IN064 Bijlage 3 Reactie aan college Min IENW bestuurlijke consultatie.pdf
Tekst van het document
Minísterievanlnfrastructuur „a;
VJNGEKOMÈN
en Waterstaat
> Retouradres Postbus 2501 2500 EX ’s—Gravenhage
Het college van Burgemeester en Wethouders Gemeente
W
est
B
t
e uwe
°"°_°Ë°'î*°"“°“°'aa' Mobiliteit
Dirlwegen en
Postbus 112
Verkeersveiligheid
4190 CC Gejdermajsen
Programmering Rijkswegen Rijnstraat 8 Postbus 2501 2500 EX 's—Gravenhage Contactpersoon A.S. van der Vorm Senior Beleidsmedewerker
M +31(0)645017656 anne.vander.vorm@minienw‚ nl
Datum Betreft
14 april 202.2 ' . I Uw bestuurlijke reactie op de ontwerp-structuurvisie en bijbehorende documenten MIRT-verkenning A2 Deil-‘s-
ons kenmerk
Hertogenbosch-Vught
czoows
IENW/BSK-2022/56647 uw kenmerk
Geacht college, Hartelijk dank voor uw bestuurlijke reactie op de ontwerp-structuurvisie A2 Deil’s-Hertogenbosch—Vught. Met veel interesse heb ik kennis genomen van uw zorgen en ben mij bewust van het feit dat u een direct antwoord van mij vraagt. Als Bevoegd Gezag vanuit de Tracéwet, reageer ik op reacties van u en de andere wettelijke bestuurs- en adviesorganen. Ik zou u willen verzoeken mijn reactie door te geleiden naar uw raad.
De MIRT-verkenning heeft naast mijzelf nog vier opdrachtgevers: de provincie Noord-Brabant, de provincie Gelderland, de gemeente 's-Hertogenbosch en de Regio Rivierenland. Mijn reactie op uw zienswijze is afgestemd met de andere opdrachtgevers. In uw reactie brengt u, aanvullend op de bestuurlijke reactie van de Regio Rivierenland, aandachtspunten naar voren met betrekking tot de voorziene voorkeursbeslissing en de planuitwerkingsfase. Ook heb ik begrepen dat u nog aanvullende vragen heeft mede uit uw raad. Met deze brief wil ik daar graag op reageren. Voor de volledigheid heb ik mijn brief aan de Regio Rivierenland als bijlage bijgevoegd. Ik ben mij er van bewust dat delen van deze brief zeer technisch van aard zijn. Echter, dit is noodzakelijk om een compleet antwoord op uw vragen te leveren. Mocht dit tot vragen leiden, dan zijn de experts van Rijkswaterstaat bereid om dit van een mondelinge toelichting te voorzien. Voordat ik in ga op uw specifieke punten wil ik benadrukken dat ik mij ervan bewust ben hoezeer de leefbaarheid in het dorp Waardenburg onder druk staat door ingrepen die (in samenwerking met) het Rijk in de omgeving van het dorp doet zoals de A2 DeiI-Vught, het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer en de dijkversterkingen Gorinchem-Waardenburg en Tiel-Waardenburg. Ik vind het daarbij van belang om goed inzicht te hebben op de effecten van de ingrepen.
Hoe ik daarmee omga in de vervolgfase en de wijze waarop ik de omgeving daarbij betrek, werk ik in onderstaande paragrafen uit.
Participatie en uw betrokkenheid in de planuitwerking U wilt graag direct betrokken worden bij de inhoud, voortgang en keuzes in de
MIRT-planuitwerking. Directer dan in de huidige vorm via de Regio Rivierenland. Ook wilt u dat de bewoners en omwonenden van Waardenburg goed betrokken worden bij de keuzes in de planuitwerking en de opzet en uitwerking van de
Pagina 1 van 6
"-—í.
asymmetrische variant. Vanwege het grote belang en de impact op uw gemeente, kan ik mij deze wens goed voorstellen.
Directoraat-Generaal Mobiliteit
Ruimte voor inbreng en een open, transparante communicatie naar de omgeving
zîgäfïijxîîízîgeàîjkswegen
is een van de belangrijkste uitgangspunten in de MIRT-planuitwerking. Dit vraagt om een goede samenwerking met de bestuurlijke partners en met bewoners, stakeholders en belangenorganisaties.
ons kenmerk IENW!BSK_2022l56647
Dir.Wegen en
In de MIRT-planuitwerking gaat Rijkswaterstaat zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau met alle betrokken regionale partners samenwerken: provincies Gelderland en Noord-Brabant, gemeenten ’s—Hertogenbosch‚ Zaltbommel, West Betuwe, Maasdriel en Sint-Michielsgestel en de waterschappen Rivierenland, Aa en Maas en De Dommel. Dit betekent dat uw gemeente lid wordt van de bestuurlijke adviesgroep van de planuitwerking. In deze adviesgroep worden de inhoud, voortgang en keuzes besproken en door u van advies voorzien. Op basis van dat advies zal ik besluiten nemen binnen het traject van de MIRT-planuitwerking. Omwonenden, bedrijven, bestuurders en belangenorganisaties betrekt Rijkswaterstaat op actieve wijze bij de MIRT-planuitwerking. Enerzijds gaat het om informatie brengen over de voortgang van het project, anderzijds om het ophalen van wensen, initiatieven en (meekoppel)kansen. Hiervoor worden diverse overlegvormen ingericht zoals participatieplatforms, een maatschappelijke klankbordgroep en een thematafel op het terrein van duurzaamheid. Er zullen dus meerdere participatieplatforms worden ingericht langs het tracé Deil-Vught waarbij er in ieder geval een participatieplatform wordt ingericht in Waardenburg.
Gebiedstafel, ROR en relatie met planuitwerking De afgelopen maanden is er intensief contact geweest tussen de Gelderse regio en mijn ministerie over de wens om een tafel op te richten waar het behouden en mogelijk verbeteren van de leefbaarheid centraal staat. Dit heeft geresulteerd in het voorstel vanuit Gelderse zijde om een Regionale Ontwerptafel Rivierenland (ROR) op te richten. Daarbij zal de Regio Rivierenland deze ROR oprichten en verantwoordelijk zijn voor het functioneren, het resultaat en de financiering hiervan. De provincie Gelderland ondersteunt het functioneren van de ROR indien aan de orde. Doel van de ROR is om een eigenstandige integrale gebiedsvisie op te stellen met een bijbehorend integraal afweegkader ten behoeve van de afwegingen in de ROR aangaande ruimtelijke ontwikkelingen voor de aan de A2 gelegen gemeenten binnen de in de Regio Rivierenland. De uitkomsten van de ROR zullen in nader af te spreken ambtelijke en bestuurlijke gremia tijdens de planuitwerking worden ingebracht zover deze een relatie hebben met de MIRT-planuitwerking en deze passen bij de scope, doelen en randvoorwaarden van het vastgestelde voorkeursalternatief. De uitkomsten kunnen via deze gremia als klantwens of meekoppelkans worden ingebracht. Rijkswaterstaat zal bij de start van de MIRT-planuitwerking met u en de andere
betrokken regionale partners afspraken maken over de samenwerking, planning en oplevering van de uitkomsten van de ROR welke passen binnen de planning van de MIRT-planuitwerking. Integrale oplossing voor de verkeersstructuur in en rondom
Waardenburg en verplaatsing op- en afritten In uw brief uit u uw zorgen met betrekking tot het effect van de ingrepen op de
A2 op de bereikbaarheid van het dorp Waardenburg. Ik heb als doel om met de aanpassingen op de A2, gecombineerd met de maatregelen op het onderliggend wegennet in het huidige Quick Win pakket (zoals het aanleggen van een toeritdosering en een aanvullende carpoolplaats) en het Breed Mobiliteitspakket,
Pagina 2 van 6
l-í.
een integrale oplossing te vinden voor de bereikbaarheid van de Gelderse regio en Waardenburg. De verkeerskundige berekeningen die gemaakt zijn laten zien dat
Directoraat-Generaal Mobiliteit
het voorkeursalternatief een positief effect heeft op de doorstroming van zowel de
‘W-Wege” É?‘
_
A2 als het onderliggend wegennet. Indien gewenst kunnen de verkeersexperts van zfgäîâeäîxìîgîzeàîjkswegen Rijkswaterstaat deze berekeningen aan uw gemeente(raad) toelichten.
Daarnaast wordt er binnen het Quick Win pakket op de N830 een dubbele
23:12; 2022
verkeersregelinstallatie gerealiseerd om zowel de doorstroming op het
ons kenmerk
onderliggend wegennet als de A2 te verbeteren. Ook zal Rijkswaterstaat met uw
IENW/BSK_2O22,SG642
gemeente in gesprek gaan over het realiseren van een extra carpoolplaats langs de A2 bij Enspijk. Het Breed Mobiliteitspakket bevat daarnaast de mogelijkheid om in overleg met de andere partners het voornemen op te nemen om te onderzoeken hoe de snelheid op de N830 kan worden afgewaardeerd naar 60 km/uur. Al deze maatregelen zullen naar verwachting op korte en lange termijn verder bijdragen aan verbeteringen op het lokale wegennet in Waardenburg. In de MIRT-verkenning zijn de opties voor verplaatsing van de aansluiting Waardenburg onderzocht. De conclusie daarbij is dat het verplaatsen van de
aansluiting de leefbaarheid verbetert rond de locatie van de huidige aansluiting, maar leidt tot een verslechtering van de leefbaarheid rondom de locatie van de
nieuwe aansluiting. Ook wordt de afstand tussen de aansluiting en knooppunt Deil te kort, waardoor deze niet meer verkeerskundig ingepast kan worden. In overleg met de regio Rivierenland en uw gemeente, is daarom door de provincie Gelderland en mijzelf in het BO MIRT van november 2020 besloten de aansluiting niet te verplaatsen.
Ten slotte vraagt u mij of een aansluiting op een rijksweg midden in een dorp nog wel van deze tijd is. Ik deel uw mening dat met de huidige inzichten er nu mogelijke andere keuzes gemaakt zouden worden, echter het is voor bestaande situaties, die in het verleden zijn bedacht en gerealiseerd, niet altijd mogelijk om een optimale oplossing te vinden. Per geval wordt bekeken wat een zo goed
mogelijke oplossing is, passend binnen de gestelde ruimtelijke en financiële kaders. Scheiding fietsverkeer en langzaam gemotoriseerd verkeer Martìnus Nijhofbrug De wens die u heeft met betrekking tot het scheiden van de diverse verkeersstromen op de fietsverbinding over de Martìnus Nijhofbrug heb ik opgenomen als meekoppelkans in bijlage D van de ontwerp-structuurvisie. Dit betekent dat de financiering buiten de planuitwerking geregeld moet worden. Het ministerie heeft hiervoor geen aanvullende financiën beschikbaar. Ik ben wel bereid om deze meekoppelkans op te nemen in het kansendossier van de MIRT-planuitwerking en hiervoor verschillende opties in kaart te brengen, inclusief kostenraming, om deze verbinding te realiseren. Hiermee wordt voor de regionale partners inzichtelijk wat de meerwaarde en meerkosten zijn. Het is vervolgens dan aan de regionale bestuurders om te beoordelen of zij de meerkosten voor verdere uitwerking en realisatie willen financieren. Toekomstbestendigheid voorkeursalternatief U snijdt in uw reactie de toekomstbestendigheid van het voorkeursalternatief en de relatie met de A15 aan. Voor een antwoord op uw vragen daarover verwijs ik naar de brief aan de Regio Rivierenland.
Gezondheid en luchtkwaliteit Wat betreft uw zorgen over het borgen van de gezondheid van uw inwoners kan ik u verzekeren dat deze mijn aandacht hebben. Voor een antwoord op uw vragen
daarover verwijs ik naar de brief aan de Regio Rivierenland.
Pagina 3 van 6
‘â-í.
Directoraat-Generaal
Asymmetrische verbreding
Mobiliteit
In de MIRT-planuitwerking worden voor de verbreding van de A2 ter hoogte van
D"'We9e“ Ë”
Waardenburg twee varianten onderzocht: de variant uit het voorkeursalternatief
zîgäîírîîrîìîläîgeàîjkswegen
_
en een asymmetrische variant. De kosten voor dit onderzoek heb ik toegezegd op
mij te nemen. Dit geldt niet voor de aanvullende investeringskosten.
Datum 30 maart 2022
Deze uitwerking is nodig om de maatschappelijke baten, effecten en investeringskosten van beide varianten te bepalen en tegen elkaar af te wegen.
k ÈIJIJÉËÈEÎËBZZIJÔGIJ
Pas als helder is dat een asymmetrische variant voldoende positieve effecten en geen ongewenste gevolgen heeft en er financiële dekking gevonden is voor aanvullende realisatiekosten, kan de asymmetrische verbreding gerealiseerd worden. Immers, een asymmetrische verbreding heeft ook nadelen voor de woningen en bedrijven in andere delen van Waardenburg, het handhaven van de aansluiting van het bedrijventerrein aan de westzijde en mogelijk ook voor weggebruikers. Pas na onderzoek en weging van beide varianten naast elkaar, kan ik na overleg met uw gemeente en de provincie Gelderland, bezien of aanpassing van het voorkeursalternatief een optie is vanuit baten, effecten en investeringskosten. De opzet van het onderzoek naar een asymmetrische verbreding en de vragen die er mee beantwoord moeten worden, zal Rijkswaterstaat opstellen in overleg met bewoners, bedrijven en overige stakeholders. Ik vind het belangrijk dat alle
partijen die mogelijk een positief of negatief effect ondervinden van een asymmetrische verbreding, de vraagstelling en opzet van het onderzoek naar een asymmetrische variant onderschrijven. Pas nadat overeenstemming is bereikt, gaan wij het onderzoek in de bestuurlijke adviesgroep waar u zitting heeft, bespreken. Algemeen Onvoorziene schade van inwoners en gemeente. Ik begrijp uw zorgen met betrekking tot de mogelijke effecten van de verbreding op de leefbaarheid. In elke fase van het project blijf ik die effecten onderzoeken
en bewaken. Waar bij het kiezen voor een voorkeursalternatief vooral de onderscheidende effecten worden gewogen tussen de mogelijke alternatieven, worden in de planuitwerking in detail alle effecten bepaald. In de uitgevoerde onderzoeken komt naar voren dat de milieubelasting van andere bronnen (bijvoorbeeld het spoor of de scheepvaart) in alle alternatieven gelijk is aan de referentiesituatie. De cumulatieve milieubelasting geeft dus geen extra, onderscheidende informatie voor de keuze tussen de alternatieven. De cumulatie van milieueffecten wordt in de planuitwerking verder onderzocht in
separate deelstudies voor lucht en geluid. Voor wat betreft geluidseffecten gaat het project akoestisch onderzoek uitvoeren op woningniveau. In het akoestisch onderzoek wordt op woningniveau bepaald of er ten gevolge van het project een overschrijding optreedt van de toetswaarde, en zo ja, welke maatregelen daarvoor financieel akoestisch doelmatig zijn en waarbij ook gekeken wordt naar een kosten-/batenanalyse. De toetswaarde van de rijksweg kan voor elk geluidgevoelig object een andere waarde zijn en wordt bepaald met de brongegevens uit het geluidregister. Voor de geluidgevoelige objecten waar overschrijdingen van de toetswaarde resteert (na het treffen van de financieel akoestische doelmatige maatregelen) vindt een cumulatieonderzoek plaats. In het cumulatieonderzoek wordt bepaald of
maatregelen aan of langs de rijksweg aan een andere geluidbron getroffen kunnen worden om een beter akoestisch klimaat te bereiken. Indien wettelijke normen worden overschreden zijn doelmatige maatregelen nodig. Daarbij wordt zoveel mogelijk een integrale benadering gevolgd. Bij dit project zijn meerdere
Pagina 4 van 6
1-3;
overheden betrokken met verschillende verantwoordelijkheden. Het Rijk is verantwoordelijk voor uitwerking, financiering en uitvoering van wettelijke
Directoraat-Generaal Mobiliteit
maatregelen. Alle betrokken partijen kunnen als meekoppeikans (bovenwettelijke)
DWWEËJE” F?"
maatregelen inbrengen, als zij de daarbij horende financiering leveren.
‘áfágîrîrîìîíaîzeàîjkswegen
U vraagt tevens om nulmetingen voor geluid en trillingen. Om het projecteffect op
Datum
_
geluid te bepalen is het gebruik van modellen voor het onderzoek van de
30 mam 2022
toekomstige geluidsituatie onontkoombaar. Toekomstige situaties zijn namelijk niet te meten. De aangepaste situatie van de A2 en omgeving is immers nog niet aanwezig. Wettelijke normen waaraan getoetst moet worden hebben betrekking op jaargemiddelde, daggemiddelde of uurgemiddelde niveaus. Tijdens een meting doen gemiddelde omstandigheden zich zelden voor. In de planuitwerkingsfase worden de effecten van trillingen en mogelijke oorzaken nader onderzocht. Rijkswaterstaat beschouwt en valideert de trillingseffecten (via de bodem of als gevolg van laagfrequent geluid) aan de hand van metingen langs het gehele
ons kenmerk IENW/BSK42O22/SGS47
tracé. Wat betreft de compensatie van schade tijdens de realisatie heb ik voor situaties waarbij maatregelen en besluiten die in het algemene belang en rechtmatig genomen zijn en er sprake is van schade, de beleidsregel Nadeelcompensatie Infrastructuur en Waterstaat 2019 vastgesteld. In de beleidsregel staan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor vergoeding van schade en de bijbehorende procedure voor het indienen van een vergoedingsverzoek. De eigenaar kan hiervoor een schadeclaim indienen bij Rijkswaterstaat, vanaf het moment dat de planwijziging die nodig is voor de maatregel, vastgesteld is. Heroverweging van de voorkeursbeslìssing op basis van de aanbeveling
van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Op 9 september 2021 heeft het PBL een rapport en persbericht uitgebracht over de effecten van thuiswerken op wonen, werken en de mobiliteit. Het PBL concludeert dat extra thuiswerken tot minder congestie leidt, hetgeen effect kan hebben op de rentabiliteit van infrastructuurprojecten. Een van de meest in het oog springende effecten is het grootscha|ig(er) thuiswerken, met als gevolg een afname van de congestie op de weg (die sterk fluctueerde al naar gelang de mate van contactbeperkingen) en vooral een aanzienlijke afname van de bezetting van het openbaar vervoer, ten opzichte van de situatie voor corona. Het effect van de coronacrisis op het goederenvervoer over de weg lijkt echter beperkt. De huidige mobiliteitsontwikkelingen zijn het gevolg van de coronacrisis en de contactbeperkende maatregelen, en zijn daarmee niet maatgevend voor de situatie na de crisis. De structurele impact van de coronacrisis op de mobiliteit is nog onduidelijk. De verwachting is dat er ook na de coronacrisis meer zal worden thuisgewerkt, maar de mate waarin is nog onzeker. Ook eventuele andere lange termijn gedragseffecten (zoals minder gebruik van het OV in de afgelopen periode, meer gebruik en aanschaf van auto's in de afgelopen periode en/of een mogelijk
meer ruimtelijke spreiding van wonen door behoefte aan meer ruimte en acceptatie van grotere woon-werkafstanden) zijn nog onzeker. onzekerheden in verwachte mobiliteitsontwikkelingen zijn echter niet nieuw. In verkeers—mobiIiteitsstudles maakt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat daarom gebruik van de bandbreedte van de WLO-scenario’s van het PBL en het CPB. Hiermee worden de effecten van onzekerheden over economische, ruimtelijke, demografische en technologische ontwikkelingen op de mobiliteit in beeld gebracht. Op deze wijze wordt bij investeringsbeslissingen rekening gehouden met een onzekere toekomst. De planbureaus geven aan dat, vanwege deze bandbreedte, de huidige WLO-scenario’s ondanks de coronacrisis nog steeds van toepassing zijn. In 2020 nog zijn recente inzichten omtrent demografie en economie verwerkt in de WLO-cijfers, waarbij ook de uitgangspunten voor
Pagina 5 van 6
‘-—í. l
l
toename van thuiswerken aangepast zijn op de meest recente verwachtingen (meer thuiswerken dan voorheen verondersteld werd). Er wordt gemonitord op eventuele blijvende gedragseffecten van de coronacrisis. Hier kan dan rekening
Directoraat-Generaal Mobiliteit D"-W°99" É” j
mee gehouden worden wanneer in de toekomst nieuwe scenario's voor de
z°'kee'5"e"'.9h°'q. rogrammering Rijkswegen
prognoses opgesteld worden.
Het rapport van het PBL doet dus niets af aan het voorgaande. Tegenover de in dit
gäïânân 2022
rapport onderzochte effecten van meer thuiswerken staat een toename van mobiliteit door bevolkingsgroei (naar 20 miljoen inwoners in 2040/2050 Hoog) en welvaartsgroei. In de referentieprognoses wordt met beide rekening gehouden, zoals hierboven aangegeven. Per saldo wordt in het hoge scenario nog steeds een forse groei van de mobiliteit en congestie verwacht t.o.v. 2018, doordat het effect van thuiswerken op de lange termijn beperkter zal zijn dan het effect van de groei van de bevolking en welvaart. Het PBL acht de bestaande scenario's (WLO Hoog en WLO Laag) nog altijd een bruikbare basis om beleid en investeringsbeslissingen op te baseren. In het rapport roept het PBL vooral op om bij nog komende
k ÈZÎNÜËÈIÍËBIJ/SGÔIJ
besluiten goed te bekijken of het project in beide scenario's rendabel is (dus niet alleen bij hoge groeiverwachtingen). Dit is de gangbare praktijk. Ik heb uw zorgen goed begrepen en heb in deze brief geschetst hoe de
initiatiefnemers het vervolgproces en uw betrokkenheid daarbij verder vorm willen geven. U vraagt mij om een heroverweging van het project maar gezien de geschetste effecten en de resultaten van de verkenning, zie ik geen aanleiding om tot heroverweging over te gaan. De problematiek is helder, de oplossing is effectief, afgewogen en haalbaar. Uw suggestie om ook maatregelen aan het spoor te treffen zoals meer intercity’s laten rijden op het traject Utrecht-’sHertogenbosch zijn in de verkenning onderzocht, maar bieden helaas geen
structurele oplossing voor de A2. Ten slotte wil ik u bedanken voor uw constructieve bijdrage aan het project en ik kijk er naar uit om onze samenwerking voor te zetten. Daarnaast ga ik er vanuit dat deze brief u voldoende vertrouwen geeft om gezamenlijk de bestuursovereenkomst voor de A2 Deil — Vught te ondertekenen.
Hoogachtend,
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
Mark Harbers
Pagina 6 van 6