IN032-bijlage-Actualisatie-RPW2020-Regio-Rivierenland.pdf
Tekst van het document
Voor bestaande bedrijventerreinen is het streven om goede voorbeelden en best practices uit te rollen naar andere plekken, eventueel met ondersteuning van financiële middelen.
4.2 Grootschalige bedrijventerreinen De regio Rivierenland wil bijdragen aan de economische groei, de landelijke en provinciale ambities en vanuit een goede ruimtelijk ordening de regie houden op de ontwikkeling van XXL-logistiek. Voor de definitie hiervan sluit de regio aan op de provinciale definitie en kwantitatieve maatvoering (4 hectare) voor XXL-Logistiek. De regio wil deze bedrijven zo goed mogelijk faciliteren en huisvesten in de regio. Tegelijkertijd wil de regio zorgvuldig omgaan met de beschikbare voorraad bedrijventerreinen en vastgoed en voorkomen dat bedrijventerreinen te versnipperd worden uitgegeven. Het motto is dan ook ‘het juiste bedrijf op de juiste plek’. In dit kader zet de regio in op clustering van grootschalige bedrijfsruimtegebruikers op één of enkele locaties. Met clustering van bedrijven kan efficiënter en duurzamer omgegaan worden met de ruimte. In eerste instantie is Bedrijvenpark Medel de aangewezen plek voor grootschalige logistiek. Incidenteel, wanneer de ruimtevraag buiten het logistiek cluster van Medel ligt, kan ook gekeken worden in hoeverre één van de andere (grootschalige) terreinen geschikt is voor het opvangen van deze ruimtevraag. Hierbij kijkt de regio telkens kritische naar de match tussen vraag en aanbod. De regio kijkt daarbij ook kritische welke bijdrage een bedrijf levert aan de regio.
De kwaliteit van te vestigen bedrijven wordt belangrijker. Ook op lange termijn blijft de vraag naar XXL-logistiek groot. De regio moet hier een keuze in maken en gaat daarom antwoorden formuleren op vragen als: ‘Wil de regio, naast Medel, nog meer XXL-logistiek faciliteren?’ ‘En zo ja, waar dan?’ Doordat het door complexe bestemmingsplanprocedures en andere grote majeure opgaven lang kan duren voordat een plan tot ontwikkeling komt, zoals ook gebleken is met het bedrijventerrein Medel Afronding. De regio stelt zichzelf tot doel om met een juiste ruimtelijke inpassing en kwaliteit te laten zien dat zorgvuldig met de ruimte en landschap wordt omgegaan, ook om wildgroei van logistieke distributiecentra te voorkomen. Daarom gaat de regio hiermee aan de slag via het integrale(re) proces van de Gelderse puzzel tot medio 2023.
4.3 Solitaire ontwikkelingen Solitaire bedrijvigheid die volgens de huidige planologische inzichten op een bedrijventerrein thuishoort, horen volgens de provinciale omgevingsverordening niet significant te groeien in het buitengebied. We constateren daardoor daarom ook een ‘natuurlijke’ trek naar bedrijventerreinen van in het buitengebied of in woonomgeving gevestigde bedrijven. Deze natuurlijke ontwikkeling is in de prognose meegenomen
22
doordat de locatietypevoorkeur voor bedrijventerreinen richting 2032 stijgt. Desondanks willen ook sommige bedrijven, die vaak al van oudsher in het buitengebied zijn gevestigd, vaak op dezelfde plek uitbreiden. Verspreid over het buitengebied in Rivierenland liggen verschillende solitaire niet-agrarische bedrijven. Het gaat dan om diverse soorten bedrijven. Kenmerk van deze bedrijven is dat ze vaak nauwelijks relatie (meer) hebben met of bijdrage leveren aan het buitengebied. Vaak passen ze qua schaalgrootte, bedrijfsgroei of verkeerstechnisch beter op een bedrijventerrein. Het ruimtelijk effect van bedrijvigheid op het buitengebied kan aanzienlijk zijn. Te denken valt aan onder andere aan een grote visuele impact op het karakteristieke kleinschalige landschap en de verkeersaantrekkende werking in combinatie met de kleinschalige infrastructuur. De kunst is om de ruimtelijke ontwikkelingen van deze tijd en de nieuwe opgaven zodanig vorm te geven dat ze aansluiten op de kernkwaliteiten en identiteit van de FruitDelta. Als onderdeel van de actualisatie van het RPW 2019-2024 is gebleken dat er sprake is van toename van bedrijven in de regio in het buitengebied met uitbreidingswensen. De uitbreidingswensen kennen diverse vormen: uitbreiding van de bedrijfsbebouwing, van het bestemmingsvlak, van de buitenopslag en -stalling en van de bedrijfsactiviteiten.
De regio heeft dit vraagstuk in haar regionaal economisch ambitiedocument 2022-2025 daarom als een opgave voor de toekomst geformuleerd. Verder geldt dat solitaire ontwikkelingen inhoudelijk maatwerk en regionale afstemming vragen vanuit economisch oogpunt, maar bovenal recht dienen te doen aan ruimtelijke regelgeving die van toepassing is op economische activiteiten in het buitengebied. Binnen de scope van deze actualisatie is gebleken dat meer inzicht noodzakelijk is over in hoe regiogemeenten met hun buitengebied om willen gaan, in relatie tot de verschillende ruimteclaims van verschillende functies. ‘Bedrijven’ is slechts een van deze functies. Om die reden worden geen nieuwe regionale afspraken middels deze actualisatie gemaakt over solitaire bedrijvigheid. Wel wordt voor de verdere looptijd van het RPW tot en met 2024 in regionaal verband (middels aanpak Gelderse Puzzel, de gebiedsagenda) het ruimtelijk perspectief na implementatie van de Omgevingswet verkend naar welke mogelijkheden voor regiogemeenten bestaan voor een samenhangende aanpak voor functies in het buitengebied. In de tussentijd dienen ontwikkelingen getoetst te worden aan de uitgangspunten van het RPW.
23
Bijlage Raming uitbreidingsvraag De raming van de uitbreidingsvraag berekenen we met een afgeleide methode van de oorspronkelijke Bedrijfslocatiemonitor (BLM, opgesteld door CPB/PBL in 2001). De basis voor deze zogenaamde terreinquotiëntenmethodiek is dat werkgelegenheid (en het ruimtegebruik per werknemer) een graadmeter is voor de ruimtevraag van bedrijven. De methode kent drie parameters: 1. Werkgelegenheid: met hoeveel banen neemt de werkgelegenheid toe? 2. Locatievoorkeur: welk deel (%) daarvan komt op bedrijventerreinen terecht? 3. Terreinquotiënt: hoeveel ruimte (in m² kavel) heeft elke baan op een bedrijventerrein nodig?
1. Ontwikkeling werkgelegenheid De ontwikkeling van de totale werkgelegenheid is gebaseerd op de WLO-scenario’s van het CPB/PBL (2015) en de historische werkgelegenheidsontwikkeling in de regio Rivierenland. In onderstaande tabel is de werkgelegenheidsontwikkeling volgens de twee WLO-scenario’s van het CPB/PBL weergegeven. Op basis van deze scenario’s groeit de werkgelegenheid tot 2030 in een bandbreedte van zo’n 0,1% tot 0,6% per jaar. Na 2030 groeit de werkgelegenheid nog met zo’n -0,1% tot 0,5% per jaar. Tabel 10: Werkgelegenheidsontwikkeling volgens WLO-scenario’s CPB/PBL 2012-2030 2030-2050
WLO Laag 0,11% -0,10%
WLO Hoog 0,59% 0,48%
Bron: CPB/PBL, 2015.
Op basis van een historische werkgelegenheidsanalyse blijkt dat de totale werkgelegenheid in de regio Rivierenland de afgelopen tien jaar met zo’n 0,5% per jaar is gegroeid. De werkgelegenheid op bedrijventerreinen groeide nog harder. Op de bedrijventerreinen nam de werkgelegenheid met zo’n 0,6% per jaar toe. Hiermee ligt de historische werkgelegenheidsgroei in lijn met het WLO Hoog scenario. Op de bedrijventerreinen in de regio Rivierenland zijn drie belangrijke en omvangrijke sectoren te onderscheiden: bouw, industrie en logistiek en groothandel. De werkgelegenheid in al deze drie sectoren is de afgelopen tien jaar gegroeid. In de sectoren industrie en logistiek en groothandel lag de groei bovendien op of boven de verwachte groei zoals voorspeld in het WLO Hoog scenario. Beide sectoren laten ook een sterke groei zien van werkgelegenheid op bedrijventerreinen. De afgelopen tien jaar steeg het aantal banen op bedrijventerreinen in de sector logistiek en groothandel zelfs met 1,6% per jaar. In de bouw daalde de werkgelegenheid op bedrijventerreinen over een periode van tien jaar. We zien echter dat de werkgelegenheid op bedrijventerreinen in deze sector sinds 2018 weer groeit (+200 in periode 2018-2020).
24
Tabel 11: Historische jaarlijkse werkgelegenheidsontwikkeling naar sector, periode 2012-2020 Sector Bouw Industrie Logistiek en groothandel
Groei in totaal aantal banen 0,1% 0,6% 1,0%
Groei in banen op bedrijventerreinen -1,0% 0,4% 1,6%
Bron: PWE, 2021.
De totale werkgelegenheid, de werkgelegenheid op bedrijventerrein en de werkgelegenheid in de voor de regio Rivierenland belangrijke sectoren hebben zich de afgelopen tien jaar allemaal ontwikkeld in lijn met het WLO Hoog scenario. Voor de behoefteraming is het WLO Hoog scenario daarom het uitgangspunt. Het WLO Laag scenario moet daarmee echt als onderkant van de bandbreedte worden gezien. Voor het bepalen van de uitbreidingsvraag leggen we de groeipercentages van de WLO-scenario’s bovenop de meest recente werkgelegenheidscijfers (PWE, 2020). In onderstaande tabel geven we weer welke input we ten aanzien van werkgelegenheid hanteren. Tabel 12: Totaal aantal banen per regio volgens WLO-scenario’s Scenario WLO laag WLO hoog
1-1-2022 116.556 117.666
1-1-2032 117.610 124.624
1-1-2042 118.173 131.706
Bron: PWE, 2020; WLO-scenario’s CPB/PBL, 2015; Bewerking: Stec Groep, 2022.
2. Locatietypevoorkeur Locatietypevoorkeur = aandeel banen op bedrijventerreinen ten opzichte van totaal aantal banen De locatietypevoorkeur is het aandeel van de totale werkgelegenheid dat op een bedrijventerrein gevestigd is. We bepalen de locatietypevoorkeur van bedrijven op basis van werkgelegenheidscijfers (2020) en op basis van een gekwantificeerde trendanalyse. De meest recente werkgelegenheidscijfers vormen het uitgangspunt. Deze werkgelegenheidscijfers geven een overzicht van de totale werkgelegenheid en de werkgelegenheid op bedrijventerreinen in de regio Rivierenland. Met deze cijfers kan de locatietypevoorkeur naar bedrijventerreinen bepaald worden. In onderstaand figuur is de historische ontwikkeling van de locatietypevoorkeur weergegeven. Zichtbaar is dat de locatietypevoorkeur naar bedrijventerreinen sinds 2013 een positieve ontwikkeling laat zien. Alleen in het meest recente jaar was het aandeel werkgelegenheid op bedrijventerreinen iets lager. Figuur 3: Historische ontwikkeling locatietypevoorkeur naar bedrijventerreinen, periode 2012-2020 36,5% 36,0% 35,5% 35,0% 34,5% 34,0% 33,5% 33,0% 2012
Bron: PWE, 2020.
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
25
Op basis van bovenstaande trend, eerste aannames over de ontwikkeling van de locatietypevoorkeur in de komende jaren en belangrijke trends en ontwikkelingen over de ruimtevraag per sector verwachten we dat de locatietypevoorkeur in de regio Rivierenland richting 2032 zal stijgen naar zo’n 37,5%. In onderstaande tabel geven we weer welke input we ten aanzien van locatietypevoorkeur hanteren. Tabel 13: Ontwikkeling locatietypevoorkeur Locatietypevoorkeur 2022 Regio Rivierenland
Locatietypevoorkeur 2032 36,0%
Locatietypevoorkeur 2042 37,4%
38,8%
Bron: Stec Groep, 2022.
3. Terreinquotiënt Terreinquotiënt = gemiddeld aantal vierkante meter kavel per werkzaam persoon Als onderdeel van deze raming heeft een uitgebreide data-analyse plaatsgevonden om het huidige ruimtegebruik van de bedrijven op de bedrijventerreinen in de regio Rivierenland in beeld te brengen. Daarbij is een koppeling gemaakt tussen het totaal uitgegeven bedrijventerreinareaal en het aantal werkzame personen op de bedrijventerreinen. Op basis hiervan hebben we gemiddelde ruimtegebruik in de huidige situatie vastgesteld. Onderstaand figuur toont, op basis van historische uitgifte- en werkgelegenheidscijfers de ontwikkeling van de terreinquotiënt in de regio Rivierenland. In 2020 bedroeg de terreinquotiënt zo’n 335 m². Figuur 4: Historische ontwikkeling terreinquotiënt, periode 2012-2020 390 370 350 330 310 290 270 250 2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Bron: PWE, 2020; IBIS, 2020. Bewerking: Stec Groep, 2022.
De toekomstige ontwikkeling van het terreinquotiënt baseren we op basis van de historische ontwikkeling van het terreinquotiënt, een vergelijking van het terreinquotiënt van de regio Rivierenland met het terreinquotiënt van soortgelijke regio’s en de impact van trends en ontwikkelingen (zoals robotisering) op het ruimtegebruik per werknemer. Op basis van verschillende bedrijventerreinen prognoses van andere regio’s (o.a. in de provincie NoordBrabant en Noord-Holland) verwachten we dat het terreinquotiënt de komende jaren zal gaan stijgen. Vooral in de, voor de regio, belangrijke sectoren industrie en logistiek en groothandel rekenen we op een stijging. We verwachten dat het terreinquotiënt in deze sectoren richting 2032 met zo’n 5% stijgt. Dit komt vooral doordat we rekening houden met het feit dat het toekomstige ruimtegebruik door automatisering en robotisering zal toenemen. Productielijnen zullen hierdoor worden vernieuwd en uitgebreid. Uit onderzoek van Stec Groep (2018) blijkt dat robots veel ruimte innemen en ‘naast’ het personeel worden ingezet. Robots vervangen daarmee geen mensen, ze vergroten alleen de capaciteit. Hierdoor neemt ook de output toe. Dit zorgt (als opslag niet in de hoogte kan gebeuren) voor een additionele ruimtevraag. Hierdoor neemt de terreinquotiënt toe.