CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

Getekende-zienswijze-gemeente-West-Betuwe-rijksinpassingsplan-radar-Herwijnen-geanonimiseerd.pdf

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente West BetuweBij agendapunt: 3: Vaststellen gezamenlijke zienswijze van het college en de gemeenteraad van West Betuwe op de voorgenomen besluiten van het Ministerie van Defensie over de radartoren Herwijnen4.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

WEST BETUWE Behandeld door

AANGETEKEND

Erwin Donga

Bureau Energieprojecten

Doorkiesnummer +31345728445

Inspraakpunt Radarstation Herwijnen Postbus

117

9200

Drachten

AC

Erwin.Donga@WestBetuwe.nl Datum 25 januari 2024 Kenmerk GZDGWB/1259549/1311902 Pagina 1 van 7

TEVENS

DIGIT;

INDEN

Onderwerp: zienswijze op het ontwerp-Rijksinpassingsplan radar Herwijnen Beste meneer/mevrouw,

Het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van de Gemeente West Betuwe dienen met het onderstaande een zienswijze in naar aanleiding van de publicatie van

een ontwerp-Rijksinpassingsplan voor een radarstation in Herwijnen. Het college doet dat mede voor de publiekrechtelijke rechtspersoon de gemeente West Betuwe.

Wij komen tot de conclusie dat het ontwerp niet doorgezet dient te worden. Wij verzoeken u dan ook om het ontwerp in te trekken. Het doet geen recht aan wensen van de landelijke

volksvertegenwoordiging. Het doet evenmin recht aan de bestuurlijke verhoudingen zoals ze volgens ons zouden moeten zijn. Ook juridisch is het problematisch. Er zijn belangrijke procedurele voorschriften welbewust ontgaan waardoor de belangrijke nieuwe Omgevingswet gepasseerd wordt. De thans voorgenomen locatie lijkt de meeste gezondheidsbedreiging van alle overwogen locaties te kennen. In een tijd van groeiende aandacht voor het voorzorgsbeginsel en de bescherming van de gezondheid langs juridische weg, is het onaanvaardbaar om voor tientallen jaren zo’n keuze voor de grootste gezondheidsbelasting van inwoners te maken. Ook op het vlak van natuur en milieu laten het ontwerp en de bijbehorende toelichting belangrijke punten onderbelicht.

Wij roepen nog in herinnering dat de gemeenteraad van de voormalige gemeente Lingewaal in de openbare vergadering van 11 oktober 2018 een vergelijkbaar bestemmingsplan voor een vergelijkbaar radarstation op dezelfde [ocatie juist niet heeft vastgesteld. Dat heeft de raad destijds met een uitgebreid gemotiveerd besluit gedaan. Wij vertrouwen het besluit bij u bekend, maar voegen het volledigheidshalve toe (bijlage 1). Alles wat de gemeenteraad destijds constateerde, staat nog onverkort overeind. Wij verwijzen daarom volledigheidshalve naar de overwegingen van toen en onderschrijven die ook thans uitdrukkelijk. De Staat en/of de Minister van Defensie heeft dat besluit destijds aanvaard door daartegen geen rechtsmiddelen aan te wenden. De

pr-

ontgaan Omgevií

Het ontwerp-Rijksinpassingsplan is ongeveer twee weken voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage gelegd. Daarmee wordt participatie, die is opgenomen in het instrument van het projectbesluit als bedoeld in de Omgevingswet ontgaan. Dat klemt te

Gemeente

West Betuwe

25 januari 2024 Kenmerk

GZDGWB/1259549

Pagina 2 van 7

meer, nu de ook vereiste procedure voor verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw nog niet gestart wordt. Zo wordt van begin af aan versnippering in besluitvorming bevorderd en de doelstelling van het nog te bespreken eerdere besluit ten behoeve van gecoördineerde besluitvorming geschaad.

Bovendien is het ontwerp — kennelijk om aan de Omgevingswette ontkomen - net voor de kerstperiode ter inzage gelegd. Toch is ondanks uitdrukkelijk verzoek en in strijd met eerdere uitlatingen, vastgehouden aan een strikte termijn van zes weken voor indiening van zienswijzen. Wij vragen daarom thans en derhalve tijdig alsnog om ten minste twee weken te verkrijgen, zodat wij onze zienswijze mondeling of schriftelijk kunnen toelichten. Daarbij spreekt het uiteraard voor zich dat wij ook separaat willen reageren op uitkomsten van technische briefings.

Bij de strekking van de Omgevingswet zou het overigens het meest passen wanneer het onderhavige ontwerp netjes wordt ingetrokken, zodat een eventueel nieuw voornemen

alsnog integraal onder het stelsel van de Omgevingswet valt. Dan wordt er alsnog recht gedaan aan een integrale beoordeling van het buitengewoon ingrijpende voornemen tot

wijziging van de fysieke leefomgeving ten nadele van onze bewoners, want dat is het onderhavige voornemen hoe dan ook. Een integrale beoordeling waarbij ook aspecten van

gezondheid belangrijk zijn, is nu juist één van de belangrijke doelstellingen die de wetgever met de Omgevingswet heeft. Het is niet best dat bij uitstek de landelijke overheid bij zo'n belangrijk project na jaren van discussie op de valreep nog het voortouw neemt om dergelijke belangrijke verworvenheden van de Omgevingswet welbewustte ontgaan, en ogenschijnlijk wegioopt voor de belangrijke rol die aan de gezondheid is toegekend voor de beoordeling van ingrepen in de fysieke leefomgeving. Nu de eveneens vereiste procedure voor verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw nog niet gestart is, verdient het verre de voorkeur om alsnog afstand te nemen van de niet fraaie, gekunstelde scheiding die thans ondernomen wordt en alsnog de koninklijke weg te kiezen van de procedure onder de Omgevingswet. De

procedure:

passeren

besluit

Rijkscoördinatieregelin

Het voorliggende ontwerp doet evenmin recht aan het besluit tot toepassing van de

Rijkscoördinatieregeling van 7 juni 2019 (Staatscourant nr. 8758 van 14 februari 2020). Het ontwerp versnippert procedures en belemmert de eenduidigheid voor belanghebbenden. Dat was nu juist niet de bedoeling van dat eerdere besluit. Niet voor niets is in de toelichting bij dat besluit opgenomen: “Toepassing van de Rijkscoördinatieregeling waarborgt de inhoudelijke afstemming van de benodigde besluiten en heeft tot gevolg dat alle besluiten dezelfde procedure volgen. Dit versnelt de besluitvorming van het project en vergroot de eenduidigheid voor de belanghebbenden.”

Het is niet gebleken dat inhoudelijke afstemming van besluiten en eenduidigheid voor de belanghebbenden niet meer belangrijk zijn; ze werden niet voor niets in het besluit tot

toepassing van de Rijkscoördinatieregeling met nadruk benoemd. De beste inhoudelijke afstemming van en besluiten en eenduidigheid voor de belanghebbenden kan dan thans alsnog bereikt worden door het huidige ontwerp in te trekken om de valse start alsnog ongedaan te maken. Dat brengt dan ook gewoon de nette toepasselijkheid van de Omgevingswet met zich en spoort met de al genoemde Rijkscoördinatieregeling. Die hangt nu formeel wellicht nog in de lucht, maar is materieel geschonden.

Gemeente West Betuwe

25 januari 2024 Kenmerk GZDGWB/1259549

Pagina 3 van 7

De

procedure;

me

verhouding

met

Tweede

en

Eerste

Kamer

Ten slotte is dit project onderwerp geweest van stevige bevraging door de Tweede en de Eerste Kamer. Het is niet gebleken dat de onderzoeken die thans voorliggen, voldoen aan de vragen waarmee ook de landelijke volksvertegenwoordiging haar grote zorgen meermaals naar voren heeft gebracht. De keuze om aan vragen voorbij te gaan, maakt het voornemen uiteraard ook in zoverre politiek behoorlijk kwetsbaar. Die kwetsbaarheid komt derhalve nog bovenop alle hiervoor al geconstateerde procedurele punten. Landschap en welstand

Bij de documenten die ter inzage zijn gelegd, bevinden zich een landschapsadvies en twee

welstandsadviezen. Deze stukken geven geen volledig beeld van het radarstation zoals dat thans wordt overwogen, voorzien van een koepel. Bovendien zijn de welstandsadviezen

beperkt tot algemene opmerkingen omtrent radarstations als zodanig ("het is wat het is"). Zij komen er in feite op neer, dat aan een radarstation niet zoveel aan te passen is en dat “dus” zo'n station past, en dat “dus” kennelijk ook in de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Een dergelijke motivering is onvoldoende. Bovendien is niet zo goed begrijpelijk, wat de gestelde visuele gelijkenis met een toren in Wier in dit verband aan gewicht van de advisering brengt. Dat doet er veeleer afbreuk aan. Daarbij komt voorts, dat de stukken niet duidelijk maken, in hoeverre

het voorgenomen inpassingsplan recht doet aan de thans vigerende bestemming, die mede gericht is op de bescherming van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en/of archeologische verwachtingen. Met andere woorden, de aspecten van landschap en welstand zijn onvoldoende onderzocht en dat geldt ook voor de mate van aantasting van de thans

geldende beschermingsregimes. Verwijzing naar gemeentelijk beleid is niet aan de orde, omdat het beoogde plan geen onderwerp van uitoefening van gemeentelijke bevoegdheden behelst. De algemene wijzigingsbevoegdheden uit het ontwerp verhelpen de gesignaleerde problematiek ook niet, omdat zij de gesignaleerde problematiek alleen maar naar achteren schuiven.

stand tot bebouwing

Het is evident dat de afstand van het met het ontwerp beoogde radarstation tot bebouwing niet voldoet aan de richtafstand van 1.500 meter uit de VNG-Handreiking Bedrijven en

milieuzonering. Anders dan uit een reactie op eerdere zienswijzen van 10 november 2023 lijkt te volgen, zondert de handreiking radarstations als de onderhavige geenszins uit van normering. Wel sluit de handreiking afwijken van de norm niet uit. Vervolgens poogt de reactie enige argumentatie te geven over de mogelijkheid van afwijken. Het blijkt echter niet waarom afwijken totdat nog slechts ongeveer een kwart van de beoogde richtafstand overblijft, in dit geval nog aanvaardbaar zou zijn. Straling; radome

Bij de stukken die ter inzage zijn gelegd, bevindt zich een aantal stukken met betrekking tot straling. Op enig moment is kennelijk besloten om het beoogde radarstation te voorzien van een zogeheten radome. De toelichting van 1 november 2023 geeft op p. 3 een impressie van de radome. Zoals de toelichting duidelijk maakt, dient deze ter beperking van geluidhinder. De radome is kennelijk in beeld gekomen om overschrijdingen van geluidnormen geheel of gedeeltelijk te kunnen pareren. De radome heeft aldus een afdichtend effect. Dat effect is voor geluid kennelijk berekend op 8 dB(A). Mocht die berekening juist zijn, dan is sprake van

Gemeente

West Betuwe

25 januari 2024 Kenmerk

GZDGWB/1259549

Pagina 4 van 7

een aanzienlijke afdichting. Het is niet duidelijk welk afdichtend effect deze radome verder heeft op stralingskarakteristieken. Dat er geen enkel effect op straling is, is niet zo aannemelijk door de extra laag van de radome. De geluidbeperkende radome lijkt in beeld gekomen te zijn in de late zomer van juni 2023, in verband met geluidonderzoek. Dat lijkt allereerstte volgen uit de toelichting bij het ontwerp, p. 32 en verder. Ook het zeer summiere stuk van de Rijksbouwmeester van 4 augustus 2023 wijst in die richting.

Nu het ontwerp van het radarstation vrij recent en ogenschijnlijk ingrijpend gewijzigd i kunnen bevindingen van voor die wijziging niet meer zomaar aan het vervolgens gewijzigde ontwerp van dat station ten grondslag worden gelegd. Er lijkt immers geen goede vergelijking meer mogelijk met bevindingen die op het andere oudere ontwerp betrekking hadden. De stukken die betrekking hebben op straling, dateren nagenoeg alle van vóór de nazomer van 2023. Het lijkt er daarom op, dat die stukken geen rekening houden met de latere aanpassing van de radome en de daarmee mogelijk samenhangende andere stralingskarakteristiek. Dat

dient onvermijdelijk te leiden tot heronderzoek, herbeoordeling en zo nodig aanpassing van die rapporten. Nieuwe resultaten met het juiste ontwerp kunnen immers best tot de bevinding leiden, dat de thans beoogde locatie in relatie tot andere locaties nòg slechter uitkomt op het zo belangrijke punt van bescherming van onze bevolking tegen straling. Het is immers goed denkbaar dat op één of meer andere locaties geen radome ter beperking van

geluidhinder vereist i. Het is daarom voor één of meer van die andere locaties goed denkbaar dat daar de stralingskarakteristiek gelijk blijft, en hier wijzigt. Kortom, de plaatsing van de radome — de blijkbaar vanuit overwegingen van geluidsbeperking overwogen wordt — lijkt de vergelijkbaarheid van bevindingen ernstig aan te tasten. Dat klemt te meer, omdat deze locatie thans al het slechtste uit de bus komt op het punt van straling, omdat bij deze

locatie verreweg de meeste woningen dicht in de buurt zijn. Meer concreet, ten slotte, is niet gebleken dat de stralingscontouren op p. 38 en p. 39 gerelateerd zijn aan het actuele ontwerp. Alle rapporten die genoemd worden op p. 39 van de toelichting, zijn ook niet gebaseerd op een ontwerp met radome. Die dateren immers van ver voor de nazomer van 2023.

Straling; ICNIRP en voorzorgsbeginsel

Blijkens de toelichting is het voorgenomen plan beoordeeld aan de hand van de waarden van ICNIRP. Thans volstaan wij met de constatering dat op p. 38 en p. 39 van de toelichting twee

contouren zijn opgenomen. Dat zijn maar twee contouren, enkel en alleen voor de onderhavige. Het zijn er dus veel te weinig en ze zeggen te weinig. Vanuit het voorzorgsbeginsel voor onze inwoners en de vergelijking met andere locaties brengen deze twee contouren de volgende twee noodzakelijk te beantwoorden onderzoeksvragen met zich. 1.

Watis de concrete belasting voor bewoners onder de getekende contouren? Wij roepen n herinnering dat deze locatie de locatie is met de meeste bewoners nabij het beoogde radarstation.

2.

Wat zijn de contouren voor de andere locaties die op diverse andere punten vergeleken zijn? Wij roepen

in herinnering dat de onderhavige locatie aan een vergelijkende toets onderhevig is geweest. Dan dient de vergelijking juist ter bescherming van de bevolking en in samenhang met het voorzorgsbeginsel zo zuiver mogelijk gemaakt worden.

Blijkens een aanvullend locatieonderzoek van 19 november 2021 (p. 41) scoort de onderhavige locatie toch al verreweg het slechtst op nabijheid van woningen en aantallen woningen. Dan dient ten minste duidelijkte zijn, welke slechtheid dan precies voor onze bewoners aan de orde is en welke (relatieve) slechtheid op alle andere locaties precies aan

Gemeente West Betuwe

25 januari 2024 Kenmerk

GZDGWB/1259549

Pagina 5 van 7

de orde is, ook aan de onderkant van ICNIRP-contouren. Het blijft immers gaan om straling

van een installatie die waarschijnlijk tientallen jaren zal voortgaan en waarbij in de

planvoorschriften tot dusverre ook geen enkele maximering van zendvermogen is opgenomen. Er lijkt dus, juist op het zo belangrijke punt van straling, geen integrale

beoordeling van deze en alternatieve [ocaties geweest te zijn en dus ook geen recht gedaan te zijn aan het voorzorgsbeginsel. De suggestie uit de toelichting omtrent een integrale beoordeling (p. 9) is dus onjuist.

Het voorzorgsbeginsel behelst onder meer dat overheden maatregelen dienen te nemen wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben voor het milieu of de gezondheid. Het ontwerp doet te weinig recht aan het

voorzorgsbeginsel. Het is duidelijk dat er naast de waarden van ICNIRP in de wetenschap vele andere — strengere — inzichten zijn opgekomen ten aanzien van straling. Het past niet om louter en alleen op de waarden van ICNIRP af te gaan bij een zeer groot project als het onderhavige. Dit project zal vele tientallen jaren in werking zijn en zal dus vele tientallen jaren op nabije woningen en naburig openbaar gebied stralen. Het gaat hoe dan ook om potentiële gezondheidsrisico's bij de voorgenomen plaatsing in de nabijheid van de kern. In samenhang met het voorzorgsbeginsel wijzen wij er verder op, dat inwoners van onze gemeente (net als anderen) ICD's of pacemakers kunnen dragen. Het is niet duidelijk, in

hoeverre dat aspect is meegewogen bij de beoordeling van deze en andere locaties. Ook mogelijke gezondheidsklachten door stress zijn in de toelichting bij het ontwerp niet geadresseerd.

Daarbij geldt verder nog dat er in de zogenaamde integrale afweging van alternatieve locaties op enig moment woningbouw en nieuwe windmolenplannen als nieuw criterium zijn toegevoegd. Daarbij zou onze gemeente dan goed scoren vanwege het aanwezige

radarverstoringsgebied. Toen was de keuze toch al op onze gemeente gevallen. Het lijkt er dus op dat deze argumenten er vooral bijgekomen zijn om achteraf nog wat extra “gewicht” aan de toch al gemaakte keuze toe te voegen. Tegelijkertijd wordt eraan voorbijgaan dat onze gemeente al veel bestaande woningen op korte afstand heeft. De mensen daar staan bloot aan straling. In het licht van het voorzorgsbeginsel en risico's op ALS is dat geen verantwoorde keuze.

Kortom, op diverse punten zijn de onderzoeken naar alternatieve locaties en de daarin gemaakte weging zeer gebrekkig. Zoals duidelijk blijkt uit de toelichting (p. 5 tot en met 10) vormden de onderzoeken de basis voor de bevestiging van een keuze van deze locatie die in

wezen al aanzienlijk eerder is gemaakt en waar vervolgens verder naar toe geredeneerd lijkt Als al deze onderzoeken met ongelijke vergelijkingsmaatstaven werken, zijn ze niet bruikbaar. Daarmee ontvalt dus de grondslag aan het ontwerp-Rijksinpassingsplan voor deze

locatie en is het onvermijdelijk om de alternatievenonderzoeken onbevangen en met goede vergelijkingsmaatstaven over te doen. Als dat toch gebeurt, is het uiteraard het best om consequentte zijn en alsnog een procedure onder de Omgevingswet te voeren. Geluid

Het onderhavig ontwerp-Rijksinpassingsplan is voor de jaarwisseling in procedure gebracht met de uitdrukkelijke bestuurlijke keuze om de ook vereiste omgevingsvergunning nog niet in

procedure te brengen. Reden voor die uitdrukkelijke keuze was dat nog elders (in Wier) onderzocht moest worden wat daar de geluidbelasting is. Vervolgens zullen de bevindingen

Gemeente

West Betuwe

25 januari 2024 Kenmerk GZDGWB/1259549

Pagina 6 van 7

van Wier nog vertaald moeten worden naar deze locatie. Daarbij zal bezien moeten worden wat er deugt van de veronderstelling van p. 33 van de toelichting dat de radome een

geluidsreductie oplevert van 8 dB(A). Het is dus nog geenszins zeker dat bij alle

geluidgevoelige objecten in de omgeving van het plangebied aan de richtwaarden wordt voldaan, zoals de toelichting op p. 36 wel suggereert. Zo is dus evenmin zeker dat er geen

sprake is van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden en dus ook niet dat het aspect geluid niet aan de uitvoering van het plan in de weg staat.

Gevolg van de overhaaste keuze om niet de bevindingen in Wier af te wachten en te verwerken is dus dat er bepaald onzekerheid bestaat of de geldende geluidnormen überhaupt gehaald kunnen gaan worden, zelfs met het “Iapmiddel” van de radome. Het valt dus bepaald niet uitte sluiten dat het plan niet uitgevoerd kan worden. In een dergelijk geval had het plan niet in procedure gebracht moeten worden. Vleermuizen

Blijkens de toelichting worden vleermuizen geraakt. De toelichting vermeldt op p. 52 dat vleermuiskasten zijn geplaatst in het kader van een ontheffing voor de omgang met de

vleermuisverblijfplaats in de oude, inmiddels gesloopte bebouwing. Kennelijk wordt op enig moment deze tijdelijke maatregel vervangen door permanente vleermuiskasten. Het is niet duidelijk in hoeverre dit alles past binnen de genoemde ontheffing.

Ernstiger is nog, dat niet blijkt of er enige aandacht is besteed aan diverse wetenschappelijke onderzoeken waaruit blijkt dat vleermuizen stralingsbelasting niet verdragen. Het staat al vast dat zich in het gebied vleermuizen bevinden. Het is ook duidelijk dat de beoogde radar

stralingsbelasting zal gaan opleveren. Het is zeer aannemelijk dat die belasting vleermuizen verjaagt. Verjagen is verstoren. Uitvoering van het project leidt aldus tot schending van verplichtingen jegens de vleermuizen. Uitvoering van het project had dus alleen al daarom voorafgegaan moeten worden door een passende beoordeling van artikel! 2.8 van de Wet natuurbescherming. Milieueffectrapportage

De verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage volgt uit artikel 2.8, lid 1, van de Wet natuurbescherming in samenhang met artikel 7.23, lid 1, van de Wet milieubeheer. Er is hier geen milieueffectrapportage gemaakt. De toelichting beargumenteert deze keuze in het bijzonder zo, dat significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden op voorhand op grond van objectieve gegevens kunnen worden uitgesloten (p. 30). Dat is niet zo, gezien de hierboven gesignaleerde verjaging van vleermuizen. Afrondend

Aan het thans voorliggende ontwerp kleven dusdanige gebreken dat het college en de raad van de gemeente West Betuwe u met klem verzoeken, geen verder gevolg aan dit ontwerp te geven en het daarom in te trekken.

Gemeente West Betuwe

25 januari 2024 Kenmerk GZDGWB/1259549

Pagina 7 van 7

Met vriendelijke groet,

burgemeester en wethouders van gemeente West Betuwe,

jemeentesecretaris,

burgemeester,

(geanonimise rd) (geanonimiseerd) De raad van gemeente West Betuwe,

de griffier,

de voorzitter,

(geanonimiseerd)

Reg. nr.: Z-14-08448 INT-18-13085

EE De raad van de gemeente Lingewaal;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 oktober 2018 inzake de vaststelling van het bestemmingsplan "Broekgraaf 1" te Herwijnen; gelet op het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening; besluit:

1. na kennis genomen te hebben van de zienswijzennota en na beraadslaging; op grond van de motivering in bijlage 1 van dit besluit, het bestemmingsplan “Broekgraaf 1" te

Herwijnen met digitaal planidentificatienummer NL.IMRO.0733.BpBuiBroekgraaf1-VA01, niet vast te stellen

2.

geen exploitatieplan vast te stellen.

Aldus vastgesteld door de raad van Lingewaal, in zijn openbare vergadering van 11 oktober 2018.

De grffer,

(geanonimiseerd)

De voorzitter,

(geanonimiseerd)

Bijlage 1

Motivering raadsbesluit tot het niet vaststellen van het bestemmingsplan Broekgraaf 1 te Herwijnen.

De raad van de gemeente Lingewaal heeft het ontwerpbestemmingsplan Broekgraaf 1 te Herwijnen beoordeeld en besloten dit bestemmingsplan niet vast te stellen. De overweging

om het bestemmingsplan niet vast te stellen, is gelegen in het feit dat vaststelling naar de mening van de raad, niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en een goed woon- en leefklimaat.

De raad stelt voorop dat het tot zijn beleidsvrijheid behoort om een bestemmingsplan vast te

stellen of te herzien. Hij moet zich daarbij wel laten leiden door overwegingen van een goede ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is opgesteld naar aanleiding van het voornemen van het Ministerie van

Defensie om ter plaatse een militair radarstation te vestigen. In artikel 2.6.2, lid 8, van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) worden als radarstations aangewezen de

in de ministeriële regeling genoemde radarstations, In artikel 2.6.9 van het Barro is bepaald dat bij een eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een radarstation op gronden buiten een militair terrein of militair luchtvaartterrein, voor die gronden de bestemming “maatschappelijk-militaire zend- en ontvangstintallatie” wordt opgenomen en dat geen bestemmingen opgenomen die een belemmering kunnen vormen voor

de

functionele

bruikbaarheid

van

dat

radarstation.

In artikel

2.1,

lid

8

van

de

(ministeriële) Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) worden als radarstations bedoeld in artikel 2.6.2, lid 8, van het Barro aangewezen de in bijlage 8 vermelde radarstations. In bijlage 8 is het radarstation Herwijnen als zodanig aangegeven met een

maximale

hoogte van de antenne ten opzichte van NAP van 25 meter. Op bijlage 9 is het

radarverstoringsgebied aangegeven. De raad realiseert zich dat de locatie aan de Broekgraaf 1 te Herwijnen, op grond van het Barro

en Rarro is aangewezen als locatie voor een militair radarstation. De raad is evenwel van mening dat de vraag of de desbetreffende installatie voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening, door hem integraal dient te worden beantwoord bij de beoordeling van de vraag of het bestemmingsplan dient te worden vastgesteld.

De raad is primair van mening dat de maximale bouwhoogte die is vastgelegd in het ontwerpbestemmingsplan, afwijkt van de maximale bouwhoogte in het Rarro. De bouwhoogte in het ontwerpbestemmingsplan bedraagt 30 meter en is verder niet beperkt tot de hoogte van de antenne. Door het ontbreken van een maximaal bebouwingspercentage zou daarom voor het

totale aangegeven bouwvlak een bouwhoogte kunnen worden gerealiseerd van 30 meter. De raad is van mening dat hiervoor geen noodzaak aanwezig is en is bovendien van mening dat een afwijking van hetgeen in het Rarro is aangegeven, nader gemotiveerd had moeten worden. Een bouwhoogte van 30 meter voor het gehele bouwvlak vindt de raad onaanvaardbaar.

Verder is de raad van mening dat met de komst van een radarstation niet alleen de locatie van

het radarstation, maar ook het radarverstoringsgebied in de overwegingen dient te worden betrokken. Immers, een radarverstoringsgebied is het directe gevolg van de realisering van een radarstation. De raad constateert dat dit niet is gedaan. Daarom zijn de gevolgen van het radarverstoringsgebied niet volledig, ter voldoening aan het Barro en het Rarro, in het bestemmingsplan meegenomen.

De raad heeft geconstateerd dat de geldende bestemming op grond van het “Reparatieplan bestemmingsplan Buitengebied 2014” (ter vervanging van het bestemmingsplan “Buitengebied 2012”), de bestemming “Bedrijf" betreft met de functieaanduiding “nutsvoorziening” met daarop aangegeven een ondergeschikt bouwvlak met een maximale bouwhoogte van 30 meter. In de regels van dit bestemmingsplan zijn uitsluitend bedrijven toegestaan

in de milieucategorieën

1 en 2 van

de Staat van

bedrijfsactiviteiten.

In het

geldende bestemmingsplan is geen radarverstoringsgebied aangewezen. De vestiging van een militair radarstation zoals hier aan de orde, is in strijd met het geldende bestemmingsplan.

In de brochure

“Bedrijven en

milieuzonering”,

uitgave VNG

2009,

(hierna vermeld

als:

brochure) zijn militaire radarstations opgenomen in de richtafstandentabel en voorzien van milieucategorie 6 onder nummer 37 op bladzijde 130 en 131. De reden voor toekenning van

deze milieucategorie is het aspect “gevaar”. Er geldt een richtafstand van 1.500 meter ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen. Er kan eenvoudig worden geconstateerd dat aan deze afstandseis niet wordt voldaan. Binnen een afstand van 1.500 meter zijn namelijk vele

woningen

en andere

geluidgevoelige

gebouwen

aanwezig

die

binnen

die richtafstand

rechtstreeks gevaar / hinder kunnen ondervinden. De locatiekeuze van een dergelijke voorziening valt dan ook vanwege de in de brochure opgenomen richtafstand, nadelig uit. Het is een bekend feit dat in de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de inhoud van de brochure wordt gehanteerd als uitgangspunt om de toelaatbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen te beoordelen. De brochure biedt weliswaar een inherente afwijkingsmogelijkheid, maar de raad is niet bereid om deze te hanteren vanwege de hierna genoemde motieven.

De raad heeft kennis genomen van de aanvraag van het Ministerie van Defensie en de daarbij behorende rapportage van het bedrijf Thales. Het aspect “gevaar” en risico voor de

volksgezondheid is daarin niet expliciet benoemd. Om die reden is nader advies gevraagd aan TNO, het RIVM en aan de GGD Gelderland Zuid. De raad heeft kennis genomen van deze adviezen. In deze adviezen is aangegeven dat naar de stand van de wetenschap op dit moment

er geen gevaar voor de volksgezondheid is te verwachten. Vooropgesteld wordt dat het hier om een nieuwvestiging gaat. Het geldende bestemmingsplan laat een radarinstallatie als de onderhavige, niet toe. Bij de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid

dient

dus

in

eerste

instantie

de

afstandseis

uit

de

brochure

in

de

beoordeling te worden betrokken. De raad moet constateren dat niet aan de richtafstand van 1.500 meter voor deze installatie wordt voldaan. De raad is van mening dat geen danwel

onvoldoende onderzoek heeft plaatsgevonden of het aspect “gevaar” zich ter plaatse voordoet. De raad mist hier de stappenbenadering zoals deze in de brochure is opgenomen. Zo heeft bijvoorbeeld geen externe veiligheidsonderzoek plaatsgevonden en heeft geen afweging plaatsgevonden naar de gevolgen van de straling vanuit de installatie voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en de gevolgen voor de volksgezondheid op de langere termijn.

De raad is van mening dat, nu garanties voor de volksgezondheid op de langere termijn niet kunnen worden gegeven, het effect van de installatie voor de volksgezondheid onvoldoende is onderbouwd en er dus te veel risico overblijft op een negatief effect op het woon- en

leefklimaat van de omgeving.

Verder ontbreekt naar de mening van de raad een Milieueffectrapportage. In een dergelijke rapportage zou een overzicht van alternatieven voor een [ocatiekeuze niet mogen ontbreken. Ook al is het initiatief niet genoemd in de bijlagen C en D van het Besluit MER, dan had zeker een dergelijke rapportage onderdeel moeten uitmaken van het bestemmingsplan. Op zijn minst had een aanmeldnotitie onderdeel moeten zijn van het bestemmingsplan. Nu dit niet heeft plaatsgevonden, acht de raad onvoldoende informatie aanwezig om het bestemmings-

plan vast te stellen.

De raad heeft geconstateerd dat in het bestemmingsplan, alsmede in de nadere onderzoeken, de International Commission on Non-lonizing Radiation Protection-normen (ICNIRP-normen)

worden toegepast. Dit betreft normen die niet in nationale wetgeving zijn vastgelegd en

daarom slechts een indicatie geven van het gevaar voor de volksgezondheid en de woon- en leefomgeving. Verder zijn deze normen al gedateerd en zijn voorstellen aan de orde om tot herziening hiervan over te gaan. Toetsing aan deze normen levert derhalve een onvoldoende

beeld op om de effecten voor woon- en leefomgeving en gezondheid te beoordelen. De raad heeft verder geconstateerd dat andere landen de ICNIRP-normen wel hebben

vastgelegd in nationale wetgeving maar hiervan zijn afgeweken vanwege het voorzorgprincipe. De raad is van mening dat er alle aanleiding bestaat om een dergelijk voorzorg-

principe ook op de onderhavige locatie in aanmerking te nemen vanwege de onzekerheid dat

de normstelling thans nog actueel is en de onduidelijkheid van de effecten op de langere

termijn.

De raad mist in de onderbouwing van de effecten het aspect (stralings-Jeumulatie met de radarinstallatie op het adres Broekgraaf 2 te Herwijnen. De raad is tenslotte van mening dat de vragen die eerder zijn gesteld aan het Ministerie van

Defensie, TNO en RIVM onvoldoende zijn beantwoord. Met name een beoordeling van het gezondheidsrisico voor omwonenden / belanghebbenden tegen de achtergrond van aangepaste normstelling in andere landen, is achterwege gebleven. De raad acht dit gezien het vorenstaande een extra reden om niet tot vaststelling van het bestemmingsplan over te gaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/757/documents/14750