CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

IN087 Bijlage 1 - Samenvatting Meicirculaire gemeente West Betuwe.pdf

Lijst ingekomen stukken 28 september 2021, gemeente West BetuweBij agendapunt: C: C Informatie vanuit het college van burgemeester en wethouders4.393 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting meicirculaire 2021 voor de gemeente West Betuwe INLEIDING De meicirculaire 2021 is volgens planning op 31 mei 2021 verschenen, waarna de circulaire ambtelijk is doorgerekend met de applicatie PAUW van Inergy LIAS. In deze informatiebrief geven we een toelichting op de circulaire. Meestal verschijnen jaarlijks drie circulaires. In mei, september en december. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de vertaling van de Miljoenennota en december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. Dit is de tweede van dit jaar, in maart verscheen al een brief over het compensatiepakket Covid-19. Aanvankelijk zou dit een versie worden met veel mutaties door de vertaling van het nieuwe verdeelstelsel met ingangsjaar 2022. Dat is echter een jaar doorgeschoven. Voor nu blijft een reguliere circulaire over. Toch is het nodige te melden. FINANCIËLE SAMENVATTING VOOR WEST BETUWE bedragen x € 1.000 Opbouw financieel effect meicirculaire 2021

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Accresontwikkeling 2021-2025 Accresontwikkeling toevoeging jaarschijf 2026 Accresontwikkeling volgens meicirculaire 2021 Eigen winstwaarschuwing septembercirculaire 2020 Accresontwikkeling t.o.v. begroting West Betuwe

0

-292

-1.008

-1.514

-1.712

0 0 0

-292 334 42

-1.008 706 -302

-1.514 957 -557

-1.712 1.083 -629

-1.712 1.018 -694 1.083 389

BCF afrekening 2020 Ontwikkeling uitkeringsbasis/mutatie hoeveelheden Overige ontwikkelingen (o.a. afrondingen) Netto effect meicirculaire 2021

222 451 17 690

569 -88 523

521 -84 136

470 -80 -167

353 -50 -327

15 -63 341

204

204

204

204

204

727

340

37

-123

545

Stelpost BCF-plafond Totaal netto effect meicirculaire 2021

690

De accresontwikkeling geeft de netto ontwikkeling van het gemeentefonds weer ten opzichte van de vorige circulaire. Het betreft hier de groei/krimp van het fonds exclusief de effecten van loon- en prijsontwikkelingen. Ten opzichte van de decembercirculaire 2020 is er sprake van een lager (netto) reëel accres. De ontwikkeling van de uitkeringsbasis geeft aan hoe lokaal de hoeveelheden zich ontwikkelen ten opzichte van de landelijke aantallen. Landelijk is er ten opzichte van de vorige inschattingen voor met name inwoners en jongeren sprake van een (lichte) daling van de aantallen, terwijl er lokaal juist sprake is van een toename ten opzichte van vorige inschattingen. De in de circulaire opgenomen taakmutaties (gewijzigde gemeentelijke taken) zijn door ons voorlopig budgetneutraal verwerkt via taakmutaties. Extra lasten a.g.v. toevoegingen aan het gemeentefonds voor nieuwe taken (bijvoorbeeld Covid-19 compensatie) en lagere lasten a.g.v. uitnamen uit het gemeentefonds voor vervallen of gewijzigde taken (bijvoorbeeld Voogdij 18+ door invoering van het woonplaatsbeginsel). De invulling van deze taakmutaties dient ambtelijk nog ander te worden uitgewerkt.

TAAKMUTATIES DIE RESULTEREN IN LAGERE LASTEN In de circulaire zitten de volgende (nieuwe) taakmutaties opgenomen met lagere (netto) lasten voor de begroting: bedragen x € 1.000 Taakmutaties in meicirculaire 2021

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Werkzaak/WSW (lager budget vanaf 2022) Werkzaak/arbeidgerichte participatie (lager budget)

-39 -8

9 7

13 9

11 10

13 10

42 -22

Taakstelling Voogdij 18+ (woonplaatsbeginsel) Armoedebestrijding kinderen Wmo/Awbz (geen aanspraak op begeleiding) Wmo/Jeugdwet (overgangsrecht levenslang)

-19

143 2

143 2

143 2

143 2

143 2 22 -2

Totaal taakstellingen

-65

161

166

165

168

185

TAAKMUTATIES DIE RESULTEREN IN HOGERE LASTEN In de circulaire zitten de volgende (nieuwe) taakmutaties opgenomen met hogere (netto) lasten voor de begroting: bedragen x € 1.000 Taakmutaties in meicirculaire 2021 Jeugdzorg: verdringing en lichte jeugdzorgproblematiek Jeugdzorg: POH Jeugd GGZ Jeugdzorg: wachttijden specialistische jeugdzorg Maatschappelijke begeleiding statushouders Covid-19: Heroriëntatie zelfstandigen Covid-19: Jeugd aan Zet Inburgering Rijksvaccinatieprogramma meningokokken Rijksvaccinatieprogramma informed consent Prenataal huisbezoek door jeugdgezondheidszorg Versterking gemeentelijke antidiscriminatievoorziening Wet Open Overheid (structureel) Wet Open Overheid (incidenteel t/m 2026) Kinderopvang toezicht en handhaving Handhaving energielabel C kantoren Gemeentelijk participatiebudget Totaal taakmutaties

2021

2022

-490 -22 -430 -69 -26 -10 -3 -12 -2

2023

2024

2025

2026

-32 -12

-17 -12

-11 -12

-4 -12

-1 -12

-6

-11 -21 -59 -70 -1 -6

-11 -21 -74 -70 -1 -6

-11 -21 -89 -71 -1 -6 1

-12 -21 -105 -71 -1 -6 1

-12 -21 -119 -71 -1 -1 -1

-1.091

-211

-212

-222

-232

-239

-21

BELEIDSMATIGE SAMENVATTING MEICIRCULAIRE 2022 Accressen De voeding van het gemeentefonds als gevolg van de methode ‘samen de trap op en samen de trap af’ wordt het accres genoemd. De accressen 2020 en 2021 zijn vastgeklikt op het niveau van de meicirculaire 2020 ter waarde van respectievelijk € 1.240 en € 1.030 miljoen. Dit om rust en stabiliteit te creëren tijdens de corona-pandemie. Er vindt dus geen afrekening plaats. PAUW heeft overigens een herberekening gemaakt op basis van de gegevens jaarrekening 2020 van de rijksoverheid en kwam tot de conclusie dat – uiteraard de extra uitgaven voor corona uitgezonderd – het accres 2020 anders ± € 140 miljoen hoger was uitgevallen. Anders dan in de septembercirculaire 2020 zijn deze keer de accressen vanaf 2022 bijgewerkt. Voor de gemeenten spannend, want de ervaringen in 2012 (na de kredietcrisis) waren bij dat instapmoment niet positief. Ook deze keer valt het tegen, alle jaren vallen negatief uit. Dat is 2022: - € 126,5 miljoen 2023: - € 127,4 miljoen 2024: - € 111,3 miljoen 2025: - € 30,7 miljoen De bedragen zijn structureel en cumuleren dus. In alle jaren zijn de lagere accressen volgens de circulaire het gevolg van lagere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. Vanaf 2023 is het accres neerwaartse bijgesteld als gevolg van lagere rentelasten en lagere EU-afdrachten.

Voor West Betuwe is er in deze circulaire in eerste instantie sprake van een nadeel oplopend van € 292.000 in 2022 tot € 1.712.000 in 2025. Doordat bij de septembercirculaire 2021 al rekening is gehouden met een negatieve stelpost i.v.m. onze inschatting van de te rooskleurig gepresenteerde accressen is er per saldo structureel sprake van een nadeel van € 629.000 in 2025. Vanaf 2026 is er sprake van een voordeel van € 389.000. Dit komt doordat het accres voor 2026 (€ 1.018.000) nu voor het eerst in de meicirculaire 2021 is opgenomen. BTW-Compensatie Fonds (BCF) Het BCF-plafond bedraagt € 3,162 miljard voor gemeenten in 2020. Als de gezamenlijke declaraties onder het plafond blijven wordt het verschil in het gemeentefonds gestort. Bij overschrijding van het plafond volgt een uitname. Het plafond muteert jaarlijks met het accrespercentage. In de septembercirculaire 2020 ging men uit van een onderschrijding van het plafond. Er is een voorschot verstrekt van € 96,6 miljoen. Thans vindt de afrekening plaats, een plus van € 96 miljoen. Het bedrag is toevallig ongeveer gelijk. Gemeenten hebben nog minder gedeclareerd bij het BCF dan eerder gedacht, de ruimte onder het plafond is groter geworden. De afrekening over 2020 vindt plaats in 2021 als een incidentele compensatie. Deze afrekening heeft echter ook structurele gevolgen.

Voor de begroting 2022 met bijbehorende meerjarenraming is in deze circulaire een advies opgenomen dat die raming maximaal gelijk mag zijn aan de afrekening van 2020, zijnde macro € 96,6 + € 96 = € 192,6 miljoen in alle jaren. De provinciaal toezichthouders hebben aangegeven dit advies als richtlijn te gebruiken bij het beoordelen van de begrotingen. Ook geven ze aan voorzichtig te zijn met inzet van deze dekkingsmiddelen. Tot op heden hebben we deze stelpost (nog) niet geraamd. Op advies van PAUW hebben we nu vijftig procent van de ruimte onder het plafond (€ 204.000) vanaf 2022 geraamd.

Sociaal domein Incidentele compensatie jeugdzorg 2021 Rijk en VNG zijn in het voorjaar een incidentele compensatie 2021 voor de extra kosten jeugdhulp overeengekomen van € 493 miljoen via het gemeentefonds. Daarvan is in deze circulaire € 438 miljoen verwerkt, de rest is voor de VNG voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening, hetgeen wordt verwerkt in de septembercirculaire 2021. Daarnaast nog € 120 miljoen via specifieke uitkeringen. De compensatie via het gemeentefonds komt bovenop de € 300 miljoen die incidenteel al gegeven is. De compensatie is niet louter een budgettair voordeel. Er moeten extra kosten uit betaald worden, zoals het terugdringen van de wachtlijsten. Voor West Betuwe gaat het in totaal om een incidentele vergoeding in 2021 van € 942.000. Deze taakmutatie is voorlopig geoormerkt en zal nog nader ambtelijk worden uitgewerkt. Voogdij/18+ Voor dit onderdeel wordt tot en met uitkeringsjaar 2021 een historisch verdeelmodel gehanteerd. In 2021 krijgen we de afrekening van het aantal zorgdagen * gemiddelde dagprijzen (Q * P) van twee jaar daarvoor ofwel in 2019. Een historisch verdeelmodel geeft jaarlijks schommelingen in de bedragen en dat is niet fijn.

Gelukkig gaan we per 2022 over naar een nieuw woonplaatsbeginsel: de voogdijregeling wordt afgeschaft en we worden verantwoordelijk voor de kinderen die uit onze eigen gemeente ter behandeling worden doorgezonden. Het gaat landelijk om naar schatting 20.000 jongeren die over gaan. Voor West Betuwe is er vanaf 2022 sprake van een structurele afname van € 143.000. Omdat er door de wijziging naar verwachting minder kosten gemaakt gaan worden, is e.e.a. budget neutraal. Met het nieuwe woonplaatsbeginsel worden 2 compensatieregelingen in het leven geroepen: o Gemeenten die in 2022 nadeel ondervinden van de vervallen T-2-systematiek o Gemeenten die in 2022 en 2023 kosten moeten maken voor jongeren waar geen financieel verantwoordelijke voor is aan te wijzen. In 2023 komt geen afrekening over 2021 en in 2024 evenmin een afrekening over 2022. Wel komt er een compensatieregeling voor nadeelgemeenten, de bedragen zijn nog niet bekend. Participatie Voor het onderdeel wijzigen de bedragen per gemeente in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de WSW-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente). De Wswverdeling vanaf 2021 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2020 en de blijfkansen voor de jaren 2021 en verder.

Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de bedragen per gemeente door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de middelen Nieuw begeleiding. De drempelbedragen geven weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste budget voor de financiering van de begeleiding van één beschutte werkplek. De drempelbedragen zijn in deze circulaire geïndexeerd vanwege de loon- en prijsbijstelling en bedragen € 7.800 vanaf 2021. Ten opzichte van de ramingen in de begroting 2022 van Werkzaak vallen de werkelijke vergoedingen structureel lager uit. Het verschil is budgetneutraal als taakstelling geraamd. Heroriëntatie zelfstandigen Bij de aankondiging van het tweede steun- en herstelpakket is aangegeven dat gemeenten vanaf 1 januari 2021 ondersteuning bieden aan zelfstandig ondernemers die zich willen heroriënteren. Dit kan grotendeels vanuit de extra impulsen en extra budgetten voor crisisdienstverlening worden betaald. Voor aanvullend maatwerk voor zelfstandig ondernemers is in 2021 incidenteel een bedrag van € 6,39 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Voor West Betuwe gaat het om een bedrag van € 26.111.

Maatschappelijke begeleiding statushouder Het betreft hier een mutatie van € 20,9 miljoen eenmalig in 2021, zijnde 8.789 personen op de peildatum 11 februari 2021 à € 2.370. In basis gaat het om compensatie van kosten die u in 2020 hebt gemaakt. Voor West Betuwe gaat het om een bedrag van € 68.730 die al in de jaarrekening 2020 als nog te ontvangen is opgenomen. Inburgering De inwerkingtreding van de nieuwe Inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld tot 1 januari 2022. De reeds verstrekte compensatie over 2021 voor uitvoeringskosten ad € 27 miljoen wordt teruggedraaid. Wel krijgen gemeenten compensatie voor het uitstel en voor de zogenaamde ondertussen-groep (dat zijn inburgeraars die nog inburgeringspichtig zijn onder de Wet inburgering 2013). Ten opzichte van de voorgaande circulaires neemt de vergoeding in 2021 toe met € 3.392. In 2022 is er sprake van een hogere bijdrage van € 31.700, die afloopt tot € 1.242 in 2026. Arbitrage-uitspraak Jeugdzorg Uitspraak commissie van wijzen De uitvoering van artikel 2 van de Financiële VerhoudingsWet gaf in het verleden problemen. Volgens dat artikel worden gemeenten gecompenseerd bij taakmutaties. Met name bij de 3Doperatie in 2015 ging dat schuren na het inboeken van een efficiencywinst van ± 20%. Op het dossier jeugdzorg liep dat uit de hand.

Ondanks vele klachten van de VNG hield de rijksoverheid de boot af voor structurele compensatie. Wel werden incidentele bedragen verstrekt in de jaren 2019 t/m 2022. Nadat onlangs de figuur van arbitrage mogelijk werd gemaakt, werd deze direct door de VNG ingeroepen op dit dossier. Hierin gesteund door een rapport van AEF dat concludeerde dat gemeenten in 2019 ± € 1,7 miljard meer hadden uitgegeven dan gecompenseerd hadden gekregen. De arbitrage is uitgevoerd door een commissie van wijzen onder voorzitterschap van staatsraad van Zwol. Die commissie heeft ook nadrukkelijk gekeken naar de resultaten van de commissie Sint over de (financiële) houdbaarheid van het stelsel van jeugdzorg. De belangrijkste overweging van de arbitragecommissie was dat jeugdzorg wordt aangemerkt als een taak van (verplichte) medebewind. Dan worden alle kosten vergoed. De arbitragecommissie overweegt: Van 2005 tot en met 2015 stegen de jeugdzorgkosten met 250%. Het was te optimistisch om te veronderstellen dat het na een periode van zulke sterke groei mogelijk zou zijn om in korte tijd een structurele daling van de uitgaven voor de jeugdzorg te realiseren door overdracht aan de gemeenten, die helemaal nog geen ervaring in de jeugdzorg hadden. Daardoor is niet voldaan aan artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet.

De arbitragecommissie spreekt zich niet uit over een compensatie met terugwerkende kracht voor de jaren tot en met 2021. Het doet een semi-bindend advies aan het nieuwe kabinet over de jaren daarna. De arbitragecommissie neemt de bedragen van het AEF-rapport als uitgangspunt, dus de ± € 1,7 miljard. Die worden geïndexeerd naar 2022 tot ± € 1,9 miljard. Daar moet voor 2022 nog wel het incidentele voorschot ad € 300 miljoen van afgetrokken worden, vermeerderd met enkele andere verrekeningen. Blijft over voor dat jaar ruim € 1,5 miljard, de jaren erna ruim € 1,8 miljard. Voorts zijn rijk en gemeenten het eens over diverse bespreekpunten. Dat leidt tot verrekeningen die voor de gemeenten nadelig uitpakken, oplopend ter waarde van € 1 miljard in 2028. Denk aan beperken residentiële zorg € 0,3 miljard, afbakenen reikwijdte jeugdwet € 0,2 miljard, standaardisatie uitvoering € 0,2 miljard. Daarnaast zijn nog diverse bespreekpunten die volgens het rijk in 2028 € 0,7 miljard opleveren, maar waar VNG het nog niet mee heeft ingestemd. Denk bijvoorbeeld aan het van elkaar leren € 0,25 miljard.

De arbitragecommissie doet geen uitspraak over de suggestie van AEF voor het introduceren van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage die tussen de € 0,8 en € 1,2 miljard kan opleveren. Dat vindt de commissie een politiek-bestuurlijke afweging. De commissie Sint noemt diverse adviezen over de (financiële) houdbaarheid van het stelsel. Een belangrijke is de reikwijdte van de Jeugdwet. Die wet noemt wel een minimaal voorzieningenniveau maar geen maximum. Gevolg is dat gemeenten hun beleidsvrijheid aanwenden om de keuzes te maken die bestuurlijk wenselijk zijn. Dat leidt tot verdringing van andere gemeentelijke taken. Tegelijkertijd zien ook diverse gemeenten kans wel degelijk de kosten in de hand te houden. Gemeenten kunnen dus leren van elkaar. Dat wordt onderdeel van een zogenaamde ontwikkelagenda waar nog veel meer onderwerpen op staan. Het voorgaande overziende is sprake van een flinke doorbraak. Het gaat om erkenning van de gemeentelijke tekorten tot een groot bedrag. Wat het voor de komende begroting 2022 met bijbehorende meerjarenraming gaat opleveren zullen we waarschijnlijk pas over een half jaar weten als hopelijk een nieuw kabinet is aangetreden. We kunnen in ieder geval niet gaan rekenen met een structureel voordeel van € 1,5 miljard.

Er zijn nog diverse noten te kraken, zoals daar zijn: o Financiële effecten van de onderwerpen waar partijen nog geen overeenstemming hebben bereikt, waarvan de rijksoverheid uitgaat van een gemeentelijk nadeel, oplopend tot € 0,7 miljard in 2028; o Mogelijke baten van inkomensafhankelijke ouderbijdragen tussen € 0,8 en € 1,2 miljard; o Meerjarige effecten van de ontwikkelagenda. Bestuurlijk overleg Rijk-VNG d.d. 2 juni 2021 In het Bestuurlijk Overleg van 2 juni jl. hebben het kabinet en de VNG de uitspraak van de Commissie van Wijzen (CvW) besproken en daarover afspraken gemaakt. Het oordeel van de Commissie van Wijzen (CvW) is verzonden aan de Tweede Kamer, waarmee het ook als inbreng voor de kabinetsformatie dient. Daarnaast verwerkt het Rijk een bedrag van 1.314 miljoen voor het jaar 2022 in de Miljoenennota 2022. Dit is opgebouwd uit het tekort dat in beeld is gebracht door AEF vermeerderd met de toepasselijke accres-percentages (€ 1,9 miljard). De 1,9 miljard is verminderd met een correctie voor het accres over incidentele middelen 2019-2022 en het eerder voor 2022 toegezegde budget ad 300 miljoen. Daarmee is de basis voor 2022 een bedrag € 1.528 miljoen. Het bedrag van € 1.528 miljoen wordt verminderd met de maatregelen uit de tabel 1 van de Commissie van Wijzen waarvoor voor 2022 een bedrag is ingeboekt. Deze zijn normatief becijferd voor 2022 op € 214 miljoen.

Voor 2022 gaat het schematisch om de volgende (aanvullende) compensatie: Beslissing Jeugdzorg

2022

(- = tekortverhogend voor gemeenten

€ mln

+ = tekortverlagend voor gemeenten) Tekort 2019, gemiddelde van bandbreedte

-1.691

Indexering tekort

-201

2020, à 4,62%

-78

2021, à 3,71%

-66

2022, à 3,1%

-57

Verrekening accres

64

€ 400 mln. 2019, € 300 mln. 2020, € 300 mln. 2021

41

aanvullend € 613 mln. 2021 à 3,65% **

23

Maatregelen

214

Versterken veerkracht jeugdigen en hun omgeving

PM

Eenvoudiger jeugdbeschermingsketen

PM

Voorkomen en verkorten residentiële zorg

PM

Normalisering voogdijondersteuning

PM

Inperken lichte vormen en slechte interventies uitsluiten

PM

Afbakenen reikwijdte jeugdzorg

33

Versterken bestaanszekerheid

101

Selectie en contractering

PM

Tariefdifferentiatie

6

Minder verwijzingen naar gecontracteerd aanbod

36

Regionalisering

-47

Brede invoering praktijkondersteuner jeugd GGZ

38

Standaardisatie uitvoering

48

Verkennen maatregelen

PM

Betaald voorschot

300

Aanvulling voor tekort Saldo ** De accrestoerekening over de aanvullende € 613 miljoen uit 2021 is nog niet definitief. Ten eerste wordt immers een deel van dat geld verstrekt als specifieke uitkering, ten tweede wordt daarbij nog het oude accrespercentage gehanteerd.

1.314 0

Structurele compensatie vanaf 2023 Zoals hiervoor aangegeven wordt de structurele invulling na 2022 overgelaten aan het nieuwe kabinet. Voor de volledigheid geven we al wel vast inzicht in de maatregelen waar Rijk en VNG het wel over eens zijn en waar ze het niet over eens zijn. Het Rijk en de VNG zijn het eens over 14 maatregelen (met + = kostenverhogend voor de gemeenten en - = kostenverlagend voor de gemeenten): Maatregel waarvoor overeenstemming is

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

€ mln

€ mln

€ mln

€ mln

€ mln

€ mln

€ mln

Versterken veerkracht jeugdigen en hun omgeving

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

Eenvoudiger jeugdbeschermingsketen

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

Voorkomen en verkorten residentiële zorg

PM

PM

PM

PM

300

300

300

Normalisering voogdijondersteuning

PM

6

12

18

26

26

26

Inperken lichte vormen en slechte interventies uitsluiten

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

Afbakenen reikwijdte jeugdzorg

33

67

133

200

200

200

200

Versterken bestaanszekerheid

101

101

101

101

101

101

101

Selectie en contractering

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

6

12

14

17

17

24

24

Tariefdifferentiatie Minder verwijzingen naar gecontracteerd aanbod

36

49

49

49

49

49

49

Regionalisering

-47

-47

-46

-44

-43

0

0

Brede invoering praktijkondersteuner jeugd GGZ

38

75

75

75

88

88

88

Standaardisatie uitvoering

48

112

126

155

224

224

224

Verkennen maatregelen

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

Totaal

214 + PM

374 + PM

1.017 + PM

1.017 + PM

Tekort volgens commissie van wijzen

-1.828

-1.828

-1.828

-1.828

-1.828

-1.828

-1.828

Reeds in gemeentefonds bevoorschot

300

0

0

0

0

0

0

Resterend tekort (voor maatregelen)

-1.528

-1.828

-1.828

-1.828

-1.828

-1.828

-1.828

214

374

463

570

961

1.017

1.017

Resterend tekort (na maatregelen)

-1.314

-1.454

-1.365

-1.258

-867

-811

-811

Extra compensatie n.a.v. overleg 2-6-2021

1.314

Overeengekomen maatregelen Rijk-VNG

Saldo tekort

0

463 + PM

570 + PM

961 + PM

PM

PM

PM

- 1.454 + PM

- 1.365 + PM

- 1.258 + PM

PM - 867 + PM

PM - 811 + PM

PM - 811 + PM

Over 7 maatregelen zijn het Rijk en de VNG het níét eens. Volgens het Rijk gaat dat om (met + = kostenverhogend voor de gemeenten en - = kostenverlagend voor de gemeenten): Maatregel waarvoor geen overeenstemming is

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

€ mln

€ mln

€ mln

€ mln

€ mln

€ mln

€ mln

Niet meer doen uit Jeugdwet

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

Kwaliteitsagenda en -cyclus

-25

-35

-40

-40

-40

-35

-15

Normeren behandelduur

47

74

91

91

91

91

91

Voorliggend veld

155

155

155

155

155

155

155

Benchmarken

66

131

262

262

262

262

262

Groter kostenbewustzijn

PM

PM

PM

184

184

184

184

Verwijzen volwassenen-GGZ

PM

PM

PM

PM

PM

PM

PM

Totaal

243 + PM

322 + PM

471 + PM

655 + PM

655 + PM

660 + PM

680 + PM

Overige taakmutaties Wet Open Overheid (WOO) Deze initiatiefwet is op 26 januari 2021 door de Tweede Kamer aangenomen en beoogt de gehele overheid transparanter en toegankelijker te maken. Met dit wetsvoorstel geven de initiatiefnemers zowel de actieve als de passieve openbaarmaking van overheidsinformatie een nieuwe basis, verankeren zij het recht op toegang tot informatie wettelijk en beogen zij de informatievoorziening en informatiehuishouding van het Rijk en decentrale overheden te verbeteren. De Eerste Kamer dient nog een besluit te nemen over de WOO. Bij instemming van de Eerste Kamer zal de wet een halfjaar later in werking treden. Dit zal waarschijnlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn. De huidige Wet openbaarheid van bestuur (WOB) wordt ingetrokken bij de inwerkingtreding van de WOO. Vooruitlopend op de besluitvorming in de Eerste Kamer heeft het kabinet bij de kabinetsreactie op het rapport ´Ongekend onrecht´ van de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) financiële middelen vrijgemaakt. Met de beschikbaarstelling van deze financiële middelen ondersteunt het Rijk gemeenten bij de implementatie en uitvoering van de WOO. De financiële middelen bestaan uit zowel incidentele als structurele middelen.

De incidentele middelen, voor de periode 2022 tot en met 2026 een bedrag van € 25 miljoen per jaar, zijn bestemd voor het verbeteren van systemen, het opleiden van medewerkers en het aanpassen van processen en de organisatie. De structurele middelen, € 21 miljoen in 2022, oplopend naar structureel € 42 miljoen vanaf 2026, zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de WOO, het aanwijzen van een contactfunctionaris en het beheer en onderhoud van systemen. Voor West Betuwe gaat het om een incidenteel jaarlijks budget van ongeveer € 71.000 in 2022 tot en met 2026 en om een structureel budget oplopend van € 59.000 in 2022 tot € 119.000 vanaf 2026. De toelichting op de overige (kleinere) mutaties blijft achterwege.

DIEPERE ANALYSE EN OVERIGE ONDERWERPEN Ontwikkeling van de uitkeringsbasis Bij het begrip ontwikkeling van de uitkeringsbasis praten we over de mutaties van de landelijke aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarden enzovoort. In de veronderstelling dat het te verdelen bedrag niet toeneemt als de hoeveelheid (Q) stijgt, dan zal per maatstaf het maatstafgewicht (P) evenredig moeten dalen. Dat is een ingewikkelde methode en daarom wordt gekozen voor een eenvoudiger oplossing, in casu, de daling van de uitkeringsfactor (UF). Gemeenten kunnen deze korting goedmaken door evenredig te stijgen met de aantallen. Groeigemeenten lukt dat gemakkelijk, de plattelandsgemeenten moeten hier veelal een veer laten, om helemaal niet te spreken over krimpgemeenten. Actualisatie maatstafgegevens 2021. Wat betreft de bijstandsontvangers wordt een zogenaamd driejaars-gemiddelde gepresenteerd. Er is in deze circulaire sprake van een sterke daling ten opzichte van de stand september 2020. Het effect van de corona-pandemie is bij nader inzien minder groot dan gedacht. Dat leidt tot een stijging van de uitkeringsfactor. Circulaire

2021

2022

2023

2024

2025

September 2020

425.000

451.000

468.000

474.000

469.000

Mei 2021

396.000

402.000

415.000

421.000

422.000

Verschil

29.000

49.000

53.000

53.000

47.000

Idem punten UF

9

13

14

14

13

2026 423.000

Een mutatie van de aantallen bijstandsontvangers kan leiden tot een mutatie van bijstandsuitkeringen aan de lastenzijde van de begroting. Die uitkeringen worden geheel of gedeeltelijke gedekt door de BUIG-gelden als specifieke uitkering. Ter informatie melden we nog dat via het gemeentefonds aan gemeenten compensatie wordt gegeven van de uitvoeringskosten van de bijstandsverlening. Nieuwe bevolkingsprognoses van het CBS zorgen vooral bij de maatstaven over inwoners en jongeren voor lagere aantallen, wat leidt tot een stijging van de uitkeringsfactor van 2 punten in 2021 oplopend tot 7 punten in 2025. Voor West Betuwe betekent een mutatie van 1 uitkeringspunt een mutatie van de algemene uitkering met ongeveer € 41.700. Nieuw verdeelstelsel De fondsbeheerders hebben op 2 februari 2021 de voorlopige resultaten van het nieuwe verdeelstelsel bekend gemaakt. 200 gemeenten gingen er op vooruit, 150 gemeenten op achteruit. Tegelijk is de Raad voor het Openbaar Bestuur om advies gevraagd. Die heeft 26 maart 2021 een tussenbericht met kritische vragen en opmerkingen uitgebracht. Het ging onder andere over de uitlegbaarheid van de herverdeeleffecten, met name in het sociaal domein. Dat was voor de fondsbeheerders aanleiding het voorstel opnieuw te bezien. Onder andere wordt een maatstaf vervangen voor het verklaren van gemeentelijke kosten door de gezondheidssituatie van de inwoners.

Begin juli wordt een aangepast voorstel verwacht, waarbij tevens een actualisatie is voorzien van het kostenniveau 2017 naar 2019. Na ontvangst en weging van het definitieve advies van de ROB start de VNG-consultatie bij gemeenten. Die zal wel voortduren tot september 2021. Een nieuw kabinet zal een besluit moeten nemen over het nieuwe verdeelstelsel. Inwerkingtreding is voorzien per 1 januari 2023. De publicatie van definitieve resultaten is uiterlijk in de meicirculaire 2022.

Opschalingskorting Vorig jaar is bij de meicirculaire de laatste tranche 2025 toegevoegd, zodat de structurele uitname van € 975 miljoen per jaar is bereikt. Deze korting wordt door gemeenten als zeer oneerlijk ervaren omdat het principe van herindelen van bovenaf opgelegd is geschrapt in 2013. De opschalingskorting heeft de gemeenten in de jaren 2015 t/m 2021 cumulatief al € 1,5 miljard gekost en daarnaast nog € 150 miljoen als gemist accres over die opschalingskorting. Overigens is mevrouw Ollongren, minister van BZK en tevens beheerder van het gemeentefonds, ook van mening dat de opschalingskorting geschrapt zou moeten worden gezien haar uitspraak in de Eerste Kamer op 11 mei jongstleden. In deze circulaire wordt er verder geen tekst aan gewijd. Beslissing is aan het nieuwe kabinet. Het aandeel van West Betuwe in de landelijke uitname van € 975 miljoen bedraagt ongeveer € 2,25 miljoen en is al in onze begroting verwerkt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/385/documents/7656