CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

IN012-Zienswijzen-gemeenschappelijke-regelingen-als-gevolg-van-wijzigingen-van-de-Wgr1.pdf

Beeldvormende vergadering(en) 9 januari 2024, gemeente West BetuweBij agendapunt: 21,00 uur: Planning besluitvormingsproces implementatie wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen2.089 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatienota Datum vergadering Registratienummer Informatienummer Portefeuillehouder Bijlage(n) Onderwerp

: 30 januari 2024 : GZDGWB1012407/1288381 : IN012 : Servaas Stoop :: Zienswijzen gemeenschappelijke regelingen als gevolg van wijzigingen van de Wgr

Onderwerp Zienswijzen gemeenschappelijke regelingen als gevolg van wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)

Kennisnemen van Aandachtspunten van het college van burgemeester en wethouders tot het overwegen van een zienswijze op de gewijzigde teksten van de gemeenschappelijke regelingen.

Inleiding Het raadsvoorstel voor het geven van een zienswijze bevat geen voorstel vanuit het college. Gelet op de omvangrijke teksten wil het college van burgemeester en wethouders met deze raadsinformatienota een aantal aandachtspunten meegeven om een zienswijze te overwegen. Deze aandachtspunten bestaan uit een generiek deel voor alle gemeenschappelijke regelingen en een specifiek deel voor een aantal gemeenschappelijke regelingen. Bij het wijzigen van de teksten is (zoals bij de voorbereiding van de Wgr regionaal afgesproken) telkens een keuze gemaakt tussen de volgende varianten: Variant 1: specifiek In de GR specifiek en expliciet vastleggen hoe het instrument ingevuld wordt in alle concrete gevallen. Variant 2: dynamisch In de GR dynamisch en flexibel vastleggen welke ruimte aan het bestuur van het samenwerkingsverband wordt gelaten om het instrument in te vullen en toe te passen in concrete gevallen. Variant 3: minimaal In de GR alles vastleggen wat er nodig is om aan de gewijzigde Wgr te voldoen, zonder daar dynamische of specifieke elementen aan toe te voegen. Eventuele dynamiek en specifieke invulling zal in de toekomst in concrete gevallen moeten blijken. Aan de hand van deze drie varianten en de voorkeur uit de tweede raadsbijeenkomst op 25 september 2023 zijn de instrumenten voor elk samenwerkingsverband afgewogen.

Er is daarbij input opgehaald van een (beperkt) deel van alle raden. Het gaat daarbij over de volgende onderwerpen met een keuzevariant: 1. Actieve informatieplicht (voorkeur raadsavond: dynamisch, raden kunnen periodiek worden meegenomen bij actualisatie informatieprotocol) 2. Participatie inwoners en belanghebbenden (voorkeur raadsavond: dynamisch, de raden worden voorafgaand bij keuze participatie betrokken)

3 januari 2024 Kenmerk GZDGWB1012407/1288381

3. Gemeenschappelijke adviescommissie (voorkeur raadsavond: minimale variant, het traject van kring van de griffiers wordt gevolgd) 4. Zienswijze over specifieke besluiten (voorkeur raadsavond: dynamische variant, het is op voorhand niet altijd duidelijk ten aanzien van welke besluiten het vragen van een zienswijze toegevoegde waarde heeft) 5. Evaluatie (voorkeur raadsavond: dynamisch, bij voorkeur in het midden van een raadsperiode) 6. Uittreding (voorkeur raadsavond: dynamisch, bij specifieke uitredingsregeling eventueel meenemen bij evaluatie)

Kernboodschap Generieke aandachtspunten Hieronder worden de onderwerpen met een keuzevariant (1 tm 6) besproken. Punt 7 is een aandachtspunt vanuit het door 8 gemeenten opgestelde informatieprotocol Rivierenland. 1. Actieve informatieplicht Bijna alle GR-en kiezen voor de minimale variant: Er wordt volstaan met de algemene bepaling dat het bestuur (algemeen en dagelijks) gevraagd en ongevraagd aan de raden alle inlichtingen verstrekt door toezending die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid. VRGZ kiest voor een dynamische variant, gelijk aan de minimale variant waarbij verbinding wordt gelegd tussen de Wet open overheid en het opstellen van een informatieprotocol. Aandachtspunt: afweging om het bepalen van de informatieplicht af te dwingen via een informatieprotocol of per geval aan het bestuur over te laten. 2. Participatie inwoners en belanghebbenden Er is een mix tussen de minimale en dynamische variant, waarbij de minimale variant uitgaat van participatie via de gemeenten en de dynamische variant waarbij het Algemeen Bestuur besluit hoe participatie wordt georganiseerd, eventueel via een zienswijze. Avri en Werkzaak kiezen er voor ook een participatieverordening op te nemen.

Aandachtspunt: afweging om participatie via de gemeente te laten verlopen of gemeenschappelijke regelingen dit zelf te laten organiseren, eventueel via een participatieverordening. 3. Gemeenschappelijke adviescommissie Voor zover van toepassing wordt aangesloten bij de minimale variant waarbij een eventuele gemeenschappelijke adviescommissie onderdeel is van uitvoering van het door de gemeenteraad vastgesteld plan van aanpak. Aandachtspunt: afweging om bij de eventuele wens van een gemeenschappelijke adviescommissie dit al te laten opnemen in de betreffende gemeenschappelijke regelingen. 4. Zienswijze over specifieke besluiten De meeste gemeenschappelijke regelingen sluiten aan bij de dynamische variant (eventueel met een specifieke aanvulling): In de GR bepalen dat alle besluiten die aanzienlijk politiek of financieel belang hebben door het (algemeen) bestuur ter zienswijze aan de raden moeten worden voorgelegd. Aandachtspunt: afweging om in de GR expliciet vast te leggen op welke besluiten (naast de wettelijk

3 januari 2024 Kenmerk GZDGWB1012407/1288381

verplichte, zoals bijvoorbeeld de conceptbegroting) zienswijze gegeven moet worden (variant 1 specifiek). Nu ligt de afweging bij het Algemeen Bestuur.

5. Evaluatie De gemeenschappelijke regelingen gaan uit van de dynamische variant: Opnemen in de GR dat op verzoek van één of meer van de deelnemers evaluatie gestart kan worden en dat het (algemeen) bestuur beslist over het wel of niet en over de onderzoeksopdracht. Ook kan een maximum worden opgenomen, bijvoorbeeld maximaal eens in de drie jaar, of eens in de vijf jaar. Eventueel kan worden opgenomen dat het besluit om wel of niet te evalueren of de onderzoeksopdracht ter zienswijze aan de raden wordt voorgelegd. Er zijn echter wel een aantal verschillen tussen de gemeenschappelijke regelingen. De meeste regelingen kiezen voor een evaluatie op verzoek, met eventueel een maximum per bepaalde tijdsperiode. Alleen BWB en GGD kiezen voor een evaluatie elke 4 en 6 jaar. BSR vraagt daarnaast specifiek om evaluatiecriteria bij de gemeenteraden. Aandachtspunt: afweging om bij specifieke gemeenschappelijke regelingen standaard een evaluatie per tijdsperiode op te nemen en evaluatiecriteria bij de gemeenteraden voor te leggen. 6.

Uittreding De meeste gemeenschappelijke regelingen gaan uit van de minimale variant: In de GR opnemen welke kaders in ieder geval gelden voor het proces en voor de bepaling van de uittreedsom en op basis van die kaders het algemeen bestuur een uittredingsrichtlijn laten vaststellen, eventueel nadat deze uittredingsrichtlijn aan de raden ter zienswijze is voorgelegd. Alleen Avri heeft er voor gekozen een uitgebreide uittredingsregeling op te nemen in de GR waarbij zowel op proces als op inhoud zoveel als mogelijk wordt opgenomen hoe een uittreding in zijn werk gaat en welke gevolgen dit heeft voor zowel de uittredende deelnemer, als voor het openbaar lichaam en de achterblijvende deelnemers. Dit sluit aan bij variant 1 specifiek. Daarnaast is er ook verschil tussen regelingen die wettelijk verplicht zijn om aan deel te nemen en uittreding alleen van toepassing kan zijn bij een gemeentelijke herindeling buiten de regio/provincie. Aandachtspunt: afweging om uitgebreide uittredingsregeling op te nemen bij de gemeenschappelijke regelingen. 7. Toepassen informatieprotocol Rivierenland Naar aanleiding van eerder aangenomen moties is in Rivierenland door de 8 gemeenten een informatieprotocol opgesteld om voldoende tijd te creëren in het beoordelen en afstemmen van stukken (dit gaat om een ander informatieprotocol dan genoemd bij punt 1 actieve informatieplicht).

Om opnieuw voldoende tijd te borgen in de teksten van de gemeenschappelijke regelingen is het wenselijk dit daadwerkelijk hierin op te nemen. Aandachtspunt: afweging om de gemeenschappelijke regelingen te verzoeken de GR-tekst zodanig te wijzigen dat de (aanlever)termijnen van de P&C-producten aansluiten bij het informatieprotocol van de gezamenlijke GR’en in Rivierenland. Uiteraard voor zover deze niet in strijd zijn met de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen. Zoals conform bestendig beleid: • de Kadernota/-brief vóór 1 december van het tweede jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, naar ons moet zenden; • de ontwerpbegroting uiterlijk 15 april voorafgaande aan het begrotingsjaar naar ons moet zenden.”

3 januari 2024 Kenmerk GZDGWB1012407/1288381

Specifieke aandachtspunten 1. Uittredingsbepaling Omgevingsdienst Rivierenland In de gewijzigde tekst van Omgevingsdienst Rivierenland is de volgende uittredingsbepaling opgenomen: Artikel 32. Uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer met inachtneming van artikel 1 van de wet.. 2. Het uittredingsbesluit van een deelnemer wordt niet later genomen dan een jaar voorafgaand aan de datum waarop de uittreding plaatsvindt. Uittreding is slechts mogelijk per 1 januari. 3. Het algemeen bestuur inventariseert binnen zes maanden na de opzegging de gevolgen van uittreding na overleg met de deelnemers in een uittredingsplan waartoe in ieder geval behoren: a. de juridische, organisatorische en personele gevolgen zoals de toewijzing, terugname of overname van medewerkers; b. de financiële gevolgen, waaronder in ieder geval frictiekosten, desintegratiekosten en gevolgschade over een periode van vijf jaar, alsmede de betaling ineens of de afbouw van de bijdrage en over welke periode het ontbreken van dekking voor vaste kosten dient te worden gecompenseerd. 4. De financiële gevolgen worden gebaseerd op de begroting van het jaar na het besluit tot uittreding, waarbij de financiële effecten op de datum van uittreding worden meegenomen. 5.

De financiële gevolgen zullen worden bepaald door het algemeen bestuur, na controle door een gezamenlijk te benoemen expert. 6. Uiterlijk 6 maanden na het moment van het besluit van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. 7. De uittredende deelnemer is gehouden de definitieve uittreedsom binnen 6 maanden na de in lid 6 bedoelde vaststelling te voldoen. Het algemeen bestuur kan in afwijking hiervan een andere betalingsregeling vaststellen. 8. De financiële gevolgen van de uittreding worden door de uittredende deelnemer gedragen. 9. Het dagelijks bestuur ziet toe op de naleving van de verplichtingen uit dit artikel. Gelet op het terughalen van de vergunningverlening bouwen en mogelijk toezicht en handhaving is het van belang specifiek naar dit artikel te kijken. De financiële gevolgen worden berekend over een periode van 5 jaar. Het is daarmee niet logisch en redelijk de financiële gevolgen binnen 6 maanden te voldoen. Aandachtspunt: afweging om de financiële gevolgen, berekend over een periode van 5 jaar, de betalingen standaard te faseren over een periode van 3 jaar. Dit betekent een aanpassing van artikel 32 lid 7. 2.

Regio Rivierenland van gemengde regeling naar collegeregeling Voor Regio Rivierenland is gekeken naar de vraag in hoeverre bij de gemeenschappelijke regeling nog steeds sprake is van een gemengde regeling nu de enige raadsbevoegdheid die ingebracht wordt subsidieverlening is, die de Regio Rivierenland ook op eigen titel kan doen. Een collegeregeling lijkt in de huidige tijd meer passend. Dit is het voorstel dat wordt gedaan op basis van de besluitvorming in het AB van Regio Rivierenland. Hiervoor is een specifiek memo opgesteld en wordt het volgende meegegeven: De gewijzigde Wgr biedt een verbeterd en effectief instrumentarium om de kaderstellende en controlerende rol van de raden op gemeenschappelijke regelingen te versterken. Vooraf bepaalt de raad de koers en stelt kaders voor de regionale samenwerkingstaken. Tijdens de uitvoeringsfase is er inbreng via de zienswijze procedure en achteraf vervult de raad zijn controlerende rol en legt het eigen bestuurslid verantwoording af.

3 januari 2024 Kenmerk GZDGWB1012407/1288381

De colleges zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van wetten en de concrete taken binnen de gestelde kaders. Het bestuur van het samenwerkingsverband wordt bemand door collegeleden, en zij worden ter verantwoording geroepen door de raden van hun achterban. De raden komen hierdoor beter in positie dan wanneer zij zelf deelnemer zijn. Als raden deelnemer zijn, is er sprake van een dubbele rol (enerzijds als deelnemer (en daarmee verantwoordelijk als eigenaar) en anderzijds als controleur van het college). Het komt zogezegd de rolzuiverheid ten goede als raden aan de voorkant kaders kunnen stellen en achteraf om verantwoording vragen om daarmee te controleren wat er is gebeurd. Dit sluit bovendien goed aan op de dualisering die sinds 2015 slechts beperkt is doorgevoerd in de Wgr. Bij Regio Rivierenland is de implementatie daarvan nog niet doorgevoerd De meeste GR’en in ons gebied zijn inmiddels collegeregelingen, waarbij duidelijk is dat het bestuur wordt ingevuld door collegeleden. Bij een gemengde regeling kunnen er nl. ook raadsleden in het bestuur benoemd worden. Dat gebeurt overigens in de praktijk van Regio Rivierenland al jaren niet meer.

Regio Rivierenland kan vanaf 1 juli 2024 verdergaan als collegeregeling en dezelfde dossiers blijven uitvoeren als voor de wijziging en met meer grip vanuit de raden dan voorheen het geval was door een uitgebreider en effectiever instrumentarium. Aandachtspunt: afweging om Regio Rivierenland naar een collegeregeling om te vormen en daarmee geen gemengde regeling meer te laten zijn.

Consequenties De aandachtspunten dienen voor de gemeenteraad om een eventuele zienswijze te overwegen op de voorgenomen wijzigingen.

Financiën Er zijn geen financiële consequenties.

Communicatie Deze raadinformatienota wordt op de dag van de beeldvormende vergadering aan de gemeenteraad aangeboden en komt mogelijk ook al (mondeling) aan bod om als hulpmiddel te dienen voor de oordeelsvormende en besluitvormende vergaderingen in januari.

Vervolg Na het indienen van eventuele zienswijzen zal de gemeenteraad om toestemming worden gevraagd voor het definitief wijzigen van de gemeenschappelijke regelingen. Zie hiervoor verder het raadsvoorstel.

Bijlage(n) -

Suggestie ter afhandeling Ter afweging van eventuele zienswijzen hanteren.

Burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe, de gemeentesecretaris, de burgemeester, Philip Bosman Servaas Stoop

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/661/documents/14568