presentatie beeldvormende avond 14 dec. 2021.pdf
Tekst van het document
Beleid omgevingskwaliteit West Betuwe
Regie voeren op uiterlijke kwaliteit en inpassing van bouwwerken Beeldvormende avond 14 december 2021
Een inhoudelijk aanpassing van de Gids Ruimtelijke Kwaliteit ’20 ➢ Zie presentatie Beeldvormende Avond 6 okt ‘20 Toelichting en beantwoording vragen: Madelinde Roelofs Maurice Bogie Martin van Bleek Christel Steentjes
architect, adviseur ruimtelijke kwaliteit bestuurskundige, beleidsadviseur ruimtelijke kwaliteit restauratie-architect, adviseur erfgoed adviseur landschap en ruimtelijke kwaliteit
Vertrekpunt voor het nieuwe beleid Een integraal ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Gericht op het stimuleren en begeleiden van initiatieven. Primair wordt gekeken of een initiatief past binnen de principes van een ‘goede omgevingskwaliteit’. Niet alleen uiterlijke kwaliteit (welstand), maar ook thema’s als de zorg voor cultureel erfgoed, duurzaamheid en landschappelijke kwaliteit worden in het nieuwe beleid verweven. Afstemming gezocht met Erfgoedbeleid en ambities Omgevingsvisie
Hoe gaan we in het nieuwe beleid om met: A. Het recent geactualiseerde Erfgoedbeleid m.b.t. het landschap en stedenbouwkundige ensembles B. Nieuwe wetgeving m.b.t. de omgeving van monumenten C. Duurzaamheid
A. Het Erfgoedbeleid m.b.t. het landschap Uit het erfgoedbeleid: De gemeente wil toe naar een algemene bescherming van het waardevolle cultuurlandschap, op basis van de ‘waarderingskaart landschap’ uit de erfgoedkaart. Daarvoor kiest de gemeente de gebieden van zeer hoge en hoge waarde. Het ruilverkavelingslandschap is hoog gewaardeerd door RAAP. Voorstel: We nemen uitgangspunten op voor de landschappelijke inpassing voor schaalvergroting, uitbreiding, teelt-ondersteunende voorzieningen en nieuwe woningen na sloop van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) waarbij aangestuurd wordt op behoud en versterking van de karakteristieke boomsingels.
Nieuwendijk, Rumpt
A. Het Erfgoedbeleid m.b.t. het landschap en bouwkunst ➢ Gaan we de waardering voor de bebouwing in het ruilverkavelingslandschap vertalen in het beleid? o Optie: Specifieke kenmerken van de bebouwing respecteren bij verandering van markante ruilverkavelingsboerderijen (de gestandaariseerde kop-hals-romptypen).
Ruilverkavelingsgebied onder Rumpt en Gellicum met ruilverkavelingsboerderijen langs de Lageveldweg en de Nieuwendijk (kaart: inventarisatie RAAP)
Woning is vernieuwd. Situering en eenvoud bouwmassa is vergelijkbaar gebleven.
A. Het Erfgoedbeleid m.b.t. stedenbouwkundige ensembles Uit het erfgoedbeleid: Naast individuele gebouwen kent de gemeente West Betuwe ook gebieden met een waardevolle bebouwingsstructuur. Daarvan zijn er op dit moment 3 aangewezen als rijksbeschermd dorpsgezicht: Neerijnen/Waardenburg, Acquoy en Beesd. Daarnaast zijn (door RAAP) nog 15 gebieden aangewezen met een zeer hoge cultuurhistorische waarde (‘orde 1’). Een beschermende status (‘gemeentelijk beschermd dorpsgezicht’) voor deze gebiedjes is gerechtvaardigd. Het gaat bijvoorbeeld om de stadskernen van Asperen en Heukelum, een aantal dorpskernen langs Waal en Linge en de omgeving van Fort Asperen.
A. Het Erfgoedbeleid m.b.t. stedenbouwkundige ensembles ➢ Gaan we de ruimtelijke kwaliteiten van de stedenbouwkundige ensembles beter borgen met het nieuwe beleid? o Optie 1: het beleid- en toetsingsniveau verhogen. Behoud en herstel van de bestaande, historische karakteristiek van stedenbouw, architectuur, landschap en cultuurhistorie is dan het uitgangspunt. o Optie 2: advisering over bouwplannen binnen de stedenbouwkundige ensembles geschiedt ook door de erfgoedadviseur. o Optie 3: vergunningsvrij bouwen voor bijvoorbeeld het plaatsen van bijbehorende bouwwerken beperken (valt buiten scope van de Gids). o Optie 4: nog niks doen en eerst de uitwerking van het Erfgoedbeleid afwachten.
‘Orde 1’ gebieden RAAP
Haaften
Asperen
B. Nieuwe wetgeving m.b.t. de omgeving van monumenten Met de invoering van de Omgevingswet zijn gemeenten verplicht om te voorkomen dat ingrepen in de omgeving van een beschermd monument leiden tot een aantasting als monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd. Dat geldt voor alle monumenten, rijksmonumenten, provinciale en gemeentelijke monumenten. Deze regel gaat een stap verder dan de huidige regels, die alleen het monument zelf beschermen.
Dorpskern Enspijk
B. Nieuwe wetgeving m.b.t de omgeving van het monument Dit betekent dat moet worden nagedacht over de betekenis van de omgeving voor de waarde van een monument en de wijze waarop dit in beleid en regelgeving wordt vastgelegd. Want hoe ver reikt de ‘omgeving’? Wanneer wordt de ‘waardering’ aangetast? Hoe streng kunnen regels zijn? Kortom, hoe borg je de kwaliteit van de omgeving van een monument in gemeentelijke kaders? Met het nieuwe beleid bieden we hiervoor mogelijkheden.
Voorbeeld buiten de gemeente
Buurmalsen
B. Nieuwe wetgeving m.b.t de omgeving van het monument ➢ Hoe gaan we in het beleid om met deze nieuwe wetgeving?
o Optie 1: Stedenbouwkundige ensembles van RAAP als extra laag over de welstandsdeelgebieden kaart leggen en daar extra richtlijnen voor opstellen m.b.t. dat ensemble ervan uitgaande dat daarmee (vergelijkbaar met een monument gelegen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht) voldoende geregeld wordt om aantasting van de omgeving van aanwezige monumenten te voorkomen. Het betreft dan niet alleen de stedenbouwkundige ensemble ‘orde 1’, maar ook die van ‘orde 2’. Totaal gaat het dan om 37 gebieden.
Stedenbouwkundige ensembles in Varik met een hoge cultuurhistorische waarde (orde 2)
B. Nieuwe wetgeving m.b.t de omgeving van het monument Nadeel optie 1: Niet alle monumenten liggen binnen een orde 1 of orde 2 gebied. Bijvoorbeeld langs de Zandstraat in Opijnen liggen verspreid meerdere monumenten, maar de waarde van dit bouwkunstenensemble is slechts getypeerd als orde 4 (groen) en de kern van Opijnen als orde 3 (geel). Orde 1 t/m 4: totaal 76 gebieden.
Stedenbouwkundige ensembles Opijnen (uitsnede kaart inventarisatie RAAP)
B. Nieuwe wetgeving m.b.t de omgeving van het monument Optie 2: Van elk monument een ‘omgeving’ bepalen en aangegeven op de welstandskaart. Nadeel: De omgeving van een monument is niet éénduidig te bepalen zoals een molenbiotoop. Het definiëren van de omgeving van elk monument kost tijd en capaciteit (en geld) en is op korte termijn niet haalbaar. Een cirkel trekken om elk monument (vergelijkbaar met een molenbiotoop) kan als generieke methode ook worden toegepast, maar in de praktijk zal zo’n cirkel de ene keer te ruim en de andere keer te krap zijn. Ook wordt geen rekening gehouden met logische grenzen.
voorbeeld optie 2: Uitsnede welstandskaart gemeente Oss met cirkels om elk beschermd monument
B. Nieuwe wetgeving m.b.t de omgeving van het monument Optie 3: Aanvullende richtlijnen opstellen met betrekking tot de omgeving van aanwezige monumenten voor de deelgebieden met monumenten. Dat zijn: Historische dorpsgebieden, Oeverwallen en Dijklinten. Bij een bouwactiviteit wordt van de initiatiefnemer verwacht om na te gaan of er binnen de omgeving van het initiatief een monument aanwezig is waarmee rekening gehouden moet worden. Alle monumenten worden op het kaartmateriaal aangegeven en met adres vermeld als bijlage bij het beleid. Nadeel: Een initiatiefnemer moet in eerste instantie zelf bepalen in hoeverre de voorgenomen bouwactiviteit eventueel van invloed is op een monument en of de richtlijnen van toepassing zijn. Historische kern Asperen - Paars monumenten
C. Duurzaamheid VERDUURZAMEN MONUMENTEN Het verduurzamen van monumenten is vaak nodig om het gebruik en daarmee de instandhouding van monumenten, ook bij toenemende energiekosten, in de toekomst aantrekkelijk te houden. Daarnaast willen veel monumenteneigenaren ook graag hun steentje bijdragen aan het behalen van klimaatdoelstellingen. Standaardoplossingen zijn echter niet altijd toepasbaar bij monumenten. Het verduurzamen van monumenten vraagt om maatwerkoplossingen met oog voor het behoud van de cultuurhistorische waarden. En elke monument is weer anders. Reden waarom bij elke voorgenomen vergunningsplichtige activiteit apart moet worden beoordeeld wat de gevolgen zijn voor de monumentale waarden, en of de activiteit in overeenstemming is (te brengen) met het belang van de monumentenzorg.
Geen goed voorbeeld
C. Duurzaamheid VERDUURZAMEN MONUMENTEN ➢ Wat gaan we doen om monumenteneigenaren tegemoet te komen bij het verduurzamen van hun beschermde pand? o Voorstel 1: We kunnen geen beoordelingscriteria opnemen waarlangs getoetst kan worden, maar wel uitgangspunten voor het verduurzamen van monumenten. Zo wordt vooraf meer duidelijkheid geboden waar men rekening mee moet houden. Ook worden alternatieve oplossingen aangereikt. o Voorstel 2: Aansluiten bij informatieavonden voor monumenteneigenaren over het verduurzamen van hun pand. Er gaat binnenkort een project draaien, samen met het energieloket West Betuwe, waarbij de gemeente gaat kijken hoe ze eigenaren van monumenten in West Betuwe kunnen ondersteunen in hun wens om te verduurzamen.
C. Duurzaamheid VERDUURZAMEN MONUMENTEN Aanvullende optie: Verruimend beleid opstellen voor zonnepanelen op monumenten en in beschermd stads/dorpsgebied. Nu is het uitgangspunt: niet zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied. Steeds meer gemeenten stellen, in lijn met de RCE, verruimend beleid op waarbij (onder voorwaarden) meer mogelijk wordt. Mat-zwarte zonnepanelen op een antraciet pannendak, gelegd in een rustig patroon, hoeven niet te leiden tot een onevenredige aantasting van beschermde monumentale waarden.
Tuil
Waardenburg
C. Duurzaamheid VERDUURZAMEN OVERIGE (NIET MONUMENTALE) BEBOUWING Uit de Omgevingsvisie: “Naast het nieuw bouwen en toevoegen van woningen liggen er in West Betuwe ook opgaven in de bestaande woningvoorraad. In navolging van het Klimaatakkoord moeten vrijwel alle woningen in 2050 CO2neutraal zijn. Dat betekent een verduurzamingsopgave voor een groot deel van de woningen in West Betuwe”. ➢ Warmtepompen zijn dan niet meer weg te denken, maar willen we deze zien vanaf de straat of stellen we richtlijnen op? Voorstel richtlijnen: Bij nieuwbouw integreren in de bouwmassa, de architectuur of het stedenbouwkundig ontwerp.
Bij bestaande woningen: • Bij voorkeur terugliggend op een plat dak of aan de achterzijde of zijkant niet grenzend aan openbaar gebied of door een haag aan het zicht onttrokken. • Donkere kleuren toe passen.
Aanvraag voor het plaatsen van een warmtepomp tegen de voorgevel.
C. Duurzaamheid VERDUURZAMEN OVERIGE (NIET MONUMENTALE) BEBOUWING Het huidig beleid kent een waarde toe aan het bewaren van een stedenbouwkundige en architectonische samenhang per bouwblok. Het naisoleren van gevels en dak van een woning onderdeel van een bouwblok tast die samenhang aan en is daarmee niet goed mogelijk binnen het bestaande beleid. ➢ Gaan we het beleid verruimen t.a.v. het na-isoleren van daken en gevels? Voorstel richtlijnen voor een ‘tussenwoning’: Afwijking in materiaal, kleur en detaillering is mogelijk, maar wel uitgaande van bestaande gevelgeleding en gevelindeling en met behoud van dezelfde goothoogte en dakhelling.
Heerhugowaard
Soesterberg
C. Duurzaamheid ZONNEPANELEN OP ERVEN IN HET BUITENGEBIED VOOR EIGEN GEBRUIK Er is in het buitengebied een duidelijke behoefte aan grondgebonden zon op eigen terrein, ten behoeve van eigen gebruik. Het gaat om kleinschalige initiatieven van inwoners die niet de mogelijkheid hebben om iets te doen op hun eigen dak (bijvoorbeeld omdat het een karakteristiek rietgedekt pand betreft), maar die dit wel kunnen realiseren op hun eigen grond. Nu wordt dat meestal afgewezen. Deze kleine grondgebonden zonneparkjes vallen buiten het beleidskader zon dat in september 2020 is vastgesteld. ➢ Wil de gemeente een kader opnemen voor panelen op eigen erf, alleen voor eigen gebruik? o Voorstel: Een trapsgewijze aanpak (conform zonneladder): eerst kijken naar mogelijkheden op dak, dan op maaiveld binnen bouwvlak en daarna pas buiten het bouwvlak, onder voorwaarde dat de panelen landschappelijk kunnen worden ingepast. In het beleid richtlijnen opnemen voor plaatsing en landschappelijke inpassing waarlangs initiatieven beoordeeld kunnen worden.
C. Duurzaamheid NATUURINCLUSIEF BOUWEN Naar aanleiding van de Motie Natuurinclusief bouwen 2 mrt ’21 gaan we in het beleid aandacht vragen voor natuurinclusief bouwen, alleen ter inspiratie. We verwijzen naar de website www.bouwnatuurinclusief.nl, maar we nemen geen ‘harde’ toetsingscriteria op. o Voorstel: Met beeldkwaliteitplannen voor nieuwe uitleggebieden sturen op natuurinclusief bouwen (valt buiten de scope van de Gids Ruimtelijke kwaliteit)
C. Duurzaamheid DUURZAME NIEUWBOUW Geen vraag, maar een advies: Biedt meer ruimte voor duurzame bouw in beeldkwaliteitplannen voor nieuwe woonwijken (valt buiten scope van de Gids RK). Stuur niet standaard aan op de toepassing van baksteen als hoofdmateriaal voor woningbouw, maar biedt ruimte voor andere circulaire bouwmaterialen die geen afvalstoffen opleveren en met een minder hoge CO2 uitstoot. Stel een lijst op met duurzame ingrepen voor architectuur en stedenbouw, toe te passen bij het opstellen van een beeldkwaliteitplan.
Kan gaan over: -
Materiaalgebruik Toepassing en plaatsing installaties Klimaatadaptatie Verkeer (voorrang voor fietsers) Biodiversiteit
Dank voor uw aandacht! DE VRAGEN OP EEN RIJ 1. Gaan we de waardering voor de bebouwing in het ruilverkavelingslandschap vertalen in het beleid? 2. Gaan we de ruimtelijke kwaliteiten van de stedenbouwkundige ensembles beter borgen met het nieuwe beleid? 3. Hoe gaan we in het beleid om met de nieuwe wetgeving m.b.t de omgeving van het monument? 4. Wat gaan we doen om monumenteneigenaren tegemoet te komen bij het verduurzamen van hun beschermde pand? 5. Warmtepompen zijn niet meer weg te denken, maar willen we deze zien vanaf de straat of stellen we richtlijnen op? 6. Gaan we het beleid verruimen t.a.v. het na-isoleren van daken en gevels? 7. Wil de gemeente een kader opnemen voor panelen op eigen erf, alleen voor eigen gebruik?