CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

IN014-aanpak-opvang-vluchtelingen.pdf

Lijst ingekomen stukken 7 maart 2023, gemeente West BetuweBij agendapunt: C: C Informatie vanuit het college van B&W5.093 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatienota Datum vergadering Registratienummer Informatienotanummer Portefeuillehouder Bijlage(n) Onderwerp

: 7 maart 2023 : GZDGWB/837529/837523 : 2023/IN014 : Jan de Geus : Informatienota : Aanpak vluchtelingen

Onderwerp Aanpak vluchtelingen Kennisnemen van De stand van zaken rond de vluchtelingenaanpak Inleiding In het vervolg op de raadsupdate van december 2022 volgt hierbij een nota over de vluchtelingenaanpak. Het doel van deze nota is om u te informeren over de opgave waar onze gemeente in 2023 voor staat. Qua landelijke wet- en regelgeving is er op dit moment veel in beweging, het gaat hier dus nadrukkelijk om een momentopname. We bevinden ons in een overgangssituatie van een crisisaanpak naar een aanpak voor de langere termijn, ingekaderd door nieuwe wetgeving en overlegstructuren. Hieronder volgt een opsomming van de verschillende wetten en de wijzigingen. In bijlage 1 treft u definities en de geschatte opgave voor onze gemeente aan, gevolgd door bijlage 2 met daarin de ‘spreidingswet’ samengevat. Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne Vluchtelingen uit Oekraïne vallen onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) en hebben recht op fatsoenlijk onderdak, levensonderhoud en medische zorg. Door plotselinge en zeer hoge instroom van vluchtelingen uit Oekraïne en de al grote druk op het COA heeft het kabinet op 1 april 2022 het staatsnoodrecht geactiveerd. Onder het staatsnoodrecht kregen burgemeesters de wettelijke taak om zorg te dragen voor de opvang en verzorging van vluchtelingen uit Oekraïne.

Nu duidelijk is dat het conflict in Oekraïne naar verwachting langere tijd gaat duren en gemeenten nog enige tijd in de opvang en zorg blijven voorzien, creëert het kabinet een reguliere wettelijke basis voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Hierdoor kan het staatsnoodrecht weer buiten werking worden gesteld. De belangrijkste wijziging ten opzichte van het staatsnoodrecht is dat de verantwoordelijkheid voor opvang en zorg voor vluchtelingen uit Oekraïne verschuift van burgemeester naar het dagelijks bestuur van de gemeente: het college van burgemeester en wethouders. De wet is van tijdelijke aard, omdat de materiële en immateriële opvang van ontheemden uit Oekraïne op termijn (weer) door het COA uitgevoerd zal worden. Voordat dit mogelijk is, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Het COA zal over voldoende opvanglocaties en voldoende personele capaciteit moeten beschikken. Daarom staat niet op voorhand vast op welk moment het COA weer in de opvang van álle asielzoekers, waaronder ontheemden uit Oekraïne, kan voorzien. Deze wet vervalt daarom op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

7 februari 2023 Kenmerk GZDGWB/837529/837523 Pagina 2 van 15

In de basis betekent deze wet, na inwerkingtreding, dat gemeenten zorgen voor een eenduidig en uniform verstrekkingenpakket dat aansluit bij de verstrekkingen van het COA aan andere asielzoekers krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers. De coördinerende taak voor de opvang Oekraïne blijft in 2023 bij de VRGZ. Wijziging richtlijn derdelanders Oekraïne Op 4 maart 2023 vervalt het recht op tijdelijke bescherming op grond van de richtlijn voor derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne die zich voor 19 juli 2022 in Nederland hebben ingeschreven in de BRP. Deze derdelanders kunnen een asielaanvraag doen na 4 maart indien ze dat willen. Het gaat om personen met een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne, bijvoorbeeld vanwege werk of studie.

Wijzigingen in de Regeling Opvang Ontheemden Oekraïne (RooO) De regels rond het leefgeld worden per 1 februari 2023 strenger. Zo telt het totale gezinsinkomen mee bij het bepalen van de hoogte van het leefgeld. Dus als de ene partner werkt heeft dit gevolgen voor het recht op leefgeld voor de andere partner. Ook vindt er een staffel plaats waarbij de hoogte van het leefgeld per persoon lager wordt bij meerdere kinderen. Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (spreidingswet) De Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen beoogt een evenwichtiger verdeling van de asielopvanglocaties over het land. Gemeenten krijgen een wettelijke taak om asiel opvangplekken te realiseren. De regie op de uitvoering ligt bij de Provinciale regietafel (PRT). Daar is nu ook de regie op de taakstelling huisvesting statushouders belegd. De consultatie van de spreidingswet is afgerond. De streefdatum van inwerkingtreding was gesteld op 1 februari. Op dit moment gaat het ministerie er van uit dat de wet nog in het voorjaar in werking treedt. De gemeente (het college) is verantwoordelijk voor de spreidingswet en het leveren van passende locaties. Uw gemeenteraad komt in beeld als een bestemmingsplan gewijzigd moet worden om een opvanglocatie te kunnen realiseren.

In bijlage 2 vindt u een samenvatting van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen. Verschillende groepen vluchtelingen We hebben te maken met vier verschillende vluchtelingengroepen: statushouders, asielzoekers, alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) en Oekraïners. Van belang is ons te realiseren dat het voor alle groepen om wettelijke taken gaat die bij gemeenten belegd zijn of op korte termijn bij gemeenten belegd gaan worden. Hierbij is 2023 een overgangsjaar waarin de transitie van crisisaanpak naar het ontwikkelen van een reguliere werkwijze plaatsvindt. Vluchtelingen zijn er al sinds jaar en dag en zullen ook blijven (komen). De asielopvang crisis die in Nederland is ontstaan moet middels de ‘Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’ voorzien in een structurele oplossing. Om die reden alleen al is het niet aannemelijk dat op 1 januari 2024 de aantallen op te vangen vluchtelingen fundamenteel naar beneden zullen worden bijgesteld. Het college zet in 2023 in op het vertalen van wettelijke taken naar een plan van aanpak waarmee vorm

7 februari 2023 Kenmerk GZDGWB/837529/837523 Pagina 3 van 15

en inhoud wordt gegeven aan een structurele reguliere werkwijze voor het uitvoeren van de wettelijke taken rondom vluchtelingengroepen. Het college voert de opgave uit binnen de Rijksmiddelen. Ombouwen van crisisaanpak naar regulier werk betekent ook terug naar een regulier besluitvormingsproces, waarbij ons college binnen de gestelde kaders verantwoording aflegt aan uw gemeenteraad.

• • • • • •

Uitgangspunten vluchtelingenaanpak Wettelijke taken voeren we uit. De wettelijke taak beschrijft dat we opvang respectievelijk huisvesting moeten realiseren. De aantallen zijn door de gemeente niet te wijzigen. Als gemeente kunnen we de wijze waarop wij invulling willen geven aan die wettelijke taak aangeven. Dat doen we door uitgangspunten te formuleren in gemeentelijk beleid waarin we beschrijven binnen welke kaders de gemeentelijke vluchtelingenaanpak Deze uitgangspunten zijn tevens herkenbaar in de huidige aanpak: we houden ons aan wettelijke taakstelling we organiseren de opvang kleinschalig we zorgen voor spreiding binnen de gemeente we voeren de opvang uit samen met de samenleving we voeren de vluchtelingenaanpak uit binnen bestaande budgetten en vergoedingen we werken optimaal samen over de invulling van de taakstelling en mogelijke uitwisseling van doelgroepen met regiogemeenten Deze uitgangspunten geven kaders voor de organisatie om de uitvoering van de vluchtelingen aanpak als een reguliere taak op te pakken, waarbij uw raad het beleid vast stelt en geïnformeerd wordt over de realisatie. Om uw kaderstellende en controlerende taak uit te doen voeren. Een aantal bestaande beleidskaders bieden hiervoor handvatten: het beleidskader bouwen aan sociale kracht, de inclusie agenda, de woonvisie en de aanpak kerngericht werken.

Tenslotte bieden de crisisaanpak en de werkwijze met de partners en vrijwilligers rondom de locaties noodopvang Oekraïne en crisisnoodopvang Vuren waardevolle informatie en ervaringspraktijk voor een uitvoeringsorganisatie in 2023. De aantallen Op basis van landelijke cijfers, en op basis van inwoneraantallen hieronder een voorlopige inschatting van het aantal op te vangen vluchtelingen in 2023 voor West Betuwe in relatie tot de regionale opgave per vluchtelingengroep. Er vindt op reguliere basis overleg over de vluchtelingenstromen plaats met de gemeenten in de Veiligheidsregio Gelderland Zuid (VRGZ). Mogelijk kan er gekomen worden tot uitruil tussen de verschillende groepen. Wellicht vindt deze uitruil plaats op het niveau van de gemeenten in Rivierenland. Hieronder de getallen in regionaal verband en onze lokale opgave.

7 februari 2023 Kenmerk GZDGWB/837529/837523 Pagina 4 van 15

Huisvestingtaakstelling statushouders 1 juli 2023 (halfjaar!) VRGZ (14 gemeenten) Gemeenten in Regio Rivierenland (8) West Betuwe

728

Wettelijk aantal op te vangen asielzoekers 2023 2022

Wettelijk aantal op te vangen amv ‘s 2023 270

Taakstelling Oekraine 2023 ( 1 juli 2023) 3253

304

894

119

1435

63

185

25

297

De gemeente West Betuwe heeft ongeveer 9 % van het aantal inwoners van de VRGZ

Huisvestingstaakstelling statushouders West Betuwe De reguliere taakstelling verdubbelt naar verwachting bijna ten opzichte van vorig jaar. Voor de eerste helft van 2023 is dit 63. De verwachting voor heel 2023 is 130. De taakstelling voor 2022 bedroeg 70. Dat betekent dat we in 2023 voor 130 mensen huisvesting in sociale huurwoningen mogelijk moeten maken. De mutatiegraad in de eerste helft van 2022 voor sociale huurwoningen bedroeg 2%, oftewel

7 februari 2023 Kenmerk GZDGWB/837529/837523 Pagina 5 van 15

de huur van 82 woningen is opgezegd. Het is wellicht mogelijk om door middel van de tussenvoorziening of een flexwoning deels aan deze opgave te voldoen. Inspanning alleen reizende minderjarige vreemdelingen (amv’s) West Betuwe In een brief van 6 oktober 2022 vraagt de staatssecretaris van JenV gemeenten om 25-30 eengezinswoningen voor amv’s onder de hoede van het Nidos te realiseren. Aan de provincies wordt gevraagd om locaties te zoeken voor 50 tot 80 personen en eengezinswoningen of kleinschalige locaties tot 25 personen. Volgens de meest recente cijfers van de veiligheidsregio zou de opgave te huisvesten amv’s voor West Betuwe 25 zijn. Er zijn twee soorten amv’s, namelijk de jongeren die nog in de asielprocedure zitten (verantwoordelijkheid COA) en jongeren die al een verblijfstatus hebben (verantwoordelijkheid Nidos). Daarna vindt opvang in kleinschalige woonvoorzieningen plaats, waarbij er dag en nacht begeleiding en toezicht aanwezig is. Jongeren tot 15 jaar worden zoveel mogelijk opgevangen in gastgezinnen. Opgave Oekraine opvang West Betuwe Er zijn momenteel 359 Oekraïners ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente. De verdeling is: gemeentelijke opvang (GOO) 241 en de particuliere opvang (POO) 118. Degenen in de particuliere opvang tellen niet mee in de gemeentelijke opgave die 297 bedraagt op basis van de verdeling vanuit de Veiligheidsregio.

Uit bovenstaande blijkt dat Gemeente West Betuwe in 2022 ongeveer heeft voldaan aan de opgave om Oekraïense vluchtelingen, statushouders en asielzoekers op te vangen. De huisvestingstaakstelling voor statushouders in 2023 verdubbelt. Het naar verwachting aantal op te vangen asielzoekers (185) naar verwachting verviervoudigt ten opzichte van de CNO Vuren in 2022 (45). De gemeente daarnaast naar verwachting ook 25 amv’s moet opvangen. Locaties in onderzoek Via diverse kanalen komen af en toe tips binnen voor locaties ten behoeve van de huisvesting van vluchtelingen of statushouders. Naast een aantal eengezinswoningen voor statushouders, waarbij samengewerkt wordt met kerken en particulieren, zijn er enkele locaties in beeld voor het eerste kwartaal 2023. Het college onderzoekt op dit moment hoe te komen tot een aanpak van versnelde realisatie van de aanpak van de huisvesting spoedzoekers. Ter voorbereiding hierop heeft de afgelopen periode een locatiescan plaatsgevonden naar kansrijke percelen of panden voor flexwoningen, tijdelijke huisvestingsoplossingen en opvanglocaties. In de landelijke bestuurlijke afspraken van 2022 is ook aandacht besteed aan de oplossingen voor de middellange termijn in relatie tot de bredere wooncrisis.

De oplossing vraagt in deze bestuursperiode een samenhangend pakket van maatregelen op het gebied van flexibele woonvormen, kleinschalige voorzieningen en transformatie binnen onze gemeente.

7 februari 2023 Kenmerk GZDGWB/837529/837523 Pagina 6 van 15

Organisatorische inbedding De wettelijke vastlegging van de rol van gemeenten geeft ook aanleiding om de uitvoering van deze taak binnen de organisatie te bezien. We maken de omslag van crisis naar regulier, wettelijk werk. De afgelopen jaren heeft de organisatie alle schouders gezet onder de noodzakelijke crisisaanpak. Hiervoor zijn eigen mensen ingezet en is aanvullend een team aangetrokken om de locaties te managen. Nu we in de volgende fase van vluchtelingenopvang terecht zijn gekomen is dit regulier werk geworden en bereiden we een stevige inbedding voor in de staande organisatie. Om dit mogelijk te maken hebben wij onder meer een kwartiermaker aangetrokken. Kernboodschap Het college wil uw raad alvast meenemen in de vluchtelingenaanpak en de gevolgen die dit heeft voor de gemeente West Betuwe. Vervolg: Uitnodiging tot verdieping Op 7 februari is voor uw gemeenteraad een oriënterende beeldvormende bijeenkomst georganiseerd om te komen tot een gedeeld informatieniveau. Tijdens die bijeenkomst komen wij ook graag in gesprek over de wijze waarop we het proces voor de uitvoering van deze nieuwe wettelijke taak vormgeven. Daarbij kunnen we gebruik maken van de opgedane ervaringen. En welke ideeën er leven over vervolgactiviteiten. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om een praktijkbezoek te organiseren aan locaties en vluchtelingen, professionals en vrijwilligers te ontmoeten.

Bijlage(n) 2 Suggestie ter afhandeling Agenderen in een beeldvormende vergadering 7 februari 2023 Burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe, de gemeentesecretaris, de burgemeester, Philip Bosman Servaas Stoop

7 februari 2023 Kenmerk GZDGWB/837529/837523 Pagina 7 van 15

Bijlage 1 definities doelgroepen en huisvestingsvormen

Definities De woorden vreemdeling, vluchteling, asielzoeker en statushouder worden vaak door elkaar gebruikt. Ze betekenen allemaal wat anders. Een uitleg van de definities:

•

Vreemdeling Iemand die niet de Nederlandse nationaliteit heeft.

•

Vluchteling Iemand die zijn of haar land ontvlucht is en bang is voor vervolging of oorlog. Of iemand die vlucht voor een natuurramp

•

Asielzoeker Een vluchteling die zijn land heeft verlaten en in Nederland een asielaanvraag indient.

•

Oekraïense ontheemden Vluchtelingen uit Oekraïne noemen we ontheemden. Zij vallen tijdelijk onder een speciale regeling. Zij hoeven geen asiel aan te vragen en mogen zonder asielprocedure langere tijd in Nederland blijven.

•

Statushouder of vergunninghouder Een statushouder is een asielzoeker die een status (verblijfsvergunning) heeft gekregen. Woont iemand vijf jaar met een asielvergunning in Nederland en is goed geïntegreerd en ingeburgerd. Dit betekent dat diegene Nederlands spreekt en kent de Nederlandse samenleving goed kent. Diegene kan dan de Nederlandse nationaliteit aanvragen.

o Nareizigers Dit zijn de familieleden van de statushouder. Vaak zijn het de vrouw en kinderen. Zij arriveren meestal later en noemen we daarom nareizigers. Sinds oktober 2022 mogen nareizigers pas overkomen als de statushouder een passende woning heeft. Het kan ook zijn dat het minderjarig kind (AMV) eerst naar Nederland is gekomen, dan zij de ouders nareizigers. o Hervestigers De meeste vluchtelingen verblijven in de regio van hun herkomstland. Buurlanden vangen ze in vluchtelingenkampen op. Of ze zijn op zichzelf aangewezen. Er zijn vluchtelingen die vanwege hun kwetsbare situatie in aanmerking komen voor hervestiging. UNHCR, de VNvluchtelingenorganisatie, draagt deze kwetsbare vluchtelingen voor aan hervestigingslanden, zoals Nederland. Zij gaan vanaf Schiphol direct naar een woning. Nederland is verplicht om jaarlijks 500 van deze hervestigers op te nemen.

7 februari 2023 Kenmerk GZDGWB/837529/837523 Pagina 8 van 15

•

Alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) Dit zijn minderjarigen (jonger dan 18) van buiten de EU die zonder ouders naar Nederland zijn gekomen. Amv’s kunnen asielzoeker zijn (als de verblijfsvergunning nog niet is toegekend) of statushouder, (als de verblijfsvergunning is toegekend). Het Nidos is de voogdij-instelling die de wettelijke voogdij heeft over amv’s, vanwege de afwezigheid van ouders. Overigens wordt de leeftijdsgrens van 18 jaar binnenkort verhoogd naar 21 jaar.

Definities soorten opvang Nederland vangt verschillende vluchtelingen op in verschillende locaties. Hieronder volgt een overzicht. I Asielzoekers • Asielzoekerscentrum (azc) door COA Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) biedt asielzoekers onderdak in een asielzoekerscentrum (azc). Een azc heeft meestal ruimte voor 300 tot ongeveer 1.500 personen. • Aanmeldcentrum in Ter Apel Asielzoekers moeten zich in Nederland eerst melden bij het aanmeldcentrum van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in Ter Apel.. Daarna verblijven ze 3 tot 10 dagen in de centrale ontvangstlocatie in Ter Apel of Budel. Daar krijgen ze een medische intake, een tuberculosecontrole en het aanmeldgehoor van de IND. Tijdens de algemene asielprocedure verblijven asielzoekers in een procesopvanglocatie (pol). Krijgen ze een verblijfsvergunning. Of gaat de IND hun asielaanvraag verder beoordelen in de verlengde asielprocedure. Dan gaan ze naar een azc. Afgewezen asielzoekers mogen nog maximaal 28 dagen in een azc wonen. Dit is om hun vertrek uit Nederland voor te bereiden. Alleenstaande minderjarige vreemdelingen vangt het COA op in speciale locaties voor jongeren. •

Noodopvang (COA)

Is er niet genoeg plek in de asielzoekerscentra (azc)? Dan vangt het COA asielzoekers tijdelijk op in de noodopvang. Dit zijn tijdelijke locaties met minder voorzieningen dan de standaard opvanglocaties van het COA. Denk hierbij aan evenementenhallen. • Crisisnoodopvang (gemeenten/veiligheidsregio) Is er voor asielzoekers geen plek meer in de noodopvang? Dan regelen de gemeenten en veiligheidsregio's crisisnoodopvang. Dit is korte opvang in ruimtes die de overheid meestal inzet bij een ramp of crisis. In de dagelijkse praktijk zullen asielzoekers er echter langer dan een week verblijven. Dit komt omdat de reguliere azc-locaties overvol zitten. Om toch in voldoende opvangplekken voor asielzoekers te voorzien, hebben de Veiligheidsregio’s aan gemeenten de opdracht gegeven om extra crisisnoodopvangplekken te realiseren. Dit is vastgelegd in transitieplannen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan. De

7 februari 2023 Kenmerk GZDGWB/837529/837523 Pagina 9 van 15

noodopvangcapaciteit tot binnen de VRGZ van 1 januari tot 1 juli 2023 is 489 plekken. Deze vindt plaats op locaties in Nijmegen, Culemborg en Zaltbommel. Daarnaast is er een coa locatie in Tiel. II Oekraïners De opvang van de vluchtelingen uit Oekraïne gebeurt in eerste instantie in de crisisnoodopvang (CNO). Per Veiligheidsregio is daar een aantal plekken voor. Na verblijf van maximaal één week stromen zij door naar de gemeentelijke noodopvang Oekraïne (GOO) of naar particuliere opvang (POO), III Statushouders Statushouders die gekoppeld zijn aan de gemeente komen in aanmerking voor een sociale huurwoning. Om de doorstroom te versnellen, zijn onderstaande regelingen ontwikkeld waar gemeenten gebruik van kunnen maken. • HAR (Hotel en Accommodatieregeling) Onder verantwoordelijkheid van de gemeente krijgt een statushouder tijdelijk onderdak in bijvoorbeeld een hotel of recreatiewoning. Di is totdat er definitieve huisvesting beschikbaar komt in die gemeente. Statushouders die binnen de HAR naar de gemeente verhuizen, keren niet terug naar de COA-opvang. Zo kunnen zij ook eerder starten met hun inburgeringstraject. • Tussenvoorziening Een tussenvoorziening huisvest meerdere statushouders op een locatie. Het COA plaatst statushouders uit de opvanglocaties van het COA naar woonruimte binnen de gemeente (of regio).

De statushouders wachten in de tussenvoorziening nog steeds op een reguliere woning, maar verblijven niet meer in de COA-opvang. Zodra een statushouder verhuist van een COA-locatie naar de gemeente waar de tussenvoorziening staat, schrijft deze persoon zich in de gemeentelijke administratie in. Diegene telt dan mee voor de taakstelling. Een statushouder maakt (nog) geen gebruik van de andere woningen in de sociale woningvoorraad. De tussenvoorziening kan zelfstandig of onzelfstandig zijn. In dat laatste geval heeft de statushouder een eigen kamer of gedeelte van een woning. Verder zijn er gemeenschappelijke voorzieningen. Er zijn ook diverse mengvarianten wat betreft vorm, duur, omvang en financiering (vgl handreiking rijk). • Logeerregeling Wachten statushouders op toezegging van woonruimte door de gemeente? In die periode kunnen ze bij vrienden, familie of een gastgezin verblijven en gebruikmaken van de logeerregeling. Een logeerperiode duurt in principe maximaal drie maanden. In sommige gevallen kan deze periode in overleg worden verlengd na overleg tussen gastgezin en gast. IV Amv’s (Alleenreizende minderjarige vluchtelingen) Vanuit het Rijk wordt aan gemeenten gevraagd om extra amv’s op te vangen. Dit zijn zowel amv’s die nog in de asielprocedure zitten als amv’s die al een verblijfsvergunning hebben. Hieronder staat een overzicht van de opvangmogelijkheden.

7 februari 2023 Kenmerk GZDGWB/837529/837523 Pagina 10 van 15

•

•

•

Opvanggezinnen Nidos is verantwoordelijk voor de plaatsing van amv’s met of zonder verblijfsvergunning tot en met 14 jaar. Kleinschalige opvangplekken Nidos is verantwoordelijk voor de plaatsing van amv’s van 15+ met verblijfsvergunning. De dagelijkse zorg is uitbesteed aan plaatselijke jeugdzorginstellingen. Kleinschalige woonvoorzieningen (KWV) COA is verantwoordelijk voor de plaatsing van amv’s van 15+ zonder verblijfsvergunning en jongere amv’s die niet in een opvanggezin geplaatst kunnen worden.

Deze woonvoorzieningen hebben maximaal 16 tot 20 bedden en er is 24-uurs begeleiding aanwezig. Tenzij de jongeren in de woonvoorziening met minder begeleiding toe kunnen. Verschillende soorten woningen Om de doorstroom op de woningmarkt te versnellen, zijn er verschillende mogelijkheden. •

Flexwoning: Met flexwonen bedoelen we een vorm van wonen waarbij de locatie, het gebouw en/of de bewoner tijdelijk is. Het gaat dan bijvoorbeeld om: - Verplaatsbare woningen (de locatie is tijdelijk). - Een pand dat gesloopt gaat worden en zolang voor wonen wordt gebruikt (het gebouw is tijdelijk). - Permanente woonvoorzieningen waar mensen alleen met een tijdelijk huurcontract kunnen wonen (de bewoner is tijdelijk). Flexwoningen worden vaak in serie gebouwd, al dan niet prefab, en beschikken over alle nutsvoorzieningen.

•

Noodwoning: Huisvesting die beschikbaar komt wanneer zich plotseling een gevaarlijke situatie of ramp heeft voorgedaan. Mensen kunnen hierdoor de reguliere huisvesting niet gebruiken.

•

Tiny House: Een tiny house is een kleine, volwaardige, vrijstaande woning met een woonoppervlak van maximaal 50 m2. Het heeft een zo klein mogelijke ecologische ‘voetafdruk’. Ze zijn zelfvoorzienend op het gebied van energie en afval. Het is relatief makkelijk te verplaatsen. Een tiny house is vaak een individuele ontwikkeling. Dit in tegenstelling tot flexwoningen die meestal een projectmatig realisatie kennen. Een tiny house kan zowel op een tijdelijke als een permanente locatie staan.

7 februari 2023 Kenmerk GZDGWB/837529/837523 Pagina 11 van 15

•

Sociale huurwoning: Dit is een woning in bezit van een woningcorporatie. De huurprijs is tot 763,47 (prijspeil 2022). De sociale huurwoning wordt alleen toegewezen aan mensen met een laag inkomen. Aandeel sociale huurwoningen voor statushouders: 10% Uit onderstaand overzicht blijkt dat in 2021 10% van de vrijgekomen sociale huurwoningen is toegewezen aan statushouders.

7 februari 2023 Kenmerk GZDGWB/837529/837523 Pagina 12 van 15

Bijlage 2: Samenvatting spreidingswet asielopvang Het in de wet geschetste proces ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:

•

Capaciteitsraming JenV maakt eens in de twee jaar voor 1 februari bekend aan hoeveel opvangplaatsen er in de komende twee jaar landelijk naar verwachting behoefte zal zijn, daarbij wordt een indicatieve doorvertaling gemaakt naar gemeenten. Dit is gebaseerd op de Meerjaren Productie Prognose die door het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt opgesteld. Hoe die vaststelling plaatsvindt, wordt nog uitgewerkt in een AMvB. • Aanhouden of creëren van duurzame opvangplaatsen Op de capaciteitsraming wordt het aantal beschikbare duurzame opvangplaatsen in mindering gebracht. Dit gaat ten eerste om de bestaande ‘duurzame voorraad’ van COA. Die gemeenten die reeds een duurzame opvangvoorziening mogelijk maken kunnen aangeven of zij die willen laten opnemen in de duurzame voorraad. Daarnaast kunnen gemeenten voor 1 mei ook aangeven dat zij duurzame opvangplaatsen ter beschikking willen stellen. Het gaat hierbij om locaties of accommodaties van 100 opvangplaatsen, die voor een minimale periode van 5 jaar beschikbaar gesteld worden. We kunnen als gemeente er ook voor kiezen om zelf een kleinschalige locatie in beheer en exploitatie te hebben. Het college heeft het primaat, maar als het bestemmingsplan gewijzigd wordt is de Raad aan zet.

•

Specifieke uitkering

Gemeenten die uiterlijk 1 mei duurzame opvangplaatsen ter beschikking stellen, kunnen hiervoor een specifieke uitkering aanvragen van € 2.500 per opvangplek (dit bedrag staat niet als zodanig in het Wetsvoorstel, maar is wel gecommuniceerd). Een gemeente kan alleen beroep doen op deze uitkering als er meer opvang wordt geboden dan de gemeente op basis van de indicatieve doorvertaling van de capaciteitsraming zou moeten doen. Deze uitkering staat los van de reële compensatie van de extra kosten die gemeenten moeten maken voor het mogelijk maken van de opvangvoorzieningen en kan door gemeenten vrij besteed worden. Als gemeenten gebruik maken van deze specifieke uitkering, worden de op die manier gerealiseerde plekken afgetrokken van de landelijke opgave. De plekken worden afgetrokken van het landelijk te realiseren totaal, waardoor dus maar een deel van de plekken uiteindelijk afgetrokken wordt van het door de provincie te realiseren aantal. Gemeenten die wel duurzame locaties realiseren maar er voor kiezen geen gebruik te maken van de specifieke uitkering, kunnen deze plekken later inbrengen aan de Provinciale

7 februari 2023 Kenmerk GZDGWB/837529/837523 Pagina 13 van 15

Regietafels (PRT’s). Deze plekken tellen dan wel mee in de realisatie van de provinciale opgave; de provinciale opgaaf wordt in dit geval dus verminderd met het aantal vrijwillig ingebrachte plekken aan de PRT. • Provinciale opgave Op 1 mei wordt op basis van de capaciteitsraming, rekening houdend met het reeds beschikbare aantal duurzame opvangplaatsen (inclusief de duurzame plekken die gemeenten tussen februari en mei aangemeld hebben en waarvoor gemeenten een specifieke uitkering van 2500 euro per plek hebben aangevraagd) en de nieuwe duurzame plaatsen die binnen 12 maanden vanaf 1 februari beschikbaar gaan komen, de provinciale opvangopgave vastgesteld. Stel de capaciteitsraming is op 1 februari 2023 55.000 en er zijn 15.000 bestaande duurzame opvangplaatsen die nationaal worden ingebracht en 30.000 nieuwe bestaande duurzame opvangplaatsen die nationaal worden ingebracht dan is de resterende nationale opgave 10.000. Deze wordt vervolgens vertaald naar 12 provinciale opgaves. Deze opgave is gebaseerd op het inwonersaantal en wordt door de Minister bekendgemaakt en bepaald. Bij de provinciale opgave wordt ook een indicatieve verdeling naar het aantal benodigde opvangplaatsen per gemeente gegeven, ook deze is gebaseerd op het inwoneraantal.

• Overleg en verslag Vanaf 1 mei wordt aan de Provinciale Regietafels (PRT’s) overlegd over de verdeling van de provinciale opgave tussen de gemeenten in de betreffende provincie. Dit resulteert in een verslag van de CdK aan de Minister op uiterlijk 1 juli van hetzelfde jaar. • Specifieke uitkering Gemeenten die na 1 mei duurzame opvangplaatsen ter beschikking stellen, kunnen hiervoor een specifieke uitkering aanvragen van € 1.500 per opvangplek. Een gemeente kan alleen beroep doen op deze uitkering als er meer opvang wordt geboden dan de gemeente op basis van de indicatieve doorvertaling van de capaciteitsraming zou moeten doen. Deze uitkering staat los van de reële compensatie van de extra kosten die gemeenten moeten maken voor het mogelijk maken van de opvangvoorzieningen en kan door gemeenten vrij besteed worden. Als gemeenten gebruik maken van deze specifieke uitkering, worden de op die manier gerealiseerde plekken afgetrokken van de provinciale opgave. Daarnaast geldt dat als provinciale opgave voor meer dan 75% wordt ingevuld over de meerplaatsen € 1.500 per opvangplek wordt verstrekt te verdelen over die gemeenten die binnen de provinciale opgave meer plekken realiseren dan zij op basis van de indicatieve doorvertaling zouden moeten doen.

• Verdeelbesluit De Minister neemt voor 1 september een besluit, per provincie, over de verdeling van het aantal vereiste opvangplaatsen voor de duur van de twee daarop volgende kalenderjaren. Wanneer in het verslag van de CdK een sluitende en uitvoerbare verdeling zichtbaar is, neemt de Minister deze over. Wanneer uit het verslag geen sluitende en uitvoerbare verdeling blijkt, wordt de verdeling door de Minister bepaald. Het verdeelbesluit kan bij bijzondere omstandigheden (hierbij wordt o.a. gedacht aan oorlog en/of natuurrampen) tussentijds worden herzien. • Realiseren opvanglocaties Het College zorgt er voor dat het aantal plekken zoals genoemd in het Verdeelbesluit ter beschikking gesteld wordt aan COA door een opvangvoorziening mogelijk te maken in de gemeente. Dat gebeurt

7 februari 2023 Kenmerk GZDGWB/837529/837523 Pagina 14 van 15

standaard binnen 6 maanden, tenzij in het verdeelbesluit een andere termijn afgesproken is. Op het moment dat de opvangplaatsen ter beschikking gesteld worden, moeten deze voldoen aan de wettelijke eisen volgens de wet COA en overige wettelijke eisen voor gebouwen met een woonfunctie. In de Wet COA wordt een artikel toegevoegd waarin bepaald wordt dat de Minister in een Ministeriele regeling nadere eisen kan stellen aan opvangvoorzieningen, zowel voor reguliere opvang als voor amv’s. Binnen deze periode moeten ook eventuele noodzakelijke gemeentelijke vergunningen door het College verleend worden. Ook moet de Raad binnen deze periode zorgdragen voor het aanpassen van het bestemmingsplan of de beheersverordening als dat nodig is. Wanneer het in de praktijk toch niet (lijkt) te lukken om de vergunningen tijdig rond te krijgen of de locaties te realiseren, dan meldt het College dit meteen aan de Minister. • Vergoeding van gemeenten De volgende vergoedingen zijn opgenomen in het wetsvoorstel: o Gemeenten worden middels een specifieke uitkering vergoed voor de kosten die voortvloeien uit de uitvoering van de wet. Om de hoogte van deze uitkering te bepalen wordt nog onderzoek gedaan. o Daarnaast kan een specifieke uitkering worden verstrekt als gemeenten “opvangplaatsen van bijzondere aard” realiseren. Er is nu nog niets bekend over de hoogte van die uitkering.

o Daarnaast kan een gemeente een beroep doen op de eerdergenoemde vergoeding van 2500 euro per plek (per cyclus van 2 jaar), mits aan een “bepaald minimumaantal opvangplaatsen en een minimale beschikbaarheid in de tijd” voldaan wordt en zij de opvangplaatsen voor 1 mei aanbieden. Concreet betekent dit dat een gemeente minimaal 100 plekken gedurende minimaal 5 jaar moet aanbieden om in aanmerking te komen voor een vergoeding van 2500 voor extra plekken boven de 100 gerealiseerde opvangplekken. o Gemeenten die duurzame opvangplaatsen na 1 mei aanbieden kunnen een beroep doen op een eenmalige vergoeding van 1500 euro per plek, mits aan een “bepaald minimumaantal opvangplaatsen en een minimale beschikbaarheid in de tijd” voldaan wordt. Tot slot geldt dat de provincie en gemeenten tezamen nog een extra uitkering kunnen krijgen in de vorm van een SPUK. Als namelijk de provinciale opgave voor meer dan 75% wordt ingevuld dan kan over de meerplaatsen € 1.500 per opvangplek wordt verstrekt te verdelen over de provincie en die gemeenten die binnen de provinciale opgave meer plekken realiseren dan zij op basis van de indicatieve doorvertaling zouden moeten doen en niet al eerder een beroep hebben gedaan op een SPUK. De verstrekking gebeurt naar rato. Besteding van deze uitkering is vrij.

•

Plaatsing asielzoekers Het COA bepaalt in welke voorziening een asielzoeker geplaatst wordt en kan ook kiezen een asielzoeker over te plaatsen. Dat is in ieder geval aan de orde als een locatie gesloten wordt, maar ook als het helpt voor een doelmatige en doeltreffende asielprocedure. • Exploitatie locaties De exploitatie van de locaties gebeurt door het COA. Het COA kan echter ook met het College van

7 februari 2023 Kenmerk GZDGWB/837529/837523 Pagina 15 van 15

B&W overeenkomen dat de gemeente de locatie exploiteert. Voor de exploitatie door gemeenten kunnen in een AMvB nadere regels gesteld worden. • Monitoring en toezicht Binnen twee jaar na inwerkingtreding van de wet stuurt de Minister een invoeringstoets naar de Kamer, waarin uitgewerkt wordt wat de effecten van de wet in de praktijk zijn. Binnen vier jaar (na inwerkingtreding) volgt een wetsevaluatie. Ook brengt de Minister binnen 4 jaar een voorstel in procedure om het toezicht op de gemeentelijke taak definitief vorm te geven. Uitgangspunt van de wet is dat gemeenten de medebewindstaak die hen op basis van het verdeelbesluit is toebedeeld uitvoeren. Op de uitvoering vindt de eerste vier jaar toezicht plaats door de Minister. • Overgangsvoorziening Omdat het na inwerkingtreding van de wet nog een tijd kan duren voor op basis van de systematiek in de wet plekken beschikbaar komen, is een overgangsbepaling opgenomen in de wet. Deze bepaalt dat zodra de wet in werking treedt, de Minister bekendmaakt aan hoeveel plaatsen de komende twee jaar behoefte is. Ook maakt hij een indicatieve verdeling over gemeenten. Vanaf dat moment kunnen gemeenten direct na inwerkingtreding voor een periode van 4 maanden opvangplaatsen beschikbaar stellen, tegen een specifieke uitkering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/619/documents/11908