Raad 20-12-2022 Besluit 152I; Verordening-Staangeld-West-Betuwe-2023.pdf
Tekst van het document
Gf:lVEh.N I-ERAAÞ
WEST
BETUWE
Verordening De raad van de gemeente West Betuwe;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 november 2022, gelet op artikel 156, eerste en tweede lid, onderdeel h, en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet;
besluit: vast te stellen de: VERORDENING op de heffing en de invordering van staangeld gemeente West Betuwe 2023
Artikell Definities Deze verordening verstaat onder:
a. standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag; b. woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Wet op de huurtoeslag; c. huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats met toebehoren, waarin de huurbepalingen voor de standplaats zijn geregeld;
d. maand:eenkalendermaand; e. jaar:eenkalenderjaar. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'staangeld'wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen, daaronder begrepen de diensten die met de standplaats verband houden.
Artikel 3 Belastingplicht Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft wordt aangemerkt de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
Artikel 4 Vrijstelling Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de standplaats een huurovereenkomst geldt.
Artikel 5 Belast¡ngtarieven Het recht als bedoeld in artikel 2 bedraagt per jaar: € 1.566,00.
Artikel 6 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is van 1 januaritot en met 31 december
GËMI¡[N"TL.RAAÐ
WEST BETUWE
Artikel 7 Wijze van heffing Het recht wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1
. Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of , zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2. lndien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, dan wel de vrijstelling genoemd in
3.
artikel 4 vervalt, is het recht verschuldigd voor zoveeltwaalfde gedeelten van het voordat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. lndien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 van toepassing wordt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat belastingtijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 9 Term'rjnen van betaling 1. ln afwijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. De Algemene termijnenwet ¡s n¡et van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.
Artikel 1 0 Kwijtschelding Bij de invordering van staangeld wordt geen kwijtschelding verleend
Artikel 11 Overgangsrecht De Verordening op de heffing en de invordering van staangeld gemeente West Betuwe 2022'van 30 november
2021 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zijvan toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 1 2 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.
Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening staangeld gemeente West Betuwe 2023
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 december 2O22,nummer 2022/1521. De griffier,
de voorzitter,
Hans van der Graaff
Servaas Stoop