IN060 Beantwoording artikel 50 RvO vragen LLB en SGP Volkstuin Heukelum.pdf
Tekst van het document
Informatienota Datum vergadering Registratienummer Portefeuillehouder Bijlage(n) Onderwerp
: 25 mei 2021 : GZDGWB/161195/2021/IN060 : Burgemeester Servaas Stoop : huurovereenkomst : Beantwoording artikel 50 RvO vragen LLB en SGP Volkstuin Heukelum
Onderwerp Beantwoording artikel 50 RvO vragen LLB en SGP Volkstuin Heukelum. Kennisnemen van De beantwoording artikel 50 RvO vragen LLB en SGP over het Volkstuincomplex in Heukelum. Inleiding Op 15 en 16 maart jl. ontving het college via de griffie art 50 RvO vragen van respectievelijk LLB en SGP over het Volkstuincomplex in Heukelum. Deze vragen worden gezamenlijk in deze raadsinformatienota beantwoord. Bij heroverweging van het voornemen van de last onder dwangsom heeft het college besloten het verzoek om handhaving gedeeltelijk toe te wijzen, onder voorwaarden een persoonsgebonden gedoogverklaring af te geven voor het houden van dieren op enkele percelen op het volkstuinencomplex aan de Gragtdijk in Heukelum en een last onder dwangsom op te leggen voor het houden van dieren op het volkstuinencomplex, anders dan is opgenomen in de persoonsgebonden gedoogverklaring, waarbij het bedrag van de dwangsom gematigd is.
Kernboodschap Naar aanleiding van de gestelde vragen heeft het college de volgende antwoorden geformuleerd: Vragen LLB 1. Waarom is het college niet in gesprek gegaan met deze volkstuinvereniging zoals de oude gemeente Lingewaal destijds wel heeft gedaan? Antwoord In april 2020 is melding gemaakt van overlast van dieren en bouwwerken. Deze melding is doorgezet naar de Omgevingsdienst Rivierenland (ODR). Deze melding is conform het door het college vastgestelde beleid voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-beleid) opgepakt. Op 14 mei 2020 is een controle uitgevoerd door een toezichthouder van de ODR. Hierbij zijn verschillende bouwwerken, hanen en andere dieren geconstateerd op diverse kavels van het volkstuinencomplex. Op basis van het controlerapport is onderzoek gedaan naar de geldende bestemmingsplanregels voor deze locatie. Op 27 augustus 2020 is er een
21 april 2021 Kenmerk GZDGWB/161195 Pagina 2 van 7
waarschuwingsbrief verzonden. De toezichthouder heeft naar aanleiding van de brief op 1 september 2020 gesproken met de voorzitter en de secretaris van de volkstuinvereniging. Op 1 november is een handhavingsverzoek ontvangen. Dit verzoek is conform het door het college vastgestelde VTH-beleid opgepakt. Er is contact gezocht met verzoeker om handhaving. Door de handhavingsjurist van de ODR is ook telefonisch contact opgenomen met de voorzitter van de volkstuinvereniging. Dit is, voordat de brief ‘voornemen tot last onder dwangsom’ op 22 februari 2021 is verzonden.
2. Was de klacht op grond waarvan wordt gehandhaafd, (het houden van kippen) bekend bij mw. Kranenburg en gebiedsmakelaar van Esterik. Zo ja: waarom is daar dan niets mee gedaan? Zo nee, wat was dan het doel van het bezoek aan de volkstuinvereniging? Antwoord In april 2020 heeft een medewerker van Team vastgoed via het klantcontactcentrum een klacht ontvangen. Deze medewerker is daarna samen met de gebiedsmakelaar op locatie in gesprek gegaan met bestuursleden van de volkstuinvereniging. De aanwezigheid van de gebiedsmakelaar was vooral om kennis te maken met de bestuursleden. Daarna is ook een bezoek gebracht aan de indiener van de klacht. De klacht is daarna door gezet naar de ODR, die deze klacht verder in behandeling nam. 3. Waarom is de volkstuinvereniging niet gewoon gewaarschuwd na het bezoek van de toezichthouder? Dat is toch gebruikelijk in dit soort zaken? Uit het rapport van de toezichthouder lijkt te kunnen worden afgeleid dat er voor de controle een waarschuwing is gegeven, (binnen hersteltermijn) maar in de brief van de ODR is daar niets van terug te vinden. Als er al sprake zou zijn van een overtreding dan is die niet groot en spoedeisend. Waarom is meteen een hoge concept last onder dwangsom opgelegd? Antwoord De volkstuinvereniging heeft op 27 augustus 2020 een waarschuwingsbrief ontvangen. In deze brief vroeg de ODR om de bouwwerken te verwijderen.
Dit omdat deze zonder vergunning waren gebouwd. Het meewerken aan legalisatie is niet wenselijk. Vast onderdeel van zo’n waarschuwingsbrief is de aankondiging dat ODR niet verwijderde bouwwerken anders op een andere manier laat verwijderen. Naar aanleiding van deze brief is op 1 september 2020 gesproken met de voorzitter en de secretaris van de vereniging. De toezichthouder heeft de te volgen procedure uitgelegd. Ook heeft de toezichthouder aangegeven wat de gevolgen zijn als dit niet gebeurt. Op 1 november 2020 is een verzoek om handhaving ingediend. Op grond van de wet heeft de gemeente een beginselplicht tot handhaving. Dit handhavingsverzoek is dan ook volgens het vastgestelde VTH-beleid opgepakt. Daarbij is door het college op 22 februari 2021 een brief verstuurd. In deze brief staat dat het college voornemens is om een last onder dwangsom op te leggen. Het is een voornemen, dus die last is nog niet opgelegd. Voordat de brief met het
21 april 2021 Kenmerk GZDGWB/161195 Pagina 3 van 7
voornemen is verstuurd, is de inhoud telefonisch aangekondigd en toegelicht aan de voorzitter van de vereniging. In deze brief biedt het college ook de mogelijkheid een zienswijze in te dienen op het voornemen om een last onder dwangsom op te leggen. De Volkstuinvereniging heeft op 5 maart jl. schriftelijk een zienswijze ingediend. 4. In zowel het bestemmingsplan Buitengebied 2012 en het reparatie bestemmingsplan 2014 heeft het perceel van de volkstuinvereniging de bestemming “Recreatie-dagrecreatie met de functieaanduiding “volkstuin”. In de beide bestemmingsplannen is het houden van dieren niet verboden en een definitie van “volkstuin” is niet opgenomen. Hoe komt de ODR en daarmee het college erbij dat het houden van “dieren” in dit geval kippen, in strijd zou zijn met de bestemmingsplannen? NB: in de brief van de ODR staat niet welk bestemmingsplan is overtreden. Antwoord In de brief van 22 februari 2021 is abusievelijk de naam van het ter plaatse geldende bestemmingsplan niet opgenomen. Wel is de bestemming conform het bestemmingsplan vermeld. Er is in het bestemmingsplan geen definitie van ‘volkstuin’ opgenomen. In dat geval wordt aansluiting gezocht bij het algemene begrip ‘volkstuin’ (o.a. Wikipedia). “Een volkstuin is een particuliere tuin die niet bij de eigen woning ligt.
Volkstuinen zijn er in vele soorten en maten: van traditionele moestuinen waar groente en eventueel fruit en kruiden op verbouwd worden, tot siertuinen met bloemen, heesters, een gazon, een vijver en zelfs bomen.” Dat er geen (algemeen) gebruiksverbod voor het houden van dieren is opgenomen, betekent niet automatisch dat het is toegestaan. In de bestemmingsplanregel zijn geen regels voor bouwwerken voor het houden van dieren opgenomen. Er zijn regels voor bouwwerken van kasten voor tuingereedschap en terreinafscheidingen. Daaruit moet worden afgeleid dat het houden van dieren niet past binnen de aanduiding Volkstuin. Medewerking verlenen met een buitenplanse afwijking is niet wenselijk. Dit gezien het daardoor ontstane risico van precedentwerking. 5. Uit de mail van de heer Rodenburg uit oktober 2014 blijkt de gemeente bekend is met het feit dat kippen worden gehouden op het volkstuinen van de vereniging en dat de gemeente Lingewaal daar geen probleem mee heeft. Toen gold dezelfde bestemming als nu. Hoe is het mogelijk dat de rechtsopvolger van de oude gemeente Lingewaal dit standpunt van de oude gemeente Lingewaal niet overneemt? Dat heeft de gemeente West Betuwe in andere zaken wel gedaan. Antwoord De gemeente Lingewaal heeft in 2007 toestemming verleend aan de heer Van der Meijden voor het houden van schapen óf geiten en kippen (maximaal 20) op drie kavels, te weten nr.
40, 42 en 44. Deze toestemming heeft een privaatrechtelijke grondslag en heeft dus niet het karakter van een omgevingsvergunning. In 2010 heeft de gemeente Lingewaal gewaarschuwd dat zij handhavend zou gaan optreden als de overlast niet zou stoppen. In de mail van 20
21 april 2021 Kenmerk GZDGWB/161195 Pagina 4 van 7
oktober 2014 staat alleen dat er niets over het houden van dieren geregeld is. Daarmee wordt niet geïmpliceerd dat dit daarom is toegestaan. 6. Dezelfde vraag geldt voor de huurovereenkomst tussen de gemeente Lingewaal en de volkstuinvereniging. Uit de stukken van de vereniging blijkt dat de gemeente nota bene zelf als verhuurder het houden van schapen, geiten en kippen toestaat. Als er strijd zou zijn met het geldende bestemmingsplan, hoe kan het dan dat de gemeente de grond heeft verhuurd en het houden van deze dieren daarbij heeft toegestaan? Antwoord De huurovereenkomst is een privaatrechtelijke overeenkomst. De gemeente Lingewaal heeft in 2007 toestemming verleend aan de heer Van der Meijden voor het houden van schapen óf geiten en kippen (maximaal 20) op drie kavels, te weten nr. 40, 42 en 44. In 2010 heeft de gemeente Lingewaal gewaarschuwd dat zij handhavend zou gaan optreden als de overlast niet zou stoppen. 7. Waarom is meteen naar het zwaarste middel gegrepen, namelijk een dwangsom en waarom vindt het college dat zo’n enorm hoge dwangsom is gerechtvaardigd als we kijken naar de aard en omvang van de door de ODR genoemde zogenaamde overtreding (het houden van kippen)? Antwoord De zaak is opgepakt conform het door het college vastgestelde VTH-beleid. Het college heeft op 22 februari 2021 een brief gestuurd.
In deze brief staat dat het college voornemens is om een last op te leggen. Er is nog geen concreet besluit genomen. Voor de hoogte van de dwangsom is aansluiting gezocht bij de overtreding ‘bestemmingsplan – strijdig gebruik – overig strijdig gebruik’. Dit zoals opgenomen in bijlage 5 behorende bij het door het college vastgestelde VTH-beleid. Met een goede onderbouwing kan het college afwijken van dit beleid. De volkstuinvereniging is ook in de gelegenheid gesteld om haar zienswijze kenbaar te maken over het voornemen. Dit is aan de voorzitter ook telefonisch toegelicht en uitgelegd. 8. Wij hebben de huurovereenkomst tussen de oude gemeente Lingewaal en de volkstuinvereniging niet aangetroffen bij de ingekomen stukken. Wij verzoeken het college om deze overeenkomst alsnog aan de Raad te sturen. Antwoord Het bedoelde ingekomen stuk is een afschrift van de zienswijze van de volkstuinvereniging op het voornemen last onder dwangsom. Bijgaand bij deze raadsinformatienota is de huurovereenkomst gevoegd. 9. Volgens het controlerapport is de aanleiding van de klacht “bouw” maar volgens de brief van de ODR zou de geuite klacht alleen gaan over kippen. Hoe kan het dat de ODR tot deze buitenproportionele en onjuiste manier van handhaving overgaat als het niet eens duidelijk is waar de klacht over gaat?
21 april 2021 Kenmerk GZDGWB/161195 Pagina 5 van 7
Antwoord Ten tijde van de controle op 2 oktober 2020 was nog geen sprake van verzoek om handhaving, maar van een klacht. In het controlerapport staat bij de opmerking over de grondslag van de controle dat deze was na een klacht van een omwonende. De klacht ging over overlast van dieren en ook het plaatsen van allerlei bouwwerken. Op 1 november 2020 is een concreet verzoek om handhaving ingediend. Dit is juridisch gezien een verzoek aan het bevoegd gezag om een besluit te nemen. Het college is op grond van de Algemene wet bestuursrecht gehouden op zo’n verzoek een besluit te nemen. Omdat op het moment van het verzoek om handhaving al duidelijk was wat er op het perceel gebeurde, o.a. door de controle van 2 oktober 2020, is dat rapport gebruikt voor de aanschrijving van 22 februari 2021. In die brief staat ook dat de bouwwerken zijn geplaatst zonder omgevingsvergunning. En dat daar mogelijk ook nog tegen opgetreden kan worden. Gelet op de overlast die de verzoeker om handhaving ervaart door de dieren, is daaraan prioriteit gegeven. 10. Wat gaat het college doen om deze zaak op een goede manier op te lossen zoals dat in oud Lingewaal wel is gedaan? Antwoord Het college moet gelet op de Algemene wet bestuursrecht een besluit nemen op het handhavingsverzoek. Het heeft daarbij een beginselplicht tot handhaving. Er is onderzocht of mediation mogelijk is.
Daarvoor is medewerking van alle betrokken partijen nodig. Net als het stopzetten van het juridische traject. Verzoeker om handhaving heeft echter aangegeven achter het handhavingsverzoek te blijven staan.
Vragen SGP 1. Hoe is het zover gekomen? Antwoord Zie antwoord op vraag 1 van LLB. 2.
Is hier sprake van een niet vergunde situatie, zo nee is de situatie dan te legaliseren? Antwoord Zie antwoord op vraag 4 van LLB.
3. Op welke manieren is er constructief overleg geweest? Antwoord De ODR heeft geen gezamenlijk overleg geïnitieerd met de vereniging en de verzoeker om handhaving. Dit omdat het geen vast procesonderdeel is van het vastgestelde VTH-beleid. Wel zijn er diverse gesprekken geweest met de verzoeker om handhaving.
21 april 2021 Kenmerk GZDGWB/161195 Pagina 6 van 7
Na de waarschuwingsbrief van 27 augustus 2020 heeft de toezichthouder op 1 september 2020 gesproken met de voorzitter en de secretaris van de vereniging. Hierbij is door de toezichthouder de vervolgprocedure uitgelegd. Dit wanneer de vereniging aan de waarschuwingsbrief geen gevolg geeft. Vervolgens heeft de toezichthouder voor het versturen van de brief ‘voornemen last onder dwangsom’ contact opgenomen. Dit om de komst van de brief en de inhoud ervan telefonisch aan te kondigen. Ook heeft de toezichthouder dit toegelicht aan de voorzitter van de vereniging op 22 februari 2021. Er is onderzocht of mediation mogelijk is. Daarvoor is medewerking van alle betrokken partijen nodig. Dit betekent ook stopzetten van het juridische traject. Verzoeker om handhaving heeft echter aangegeven achter het handhavingsverzoek te blijven staan. 4. Waarom is er een dwangsom nodig? Antwoord Zie antwoord op vraag 3 van LLB. 5. Is het genoemde bedrag van de dwangsom € 15.000,- niet (veel) te hoog? Antwoord Zie antwoord op vraag 7 van LLB. 6.
Hoe komt het dat we dit via de media moeten vernemen, terwijl het artikel anders suggereert? Antwoord Dat is ons niet bekend. Noch het college, noch de ODR, noch de verzoeker om handhaving hebben contact gezocht met de media over deze zaak.
Consequenties Financiën Communicatie Vervolg Bijlage(n) Huurovereenkomst Suggestie ter afhandeling Voor kennisgeving aannemen
21 april 2021 Kenmerk GZDGWB/161195 Pagina 7 van 7
Burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe, de secretaris, de burgemeester, Karen Coesmans Servaas Stoop