IN095-bijlage-2-toelichting-wonen-eerst.pdf
Tekst van het document
Bijlage: Om-denken: andere grondslag 1.1 Het begint met woonruimte Gemeenten zijn gewend te werken vanuit de wetmatigheid dat maatschappelijke opvang een tijdelijke maar onvermijdelijke voorziening is. In de huidige werkwijze, de benadering vanuit de ‘systeemwereld’, is dat ook zo. We hebben als maatschappij, door het steeds aanpassen van een bestaande situatie, zoveel hokjes en schuttingen opgetuigd dat er steeds meer mensen zijn die er niet in passen. We willen niet verder door sleutelen aan een systeem van dakloosheid dat in basis uitgaat van zorg in plaats van wonen. We leggen met dit actieplan een nieuwe basis , een basis die begint met huisvesting. We duiden dat aan als ‘Wonen Eerst’: een systeembenadering die “het bieden en behouden van huisvesting” als de oplossing ziet voor dakloosheid. Simpel gezegd: met het behouden van woonruimte voorkom je dakloosheid, met het bieden van woonruimte hef je dakloosheid op. Het draait de aanpak om: niet eerst ‘klaar zijn om weer te mogen wonen’, maar ‘wonen om verder te kunnen’. 1.2 Schaarste verdelen, beelden corrigeren Woonruimte is een voorwaarde voor iemand om zijn leven zelf in te kunnen richten en daar zelf, samen met zijn persoonlijke omgeving/netwerk, regie over te nemen. Het beeld dat veel leeft bij ‘Wonen Eerst’ is dat “iedereen die kampt met dakloosheid meteen de sleutel krijgt van een eengezinswoning in de wijk”.
Dat beeld is niet correct maar heeft als bijkomend nadeel dat met argwaan wordt gekeken naar dit uitgangspunt. Er is immers al een tekort aan betaalbare woningen en het gevoel binnen de maatschappij leeft dat “er steeds meer mensen zijn die voorrang krijgen” waardoor zij zelf of hun naaste familieleden steeds langer moeten wachten. Daarnaast wordt er steeds meer gevraagd van de draagkracht van de wijken waardoor leefbaarheid onder druk komt. 1.3 Wonen Eerst, wat is het wel? Wonen Eerst gaat uit van het bieden van een ‘zo thuis mogelijke situatie’ aan mensen die dak- of thuisloos zijn geworden. Preventie, het behouden van huisvesting, is dan kennelijk niet gelukt. Een ‘zo thuis mogelijke situatie’ is niet wat maatschappelijke opvang kan bieden; MO kan echter huiselijke elementen toevoegen aan de vormgeving van de tijdelijke opvang. Om te kunnen beoordelen welk type woonruimte passend is, kijken we naar de mate van zelfredzaamheid en zelfregie van de bewoner. Soms zijn mensen gebaat bij een prikkelarme omgeving, waar ze niet veel ‘moeten’ maar waar wel duidelijke afspraken gelden om te zorgen dat mensen die in de directe omgeving wonen zich veilig en prettig voelen.
Alleenstaanden kunnen voldoende hebben aan een kamer, een (groot) gezin heeft een woning met meerdere slaapkamers nodig De basis van Wonen Eerst is: • De (toegang tot) huisvesting is gescheiden van eventuele zorg en behandeling. • Er worden geen eisen gesteld die niet ook voor andere burgers gelden, voor zover de veiligheid en de leefbaarheid in een buurt dit toelaat.
•
Het betreft een permanente (geen tijdslimiet vooraf) woonplek met een eigen huurcontract. (Dit kan ook in woonconcepten waar elementen van community building worden ingebouwd, zoals bij gemengd wonen of woning delen). Kortom: het gaat om aanbod van woonruimte in soorten en maten, in lijn met de draagkracht van de bewoner zelf en de draagkracht van de omgeving. Soms is dat aanbod er nog niet; dan zullen we met tijdelijke woonvoorzieningen zorgen voor een zo thuis mogelijke situatie om in elk geval de veiligheid te bieden van het hebben van onderdak. Onderstaand hebben we twee begrippen naast elkaar gezet. Housing First • oplossen van langdurige dakloosheid • voor mensen met complexe problematiek • langdurige en intensieve trajecten. • individuele trajecten • individueel verspreide adressen • directe toegang tot permanente huisvesting o.b.v. HF-principes
Wonen Eerst • voorkomen of verkorten van dakloosheid • brede system aanpak • lichtere en kortere trajecten • ook voor stellen/gezinnen • ook grotere en creatieve woonvormen. • directe toegang tot permanente huisvesting o.b.v. leidende principes