IN030 Bijlage Regionaal programma 2021-2024 publicatie.pdf
Tekst van het document
Regionaal programma voortijdig schoolverlaten 2021-2024
Tiel, juni 2020
Voorwoord Voor u ligt het concept regionaal programma voortijdig schoolverlaten 2021-2024, nu nog beschreven op hoofdlijnen. In november 2019 hebben we u meegenomen in de aanpak voortijdig schoolverlaten (vsv) van afgelopen jaren. De conclusie was dat we trots mogen zijn op de behaalde resultaten in Rivierenland, maar dat de aandacht voor dit onderwerp onverminderd doorgaat. De aanpak heeft zich afgelopen jaren verbreed. Niet alleen terugdringen en voorkomen vsv, maar ook een sluitende aanpak voor de kwetsbare jongeren zijn onderdeel van de plannen geworden en inmiddels ook wettelijk verankerd. Vanuit deze gedachte wordt dagelijks door alle partners uit het voortgezet onderwijs (vo), middelbaar beroepsonderwijs (mbo), alle gemeenten uit de regio, partners in de zorg en vanuit de arbeidsmarkt met succes samengewerkt om voortijdig schoolverlaten te verminderen. Dat komt de jongere ten goede en dat willen we de komende jaren graag voortzetten. Hierbij presenteren we het regionaal programma voortijdig schoolverlaten 2020-2024. We versterken en verbeteren bestaande activiteiten en we zetten we in op nieuwe projecten die onze aanpak verder verstevigen.
We willen jongeren langer en beter begeleiden bij de overgangsmomenten binnen het onderwijs en naar werk, bieden extra ondersteuning voor die jongeren die tijdelijk meer nodig hebben buiten het reguliere onderwijs en maken we ruimte voor (nog) meer maatwerk voor jongeren met complexe problematiek. De komende jaren blijven we samen de schouders zetten onder onze gezamenlijke aanpak voortijdig schoolverlaten.
1
Inhoudsopgave
Voorwoord ........................................................................................................................................... 1 Inhoudsopgave .................................................................................................................................. 2 Inleiding................................................................................................................................................ 3 Voor wie doen we het ..................................................................................................................... 4 Hoe organiseren we het ................................................................................................................. 4 Waar staan we nu............................................................................................................................. 5 Plan van aanpak ................................................................................................................................ 6
2
Inleiding Al vele jaren wordt in de RMC-regio Rivierenland (RMC regio 19) door partners uit het voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en alle gemeenten uit de regio met succes samengewerkt om voortijdig schoolverlaten (vsv) te verminderen. De meeste jongeren verlaten het onderwijs met een startkwalificatie, maar het is ook een gegeven dat dat niet elke jongere lukt. De gezamenlijke regionale inspanningen om jongeren te ondersteunen in hun onderwijsloopbaan en om uitval te voorkomen hebben tot mooie resultaten geleid. Na het succes van de afgelopen jaren, met landelijk een daling van ruim 70.000 naar ruim 26.000 vsv’ers per jaar zien we de laatste twee schooljaren (2017-2018 en 2018-2019) helaas toch weer een lichte stijging van het aantal voortijdig schoolverlaten. Ook binnen Rivierenland zien we voor het eerst na jarenlange daling in het laatste jaar (2018-2019) een lichte stijging. Kortom, blijvende aandacht op het gebied van voortijdig schoolverlaters is nodig en maken dat we de regionale aanpak voortijdig schoolverlaten onverminderd voortzetten. Tegelijk is het van belang te erkennen dat er altijd jongeren zullen blijven uitvallen. Het is belangrijk dat zij goed begeleid worden: waar mogelijk terug naar een kwalificerende opleiding. En anders richting werk, in combinatie met andere leer- en ontwikkelmogelijkheden.
Het kabinet heeft daarom in de nieuwe regeling toegevoegd dat via het regionaal programma vsv meer uitgevallen jongeren terug naar school worden begeleid. Of, wanneer dit niet haalbaar is, aan het werk gaan. Dit alles vraagt een verdergaande samenwerking in een integrale aanpak van alle ketenpartners in de regio als het gaat om verbinding onderwijs, zorg en arbeid. We hebben elkaar nodig om te zorgen dat geen jongere tussen wal en schip valt, maar mee kan doen. De maatregelen uit dit programma worden ingediend voor de regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2020-2024 die als doel heeft het voorkomen en bestrijden van uitval onder jongeren tussen de 12 en 23 jaar. De regeling kent een viertal subdoelstellingen: 1. Het verlagen van het regionaal aantal jaarlijks nieuwe voortijdig schoolverlaters tussen de 12-23 jaar waarmee wordt bijgedragen aan de landelijke doelstelling van maximaal 20.000 nieuwe schooluitvallers in 2024. 2. Het vergroten van het percentage voortijdige uitvallers dat een jaar later terug naar school gaat. 3. Het vergroten van het percentage voortijdige uitvallers dat een jaar later aan het werk is. 4. Het monitoren en ondersteunen van jongeren in een kwetsbare positie. In dit programma beschrijven we onze gezamenlijk inzet voor de komende vier jaar die bijdraagt aan deze doelstellingen.
We willen echter ook mee kunnen bewegen met nieuwe ontwikkelingen. Tijdens het schrijven van het plan zitten we nog midden in de corona crisis en het effect hiervan op de schoolloopbaan van jongeren en de arbeidsmarkt is moeilijk te voorspellen. Het programma voorziet in een tussentijdse evaluatie, zodat indien gewenst bijgestuurd kan worden. Na twee jaar evalueren we de inzet op basis van de halfjaarlijkse monitoring en het effect van de maatregelen, die gerichte bijsturing of wijziging inzichtelijk maken.
3
Voor wie doen we het Met dit regionaal programma richten we ons op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en het verbeteren van het sluitende vangnet voor jongeren in een kwetsbare positie. Het gaat hierbij om jongeren van 12 tot 23 jaar woonachtig in één van de acht gemeenten in Rivierenland. De doelgroep waarvoor het programma wordt opgesteld, bestaat uit: • Jongeren tussen 12 en 23 jaar die in het lopende schooljaar zonder startkwalificatie uitvallen uit het onderwijs (nieuwe vsv’ers). • Jongeren tussen 12 en 23 jaar die een jaar eerder dan het lopende schooljaar zijn uitgevallen, maar terug naar een opleiding of werk begeleid worden. • Jongeren in een kwetsbare positie. Dit zijn jongeren jonger dan 23: a. die instromen in of doorstromen naar een entreeopleiding; of b. doorstromen naar een basisberoepsopleiding of uitstromen uit het onderwijs, en die komen uit: 1. het voortgezet speciaal onderwijs met uitzondering van leerlingen met het uitstroomprofiel dagbesteding 2. het praktijkonderwijs 3. de basisberoepsgerichte leerweg van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs 4. Een leerwerktraject binnen het vo, waarbij een praktijkgedeelte buiten school wordt vormgegeven. • Binnen regio Rivierenland richten we ons niet alleen op de uitgevallen jongeren. Het regionaal programma omvat ook preventieve maatregelen om schooluitval te voorkomen.
Deze jongeren hebben nog wel een inschrijving bij een onderwijsinstelling, maar krijgen op verschillende manieren extra ondersteuning om binnen het onderwijs te blijven.
Hoe organiseren we het Rivierenland kent sinds de start van de vorige samenwerkingsperiode in 2017 onderstaande structuur. Zowel in de stuurgroep als in de regiegroep is de gemeente, het voortgezet onderwijs en het mbo door een afvaardiging vertegenwoordigd. De regie op alle acties van het regionaal programma beleggen we in de stuur– en regiegroep vsv. De stuurgroep ziet op bestuurlijk niveau toe op de realisatie van de ambities in de regio. De regiegroep is de beleidsmatige spil en heeft tevens een adviserende functie richting de stuurgroep. Vanuit de regiegroep wordt de relatie gelegd met de maatregelen uit het regionaal programma. Alle partners in het regionaal plan dragen de verantwoordelijkheid voor de realisatie van de ambities. Het trekkerschap van iedere maatregel is belegd bij een van de stakeholders van het VO, mbo en/of de gemeente. In de regie- en stuurgroep is ook het Ministerie van OCW vertegenwoordigd. Vier keer per jaar komen we als stuurgroep en regiegroep bij elkaar om de voortgang op de maatregelen te monitoren en waar nodig bij te sturen.
4
Waar staan we nu Ter onderbouwing van het nieuwe regionaal programma zijn uitgebreide analyses gemaakt van de vsv-cijfers van afgelopen jaren. Daarnaast heeft een evaluatie van de huidige maatregelen plaatsgevonden en heeft KBA Nijmegen een aanvullend onderzoek uitgevoerd. Daarnaast is met veel partijen afzonderlijk en in (online)bijeenkomsten extra input opgehaald. Door de jaren heen is het aantal vsv’ers in de regio flink gedaald, zoals te zien is in de grafiek hiernaast. Het aantal vsv’ers stond in 2018-2019 op 351. Het percentage vsv’ers t.o.v. het totaal aantal onderwijsdeelnemers (12-23 jaar) was 1,64%. Hiermee blijft Rivierenland onder het landelijk gemiddelde van 2,01%, zie ook tabel 1. Uitgesplitst naar onderwijsniveau komt duidelijk naar voren dat het merendeel van de uitval plaatsvindt in het mbo, zie tabel hieronder.
Aantal Aantal deelnemers vsv'ers regio regio 2018-2019 onderbouw vo 7.299 5 bovenbouw vmbo 3.618 32 bovenbouw havo/vwo 3.982 18 mbo niveau 1 129 20 mbo niveau 2 1.137 99 mbo niveau 3 1.668 62 mbo niveau 4 3.518 115 Totaal 21.351 351
% vsv regio 2018-2019 0,07% 0,88% 0,45% 15,50% 8,71% 3,72% 3,27% 1,64%
%vsv landelijk 2018-2019 0,28% 0,97% 0,48% 23,17% 9,92% 4,12% 3,47% 2,01%
Streefnorm 2018-2019 0,10% 1,00% 0,10% 26,40% 8,60% 3,20% 2,70%
Tabel 1: Aantal vsv'ers naar onderwijsniveau (Bron: factsheet DUO, voorlopige cijfers 2018-2019)
Waarom vallen jongeren voortijdig uit? Al enkele jaren op rij zijn de meest voorkomende redenen van uitval: • gebrek aan motivatie (waarbij vaak sprake is van meervoudige of multiproblematiek) • liever willen (gaan) werken • verkeerde studiekeuze • psychische problematiek Een deel van deze jongeren vindt na een jaar weer de weg terug richting school of heeft (duurzaam) werk. Voor ca. 40% van de jongeren lukt dit echter niet. Dit zijn vaak jongeren waar vaker sprake is van complexe problematiek. Hiervoor is (meer) maatwerk nodig om deze jongeren weer richting school of werk te krijgen. Op basis van de analyse van de cijfers en de aanvullende evaluaties en onderzoeken is vastgesteld dat we moeten voortzetten wat succesvol is geweest en de komende jaren ook nog een positieve bijdrage kan leveren. Tevens komt naar voren dat er een duidelijke nieuwe vraag (vooral) bij het onderwijs leeft om meer maatwerk te kunnen leveren voor die leerlingen, die het niet redden zonder extra ondersteuning. Vooral de overstapmomenten worden aangegeven als kwetsbaar, zowel van vo naar mbo en van mbo naar de arbeidsmarkt. Bovendien kan de problematiek zo complex zijn, dat school dit niet meer alleen kan oplossen. Een (nog) betere aansluiting met het
5
zorgdomein en meer integraal samenwerken zijn nodig om de komende jaren verder vorm te geven. Hiervoor is dan ook ruimte gemaakt in het nieuwe regionale plan.
Plan van aanpak Op basis van alle input, zoals in het vorige hoofdstuk beschreven, hebben we de volgende maatregelen ontwikkeld waar we de komende jaren op in gaan zetten. Uitgangspunt is dat we behouden wat succesvol is geweest en de komende jaren ook nog effect heeft. Daarnaast wordt er ruimte vrijgemaakt voor nieuwe initiatieven. Er komt meer ruimte voor maatwerk. Circa 40% van de groep vsv’ers blijkt vaak met complexe problematiek te maken te hebben en redt het niet om binnen een jaar weer een opleiding of werk op te pakken. Voor deze groep is maatwerk nodig en is het belangrijk dat de domeinen onderwijs, zorg en/of arbeidsmarkt integraal de juiste ondersteuning bieden. Daarnaast komt er ruimte voor innovatieve ideeën en werkwijzen binnen het voortgezet onderwijs. De maatregelen lopen door tot 2020, maar worden – zoals in de inleiding aangegeven – na twee jaar uitvoerig geëvalueerd. Maatregel 1: Faciliteren Maatwerktrajecten_____________________________________________ Op basis van de regioschets en de cijfermatige analyse is gesteld dat het de regio goed is gelukt om het aantal vsv'ers beperkt te houden. De vraag is waarom het zo lastig is om verder te dalen? Er blijven altijd jongeren die (tijdelijk) stoppen met school. Van 50 tot 60% is duidelijk dat zij een jaar later weer op school zitten of duurzaam aan het werk zijn.
Van de overige 40% is ook duidelijk dat zij jarenlang aan de zijlijn blijven staan zonder extra ondersteuning. Hun problematiek is dusdanig complex dat (meer) maatwerk nodig is om ze mee te laten blijven doen. Binnen deze maatregel wordt extra ondersteuning gefaciliteerd daar waar dit nodig is om te voorkomen dat jongeren gedurende hun schoolloopbaan tussen wal en schip vallen. Een extra ureninzet is nodig om dit voor elkaar te krijgen. Welke extra (ondersteunings)taken worden opgepakt, wordt op een later moment in een uitvoeringsplan opgenomen. Op dit moment is er een concrete vraag voor extra ureninzet SMW. De middelen uit het regionale plan dienen als cofinanciering voor de middelen die al vanuit de gemeente ingezet (zouden moeten) worden. Maatregel 2: Innovatie voortgezet onderwijs____________________________________________ Dit budget wordt gereserveerd voor de vo-scholen. Zij kunnen gedurende de looptijd van het regionaal programma aanvragen indienen als aanjaagbudget voor nieuwe ontwikkelingen binnen school in relatie tot verzuim en/of vsv. Om in aanmerking te komen voor budget, worden 'spelregels' opgesteld. Zo moet er een helder (jaar)plan zijn met beschreven acties en verwachte resultaten. Resultaten moeten gedeeld (kunnen) worden met andere scholen. Bij de nadere uitwerking wordt nog nagedacht over aanvullende spelregels.
Maatregel 3: Kwetsbare overstappen__________________________________________________ Binnen deze maatregel worden twee activiteiten opgepakt. Deze activiteiten waren ook onderdeel van het vorige regionale plan en worden de komende jaren doorontwikkeld. 1. Overstap vo-mbo Monitoren van de overstap van overstappers van vmbo en risicoleerlingen binnen havo, pro en vso naar mbo. Leerlingen die voor de zomervakantie nog geen definitieve inschrijving bij vervolgopleiding hebben, worden overgedragen naar lp/rmc. Zij monitoren over begeleiden overstap. Op 1 oktober heeft 99% een definitieve vervolgbestemming. Toevoeging op de huidige maatregel is dat er hernieuwde aandacht komt voor de warme overdracht. 2. Oriëntatieprogramma vso-mbo In het vorige plan vsv is een pilot uitgevoerd tussen ROC Rivor en de Sonnewijser om leerlingen die door kunnen stromen naar het mbo alvast in een oriëntatieprogramma mee kunnen lopen. Dit is van beide kanten goed bevallen. Hoewel de instroom vanuit de Sonnewijser het grootst zal zijn, wordt dit aanbod ook richting de andere vso-scholen in de regio aangeboden, waaronder de Cambier in Tiel en de Kom in Druten. ROC Rivor zorgt
6
daarnaast dat hun bevindingen gedeeld worden met andere mbo-instellingen die deel uitmaken van de regionale aanpak. Maatregel 4: Plusvoorziening________________________________________________________ Deze maatregel is bedoeld voor leerlingen die tijdelijk (te) overbelast zijn om goed mee te kunnen doen in het regulier onderwijs. Binnen deze maatregel worden drie activiteiten uitgevoerd om deze jongeren tijdelijk extra ondersteuning te bieden en ze op deze manier voor het onderwijs te behouden. Deze voorzieningen waren ook onderdeel van het vorige regionale plan. 1. Time-out voorziening voortgezet onderwijs Een orthopedagogisch didactisch centrum (OPDC) voor leerlingen uit het voortgezet onderwijs. Deze valt binnen het totale pakket aan ondersteuningsmogelijkheden dat geboden wordt door het Samenwerkingsverband Rivierenland. Jaarlijks maken ca. 30 leerlingen gebruik van dit aanbod, hiervan stroomt 90-95% terug naar het regulier of speciaal onderwijs. Bij het OPDC is intensieve begeleiding en extra aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Na het verblijf op het OPDC kan de jongere nog een periode begeleid worden om de slagingskans van de plaatsing te optimaliseren en de school te ondersteunen bij de begeleiding van de jongere. 2.
Rebound mbo De rebound richt zich op het opvangen en begeleiden van de potentiële doelgroep vsv'ers uit het mbo met het doel hen terug te leiden naar een juiste onderwijsplek of toeleiding naar de arbeidsmarkt. Het merendeel van de leerlingen die gebruik maken van deze voorziening zijn van ROC Rivor. Er worden ook leerlingen opgevangen van andere scholen. Jaarlijks worden tussen ca. 80-85 leerlingen opgevangen in de rebound. 3. MBO-jeugdteam Het mbo jeugdteam bestaat uit een aantal externe partijen, waaronder GGD en GGZ (Pro Persona) die preventief op school aanwezig zijn. In 2021 wordt de maatregel ongewijzigd voortgezet. Tevens wordt dan onderzocht hoe samen met de gemeente(n) de inzet van deze partijen beter vorm te geven, zodat handelingen niet dubbel worden uitgevoerd en eventueel wachttijden worden afgeschaft. Bovendien wordt bekeken hoe een vernieuwde aanpak te borgen is binnen het ROC. Maatregel 5: Sluitende aanpak______________________________________________________ De sluitende aanpak kwetsbare jongeren is in het vorige regionale plan ook één van de maatregelen geweest. De opdracht de komende jaren is volledig aangepast en zijn nieuwe taken benoemd, die de aanpak voor alle jongeren sluitender moeten maken. De aanpak richt zich op verschillende (kleine) doelgroepen. De maatregel heeft dan ook een aanjaagfunctie om voor deze doelgroepen de aanpak te organiseren.
Per jaar worden uitvoeringsplannen opgesteld en geëvalueerd. 1. VSV één jaar later Tot nu toe heeft de aanpak vsv zich gericht op het terugdringen van de jaarlijkse uitval. In het nieuwe programma is de opdracht verbreed en wordt ook gekeken naar de positie van vsv'ers een jaar later en de aanpak kwetsbare jongeren. Ook voor jongeren voor wie een startkwalificatie (tijdelijk) niet haalbaar is, is het belangrijk dat deze zo goed mogelijk naar vermogen mee kan doen. In de cijfers komt naar voren dat ca. 40% van de vsv'ers een jaar later nog geen bestemming richting school of werk hebben. Het vinden, benaderen en begeleiden van deze jongeren is vaak een kwestie van lange adem en een arbeidsintensief proces, maar het is wel nodig! Het RMC gaat een geïntensiveerde aanpak voor oud-vsv'ers ontwikkelen om ook de resterende 40% een passend aanbod te doen. Op het moment van schrijven is KBA Nijmegen in opdracht van het RMC een onderzoek aan het afronden naar een aanpak oud-vsv’ers. 2. Aanpak kwetsbare jongeren Afgelopen jaren is een start gemaakt met monitoren van jongeren in een kwetsbare positie. Dit gaat om de uitstroom van jongeren uit pro/vso, vmbo-bb en Entree. Hierin zien we dat een groot deel van deze jongeren uitstroomt richting onderwijs en werk. Hoewel bekend is wat deze jongeren doen, is een sluitende aanpak tussen de ketenpartners nog onvoldoende
7
uitgewerkt en geborgd. Daar wordt de komende jaren op ingezet. Tevens wordt een monitor ontwikkeld die langer monitort dan de periode van één jaar. De meeste jongeren die met werk uitstromen, blijven kwetsbaar op de arbeidsmarkt. Zeker als hun eerste tijdelijke arbeidsovereenkomst afloopt en zij zich nergens melden. Op basis van het onderzoek van KBA komt naar voren dat het voor deze groep jongeren moeilijk is om duurzaam aan het werk te blijven. Op het moment dat ze uit beeld raken, lijkt de drempel hoog om aan te kloppen voor hulp en ondersteuning. Deze vraag moet bij de jongere opgehaald worden. Dit is, zoals hierboven al genoemd, een arbeidsintensief proces. 3. Werkende vsv’ers Voortijdig stoppen met de opleiding om te gaan werken is al jaren één van de belangrijkste uitvalredenen in de analyses. Hoewel binnen de scholen veel gedaan wordt om dit te voorkomen, blijft er een groep over die (tijdelijk) liever werkt. Daarnaast heeft krapte op de arbeidsmarkt een extra aantrekkende kracht om geld te verdienen i.p.v. een diploma te behalen. Daarom is ook de intentieverklaring Groenpluk getekend. Het RMC gaat met een aantal partijen, waaronder Werkzaak en SBB aan de slag met werkgevers en uitzendbureaus om in gesprek te gaan over de mogelijkheden van leren en werken, zodat meer jongeren alsnog een diploma halen naast hun werk.
Gezien de coronacrisis is de vraag in hoeverre dit komend jaar ook nog speelt en of er niet eerder sprake van een dreiging is dat werkgevers juist geen jongeren meer stage laten lopen of leer-werkplek beschikbaar stellen. Ook dat maken we bespreekbaar met de werkgever. Afhankelijk van de branche is de verwachting dat of het één of het ander aan de orde is en met werkgevers op maat afgestemd kan worden. 4. Aanpak specifieke doelgroepen Naast de groep kwetsbare jongeren, zoals bij punt 2 beschreven, zijn er nog meerdere specifieke doelgroepen kwetsbaar, waarbij een gezamenlijke aanpak van ketenpartners nodig is om ze mee te laten doen. Hierbij valt te denken aan statushouders, jongeren voor praktijkcoach, psychisch kwetsbaren, etc. Voor sommige groepen heeft een eerste verkenning plaatsgevonden, maar blijkt dat nader onderzoek en breder overleg nodig is voordat vastgesteld kan worden dat een specifieke aanpak nodig is. 5. Verbreden en verstevigen bovenregionale aanpak Afgelopen jaren heeft het RMC intensief met een aantal scholen buiten de regio samengewerkt om een sluitende verzuimaanpak 18+ op te zetten. Dit wordt nu ook voor de vsv'ers verder opgepakt en uitgewerkt. Ruim 60% van de uitval vindt bij scholen buiten de regio plaats. Specifiek de uitval op mbo niveau 3 en 4 krijgen aandacht. Deze uitval stijgt niet alleen binnen Rivierenland, maar ook bij de omliggende regio's.
Ook voor deze groep is een bredere, integrale aanpak nodig en is het noodzakelijk om met deze scholen te werken aan een bovenregionale aanpak voor deze uitvallers. Maatregel 6: Leerwerkbedrijf________________________________________________________ Het Leerwerkbedrijf is een samenwerking tussen ROC Rivor en verschillende werkgevers in Rivierenland waar jongeren aan de slag gaan die dreigen uit te vallen vanwege het ontbreken van een stage- of BPV-plek. Zij kunnen binnen dit Leerwerkbedrijf hun opleiding voortzetten en een startkwalificatie halen. Deelnemers gaan 2 dagen naar school en lopen 3 dagen stage. Stageactiviteiten binnen het Leerwerkbedrijf variëren van het verrichten van werkzaamheden als ZZP'er in een stagebedrijf, het eigen bedrijf of bij particulieren. Na het behalen van de startkwalificatie kunnen ze als ZZP'er blijven werken of bij bedrijf in dienst gaan. Eventueel kan dit met ondersteuning van Werkzaak worden bekeken. Jaarlijks doorlopen ca. 75 jongeren hun traject via deze route. Deze activiteit is gestart in 2017 en wordt de komende jaren voortgezet. Maatregel 7: Ouderbetrokkenheid____________________________________________________ In het laatste jaar van het vorige regionale plan vsv is een training ouderbetrokkenheid georganiseerd.
Deze richt zich op een methodiek waarbij medewerkers uit het onderwijs op een andere manier met ouders in gesprek gaan en meer gezamenlijk naar passende oplossingen van het kind kijken. Het is wenselijk om in 2021 in een tweede fase deze aanpak te verbreden en door middel van een regionale campagne ook ouders te betrekken. Om dit goed uit te kunnen voeren is
8
voor dit extra gedeelte in de RegioDeal een subsidie aangevraagd. Een extra stuk co-financiering vanuit het regionale programma vsv is hiervoor noodzakelijk. Indien nodig kan het budget de daaropvolgende jaren ook ingezet worden voor ouderbetrokkenheid. Uit een tussentijdse evaluatie moet blijken of dit nodig is.
9