IN087 Bijlage 2 - Meicirculaire gemeentefonds 2021.pdf
Tekst van het document
maatstaf inwoners
* Dit zijn de maatstaven huishoudens met laag inkomen, lage inkomens met drempel, bijstandontvangers, uitkeringsontvangers, minderheden, eenouderhuishoudens, huishoudens en meerkernigheid. Op het vast bedrag na, is voor de verdeling de huidige verhouding in het cluster gebruikt.
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering
2.4.1
Bommenregeling
Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Zoals gemeld in paragraaf 2.4.5 van de decembercirculaire 2020 is het vergoedingspercentage voor bijdragen die vanaf 2021 worden verstrekt verlaagd naar 68%. Dit in verband met de oprichting van een landelijk kenniscentrum voor gemeenten. Bijlage 2.4.1 vermeldt de gemeenten die - op basis van de ingediende aanvraag - een uitkering ontvangen, inclusief de bijbehorende bedragen. Het totaalbedrag van de bommenregeling 2021 bedraagt € 23,84 miljoen.
Om in aanmerking te komen voor een bijdrage voor 2022 dient de gemeente een raadsbesluit in waarin de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van explosieven zijn opgenomen. Er hoeft geen verdere onderbouwing overlegd te worden. Projectplannen of studies naar risico ’s e.d. worden niet in behandeling genomen. Btw komt niet voor compensatie in aanmerking. In de
Meicircula ire gemeentefonds 2021
18
opgave van de gemaakte kosten dient daarom duidelijk te worden opgenomen dat de bedragen exclusief btw zijn. De benodigde raadsbesluiten moeten voor 1 april 2022 zijn ingediend. Verzoeken die vanaf die datum worden ontvangen worden meegenomen in het volgende jaar. De raadsbesluiten worden bij voorkeur verstuurd per e-mail via regelingen@minbzk.nl. Per post blijft vanzelfsprekend ook mogelijk:
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties t.a.v. FEZ/Begrotingszaken/Regelingen Postbus 20011 2500 EA Den Haag
Binnen het nationaal programma Berging vliegtuigwrakken met nog vermiste vliegers uit de Tweede Wereldoorlog zijn eind 2018 locaties vastgesteld in de gemeenten Almere (Markermeer), Echt-Susteren, Dalfsen, Hollands Kroon, Lingewaard en Lochem. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft deze gemeenten verzocht om samen uitvoering te geven aan het bergen van de vliegtuigwrakken. Zoals aangegeven in de meicirculaire 2020 (paragraaf 2.4.3) zijn de bergingen in Echt-Susteren en Lochem in 2019 uitgevoerd. Hela as is vanwege de coronamaatregelen het herbegraven van de aldaar aangetroffen stoffelijke resten van de vermiste vlieger nog niet mogelijk geweest. In 2020 zijn al bergingen in Almere (Markermeer) en Dalfsen uitgevoerd. Bij beide bergingen zijn stoffelijke resten van de vermiste bemanningsleden aangetroffen. Ook deze wachten nog op een formele begrafenis. Naar verwachting zal dit eind 2021 of in 2022 plaatsvinden. In Dalfsen betrof het de eerste berging van een Duits toestel binnen het nationaal programma. De bergingen in Dalfsen en Almere genereerden veel positieve mediaaandacht, zowel lokaal als nationaal en zelfs internationaal.
In de tweede helft van 2021 wordt in ieder geval de berging in Hollands Kroon uitgevoerd en naar verwachting ook die in Lingewaard. Inmiddels zijn nieuwe locaties geïdentificeerd en vinden er gesprekken plaats met de betreffende gemeenten.
Voor de bergingen die onderdeel uitmaken van het programma ontvangen de betreffende gemeenten via de bommenregeling een bijdrage van 100% aan de door hen gemaakte kosten. Op basis van het ingediende raadsbesluit met daarin de gemaakte kosten ontvangen Dalfsen, Echt Susteren en Lochem in 2021 een bijdrage. Het gaat om een totaalbedrag van € 0,33 miljoen.
2.4.2
Mobiliteitshulpmiddelen voorzieningen (nacalculatie)
Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wlz -instelling wonen vereenvoudigd. Vanaf deze datum worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo 2015. Hiervoor zijn in de septembercirculaire 2019 (paragraaf 2.2-5) middelen overgeheveld naar de Wlz. Daarbij zijn het ministerie van VWS en de VNG overeengekomen dat op basis van realisatiegegevens nacalculatie plaatsvindt. In de decembercirculaire 2020 (paragraaf 2.2-4) is de
Meicircula ire gemeentefonds 2021
19
nacalculatie over 2020 ad € 16,9 miljoen verwerkt. In de septembercirculaire 2021 wordt de nacalculatie structureel vanaf 2021 verwerkt. C onform bestuurlijke afspraak is de nacalculatie gebaseerd op realisatiegegevens van 2020, zoals die worden aangeleverd bij de Nederlandse zorgautoriteit.
2.4.3
Europese richtlijn energieprestatie gebouwen
In de meicirculaire 2020 (paragraaf 2.2-12) is de algemene uitkering 2020 verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Meer informatie over de bekostiging vanaf 2021 volgt in de septembercirculaire 2021.
2.5
Veranderingen in het v erdeelstelsel
2.5.1
Inleiding
Tabel 2.5.1 bevat een overzicht van de wijzigingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering ten opzichte van de septembercirculaire 2020.
Tabel 2.5.1 Wijzigingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering Nummer Naam Aard van de maatregel 1 Maatstaf ozb Aanpassing rekentarieven in verband met marktontwikkeling WOZ-waarden
Ingangsjaar Jaarlijks
De toelichting volgt in de paragraaf 2.5.2.
2.5.2
Maatstaf ozb: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven
De jaarlijkse aanpassing van de gewichten (rekentarieven) van de verdeelmaatstaf ozb is doorgevoerd. De uitkomst van de verdeelmaatstaf ozb wordt bepaald door de omvang van de WOZ-waarde en een daaraan gekoppeld gewicht, het zogenaamde rekentarief. Er worden drie WOZ-waarden onderscheiden: voor eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen en gebruikers niet-woningen. Er zijn daarom drie rekentarieven. Door marktontwikkelingen kan de WOZ -waarde sterk fluctueren. Het is staand beleid om voor het effect van deze marktontwikkelingen te corrigeren, door middel van een aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb. De correctie is op nationaal niveau.
De aanpassing van de rekentarieven van de verdeelmaatstaf ozb is afgestemd op de WOZtijdvakken. Op 1 januari 2022 begint een nieuw WOZ-tijdvak met waardepeildatum 1 januari 2021. Bij de aanpassing van de rekentarieven is de vaste werkwijze toegepast: het rekentarief wordt naar beneden (of naar boven) bijgesteld om de stijging (of daling) van de ozb -maatstaf als gevolg van de stijging (of daling) van de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen ongedaan te maken. De maatstaf groeit alleen met de inflatie mee (prijs Nationale Bestedingen, pNB).
Meicircula ire gemeentefonds 2021
20
De marktontwikkeling tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2021 bij woningen wordt, op basis van informatie van de Waarderingskamer, geschat op 9%. Voor niet-woningen wordt de waardeontwikkeling over dezelfde periode geschat op -0,5%. De inflatie (pNB) in die periode bedraagt volgens de ramingen van het C PB 2,1%. Het rekentarief voor eigenaren woningen komt na aanpassing op 0,083763%, voor eigenaren niet-woningen op 0,163111% en voor gebruikers niet-woningen op 0,131452%. De aangepaste rekentarieven zijn ook opgenomen in bijlage 2.1.3.
2.6
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen
De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen.
Maatstaven Er is in deze circulaire geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2021 11.
De achterliggende berekening van de maatstaf re-integratie klassiek, de maatstaf medicijngebruik en de maatstaven over het gemiddeld gestandaardiseerd inkomen is niet te herleiden uit de betaalspecificaties gemeentefonds die de gemeenten maandelijks ontvangen. Actualisatie van de twee eerstgenoemde verdeelmaatstaven vindt plaats bij de komende septembercirculaire, waarbij ook de achterliggende berekening zal worden gepubliceerd. Bij deze circulaire is wel de achterliggende berekening van de maatstaven over het gemiddeld gestandaardise erd inkomen opgenomen. Deze maatstaven maken gebruik van bevroren inkomensgegevens en wijzigen alleen nog door veranderingen in de gegevens over het aantal huishoudens (zie voor meer informatie paragraaf 2.5 van de decembercirculaire 2017). De actuele bere kening van de maatstaven (uitkeringsjaar 2021) is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op het internet 12. In de berekening zijn ook de herindelingen verwerkt die per 1 januari 2021 hebben plaatsgevonden.
Bedragen per eenheid •
de zogenaamde rekentarieven 2022 van de maatstaf ozb zijn ten opzichte van 2021 aangepast;
•
de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties is verwerkt;
https://www.rijk sove rheid.nl/documenten/rapporten/2013/05/24/toelichting-op-de-berekening-van-deuitk e ringen-uit-het-gemeentefonds 12 https://www.rijk soverheid.nl/onderwe rpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesge m eentefonds 11
Meicircula ire gemeentefonds 2021
21
•
in de bijlage bij deze circulaire zijn de bedrage n per eenheid 2022 voor het eerst gepubliceerd. Hierin zijn de uitnames en toevoegingen verwerkt die in eerdere circulaires zijn opgenomen. Bijlage 2.2.1 bevat die uitnames en toevoegingen uit eerdere circulaires.
Bijlagen 2.1.1 en 2.1.3 bevatten het overzicht van de bedragen per eenheid 2021 en 2022.
Uitkeringsfactor De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang (zie voor een toelichting op het begrip uitkeringsfactor bijlage 2.6.1):
•
de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties;
•
de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van nieuwe aantallen. Bijlage 2.6.2 bevat informatie over de raming van de maatstaven met een groot aandeel in de uitkeringsbasis.
Ten opzichte van de decembercirculaire 2020 (en de aanvullende brief maart 2021) zijn de uitkeringsfactoren van 2019 en 2020 ongewijzigd op respectievelijk 1,538 en 1,623.
De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2021-2026 is vermeld in tabel 2.6.1.
De uitkeringsfactoren in tabel 2.6.1 zijn in lopende prijzen.13 Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het C PB onderscheidt. Op basis van het C entraal Economisch Plan 2021 zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het C PB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen.
Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgen hieronder twee tabellen. Daarin is de ontwikkeling opgenomen ten opzichte van de septembercirculai re 2020 (verticale toelichting) en van het ene naar het andere uitkeringsjaar (horizontale toelichting). In de decembercirculaire 2020 en in de aanvullende brief maart 2021 zijn de uitkeringsfactoren van de
De algemene uitkering is via het accre s afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijk suitgaven (accre sre levante uitgaven; ARU) waarin rekening is gehouden m et loon- en prijsontwik kelingen. Daarmee is de alge mene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwe l in lopende prijzen. 13
Meicircula ire gemeentefonds 2021
22
uitkeringsjaren 2021 en verder niet gewijzigd ten opzichte van de septembercirculaire 2020.
Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand septembercirculaire 2020, de verticale toelichting.
De uitkeringsfactor valt voor de jaren 2021 tot en met 2024 hoger uit. De voornaamste oorzaak is de ontwikkeling van de uitkeringsbasis in de betreffende jaren door actualisatie van de raming van de volumina van de verdeelmaatstaven. Vooral de ontwikkeling en in het aantal bijstandsontvangers, in de maatstaven over inwoneraantallen en in de OZB -maatstaven zijn van invloed.
Hieronder staat een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand septembercirculaire 2020 en stand van deze circulaire.
Op basis van de C entraal Economisch Plan 2021 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers (en uitkeringsontvangers) in deze circulaire geactualiseerd. Ten opzichte van de raming in de septembercirculaire 2020 is het effect van de corona crisis op het aantal bijstandsontvangers lager dan verwacht. De nieuwe raming leidt hierdoor voor alle bijstandsgerelateerde maatstaven tot lagere aantallen, wat zorgt voor een stijging van de uitkeringsfactor van 9 punten in 2021 oplopend tot 14 punten in 2024 en 13 punten in 2025. Actualisatie van de maatstaf loonkostensubsidie zorgt daarentegen voor een neerwaarts effect op de uitkeringsfactor (1 punt negatief in 2021 oplopend tot 5 punten negatief in 2025). In voorgaande circulaires werd de raming van deze maatstaf constant gehouden, vanaf deze circulaire ontvangen de fondsbeheerders prognoses over het aantal mensen dat loonkostensubsidie ontvangt van het ministerie van SZW.
Nieuwe bevolkingsprognoses van het C BS zorgen vooral bij de maatstaven over inwoners en
Meicircula ire gemeentefonds 2021
23
inwoners jonger dan 18 jaar voor lagere aantallen 14, wat leidt tot een stijging van de uitkeringsfactor van 2 punten in 2021 oplopend tot 7 punten in 2025. De areaalontwikkelingen en de ontwikkeling in de OZB -maatstaven zorgen jaarlijks voor een opwaarts effect op de uitkeringsfactor van 2 punten.
Naast ontwikkelingen in de uitkeringsbasis zorgen ook de algemene mutaties voor wijzigingen in de uitkeringsfactoren. De bijstelling van de accressen heeft vanaf 2022 een neerwaarts effect op de uitkeringsfactor (zie paragraaf 2.2-1 voor meer informatie over het accres). Het vrijvallen van de verdeelreserve 2020 bij de decembercirculaire 2020 zorgt jaarlijks voor een opwaarts effect op de uitkeringsfactoren van 1 punt. Deze stijging wordt echter voor e lk uitkeringsjaar (m.u.v. 2025) tenietgedaan door overige ontwikkelingen.
Horizontale ontwikkeling uitkeringsfactor Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling weer van de uitkeringsfactoren voor de jaren 2021 tot en met 2026 (de horizontale toelichting). In tabel 2.6.3 is te zien dat de accressen de belangrijkste factor zijn in de ontwikkelingen van de uitkeringsfactoren van jaar op jaar.
Bij de ontwikkeling van de uitkeringsbasis spelen de gewijzigde ramingen van de OZB -maatstaven, de bijstandontvangers en de demografische ontwikkelingen (met name inwoners en jongeren) de belangrijkste rol.
Tabel 2.6.3 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2021-2026 van jaar op jaar
uitkeringsfactor, jaar t verschil ten opzichte van jaar t-1
2021
2022
2023
2024
2025
2026
1,676
1,704
1,721
1,741
1,774
1,815
0,028
0,017
0,020
0,033
0,041
w aarvan: -
algemene mutaties
0,031
0,030
0,031
0,043
0,050
-
verdeelreserve
-0,001
-0,001
-0,001
-0,001
-0,001
-
ontw ikkeling uitkeringsbasis (inclusief OZB)
-0,003
-0,012
-0,011
-0,009
-0,009
-
overige ontw ikkelingen
0,001
0,000
0,001
0,000
0,001
Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd:
Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.
Alle gemeenten hebben daarnaast te maken met de suppletie-uitkering Overheveling IUSD (integratie-uitkering Sociaal domein). Bij de decembercirculaire 2020 (zie paragraaf 2.4.1) zijn de definitieve bedragen van de suppletie -uitkering voor 2019 en 2020 bekend
Vanwe ge de coronacrisis zijn de bijstellingen in de prognoses groter dan in voorgaande jaren. Be volkingsprognose 2020-2070: (cbs.nl) 14
Meicircula ire gemeentefonds 2021
24
gemaakt. De suppletie-uitkering voor 2021 zal naar verwachting bij de septembercir culaire 2021 worden nagecalculeerd. In de decembercirculaire 2020 is de suppletie-uitkering doorgetrokken naar 2022, in verband met de uitgestelde invoering van de nieuwe verdeling gemeentefonds. Als raming voor de jaren 2021 en 2022 kunnen gemeenten zich baseren op de definitieve stand van de suppletie-uitkering overheveling IUSD 2020.
Meicircula ire gemeentefonds 2021
25
3.
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie - en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten.
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie - en integratie-uitkeringen gemaakt worden in circulaires, zijn niet meer dan voorbeelden die illustrere n met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie - en integratie-uitkeringen.
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen
Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de decembercirculaire 2020 over de periode 2021 tot en met 2026. De mutaties die betrekking hebben op de aanvullende brief van maart 2021 zijn reeds in deze brief toegelicht15. De overige mutaties die betrekking hebben op 2021 en verder worden onder de tabel toegelicht.
Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie - en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen.
Kam erbrief bij brief gemeenten Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden maart 2021 | Kamerstuk | R ijk soverheid.nl 15
Meicircula ire gemeentefonds 2021
26
Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2021-2026 (bedragen in duizenden euro's)* 2021 2022 2023 2024 2025 stand decembercirculaire 2020 5.532.603 5.098.198 4.979.534 4.932.224 4.873.620 1) 2)
Extra begeleiding dak- en thuisloze mensen Peuter, SMI, VE stand aanvullendebrief maart 2021
1) 2a) 2b) 3a) 3b) 3c) 4) 5) 6a) 6b) 6c) 7) 8a) 8b) 9) 10) 11) 12) 13) 14) 15) 16) 17) 18) 19) 20) 21) 22)
IU Participatie: loon- en prijsbijstelling 2021 IU Beschermd wonen: loon- en prijsbijstelling 2021 IU Beschermd wonen: volume ontwikkeling 2022 IU Inburgering: ondertussen groep IU Inburgering: uitvoeringskosten IU Inburgering: compensatie uitstel Maatschappelijke begeleiding Bodembescherming IU Voogdij 18+: loon- en prijsbijstelling 2021 IU Voogdij 18+: compensatieregeling IU Voogdij 18+: verrekening Groeiopgave Almere Landelijke functies opvang Vrouwenopvang Faciliteitenbesluit opvangcentra Heroriëntatie zelfstandigen Koplopergemeenten clientondersteuning Jeugd aan zet Scholenprogramma Groningen Erfgoed Deal Slavernijverleden Regiodeal ZaanIJ IU Raadsledenvergoeding kleine gemeenten Versterking arbeidsmarktregio's Aanpak discriminatie en bevorderen samenleven Knelpunten verdeeelproblematiek Veilige Steden LHBTI-emancipatiebeleid
2026
10.000 5.100 5.547.703
5.098.198
4.979.534
4.932.224
4.873.620
4.825.929
39.784 29.628
38.724 26.284 30.840 4.488
37.680 33.380 30.840 2.818
36.624 34.266 30.840 1.436
35.572 34.218 30.840 539
34.518 34.885 30.840 162
6.305
3.051
2.366
961
261
14.493
14.493
14.493
14.493
14.493
7.520 -8.201 -7.703 1.500
7.520 -8.201 -7.703 1.500
7.520 -8.201 -7.703 1.500
7.520 -8.201 -7.703 1.500
7.520 -8.201 -7.703 1.500
-3.000
-3.000
-3.000
-3.000
-3.000
958
958
958
303 590
303 590
303 590
303
303
7.058 -26.932 16.455 20.830 16.765 14.493 -6.379 -8.201 -7.703 6.332 7.326 6.387 4.628 3.090 -3.000 2.610 958 400 303 295 219
95 30 20
20
stand deze circulaire 5.673.099 5.211.319 5.093.763 5.044.216 4.980.662 4.931.602 *Alle bedragen betreffen Decentralisatie-Uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een Integratie-Uitkering (IU) betreft.
Meicircula ire gemeentefonds 2021
27
Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2021-2026 (in duizenden euro's)* Uitkeringsjaar -
IU Participatie IU Beschermd wonen IU Voogdij/18+ Maatschappelijke opvang Vrouwenopvang Armoedebestrijding kinderen Brede Impuls Combinatiefuncties/buurtsportcoaches Brede aanpak dak- en thuisloosheid Bodembescherming Vergunningverlening, toezicht en handhaving Regionale knelpunten Voorschoolse voorziening peuters IU Inburgering Extra kosten verkiezingen ivm Covid-19 Gezond in de Stad Jeugd Landelijke vreemdelingenvoorzieningen Maatschappelijke begeleiding Beeldende kunst en vormgeving Bevolkingsdaling IU Raadsledenvergoeding kleine gemeenten Veiligheidshuizen Faciliteitenbesluit opvangcentra Herorientatie zelfstandigen Jeugdhulp aan kinderen in een AZC Aanpak laaggeletterdheid BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders Koplopergemeenten cliëntondersteuning Aanpak lerarentekort G4 Knelpunten verdeelproblematiek Geweld hoort nergens thuis Kerkenvisies Versterking arbeidsmarktregio's Erfgoed Deal LHBTI-emancipatiebeleid Versterking lokale werkgelegenheid Groningen Bibliotheekmiddelen Slavernijverleden Veilige Steden Programmabureau sociaal domein Pilots Roma en Sinti Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren Uitstapprogramma prostituees Versterking omgevingsveiligheidsdiensten Cultuurmiddelen Crisisdienstverlening (COVID-19) Jeugd aan zet Regiodeal ZaanIJ Aanpak discriminatie en bevorderen samenleven
2021
2022
2023
2024
2025
2026
1.943.062 1.530.899 731.492 395.057 215.560 85.000 75.005 123.000 16.765 46.700 25.100 35.100 23.513 22.035 24.042 21.700 16.400 20.830 13.500 11.245 10.066 7.699 7.326 6.387 5.100 5.500 4.731 4.628 4.000 3.780 3.600 2.800 13.756 2.610 1.343 1.130 1.000 958 391 100 239 256 4.000 3.825 149.700 48.460 3.090 400 219
1.893.980 1.570.724 745.391 385.057 210.728 85.000 75.005
1.845.577 1.577.865 745.391 385.057 210.728 85.000
1.796.470 1.578.751 745.391 385.057 210.728 85.000
1.747.846 1.578.703 745.391 385.057 210.728 85.000
1.699.101 1.579.370 745.391 385.057 210.728 85.000
46.700
46.700
46.700
46.700
46.700
30.000 70.650
30.000 71.719
30.000 69.652
30.000 67.350
30.000 66.273
1.704 21.700
21.700
21.700
21.700
21.700
13.500
13.500
13.500
13.500
13.500
10.066 7.699
10.066 7.699
10.066 7.699
10.066 7.699
10.066 7.699
5.100 6.050 4.731
5.100 6.650 4.731
5.100 7.300 4.731
5.100
5.100
4.731
4.731
3.867
3.956
4.047
4.140
4.235
14.541
14.541
14.541
13.951
13.951
958
958
958
3.000 3.825
3.000 3.825
3.000 3.825
3.000
3.000
5.673.099
5.211.319
5.093.763
5.044.216
4.980.662
4.931.602
1.343
Vindplaats
mei 2021 § 3.2-1 mei 2021, §3.2-2 mei 2021, §3.2-6 juni 2020, § 3.1-2 mei 2021, § 3.2-8b mei 2020, § 3.3.8 december 2019, § 3.2-2 december 2020, § 3.2-3 mei 2021, §3.2-5 mei 2017, § 4.2 december 2020, § 3.2-5 juni 2020, § 3.1-4 mei 2021, §3.2-3 december 2020, § 3.2-4 september 2020, § 3.2-9 juni 2012, § 6.9 mei 2019, § 3.2-7 mei 2021, §3.2-4 september 2015, § 4.2-1 september 2020, § 3.2-17 mei 2021, §3.2-17 juni 2012, § 6.11 mei 2021, § 3.2-9 mei 2021, §3.2-10 december 2019, § 3.3.1 september 2019, § 3.2-7 mei 2020, § 3.3.7 mei 2021, § 3.2-11 mei 2020, § 3.2-12 mei 2021, § 3.2-20 mei 2019, § 3.2-12 mei 2020, § 3.3.4 mei 2021, § 3.2-18 mei 2021, § 3.2-14 mei 2021, § 3.2-22 mei 2020, § 3.2-15 september 2019, § 3.2-17 mei 2021, §3.2-15 mei 2021, § 3.2-21 mei 2020, § 3.2-21 mei 2020, § 3.2-20 september 2019, § 3.2-15 september 2020, § 3.2-18 september 2020, § 3.2-15 december 2020, § 3.2-1 december 2020, § 3.2-2 mei 2021, § 3.2-12 mei 2021, § 3.2-16 mei 2021, § 3.2-19
*Alle bedragen betreffen Decentralisatie-Uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een Integratie-Uitkering (IU) betreft. Meicircula ire gemeentefonds 2021
28
Toelichting 1. Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2021 (€ 39,78 miljoen in 2021, aflopend naar € 34,52 miljoen structureel). De onderverdeling van de loon- en prijsbijstelling naar de drie onderdelen binnen de integratieuitkering (Wsw, Nieuw begeleiding en Nieuw Wajong) en de bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Participatie voor het jaar 2021 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.
De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente) zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. De Wsw-verdeling vanaf 2021 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2020 en de blijfkansen voor de jaren 2021 en verder.
Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de bedragen per gemeente door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de m iddelen Nieuw begeleiding. De drempelbedragen geven weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste budget voor de financiering van de begeleiding van één beschutte werkplek. De drempelbedragen zijn in deze circulaire geïndexeerd vanwege de loon- en prijsbijstelling en bedragen € 7.800 vanaf 2021.
Door het gebruik van historische cijfers blijft het aandeel van individuele gemeenten in de twee verdeelmodellen Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding ongewijzigd ten opzichte van de meicirculaire 2020. Voor de verdeling van het verdeelmodel Nieuw Wajong wordt gebruik gemaakt van historische cijfers van de instroom in de werkregeling Wajong. Voor het verdeelmodel Nieuw begeleiding wordt in aanvulling daarop gebruik gemaakt van de (historische) instroom in de wachtlijst Wsw. De voorgenomen overheveling van het budget voor Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. Beschut werk) naar de algemene uitkering wordt met een jaar uitgesteld naar 2023. Dit aangezien de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds naar verwachting per 1 januari 2023 plaatsvindt (zie paragraaf 4.3).
2. Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen stijgt als gevolg van twee mutaties: 1) de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2021 (tot € 34,89 miljoen structureel); 2) de toekenning van de volume-indexatie voor het jaar 2022 en verder (€ 30,84 miljoen per
jaar). Beide mutaties zijn over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van het aandeel in het huidige historische macrobudget. De bedragen per gemeente voor de integratie -uitkering Beschermd
Meicircula ire gemeentefonds 2021
29
Wonen voor het jaar 2021 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. 16
De gemeente Bergen op Zoom ontvangt in 2022 net als in de periode 2018 tot en met 2021 een aanvullende bijdrage van € 4,24 miljoen (zie voor meer informatie paragraaf 3.3.2 van de decembercirculaire 2018).
Per 1 januari 2021 is de Wet langdurige zorg (Wlz) opengesteld voor mensen met een psychische stoornis. Vooraf is geraamd dat er 8.500 cliënten vanuit beschermd wonen over zouden gaan naar de Wlz. Op basis van deze raming en de bestuur lijke afspraak ‘budget volgt cliënt’ is vanaf 2021 € 495 miljoen structureel overgeheveld van de integratie -uitkering Beschermd wonen naar de Wlz (zie meicirculaire 2020, paragraaf 3.2-2). Inmiddels is bekend dat meer cliënten de overstap vanuit beschermd wonen naar de Wlz maken dan waar de budgetoverheveling op was gebaseerd. Het ministerie van VWS, het ministerie van BZK en de VNG hebben op 7 december 2020 bestuurlijke afspraken gemaakt over de wijze van nacalculatie van het naar de Wlz over te hevelen b udget en de verdeling over de centrumgemeenten. In juni vindt een bestuurlijk vervolgoverleg plaats om de definitieve omvang van de nacalculatie te kunnen bepalen. De uitkomst zal bij de septembercirculaire 2021 worden verwerkt.
Besluitvorming over de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen – voorzien vanaf 2023 – is aan het nieuwe kabinet. Zie voor meer informatie paragraaf 4.3 van deze circulaire.
3. Inburgering Aan de integratie-uitkering Inburgering wordt voor 2021 tot en met 2026 cumulatief € 16,5 miljoen toegevoegd ten behoeve van de begeleiding van de bredere groep asielmigranten binnen de ondertussen-groep (inburgeraars die nog inburgeringspichtig zijn onder de Wet inburgering 2013; zie mutatie 3a in tabel 32.1). Dit volgt uit de bestuurlijke afspraken die het ministerie van SZW en de VNG in april 2020 hebben gemaakt om een impuls te geven aan de uitstroom van inburgeringsplichtigen onder het huidige stelsel 17. De bedragen worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners. Over de verdeling van de middelen die specifiek bestemd zijn voor de ELIP -groep (inburgeraars die hun voor de inburgering bestemde lening vrijwel hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn) worden later dit jaar afspraken gemaakt met gemeenten (voor 2021 tot en met 2026 cumulatief € 9 miljoen). Gemeenten zullen hierover later dit jaar worden geïnformeerd.
De inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Voor de omvang van de integratie-uitkering Inburgering betekent dit het volgende:
https://www.rijk soverheid.nl/onderwe rpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesge m eentefonds 17 https://www.rijk soverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/04/28/kamerbrief-bestuurlijk e-afspraken-voi 16
Meicircula ire gemeentefonds 2021
30
1)
Bij meicirculaire 2020 is vanaf 2021 structureel budget toegevoegd ter financiering van de uitvoeringskosten van de nieuwe wet. Nu de wet is uitgesteld valt de instroom van inburgeraars in 2021 niet onder de nieuwe wet, maar onder de oude wet. Om die reden wordt de integratie-uitkering Inburgering in 2021 met € 26,9 miljoen verlaagd (zie mutatie 3b in tabel 3.2.1.). Dat is het bedrag dat voor dat jaar voor de uitvoeringskosten beschikbaar was gesteld. De bedragen voor de structurele uitvoeringskosten vanaf 2022 en verder blijven ten opzichte van de decembercirculaire 2020 (zie paragraaf 3.3.2) ongewijzigd. Dat geldt ook voor de verdeling over gemeenten. De verdeling voor 2022 en verder zal naar verwachting in de decembercirculaire 2021 worden geactualiseerd, als van zowel het aantal inwoners als het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond nieuwe gegevens voorhanden zijn.
2)
Als gevolg van het uitstel wordt aan gemeenten een aanvullend bedrag ter beschikking gesteld van € 29,4 miljoen, verspreid over 2021 tot en met 2026 (zie mutatie 3c in tabel 3.2.1). De verdeling van deze toevoeging vindt plaats naar rato van het aantal inwoners. De compensatie houdt verband met drie aspecten. Ten eerste wordt het budget voor de ondertussen-groep aangevuld vanwege de hogere huisvestingstaakstelling van statushouders in 2021. Daarnaast is in het bestuurlijk overleg tussen het ministerie van SZW en de VNG van 2 februari 2021 afgesproken dat het ministerie van SZW gemeenten in staat stelt om de nieuwe instroom vanaf 1 juli 2021 zo veel als mogelijk in de geest van de nieuwe wet op te pakken. Hierbij kan gedacht worden aan de warme overdracht, brede intake (exclusief leerbaarheidstoets), advies Plan Inburgering en Participatie (PIP), de cursus financiële zelfredzaamheid en periodieke voortgangsgesprekken. Tot slot worden gemeenten ook gecompenseerd voor de extra implementatiekosten waar zij mee te maken hebben door het uitstel van de nieuwe wet.
De integratie-uitkering zal onder het voorbehoud van de besluitvorming over de herijking van het gemeentefonds (zie paragraaf 4.3) naar verwachting vanaf 2023 worden overgeheveld naar de algemene uitkering. De bedragen per gemeente voor de integratie -uitkering inburgering voor het jaar 2021 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.
4. Maatschappelijke begeleiding C onform artikel 18 van de Wet inburgering voorziet het college van burgemeesters en wethouders in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen hiervoor in 2021 in totaal (afgerond) € 20,83 miljoen (8.789 personen * € 2.370). De middelen worden verstrekt op basis van:
-
het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat, rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000.
-
het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend
Meicircula ire gemeentefonds 2021
31
onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, voor verblijf bij: o
1°. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd,
o
2°. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, of
o
3°. een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is verleend met een aantekening inzake internationale bescherming als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Voor deze inburgeringsplichtigen moet gelden dat: -
het personen betreft die in de periode vanaf 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden en in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 11 februari 2021 ingeschreven staan in de basisregistratie personen in de gemeente waar zij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 zijn gehuisvest en voor hen nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018, 2019 en 2020 en de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen).
-
of het asielmigranten en hun gezinsleden betreft waarvan de inburgeringsplicht is ingegaan vóór 1 oktober 2017 en die in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 11 februari 2021 zijn gehuisvest en voor wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018 en 2019 en 2020 en de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen).
In bijlage 3.2-4 van deze circulaire zijn het betreffende aantal personen op peildatum 11 februari 2021 en de uit te keren middelen per gemeente opgenomen.
Voor nadere informatie en vragen over de selectie van personen ten behoeve van de bijdrage voor maatschappelijke begeleiding wordt verwezen naar de website zakelijk van DUO 18 .
5. Bodembescherming In het Bestuurlijk Overleg Bodem, waarin het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de decentrale overheden zitting hebben, zijn op 23 september 2020 afspraken gemaakt over doelen en financiering van bodemopgaven in het jaar 2021. Het jaar 2021 is een overbruggingsjaar naar nieuwe bestuurlijke afspraken over de bodemopgaven vanaf 2022, als vervolg op het C onvenant Bodem en Ondergrond 2016-2020.
Het doel is de gevallen van ernstige bodemverontreiniging met onaanvaardbare humane of ecologische risico’s of verspreidingsrisico’s (spoedlocaties) te saneren of de risico’s te beheersen. Het betreft een wettelijke taak van gemeenten. Voor 2021 zijn onder meer afspraken gemaakt over een apparaatskostenvergoeding en de afronding van spoedsaneringen, met een daarbij vastgestelde verdeelsleutel. Voor de 29 bevoegd-gezag-gemeenten gaat het om € 8,57 miljoen aan 18
https://duo.nl/zakelijk/inburgeren/participatieverklaring/maatschappelijk e-begeleiding.jsp
Meicircula ire gemeentefonds 2021
32
apparaatskostenvergoeding en € 8,19 miljoen voor de afronding van spoedsaneringen.
De bedragen per gemeente voor de decentralisatie -uitkering Bodembescherming zijn opgenomen in bijlage 3.2-5.
6. Voogdij/18+ Deze paragraaf informeert over de wijzigingen in de verdeling en de omvang van de integratie uitkering Voogdij/18+ vanaf 2021. De nieuwe bedragen per gemeente voor het jaar 2021 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. 19 Ook wordt in deze paragraaf verwezen naar informatie over twee compensatieregelingen die verband houden met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022.
Nieuwe gegevens verdeling en ontwikkeling omvang budget De integratie-uitkering Voogdij/18+ kent een systematiek waarbij op basis van historisch zorggebruik (T-2) per gemeente gemiddelde dagprijzen (p) worden vermenigvuldigd met het aantal zorgdagen (q).
Loon- en prijsbijstelling: Voor 2021 zijn de bedragen per gemeente, zoals bekendgemaakt in de meicirculaire 2020, naar rato opgehoogd in verband met de toevoeging van de loon - en prijsbijstelling 2021. Bij de budgetten voor 2022 en verder is de loon- en prijsontwikkeling 2021 al in de dagprijzen verwerkt en daardoor direct onderdeel geworden van de verdeelsystematiek.
Bedragen 2022: Er zijn nieuwe gegevens (jaar 2020) over voogdij/18+ beschikbaar welke gebruikt zijn voor de verdeling van de bedragen voor 2022. 20 Daarbij is het budget 2022 verdeeld op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel dat per 1 januari 2022 wordt ingevoerd (zie voor meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2017/05/31/factsheetjeugdhulpbudget-voogdij-en-18). Met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel verschuift de verantwoordelijkheid voor de zorg van naar inschatting zo ’n 20.000 kinderen naar een andere gemeente 21. In afwachting van de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds (zie paragraaf 4.3), zijn de nieuwe gegevens ook gebruikt voor 2023 en verder. Zoals gemeld in de meicirculaire 2020, paragraaf 3.2-6, is in de nieuwe verdeling gemeentefonds rekening gehouden met de overheveling van de integratie -uitkering Voogdij/18+ naar de algemene uitkering per 2023.
Door de nieuwe gegevens neemt de integratie -uitkering Voogdij/18+ vanaf uitkeringsjaar 2022 met € 22 miljoen structureel toe, waarvan structureel € 14,5 miljoen gedekt door de loon- en prijsbijstelling 2021. Het verschil van € 7,5 miljoen wordt zoals gebruikelijk onttrokken aan de algemene uitkering, subcluster Jeugdhulp (zie paragraaf 2.2-9). De verdeling over 2022 verandert https://www.rijk soverheid.nl/onderwe rpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesge m eentefonds 20 https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwe rk /2021/19/simulaties-nieuw-woonplaatsbeginsel-je ugd-2020 21 Voor m eer informatie over de implementatie van deze we tswijziging, zie: Ketenbureau i-Sociaal Domein (isociaaldomein.nl). 19
Meicircula ire gemeentefonds 2021
33
niet meer. In de meicirculaire 2022 wordt het budget 2022 enkel nog (naar rato) opgehoogd met de loon- en prijsontwikkeling 2022.
Overheveling resterend budget 2021 naar algemene uitkering: In de decembercirculaire 2020 (paragraaf 3.3.4) is aan 43 gemeenten compensatie toegekend (op basis van de compensatieregeling voogdij en 18+ (2021)), omdat het budget voor voogdij en 18+ dat zij in 2021 ontvangen niet aansloot bij de kosten die zij (in 2019) hadden gemaakt. De totale omvang van de toegekende compensatie was € 7,44 miljoen lager dan de € 30 miljoen die hiervoor binnen de integratie-uitkering Voogdij/18+ was gereserveerd. Van het resterende bedrag wordt in de ze circulaire € 1,07 miljoen als compensatie aan de gemeente Barneveld toegekend. Dit betreft compensatie, vooruitlopend op de afsluitende compensatieregeling bij wijziging van het woonplaatsbeginsel, in verband met de hoge kosten die de gemeente Barneveld maakt voor vier jongeren die bij het sluiten van De Hoenderloo Groep naar De Glind zijn verhu isd, en waarbij nog niet gewerkt wordt volgens het nieuwe woonplaatsbeginsel. Het resterende deel (€ 6,3 8 miljoen) wordt in deze circulaire aan de algemene uitkering (subcluster Jeugdhulp) toegevoegd (zie paragraaf 2.2-8)22.
Compensatieregelingen: ‘onderbreking financieringssystematiek voogdij en 18+ a.g.v. de wijziging van het woonplaatsbeginsel (T-2 systematiek)’ (2022) en ‘woonplaats onbekend’ (2023 en 2024) Zoals gemeld in de meicirculaire 2020, paragraaf 3.2-6, zijn Rijk en VNG in het bestuurlijk overleg van 25 september 2019 overeengekomen om bij de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel, per 1 januari 2022, twee compensatieregelingen in het leven te roepen. De eerste regeling geldt voor 2022 en compenseert gemeenten die nadeel ondervinden van de overstap op een nieuwe verdeelsystematiek als gevolg van de wijziging van het woonplaatsbeginsel. De tweede regeling geldt in eerste instantie voor twee jaar (2022 en 2023) en compenseert gemeenten voor de kosten van kinderen waarvan er geen gemeente in beeld is als financieel verantwoordelijk op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Meer informatie over beide regelingen is te vinden op de website van de VNG 23.
7. Groeiopgave Almere Naar aanleiding van de Verantwoordingsonderzoeken van de Algemene R ekenkamer voor de jaren 2018 en 2019 hebben de fondsbeheerders ook alle bestaande decentralisatie -uitkeringen getoetst op beleids- en bestedingsvrijheid. Bij de decentralisatie -uitkering Groeiopgave Almere blijkt sprake van buitenwettelijke beperkende voorwaarden. Om die reden wordt de uitkering met ingang van 2021 omgezet in een specifieke uitkering vanaf de begroting van het ministerie van BZK. De uitname bedraagt structureel € 8,2 miljoen vanaf 2021. De aanvullende bijdrage – die de gemeente Almere sinds 2015 ontvangt – geldt voor een periode van maximaal 22 jaar. Bij instelling van de decentralisatie -uitkering Groeiopgave Almere zijn de middelen onttrokken aan de algemene uitkering. Dat betekent dat de middelen na beëindiging van
https://www.rijk soverheid.nl/documenten/brochures/2017/01/09/factsheet-compensatieregeling-voogdij-en18. 23 W oonplaatsbeginsel je ugdhulp | VNG 22
Meicircula ire gemeentefonds 2021
34
de specifieke uitkering naar de algemene uitkering zullen terugvloeien.
8a. Landelijke functies opvang Met ingang van 2021 is de decentralisatie-uitkering Landelijke functies opvang omgezet naar verschillende specifieke uitkeringen. Dit om de rechtmatigheid van de uitkering(en) te waarborgen. De beschikbare middelen bedragen structureel € 7,7 miljoen vanaf 2021. Zie voor een toelichting paragraaf 3.2-7 en paragraaf 3.3.5 van de decembercirculaire 2020.
8b. Vrouwenopvang De omvang van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang wijzigt in deze circulaire als gevolg van drie mutaties:
Vanaf 2021 is structureel € 1,5 miljoen toegevoegd voor de kosten die voortkomen uit de stijging van het aantal slachtoffers dat contact legt met het C entr um Seksueel Geweld (C SG’s). Het bedrag voor 2020 – eveneens € 1,5 miljoen - is reeds verwerkt in de decembercirculaire 2020 (paragraaf 3.2-7).
Voor 2021 is sprake van een verhoging met € 5 miljoen ter ondersteuning van gemeenten in het kader van schadelijke praktijken, waaronder eergerelateerd geweld, gedwongen huwelijken en vrouwelijke genitale verminking. Voor 2020 is hiervoor reeds in de decembercirculaire 2020 (paragraaf 3.2-7) € 5 miljoen toegevoegd.
Ten slotte dragen de centrumgemeenten in 2021 middels een uitname van € 0,17 miljoen bij aan de financiering van het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating.
Per saldo stijgt de decentralisatie-uitkering vrouwenopvang in 2021 met € 6,3 miljoen en vanaf 2022 met structureel € 1,5 miljoen. De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is bij deze circulaire vanaf uitkeringsjaar 2020 geactualiseerd. Voor 2020 houdt de actualisatie verband met de wijze van verwerking van de herindeling van de gemeente Vijfheerenlanden. Voor de jaren 2021 en verder geldt dat de maatstaven woonruimten, klantenpotentieel en omgevingsadressendichtheid zijn geactualiseerd. Met betrekking tot de herindeling geldt dat in de decembercirculaire 2020 de verdeelmaatstaven minderheden en eenouderhuishoudens niet goed verwerkt bleken te zijn voor de drie voormalige gemeenten die bij de herindeling waren betrokken. Dit heeft via het verdeelmodel effect op het budget van alle centrumgemeenten, maar vooral op dat van Dordrecht en Utrecht. Een overzicht van de bedragen van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang voor 2020 en verder kunt u vinden in de gemeentefondsrubriek op internet.
9. Faciliteitenbesluit opvangcentra Gemeenten waarin een opvangcentrum is gevestigd ontvangen jaarlijks een uitkering op grond van het Faciliteitenbesluit opvangcentra van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Bij de berekening van de uitkering wordt het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de Basisregistratie Personen
Meicircula ire gemeentefonds 2021
35
ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. De uitkering dient ter compensatie van gelden voor personen die nog niet staan ingeschreven in de BRP en die dus niet mee tellen in de aanta llen voor de algemene uitkering. Totaal is in deze circulaire voor 2021 een bedrag van € 7,33 miljoen toegevoegd. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-9 van deze circulaire.
10. Heroriëntatie zelfstandigen Bij de aankondiging van het tweede steun- en herstelpakket (Kamerstuk 35 420, nr. 105, 28 augustus 2020) is aangegeven dat gemeenten vanaf 1 januari 2021 ondersteuning bieden aan zelfstandig ondernemers die zich willen heroriënteren. Dit kan grotendeels va nuit de extra impulsen en extra budgetten voor crisisdienstverlening worden betaald. Voor aanvullend maatwerk voor zelfstandig ondernemers is in 2021 incidenteel een bedrag van € 6,39 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Het bedrag wordt over alle gem eenten verdeeld. De verdeelsleutel is identiek aan die wordt gebruikt voor de Tozo-voorschotten, namelijk naar rato van het aantal zelfstandig ondernemers in de gemeente. Een bedrag van € 0,11 miljoen is toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds.
Bijlage 3.2-10 bevat de bedragen per gemeente.
11. Koplopergemeenten cliëntondersteuning Inwoners van gemeenten hebben op grond van de Wmo 2015 recht op gratis onafhankelijke cliëntondersteuning. In het Regeerakkoord zijn extra middelen vrijgemaakt om deze functie te versterken. In het kader van deze impuls voert de VNG een koplopertraject cliëntondersteuning uit. In totaal achttien gemeenten zijn gestart als nieuwe koplopers en ontvangen in 2021 een bijdrage in verband met de doorontwikkeling van deze functie. Een cliëntondersteuner helpt bij het verhelderen van de ondersteuningsvraag en het verkrijgen van passende ondersteuning .
In totaal is een bedrag van € 4,6 miljoen toegevoegd in 2021. Een overzicht van de ontvangende gemeenten en bijbehorende bedragen is opgenomen in bijlage 3.2-11.
12. Jeugd aan Zet Op verzoek van het Veiligheidsberaad (werkgroep jongeren) is het gemeentelijk programma Jeugd aan Zet in C risistijd, na de zomereditie, verlengd met een wintereditie. De middelen voor de zomereditie zijn reeds verwerkt in de decembercirculaire 2020, paragraaf 3.2-10. Deze circulaire bevat de middelen voor de wintereditie. Het programma beoogt jongeren te ondersteunen die geraakt worden door de effecten van de coronacrisis. Doordat de dagelijkse activiteiten voor veel jongeren door de coronacrisis niet of niet goed mogelijk zijn (zoals onderwijs, sport, sociale ontmoetingen en de mogelijkheid om te werken) is er een toenemende overlast van jongeren in de openbare ruimte. Ook is er vanwege de steeds verdergaande en langdurige beperkende maatregelen grote zorg over het effect van de coronamaatregelen op de fysieke en psychische
Meicircula ire gemeentefonds 2021
36
gezondheid van jongeren. Het programma maatschappelijke diensttijd (MDT) (uitgevoerd door de ministeries van VWS, SZW en OC W) is van harte bereid om de jongeren in deze crisistijd te ondersteunen. Via dit programma wordt al een grote groep jongeren bereikt en tijdens de coronacrisis extra ondersteund. Het programma MDT zit nog in de groeifase en zoekt meer verbinding met gemeenten, zodat het programma MDT kan doorgroeien naar een landelijk dekkend netwerk. Om deze win -win situatie te versterken wordt ook ten behoeve van de wintereditie van Jeugd aan Zet een financiële bijdrage verstrekt van € 3,1 miljoen aan gemeenten in Nederland. Er nemen 307 gemeenten deel en per gemeente is een bedrag van € 10.000 beschikbaar gesteld 24. Hiermee kunnen gemeenten in deze coronatijd jongeren ondersteunen en tegelijkertijd kunnen jongeren een maatschappelijke bijdrage leveren waar deze nu nodig is.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-12 van deze circulaire. De gemeenten hebben beleids- en bestedingsvrijheid bij de uitvoering van deze ondersteuning.
13. Scholenprogramma Groningen Met ingang van 2021 wordt de decentralisatie-uitkering scholenprogramma Groningen omgezet naar een specifieke uitkering. Dit om de rechtmatigheid van de uitkering te waarborgen. Hiervoor wordt vanaf 2021 een bedrag van € 3 miljoen aan het gemeentefonds onttrokken. Zie voor een toelichting paragraaf 3.3.5 van de decembercirculaire 2020.
14. Erfgoed Deal In februari 2019 hebben dertien partijen - zowel overheid als maatschappelijke organisaties - de handen in één geslagen om samen te werken aan een waardevolle leefomgeving. Het gezamenlijke doel is om de relatie tussen erfgoed en de inrichting van de leefomgeving te versterken. In de huidige tijd waarin de leefomgeving vergaand moet worden aangepast aan klimaatverandering, nieuwe energienetwerken en verstedelijking kan cultureel erfgoed houvast bieden. De Erfgoed Deal streeft naar een zorgvuldig vormgegeven leefomgeving, waarin het verleden tastbaar is en waarmee – ook in de toekomst – verbinding wordt gevoeld. Het kabinet heeft voor de periode 2019 – 2021 een bedrag van € 20 miljoen uitgetrokken voor de Erfgoed Deal. In deze circulaire wordt een derde ronde van vijf projecten voor gemeenten toegevoegd. De volgende vijf gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met de Erfgoed Deal: Losser € 556.540, Nieuwegein € 556.000, Weert € 732.983, Westerveld € 406.000 en Zwolle € 358.276. Met deze bedragen is in totaal € 2,6 miljoen gemoeid in 2021.
24 Voor de nieuwe gemeente Ee msdelta (1-1-2021) betre ft het een bedrag van € 30.000 : per voormalige ge-
m e e nte € 10.000.
Meicircula ire gemeentefonds 2021
37
15. Slavernijverleden De gemeente Amsterdam maakt zich sterk om de kennis in de Nederlandse samenleving over de geschiedenis van het slavernijverleden te vergroten. De minister van OC W wil dit door Amsterdam ingezette beleid steunen met een financiële bijdrage als vrij te besteden middelen. De gemeente Amsterdam ontvangt in de periode 2021-2024 jaarlijks € 0,96 miljoen voor de ontwikkeling van kennis in de samenleving over het slavernijverleden, door bijvoorbeeld de ontwikkeling van een museale voorziening.
16. Regio Deal ZaanIJ In de decembercirculaire 2019 is aan de gemeente Zaanstad de eerste termijn van de Regio Deal ZaanIJ toegekend. Deze termijn wordt voor 2021 met € 0,4 miljoen verhoogd, omdat de destijds aan het BTW-compensatiefonds afgedragen btw-component lager blijkt te zijn.
17. Raadsledenvergoeding kleine gemeenten In paragraaf 4.2-7 van de decembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd over de structurele verhoging van de raadsledenvergoeding in gemeenten tot 24.000 inwoners. De fondsbeheerders hebben ervoor gekozen om de middelen toe te kennen via een integratieuitkering. Het benodigde bedrag van € 9,76 miljoen is vanaf 2019 onttrokken aan de algemene uitkering via een verlaging van de uitkeringsfactor.
Bij deze circulaire is de integratie-uitkering geactualiseerd. Dit heeft tot gevolg dat de uitkering vanaf 2021 met € 0,30 miljoen toeneemt naar in totaal € 10,07 miljoen. De actualisatie komt voort uit enerzijds een afname van het aantal gemeenten dat recht heeft op de uitkering: vanwege herindelingen en/of bevolkingsgroei is een aantal gemeenten in inwoneraantal gegroeid naar meer dan 24.000 inwoners. Anderzijds diende het toegenomen verschil tussen de hoogte van de oude raadsledenvergoeding en de nieuwe vergoeding gecompenseerd te worden vanwege de jaarlijkse indexatie. Bij de berekening van deze actualisatie hebben de fondsbeheerders de nieuwe vergoedingen (per 1 januari 2021) vergeleken met de gehanteerde oude raadsvergoedingsbedragen , waarbij die laatste zijn gecorrigeerd met de jaarlijkse indexatiepercentages (2019 tot en met 2021) die zijn vastgelegd in het rechtspositiebesluit voor decentrale politieke ambtsdragers.
De nieuwe verdeling van de integratie-uitkering Verhoging raadsledenvergoeding kleine gemeenten staat opgenomen in bijlage 3.2-17 van deze circulaire. Een uitgebreide berekening van de actualisatie is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.
Zoals gemeld in paragraaf 2.2-4 van de meicirculaire 2019 is het voornemen om de integratieuitkering in het kader van de herijking van het gemeentefonds over te hevelen naar de algemene uitkering. Dat zal naar verwachting plaatsvinden per 2023.
Meicircula ire gemeentefonds 2021
38
18. Versterking arbeidsmarktregio’s De gemeente ’s-Hertogenbosch, centrumgemeente van arbeidsmarktregio Noordoost-Brabant, is bereid gevonden om vanaf 1 juli 2021 namens gemeenten de dienstverlening voor landelijke werkgevers op te zetten voor de gemeentelijke doelgroepen van de Participatiewet. Daarbij heeft de gemeente de beleids- en bestedingsvrijheid om de dienstverlening op te zetten. De middelen voor ’s-Hertogenbosch zijn toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering Versterking arbeidsmarktregio’s. Om de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch meerjarig zekerheid te bieden over de te ontvangen bedragen liggen de bedragen in beginsel tot en met 2023 vast (jaarlijks € 0,59 miljoen).
De decentralisatie-uitkering Versterking arbeidsmarktregio’s zal in 2023 worden geëvalueerd door het ministerie van SZW en de VNG om te bezien of voor een vervolg de doelomschrijving (zoals opgenomen in de meicirculaire 2020, paragraaf 3.2-9) en uitkeringsvorm nog volstaat. In afwachting daarvan is de verdeling van de middelen voor 2023 voorlopig ook voor latere jaren gehanteerd. Zie voor verdere toelichting genoemde paragraaf van de meicirculaire 2020.
19. Aanpak discriminatie en bevorderen samenleven Recente cijfers over (ervaren) discriminatie laten zien dat discriminatie naar herkomst veel voorkomt in Nederland. Het ministerie van SZW spant zich er voor in om discriminatie naar herkomst te voorkomen en het samenleven te bevorderen. Lokaal bestuur kan hier een belangrijk rol in vervullen. Gemeenten ontvangen op aanvraag een decentralisatie -uitkering met als doel het stimuleren van effectief maatschappelijk initiatief op lokaal niveau ter voorkoming van discriminatie op grond van religie, levensovertuiging en ras (huidskleur, afkomst, nationale of etnische achtergrond) en het bevorderen van het samenleven. In 2021 ontvang en 9 gemeenten een bijdrage voor in totaal € 0,22 miljoen. Het gaat per gemeente (of gemeentelijk samenwerkingsverband) om eenmalig € 25.000. Voor sommige ontvangers is het bedrag iets lager vanwege de noodzakelijk afdracht van de btw-component aan het BTW-compensatiefonds. In bijlage 3.2-19 is de verdeling per gemeente opgenomen.
20. Knelpunten verdeelproblematiek De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circula ire uit tot en met het jaar 2026. Daardoor wordt in deze circulaire de toename van de dec entralisatie-uitkering Knelpunten verdeelproblematiek voor dat jaar zichtbaar met een bedrag van € 95.000 (zie ook paragraaf 2.24). Deze decentralisatie-uitkering houdt verband met btw-aspecten ten aanzien van wegen die in beheer zijn van waterschappen.
21. Veilige Steden Zoals aangekondigd in de decembercirculaire 2020 (paragraaf 3.2-15) ontvangt de gemeente Enschede ook in 2021 een bijdrage van € 30.000 in verband met het programma Veilige Steden van het ministerie van OC W. Het programma heeft als doel de s ociale veiligheid van vrouwen in de
Meicircula ire gemeentefonds 2021
39
publieke ruimte te vergroten.
22. LHBTI-emancipatiebeleid De gemeente Ede heeft zich als nieuwe zogenoemde Regenboogstad aangemeld. De gemeente ontvangt voor de jaren 2021 en 2022 een bijdrage van € 20.000 per jaar. Regenboogsteden zetten zich in voor de gezamenlijke doelstelling de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van LHBTI (Lesbische vrouwen, Homoseksuele mannen, Biseksuelen, Transgenderpersonen en intersekse personen) verder te bevorderen.
3.3.
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen
Deze paragraaf licht de wijzigingen in de decentralisatie -en integratie-uitkeringen toe die niet gepaard gaan met een wijziging in het macrobudget van de betreffende uitkering. Daarnaast bevat de paragraaf overige mededelingen die betrekking hebben op de decentralisatie -en integratieuitkeringen.
3.3.1
Maatschappelijke opvang
Het macrobudget van de decentralisatie -uitkering Maatschappelijke opvang is voor uitkeringsjaar 2021 ten opzichte van de decembercirculaire 2020 met € 10 miljoen opgehoogd. Dit is reeds gemeld in de aanvullende brief van maart 2021 over de coronacompensatie 25. Verder is voor de jaren 2020 en verder de verdeling van deze uitkering aangepast door het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstaven. Bovendien geldt voor de uitkeringsjaren 2022 en verder dat de verdeling is gewijzigd doordat de gemeente Veenendaal overgaat van centrumgemeente Amersfoort naar centrumgemeente Ede.
De verdeling over de gemeenten is opgenomen in bijlage 3.3.1. De achterliggende berekeningswijze treft u aan in de internetbijlage.
3.3.2
Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders
Enkele gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met het inrichten en in stand houden van een zogeheten BRP-straat. Vanwege wijziging van de taakverdeling tussen de operationele BRPstraten wordt de verdeling van de decentralisatie -uitkering aangepast. In overleg tussen Rijk en betrokken gemeenten is met ingang van 2021 de volgende verdeling overeengekomen: Arnhem (€ 626.515), C ranendonck (€ 885.423), Gilze en Rijen (€ 626.515), Haarlemmermee r (€ 290.000) en Westerwolde (€ 2.302.198).
25
Aanvullende brief gemeentefonds maart 2021 | C irculaire | R ijk soverheid.nl
Meicircula ire gemeentefonds 2021
40
3.3.3
Kinderen in een AZC
In paragraaf 2.2-6 van de septembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd dat zij vanaf 2019 volledig verantwoordelijk worden voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een AZC . Hiervoor is structureel € 5,1 miljoen beschikbaar. Bijlage 3.3.3 bevat de definitieve verdeling voor 2020. Deze verdeling is gebaseerd op de cijfers van januari 2020 tot en met december 2020. Deze bedragen zijn voorlopig ook voor 2021 en verder gehanteerd.
3.3.4
Armoedebestrijding kinderen
In paragraaf 4.2-1 van de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de € 85 miljoen die vanaf 2017 structureel beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis va n C BS-gegevens over kinderen met een kans op armoede 26. De verdeling over de gemeenten voor 2022 en verder is gebaseerd op gegevens over het jaar 2018 en is opgenomen in bijlage 3.3.4.