: D10020026:20 - Datum: 11 december 2020
35 van 36
ANALYSE NAAR DROOGTE
COLOFON ANALYSE NAAR DROOGTE
KLANT Gemeente West-Betuwe AUTEUR Erwin Slingerland PROJECTNUMMER C03131.000144 ONZE REFERENTIE D10020026:20 DATUM 11 december 2020 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR
Ruud Kloosterman Projectleider Stedelijk Water & Klimaatadaptatie
Arcadis Nederland B.V. Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com
Onze referentie: D10020026:20 - Datum: 11 december 2020
36 van 36