Raad 20-12-2022 Besluit 152D; Verordening-Precario-standplaatsen-West-Betuwe-2023.pdf
Tekst van het document
GFMEIN T ERAAÐ
WEST
BETUWE
Verordening De raad van de gemeente West Betuwe;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 november 2022, gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;
besluit: vast te stellen de: VERORDENING op de heffing en de invordering van precariobelasting voor standplaatsen gemeente West
Betuwe 2023
Artikell Definities ln deze verordening wordt verstaan onder: dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan; week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen;
a. b. c. maand: een kalendermaand; d. jaar: een kalenderjaar;
e. standplaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Algemene Plaatsel¡jke Verordening. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting voor standplaatsen wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, voor zover die
voorwerpen van een standplaats deel uitmaken of gebruik maken.
Artikel 3 Belastingplicht
1. De precariobelasting standplaatsen wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn en aan wie op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening een
standplaatsvergunning is verleend.
2. ln afwijking, in zoverre van het eerste lid, wordt indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.
Artikel 4 vrüstell¡ngen
IìEMEEN I"ERA^Ai}
WEST BETUWE
De precariobelasting standplaatsen wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief Het tarief bedraagt:
1. Voor het innemen van een standplaats, anders dan het innemen van een standplaats op de weekmarkt in Geldermalsen, per standplaats, per dagdeel (maximaal 4 uur), per jaar { 285,00;
2. Voor het innemen van een standplaats ten behoeve van seizoensgebonden verkoop waarbij de standplaats in die periode meerdere dagen per week wordt inEenomen, per m2, per week € 0,90;
3. Voor het innemen van een standplaats die wordt gebruikt ten behoeve van het uitoefenen van maatschappelijk sociale gezondheidsdiensten, zoals bevolkingsonderzoeken € 0,00.
Artikel 6 Berekening van de precariobelasting
1. Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in deze verordening genoemde lengte- of oppervlahemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.
2. lndien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte 3. 4.
van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. De oppervlahe van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. lndien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. ln dat geval bestaat aanspraak op ontheffing.
Artikel 7 Belastingtijdvak
1. ln de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de
2.
voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. ln andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.
Artikel I Wijze van heffing
1. De precariobelasting standplaatsen wordt bij wege van aanslag geheven. 2. ln afwijking van het eerste lid wordt de voor een dag verschuldigde precariobelasting geheven door middel van een mondelinge kennisgeving, dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
GIM E EN TIRAA$
WEST BETUWE
1. ln de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvakof ,zo dit later is, bijde aanvang van de belastingplicht. 2. lndien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
3.
belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. lndien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelast¡ng voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00.
Artikel 10 Termijnen van betaling
1. ln afwijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel 1 1 Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 1 2 Overgangsrecht De'Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting voor standplaatsen gemeente West Betuwe 2022' van 30 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 1 3 lnwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting standplaatsen 2023
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 december 2022,nummer 2022/152D De griffier
de voorzitter,
Hans van der Graaff
Servaas Stoop