D18 Bijlage 4 Zienswijzennota ODR 5 juli 2021.pdf
Tekst van het document
Zienswijzennota Aan Van Datum Onderwerp
: de gemeenteraden en Provinciale Staten : het Algemeen Bestuur : 5 juli 2021 : Reactie op zienswijzen Jaarstukken 2020, voorstel resultaatbestemming 2020 en Programmabegroting 2022.
Inleiding: In de vergadering van 22 maart 2021 heeft het Dagelijks Bestuur ingestemd met het toezenden van de Jaarstukken 2020, het voorstel voor de resultaatbestemming 2020 en de Programmabegroting 2022 van de ODR aan de gemeenteraden en Provinciale Staten. De gemeenteraden en Provinciale Staten zijn tot 21 juni in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen op de genoemde stukken. Deze notitie bevat een overzicht van de ingediende zienswijzen en de reactie daarop van het Algemeen Bestuur. Omdat verschillende partijen een vergelijkbare reactie hebben gegeven, zijn de reacties per onderwerp beschreven. Geen reactie noodzakelijk: Uit de ingebrachte zienswijzen komen een aantal punten naar voren waarop geen reactie noodzakelijk is. Om het overzicht met zienswijzen die wel om een reactie vragen zo overzichtelijk mogelijk te houden, zijn deze punten niet in het schema opgenomen. Het gaat hierbij om de volgende onderwerpen: M.b.t. de Jaarstukken: De gemeenten Culemborg en Neder-Betuwe zijn content met de stappen die zijn en worden gezet v.w.b. het verder voldoen aan de kwaliteitscriteria (verordening kwaliteit) alsmede met het uitgevoerde project klantgerichtheid, de vastgestelde Koers voor 2020-2025 en de proactieve inzet op de implementatie van de nieuwe wetten. M.b.t.
de Begroting: De gemeenten Culemborg, Neder-Betuwe, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel geven complimenten voor de leesbaarheid door de nieuwe vormgeving van de programmabegroting; het doet de gemeenten Culemborg en Neder Betuwe deugd dat partnerschap en dienstverlening in 2022 centraal (blijven) staan en dat aan efficiëntie en samenwerking blijvend aandacht wordt gegeven. Voor zover de zienswijzen wel vragen om een reactie, worden deze punten in het schema op de volgende pagina’s beschreven. Aanpassingen n.a.v. zienswijzen: De reacties zijn tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur op 5 juli 2021 besproken. Op basis van de ontvangen zienswijzen, ziet het Algemeen Bestuur geen aanleiding tot aanpassing van de stukken.
Pagina 1 van 7
Deelnemer
Datum
Bron
Besluit t.a.v. Jaarstukken 2020
Buren
Raad 15 juni
Mailbericht 16 juni
Instemming
Resultaatbestemming 2020 Instemming
Culemborg
Raad 17 juni
Brief 18 juni
Instemming
Instemming
Kanttekeningen/zienswijzen
Nr. reactie
Begroting 2022 Instemming
Brief m.b.t. motie 10 november 2020 die door de raad is aangenomen waarin de GR-en in Rivierenland een taakstellende bezuiniging van minimaal 2% wordt opgelegd.
1
Instemming
De jaarstukken zijn nog niet altijd even gemakkelijk leesbaar; De gemeente begrijpt dat er nog geen rekening is gehouden met de financiële effecten van de Ow en de Wkb. Tegelijkertijd vraagt de gemeente wel om ook in dit kader i.v.m. de uitvoeringskosten, continue aandacht te (blijven) hebben voor prioritering van de werkzaamheden; Gevraagd wordt om kritisch naar de uitgaven te kijken en waar mogelijk te zorgen voor besparingen. Deze besparingen ziet de gemeente graag terug in de rapportages.
2 3
Er wordt aandacht gevraagd voor integrale samenwerking van verschillende disciplines (vergunningverlening, toezicht, juridische zaken) zodat dossiers integraal worden afgewikkeld; De ODR wordt gevraagd om in het nieuwe VTH-beleid een vorm van flexibiliteit op te nemen waarmee kosten eenvoudiger in de hand te houden zijn, bijv. uitvoering van taken om een minimum, een normaal en een maximaal niveau al naar gelang de keuze van het college; De ODR wordt verzocht zich zo goed mogelijk voor te bereiden op de komst van de Wkb en zich in te spannen om ervaring op te doen van pilotprojecten in 2021; Het is goed te vernemen dat er een structureel efficiency voordeel behaald kan worden op de overhead. De ODR wordt gevraagd zich in te spannen zodat de uitvoeringskosten vanaf 2022 niet verder stijgen en in het geval dat dit onvermijdelijk is vanwege bijv. de komst van de Ow of Wkb, met bezuinigingsvoorstellen te komen zodat de meerjarige begroting van de ODR in evenwicht blijft. Hierin ziet de gemeente graag meer (keuze)mogelijkheden in hoe de ODR haar taken uitvoert i.p.v. een keuze welke taken de ODR niet meer uitvoert. Dus in de vorm van een efficiencykeuze; Het beleid van de gemeente Maasdriel m.b.t reservevorming is, dat overschotten bij GR-en boven een beperkte algemene reserve terugvloeien naar de deelnemende gemeenten en niet wordt toegevoegd aan de reserves van de GR.
Een beperkte algemene reserve, maximaal 3%, kan gebruikt worden om schommelingen op te vangen. De lijn van de gemeente Maasdriel is, dat GR-en geen weerstandsvermogen hoeven te vormen om te voldoen aan de weerstandscapaciteit. De GR-en moeten in hun paragraaf weerstandsvermogen wel de risico’s benoemen, maar het is aan de deelnemende gemeente zelf, hoe zij dit in haar eigen begroting verwerkt.
5
Maasdriel
Raad 17 juni
Brief 17 juni
Instemming
Instemming
Instemming
4
6
7 8
9
Pagina 2 van 7
NederBetuwe
Raad 10 juni
Brief 15 juni
Instemming
Instemming
Instemming
Tiel
Raad 16 juni West Betuwe Raad 24 juni
Brief 17 juni
Instemming
Instemming
Instemming
-
Instemming
Instemming
Instemming
West Maas en Waal
Raad 17 juni
Mailbericht 18 juni
Instemming
Instemming
Instemming
Zaltbommel
Raad 17 juni
--
Instemming
Instemming
Instemming
Provincie
--
Mailbericht 10 juni
-
-
-
de jaarstukken zijn, zoals vorig jaar ook opgemerkt, nog niet altijd even gemakkelijk leesbaar; in de begroting is nog geen rekening gehouden met de financiële effecten van de Ow en de Wkb. De gemeente heeft hiervoor begrip, maar vraagt de ODR wel, ook in dit kader i.v.m. de uitvoeringskosten, continue aandacht te (blijven) hebben voor prioritering van de werkzaamheden.
2
3
N.v.t. De jaarstukken zijn nog niet makkelijk leesbaar; In de begroting is nog geen rekening gehouden met de financiële effecten van de Ow en de Wkb. De gemeente heeft hiervoor begrip, maar vraagt de ODR wel, ook in dit kader i.v.m. de uitvoeringskosten, continue aandacht te (blijven) hebben voor prioritering van de werkzaamheden; De gemeente vraagt aandacht voor doorlopende verbetering van de kwaliteit van dienstverlening met nadruk op persoonlijk contact en schriftelijke communicatie. Het afgelopen jaar zijn er weer voorbeelden geweest waarin het niveau van de dienstverlening zeer te wensen overlaat en waarbij inwoners zich niet gehoord voelen. Dit past niet bij de kwaliteit waar West Betuwe voor staat. De gemeente verwacht verbetering in de schriftelijke communicatie maar zeker ook in de persoonlijke contacten met inwoners verwacht de gemeente een sterke verbetering die aansluit bij het West Betuws Werken.
2 3
10
In tegenstelling tot hetgeen is aangegeven m.b.t. het doorvoeren van een structurele 1 bezuiniging van 2% in 2022 en 3% in 2023 gaat de bijdrage omhoog. Met klem wordt verzocht alsnog de genoemde taakstellingen te verwerken in de definitieve begroting; 3 De gemeente begrijpt dat er nog geen rekening is gehouden met de financiële effecten van de Ow en de Wkb. Desondanks is wat de gemeente betreft de inzet van de ODR er continu op gericht dat de uitvoeringskosten vanaf 2022 niet substantieel zullen stijgen als gevolg van de nieuwe wet- en regelgeving. Als een substantiële stijging niet voorkomen kan worden, wordt de ODR verzocht bezuinigingsvoorstellen te doen zodat de begroting in evenwicht blijft. de jaarstukken zijn nog niet makkelijk leesbaar, hier wordt aandacht voor gevraagd. Het nieuwe format van de begroting, kan als voorbeeld dienen; in de begroting is nog geen rekening gehouden met de financiële effecten van de Ow en de Wkb. Daarnaast speelt het rapport Van Aartsen een rol. Deze ontwikkelingen vragen continue aandacht en de ODR wordt gevraagd de gemeente van deze ontwikkelingen op de hoogte te houden.
Er is in de Provinciale Staten vergadering besloten geen zienswijzen in te dienen.
2 3 en 11
n.v.t.
Pagina 3 van 7
Inhoudelijke reacties: Verwijzing nummer 1: Er wordt gewezen op de brief van de gemeente Buren m.b.t. de motie van 10 november 2020 die door de raad is aangenomen waarin de GR-en in Rivierenland een taakstellende bezuiniging van minimaal 2% wordt opgelegd. Reactie ODR: De kosten in de begroting 2022 stijgen alleen met een inflatiecorrectie t.o.v. 2021. De gevraagde verlaging van het budget 2022 kan begrotingstechnisch worden verwerkt nadat duidelijk is op welke onderdelen de gemeente het werkplan 2022 wil verlagen t.o.v. 2021. Deze administratieve verwerking zal plaatsvinden bij de Berap 2021 of 2022 (afhankelijk van wanneer hierover duidelijkheid komt). In alle gevallen blijft de afrekening plaatsvinden op basis van de werkelijke uren-afname. Voor gewenste bezuinigingen vanaf 2023 wordt ook verwezen naar de reactie op de zienswijzen m.b.t. de kosten Omgevingswet en Wkb (zie reactienr. 3). Naar verwachting leveren deze wetten een financieel nadeel op voor de gemeenten, afhankelijk van de beleidskeuzes die daarbij gemaakt worden. Verwijzing nummer 2: De gemeenten Culemborg, Neder-Betuwe, West Betuwe en Zaltbommel geven aan, dat de jaarstukken niet altijd even gemakkelijk leesbaar zijn. Reactie ODR: De jaarstukken 2021 worden, in navolging van de begroting, eveneens aangepast aan de nieuwe lay-out. We verwachten hiermee de leesbaarheid te vergroten.
Verwijzing nummer 3: De gemeenten Culemborg, Neder-Betuwe, West Betuwe, West Maas en Weel en Zaltbommel begrijpen dat er nog geen rekening is gehouden met de financiële effecten van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb). Tegelijkertijd vragen de gemeenten wel om ook in dit kader i.v.m. de uitvoeringskosten continue aandacht te (blijven) hebben voor prioritering van de werkzaamheden Reactie ODR: Recent zijn diverse regionale onderzoeken met betrekking tot de Omgevingswet en Wkb afgerond. Hieruit is een eerste beeld ontstaan van de financiële gevolgen. Daarbij is ervan uitgegaan dat gemeenten leges gaan heffen voor milieuvergunningen en de extra kosten van vooroverleggen, maar die keuze is aan de gemeenten zelf. Voor het werkplan 2022 zijn de financiële effecten nihil, aangezien de wetten pas per 1-7-2022 worden ingevoerd en er ook sprake is van een voordeel op het bodemloket. Met ingang van 2023 zullen de kosten voor de ODR naar verwachting jaarlijks met zo’n € 100.000 stijgen vanwege deze nieuwe wetten. Maar dit is vooral afhankelijk van de beleidskeuzes die gemeenten gaan maken in het omgevingsplan. Ook zijn er provinciaal en landelijk nog gesprekken gaande of er extra middelen beschikbaar worden gesteld voor de bodemtaken die worden overgeheveld van de provincie naar de gemeenten. Dat zou dan als dekking kunnen dienen voor de extra kosten. Pagina 4 van 7
Verwijzing nummer 4: De gemeente Culemborg vraagt om kritisch naar de uitgaven te kijken en waar mogelijk te zorgen voor besparingen. Deze besparingen ziet de gemeente graag terug in de rapportages. Reactie ODR: Daar waar mogelijke besparingen gerealiseerd kunnen worden, worden deze weergegeven in de reguliere rapportages en P&C-documenten. In de begroting 2022 is bijvoorbeeld een efficiencyvoordeel van € 150.000 verwerkt. Verwijzing nummer 5: De gemeente Maasdriel vraagt aandacht voor integrale samenwerking van verschillende disciplines (vergunningverlening, toezicht, juridische zaken) zodat dossiers integraal worden afgewikkeld. Reactie ODR: De ODR streeft er naar dat er, zo integraal als mogelijk is, wordt samengewerkt. Het aspect van een integrale benadering wordt, gelet op de nieuwe wetgeving, steeds belangrijker. Bij de implementatie van de nieuwe regels is de integraliteit dan ook zeker een aspect dat wordt meegenomen. We zullen daarbij ook kijken naar intensivering van samenwerking met de afzonderlijke gemeenten. Met name op het vlak van RO is dit belangrijk. Door wederzijds op een goede manier informatie en adviezen te delen is het mogelijk een goede dienstverlening te borgen Verwijzing nummer 6: De gemeente Maasdriel vraagt de ODR om in het nieuwe VTH-beleid een vorm van flexibiliteit op te nemen waarmee kosten eenvoudiger in de hand te houden zijn, bijv.
uitvoering van taken om een minimum, een normaal en een maximaal niveau al naar gelang de keuze van het college. Reactie ODR: Bij het maken van het nieuwe VTH-beleid zijn alle gemeenten in de regio betrokken. Samen wordt nagedacht over wat we met de VTH-taakuitvoering willen bereiken en hoe we dit doen. Daar maakt onderdeel van uit dat we opnieuw kijken naar prioriteiten: zetten we onze beperkte middelen in voor de juiste zaken? Die prioriteiten bepalen we gezamenlijk aan de hand van de risico’s die we zien in onze regio. De zaken met veel risico, krijgen meer prioriteit. Deze krijgen dan een diepgaandere toetsing. Zaken met weinig prioriteit en dus minder risico’s hoef je dan niet meer op eenzelfde diepgaande wijze te toetsen. Het beleid bepaalt dit voor de langere termijn en op hoofdlijnen voor de gehele regio. Gemeenten kunnen dit jaarlijks naar hun individuele uitvoeringsprogramma’s vertalen door te bepalen op welke onderdelen meer of minder capaciteit wordt ingezet. Daarmee hebben de gemeenten de flexibiliteit om jaarlijks sturing te geven aan de uitvoering. Verwijzing nummer 7: De gemeente Maasdriel verzoekt de ODR zich zo goed mogelijk voor te bereiden op de komst van de Wkb en zich in te spannen om ervaring op te doen van pilotprojecten in 2021. Reactie ODR: De ODR bereidt zich op verschillende manieren goed voor op de WKB.
Er zijn al opleidingen gepland, maar vanwege het uitstel van inwerkingtreding zullen deze worden opgeschoven. Een kleinere groep van specialisten op dit gebied werkt nu aan een procesbeschrijving, toegespitst op de organisatie Pagina 5 van 7
en werkwijzen binnen ODR. Ook wordt op meerdere punten diepgaander onderzoek gedaan om checklisten of werkinstructies op te stellen. Later zullen ook de gevolgen voor ons workflow-systeem in kaart worden gebracht. De ODR is op dit moment betrokken bij een pilot in Geldermalsen en een pilot in Zuilichem, beide in de toezichtfase. Daarnaast wordt gezocht naar nieuwe mogelijkheden. Complicerende factor daarbij zijn de kosten voor de kwaliteitsborger. Deze worden gedragen door de initiatiefnemer of de bouwondernemer, terwijl er in de leges nog geen mogelijkheden zijn om korting te geven. Dit betekent dus extra kosten voor deze partijen. Er zijn (beperkte) subsidiemogelijkheden voor bepaalde categorieën pilots. Binnen die categorieën blijven wij op zoek. Verwijzing nummer 8 De gemeente Maasdriel geeft aan, dat het goed is te vernemen dat er een structureel efficiency voordeel behaald kan worden op de overhead. De ODR wordt gevraagd zich in te spannen zodat de uitvoeringskosten vanaf 2022 niet verder stijgen en in het geval dat dit onvermijdelijk is vanwege bijv. de komst van de Ow of Wkb, met bezuinigingsvoorstellen te komen zodat de meerjarige begroting van de ODR in evenwicht blijft. Hierin ziet de gemeente graag meer (keuze)mogelijkheden in hoe de ODR haar taken uitvoert i.p.v. een keuze welke taken de ODR niet meer uitvoert. Dus in de vorm van een efficiencykeuze.
Reactie ODR: De ODR heeft in de memo 'Het (bij)sturen op het werkprogramma van de ODR' inzichtelijk gemaakt op welke onderdelen (bij)sturing mogelijk is. Deze memo is gedeeld met de ambtelijk opdrachtgevers op 9 juni 2020 en met de bestuurlijk opdrachtgevers op 6 juli 2020. De keuzes daarin moeten uiteindelijk door de opdrachtgevers zelf worden gemaakt. Verwijzing nummer 9 Het beleid van de gemeente Maasdriel m.b.t reservevorming is, dat overschotten bij GR-en boven een beperkte algemene reserve terugvloeien naar de deelnemende gemeenten en niet wordt toegevoegd aan de reserves van de GR. Een beperkte algemene reserve, maximaal 3%, kan gebruikt worden om schommelingen op te vangen. De lijn van de gemeente Maasdriel is, dat GR-en geen weerstandsvermogen hoeven te vormen om te voldoen aan de weerstandscapaciteit. De GR-en moeten in hun paragraaf weerstandsvermogen wel de risico’s benoemen, maar het is aan de deelnemende gemeente zelf, hoe zij dit in haar eigen begroting verwerkt. Reactie ODR: In de door het Algemeen Bestuur op 14 december 2015 vastgestelde notitie ‘Risicomanagement en bepaling van het weerstandsvermogen ODR’ is vastgelegd dat de ODR haar eigen risico’s afdekt. Hiervoor is de algemene reserve het belangrijkste middel. In de praktijk wordt deze reserve zo beperkt mogelijk gehouden en bedraagt deze momenteel zo’n 3% van de begrotingsomvang.
Dit sluit aan bij het genoemde percentage in de zienswijze.
Pagina 6 van 7
Verwijzing nummer 10 De gemeente West Betuwe vraagt aandacht voor doorlopende verbetering van de kwaliteit van dienstverlening met nadruk op persoonlijk contact en schriftelijke communicatie. Het afgelopen jaar zijn er weer voorbeelden geweest waarin het niveau van de dienstverlening zeer te wensen overlaat en waarbij inwoners zich niet gehoord voelen. Dit past niet bij de kwaliteit waar West Betuwe voor staat. De gemeente verwacht verbetering in de schriftelijke communicatie maar zeker ook in de persoonlijke contacten met inwoners verwacht de gemeente een sterke verbetering die aansluit bij het West Betuws Werken. Reactie ODR: De ODR werkt continu aan dienstverlening. De klantbeleving van alle producten wordt structureel gemonitord via online enquêtes, bij alle afnemers van onze producten. Voor ODR is elke reactie waardevolle input om de dienstverlening te verbeteren. Elke reactie is dan ook relevant en krijgt een follow-up. Bovendien kunnen wij ook met de portefeuillehouder van de gemeente in gesprek gaan om de specifieke wensen van de gemeente te operationaliseren. Eerder hebben wij bijvoorbeeld al KTO’s uitgevoerd en onze brieven aangepast naar B1 niveau. Verwijzing nummer 11 De gemeente Zaltbommel wijst er op, dat in de begroting nog geen rekening is gehouden met de financiële effecten van de Ow en de Wkb. Daarnaast speelt het rapport Van Aartsen een rol.
Deze ontwikkelingen vragen continue aandacht en de ODR wordt gevraagd de gemeente van deze ontwikkelingen op de hoogte te houden. Reactie ODR: Door de commissie Van Aartsen is op 4 maart het rapport “Om de leefomgeving – omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur” aangeboden aan de staatssecretaris. De staatssecretaris heeft het rapport in ontvangst genomen. Het is nog onduidelijk wat de vervolgstappen zijn op basis van dit rapport. Dit mede vanwege de aanwezige verschillen van inzicht over het rapport. Het rapport van Aartsen is besproken in het bestuur van de ODR. Deze heeft een concept-reactie vastgesteld die kan dienen als leidraad voor het vervolg. De concept-reactie is afgestemd met de andere Gelderse omgevingsdiensten. Vanwege de onduidelijkheid over de status van het rapport is er vooralsnog geen reactie uitgegaan aan de staatssecretaris. Mocht het rapport extra gevolgen krijgen voor de Gelderse omgevingsdiensten i.c. de ODR, dan zullen wij u hierover informeren.
Pagina 7 van 7