IN034-bijlage-uniformering-van-regeling-rapport gymzalen.pdf
Tekst van het document
GYMZALEN IN WEST BETUWE UNIFORMERING VAN REGELINGEN EN AFSPRAKEN ROND DORPSHUIZEN EN MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
18 maart 2025
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding .................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 2 Gymzalen in West Betuwe ...................................................................................... 5 Hoofdstuk 3 Ontwikkelingen ...................................................................................................... 13 Hoofdstuk 4 Uitgangspunten gymzalenbeleid .......................................................................... 19 Hoofdstuk 5 Toekomstig beleid ................................................................................................. 25 Bijlagen: 1. Reserveringssysteem 2. Basisinventarislijst 3. Kansen m.b.t. de bezetting 4. Participatie en communicatie 5. Overall beeld gymzalen 6. Concrete maatregelen 7. Factsheets per kern
Zaaknummer: 1842264 (college) en 1842504 (raad)
Leeswijzer In hoofdstuk 2 beschrijven we de bestaande situatie van de gymzalen. Hoofdstuk 3 beschrijft een aantal landelijke en lokale ontwikkelingen, die van invloed (kunnen) zijn op de gymzalen. Het vierde hoofdstuk beschrijft de uitgangspunten voor het (toekomstig) beleid rond de gymzalen. In hoofdstuk 5 beschrijven we het nieuwe beleid.
2 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Hoofdstuk 1 Inleiding Inleiding In december 2023 heeft de gemeenteraad besloten om de regelingen en afspraken rond dorpshuizen en MFC’s met een sportvoorziening te uniformeren. Deze notitie beschrijft de resultaten uit dit project en formuleert voorstellen voor de toekomst. De voorstellen zijn vertaald in beslispunten voor de gemeenteraad. Aanleiding De kosten voor het instandhouden van de gemeentelijke gymzalen1 zijn en blijven hoog en de opbrengsten staan onder druk. Met name door corona zijn er minder verenigingen en hebben veel verenigingen minder leden. Verenigingen maken hierdoor minder uren gebruik van de gymzalen. In bijna alle gevallen zitten we voor het bewegingsonderwijs van de basisscholen met het aantal klokuren onder de VNG-norm. Aan de andere kant zijn de beheerkosten hoger geworden. Denk aan de hoge energiekosten van de laatste tijd. Maar ook de kosten voor schoonmaken, de huurlasten en de kosten voor de legionella-bestrijding zijn hoger. En is er een groter wordende druk op vrijwilligers, waardoor werkzaamheden uitbesteed moeten worden bij bedrijven. Conclusie: kosten zijn en blijven hoog en opbrengsten staan onder druk. Geen eenduidige aanpak We zien grote verschillen in afspraken en overeenkomsten, bezettingsgraad, keuringen en vervanging van materiaal, eigendom, beheer, inkomsten en uitgaven.
Het onderwerp ‘gymaccommodaties’ is zonder veel afstemming ondergebracht bij verschillende functies in de organisatie. Tot nu toe hebben we de gymzalen per geval behandeld en is er geen eenduidige aanpak. Doelstelling Door de regelingen en afspraken rond dorpshuizen en MFC’s met een sportvoorziening te uniformeren ontstaat duidelijkheid over de rollen van gemeente en besturen van de dorpshuizen en MFC’s over het beheer en de financiering. Daarnaast moet het project leiden tot beheersbare kosten voor de gemeente. Met dit project zorgen we ervoor dat er eenduidigheid ontstaat in de regelingen en afspraken rond de sportvoorzieningen in dorpshuizen en MFC’s. Door de exploitaties van de dorpshuizen en de sportvoorzieningen te splitsen ontstaat duidelijkheid over de inkomsten en uitgaven van de sportvoorzieningen. Hierdoor is het mogelijk om keuzes te maken. Uitgangssituatie In de kadernota Dorpshuizen en MFC’s (2020) staat dat de exploitaties van dorpshuizen en MFC’s en de daarbij horende sportvoorziening uit elkaar gehaald worden, waardoor de baten en lasten van ieder onderdeel helder worden. Ook staat in deze kadernota: Er zijn acht dorpshuizen en drie MFC’s die een sportvoorziening in het dorpshuis hebben. De sportvoorziening naast de Poort in Herwijnen maakt geen onderdeel uit van het dorpshuis. 1
In deze notitie spreken we over gymzalen. Daarmee bedoelen we alle binnensportaccommodaties, waar door (basis)scholen gymlessen worden gegeven en/of door verenigingen sportactiviteiten worden georganiseerd. In hoofdstuk 2 definiëren we de gymzalen nader en maken we onderscheid tussen gymzalen, sportzalen en sporthallen.
3 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Twee beleidslijnen Voor de sportvoorzieningen (gymzaal, sportzaal, sporthal) in dorpshuizen staan in de Kadernota Dorpshuizen en MFC’s (2022) twee beleidslijnen. Eigendom van de gemeente: De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud, het programmabeheer onderwijs en sport, de tarieven gebruik sportvoorziening, het vervangen en vernieuwen van sporttoestellen en het keuren van de sporttoestellen. De gemeente kan afspraken maken met het dorpshuis over het dagelijks beheer en draagt daarvoor de klokurenvergoeding over aan het betreffende dorpshuis. Eigendom van het dorpshuis: Het bestuur van het betreffende dorpshuis is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud, het programmabeheer sport, de tarieven gebruik sportvoorziening en het vervangen en vernieuwen van sporttoestellen. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het keuren van de sporttoestellen. Het dorpshuis kan afspraken maken met de gemeente over wie wat doet ten aanzien van het beheer en onderhoud van de sportvoorziening en het vervangen of vernieuwen van sporttoestellen. In de Kadernota Dorpshuizen en MFC’s staat dat de huidige regelingen en afspraken worden geüniformeerd langs de hierboven aangegeven kaders. Met deze notitie geven we hier invulling aan. Er is een eenduidig, onderbouwd beleid met een dekking voor de hieraan verbonden kosten nodig.
Relatie met andere beleidsvelden In het coalitieakkoord is het belang sport en bewegen opgenomen (sportgemeente). In het beleidsstuk Bouwen aan sociale kracht wordt onder meer aandacht besteed aan preventie en positieve gezondheid. In de nota Vastgoedbeleid spreekt over kostprijs dekkende huur bij het verhuren van gemeentelijke accommodaties. In het Integraal Accommodatie Plan (IAP) zijn kaders opgenomen over gemeentelijke accommodaties. Volgens het daarin geformuleerde doelgroepenbeleid is het faciliteren van bewegingsonderwijs een wettelijke taak. Sportaccommodaties worden gezien als noodzakelijk of zeer wenselijk. En in de Routekaart Duurzaamheid is het verduurzamen van gemeentelijke accommodaties opgenomen. Tenslotte hebben we een subsidie en een lening voor verduurzamen van dorpshuizen (al dan niet met een gymzaal en niet in eigendom van de gemeente). Een groot aantal dorpshuizen heeft een gymzaal. Afbakening Eventuele tekorten op de exploitaties van de dorpshuizen en MFC’s zelf vallen buiten de scope van deze notitie.
4 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Hoofdstuk 2 Gymzalen in West Betuwe Inleiding De gymzalen zijn allereerst bedoeld voor het huisvesten van: ✓ het bewegingsonderwijs, voor primair onderwijs; hiervoor heeft de gemeente een wettelijke verplichting; ✓ de breedtesport (waaronder ook de amateurwedstrijdsport) van sportverenigingen die vaak aangesloten zijn bij sportbonden en NOC*NSF. Maar ook andere partijen kunnen gebruik maken van de gymzalen, zoals welzijnsstichtingen, zorgaanbieders en commerciële sportaanbieders. Het bewegingsonderwijs en het stimuleren van sport en bewegen op breedtesportniveau vraagt om een goed gesitueerd en goed bereikbaar en voor iedereen toegankelijk sportaanbod. Gymzalen in West Betuwe zijn deels eigendom van de gemeente. Maar er zijn ook gymzalen, die door particuliere stichtingen, bedrijven en door middelbare scholen worden beheerd en geëxploiteerd. Het in deze notitie geformuleerde beleid leidt vooralsnog niet tot veranderingen voor de particuliere stichtingen, de bedrijven en de middelbare scholen. Het accommodatiebeleid (in dit geval het beleid voor de dorpshuizen en MFC’s) richt zich op de beherende instellingen van deze multifunctionele accommodaties en niet op de individuele gebruikers. Daar waar wenselijk willen we kaders formuleren, waarmee de beherende instellingen zich moeten verhouden.
Definities Gymzaal = kleine binnensportaccommodatie met één zaaldeel, vooral geschikt voor bewegingsonderwijs, gymnastiek en kleinschalige beweegactiviteiten. Minder of niet geschikt voor de meeste balsporten. Sportzaal = middelgrote binnensportaccommodatie met twee zaaldelen, geschikt voor bewegingsonderwijs en de meeste zaalsporten (trainingen en competities), behalve competities voor handbal, hockey en voetbal. Sporthal = grote binnensportaccommodatie met drie zaaldelen, geschikt voor bewegingsonderwijs en alle zaalsporten (trainingen en competities). De gemeente heeft twee sporthallen (De Wiel in Asperen en De Randhorst in Geldermalsen). Daarnaast zijn er twee sportzalen (het Klokhuis en de Burcht) en negen gymzalen (Leliestraat, Oranje Nassaustraat, de Rietput, de Koeldert, de Plantage, Meteren, Vuren, de Poort en de Keijsershof) in eigendom. Zes van de negen gymzalen exploiteert de gemeente zelf. De overige accommodaties worden geëxploiteerd door een andere partij. Tenslotte zijn er nog vijf gymzalen, die niet in eigendom zijn van de gemeente. Een compleet overzicht:
5 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Plaats
Bouwjaar
Eigenaar
Exploitant
M2
De Randhorst
Geldermalsen
1989
LACO recreatie B.V.
LACO recreatie B.V.
1056
De Wiel
Asperen
2014
Stichting De Wiel
Stichting De Wiel
1050
Beesd
2011
Gemeente
St. Klokhuis
600
Haaften
2013
Gemeente
St. Burcht v. Haeften
759
‘t Duifhuis
Deil
1973
St. Dorpshuis ‘t Duifhuis
St. Dorpshuis ‘t Duifhuis
190
Tricht
Tricht
1976/2015 St. Dorpshuis Tricht
St. Dorpshuis Tricht
200
Leliestraat
Geldermalsen
1980
Gemeente
Gemeente
252
Oranje-Nassau
Geldermalsen
1982
Gemeente
Gemeente
252
Meteren
Meteren
2013
Gemeente
Dorpshuis
308
Plantage
Meteren
2021
Gemeente
IKC
Keijsershof
Opijnen
2006 ren.
Gemeente
Dorpshuis
HuisOpHemert
Ophemert
2013
Wst. De Kernen
MFC
De Koeldert
Waardenburg
1982
Gemeente
Gemeente
200
Toevershof
Varik
1968
St. Dorpshuis Toevershof
St. Dorpshuis Toevershof
162
De Biskamp
Hellouw
St. Dorpshuis Hellouw
St. Dorpshuis Hellouw
252
De Poort
Herwijnen
1977 1991/ 2017
Gemeente
Exploitant
252
De Rietput
Heukelum
202?
Gemeente
IKC
236
De Koels
Vuren
1982/1997 Gemeente
St. De Koels
286
Accommodatie Sporthal
Sportzaal Klokhuis Burcht van Haeften Gymzaal
? 294 ?
Tabel 1: Overzicht gymzalen West Betuwe, uitgesplitst naar type accommodatie, locatie, bouwjaar/renovatiejaar, exploitant en oppervlakte. Bron: Eigen onderzoek, maart 2024
Kwaliteit gymzalen De binnensportaccommodaties zijn aan de ene kant recent nieuw gebouwd of vernieuwd zoals De Wiel, Het Klokhuis, de gymzaal De Poort, de Burcht van Haeften, Huis Op Hemert en dorpshuis Meteren. Aan de andere kant zijn er ook sterk verouderde accommodaties zoals de sporthal De Randhorst en de in gemeentelijke eigendom zijnde gymzalen in Geldermalsen en Waardenburg. De gymzalen die onderdeel zijn van dorpshuizen verschillen ook sterk qua functionaliteit en ouderdom. Hier ligt de verantwoordelijkheid voor de gymzalen bij de lokale besturen van de stichtingen of verenigingen. Toekomstplannen Om kwalitatief goed te kunnen sporten en voor het bewegingsonderwijs is het moderniseren van een aantal gymzalen gewenst. Er wordt een Integraal Kind Centrum (IKC) Jan Harmenshof Oranje Nassau gebouwd. Bij de realisatie van dit plan maakt de gymzaal OranjeNassaustraat plaats voor een nieuwe gymzaal in het IKC. Onderzocht wordt of Sporthal de Randhorst samen met het zwembad over enkele jaren kan worden vernieuwd. En de gymzaal in Waardenburg is onderdeel van een bredere afweging over de locatie van het dorpshuis en de school. Tarieven De tarieven van de gemeentelijke gymzalen zijn medio 2024 geharmoniseerd naar €15,00 per uur. Voor incidentele en commerciële activiteiten geldt een tarief van €22,00 per uur.
Een 6 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
benchmark van het Mulier Instituut uit 2022 komt uit op respectievelijk €15,17 en €28,13. Uit een benchmark met de omringende gemeenten zien we aanzienlijke onderlinge verschillen. De maatschappelijke tarieven variëren van € 14,50 tot € 26,00. In tabel 2 vindt u een overzicht van alle gehanteerde tarieven binnen West Betuwe. Zaal
Plaats Exploitant
Uurprijs verenigingen
Uurprijs Incidenteel Per zaaldeel
Sporthal de Randhorst
Geldermalsen
Laco Recreatie B.V.
€ 71,51
€ 71,51
€ 31,25
Sporthal de Wiel Sportzaal het Klokhuis
Asperen
St. De Wiel
€ 63,00
€ 63,00
€ 23,00
Beesd
St. Beheer Klokhuis
€ 15,00
€ 15,00
Sportzaal Burcht van Haeften
Haaften
St. Burcht van Haeften
€ 21,70
€ 21,70 Per dagdeel
‘t Duifhuis
Deil
St. Dorpshuis ‘t Duifhuis
€15,00
€15,00
Tricht
Tricht
St. Dorpshuis Tricht
€15,00
€15,00
€ 45,00
Leliestraat
Geldermalsen Gemeente
€ 15,00
€ 22,00
€ 50,00
Oranje-Nassaustraat
Geldermalsen Gemeente
€ 15,00
€ 22,00
Meteren
Meteren
Dorpshuis
€ 17,50 *
€ 17,50
Plantage
Meteren
IKC
€ 15,00
€ 22,00
Keijsershof
Opijnen
Dorpshuis
€ 15,00
€ 15,00
HuisOpHemert
Ophemert
MFC
€ 21,00
€ 35,00
De Koeldert
Waardenburg
Gemeente
€ 15,52
€ 22,00
Toevershof
Varik
St. Dorpshuis Toevershof
€ 16,14
€ 16,14
De Biskamp
Hellouw
St. Dorpshuis Hellouw
€ 15,00
€ 15,00
De Poort
Herwijnen
Exploitant
€ 15,00
€ 15,00
De Rietput
Heukelum
IKC
€ 15,00
€ 22,00
St. De Koels
€ 22,00
€ 22,00
De Koels Vuren * = € 15,00 voor opeenvolgende uren.
Tabel 2: Tarieven gymzalen West Betuwe, uitgesplitst naar type accommodatie en naar locatie. Prijspeil 2024. Bron: Eigen onderzoek, maart 2024
Aantallen per 25.000 inwoners Het aantal gymzalen in onze gemeente sluit tamelijk goed aan bij het Nederlandse gemiddelde. In de volgende tabel staat het aantal gymzalen per 25.000 inwoners, uitgesplitst naar type accommodatie en naar het aantal zaaldelen (gymzaal = 1 zaaldeel, sportzaal = 2 zaaldelen, sporthal = 3 zaaldelen). Type accommodatie Sporthallen Sportzalen Gymzalen Zaaldelen
West Betuwe 1,1 1,1 6,2 11,9
Nederland 2,2 1,0 6,5 15,2
Tabel 3: Aanbod gymzalen per 25.000 inwoners West Betuwe, vergeleken met heel Nederland. Bron: Eigen onderzoek en Gymzalen in Nederland/Mulier instituut 2020.
Uit tabel 3 blijkt dat het aantal zaaldelen lager ligt dan het Nederlandse gemiddelde. Dit komt vooral doordat het aantal sporthallen de helft lager is. Het aantal sportzalen en gymzalen is bijna gelijk met het gemiddelde. In de praktijk betekent dit dat er binnen de gemeente niet of nauwelijks mogelijkheden zijn voor extra wedstrijdsportactiviteiten. 7 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Ligging De accommodaties zijn goed gespreid over de gemeente. De meeste dorpen hebben een binnensportaccommodatie en de reisafstanden zijn beperkt. In figuur 4 zien we de ligging van de sportaccommodaties.
Figuur 4: Ligging gymzalen West Betuwe
Gebruik/bezetting Het gebruik/de bezetting van de gymzalen biedt nog ruimte voor meer gebruikers. In het volgende overzicht staat de bezetting van de gymzalen, overdag, ’s avonds en in het weekend. Zaal Asperen
overdag +
‘s avonds +
weekend +
Randhorst
+
+
+
Beesd
±
+
-
Haaften
+
±
-
Deil
±
+
-
Leliestraat
+
±
-
Oranje Nassau
+
±
-
Hellouw
-
-
-
Herwijnen
-
-
-
Heukelum
+
-
-
Meteren
-
±
±
Plantage
+
-
-
Ophemert
-
-
-
Opijnen
-
±
-
Tricht
+
±
-
Varik
-
-
-
-
-
--
+
-
Vuren
Waardenburg Figuur 5: Bezettingsgraad gymzalen gebruik overdag, ’s avonds en in het weekend. + = boven de norm, ± = op de norm en - = onder de norm. Bron: Eigen onderzoek, april 2024
Uit het overzicht blijkt het volgende: ▪ Sporthallen: De bezetting van de sporthallen is goed en ligt boven de norm. ▪ Sportzalen: De sportzalen in West Betuwe beschikken over voldoende capaciteit. Beesd is ’s avonds bovengemiddeld bezet en Haaften overdag. 8 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
▪
Gymzalen: De bezetting van de gymzalen is vaak minder. De meeste gymzalen hebben een bezetting die (voor een groot deel) onder de norm ligt. Zes van de veertien gymzalen zijn overdag goed bezet en zes van de veertien zijn goed of gemiddeld bezet in de avond. In het weekend worden de gymzalen bijna niet gebruikt. Een paar gymzalen worden in de winter op zaterdag gebruikt door buitensportverenigingen. Ook in de namiddag is er bijna overal ruimte voor groei.
Beheer en exploitatie Op het gebied van beheer en exploitatie zien we verschillende constructies aan. Een paar voorbeelden: ✓ Een deel van de gymzalen is eigendom van een stichting en een deel is eigendom van de gemeente. ✓ Sommige gemeentelijke gymzalen worden door de gemeente beheerd en een deel door lokale rechtspersonen, die vaak ook eigenaar of beheerder zijn van het dorpshuis. De beheerders zorgen voor het schoonhouden, betalen de energierekening, verzorgen de verhuur en voeren soms klein onderhoud uit. In ruil daarvoor ontvangen zij een klokurenvergoeding voor het bewegingsonderwijs en innen zij de huur van verenigingen. ✓ In Haaften betaalt de stichting meer dan een ton aan (kostprijs dekkende) huur voor de gemeentelijke sportzaal, terwijl in Vuren € 0 euro wordt betaald voor de gemeentelijke gymzaal. Ook in Meteren en Herwijnen wordt geen huur in rekening gebracht. In Beesd wordt ook huur in rekening gebracht. De zaal in Ophemert wordt door het MFC gehuurd van De Kernen. Op zichzelf is de verscheidenheid van verschillende vormen van beheer en exploitatie geen probleem. Er ontstaat wel een probleem als de verschillen gevolgen hebben voor de kosten die de verenigingen moeten dragen (tarieven of instandhoudingskosten) en/of als we als gemeente met twee maten meten. In totaal wordt jaarlijks bijna € 170.000,= besteed aan exploitatie onderhoud.
Voor 5 jaar wordt bijna 1 miljoen euro besteed aan planmatig onderhoud, En in totaal is voor de komende 10 jaar ruim 2,1 miljoen nodig voor het verduurzamen van de gemeentelijke gymzalen. In het vastgestelde gemeentelijke vastgoedbeleid staat dat op natuurlijke momenten een kostprijs dekkende huurprijs voor het gebouw geldt. Dit is nu nog niet overal gedaan. Als er een kostprijs dekkende huur in rekening gebracht gaat worden, zal ook een exploitatiebijdrage nodig zijn. Per saldo zal dit voor de gemeente niet leiden tot extra inkomsten. Voor de verenigingen wel omdat die, volgens de subsidieregels, dan een accountant in de arm moeten nemen. En het leidt tot extra personeelslasten (voor het rondpompen van het geld van de ene naar de andere afdeling van de gemeente). Benchmark tarieven Als we kijken naar de tarieven die we hanteren voor de huur van een gymzaal, dan kunnen we uitgaan van een benchmark met alle gemeenten en een benchmark met niet stedelijke gemeenten. In de bovenste tabel staat het gewogen gemiddelde van alle gemeenten. In de onderste tabel staat het gemiddelde van de niet-stedelijke gemeenten. Deze laatste benchmark is het beste vergelijkbaar met de situatie van West Betuwe. We zien dan dat in 2023 ons maatschappelijk tarief iets hoger lag en ons commerciële tarief iets lager.
9 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Gewogen gemiddelde gemeentelijk vastgoed
maatschappelijk
commercieel
Sporthal
41,53
97,10
Sportzaal
23,64
52,80
Gymzaal
13,30
29,46
Tarieven gemiddeld niet stedelijk
West Betuwe
maatschappelijk
commercieel
Sporthal
37,68
87,33
Sportzaal
21,70
48,92
Gymzaal
12,40
25,31
maatschappelijk
15,00
commercieel
22,00
Tabel 6: Benchmark tarieven. Bron: Huurtarievenmonitor gemeentelijke sportaccommodaties, 2023, Mulier Instituut
Afstand tot gymzalen De huidige afstand tot een gymzaal is voor onze inwoners niet groot, maar ligt boven het landelijke gemiddelde. Zo is de gemiddelde afstand tot een gymzaal 3,7 kilometer. Het landelijke gemiddelde is volgens het Kenniscentrum Sport & Bewegen 1,6 kilometer. Over het algemeen wil iemand wel 3 kilometer af te leggen om te sporten (Hoekman et al., 2013). Onze gemeente is een plattelandsgemeente en de inwoners zijn gewend om te moeten reizen naar bepaalde voorzieningen. Sluiting van sportvoorzieningen in de dorpen brengt het risico met zich mee dat vooral minder mobiele groepen minder gaan sporten. Zowel jongeren (15-29 jaar) als ouderen (65+) blijken minder te gaan sporten naarmate accommodaties verder weg zijn. Sluiting van sportvoorzieningen leidt er ook toe, dat de sportdeelname van 30-44-jarigen flink afneemt, zo blijkt uit onderzoek2. Ook kan sluiting ten koste gaan van de bereidheid om vrijwilligerswerk te doen, omdat mensen minder geneigd zijn dit te doen buiten het eigen dorp. En dat terwijl verenigingen juist te maken hebben met een vrijwilligerstekort. Duidelijk is dat dorpsbinding helpt bij de motivatie om vrijwilligerswerk te doen. Dit geldt zeker voor bewoners van 50 jaar en ouder. Op dit moment zijn 4 van de 10 leden van een vereniging ouder dan 50 jaar.
Door de vergrijzing daalt (op termijn) het aantal leden van verenigingen en daarmee de vraag naar sportaccommodaties, eerst die naar accommodaties voor buitensport en op de langere termijn ook die naar binnensportaccommodaties. Ook is de manier waarop mensen sporten aan veranderingen onderhevig, onder andere omdat mensen steeds vaker flexibele informele verbanden kiezen boven het verenigingsleven, waardoor de publieke buitenruimte vaker, en sportaccommodaties minder vaak gebruikt worden. Bij ouderen zien we een verschuiving naar minder actieve sporten, zoals biljarten en bridgen. In het kader van elkaar ontmoeten is dat op zich een positieve ontwikkeling. In kleine dorpen (tot 5.000 inwoners) bleek uit onderzoek3 dat ruim een derde van de beoefende sporten door bewoners buiten elk
2 3
Dr. Lotte Vermeij et al - Hoe ver gaan dorpsbewoners voor de sport? (2014) Steenbekkers en Vermeij 2013
10 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
georganiseerd verband om werd beoefend. En ruim een kwart in informele verbanden met vrienden, familie of kennissen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld hardlopen en mountainbiken. Een beleid, gericht op centraliseren van sportaccommodaties leidt tot een kwalitatief goed en veelzijdig aanbod, veelal in de grotere kernen. Maar voor veel bewoners van dorpen neemt dan de afstand tot sportmogelijkheid verder toe. Dit gaat ten koste van de betrokkenheid van leden bij verenigingen met als mogelijke gevolgen dat deelname en bereidheid tot vrijwillige inzet afnemen. Mogelijk kunnen (nieuwe) vormen van samenwerking en een slimmere bedrijfsvoering besparingen opleveren, maar ook dit soort oplossingen moet van (schaarser wordende) vrijwilligers komen. Samenwerken binnen dorpen kan bijdragen aan het voortbestaan van verenigingen in het dorp. Maar ook samenwerkingen tussen dorpen kunnen bijdragen aan een sportaanbod dat aansluit bij de binding van dorpsbewoners. Naast praktische redenen, zoals afstand, spelen ook sociale redenen een rol bij de keuze om liever in het eigen dorp te sporten. De vertrouwdheid, gezelligheid en een collectieve saamhorigheid hebben een grote toegevoegde waarde en zijn soms misschien wel belangrijker dan het sporten zelf.
Sporten en bewegen in een binnensportaccommodatie in het eigen dorp kan zowel plaatsvinden in een gymzaal als bijvoorbeeld in een zaaltje in het dorpshuis. Veel dorpsbewoners hebben geen grootschalige accommodaties nodig om in het dorp te sporten. In kleine dorpen zonder voorzieningen combineren bewoners het sporten soms met een bezoek aan de supermarkt of na het wegbrengen van de kinderen naar de school. Alles overziend is de verwachting dat sluiting van sportaccommodaties in de dorpen meer gevolgen gaan hebben voor het vrijwilligerswerk en de binding, dan voor de sportdeelname op zich. Afstand laat gemiddeld een beperkt effect zien op de sportdeelname. Als we kijken naar specifieke doelgroepen, zoals jongeren en ouderen, dan is het effect groter.
Meerwaarde van sporten en bewegen Het Kenniscentrum Sport en Bewegen heeft onderzoek gedaan naar het sociaal rendement van sporten en bewegen. Dit noemen we Social Return On Investment (SROI). Aan de ene kant investeren wij (geld) in het activeren en faciliteren van sportmogelijkheden en aan de andere kant levert dit dus een maatschappelijke meerwaarde op. In het linker overzicht zien we dat de opbrengsten 3,07x hoger zijn dan de kosten. Landelijk is dat 2,7x. Rechts staan de factoren de SROI in positieve of negatieve zin beïnvloeden. Conclusie is dat het zin heeft om meer mensen aan het sporten en bewegen te krijgen. Daarbij hebben ook gymzalen een rol.
11 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Overigens liggen de gemeentelijke uitgaven voor sporten en bewegen in West Betuwe aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde, namelijk lokaal 31,30 euro per inwoner per jaar tegen landelijk 83,50 euro per inwoner per jaar.4 Volgens onderzoek uit 2020 wordt er door 53,6% van de inwoners van 19 jaar en ouder minder dan eenmaal per week gesport. Landelijk is dat 49,2%. Hier valt dus nog wat te winnen!
4 Kenniscentrum Sport & Bewegen, oktober 2022
12 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Hoofdstuk 3 Ontwikkelingen Inleiding In deze notitie willen we het beleid uitwerken voor de toekomst van de gymzalen. In sommige gevallen is uitbreiding van de bezetting gewenst. Als die bezetting niet toeneemt, moet een afweging gemaakt worden tussen een blijvende financiële bijdrage of het verminderen van het aanbod aan gymzalen. Die vermindering houdt in dat de gebruikers worden ‘overgeheveld’ naar gymzalen in de omgeving. Daarbij geldt dat de gemeente een wettelijke taak heeft en houdt voor de huisvesting van het bewegingsonderwijs. Voordat we het nieuwe beleid formuleren, schetsen we eerst enkele relevante ontwikkelingen. Ontwikkelingen behoefte bewegingsonderwijs Voor de scholen voor het basis-, speciaal en voortgezet onderwijs vormt bewegingsonderwijs een verplicht onderdeel van het lesprogramma. Jaarlijks is 1 oktober de peildatum om het aantal uren voor het daaropvolgende schooljaar te bepalen. De scholen krijgen het aantal klokuren5 toegewezen in de dichtstbijzijnde gymzalen, mits planning-technisch mogelijk. Indien scholen een ‘eigen’ accommodatie hebben, krijgt men op basis van dit aantal uren een vergoeding. Deze vergoeding dient ter dekking van de exploitatiekosten en de kosten voor het onderhoud.
Van invloed op het gebruik van gymzalen door het onderwijs zijn de ontwikkeling van het leerlingaantal en landelijke ontwikkelingen ten aanzien van het bewegingsonderwijs.
Tabel 7. Leerlingenprognose primair onderwijs, gemeente West Betuwe (aantallen). Bron: DUO/ABF, 2024 5
Klokuren: aantal uren dat een school op basis van de verordening onderwijshuisvesting krijgt toegewezen, de beschikking krijgt over een officiële binnensportaccommodatie ten behoeve van het huisvesten van bewegingsonderwijs. Het aantal klokuren bedraagt momenteel 2 uur per week. Het bewegingsonderwijs voor groep 1-2 in het basisonderwijs vindt doorgaans plaats in het speellokaal van de school.
13 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Uit de leerlingenprognose blijkt dat het aantal leerlingen de afgelopen jaren licht is gedaald en vanaf 2025 weer stijgt (van 4.400 nu naar 5.400 in 2035). Deze stijging wordt voor een flink deel veroorzaakt door de toename van het aantal kinderen in nieuwbouwwijk De Plantage te Meteren. Als we deze wijk buiten beschouwing laten, valt uit de leerlingenprognose op te maken dat het aantal leerlingen in de gehele gemeente een opmerkelijk stabiel verloop kent. Er is geen enkele school die te maken heeft met een sterk afwijkende groei of krimp van het aantal leerlingen. Op basis van landelijke cijfers blijkt dat circa 20% van de scholen in het primair onderwijs de ambitie van 2 lesuren gym per leerling niet halen. Streven is (op termijn) zelfs drie uren. Deze ambities zijn onderdeel van het Sector Akkoord PO, een overeenkomst tussen het kabinet en de PO-Raad. De komende jaren wordt strikter toegezien dat scholen dit minimale aantal uren halen. In West Betuwe krijgen de scholen het aantal uren toegewezen volgens de Verordening Onderwijshuisvesting waarmee in principe voldoende uren bewegingsonderwijs beschikbaar gesteld worden.
Sportbeleid De gemeente West Betuwe heeft een sportbeleid en een beleid, gericht op het worden van sportgemeente. In deze paragraaf beschrijven we de relevante zaken voor het beleid inzake de gymzalen. Het doel om (een) sportgemeente te zijn zien we als een vliegwiel en gezamenlijke focus voor het realiseren van een positief gezonder en vitaler West Betuwe. We willen dat iedereen kan deelnemen aan sport en bewegen en we willen meer mensen in beweging krijgen. Op deze manier leveren we een belangrijke bijdrage aan de positieve gezondheid van inwoners. Sport en bewegen leveren een grote maatschappelijke waarde op. Zo zagen we in het vorige hoofdstuk dat 1 euro investeren in sport en bewegen 3,07 euro aan maatschappelijke baten oplevert. Bij sporten en bewegen zien we enkele belangwekkende trends: ➢ Een toenemende trend zien we in de deelname aan ongeorganiseerde sport en bewegen, veelal in de buitenlucht. De moderne sporter voelt zich minder aangetrokken tot de klassieke sportvereniging. De trend van georganiseerde sport naar ongeorganiseerde sport heeft ook gevolgen voor het gebruik van de gymzalen. Uit onderzoek van het Rijk blijkt dat de kwaliteit van accommodaties ook een factor is om te sporten of om af te haken. Een mooie gymzaal brengt meer mensen in beweging. ➢ Verenigingen worden kwetsbaarder door het verlies van deelnemers en vrijwilligers.
Afgaande op de voorspellingen, zet deze trend zich in de komende jaren door. Om daarop te anticiperen moeten sportverenigingen zich anders gaan organiseren. ➢ De sportverenigingen hebben een grote bindende waarde binnen de ‘eigen’ kern(en). In het coalitieakkoord 2022-2026 worden sportverenigingen bestempeld als het hart van de kernen waar ontmoeting en samenkomst tussen inwoners plaats vindt. Daarbij wordt ten doel gesteld dat deze voorziening ook beschikbaar moet zijn voor komende generaties. In West Betuwe richten sportverenigingen zich voornamelijk op hun ‘eigen’ kern(en). Daarnaast kenmerkt het de sportverenigingen dat ze zich vooral focussen op hun eigen kerntaken. De aantrekkingskracht van de sportverenigingen is, mede door het aanbod, stabiel. Daarmee kun je stellen dat deze verenigingen zich vrij traditioneel in hebben gericht. Maar de behoeften in de samenleving veranderen en de inwoners ook in West Betuwe worden steeds ouder. Belangrijk is om daarop te blijven aanpassen. 14 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Ontwikkelingen behoefte sportverenigingen en andere gebruikers Met ongeveer 155 sportverenigingen kent West Betuwe een rijk verenigingsleven. De verenigingen zijn een belangrijk onderdeel om de leefbaarheid in de kernen te behouden. Immers zijn verenigingen plekken waar men elkaar ontmoet, samenwerkt en kennis deelt. Verenigingen zijn niet de enige plek waar in georganiseerde vorm wordt gesport. Er is een grote verscheidenheid aan georganiseerde sportmogelijkheden in West Betuwe. Naast het onderwijs zijn er, zoals eerder gezegd, nog andere structurele gebruikers van de gymzalen in West Betuwe. Onder deze gebruikers vallen binnensportverenigingen, maatschappelijke instellingen (Welzijn, kinderopvang etc.), recreantengroepen en buitensportverenigingen die in de wintermaanden gebruik maken van de gymzalen. In het voorjaar van 2024 zijn verenigingen in gesprekken en via vragenlijsten gevraagd naar de tevredenheid over de kwaliteit en het gebruik van de gymzalen. Ook konden ze ontwikkelingen rond het toekomstige gebruik van de gymzalen te noemen. Deze gebruikers beoordeelden de gymzalen met een ruime voldoende. Volgens de verenigingen scoren de zalen in Varik en Hellouw het minst goed, vooral over de kwaliteit van de zalen.
Uit de enquête en de vervolggesprekken blijkt dat men verder over het algemeen tevreden is over de serviceverlening van de verhuurder/beheerder en de kwaliteit van de accommodatie. Uit het gehouden onderzoek blijkt verder dat binnensportverenigingen vaak minder dan 100 leden hebben. Hiervan is 54% boven de 60 jaar en 18% jeugdlid. De verenigingen zijn positief over het betrekken van meer jeugd en jongeren. Knelpunt bij het meer sporten overdag vormt de beschikbaarheid van trainers. Een kwart van de verenigingen met trainers geeft aan onvoldoende gekwalificeerde trainers te kunnen vinden. Dit staat uitbreiding richting jeugd, jongeren en ouderen in de weg. Daarnaast staat het aantal vrijwilligers onder druk. Slechts 10% van de verenigingen heeft een plan voor behoud en werving van vrijwilligers. Ook dit punt vraagt om aandacht. Tot slot neemt het ledental bij een aantal verenigingen af. Hierdoor wordt het lastiger om de vaste lasten (zaalhuur, trainers) te betalen. Een op de drie sportverenigingen werkt samen met een dorpshuis, een kwart met Welzijn West Betuwe en (maar) 4% met het jeugd- en jongerenwerk. Vooral voor (meer) samenwerking met laatstgenoemde twee organisaties bestaat behoefte. Naarmate de leeftijd stijgt, neemt het aantal leden af dat lid is van een vereniging.
Sporten voor jongeren in de doelgroep – VO leeftijd – wordt aangemoedigd en jongeren geven zelf aan het graag te doen. Maar het is ook de leeftijd waarin jongeren meer dan gemiddeld, afgezet tegen andere leeftijdscategorieën, stoppen met sporten. Redenen om te stoppen zijn dat jongeren van deze leeftijd naar een vervolgopleiding gaan of een studie starten in een andere stad of ze ontdekken een andere (niet-sport) hobby.
Ontwikkelingen in het sociaal domein Sport kan een belangrijke bijdrage leveren aan de doelstellingen binnen het sociaal domein en dat biedt kansen zowel vanuit sport- en beweeg-stimuleringspersperspectief als vanuit sportaccommodatie-perspectief. Als we 10% van de niet-sporters aan het bewegen krijgen, levert dat 5,2 miljoen euro op aan maatschappelijke baten.
15 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Structurele beweegdeelname stimuleert de fysieke en emotionele gezondheid6. Daarnaast ontwikkelen jongeren meer sociale, persoonlijke en cognitieve vaardigheden. Hoe meer jongeren deelnemen aan sport en bewegen, hoe groter de kans op een gezonde toekomst. Preventie is daarbij een belangrijk sleutelwoord. Voldoende beweging draagt hieraan bij. De inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij het beheer van maatschappelijke accommodaties (waaronder gymzalen) kan gezien worden als een initiatief dat goed past binnen de vanuit het sociaal domein gewenste transitie. Hoe er invulling wordt gegeven en of er daadwerkelijk meer gebruik van gymzalen gaat komen, is op dit moment nog niet te voorspellen.
Financiële aspecten Op de volgende pagina staat een overzicht van de uitgaven en de inkomsten van de gymzalen, zoals die zijn opgenomen in de (primitieve) begroting 2025. In totaal gaat het bij de gymzalen inclusief onder andere rente en afschrijvingen om zo’n 2 miljoen euro per jaar. De kosten voor het verduurzamen tot 2026 bedragen volgens de Routekaart Verduurzamen €1.881.947. Nog niet begroot vanaf 2026, maar wel benoemd in het IAP (Integrale Accommodatie Plan) is nog een bedrag van €464.897. Ook de kosten voor een digitaal sluitsysteem van de toegangsdeuren van de gymzalen zijn nog niet begroot. Deze investeringen en kosten worden meegenomen in de evaluatie en aanpassing van de MJOP’s die voor 2025 gepland staat. Er zijn meerdere budgethouders verantwoordelijk voor de kosten en baten van de gymzalen. Hierdoor is het niet goed mogelijk om te berekenen wat de voorstellen aan besparing op personeel met zich meebrengen. Geschat wordt dat dit in totaal 1/3 fte is. Door de voorgestelde beleidsaanpassingen zijn er extra kosten voor de aanschaf en implementatie van een reserveringssysteem. De kosten voor de implementatie zijn 10.000 euro en worden gedekt door een onttrekking uit de bestemmingsreserve ICT. De kosten voor het gebruik van het reserveringssysteem zijn 9.000 euro per jaar en worden binnen de staande begrotingen gedekt uit een efficiëntere beheerrol voor de gemeente.
Het systeem levert minder werk op voor medewerkers van de gemeente. Daarnaast neemt het gebruik van de gymzalen toe. Dit past in onze ambitie om inwoners meer te laten sporten en bewegen. De extra inkomsten uit een hoger gebruik zijn nog niet ingeboekt vanuit het voorzichtigheidsprincipe. Ter dekking van exploitatietekorten bij gemeentelijke gymzalen is in december 2023 door de gemeenteraad een bestemmingsreserve ingesteld. Toekenning van een bijdrage uit deze reserve vindt plaats op basis van een gesplitste begroting (dorpshuis/MFC enerzijds en gymzaal anderzijds) en een aantoonbaar tekort op het gymzaal-gedeelte. Er is nog geen rekening gehouden met de financiële gevolgen van het eventueel verminderen van het aantal gymzalen. De extra inkomsten uit het invoeren van kostprijs dekkende huren zijn eveneens niet meegenomen, omdat die naar verwachting wegvallen tegen de uit te betalen instandhoudingsbijdragen. De conclusie is dat een beter afgestemd beheer en een heldere rolverdeling, samen met het laten groeien van het gebruik van de gymzalen leidt in beperkte mate tot extra kosten. Daar
6 West Betuwe Positief Gezond 2022-2024 (Nota Gezondheidsbeleid)
16 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
staan extra inkomsten tegenover. En de toename van sporten en bewegen levert een grote maatschappelijke meerwaarde op.
17 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
SWOT-analyse Door middel van een SWOT-analyse kijken we naar de sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen voor de gymzalen. Sterktes
Goede spreiding over de gemeente
Zwaktes Grote(re) afstanden tussen de kernen (Financiële) zelfredzaamheid van sportverenigingen staat onder druk Huidige verschillen leiden tot ongelijke behandeling
Betaalbare huurprijzen
Onvoldoende zichtbaarheid en bewustzijn van het aanbod
Groot (sport)verenigingsleven Aanwezigheid buurtsportcoaches
Niet kostprijsdekkend te exploiteren Kansen
Bedreigingen
Investeren in de inactieve groep inwoners Meer zichtbaarheid en bewustzijn van aanbod creëren Samenwerking tussen verenigingen (omnisport)7 Ruimte in namiddag en weekends Gebruik gymzalen door buitensporters in de winter
Afname (ledenaantallen) van sportverenigingen Toenemende kosten (o.a. energie) Sporten en bewegen vaker ongeorganiseerd of anders georganiseerd
Door te uniformeren en door de zichtbaarheid te vergroten verbeteren we een paar zwakke punten. Daarnaast liggen er kansen bij activering en samenwerking. Dit kan leiden tot een betere bezetting (meer sporten en bewegen en meer financiële dekking).
7 Nadeel is dat als een vereniging algemener wordt, het lastiger is om een echte binding te houden met de leden. Dit bevordert
het consumeren en gaat ten koste van de cultuur en de eigenheid van de club.
18 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Hoofdstuk 4 Uitgangspunten gymzalenbeleid Inleiding Een flink aantal gymzalen maakt deel uit van de gemeentelijke maatschappelijke accommodaties. In de lijn van het Integraal Accommodatie Plan gelden ook voor de gemeentelijke gymzalen de volgende inhoudelijke uitgangs- en aandachtspunten: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
De gemeente wil in beginsel niet structureel vastgoedeigenaar zijn. De wens bestaat om de gemeentelijke dorpshuizen in eigendom over te dragen aan de lokale beheerders. De gemeente heeft de zorgplicht voor adequate huisvesting van scholen voor primair en voortgezet onderwijs, inclusief de voorzieningen voor het bewegingsonderwijs. Integraal afwegen van kosten en baten ten aanzien van het creëren van maatschappelijke meerwaarde. De gemeente draagt mede zorg voor goede sportaccommodaties. Kostprijsdekkende huur is de basis voor huurcontracten met maatschappelijke partijen per 2030. De kostprijs dekkende huurprijzen worden op natuurlijke momenten ingevoerd. Streven naar minder dan 5% leegstand/niet-doelmatig gebruik van objecten in de gemeentelijke vastgoedportefeuille per 2030. Gemeente draagt via het Fonds Steengoed bij aan groot onderhoud en verduurzamen van dorpshuizen waar ze geen eigenaar van is.
Voor de gymzalen gelden daarnaast nog de volgende punten: 1. Goede balans tussen vraag en aanbod 2. Spreiding over de gemeente 3. Werken aan optimale kwaliteit van zalen en materialen 4. Betaalbare accommodaties voor gemeente en inwoner We lichten deze aspecten toe.
Optimale balans tussen vraag en aanbod Belangrijk uitgangspunt is dat er een zo goed mogelijke balans is tussen de vraag/het gebruik van gymzalen en het aanbod. Gezien alle trends en ontwikkelingen is het zaak het aanbod zo goed mogelijk op de vraag af te stemmen. Scholen in het primair onderwijs moeten vanaf schooljaar 2023/2024 ten minste twee (les)uren per week bewegingsonderwijs geven. Het is belangrijk dat kinderen voldoende en goed bewegingsonderwijs krijgen. Daarmee wordt de basis gelegd om op latere leeftijd gezond, vaardig en sportief door het leven te gaan. De gemeente West Betuwe heeft volgens NOC*NSF qua aanbod meer dan voldoende gymzalen in relatie tot het inwonersaantal. We streven op basis van de ‘Mulier Norm’ (40 weken, 7 dagen per week, 14 reëel verhuurbare uren per dag) naar een gemiddelde integrale bezetting van minimaal 50%. De ogenschijnlijk relatief lage 50% wordt voornamelijk beïnvloed doordat er nauwelijks vraag is naar gymzalen in het weekend en er nauwelijks bezetting (mogelijk) is in de tweede helft van de middagen. 19 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Grofweg kent een gemiddelde bezetting van 50% in West Betuwe de volgende differentiatie, waarbij bezetting in sporthallen en sportzalen vaak hoger is dan in gymzalen: Maandag - vrijdag tussen 9:00 uur en 15:30 uur: 60-80% bezetting Maandag - vrijdag tussen 15:30 en 23:00 uur: 50-80% bezetting Weekend tussen 9:00 en 23:00 uur: 10-30% bezetting Met de vaak lagere, bezetting blijft er ruimte voor ontwikkeling van nieuw sportaanbod om zo meer mensen te laten sport of om in te spelen op nieuwe trends binnen de sport. Een goede bezetting van sportaccommodaties hangt meestal samen met de gebruiksmogelijkheden. Zo kennen de sporthallen en sportzalen een betere bezetting dan gymzalen. Dit komt vooral doordat de sporthallen voldoen aan alle eisen van wedstrijdsporten en de sportzalen een bovenlokale functie hebben. In de toekomst wordt meer dan tot nu toe rekening gehouden met de gymzalen, waarvan de gemeente geen juridisch eigenaar is. De planning en de realisatie van gymzalen is gebaat bij een integrale benadering tussen de beleidsvelden onderwijs en sport. Hierbij wordt het type en omvang van de accommodatie niet alleen bekeken vanuit de onderwijsbehoefte maar ook vanuit de behoefte op het gebied van sport en bewegen. Als we kijken naar het verbeteren van de bezetting, dan bekijken we ook het gebruik voor andere doeleinden dan sporten en bewegen.
Dit gebeurt soms in gymzalen, die geen eigendom zijn van de gemeente, bijvoorbeeld in Tricht, Hellouw en Varik. In andere gevallen vormt de (goede) kwaliteit van de vloer een probleem en zijn er hoge kosten gemoeid met het afdekken van de vloer. Dit staat een optimaal gebruik in de weg.
Spreiding over de gemeente
Illustratie 8. Fietsafstanden. Vanuit zes kernen met een basisschool (Deil, Acquoy, Hellouw, Tuil, Opijnen en Ophemert) is bekeken hoever je in vijftien fietsminuten kunt komen. Het grootste deel van de gemeente is daarbij gedekt. Bron: Map It Oud, Amsterdam, 2023.
20 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Op dit moment zijn er gymzalen in 15 van de 26 kernen. We streven er naar de gymzalen zo goed mogelijk gespreid te houden over de gemeente. De basis vormen de grotere zalen (sporthallen/sportzalen). De (kleinere) gymzalen zijn aanvullend. Maar bij gymzalen moet de gemeente, gezien de verplichting van het huisvesten van bewegingsonderwijs, rekening houden met afstandsnormen. We streven er naar de afstand van de basisschool zo klein mogelijk te houden, zodat zo min mogelijk lestijd verloren gaat aan verplaatsen. De (les)uren bewegingsonderwijs mogen ook gegeven worden in een zogenaamd ‘blokuur’ maar alleen als het spreiden van de (les)uren over de week niet mogelijk is. Hoewel een goede bezetting in alle gymzalen het streven is, blijft het gezien de onderwijsverplichting maatwerk. Zo kunnen we bij een gymzaal met slechts een paar uren gebruik dooreen school een afweging maken tussen het in stand houden van de gymzaal of het organiseren van vervoer van de leerlingen. Het komt binnen onze gemeente al voor dat schoolkinderen vervoerd worden naar andere kernen. Zo moeten bijvoorbeeld leerlingen uit Rhenoy en Tuil met de bus naar een gymzaal in een buurdorp. Dit past dus al binnen het bestaande beleid. Voordat een afweging gemaakt wordt, zal eerst nagegaan worden of de bezetting kan worden verbeterd.
Mogelijk kan dit ook door andersoortige activiteiten ruimte te bieden (mede afhankelijk van de kwaliteit van de vloer van de zaal). Afstandsnormen voor het onderwijs tot de gymzalen Voor het basisonderwijs zijn in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) geen afstandsnormen vastgelegd. We hanteren op basis van ervaringen bij andere, vergelijkbare gemeenten, voor om de volgende afstanden te gebruiken: - Max. 1 km. hemelsbreed bij minimaal 20 klokuren gebruik; - Max. 3,5 km. hemelsbreed bij minimaal 15 klokuren gebruik; - Max. 7,5 km. hemelsbreed bij minimaal 5 klokuren gebruik.
Werken aan optimale kwaliteit We streven naar kwalitatief optimale gymzalen met een aantrekkelijke uitstraling. Dit houdt in dat bij nieuw- en verbouw van gymzalen rekening houden met actuele kwaliteitsnormen en de wensen van de belangrijkste gebruikersgroepen, te weten onderwijs en sportaanbieders. Naast de zaalruimtes geldt dit ook voor de aanwezige materialen. Of geïnvesteerd wordt in een gymzaal hangt af van de bezetting. Sportverenigingen We willen de gymzalen laten voldoen aan de wensen van sportaanbieders. Voor sportaanbieders is inrichting volgens de normen van NOC*NSF en sportbonden van belang. Ook extra opslagruimte en een sociale ruimte hebben meerwaarde voor sportverenigingen. Die sociale ruimte(s) bevinden zich meestal in een aangrenzende dorpshuis of MFC. Daar waar mogelijk proberen we ook specifieke wensen van sportverenigingen te realiseren. Denk aan specifieke belijning, het plaatsen van materiaalkasten en dergelijke. Sportaanbieders zijn echter zelf verantwoordelijk voor aanschaf van sportmateriaal. De komende jaren maken we een kwaliteitsslag binnen het bestand van gymzalen. De verouderde zalen worden verduurzaamd.
21 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
(Basis)onderwijs Voor het onderwijs passen we bij nieuwbouw en (eerste) inrichting de KVLO8 normering toe. Bij de bestaande gymzalen willen we de materialen eenmalig aanpassen zodat de accommodaties voldoen aan de KVLO normen. We willen daarbij zo veel mogelijk maatwerk; in gesprekken met de gebruikers bepalen we hun behoefte aan materialen. De KVLO-normen zijn daarbij de basis. Ook gaan we bij de keuringen van de materialen periodiek de kwaliteit van de vloeren keuren. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid voor modern en gedegen bewegingsonderwijs. Als een vereniging, bijvoorbeeld een gymnastiekvereniging, gebruik maakt van een gymzaal, schaft deze vereniging de benodigde en niet tot de basislijst horende materialen voor eigen rekening aan en zorgt voor keuring en onderhoud. Toegankelijkheid en bereikbaarheid Onder kwaliteit verstaan we ook dat de gymzalen toegankelijk en goed bereikbaar zijn, te voet, op de fiets of met de auto. De toegang tot de gymzalen zelf is sociaal veilig. Er zijn voldoende parkeermogelijkheden. Bij nieuw- en verbouw van gymzalen willen we zo bouwen of aanpassen dat ook mindervaliden er gebruik van kunnen maken (toegang tot hal. zaal en sanitaire ruimten). Bij nieuwbouw en bij vervanging maken we het sluitsysteem digitaal. Hierdoor kan men met een druppel of een code naar binnen gaan.
Betaalbare accommodaties voor gemeente en inwoner Gemeente We willen is de uitgaven en de inkomsten meer in balans brengen. Dit kan door de inkomsten (verhuurtarieven), het aanbod (aantal gymzalen en de materialen) en de bedrijfsvoering (exploitatie/onderhoud) te beïnvloeden. Bestaande en nieuw te realiseren voorzieningen moeten ook op termijn beheersbaar en betaalbaar (exploitatie, beheer, onderhoud) zijn. Inwoner Bij het verhogen van de tarieven voor gebruik van de gymzalen houden we rekening met de draagkracht van inwoners en verenigingen en met de prijselasticiteit in relatie tot sportparticipatie. Onder prijselasticiteit verstaan we de mate waarin vraaguitval optreedt als de prijs stijgt, en omgekeerd. In onderzoeken blijkt dat geldgebrek weinig genoemd wordt als reden om niet te sporten. 93 Procent van de sporters geeft aan dat ze lid blijven als de contributie met tien procent stijgt. Minder dan zeven procent geeft aan af te haken en een andere club te zoeken, of niet langer te sporten bij een vereniging. Het is anders als de prijs van een lidmaatschap omhoog gaat met twintig procent. Dan zegt maar 72 procent van de overige sporters aan de club verbonden te blijven.9 Geen tijd (geen prioriteit), geen zin, ofwel het gebrek aan motivatie worden veel vaker genoemd als reden om niet te sporten.
Het inzichtelijk maken van het aanbod draagt bij aan het accepteren van een verhoging van de tarieven. In de praktijk komt het voor, dat verhogen van de verhuurprijzen leidt tot een financieel probleem bij verenigingen. Samen met deze verenigingen kijken we dan naar een oplossing. Als er weinig financiële ruimte is, kan dit leiden tot een toename van de subsidie aan deze vereniging.10
8
KVLO (Katholiek Verbond Lichamelijke Opvoeding) is de belangenvereniging op het gebied van lichamelijke opvoeding.
9 Bron: alles over sport, Contributie verhogen? Dat kan. Maar niet te veel – Allesoversport.nl 10 Momenteel ontvangen binnensportverenigingen 31 euro subsidie per lid per jaar.
22 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Algemene uitgangspunten We besluiten dit hoofdstuk met een aantal algemene uitgangspunten, die aansluiten bij trends in de samenleving. Aantal ouderen neemt toe Het aantal inwoners van West Betuwe gaat groeien. Als we kijken naar leeftijden zien we vooral een groeiende groep ouderen. Uit de prognose blijkt dat het aantal inwoners van 0 tot 30 jaar met 1.750 stijgt (na een zeer kleine daling de komende jaren). De groep inwoners van 65 jaar en ouder neemt de komende 5 jaar toe met 2.500 en over 25 jaar met 3.500. De groep 30-65 jaar neemt tot 2050 met 1.000 toe.
Figuur 9: Bevolkingsprognose West Betuwe naar leeftijdsklassen 2023 en 2050. Bron: ABF (2023).
Het spreekt voor zich dat de groeiende groep ouderen gevolgen heeft voor de aard van de vraag/behoefte aan sporten en aan binnensportaccommodaties. Sterk samengevat: ➢ Meer gebruik van de sportaccommodaties overdag; biedt mogelijkheden voor de bezetting van de gymzalen. ➢ Meer behoefte aan minder intensieve vormen van sporten en bewegen. ➢ Een toegespitst aanbod van minder intensieve vormen van sport en bewegen, gekoppeld aan ontmoeting voor de minder vitale ouderen. De vraag/behoefte blijft (waarschijnlijk) gelijk De vraag/behoefte aan gymzalen in onze gemeente blijft naar verwachting per saldo gelijk. De leerlingenaantallen ontwikkelen zich zodanig, dat dit niet leidt tot een substantiële toename van het aantal groepen per school. Er speelt een landelijke discussie om het aantal gymlessen van twee naar drie uur per week te verhogen. Dit heeft dan gevolgen voor de bezetting van de gymzalen. Als het aantal (binnen)sportende inwoners afneemt, heeft dat een negatief effect op het gebruik van de gymzalen. Bovendien kunnen ook minder leden bij binnensport-verenigingen leiden tot een dalende vraag naar gymzalen. Ook de vergrijzing heeft naar verwachting niet direct een positief effect op het gebruik van gymzalen. Het is mogelijk dat door ontwikkelen van nieuwe sport- en beweegaanbod door sport- en zorgaanbieders in de toekomst de vraag naar gymzalen toeneemt.
Over het algemeen lijkt de komende jaren een stabilisatie van de vraag naar gemeentelijke gymzalen het meest waarschijnlijk. 23 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
De vraag/behoefte verandert van karakter De vraag/behoefte verandert vooral door de vergrijzing van karakter. Denk bijvoorbeeld aan kracht- en mobiliteitstraining voor ouderen. Door dit in een gymzaal te organiseren is het laagdrempeliger dan in een sportschool. De ambities uit het gemeentelijke sportbeleid kunnen (beperkt) leiden tot een betere bezetting van de huidige accommodaties. Buurtsportcoaches, jongerenwerkers en sociaal werkers kunnen hierbij een stimulerende rol vervullen. Knelpunt vormt, zoals eerder gezegd, het vinden van gekwalificeerde trainers, die overdag beschikbaar zijn.
24 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
Hoofdstuk 5 Toekomstig beleid Vanuit de conclusies uit de vorige hoofdstukken beschrijven we in dit hoofdstuk de uitgangspunten voor het toekomstige beleid voor de gymzalen. Dit beleid gaan we de komende periode stap voor stap invoeren. In bijlage 6 staat een overzicht van de concrete maatregelen, die we op basis hiervan gaan uitvoeren.
Doelgroepgerichte sport- en beweegstimulering Het gemeentelijke sportbeleid zet in op specifieke sport- en beweegstimulering voor die doelgroepen en gebieden waar de sport- en beweegdeelname achterblijft. Dat betekent meer activiteiten waarbij bewegen, onderwijs, ontmoeten, welzijn en zorg geïntegreerd worden aangeboden. Dit leidt tot een toenemende behoefte aan accommodaties waar deze functies onder één dak plaatsvindt. Dit kan ook een uitgangspunt zijn voor de locatiekeuze bij vernieuwing/vervanging van accommodaties. Het sportbeleid zet in op een integrale aanpak voor beweegstimulering in die gebieden en voor die doelgroepen waar de meeste winst is te behalen op het gebied van sport en bewegen. Met integrale aanpak bedoelen we dat bewegen, onderwijs, sport, welzijn en zorg de handen ineenslaan en met een samenhangende aanpak komen. Multifunctionele gymzalen Het succes van een integrale aanpak wordt versterkt met geschikte accommodaties. Daarmee bedoelen we dat accommodaties geschikt zijn voor deze gecombineerde activiteiten. Dat vraagt om multifunctionaliteit, gebruik het hele jaar door en toegankelijkheid van de accommodaties. En het veronderstelt actieve lokale betrokkenheid bij het beheren, programmeren en enthousiasmeren. Het huidige aanbod van gymzalen biedt teveel van hetzelfde.
Dat is een belemmering voor het moderne bewegingsonderwijs en voor nieuwe vormen van sporten en bewegen in de vrije tijd. De ontwikkeling naar multifunctionele gymaccommodaties zorgt er voor dat we de groeiende groep ouderen en de jongeren beter bereiken voor sport en bewegen. Voor deze groepen is dus een toegankelijk en goed gespreid aanbod van accommodaties nodig. Mogelijke nieuwe doelgroepen zijn ouderen, chronisch zieken en gehandicapten en kinderen/jongeren. Gymzalen kunnen (in bijvoorbeeld het winterseizoen) ook gebruikt worden door buitensportverenigingen of mensen die ’s zomers samen buiten sporten.
Uniformeren of harmoniseren Binnen onze gemeente zien we verschillende vormen van eigendom, beheer en exploitatie van sportaccommodaties. In de praktijk leiden deze verschillende situaties tot een ongelijke situatie voor de gebruikers/de verenigingen. Hoewel deze verschillen niet erg groot lijken, is het nodig dat een situatie van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ ontstaat. Die situatie kan op grofweg twee manieren worden bereikt: ▪ Uniformeren: Als voor uniformeren wordt gekozen, streeft de gemeente naar één vorm voor eigendom en beheer die voor alle accommodaties binnen de gemeente wordt toegepast. Denk aan een (al dan niet gemeentelijk) sportbedrijf. Uniformeren leidt tot een gelijke situatie voor alle gebruikers. Maar uniformeren houdt ook direct in dat we de komende jaren veel tijd en energie gaan steken in structuurdiscussies, overdracht van eigendom, veranderen van
25 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
beheervormen etc. En het is de vraag of dit aansluit bij ons kernenbeleid, waarbij we zoveel mogelijk lokaal willen (laten) organiseren. ▪ Harmoniseren: De tweede mogelijkheid is dat de bestaande vormen niet veranderen. WE gaan dan toewerken naar een gelijke behandeling. Elk van de constructies heeft een eigen ontstaansgeschiedenis die vaak voortkomt uit afspraken tussen de gemeente en een kern. Bij harmoniseren wordt niet gestreefd naar eenheid, maar wordt de gemeentelijke rol (en de kosten die de gemeente voor haar rekening neemt) overal dezelfde, ongeacht eigendom of beheervorm. Wij kiezen harmoniseren als uitgangspunt bij de gymzalen. Hierbij kiezen we dus voor maatwerkafspraken. We geven de gemeentelijke gymzalen zoveel mogelijk in beheer bij een school of een dorpshuis of bij een andere lokale partij. De gymzalen worden dan tegen een kostprijs dekkende huur verhuurd, waar tegenover we een instandhoudingsbijdrage verstrekken. De beheerders zijn/worden verantwoordelijk voor de instandhouding/onderhoud van de gymzalen, met een zekerheid van gemeentelijke mee-financiering.
Eén portaal voor reserveren Het is lastig – als inwoner van West Betuwe of als sportbegeleider11 – om een beeld te krijgen van de beschikbaarheid van een gymzaal en om deze op eenvoudige wijze te reserveren. We willen deze situatie veranderen: ➢ Dat doen we door één portaal te maken voor alle gymzalen. De verschillende beherende partijen maken daarbij afspraken om de beschikbaarheid zichtbaar te maken en te reserveren. Ook de betaling wordt hierin opgenomen. We bekijken of ook de ontsluiting van de gymzalen via dit portaal mogelijk is. ➢ Voor een goede verdeling van de gymzalen geldt: voorrang voor het onderwijs, gevolgd door de georganiseerde (verenigings)sport, gevolgd door ongeorganiseerde sport/bewegen met daarbinnen voorrang voor kinderen/jongeren en ouderen. Uit de gevoerde gesprekken blijkt bij de beheerders een groot draagvlak voor een portaal. De gemeente betaalt de aanschaf en inrichting van het portaal. Een toelichting over de werking ervan leest u in bijlage 1. Afstoten van sportaccommodaties Aan de hand van de bezettingscijfers van afgelopen jaren komen we tot de conclusie dat we op dit moment nog niet voldoen aan de, bij de uitgangspunten geformuleerde, gewenste bezettingsgraad van minimaal 50%.
Dit wordt vooral veroorzaakt door de lage bezetting (zeker in de tweede helft van de middag en in weekenden) in een aantal gymzalen.12 We verwachten dan ook dat we (op termijn) een of meer gymzalen moeten afstoten. Dit geldt als het gebruik niet toeneemt en het draagvlak in de kern onvoldoende is. Daarmee verbeteren we op gemeentelijk niveau de verhouding tussen uitgaven en inkomsten. Voorlopig kiezen we niet voor het verminderen van het aantal gymzalen, maar zetten we de komende jaren in op het vergroten van de bezetting. Dit past in ons sport- en gezondheidsbeleid en in het standpunt van de coalitie om de maatschappelijke accommodaties in stand te houden.
Verantwoordelijkheid gemeente Bij de ontwikkeling van nieuwe (gemeentelijke) gymzalen geldt de volgende gemeentelijke verantwoordelijkheid: 11 Denk hierbij aan een buurtsportcoach, jongerenwerker of trainer, maar ook aan een vereniging die extra uren wil invullen. 12 Dit geldt niet voor de sporthallen en de sportzalen en komt bij de gymzalen met name aan de zuidkant van de gemeente voor.
26 | UNIFORMERING REGELINGEN EN AFSPRAKEN DORPSHUIZEN & MFC’S MET EEN SPORTVOORZIENING
➢ De gemeente betaalt een basispakket van materialen. ➢ De gemeente draagt de eigenaarslasten (kapitaallasten en eigenaarsdeel van verzekeringen, belastingen en heffingen). ➢ De gemeente is verantwoordelijk voor het grote, planmatige onderhoud en draagt daar de kosten voor. De gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de instandhouding van de eigen zalen houdt niet in dat wij deze taken zelf moeten uitvoeren. We streven er naar (en al praktijk bij meerdere accommodaties in onze gemeente het geval) dat de gebruikers (verenigingen / stichtingen), onder voorwaarden, een vergoeding ontvangen voor het uitvoeren van het beheer. De onderhoudsbijdragen stellen we vast aan de hand van meerjarige onderhoudsplannen (MJOP’s). Hierin zijn de kosten voor het onderhoud per gymzaal opgenomen, zodat we de eigenaren/beheerders gelijk behandelen.