CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

IN076-Bijlage-Scenarios-adviescommissie-Omgevingskwaliteit.pdf

Lijst ingekomen stukken 26 september 2023, gemeente West BetuweBij agendapunt: C: C Informatie vanuit het college van B&W1.558 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage scenario’s adviescommissie Omgevingskwaliteit Inleiding In deze memo zijn drie scenario’s uitgewerkt hoe de toetsing van en advisering op initiatieven aan de Gids Ruimtelijke kwaliteit kan worden vormgegeven onder de Omgevingswet. Door de komst van de Omgevingswet vervalt de grondslag van het huidige stelsel van advisering en toetsing aan de Gids Ruimtelijke kwaliteit. De Omgevingswet bepaalt dat er een gemeentelijke adviescommissie moet worden ingesteld, die in ieder geval adviseert over Rijksmonumenten. Op 29 november 2022 is de Gids Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld door uw raad. De Gids vormt het kader waaraan initiatieven getoetst worden en op basis waarvan geadviseerd wordt over het voorgelegde plan. Om de verschillende mogelijkheden in kaart te kunnen brengen is met de volgende stakeholders gesproken: Betrokkenen gemeente West Betuwe Gelders Genootschap Gemeente Nuenen (dorpsbouwmeester) Gemeente Tiel (stadsbouwmeester) In onderstaande tabel zijn drie scenario’s weergegeven om toetsing en advisering in te richten. Onder de tabel wordt ieder scenario nader toegelicht.

Grote commissie

Scenario 1 – Brede commissie en subcommissie (voortzetting huidige werkwijze) Commissie Omgevingskwaliteit: Voorzitter, rayonarchitect, stedenbouwkundige, architect, landschapsdeskundige, burgerlid.

Kleine commissie

Subcommissie Ruimtelijke Kwaliteit: Voorzitter (rayonarchitect), ambtelijk secretaris, burgerlid.

Monumentencommissie

Subcommissie monumenten: Voorzitter (rayonarchitect), ambtelijk secretaris, restauratiearchitect,monumentendeskundige, erfgoeddeskundige, burgerlid. Rayonarchitect Ja Ja

Mandaat commissie Burgerleden Integrale afweging

Scenario 2 –Dorpsbouwmeester van Gelders Genootschap, met breed mandaat Commissie Omgevingskwaliteit: Voorzitter, dorpsbouwmeester, ambtelijk secretaris, landschapsen cultuurhistorie, stedenbouw, architect. Voorzitter (dorpsbouwmeester), ambtelijk secretaris, restauratiearchitect. optioneel: energiecoach/duurzaamheidscoa ch. Monumentencommissie heeft dezelfde samenstelling als de kleine commissie.

Scenario 3 – zelfstandig bouwmeester (voorbeeld Tiel)

Dorpsbouwmeester Ja Ja

Stadsbouwmeester en ambtelijk secretaris

Niet van toepassing

(Stads)bouwmeester (is voorzitter), restauratie-architect, deskundige monumenten, ambtelijk secretaris, burgerlid.

legeskosten

Via legesverordening doorberekend aan aanvrager

Via legesverordening doorberekend aan aanvrager

(Stads)bouwmeester Ja Ja, mits (stads)bouwmeester alle kennis en kunde bezit. Via legesverordening doorberekend aan aanvrager

Werkafspraken met Gelders Genootschap In lijn met Gids Ruimtelijke Kwaliteit

Niet direct noodzakelijk, wel raadzaam Ja

Ja

N.v.t.

Ja

Nee, de Gids ruimtelijke kwaliteit zal moeten worden aangepast.

Algemene toelichting De Omgevingswet brengt veel veranderingen met zich mee in de afwikkeling van vergunningaanvragen en voorgelegde initiatieven. Het heeft een behoorlijke impact op het bekende werkproces, zowel voor de inwoner of ondernemer als voor ambtenaren, partners en bestuurders die betrokken zijn bij dit proces. De meeste gemeenten kiezen er nu voor geen wijzigingen in hun werkwijze aan te brengen en het bestaande systeem te bestendigen door het vaststellen van de daarvoor vereiste Omgevingswet-proof verordening. Dit is wat minimaal noodzakelijk is voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Door geen ingrijpende veranderingen aan te brengen op dit deel van het werkproces kan de focus gelegd worden op die onderdelen van het werkproces die door de Omgevingswet wel worden gewijzigd. Onder andere de (verdere) implementatie van de omgevingstafels en de nieuwe ruimtelijke instrumenten zoals het omgevingsplan en de binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Op basis van praktijkervaring en evaluatie kan indien dat wenselijk of noodzakelijk blijkt een keuze gemaakt worden om de werkwijze van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit anders in te richten. Door dit op basis van ervaring en evaluatie te doen kan veel meer ingespeeld worden om de daadwerkelijke behoefte van de inwoners of ondernemers en de vereisten van de Omgevingswet.

De gemeentelijke adviescommissie heeft, ongeacht hoe deze is vormgegeven het doel en de taak initiatieven en aanvragen te toetsen aan de door uw raad vastgestelde Gids Ruimtelijke Kwaliteit en daarover te adviseren. Uit de interviews met de gemeente Tiel en Nuenen kan worden opgemaakt dat de wijziging naar een variant met een bouwmeester vooral vanuit een bezuinigingsgedachte is ontstaan en niet vanuit de gedachte het proces in kwaliteit of voortgang te verbeteren. Of de keuze inderdaad tot minder kosten voor gemeente of inwoner heeft geleid is moeilijk te achterhalen. Ook is dit door de wijzigingen in het legesstelsel onder de Omgevingswet moeilijk in te schatten. Uit de interviews komt ook naar voren dat een variant in de betreffende gemeente nu werkt na jarenlange ervaring en mede doordat de gemeente er in is geslaagd een bouwmeesters en commissieleden te werven die vereiste deskundigheid en vaardigheden hebben. Daarnaast bestaand beide gemeenten uit een klein aantal kernen met weinig wisselende ruimtelijke kenmerken. Waar onze gemeente bestaat uit 26 kernen met elk een eigen karakter en een omvangrijk buitengebied. Uit alle interviews met de stakeholders blijkt ook dat het, om belangenverstrengeling te voorkomen, raadzaam is buiten de directe regio te werven.

De binding met onze gemeente kan geborgd worden om, net als nu, één of twee burgerleden op te nemen in de commissie. Toelichting scenario 1 In scenario 1 wordt de huidige werkwijze waarbij de commissie en subcommissies ‘bemant’ worden door het Gelders Genootschap bestendigd. De rayonarchitect is de sleutelfiguur in deze werkwijze, waarbij het merendeel van de initiatieven en aanvragen behandeld worden door subcommissie ruimtelijke kwaliteit. In de volksmond ook bekend als ‘kleine welstandscommissie’. De meeste gemeenten kiezen er nu voor geen wijzigingen in hun werkwijze aan te brengen en dat systeem te bestendigen door het vaststellen van de daarvoor vereiste Omgevingswet-proof verordening. Dit is wat minimaal noodzakelijk is voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

16 augustus 2023 Kenmerk GZDGWB/ Pagina 4 van 5

Een voordeel van scenario 1 is dat in de commissie veel verschillende disciplines vertegenwoordigd zijn. Dit maakt een dat er een brede en integrale beoordeling en advisering kan plaatsvinden van de voorgelegde plannen aan de Gids Ruimtelijke Kwaliteit. De in oktober 2022 met uw raad besproken verordening, welke gebaseerd is op de modelverordening van de VNG zal met minimale aanpassingen ter vaststelling kunnen worden aangeboden en worden geïmplementeerd voor 1 januari 2024. Toelichting scenario 2 Het tweede scenario is grotendeels vergelijkbaar met het eerste scenario. Het grootste verschil ziet op het bredere mandaat dat de dorpsbouwmeester krijgt om voorgelegde plannen zelfstandig te beoordelen en daarop te adviseren. Deze plannen hoeven niet door een voltallige subcommissie te worden beoordeeld. Plannen die betrekking hebben op monumenten, ook als deze klein van omvang zijn, moeten altijd voorgelegd worden aan de monumentencommissie. Het Gelders Genootschap heeft in verschillende gemeenten ervaring met deze werkwijze. In dat geval treedt de rayonarchitect op als dorpsbouwmeester. Een voordeel hiervan kan zijn dat met name kleinere plannen eenvoudiger kunnen worden afgehandeld, wat tijd en kostenbesparend kan zijn.

Kanttekeningen bij deze variant is dat er voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet nadere werkafspraken gemaakt moeten worden met het Gelders Genootschap, welke ook in het werkproces geïmplementeerd moeten worden. De omvang van onze gemeente met 26 kernen met allen een eigen karakter, maakt dat een dorpsbouwmeester een hele brede kennis nodig heeft. Ook voor scenario 2 zal voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 een verordening moeten worden vastgesteld. De verordening die op 11 oktober 2022 besproken is met de raad zal daarvoor moeten worden aangepast en voor 1 januari 2024 moeten worden vastgesteld door uw raad. Toelichting scenario 3 In scenario 3 wordt er geen gebruik gemaakt van de diensten en kennis van het Gelders Genootschap. Op grond van de Omgevingswet is de gemeente verplicht een monumentencommissie in te stellen. De monumentencommissie moet minimaal 2 leden hebben met deskundigheid op gebied van monumentenzorg. De bouwmeester is voorzitter van de monumentencommissie. Daarnaast kan gekozen worden een burgerlid deel uit te laten maken van de monumentencommissie. In dit derde scenario worden alle plannen (groot en klein) die geen monument betreffen getoetst aan de Gids Ruimtelijke Kwaliteit door de bouwmeester. Grote plannen worden tevens besproken met de stedenbouwkundige.

Kanttekeningen bij dit scenario zijn dat de Gids Ruimtelijke Kwaliteit niet is ingericht op een werkwijze met alleen een bouwmeester en een monumentencommissie. Bij keuze voor deze variant zal naast dat er een geheel nieuwe verordening moet worden opgesteld en vastgesteld ook de Gids Ruimtelijke Kwaliteit moeten worden aangepast en opnieuw moeten worden vastgesteld. Beide zaken moeten voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet gebeuren. Omdat in dit derde scenario geen gebruik gemaakt wordt van de diensten van het Gelders Genootschap zal een bouwmeester en deskundigen voor de monumentencommissie door de gemeente geworven moeten worden. Ook hier geldt dat de omvang van onze gemeente met 26 kernen met allen een eigen karakter, maakt dat er een bouwmeester een hele brede kennis en deskundigheid geworven zal moeten worden. Hierbij rijst de vraag of het derde scenario wel uitvoerbaar is in een gemeente met zoveel kernen, mede doordat er geen beroep gedaan kan worden om een commissie

16 augustus 2023 Kenmerk GZDGWB/ Pagina 5 van 5

waarin meerdere disciplines vertegenwoordigd zijn. Het grote aantal kernen van onze gemeente maakt ook dat te voorzien is dat er een langere inwerktijd van de bouwmeester benodigd is. Dit legt een extra druk op de ambtelijke capaciteit. Uit alle interviews met de stakeholders blijkt ook dat het, om belangenverstrengeling te voorkomen, raadzaam is buiten de directe regio te werven. De krapte op de arbeidsmarkt en de druk op de ambtelijke capaciteit maakt het goed implementeren van dit scenario voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet onmogelijk zonder dat dit ten koste gaat van andere ambities (denk bijv. aan versnelling woningbouw). Afgevraagd kan worden of de omvang van onze gemeente en het hoge aantal bouwaanvragen (circa 500 per jaar) dat jaarlijks wordt ingediend passend is bij de kleinere samenstelling cq. capaciteit van een bouwmeester en minimale monumentencommissie. Wanneer gekozen wordt voor scenario 3 is het advies om voor 1 januari 2024 een verordening op basis van scenario 1 vast te stelen en in 2024 scenario 3 zorgvuldig uit te werken en te implementeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/647/documents/13404