Inspraakbijdrage_Peter_Derkx_8febr2022 Bijlage.pdf
Tekst van het document
25
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
27
hoofdstuk 03 | De toelating van chemische gewasbeschermingsmiddelen
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 27 van 53
In de toelatingsprocedure worden de risico’s van combinaties van werk
mingsmiddelen met eenzelfde werkingsmechanisme of effect bij de risico
zame stoffen alleen beoordeeld als deze samen in één gewasbescher
beoordeling moeten worden betrokken.102,104
mingsmiddel zitten of als gewasbeschermingsmiddelen bedoeld zijn om samen in één sproeitank te worden gemengd. Cumulatieve risicobeoorde
Het meest uitgebreide toxicologische onderzoek vindt plaats aan de
ling maakt verder geen deel uit van de procedure. Bij cumulatieve risico’s
werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen. Het toxicologische
gaat het om de situatie waarin mensen min of meer gelijktijdig aan meer
onderzoek aan geformuleerde producten is beperkt. Het dient vooral om
dere gewasbeschermingsmiddelen worden blootgesteld, waarbij de
de classificatie van het middel te bepalen (bijvoorbeeld ‘schadelijk bij
diverse werkzame stoffen eenzelfde werkingsmechanisme en/of effect
inslikken’). Ook wordt onderzocht in hoeverre het middel via de huid kan
hebben. Ook al blijft de blootstelling aan elke afzonderlijk werkzame stof
worden opgenomen. De toxiciteit van de hulpstoffen krijgt geen aandacht.
beneden de gezondheidskundige grenswaarde, dan nog kan de geza
Evenmin wordt onderzocht in hoeverre hulpstoffen de toxiciteit van de
menlijke werking van alle werkzame stoffen zo sterk zijn dat schadelijke
werkzame stof kunnen verhogen, bijvoorbeeld door de opname in het
effecten optreden. Een toelatingsprocedure die gebaseerd is op de beoor
lichaam te bevorderen of de omzetting en uitscheiding te remmen.
deling van individuele gewasbeschermingsmiddelen, kan dan ook tot een
Dat kan ertoe leiden dat de grenswaarden van de werkzame stof een
onderschatting van risico’s leiden, een probleem waarop de Raad voor de
onderschatting vormen van de giftigheid van het mengsel. Uit onderzoek
leefomgeving en infrastructuur recent ook heeft gewezen.103 De EU-veror
is inderdaad gebleken dat geformuleerde producten doorgaans aanzienlijk
dening voor het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen
giftiger zijn dan de werkzame stof alleen.105 Alle geformuleerde producten
schrijft voor dat rekening wordt gehouden met de blootstelling aan meer
(meer dan 1.000 alleen al in Nederland) aan hetzelfde uitgebreide
dan één middel. De benodigde complexe methodologie hiervoor is in
toxicologisch onderzoek onderwerpen als de werkzame stoffen (ongeveer
ontwikkeling, waarbij de inspanningen in eerste instantie zijn gericht op
260 in Nederland) is echter wellicht ongewenst, gezien de extra kosten
blootstelling via de voeding, dus van consumenten. Een moeilijkheid is
voor de fabrikant en de extra proefdieren die hiervoor nodig zijn.
hoe de risico’s van combinaties van middelen betrokken kunnen
Volgens de commissie is de invoering van een ‘allocatiefactor’ een oplos
worden bij de besluitvorming over de toelating van individuele middelen.
sing voor het probleem dat blootstelling aan één werkzame stof vanuit
Eigenlijk zouden ook andere stoffen of producten dan gewasbescher
verschillende bronnen en langs verschillende routes kan plaatsvinden en
26
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
28
hoofdstuk 03 | De toelating van chemische gewasbeschermingsmiddelen
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 28 van 53
dat bovendien vaak blootstelling plaatsvindt aan meerdere werkzame stoffen met eenzelfde werkingsmechanisme of effect. Die allocatiefactor moet ervoor zorgen dat elk gewasbeschermingsmiddel via elke blootstellingsroute (werk, omgeving, particulier gebruik, voeding) maar een beperkt percentage van de gezondheidskundige grenswaarde opvult. Op die manier blijft er ruimte voor blootstelling via andere routes en aan andere stoffen. Deze oplossing is recent ook door andere adviescolleges aangedragen.103,106 Ze is niet ideaal, omdat een wetenschappelijke onderbouwing van de benodigde grootte maar beperkt mogelijk is. Het is ook een politieke keuze, die afhangt van hoe voorzichtig men wil zijn en hoeveel onzekerheid over gezondheidsrisico’s men wil accepteren in het licht van andere maatschappelijke belangen. Deze aanpak is echter wel pragmatisch en ondervangt in elk geval een deel van het probleem.
27
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
29
hoofdstuk 04 | Chemische gewasbescherming in de praktijk
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 29 van 53
04 chemische gewasbescherming in de praktijk 28
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
30
hoofdstuk 04 | Chemische gewasbescherming in de praktijk
Uitgebreide wet- en regelgeving, voorlichting en inspecties door diverse overheidsinstanties moeten ervoor zorgen dat chemische gewasbescher mingsmiddelen in de praktijk veilig worden ingezet. De overheid streeft
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 30 van 53
• Spuitapparatuur moet periodiek worden gecontroleerd en emissie reducerende spuitdoppen zijn verplicht. • De teler moet een gewasbeschermingsplan opstellen en een logboek
naar een vermindering van de afhankelijkheid van chemische middelen en
(gewasbeschermingsmonitor inclusief spuitregistratie) bijhouden,
naar vervanging van middelen met een hoge acute toxiciteit door minder
waarin onder meer precies staat vermeld welke middelen, wanneer,
giftige. Een recente beleidsevaluatie heeft aangetoond dat dit streven
in welke hoeveelheden en op welke percelen zijn gebruikt. Deze
naar meer duurzaamheid nog niet erg succesvol is. Bovendien is gebleken
gegevens moeten ten minste drie jaar bewaard blijven voor inspectie.
dat telers arbeidsveiligheid onvoldoende prioriteit toekennen. Dat heeft niet alleen consequenties voor de veiligheid van henzelf, hun werknemers
• Voor de opslag van gewasbeschermingsmiddelen en de afvoer van restanten en lege verpakkingen gelden veiligheidseisen.
en hun gezinsleden, het verhoogt ook de risico’s voor omwonenden. Behalve de Wgb is ook de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing
4.1
Regels voor veilig gebruik
op agrarische bedrijven. Deze verplicht bedrijven met personeel tot een
De Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) regelt tal van
risicoinventarisatie en -evaluatie (RI&E). Dat is een overzicht van arbeids
zaken die een effectieve en veilige inzet van gewasbeschermings
veiligheidsrisico’s in een bedrijf en een plan van aanpak voor het
middelen in de praktijk moet bevorderen:
minimaliseren van die risico’s. In een agrarisch bedrijf moet de omgang
• Beroepsmatige toepassers van gewasbeschermingsmiddelen moeten
met gewasbeschermingsmiddelen een onderdeel vormen van een RI&E.
in het bezit zijn van een bewijs van vakbekwaamheid. • Het wettelijk gebruiksvoorschrift op de verpakkingen van gewas
29
Omdat de Arbowet vrij algemeen is, hebben veel sectoren een zogenoemde Arbocatalogus opgesteld, met nadere instructies voor een veilige werkwijze.
beschermingsmiddelen vermeldt voor welke toepassingen en hoe het
Bronmaatregelen (gebruik van minder en minder gevaarlijke gewasbescher
middel mag worden gebruikt. Ook staat er informatie op over gevaren
mingsmiddelen) en technische voorzieningen (automatische vul- en
voor de menselijke gezondheid en het milieu en over de te nemen
mengsystemen, gesloten cabines) genieten de voorkeur boven het gebruik
maatregelen om zich daartegen te wapenen (bijvoorbeeld gebruik van
van persoonlijke beschermingsmiddelen (handschoenen, gelaatsmasker).
handschoenen of adembescherming of termijnen voor herbetreding
Brancheorganisaties en de Arbodienst voor de agrarische en groene
van behandeld gewas).
sectoren (Stigas) geven voorlichting over arbeidsveiligheid aan
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
31
hoofdstuk 04 | Chemische gewasbescherming in de praktijk
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 31 van 53
werkgevers en werknemers. Werkgevers zijn verplicht om hun werknemers
De inzet van chemische gewasbescherming wordt zo veel mogelijk
periodiek een preventief medisch onderzoek (pmo) aan te bieden. Stigas
beperkt. Moeten deze middelen worden toegepast, dan kan de teler
adviseert werknemers die met gewasbeschermingsmiddelen werken
kiezen voor middelen die het minst belastend zijn voor het milieu.
jaarlijks te laten onderzoeken. Tot slot hebben bedrijven ook nog te maken
De ‘milieumeetlat’ biedt hem daarbij houvast (zie www.milieumeetlat.nl).
met diverse wetten op milieugebied. De Inspectie SZW, de NVWA en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zien toe op de naleving.
Om de geïntegreerde gewasbescherming te bevorderen heeft de overheid met betrokken partijen een convenant afgesloten en diverse beleidsnota’s
4.2
Verduurzaming
opgesteld met kwantitatieve beleidsdoelen. Dit sluit aan bij de EU-richtlijn
Zelfs als de toelating en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
Duurzaam gebruik pesticiden, die de lidstaten verplicht om vanaf 2012
goed geregeld zijn, blijven het gevaarlijke stoffen. Daarom streeft de
een nationaal actieplan duurzame gewasbescherming op te stellen en aan
Nederlandse overheid naar verduurzaming: een gewasbescherming die
de Europese Commissie voor te leggen. De meest recente nota duurzame
de voedselproductie veiligstelt door een effectieve beheersing van ziekten
gewasbescherming geeft richting aan het beleid voor 2013 tot 2023.107
en plagen, waarbij tegelijkertijd de risico’s voor de menselijke gezondheid,
Daarin is voor het eerst expliciet aandacht voor de risico’s voor
de natuur en het milieu worden geminimaliseerd.
omwonenden van percelen waarop gewasbescherming met chemische middelen plaatsvindt.
Om deze verduurzaming te bewerkstelligen is het in aanvulling op de reeds geschetste veiligheidsmaatregelen nodig om de chemische
In april 2019 heeft de minister van LNV mede namens de staatssecretaris
gewasbescherming in te bedden in de zogenoemde ‘geïntegreerde’
van IenW en in overleg met diverse belanghebbenden een toekomstvisie
gewasbescherming. Dat is een brede aanpak die begint met maatregelen
op de gewasbescherming naar de Tweede kamer gestuurd, in aanvulling
om ziekten en plagen te voorkomen, zoals standplaatsoptimalisatie,
op de tweede nota duurzame gewasbescherming.108 De visie beoogt een
teeltwisseling en rassen met een verhoogde resistentie. Steken ziekten en
trendbreuk te initiëren in het denken en handelen rond gewasbescherming
plagen toch de kop op, dan krijgen mechanische (bijvoorbeeld wieden),
door het centraal stellen van weerbare planten en teeltsystemen en een
fysische (bijvoorbeeld stomen of branden) en biologische bestrijdings
sterkere verbinding tussen land- en tuinbouw en natuur. Het streven is om
methoden (bijvoorbeeld natuurlijke vijanden van plaagorganismen) prioriteit.
de komende tien jaar het gebruik van chemische gewasbeschermings
30
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
32
hoofdstuk 04 | Chemische gewasbescherming in de praktijk
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 32 van 53
middelen te verminderen en de emissies naar het milieu en de residuen
Ook is er geen verschuiving naar middelen met een relatief laag risico
op producten in 2030 tot bijna nul terug te brengen, zodat omwonenden
voor het milieu of de menselijke gezondheid. De prikkel daartoe ontbreekt
van land- en tuinbouwbedrijven hun woonomgeving als veilig ervaren.
en middelen met een laag risico zijn niet altijd beschikbaar.
Er wordt gewerkt aan een uitvoeringsprogramma. Telers zeggen een tekort te ervaren aan effectieve niet-chemische
4.3
Ruimte voor verbetering
maatregelen. Geïntegreerde gewasbescherming vergt ook veel kennis
Vorig jaar verscheen de tussentijdse evaluatie van de tweede nota
van de teler. De leverancier van gewasbeschermingsmiddelen is vaak de
duurzame gewasbescherming ‘Gezonde groei, duurzame oogst’.109-111
belangrijkste kennisleverancier. Omdat die ook belang heeft bij de verkoop
Daaruit blijkt dat door de inspanningen van de agrarische sector,
van gewasbeschermingsmiddelen, roept dit de vraag op of zijn advies alle
afnemers en overheden op veel terreinen vooruitgang is geboekt.
aspecten van geïntegreerde gewasbescherming evenwichtig belicht.
Desondanks zijn alleen de tussendoelen voor de voedselveiligheid gehaald, die voor geïntegreerde gewasbescherming, waterkwaliteit,
4.3.2
Voedselveiligheid
biodiversiteit en arbeidsveiligheid niet. De commissie vat de bevindingen
De evaluatie laat zien dat het aandeel overschrijdingen van de
samen die het meest relevant zijn voor de menselijke gezondheid.
residunormen in (onbewerkte) groente en fruit sinds 2010 is afgenomen; het doel van de nota Gezonde groei, duurzame oogst is daarmee
4.3.1
Verbruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen
gehaald.109,110 Dat geldt vooral voor producten van niet-Nederlandse
Uit de evaluatie blijkt dat de stap naar weerbare teeltsystemen en meer
afkomst (circa 1-4%); het percentage overschrijdingen van Nederlandse
gebruik van natuurlijke plaagbestrijders nauwelijks wordt gemaakt.
producten was al laag (minder dan 1%). Voor producten van buiten de
Biologische bestrijding is alleen in de glastuinbouw en de fruitteelt
Europese Unie geldt wel dat het aantal overschrijdingen van jaar tot jaar
gemeengoed. De afhankelijkheid van chemische gewasbeschermings
wisselt. Controle door de NVWA blijft daarom nodig. Naast de overheid
middelen blijft onverminderd hoog. De afzet is in de periode 1990-2016
hebben ook afnemers zoals supermarktketens een belangrijke rol gespeeld
weliswaar afgenomen van 10 naar 9 miljoen kilogram werkzame stof,
bij het verbeteren van de voedselveiligheid. Onder druk van de publieke
het verbruik per hectare is echter wat toegenomen, doordat steeds vaker
opinie hebben zij bovenwettelijke eisen gesteld aan de hoeveelheid
relatief intensief bespoten gewassen, zoals bloembollen, worden geteeld.
31
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
33
hoofdstuk 04 | Chemische gewasbescherming in de praktijk
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 33 van 53
residuen die het voedsel mag bevatten. Ook controleren ze hun producten
ervan uit te gaan dat dit niet nodig is als de bespuitingen buiten de
steekproefsgewijs op residuen van gewasbeschermingsmiddelen.
werktijden van hun medewerkers plaatsvinden. Maar ook het werken in bespoten gewas of in de buurt van spuitwerkzaamheden (het mag niet,
Berekeningen op basis van de gemeten residugehalten laten zien dat
maar blijkt toch voor te komen) en het omgaan met lege verpakkingen
baby’s en jonge kinderen een klein risico lopen om boven grenswaarden
kunnen risicovol zijn. Gebrek aan voorlichting leidt vooral tot risico’s bij
voor acute toxiciteit te worden blootgesteld.110 Meer gegevens zijn nodig
medewerkers die zelf niet spuiten. Zij zijn zich er minder van bewust dat
over de consumptiepatronen van niet-westerse Nederlanders om
ze het gewas niet te snel mogen betreden na een bespuiting en dat ze
betrouwbaar te kunnen beoordelen of de gevonden residugehalten een
zich mogelijk moeten beschermen. Extra complicaties zijn dat medewerkers
bedreiging kunnen vormen voor de gezondheid van deze groepen.110
die in het gewas werken vaak seizoensarbeiders zijn, de Nederlandse taal niet spreken of jonger zijn dan 16 jaar. Voor degenen die wel zelf spuit
4.3.3
Arbeidsveiligheid
werkzaamheden verrichten speelt dit minder. Zij zijn in het bezit van een
Anders dan het onderzoek naar voedselveiligheid, berust het onderzoek
bewijs van vakbekwaamheid en zijn daardoor beter op de hoogte van de
naar de arbeidsveiligheid niet op metingen, maar op een enquête onder
risico’s. De overheid is zelf ook weinig actief: sinds 2013 heeft de
agrarische werkgevers. Onder telers blijkt veilig werken met gewas
inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (iSZW) nauwelijks
beschermingsmiddelen nog steeds een lage prioriteit te hebben.109,111
controles uitgevoerd die gericht waren op de veilige toepassing van
Telers maken ondanks de beschikbaarheid van minder gevaarlijke
gewasbeschermingsmiddelen.111
gewasbeschermingsmiddelen nog steeds gebruik van middelen met een hoge acute giftigheid, de zogeheten doodshoofdmiddelen. Beschikbaar
De meeste telers (circa 90 procent) zeggen een RI&E te hebben opgesteld.
gekomen minder risicovolle alternatieven zijn lastig te vinden doordat een
Een beoordeling van de blootstelling van toepassers en andere werknemers
goed overzicht ontbreekt. Het verminderen van risico’s aan de bron, de
aan gewasbeschermingsmiddelen blijkt echter vrijwel geen enkel bedrijf te
eerste maatregel in de arbeidshygiënische strategie, is daarmee niet gelukt.
hebben gemaakt. Zo’n beoordeling is nodig, omdat de toelating slechts geldt per afzonderlijk middel, terwijl in de praktijk meerdere middelen
De evaluatie laat zien dat een kwart van de telers hun medewerkers niet
tegelijkertijd of na elkaar worden gebruikt. In de praktijk wordt de RI&E
voorlicht over de risico’s van chemische gewasbescherming. Zij lijken
vooral gezien als een verplichte papieren exercitie en leidt deze zelden tot
32
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
34
hoofdstuk 04 | Chemische gewasbescherming in de praktijk
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 34 van 53
maatregelen ter verbetering van de arbeidsveiligheid. Het aantal
De respons op de enquête was 45 procent. Denkbaar is dat degenen die
uitgevoerde preventieve medische onderzoeken (pmo’s) is gering.
de enquête hebben ingevuld de arbeidsveiligheid gemiddeld beter hebben geregeld dan degenen die niet meededen. Mogelijk geeft de enquête dus
In drie van de zes arbocatalogi voor de akker- en tuinbouwsectoren komt
nog een te positief beeld van de arbeidsveiligheid, aldus de opstellers van
het onderwerp gewasbescherming niet voor. Als het er wel in staat, is nog
het evaluatierapport.111
geen 20% van de werkgevers ermee bekend. In de tussenevaluatie is ook kort aandacht voor omwonenden naar Tot slot wordt slechts een fractie van de lege verpakkingen en restanten
aanleiding van de uitkomsten van het OBO.109 Die heeft de commissie
afgevoerd via de daartoe speciaal opgerichte Stichting opruiming
echter al in hoofdstuk 2 beschreven.
restanten landbouwbestrijdingsmiddelen. Gebrek aan goede voorlichting en aan voldoende plekken voor kostenloze inlevering vormen de oorzaak.
33
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
35
hoofdstuk 05 | Advies
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 35 van 53
05 advies
34
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
36
hoofdstuk 05 | Advies
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 36 van 53
Uit de internationale literatuur komen aanwijzingen dat blootstelling aan
Recent epidemiologisch gezondheidsonderzoek in eigen land heeft geen
chemische gewasbeschermingsmiddelen gezondheidsrisico’s met zich
duidelijke aanwijzingen opgeleverd voor gezondheidsschade, maar is
meebrengt. Epidemiologisch onderzoek in Nederland geeft geen duide
beperkt van omvang en kwaliteit en kan de zorgen daarom niet wegnemen.
lijke aanwijzingen voor gezondheidseffecten, maar neemt de ongerustheid
Vast staat dat telers en andere professionele toepassers van chemische
ook niet weg. In hoeverre telers, hun gezinnen en omwonenden van land
gewasbeschermingsmiddelen en arbeiders die werken op agrarische
bouwpercelen hierdoor gezondheidsrisico’s lopen, is onzeker.
bedrijven hoger zijn blootgesteld dan mensen die niet beroepsmatig in
Meer gezondheidsonderzoek zal op korte termijn geen duidelijkheid bieden.
aanraking komen met deze middelen. Verder is gebleken dat omwonenden
De toelatingsprocedure behoeft verbetering, maar dat is complex en kost
van agrarische percelen en gezinsleden van telers over het algemeen
veel tijd. Op grond van het voorzorgsbeginsel adviseert de commissie
hoger zijn blootgesteld dan mensen die verder weg wonen van
daarom het streven naar verduurzaming van de gewasbescherming en
landbouwpercelen. Naast werk en woonomgeving kunnen echter ook
naar vermindering van de afhankelijkheid van chemische middelen te
andere bronnen bijdragen aan de totale blootstelling van mensen, zoals
intensiveren en de voortgang te bewaken door het gebruik van chemische
de voeding en particulier gebruik in en rond de woning. In hoeverre de
middelen en de blootstelling van mensen te monitoren. Op termijn kunnen
blootstelling via het werk of vanuit de woonomgeving bij telers en omwo
de verzamelde gegevens bovendien beter gezondheidsonderzoek
nenden in ons land in extra gezondheidsrisico’s resulteert, is onzeker.
mogelijk maken.
5.2 5.1
Gezondheidsrisico’s door gewasbeschermingsmiddelen
Intensivering van streven naar duurzaamheid
Enkele jaren geleden heeft de Gezondheidsraad het voorzorgsbeginsel omschreven als een strategie voor een zorgvuldige omgang met
In de vorige hoofdstukken heeft de commissie laten zien dat de internatio
onzekerheden.112 De Nederlandse overheid heeft deze zienswijze destijds
nale epidemiologische literatuur verbanden laat zien tussen blootstelling
omarmd. In zijn eerste advies over gewasbescherming en omwonenden
aan chemische gewasbeschermingsmiddelen en het optreden van
gaf de raad aan dat passend invulling kan worden gegeven aan deze
ziektes. Dat betreft onder meer de ziekte van Parkinson en cognitieve
strategie door niet de gezondheidsrisico’s, maar de ongewenstheid van
effecten bij jonge kinderen. Dierexperimenteel en mechanistisch
blootstelling als uitgangspunt te nemen en kosteneffectieve maatregelen
onderzoek wijzen op een zekere mate van plausibiliteit van effecten.
te treffen. Hij achtte daarnaast ook proportionele, duurdere maatregelen
35
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
37
hoofdstuk 05 | Advies
het overwegen waard.4 De aanbevelingen die de raad toen deed, acht de
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 37 van 53
5.3
Het nut van aanvullend onderzoek
commissie nog steeds van toepassing. Gezondheidsonderzoek De commissie beveelt op grond van het voorzorgsbeginsel aan dat
Op de korte termijn zal epidemiologisch onderzoek naar gezondheids
overheid en agrarische sector de plannen om de landbouw te
effecten in Nederland geen duidelijkheid bieden. Op langere termijn kan
verduurzamen, zoals recent nog beschreven in de Toekomstvisie
het echter waardevolle inzichten opleveren, mits de blootstelling aan
Gewasbescherming 2030108, met kracht ter hand nemen en intensiveren.
gewasbeschermingsmiddelen goed kan worden gekarakteriseerd.
Maatregelen bij de bron verdienen altijd de voorkeur. Een verminderde
De commissie ziet bijvoorbeeld mogelijkheden om een prospectief
afhankelijkheid van chemische middelen en een vermindering van het
cohortonderzoek naar ontwikkelingseffecten bij jonge kinderen op te
gebruik zullen direct leiden tot een lagere blootstelling, niet alleen van
zetten, waarbij de kinderen over langere tijd worden gevolgd. Zij beveelt
telers en werkers in behandeld gewas, maar ook van omwonenden en
aan samenwerking te zoeken met Europese partners, zodat het onderzoek
consumenten, en dus tot een vermindering van eventuele gezondheids
groter en beter kan worden opgezet en de zeggingskracht van de
risico’s voor de hele bevolking.
bevindingen groter zal zijn.
Waar de inzet van chemische middelen noodzakelijk blijft, is het van
Monitoring van gebruik en humane blootstelling
belang zoveel mogelijk de voorkeur te geven aan middelen met de laagste
Het is volgens de commissie bijzonder zinvol om het gebruik van chemi
risico’s voor mens en milieu. Uiteraard dienen daarbij de wettelijke
sche gewasbeschermingsmiddelen te gaan monitoren. Ze raadt aan de
gebruiksvoorschriften strikt te worden nageleefd en moeten veiligheids
sinds enige jaren verplichte gewasbeschermingsmonitor, waarin telers
aspecten alle aandacht krijgen. Educatie en motivatie van telers zijn
onder meer moeten aangeven welke chemische gewasbeschermings
hiervoor van groot belang. Het verdient aanbeveling dat overheid en
middelen ze wanneer in welke teelt hebben ingezet, uit te bouwen tot
landbouworganisaties hierin nog meer investeren. Het preventief medisch
een betrouwbare, uniforme en landelijke registratie van het gebruik van
onderzoek (pmo) is hiervoor eveneens een geschikt instrument.
gewasbeschermingsmiddelen op perceelsniveau. Verder adviseert de
Handhaving door de inspecties van betrokken departementen
commissie om de blootstelling van mensen ten minste periodiek en over
(NVWA, ILT, ISZW) behoeft eveneens versterking.113
langere tijd te volgen via biomonitoring. Hierbij sluit zij aan bij de eerdere
36
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
38
hoofdstuk 05 | Advies
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 38 van 53
aanbeveling van de raad en van andere adviescolleges, die recent een
gezinsleden, en zo de aandacht voor veiligheid stimuleren.
lans hebben gebroken voor (bio)monitoring.103,114 Dit onderzoek dient
Omwonenden profiteren daar ook van. Naar omwonenden en de
diverse doelen:
burger in het algemeen toe getuigt een biomonitoringsprogramma
• Bewaking van de effectiviteit van het gevoerde beleid
van goede zorg.
Dit is het belangrijkste doel. Registratie van het gebruik maakt direct
• Opmaat naar beter epidemiologisch gezondheidsonderzoek
zichtbaar hoe succesvol het streven naar een verminderde
Als de verzamelde gebruikscijfers op perceelsniveau publiekelijk of
afhankelijkheid is en biedt aangrijpingspunten voor bijsturing van het
ten minste voor onafhankelijke onderzoekers toegankelijk zijn,
beleid. Biomonitoring laat zien in hoeverre de maatregelen tot een
bevordert dat de mogelijkheden voor goed epidemiologisch onderzoek
verminderde blootstelling van telers, werkers in behandeld gewas,
naar eventuele gezondheidseffecten. Biomonitoringsdata kunnen de
omwonenden en consumenten leiden.
mogelijkheden verder verruimen. Als een biomonitoringsprogramma
• Toetsing van aannames uit de toelatingsprocedure en opsporen
wordt opgezet in de nabijheid van verschillende teelten en in regio’s
onjuist gebruik
met veel en weinig landbouw, ontstaat op langere termijn een goed
De uitkomsten van biomonitoring laten zien wat de totale lichaams
beeld van de humane blootstelling en de ruimtelijke en temporele
belasting met een stof of een reeks verwante stoffen is vanuit alle
variatie daarin. De opbrengst wordt het grootst als daarbij aansluiting
blootstellingsbronnen en langs alle blootstellingsroutes samen.115
wordt gezocht bij biomonitoringsprogramma’s in andere Europese
Vergelijking van de uitkomsten van de biomonitoring met blootstellings
landen. Vergelijking van blootstellingsgegevens van eigen bodem met
schattingen en gezondheidskundige advieswaarden uit de toelatings
de uitkomsten van epidemiologisch onderzoek elders in de wereld biedt
procedure levert indicaties voor tekortkomingen in de op afzonderlijke
bovendien inzicht in de gezondheidsrisico’s in Nederland. Uiteindelijk
producten gerichte toelatingssystematiek of in de blootstellings
wordt het dan wellicht mogelijk om via epidemiologisch onderzoek te
schattingen van het Ctgb of voor gebruik dat afwijkt van de voorschriften
verifiëren of de gezondheidskundige grenswaarden van de toelatings
en dus voor risicovolle situaties die om nader onderzoek vragen.
procedure daadwerkelijk voldoende bescherming bieden.
• Aandacht voor veiligheid stimuleren
37
Biomonitoring kan bijdragen aan de bewustwording van telers over
Via het OBO en door participatie in diverse EU-projecten heeft Nederland
mogelijke gezondheidsrisico’s, om te beginnen voor henzelf en hun
al de nodige expertise opgebouwd met biomonitoring.115 De commissie
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
39
hoofdstuk 05 | Advies
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 39 van 53
acht het dan ook goed mogelijk dat Nederland een programma opzet
Diverse maatregelen, zoals driftarme spuitdoppen, vanggewassen, spuit
dat aan alle eisen voor zinvol onderzoek naar de inwendige blootstelling
vrije zones en ramen sluiten, kunnen de emissie naar het milieu en/of de
voldoet.4 Verder kan het Vlaamse humane-biomonitoringsprogramma,
blootstelling van omwonenden beperken. De effectiviteit van dergelijke
dat al achttien jaar loopt en dat op vele chemische stoffen inclusief
maatregelen onder verschillende omstandigheden is echter niet goed
gewasbeschermingsmiddelen gericht is, als bron van inspiratie dienen.116
bekend. Voor een optimale inzet is nader onderzoek nodig.
Het verdient aanbeveling om belanghebbende partijen te betrekken bij het opzetten, inrichten en onderhouden van een dergelijk biomonitorings
5.4
Verbetering van de toelatingsprocedure
programma om zo veel mogelijk aan te sluiten bij hun behoeften. Ook op
De commissie vindt verdere verbetering van de toelatingsprocedure nodig,
het punt van inspraak van belanghebbenden komen de ervaringen met
maar constateert tegelijkertijd dat dit een complex en langdurig proces is.
het OBO goed van pas.
Absolute zekerheid dat er geen gezondheidsschade kan optreden, kan een toelatingsprocedure bovendien nooit bieden. Ze moet veeleer gezien
Aanvullend milieuonderzoek
worden als de eerste van een reeks voorzieningen die samen de
Het OBO heeft veel inzicht verschaft in het belang van verschillende
veiligheid waarborgen.
routes van blootstelling van omwonenden in de bollenteelt en vormde een belangrijke verificatie van de blootstellingsschattingen van het Ctgb bij de
Sinds enkele jaren worden de risico’s voor omwonenden apart beoordeeld
toelating. De commissie beveelt aan nader te onderzoeken hoe represen
in de toelatingsprocedure. Daarbij wordt uitgegaan van ongunstige
tatief de bevindingen in de bollenteelt zijn voor andere teelten. Dit is
omstandigheden die leiden tot een hoge blootstelling. De blootstelling via
vooral van belang voor de fruitteelt waar ook relatief grote hoeveelheden
huisstof kan hierin nog worden verdisconteerd. Via deze methode wordt
gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, maar waar zij- en opwaarts
voldoende rekening gehouden met de afstand tot woonobjecten en
wordt gespoten. De commissie verwacht dat die representativiteit met een
woonkernen. Het OBO heeft bevestigd, zij het voor één teelt en een
beperkte onderzoeksinspanning bij andere teelten nader te bepalen is,
beperkt aantal middelen, dat de blootstellingsschatting van het Ctgb
bijvoorbeeld via de analyse van huisstof.
voldoende beschermend is. De onzekerheid zit volgens de commissie eerder in de afleiding van gezondheidskundige grenswaarden, die noodgedwongen – in elk geval bij nieuw toe te laten gewasbeschermings
38
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
40
hoofdstuk 05 | Advies
middelen – geheel op dierproeven berust. Deze zijn bovendien niet in alle gevallen optimaal ingericht.
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 40 van 53
5.5
Bevordering van de kennisuitwisseling, dialoog en samenwerking
Het RIVM heeft gepleit voor de inrichting van een Kennisplatform De commissie acht het van belang dat in internationaal verband verder
Gewasbescherming & Gezondheid.1 Dat zou bestaande wetenschappe
wordt gewerkt aan de verbetering van de toelatingsprocedure en dat
lijke en beleidsmatige informatie voor een breed publiek toegankelijk en
Nederland met zijn ruime expertise daaraan actief bijdraagt. Verbetering
begrijpelijk moeten maken, telers en andere professionals moeten onder
van de beoordeling van mogelijke effecten op ontwikkeling van ongeboren
steunen bij een verantwoorde toepassing van chemische gewasbescher
en jonge kinderen verdient prioriteit. Dat geldt ook voor de beoordeling
mingsmiddelen en kunnen bijdragen aan een maatschappelijke dialoog
van het risico op neurodegeneratieve aandoeningen, zoals de ziekte
tussen belanghebbenden, zoals omwonenden, landbouworganisaties en
van Parkinson.
producenten van gewasbeschermingsmiddelen, over bijvoorbeeld de interpretatie van wetenschappelijke gegevens, het gewenste bescher
Er wordt volop gewerkt aan de ontwikkeling van methoden voor
mingsniveau en doelmatige manieren om dit beschermingsniveau te
geaggregeerde en cumulatieve risicobeoordeling. De inspanningen zijn tot
bereiken. De commissie ondersteunt die aanbeveling. Een platform kan
nu toe echter vooral gericht op blootstelling via de voeding. De commissie
bijdragen aan het bouwen van vertrouwen door het uitwisselen van
verwacht niet dat deze methoden binnen afzienbare tijd deel gaan uit
informatie en visies.
maken van de toelatingsprocedure. Ze acht de invoering van een ‘allocatiefactor’ van nader te bepalen grootte de meest pragmatische
De commissie tekent daar wel bij aan dat er kwaliteitsvoorwaarden
oplossing voor dit probleem. Die allocatiefactor moet ervoor zorgen dat elk
moeten worden gesteld aan de opzet en het onderhouden van een derge
gewasbeschermingsmiddel via elke blootstellingsroute (werk, omgeving,
lijk platform. Zo zou vooraf moeten worden vastgelegd welke doelen het
particulier gebruik, voeding) maar een beperkt deel van de gezondheids
platform nastreeft, welke middelen het platform daartoe gebruikt, wie het
kundige grenswaarde opvult. Op die manier blijft er ruimte voor bloot
platform beheert, welke inspraak de belanghebbende partijen hebben en
stelling via andere routes en aan andere stoffen. De commissie beveelt
welke spelregels gelden bij het aanmaken en aanbrengen van documen
aan dat Nederland zich binnen de Europese Unie actief inspant voor de
tatie en gepubliceerde informatie. Reeds bestaande kennisplatforms op
invoering van zo’n factor in het toelatingsbeleid.
andere terreinen, zoals het Kennisplatform Elektromagnetische Velden
39
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
41
hoofdstuk 05 | Advies
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 41 van 53
en Gezondheid, kunnen als voorbeeld dienen. Het platform zou ook een geschikte plek kunnen zijn waar belanghebbende partijen en experts samen nadenken over een zinvolle opzet en invulling van het door de commissie voorgestelde biomonitoringsprogramma. Daarmee zou het gezamenlijk opzetten van onderzoek, dat met het OBO gestart is7, een nuttig vervolg krijgen.
40
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
42
Literatuur
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 42 van 53
literatuur
41
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
43
Literatuur
1
Montforts MHMM, Bodar CWM, Smit CE, Wezenbeek JM, Rietveld AG.
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 43 van 53
9
health. Occup Environ Med 2015; 72(2): 81-2.
Bestrijdingsmiddelen en omwonenden - samenvattend rapport over blootstelling en mogelijke gezondheidseffecten. Bilthoven: RIVM, 2019; 2
RIVM. Bestrijdingsmiddelen en omwonenden. Bilthoven: RIVM, 2020.
pesticides and health effects. EFSAsupporting publication. 2013;
https://www.bestrijdingsmiddelen-omwonenden.nl/. Geraadpleegd:
EN-497.
middelen in de landbouw: het nut van onderzoek onder omwonenden.
2013; 268(2): 157-77. 12
Gezondheidsraad. Gewasbescherming en omwonenden.
and toxicity. Arch Toxicol 2017; 91(2): 549-99. 13
et al. Gezondheidsverkenning omwonenden van landbouwpercelen.
analysis of cohort studies. Environ Int 2012; 46: 30-43. 14
van der Mark M, Brouwer M, Kromhout H, Nijssen P, Huss A,
Vermeulen RCH, Duyzer J, Figueiredo DM, Gerritsen-Ebben MG,
Vermeulen R. Is pesticide use related to Parkinson disease?
Gooijer YM, Hoftijser GW, et al. Research on exposure of residents to
Some clues to heterogeneity in study results. Environ Health Perspect
pesticides in the Netherlands - OBO flower bulbs. Utrecht: Universiteit
2012; 120(3): 340-7. 15
Buitenkamp M, Kool M. Uitgesproken - Weergave uitkomsten Peize: Adviesbureau Anantis, 2019. Eddleston M. Poisoning by pesticides. Medicine 2020; 48(3): 214-7.
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
Pezzoli G, Cereda E. Exposure to pesticides or solvents and risk of Parkinson disease. Neurology 2013; 80(22): 2035-41.
16
Allen MT, Levy LS. Parkinson’s disease and pesticide exposure - a new assessment. Crit Rev Toxicol 2013; 43(6): 515-34.
verkennende gesprekken telers, omwonenden en organisaties.
42
Van Maele-Fabry G, Hoet P, Vilain F, Lison D. Occupational exposure to pesticides and Parkinson’s disease: a systematic review and meta-
Partners, TNO, Wageningen University and Research, 2019.
8
Mostafalou S, Abdollahi M. Pesticides: an update of human exposure
Rietveld AG, Simões M, Brouwer M, Krop E, Huss A, Vermeulen R,
Utrecht, CLM Advies en Onderzoek, Radboudumc, Schuttelaar en 7
Mostafalou S, Abdollahi M. Pesticides and human chronic diseases: evidences, mechanisms, and perspectives. Toxicol Appl Pharmacol
Bilthoven: RIVM, Universiteit Utrecht, NIVEL, 2018; 2018-0068. 6
11
Gezondheidsraad. Gezondheidsrisico’s door gewasbeschermings
Den Haag: Gezondheidsraad, 2014; 2014/02. 5
Ntzani EE, Chondrogiorgi M, Ntritsos G, Evangelou E, Tzoulaki I. Literature review on epidemiological studies linking exposure to
Den Haag: Gezondheidsraad, 2011; 2011/18. 4
10
2019-0052.
16 mei 2020. 3
Blair A, Ritz B, Wesseling C, Freeman LB. Pesticides and human
17
Breckenridge CB, Berry C, Chang ET, Sielken RL, Jr., Mandel JS. Association between Parkinson’s Disease and Cigarette Smoking,
2
44
Literatuur
Rural Living, Well-Water Consumption, Farming and Pesticide Use:
18
11(4): e0151841.
33(5): 947-71.
Ahmed H, Abushouk AI, Gabr M, Negida A, Abdel-Daim MM.
25
Epidemiology and etiology of Parkinson’s disease: a review of
connection and genetic alterations. Biomed Pharmacother 2017;
the evidence. Eur J Epidemiol 2011; 26 Suppl 1: S1-58. 26
et al. Rotenone, paraquat, and Parkinson’s disease. Environ Health
exposures: a systematic literature review and meta-analyses. Scand J
Perspect 2011; 119(6): 866-72. 27
Ascherio A, Schwarzschild MA. The epidemiology of Parkinson’s
Martino R, Candundo H, Lieshout PV, Shin S, Crispo JAG, Barakat-
disease: risk factors and prevention. Lancet Neurol 2016;
Haddad C. Onset and progression factors in Parkinson’s disease:
15(12): 1257-72. 28
Yan D, Zhang Y, Liu L, Shi N, Yan H. Pesticide exposure and risk of
Vaccari C, El Dib R, Gomaa H, Lopes LC, de Camargo JL.
29
Ball N, Teo WP, Chandra S, Chapman J. Parkinson’s Disease and the Environment. Front Neurol 2019; 10: 218.
30
Fei Q, Ethell DW. Maneb potentiates paraquat neurotoxicity by inducing key Bcl-2 family members. J Neurochem 2008; 105(6): 2091-7.
Paraquat and Parkinson’s disease: a systematic review and metaanalysis of observational studies. J Toxicol Environ Health B Crit Rev
Goldman SM. Environmental toxins and Parkinson’s disease. Annu Rev Pharmacol Toxicol 2014; 54: 141-64.
studies. Regul Toxicol Pharmacol 2018; 96: 57-63.
23
Tanner CM, Kamel F, Ross GW, Hoppin JA, Goldman SM, Korell M,
Gunnarsson LG, Bodin L. Parkinson’s disease and occupational
Parkinson’s disease: Dose-response meta-analysis of observational 22
Wirdefeldt K, Adami HO, Cole P, Trichopoulos D, Mandel J.
Parkinson’s disease and pesticides: A meta-analysis of disease
A systematic review. Neurotoxicology 2017; 61: 132-41. 21
Freire C, Koifman S. Pesticide exposure and Parkinson’s disease: epidemiological evidence of association. Neurotoxicology 2012;
Work Environ Health 2017; 43(3): 197-209. 20
24
Systematic Review and Meta-Analysis. PLoS One 2016;
90: 638-49. 19
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 44 van 53
31
Costello S, Cockburn M, Bronstein J, Zhang X, Ritz B. Parkinson’s
2019; 22(5-6): 172-202.
disease and residential exposure to maneb and paraquat from
Tangamornsuksan W, Lohitnavy O, Sruamsiri R, Chaiyakunapruk N,
agricultural applications in the central valley of California.
Norman Scholfield C, Reisfeld B, et al. Paraquat exposure and
Am J Epidemiol 2009; 169(8): 919-26.
Parkinson’s disease: A systematic review and meta-analysis. Arch Environ Occup Health 2019; 74(5): 225-38.
43
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
45
Literatuur
32
Wang A, Costello S, Cockburn M, Zhang X, Bronstein J, Ritz B.
of Parkinson’s disease. J Geriatr Psychiatry Neurol 2006;
Parkinson’s disease risk from ambient exposure to pesticides.
19(1): 32-5.
Eur J Epidemiol 2011; 26(7): 547-55. 33
Members EWE, et al. An adverse outcome pathway for parkinsonian
Premature Mortality by Parkinson’s Disease in Washington State.
motor deficits associated with mitochondrial complex I inhibition.
Int J Environ Res Public Health 2018; 15(12):
an occupational disease in agriculture professionals exposed to
Disord 2011; 17(6): 486-7. 41
Zheng Q, Yin J, Zhu L, Jiao L, Xu Z. Reversible Parkinsonism induced
70(4): 319-21.
by acute exposure glyphosate. Parkinsonism Relat Disord 2018;
Deutscher Bundestag. Kurzmeldung Heute im Bundestag 15-08-2019
50: 121. 42
Eriguchi M, Iida K, Ikeda S, Osoegawa M, Nishioka K, Hattori N, et al.
Parlamentsnachrichten, 2019; hib 896/2019.
Parkinsonism Relating to Intoxication with Glyphosate. Intern Med
Furlong M, Tanner CM, Goldman SM, Bhudhikanok GS, Blair A,
2019; 58(13): 1935-8. 43
Malek AM, Barchowsky A, Bowser R, Youk A, Talbott EO.
associations of specific pesticides with Parkinson’s disease.
Pesticide exposure as a risk factor for amyotrophic lateral sclerosis:
Environ Int 2015; 75: 144-50.
a meta-analysis of epidemiological studies: pesticide exposure as a risk
Parron T, Requena M, Hernandez AF, Alarcon R. Association between
factor for ALS. Environ Res 2012; 117: 112-9.
environmental exposure to pesticides and neurodegenerative diseases. 38
Wang G, Fan XN, Tan YY, Cheng Q, Chen SD. Parkinsonism after chronic occupational exposure to glyphosate. Parkinsonism Relat
Chade A, et al. Protective glove use and hygiene habits modify the
37
40
Elbaz A, Moisan F. The scientific bases to consider Parkinson’s disease
Parkinson als Berufskrankheit. Berlin: Deutscher Bundestag, 36
Caballero M, Amiri S, Denney JT, Monsivais P, Hystad P, Amram O. Estimated Residential Exposure to Agricultural Chemicals and
pesticides in France. J Epidemiol Community Health 2016; 35
39
Terron A, Bal-Price A, Paini A, Monnet-Tschudi F, Bennekou SH,
Arch Toxicol 2018; 92(1): 41-82. 34
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 45 van 53
44
Kang H, Cha ES, Choi GJ, Lee WJ. Amyotrophic lateral sclerosis and
Toxicol Appl Pharmacol 2011; 256(3): 379-85.
agricultural environments: a systematic review. J Korean Med Sci 2014;
Yesavage JA, Sheikh J, Noda A, Murphy G, O’Hara R, Hierholzer R,
29(12): 1610-7.
et al. Spatial test for agricultural pesticide “blow-in” effect on prevalence
44
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
46
Literatuur
45
Yan D, Zhang Y, Liu L, Yan H. Pesticide exposure and risk of
exposure to organophosphate pesticides: a systematic review.
Alzheimer’s disease: a systematic review and meta-analysis.
Neurotoxicology 2013; 39: 158-68.
Sci Rep 2016; 6: 32222. 46
47
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 46 van 53
52
Gunnarsson LG, Bodin L. Amyotrophic Lateral Sclerosis and
Barranco M, Ballester F, Rebagliato M, et al. A systematic review of
Occupational Exposures: A Systematic Literature Review and Meta-
neurodevelopmental effects of prenatal and postnatal organophosphate
Analyses. Int J Environ Res Public Health 2018; 15: 2371.
pesticide exposure. Toxicol Lett 2014; 230(2): 104-21.
Gunnarsson LG, Bodin L. Occupational Exposures and
53
and Meta-Analyses. Int J Environ Res Public Health 2019; 16: 337. Neurobehavioral problems following low-level exposure to
different age groups: a systematic review. Environ Sci Pollut Res Int
organophosphate pesticides: a systematic and meta-analytic review.
2019; 26(18): 18267-90. 55
Rauh VA, Perera FP, Horton MK, Whyatt RM, Bansal R, Hao X, et al.
Koureas M, Tsakalof A, Tsatsakis A, Hadjichristodoulou C. Systematic
Brain anomalies in children exposed prenatally to a common
review of biomonitoring studies to determine the association between
organophosphate pesticide. Proc Natl Acad Sci U S A 2012;
exposure to organophosphorus and pyrethroid insecticides and human
109(20): 7871-6. 56
Roberts JR, Dawley EH, Reigart JR. Children’s low-level pesticide
Burns CJ, McIntosh LJ, Mink PJ, Jurek AM, Li AA. Pesticide exposure
exposure and associations with autism and ADHD: a review. Pediatr
and neurodevelopmental outcomes: review of the epidemiologic and
Res 2019; 85(2): 234-41.
animal studies. J Toxicol Environ Health B Crit Rev 2013; 51
Sapbamrer R, Hongsibsong S. Effects of prenatal and postnatal exposure to organophosphate pesticides on child neurodevelopment in
health outcomes. Toxicol Lett 2012; 210(2): 155-68. 50
54
MacKenzie-Ross S, McManus IC, Harrison V, Mason O.
Crit Rev Toxicol 2013; 43(1): 21-44. 49
Abreu-Villaca Y, Levin ED. Developmental neurotoxicity of succeeding generations of insecticides. Environ Int 2017; 99: 55-77.
Neurodegenerative Diseases-A Systematic Literature Review 48
Gonzalez-Alzaga B, Lacasana M, Aguilar-Garduno C, Rodriguez-
57
Dalsager L, Fage-Larsen B, Bilenberg N, Jensen TK, Nielsen F,
16(3-4): 127-283.
Kyhl HB, et al. Maternal urinary concentrations of pyrethroid and
Munoz-Quezada MT, Lucero BA, Barr DB, Steenland K, Levy K,
chlorpyrifos metabolites and attention deficit hyperactivity disorder
Ryan PB, et al. Neurodevelopmental effects in children associated with
(ADHD) symptoms in 2-4-year-old children from the Odense Child Cohort. Environ Res 2019; 176: 108533.
45
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
47
Literatuur
58
von Ehrenstein OS, Ling C, Cui X, Cockburn M, Park AS, Yu F, et al.
chlorpyrifos: from clinical findings to preclinical models and potential
Prenatal and infant exposure to ambient pesticides and autism
mechanisms. J Neurochem 2017; 142 Suppl 2: 162-77.
spectrum disorder in children: population based case-control study. 59
62
Ongono JS, Beranger R, Baghdadli A, Mortamais M. Pesticides used
NYSAAP, 2019. http://nysaap.org/pdf/Chlorpyrifos2019.pdf.
in Europe and autism spectrum disorder risk: can novel exposure
Geraadpleegd: 15 april 2020. 65
European Food Safety Authority (EFSA). Statement on the available
pyrethroids and carbamates? - A systematic review. Environ Res 2020;
outcomes of the human health assessment in the context of the
187: 109646.
pesticides peer review of the active substance chlorpyrifos.
Sioen I, Den Hond E, Nelen V, Van de Mieroop E, Croes K, Van
EFSA Journal 2019; 17(8): 5809. 66
Dusseldorp A, Schaap M, Gram J, Schoevaars-Lops S, Jonker R.
and behavioural problems at age 7-8years. Environ Int 2013;
Meldingen van milieugerelateerde gezondheidsklachten bij GGD’en
59: 225-31.
Periode 2017 - 2018. Bilthoven: RIVM, 2019; Briefrapport 2019-0132.
Viel JF, Warembourg C, Le Maner-Idrissi G, Lacroix A, Limon G,
67
Kan AA, Nugteren-van Lonkhuyzen JJ, Mulder-Spijkerboer HN, van
Rouget F, et al. Pyrethroid insecticide exposure and cognitive
Velzen AG, de Lange DW, van Riel AJHP, et al. Acute vergiftigingen
developmental disabilities in children: The PELAGIE mother-child
bij mens en dier - Jaaroverzicht NVIC 2018. Utrecht: Nationaal
cohort. Environ Int 2015; 82: 69-75.
Vergiftigingen Informatie Centrum, Universitair Medisch Centrum
Viel JF, Rouget F, Warembourg C, Monfort C, Limon G, Cordier S, et al.
Utrecht, 2019; 07/2019.
Behavioural disorders in 6-year-old children and pyrethroid insecticide
63
New York State American Academy of Pediatrics. New York’s Pediatricians Call on Governor to Ban Chlorpyrifos. New York:
Larebeke N, et al. Prenatal exposure to environmental contaminants
61
64
BMJ 2019; 364: l962.
hypotheses be formulated beyond organophosphates, organochlorines,
60
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 47 van 53
68
van der Molen H, Kuijer P, de Groene G, Bakker J, Sorgdrager B,
exposure: the PELAGIE mother-child cohort. Occup Environ Med 2017;
Lenderink A, et al. Beroepsziekten in cijfers 2018. Amsterdam:
74(4): 275-81.
Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, Coronel Instituut voor
Burke RD, Todd SW, Lumsden E, Mullins RJ, Mamczarz J, Fawcett WP,
Arbeid en Gezondheid, Amsterdam UMC, 2018.
et al. Developmental neurotoxicity of the organophosphorus insecticide
69
van der Molen H, Kuijer P, de Groene G, Bakker J, Sorgdrager B, Lenderink A, et al. Beroepsziekten in cijfers 2016. Amsterdam:
46
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
48
Literatuur
Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, Coronel Instituut voor 70
72
73
74
Mulder TA, van den Dries MA, Korevaar TIM, Ferguson KK, Peeters RP, Tiemeier H. Organophosphate pesticides exposure in pregnant
Houtman I, van der Ploeg K, de Vroome E, Ramaekers M, Kraan K,
women and maternal and cord blood thyroid hormone concentrations.
Fernandez Beiro L, et al. Arbobalans 2018 - Kwaliteit van de arbeid,
Environ Int 2019; 132: 105124. 77
Brouwer M, Koeman T, van den Brandt PA, Kromhout H, Schouten LJ,
Brouwer M, Huss A, van der Mark M, Nijssen PCG, Mulleners WM,
Peters S, et al. Occupational exposures and Parkinson’s disease
Sas AMG, et al. Environmental exposure to pesticides and the risk of
mortality in a prospective Dutch cohort. Occup Environ Med 2015;
Parkinson’s disease in the Netherlands. Environ Int 2017; 107: 100-10.
72(6): 448-55.
Bukalasa JS, Brunekreef B, Brouwer M, Koppelman GH, Wijga AH,
78
van der Mark M, Vermeulen R, Nijssen PC, Mulleners WM, Sas AM,
Huss A, et al. Associations of residential exposure to agricultural
van Laar T, et al. Occupational exposure to pesticides and endotoxin
pesticides with asthma prevalence in adolescence: The PIAMA birth
and Parkinson disease in the Netherlands. Occup Environ Med 2014;
cohort. Environ Int 2018; 121(Pt 1): 435-42.
71(11): 757-64.
Ferguson KK, van den Dries MA, Gaillard R, Pronk A, Spaan S,
79
Rooney J, D’ovidio F, Visser AE, Vermeulen R, Logroscino G, Veldink J,
Tiemeier H, et al. Organophosphate Pesticide Exposure in Pregnancy
et al. Euro-MOTOR: A multi-centre population-based case-control study
in Association with Ultrasound and Delivery Measures of Fetal Growth.
of pesticides exposure as risk factor for Amyotrophic Lateral Sclerosis.
Environ Health Perspect 2019; 127(8): 87005.
Eur J Neurol 2017; 24: 634.
Jusko TA, van den Dries MA, Pronk A, Shaw PA, Guxens M, Spaan S,
80
Koeman T, Slottje P, Schouten LJ, Peters S, Huss A, Veldink JH, et al.
et al. Organophosphate Pesticide Metabolite Concentrations in Urine
Occupational exposure and amyotrophic lateral sclerosis in a
during Pregnancy and Offspring Nonverbal IQ at Age 6 Years.
prospective cohort. Occup Environ Med 2017; 74(8): 578-85.
Environ Health Perspect 2019; 127(1): 17007. 75
76
Arbeid en Gezondheid, AMC, UvA, 2016.
effecten en maatregelen in Nederland. Leiden: TNO, 2018. 71
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 48 van 53
81
Koeman T, Schouten LJ, van den Brandt PA, Slottje P, Huss A, Peters
van den Dries MA, Guxens M, Pronk A, Spaan S, El Marroun H,
S, et al. Occupational exposures and risk of dementia-related mortality
Jusko TA, et al. Organophosphate pesticide metabolite concentrations
in the prospective Netherlands Cohort Study. Am J Ind Med 2015;
in urine during pregnancy and offspring attention-deficit hyperactivity
58(6): 625-35.
disorder and autistic traits. Environ Int 2019; 131: 105002.
47
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
49
Literatuur
82
de Jong K, Boezen HM, Kromhout H, Vermeulen R, Postma DS, associated with airway obstruction: the LifeLines cohort study.
offspring. Environ Health 2017; 16(1): 83. 89
Dückers M, et al. Health survey on people living in the direct vicinity
Vonk JM. Association of occupational pesticide exposure with
of agricultural plots – additional analyses. Bilthoven: RIVM, 2020;
accelerated longitudinal decline in lung function. Am J Epidemiol 2014;
2020-0056, ongepubliceerd; publicatie later in 2020 verwacht. 90
Omwonenden en het bodemonderzoek Westerveld. Ede: College voor de
Jaddoe VW, et al. Determinants of organophosphate pesticide
Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb), 2019.
Steunpunt Milieu en Gezondheid. Waat? Vervuilende stoffen in mijn lijf.
91
to chemicals via house dust. Bilthoven: RIVM, 2008; 609021064/2008. 92
Andersson N, Arena M, Auteri D, Barmaz S, Grignard E, Kienzler A, et al. Guidance for the identification of endocrine disruptors in the
waarden bij jongeren. Mol: Steunpunt Milieu en Gezondheid, 2020.
context of Regulations (EU) No 528/2012 and (EC) No 1107/2009.
Han J, Zhou L, Luo M, Liang Y, Zhao W, Wang P, et al.
EFSA Journal 2018; 16(6): 5311. 93
Disease in the Chinese Population. Environ Sci Technol 2017; 51(1): 664-70.
Gezondheidsraad. Briefadvies Test chemische stoffen. Den Haag: Gezondheidsraad, 2012; 2012/34.
94
EFSA Panel on Plant Protection Products and their Residues (PPR).
Bao W, Liu B, Simonsen DW, Lehmler HJ. Association Between
Scientific Opinion on the developmental neurotoxicity potential of
Exposure to Pyrethroid Insecticides and Risk of All-Cause and Cause-
acetamiprid and imidacloprid. EFSA Journal 2013; 11(12): 3471.
Specific Mortality in the General US Adult Population. JAMA Intern Med 2020; 180(3): 367-74.
48
Oomen AG, Janssen PJCM, Dusseldorp A, Noorlander CW. Exposure
Vlaams humane-biomonitoringsprogramma 2016-2020. Referentie
Nonoccupational Exposure to Pyrethroids and Risk of Coronary Heart
87
Ctgb. Advies Ctgb over het Onderzoek bestrijdingsmiddelen en
van den Dries MA, Pronk A, Guxens M, Spaan S, Voortman T,
the Netherlands. Int J Hyg Environ Health 2018; 221(3): 489-501.
86
Simoes M, Huss A, Portengen L, Vermeulen R, Baliatsas C,
de Jong K, Boezen HM, Kromhout H, Vermeulen R, Postma DS,
exposure in pregnant women: A population-based cohort study in 85
Spinder N, Bergman JEH, Boezen HM, Vermeulen RCH, Kromhout H, de Walle HEK. Maternal occupational exposure and oral clefts in
179(11): 1323-30. 84
88
Vonk JM, et al. Pesticides and other occupational exposures are Occup Environ Med 2014; 71(2): 88-96. 83
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 49 van 53
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
95
Bal-Price A, Fritsche E. Editorial: Developmental neurotoxicity. Toxicol Appl Pharmacol 2018; 354: 1-2.
2
50
Literatuur
96
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 50 van 53
Bal-Price A, Pistollato F, Sachana M, Bopp SK, Munn S, Worth A.
chemical mixtures: challenges and ways forward. Crit Rev Toxicol
Strategies to improve the regulatory assessment of developmental
2019; 49(2): 174-89.
neurotoxicity (DNT) using in vitro methods. Toxicol Appl Pharmacol
103
2018; 354: 7-18. 97
Fritsche E, Grandjean P, Crofton KM, Aschner M, Goldberg A,
99
100
49
Kortenkamp A. Which chemicals should be grouped together for
transition and implementation of developmental neurotoxicity (DNT)
Endocrinol 2020; 499: 110581. 105
Nagy K, Duca RC, Lovas S, Creta M, Scheepers PTJ, Godderis L,
Terron A, Bennekou SH. Towards a regulatory use of alternative
et al. Systematic review of comparative studies assessing the toxicity
developmental neurotoxicity testing (DNT). Toxicol Appl Pharmacol
of pesticide active ingredients and their product formulations.
2018; 354: 19-23.
Environ Res 2020; 181: 108926.
Sachana M, Bal-Price A, Crofton KM, Bennekou SH, Shafer TJ,
106
Committe of Combination of effects and assessing chemicals in groups.
Behl M, et al. International Regulatory and Scientific Effort for Improved
Future chemical risk management - Accounting for combination effects
Developmental Neurotoxicity Testing. Toxicol Sci 2019; 167(1): 45-57.
and assessing chemicals in groups. Stockholm: Swedish Government
Behl M, Ryan K, Hsieh JH, Parham F, Shapiro AJ, Collins BJ, et al.
Inquiries, 2019; SOU 2019:45. 107
Ministerie van Economische Zaken. Gezonde Groei, Duurzame Oogst
Program: The Future Is Here. Toxicol Sci 2019; 167(1): 6-14.
- Tweede nota duurzame gewasbescherming periode 2013 tot 2023.
More SJ, Hardy A, Bampidis V, Benford D, Hougaard Bennekou S,
Den Haag: Ministerie van Economische Zaken, 2013.
Claude Bragard, et al. Guidance on harmonised methodologies for
102
104
mixture risk assessments of male reproductive disorders? Mol Cell
Screening for Developmental Neurotoxicity at the National Toxicology 101
stoffen. Den Haag: Rli, 2020; 2020/01.
Heinonen T, et al. Consensus statement on the need for innovation, testing for regulatory purposes. Toxicol Appl Pharmacol 2018; 354: 3-6. 98
Raad voor de leefomgeving en infrastructuur. Greep op gevaarlijke
108
Ministerie van LNV. Toekomstvisie gewasbescherming 2030,
human health, animal health and ecological risk assessment of
naar weerbare planten en teeltsystemen. Bijlage bij Kamerbrief
combined exposure to multiple chemicals. EFSA Journal 2019;
Toekomstvisie gewasbescherming 2030, naar weerbare planten en
17(3): 5634.
teeltsystemen en Pakket van maatregelen emissiereductie
Bopp SK, Kienzler A, Richarz AN, van der Linden SC, Paini A,
gewasbescherming open teelten van 16 april 2019 van Minister
Parissis N, et al. Regulatory assessment and risk management of
Schouten van LNV. Den Haag: Ministerie van LNV, 2019.
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
51
Literatuur
https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/04/16/
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 51 van 53
112
toekomstvisie-gewasbescherming-2030-naar-weerbare-planten-enteeltsystemen. Geraadpleegd: 16 april 2020. 109
NVWA. Gewasbescherming toepassingsinspecties 2019. Utrecht: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit 2020.
114
Group of Chief Scientific Advisors. EU authorisation processess of plant protection products from a scientific point of view. Brussel: Europese
Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), 2019;
Commissie, Scientific Advice Mechanism, 2018; Scientific Opinion 5. 115
Louro H, Heinala M, Bessems J, Buekers J, Vermeire T, Woutersen M,
Boon PE, van Donkersgoed G, van der Vossen W, Sam M, Noordam
et al. Human biomonitoring in health risk assessment in Europe:
MY, van der Schee H. Tussenevaluatie van de nota Gezonde Groei,
Current practices and recommendations for the future.
Duurzame Oogst Deelproject Voedselveiligheid. Bilthoven: RIVM, 2019;
Int J Hyg Environ Health 2019; 222(5): 727-37.
Rapport 2018-0127. 111
113
Tussenevaluatie van de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst. Rapport 3549. 110
Den Haag: Gezondheidsraad, 2008; 2008/18.
Tiktak A, Bleeker A, Boezeman D, van Dam J, van Eerdt M, Franken R, et al. Geïntegreerde gewasbescherming nader beschouwd.
Gezondheidsraad. Voorzorg met rede.
116
Reynders H, Colles A, Morrens B, Mampaey M, Coertjens D,
Spaan S, van Duuren-Stuurman B, van de Brug F, Voogd E,
Koppen G, et al. The added value of a surveillance human
Gerritsen-Ebben R. Evaluatie nota Gezonde Groei Duurzame Oogst
biomonitoring program: The case of FLEHS in Flanders (Belgium).
(GGDO) - Deelproject Arbeidsveiligheid en Productverantwoordelijkheid.
Int J Hyg Environ Health 2017; 220(2 Pt A): 46-54.
Zeist: TNO, 2019; Rapport R10343.
50
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
52
Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden | pagina 52 van 53
De commissie Samenstelling Commissie Gewasbescherming en omwonenden:
Secretarissen:
•
dr. F. Woudenberg, psycholoog, hoofd afdeling leefomgeving, GGD, Amsterdam, voorzitter
•
dr. M.J. Alssema, Gezondheidsraad, Den Haag
•
prof. dr. M.B.M. van Duursen, hoogleraar gezonde leefomgeving en toxicologie, VU Amsterdam
•
dr. H.F.G. van Dijk, Gezondheidsraad, Den Haag
•
prof. dr. I. Loots, hoogleraar milieusociologie, Universiteit van Antwerpen, België
•
prof. dr. A.M.J. Ragas, Universitair hoofddocent Radboudumc, Nijmegen en hoogleraar
Incidenteel geraadpleegde deskundigen:
milieu-natuurwetenschappen, Open Universiteit, Heerlen
•
•
•
prof. dr. G.E.R. Schoeters, hoogleraar milieu en gezondheid, Universiteit van Antwerpen, België;
prof. dr. J. Keulartz, emeritus-hoogleraar milieufilosofie Radboud Universiteit, Nijmegen en senior onderzoeker Universiteit van Wageningen
tevens VITO, Moll, België
•
dr. M.H.M.M. Montforts, risicobeoordelaar stoffen in het milieu, RIVM, Bilthoven
prof. dr. M.J. van Tongeren, professor of occupational and environmental health,
•
prof. dr. ir. R.C.H. Vermeulen, hoogleraar milieu-epidemiologie en exposoom analyse,
Universiteit van Manchester, Verenigd Koninkrijk
Institute for Risk Assessment Sciences, Universiteit Utrecht •
de vaste Commissie Ethiek en recht van de Gezondheidsraad
Waarnemers: •
dr. J.J.W. Broeders, Ctgb, Ede
•
drs. M. ten Hove, IenW, Den Haag
•
dr. J.P.G. van Leuken, VWS, Den Haag
•
dr. J.-P. Zock, RIVM, Bilthoven
51
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2
53
De Gezondheidsraad, ingesteld in 1902, is een adviesorgaan met als taak de regering en het parlement ‘voor te lichten over de stand der wetenschap ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek’ (art. 22 Gezondheidswet). De Gezondheidsraad ontvangt de meeste adviesvragen van de bewindslieden van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; Infrastructuur en Waterstaat; Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De raad kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen, en ontwikkelingenof trends signaleren die van belang zijn voor het overheidsbeleid. De adviezen van de Gezondheidsraad zijn openbaar en worden als regel opgesteld door multidisciplinaire commissies van – op persoonlijke titel benoemde – Nederlandse en soms buitenlandse deskundigen.
U kunt dit document downloaden van www.gezondheidsraad.nl. Deze publicatie kan als volgt worden aangehaald: Gezondheidsraad. Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden. Den Haag: Gezondheidsraad, 2020; publicatienr. 2020/10. Auteursrecht voorbehouden
52
Gezondheidsraad | Nr. 2020/10
2