D12-Bijlage-Tekst-inspreker-ontwikkelingen-in-natuurgebied-De-Steendert-geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
Koester
ons
natuurgebied De Steendert Datum: 24 september 2023
Samenvatting: «
Staatsbosbeheer heeft op 29 juni 2023 een plan ingediend om natuurgebied De Steendert (gelegen tussen de dorpen Est en Ophemert) om te vormen naar een robuust bosgebied. Aanleiding is een landelijke doelstelling om meer bomen
aan te planten. Wettelijk gezien
moet een cirkel van 400 meter rond de molen open blijven (recht op windvang). Ongeveer de rest van het gebied wil Staatsbosbeheer nu aanplanten met bomen. Daarmee ontstaat er een aaneengesloten bomenrij van ongeveer 2 kilometer breed aan de horizon. e
De Steendert is nu een prachtig natuurgebied met open grasland, twee plassen, een klein stukje bos en een markante molen (rijksmonument). Dit natuurgebied bevat nog veel
zichtbare, doch zeer zeldzame kenmerken van het cultuurhistorische landschap van de Betuwe van voor de grote ruilverkaveling, zoals zichtbare kleine en kromme percelen en landschapselementen uit het verleden (sloten en hagen). Bij de ruilverkaveling in 1998 werd
dit gebied
uitgezonderd
van
de enorme
opschaling
van
landbouw
activiteiten en
overgedragen aan Staatsbosbeheer. Met als doelen ruimte voor natuur, ruimte voor open natuurlijk grasland en behoud van het zeldzame, cultuurhistorische landschap. «
Het landschapsontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente West Betuwe bevat als centraal doel “behoud én versterking van de kernkwaliteiten van de landschapsensembles, waarin de historie van het rivierenlandschap nog herkenbaar is”. In het LOP is de kernkwaliteit
van komgebied De Steendert de openheid en de grasvlakte en het LOP stelt dat dit onderscheidend is van de rest van de omgeving. Er staat: “/n De Steendert dient primair ruimte te blijven voor weidebouw, weidevogels en andere natuur. Het blijft open en onbebouwd.” De provincie Gelderland en ook het Wereld Natuur Fonds en het College van
Rijksadviseurs adviseren dat open landschappen met een belangrijke cultuurhistorische waarde ongeschikt zijn als locatie voor bosuitbreiding. e
Inwoners, ondernemers en organisaties uit het gebied hebben grote zorgen over het voorgenomen grootschalige bomenplan: het plan is te massaal en ook schadelijk voor de cultuurhistorie. Wellicht is het plaatsen van een beperkt aantal bomen
best mogelijk,
maar het maken van een groot robuust bos vindt een deel van de inwoners ongewenst. Dit landschap en deze unieke cultuurhistorie moeten we met elkaar juist koesteren. Dit document bevat een uitgebreide toelichting over de plannen, achtergrondinformatie en verschillende invalshoeken. Samengevat luiden de conclusies: e karakter van
De Steendert.
1.
Koester, behoud en versterk het h
2.
Maak ruimte voor extra bomen, maar maximeer de aanplant op 10 hectare.
3.
Maak van de huidige beheerpaden officiële Iaarzenpaden.
Inhoudsopgave 1.
2.
Aanleiding en plan . 1.1.
_ De eerste gebiedsbijeenkomst, 7 juli 2022 in het dorpshuis van Est..
1.2.
_ De tweede gebiedsbijeenkomst op 7 december 2022 (dorpshuis van Est).
1.3.
_ De derde gebiedsbijeenkomst op 19 april 2023 (dorpshuis van Ophemert)
14.
_ Het laatste plan kort samengevat…
Bomenbeleid 21.
4.
.
meer
bomen
in Nederland?..
1.2.
_ Beleid van de gemeente West Betuwe..
2.3.
_ Beleid van de provincie Gelderland …
bossen
De dynamiek tussen lokale en nationale belangen
Geschiedenis van
De Steendert
3.1.
_ Terug in de tijd
3.2.
_ Over
3.3.
_ Impact van de ruilverkaveling.…
de cultuur van
de mensen
in De
Betuwe
3.4. _ Vorming van het huidige natuurgebied De Steendert . Financiële prikkels in dit project.. 41. _ Shell financiert bosaanplan! 42.
_ Ook het rijk financiert bosaanleg via provinciale subsidie bosaanplant. Cultuurhistorische waarden
5.1.
in De Steendert
_ Lokaal erfgoed beleid…
Biodiversiteit in De Steendert .
6.1.
n
we
Stikstofcrisis als kans voor nieuwe
5.
6.
willen
2.2.
24. 3.
in Nederland
_ Waarom
Is een bos de hoogste vorm van biodiversiteit
6.2.
_ Bodemkwaliteit
…
6.3.
_ Natuur
6.4.
_ Natuur voor natuur.
in Nederland
Ruimtelijke Ordening . 7.1. _ Huidige bestemming: met name Natuur
7.2. _ Het stukje Steendert met Agrarische bestemming 8. Andere impact voor De Steendert 8.1. Sociale veiligheid 8.2. _ Agrarische belangen 83.
Aangezicht
8.4.
Recreatie .
8.5.
Toegang.
8.6.
Parkeren
8.7. 8.8. 8.9.
8.10. 9.
Handhaving.. _ Regionale netwerken van wandelpaden Evenementen
.
Onderhoud en veiligheid.
8.11. _ Maatschappelijke impact samengevat . Conclusies en aanbevelingen. 9.1.
Waar staan we
9.2.
Procedures.
nu?
9.3. _ Wat zou je wel met elkaar moeten wensen? Bijlagen
Koester De Steendert!
1
Leeswijzer Hoofdstuk 1 bevat een introductie op de plannen van Staatsbosbeheer. Het hoofdstuk schetst een beeld van de drie gebiedsbijeenkomsten die Staatsbosbeheer heeft georganiseerd over de plannen. Wat kwam daar aan de orde, welke plannen werden daar gelanceerd?
Hoofdstuk 2 kijkt naar het bomenbeleid van overheden en de belangen die daarin meewegen. We
zien daarin
ook een complexe
wisselwerking
tussen
nationale
belangen,
regionale
en
lokale belangen. Dit hoofdstuk gaat ook over het landschapsbeleid van de gemeente West Betuwe. Wat staat er in het huidige beleid en wie speelt welke rol in de gemeentepolitiek? Hoofdstuk 3 kijk naar de geschiedenis van natuurgebied De Steendert. Dit gebied werd al agrarisch gecultiveerd in de Romeinse tijd, zeer waarschijnlijk zelfs daar al voor. Ongeveer 30 jaar geleden heeft de ruilverkaveling een enorme impact gehad op het landschap in De Betuwe. Ook bevat dit hoofdstuk achtergrond over de mensen in dit gebied: hoe is hun cultuur opgebouwd? De inwoners vormen immers het cultuurhistorisch fundament van het gebied. Hoofdstuk 4 geeft een beeld van de financiële belangen en prikkels die op de achtergrond spelen, met een focus op de lucratieve deal die Staatsbosbeheer en Shell in 2021 sloten, en een beeld van de financiële prikkels van de Provincie Gelderland.
Hoofdstuk
5 richt zich op de Poldermolen
erfgoedbeleid van de gemeente.
in het gebied
en gaat ook over het cultureel
Hoofdstuk 6 gaat over de biodiversiteit en hoofdstuk 7 kijkt
naar de Ruimtelijke Ordening. Hoofdstuk 8 behandelt andere aspecten, zoals sociale veiligheid, agrarische belangen, aangezicht, recreatie, toegang, parkeren, handhaving, wandelpaden en evenementen.
Hoofdstuk 9 tenslotte bevat conclusies en aanbevelingen. We kijken we waar we nu staan: wat is er wel en niet gewenst? Dit slothoofdstuk bevat ook drie concrete aanbevelingen. De bijlagen bevatten een overzicht van betrokken organisaties en berichten uit de pers.
Colofon
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Dit document is op persoonlijke titel geschreven door M (inwoner van Ophemert). Hij heeft als doel om
de kernkwaliteit van het natuurgebied
De Steendert te koesteren, te behouden
en te
(geanonimiseerd) ofwel aangetroffen in versterken. Foto's in dit document zijn ofwel zelf gemaakt door Melvin B openbare publieke documenten. Alles van deze uitgave mag worden gereproduceerd en/of vermenigvuldigd zonder schriftelijke toestemming van de auteur, opdat kennis en informatie over natuurgebied De Steendert zich breder kan verspreiden.
(geanonimiseerd) contacintonaie (geanonimiseerd)
Koester De Steendert!
|2
1.
Aanleiding en plan
Staatsbosbeheer heeft in 2022 aangekondigd natuurgebied de Steendert om te willen vormen naar een robuust bos blok. Belangrijkste aanleiding en leidmotief is de landelijke doelstelling
om meer bomen aan te planten in Nederland (dit is een landelijke opgave). In dat kader heeft Staatsbosbeheer vanuit landelijk perspectief in 2022 gekeken naar mogelijke ontwikkellocaties voor nieuw bos en daar is (onder meer) De Steendert uitgerold.
Als aanvullende redenering voert Staatsbosbeheer nu ook aan dat met de aanplant van een aaneengesloten bos mogelijk de biodiversiteit verbeterd kan worden.
En gelijktijdig met het
voorgenomen bomenplan, wil Staatsbosbeheer het gebied een impuls geven wandelpaden, parkeerplaatsen en een uitlaatgebied voor honden.
met
nieuwe
Om de bosplannen voor De Steendert toe te lichten heeft Staatsbosbeheer drie keer een openbare gebiedsbijeenkomst georganiseerd. We kijken hieronder naar dat proces. 1.1.
Deeerste gebiedsbijeenkomst, 7 juli 2022 in het dorpshuis van Est
Op deze eerste bijeenkomst kwamen circa 45 belangstellenden af.
De
centrale
boodschap
van
deze
eerste
bijeenkomst
was
onduidelijk. De avond begon met een presentatie van Staatsbosbeheer zelf, waarbij alleen impliciet de boodschap werd gebracht dat Staatsbosbeheer een wens heeft meer bomen aan
De-toekomst van de Steendert te planten. Inhoudelijk werd dit echter niet onderbouwd, wel kwamen er argumenten naar voren als “een bos geeft misschien meer biodiversiteit dan een
open komgrond, maar we weten dat ook nog niet goed”. Daarna kregen inwoners en betrokkenen aan kleinere werktafels een soort vrije hand om hun beelden voor de toekomst van De Steendert te schetsen.
Strategie, aanleiding en onderbouwing ontbrak tijdens de eerste gebiedsbijeenkomst, evenals
de kennis over de plaatselijke windbiotoop van de monumentale molen, over de historische achtergrond van het gebied en de uitvoerige publieke financiering van - en rolverdeling in de huidige situatie. Wel presenteerde Staatsbosbeheer een aantal fotomontages, dat met een handvol nieuwe bomen het zicht op kassen en moderne windmolens beperkt kon worden. Deze montages zagen er als volgt uit:
Koester De Steendert!
13
Bewoners en geïnteresseerden kregen vervolgens viltstiften en landkaarten, waarmee ze zelf mochten intekenen, waar bomen of activiteiten zouden kunnen mogen komen. Ook werd aangekondigd dat er een landschapsarchitect aan het werk zou gaan met de opdracht “er wat moois” van te maken en dat er nog onderzoeken naar archeologie en biodiversiteit zouden gaan plaatsvinden. De gesprekken aan de tafels leverde een buitengewoon divers beeld op. Aan verschillende
tafels was de conclusie “we tekenen geen bomen in, want daar hebben wij geen behoefte aan’. Aan andere tafels werd getekend aan nieuwe wandelpaden en bijvoorbeeld recreatiemogelijkheden voor de plassen. Qua thematiek mocht het over alles gaan, dus werd er ook gemopperd over loslopende honden en hondenpoep, berenklauw, parkeerproblemen en lekke
fietsbanden. Algemeen beeld van deze eerste bijeenkomst was dat vrijwel niemand principieel iets heeft tegen wat extra bomen, maar dat bijna alle aanwezigen natuurgebied De Steendert waarderen
en vooral willen behouden
zoals het nu is.
PE E EE E EE E EES E IE E e WE 3 EE E EE E EE E EE E onderwerp van gesprek. Bijna alle aanwezigen vonden natuurgebied De Steendert vooral mooi en fijn zoals het gebied nu is.
1.2.
De tweede gebiedsbijeenkomst op 7 december 2022 (dorpshuis van Est)
In deze bijeenkomst ontvouwde Staatsbosbeheer voor het eerst nieuwe bosplannen. Eerst kwam er uitgebreid een archeoloog van het Regionaal Archief Rivierenland uitgebreid aan het woord
die een wazige toelichting kwam geven over de Romeinse geschiedenis van het gebied. Op inhoudelijke vragen kon hij nauwelijks antwoord geven, want hij gaf ook toe dat hij (1) nog nooit in zijn leven in De Steendert was geweest en (2) niet betrokken was geweest bij deze opgravingen. De cultuurgeschiedenis na de Romeinse tiijd kwam verder niet aan de orde. Aansluitend op de archeologische inleiding presenteerde Staatsbosbeheer een plan, inclusief een nieuwe ingetekende kaart. Het plan zag er op 7 december 2022 als volgt uit:
Koester De Steendert!
14
Kort samengevat: ruwweg een derde van de Steendert zou open natuurlandschap blijven, dit was een
cirkel van 400
meter
rondom
de molen,
rechtsboven
op de kaart.
Dit moet ook,
vanwege de wettelijke eisen aan de windbiotoop van de molen. De rest van De Steendert zou een robuust blok nieuw bos moeten worden. Met aan de kant van Est een stukje terrein voor vrije hondenuitloop. Ook zouden er aan de kant van Est en de kant van Ophemert enkele parkeerplaatsen komen. Optioneel zou er misschien een wandelpad door het gebied gaan lopen, maar dat was op dat moment nog niet zeker en afhankelijk van externe financiering. Staatsbosbeheer gaf dus duidelijk aan De Steendert waar mogelijk en zo vol mogelijk met bomen te willen beplanten. Alleen het molengebied (molenbiotoop) zou gespaard worden (wettelijke verplicht) en open gebied blijven. Dat kwam trouwens ook niet zo slecht uit, want de ene helft van die molenbiotoop bestaat uit plassen en de andere helft wordt langdurig gepacht voor kleinschalige biologische teelt van onder meer pompoenen (afkoop van dat contract zou vrij prijzig zijn). Ook gaf Staatsbosbeheer aan dat de plannen besproken waren met de provincie en de gemeente en dat deze overheden enthousiast op deze plannen hadden gereageerd. Achteraf bleek dit onjuist en voorbarig.
Natuurlijk zijn er wel bomenspecialisten van deze decentrale overheden die enthousiast reageren als er bomenplannen komen, maar dat betekent nog (lang) niet dat die overheden dan akkoord zijn met de aanleg van een robuust blok bos, omdat er nog veel meer belangen spelen, zoals cultuurhistorie, ruimtelijke ordening, landschapsontwikkeling en publieke financiering (subsidies). Aansluitend op de presentaties mochten deelnemers weer met viltstiften en landkaarten aan kleine werktafels gaan zitten en hun inbreng leveren naar elkaar. Hier werd echter (wederom) nauwelijks verslag van gedaan, commentaar en genoemde bezwaren werden niet of nauwelijks opgeschreven. Er was ook geen gezamenlijke afloop of conclusie of iets dergelijks. Deelconclusie
overvallen
2:
tijdens
de
tweede
met een grootschalig
gebiedsbijeenkomst
bosplan.
Er werd
gemeld
werden
aanwezigen
dat overheden
positief
meewerken aan deze plannen, dit was onjuist en voorbarig.
1.3.
De derde gebiedsbijeenkomst op 19 april 2023 (dorpshuis van Ophemert)
In de loop van december
2022 en in het eerste kwartaal van 2023 kwamen
er steeds meer
berichten in de pers over het plan van Staatsbosbeheer. Ook besteedde de regionale omroep SRC aandacht aan de plannen, met een documentaire met voor- en tegenstanders van de plannen. Deze documentaire is zeker het kijken waard (volg de link).
In samenwerking
met de Dorpstafel Ophemert
organiseerde Staatsbosbeheer op 19 april
2023
gebiedsbijeenkomst,
het
een
derde
nu
om
meer
definitieve
plan
te
presenteren.
Ongeveer 75 mensen waren hierbij aanwezig. Deze avond begon met een inleiding van Albert Vliegenthart (ecoloog en werkzaam bij de nationale Vlinderstichting) over biodiversiteit. Zijn kernboodschap was dat biodiversiteit geen wedstrijd is (ook arme grond kan wenselijke biodiversiteit hebben) en dat je ontwikkelingen altijd in een breder kader moet bekijken, met
verschillende invalshoeken en belangen.
Daarna nam projectieider (geanonimiseerd) N van Staatsbosbeheer het woord. Zij begon haar presentatie met een reactie op geluiden in de pers en op social media over de motivatie van Staatsbosbeheer om bomen te planten in de Steendert. Staatsbosbeheer heeft de opdracht gekregen van de overheid om heel veel extra bomen te planten in Nederland, dat is waar Staatsbosbeheer voor wil gaan. Die opdracht is voor Staatsbosbeheer leidend en plannen moeten vervolgens lokaal ingepast worden.
Koester De Steendert!
|s
Vervolgens presenteerde (geanonimiseerd) N de “nieuwste” versie van het plan. Wat betreft “boomvolume” was de enige aanpassing het open laten van een klein perceel linksboven op
de kaart (tegen de kassen van Est aan). De bewoners die daar vlakbij zit behoudt daarmee vrij uitzicht, maar krijgt wel verkeer en een nieuwe parkeerplaats voor de deur:
(geanonimiseerd) 2andacht aan Na een uitleg over de laatste versie van het plan bestede N vragen en suggesties die in de afgelopen maanden bij Staatsbosbeheer waren binnengekomen en de positieve of negatieve beslissingen die zij daarover hebben genomen. Voorbeelden zijn het verwijderen uit het plan van een bepaalde boomsoort (meidoorn) uit het plan vanwege een gevaar voor de omliggende fruitteelt. En ook was er toelichting over het afwijzen van de wens om de Steendert open te stellen voor ruiters.
(geanonimiseerd) Tijdens de pauze werden er vragen verzameld, die na de pauze werden behandeld in een plenaire sessie. Toen er uit de zaal kritiek kwam op de gemeente kwam dat de gemeente zich
er tot op heden weinig mee bemoeid zou hebben, kwam er een duidelijke reactie van één van de aanwezige gemeenteraadsleden: zo werkt het proces niet. Staatsbosbeheer is de eigenaar van de grond en is vrij om een conceptplan te ontwikkelen. Zij moeten dan het conceptplan indienen bij de gemeente voor toestemming, de gemeenteraad zal er dan over beslissen. Pas
als er echt een plan is ingediend, is de gemeente betrokken, en niet eerder. Er waren diverse raadsleden aanwezig die met grote interesse de gesprekken volgden.
Koester De Steendert!
16
Op een opmerking uit de zaal dat de zichtbaarheid van de agrarische cultuurhistorie van het gebied ernstig wordt aangetast, merkte Staatsbosbeheer op dat deze zichtbaarheid door aanleg van bos inderdaad zal verdwijnen, maar dat de kavelstructuur nog op de papieren landkaart traceerbaar zou blijven. Een ander duidelijk kritiekpunt uit de zaal was dat dit plan vooral “natuur voor natuur” realiseert. Fijn dat we nieuwe natuur gaan aanleggen (wie kan daar op tegen zijn?), maar we offeren daar evenveel natuur voor op. Netto schiet de natuur daar nauwelijks iets mee op, aldus de vertegenwoordiger van de Stichting tot behoud van het Lingelandschap. Ook de raadsleden gaven aan dat dit een kromme situatie is, zeker gezien de recente ontwikkelingen met landbouwhervormingen, waarbij er waarschijnlijk aanzienlijk meer ruimte komt voor natuurontwikkeling in Nederland.
Aan het eind van de avond erkende Staatsbosbeheer dat een verandering van de Steendert niet door iedereen als een verbetering wordt gezien. Ook erkende Staatsbosbeheer eerlijk dat er door het plan bepaalde aspecten verloren zullen gaan, zoals de cultuurhistorische waarde van het landschap. Maar het was ook duidelijk dat Staatsbosbeheer van mening bleef dat de voordelen voor Staatsbosbeheer veel groter zijn dan de nadelen en dat zij volledig achter hun plan (blijven) staan. Deelconclusie
3: ondanks
gebiedsbijeenkomsten,
de lokale
bezwaren
zoals
opgekomen
lijkt Staatsbosbeheer vast te houden
aan
tijdens
en
na de
het plan om
het
natuurgebied De Steendert waar mogelijk vol te zetten met bomen.
1.4.
Het laatste plan kort samengevat
Een paar belangrijke elementen uit het (waarschijnlijk definitieve) plan: «
«
e
Staatsbosbeheer houdt onverkort aan het plan voor grootschalige bosaanplant (circa 37 hectare, mogelijk fractie minder door openhouden klein perceel bij Est). Met dit plan ontstaat er vanuit het noorden (vanaf de A15) gezien en vanuit het zuiden gezien (vanuit Ophemert) een rij van 2 kilometer breed aan bosblok. Het zichtbare open groene landschap verdwijnt, evenals de ruimte voor weidebouw, weidevogels en natte natuur. Ook de zichtbare historische kavelindeling uit de middeleeuwen (agrarische cultureel erfgoed in het landschap) zal verdwijnen. Staatsbosbeheer erkent dat het plan in strijd is met het landschapsontwikkelingsplan (LOP) van de gemeente West Betuwe. Wat Staatsbosbeheer betreft zijn de nationale belangen
«
e
e
(meer bomen) belangrijker dan de lokale belangen (behoud van cultuurhistorie
en breed lokaal draagvlak). Landschap is een kwestie van smaak, aldus Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer geeft aan dat er grootschalige lijnbeplanting van bomen zal worden toegepast, omdat deze vorm van aanleg economisch voordeliger is. Het bos wordt deels populieren en deels eik/beuken. De molen kan blijven draaien (er is ruimte voor de wind), maar de functie van de molen (het permanent nathouden van het gebied) verdwijnt. Het plan voorziet voor maar een
heel klein deel nat grasland en nat bos. De molen krijgt dus vooral een show-functie, de operationele functie van de molen verdwijnt. Staatsbosbeheer heft de huidige recreatieve wandelpaden langs de plassen op. Op dit moment zijn dit beheerpaden, wandelen wordt daar nu gedoogd. Maar in het nieuwe plan worden de wandelpaden
vooral langs de rand van het gebied gelegd, de huidige paden
langs de plassen worden grotendeels verboden terrein voor de wandelaar. In praktische zin wordt het wandelen (ten opzichte van de huidige situatie) dus flink beperkt.
Koester De Steendert!
17
2.
Bomenbeleid
in Nederland
In dit hoofdstuk kijken we naar het bomenbeleid van overheden en de belangen die daarin meewegen. We zien daarin ook een complexe wisselwerking tussen nationale belangen en lokale belangen. 2.1.
_ Waarom
willen we meer
bomen
in Nederland?
Ontbossing wordt veroorzaakt door veranderingen in landgebruik. Bomen worden bijvoorbeeld gekapt om bijvoorbeeld open natuur te creëren, zoals heidelandschappen, maar ook voor het aanleggen van woonwijken en het verbreden van wegen. De afname van de totale hoeveelheid
bos in Nederland is zorgelijk. Het is goed dat overheden en organisaties samenwerken om te kijken of er nieuw bos mogelijk is. In het Klimaatakkoord werd afgesproken dat het Rijk en de provincies samen een Bossenstrategie opstellen. Deze bossenstrategie werd in 2020 vastgesteld en hierin hebben Rijk en provincies ambities en doelen benoemd voor bossen in Nederland. Ook heb ze in beeld gebracht op welke wijze deze ambities vorm kunnen krijgen. Planning en financiering van de plannen zijn nog wat ongewis, daaraan wordt nog gewerkt. Doel is te verkennen hoe Nederland in 2030 10% meer bos dan in 2020 kan realiseren. Daarmee zou de bosomvang in Nederland
kunnen
groeien
naar
ongeveer
407.000
hectare.
Dat
betekent
een
gewenste
toename van ongeveer 37.000 hectare bos. Het rijk en de provincies verbonden zich in 202 echter aan een toename van ruim 18.000 hectare bos, met een verkenning naar de mogelijkheden voor een aanvulling met 19.000 hectare extra bos. De rijksoverheid heeft dus samen met landelijke partijen een bossenstrategie vastgesteld. In de nationale bossenstrategie werd nadrukkelijk een advies van de Rijksadviseurs opgenomen dat open landschappen met een belangrijke cultuurhistorische waarde niet geschikt zijn als locatie voor bosuitbreiding. Zo staat op pagina 11 van de bossenstrategie: In bestaande open landschappen of landschappen met een belangrijke cultuurhistorische waarde is het voorstelbaar om terughoudend te zijn met bosuitbreiding (met een verwijzing naar het rapport van het College van Rijksadviseurs ‘Landschap Versterken met Bomen en Bos”” uit 2020).
De Steendert is zowel door de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe, als door de provincie Gelderland aangewezen als belangrijk open komgrond gebied. Volgens de nationale Bossenstrategie komen alleen locaties in aanmerking waar de huidige vegetatietypen een lage ecologische verwachting hebben, zoals graslanden met een overmaat aan voedingsstoffen. Overgangszones rond natuurgebieden en zones rondom steden en dorpen zijn geschikte plaatsen. Ook in beekdalen, langs de grote rivieren en in veengebieden zouden zich verschillende bostypen kunnen ontwikkelen. Open landschappen met een belangrijke cultuurhistorische waarde zijn echter in principe ongeschikt als locatie voor bosuitbreiding (IPO & LNV, 2020). In de publicatie van LNV & IPO (2020) “Bos voor de toekomst” staat: De Bossenstrategie wordt ingezet als maatregel voor klimaatmitigatie. Verbetering van ons leefmilieu en verhoging van de biodiversiteit zijn daarin maatgevend. Het verbeteren van de landschappelijke kwaliteit en het aansluiten bij en versterken van landschappelijke kernkarakteristieken beschouwen we daarbij als randvoorwaardeijk.
Deelconclusie
4:
het
plan
van
Staatsbosbeheer
is
in
strijd
met
de
landelijke
bossenstrategie. Nadrukkelijk onderdeel van die landelijke bossenstrategie bosuitbreiding in gebieden van cultuurhistorische waarde te vermijden.
Koester De Steendert!
is om
18
2.2.
Stikstofcrisis als kans voor
nieuwe
bossen
Het kan niemand ontgaan zijn dat Nederland is verzeild geraakt in een grootschalige stikstofcrisis. Bouwen, wonen en het aanleggen van wegen staan enorm onder druk. De landbouw sector speelt hierin een belangrijke rol. De rijksoverheid heeft aangekondigd veeboeren “woest aantrekkelijk” te gaan uitkopen, onlangs heeft de Europese Commissie daarvoor toestemming gegeven. Dat is allemaal onderdeel van de strategie van landbouwtransitie, op weg naar een meer duurzame landbouw met kortere ketens, ook wel kringloop landbouw genoemd. Hoewel dit politiek gezien nog erg gevoelig ligt, is een onmiskenbaar doel van de voorgenomen landbouwtransitie om de Nederlandse veestapel te reduceren, dat staat impliciet en expliciet in alle plannen en rapporten. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat een boer zijn veehouderij verkoopt en daar ruimhartige financiële compensatie van de overheid voor krijgt, waarbij vervolgens een andere boer op precies dezelfde locatie weer een even grote veehouderij gaat starten (met dezelfde stikstofproblematiek). Die locatie en grond zal dus expliciet voor een ander doel gebruikt moeten worden. Dat zal voor een deel waarschijnlijk voor meer extensieve veehouderij zijn (meer ruimte voor dieren), of voor andere agrarische activiteiten.
Maar evengoed kan ook de vrijgevallen grond (voor een beperkt maar toch belangrijk deel) gebruikt worden voor natuurontwikkeling. Anders gezegd: de komende jaren gaat er naar verwachting veel agrarische grond vrijvallen
voor natuurontwikkeling. De overheid kan dan ook werk met werk maken en dat brengt ook veel kansen voor de ontwikkeling van nieuwe bossen of kleinere bospercelen. En dan heb je geen natuur voor natuur, maar echt de ontwikkeling van nieuwe natuur. Deelconclusie 5: de komende jaren komen er veel kansen bijvoorbeeld door de grootschalige landbouwhervormingen.
voor
nieuwe
natuur,
Los van die actuele ontwikkelingen rond de landbouw en nieuwe kansen kijkt Staatsbosbeheer zelf voortdurend naar haar eigen terreinen waar meer bos gecreëerd kan worden. De eigen doelstelling van Staatsbosbeheer is om de komende jaren 5.000 hectare nieuw bos aan te planten, een groei van 95.000 naar 100.000 hectare op de huidige gronden van Staatsbosbeheer (ruwweg 5%). Veengronden bijvoorbeeld moeten natter worden (om verdroging en klimaateffecten te voorkomen). Landbouw wordt daar dus moeilijker, Staatsbosbeheer ziet daar ideale groeiomstandigheden voor nieuwe veenbossen, een type bos dat nu schaars is in Nederland. En langs de rivieren is bijvoorbeeld ruimte voor ooibossen, een ander schaars bostype.
Ook kijkt Staatsbosbeheer naar ‘boskansen’ rond steden. Stedelijke ontwikkeling in combinatie met
de
aanleg
van
(recreatie)bos
levert groene
metropolen
op,
die ecologische
waarde
hebben en die stadsbewoners een gezondere, groenere leefomgeving bieden. Ook organisaties als Rijkswaterstaat en de waterschappen hebben nog veel percelen waar bomen aangeplant kunnen worden. Natuurlijk kost dat ook geld (aanleg en onderhoud), maar op zich heeft Nederland veel potentie om meer bomen aan te planten.
Deelconclusie
6:
naast
de
kansen
voor
nieuwe
natuur
grootschalige landbouwhervormingen, zijn er ook volop veengronden en rond het stedelijk gebied.
Koester De Steendert!
door
de
voorgenomen
boomaanplant
kansen
in
i9
1.2.
Beleid van de gemeente West Betuwe
De wensen naar- en strategieën voor bossen zijn aan de orde op een hoger overheidsniveau, bij landelijke en provinciale overheden en organisaties. Op lokaal niveau, en in dit geval in de gemeente West Betuwe, is er geen integraal bomenplan of bomenbeleid. Er is wel een gemeentelijk groenbeheerplan met als thema: bomen 2021 t/m 2025, maar dit gaat alleen over de “eigen” bomen van de gemeente en is
vooral
gericht op onderhoud
en
kosten.
Dit bomenplan
GROENBELEIDSP
van de
gemeente bevat geen groeiambitie. Sterker nog, de boodschap aan het publiek bij het vaststellen van dit plan was juist dat het aantal bomen van de gemeente verminderd zou gaan worden, in verband met veiligheid en het bezuinigen op de kosten van onderhoud. De gemeente West Betuwe waakt als lokale overheid wel over de landschapsontwikkeling.
In 2008 hebben de toenmalige drie gemeentes Lingewaal, Geldermalsen en Neerijnen (die later opgingen in de gemeente West Betuwe) samen een Landschaps-Ontwikkelings-Plan (LOP) opgesteld en vastgesteld. In maart 2023 heeft de (nieuwe) gemeente West Betuwe een actualisatie van het LOP vastgesteld. Het LOP is als beleidsstuk een handvat om ruimtelijke ontwikkelingen
landschappelijk verantwoord plaats te laten vinden. Daarnaast geeft een LOP inspiratie voor projecten om landschappelijke structuren te versterken. Het LOP bevat ook een uitvoeringsprogramma met daarin projecten waarmee
de doelen
die zijn beschreven
behaald
kunnen
worden. Ook is er aandacht voor actuele thema's, denk aan energie, klimaat, circulair, kringlooplandbouw, woningbouw, biodiversiteit en natuur-inclusiviteit.
Het
LOP
is
een
beleidsnota
waarin
het
lokale
landschapsbeleid wordt vastgelegd. Het plan stuurt aan op een aantrekkelijk landschap dat,
naast mogelijkheden voor een vitale economie, oude èn het nieuwe LOP
rust en ruimte biedt. Het hoofddoel van het
is samen te vatten als: “Bescherm de erkend waardevolle elementen
in het landschap, maar ontwikkel ook actief nieuwe kwaliteiten in dit landschap. Bestaande kwaliteiten
worden
ingezet
bij
toekomstige
ontwikkelingen
en
dragen
bij
aan
een
cultuurhistorisch landschap waar het goed werken, wonen en recreëren is.” In het huidige LOP staat De Steendert omschreven als een komgebied dat zich onderscheidt van de rest van de omgeving door de openheid, de grasvlakte en de wegen die erin doodlopen. Uitgangspunt voor dit gebied: “laat de wegen doodlopend en de kom open. In deze gave open kom dient primair ruimte te blijven voor weidebouw, weidevogels en andere natuur. Het blijft open en onbebouwd. Het is juist een kernkwaliteit dat de wegen hier nog doodlopen in de leegte van de kom, enkel toegankelijk gemaakt via een fietspad. Het bos in het kommetje
is
in
eigendom
en
beheer
van
het
Staatsbosbeheer.
Verrommeling van de randen moet worden voorkomen. De landbouwsector zal er samen met het waterschap in moeten slagen oplossingen te vinden voor waterberging in de haarvaten van het watersysteem.”
Tijdens de gebiedsbijeenkomsten was de reactie van Staatsbosbeheer op de voorgenomen wijziging van de cultuurhistorische waarde van het gebied als volgt: “we zu!llen de kavelgrenzen niet verwijderen, deze zullen op de papieren landkaart zichtbaar blijven”. Kort samengevat
staan de opvattingen van Staatsbosbeheer haaks op de uitgangspunten van het LOP.
Koester De Steendert!
|10
De gemeente West Betuwe heeft dus in 2023 een actualisatie van het LOP vastgesteld. Hierin staat letterlijk als doel “behoud én versterking van de “kernkwaliteiten van de landschapsensembles waarin de historie van het rivierenlandschap nog herkenbaar is". Daarnaast is het kerndoel van het LOP om “de waarde van het Betuwse landschap voor de omliggende stedelijke gebieden te etaleren met een groots, open, groen weids stromenland.” Deze doelen
(uit 2008)
over
De
Steendert
(ruimte
voor
weidevogels,
het gebied blijft open
en
onbebouwd) is nadrukkelijk overgenomen in het nieuwe LOP van 2023. We zien hier dus uit landschapsoptiek twee kernzaken. Ten eerste het behoud van de cultuurhistorische waarde van het gebied, dus het visueel herkenbaar houden van de oorspronkelijke verkaveling van het gebied. Natuurgebied De Steendert werd doelbewust buiten de ruilverkaveling gehouden en geeft een uniek cultuurhistorisch beeld van de kleinschalige landbouwpercelen van vroeger. Dit landschap biedt visueel zicht op de zogeheten landschapsensembles waarin de cultuurhistorie van het rivierenlandschap nog herkenbaar is. Dat moeten we met elkaar koesteren, bewaren en bewaren met elkaar (volgens het LOP). Ten
tweede
vraagt
het
LOP
om
het
behoud
van
een
groots,
open,
groen
weids
stromenland. Met andere woorden: het zichtbaar open houden van het gebied, als zichtbaar en herkenbare komgrond. Niet alleen uit cultuurhistorische waarde (dat je nog op een plek kan zien hoe het landschap vroeger was) maar ook ter bescherming van het brede open komlandschap, in samenspel met de rest van de omgeving (oeverwallen, dorpen en rivieren).
Impressie van een brede bosrand aan de horizon (en het verdwijnen van een groots open weids stromenland)
Bomen groeien in Nederland doorgaans tot 30 meter hoog, soms tot 40 meter. Dat is hoog en massaal in het landschap van De Betuwe, zeker als de bosrand (zoals voorgenomen) 2 kilometer breed is. Een aaneengesloten bos-blok, dat noordwaarts en zuidwaarts een front van 2 kilometer heeft, past niet in de cultuurhistorie van het open groene landschap. Dit soort brede en hoge landschapselementen zien we niet terug in de geschiedenis van het rivierenlandschap in de afgelopen duizenden jaren. Er waren historisch gezien altijd wel bomen, maar altijd maar in relatief kleine plukjes en percelen, nooit aaneengesloten. Ook op dit onderdeel is het voorgenomen
plan van Staatsbosbeheer dus nadrukkelijk in strijd met
het bestaande en nieuwe LOP van de gemeente West Betuwe. Deelconclusie 7: het voorgenomen plan voor aanplant van een robuust bos-blok is in
U
EES ES E
EE EE T E
EE N E
E
ES
Koester De Steendert!
I
Bij de behandeling door de gemeenteraad van het LOP politiek
lang
stilgestaan
bij
de
functie
en
status
van
op dinsdag 28 maart 2023, werd het
LOP
en
de
manier
van
besluitvorming. Er was verwarring over de status van het LOP en om dit nader te duiden heeft het college aangegeven dat dit LOP een inspiratie- en visiedocument is en nadrukkelijk geen toetsingskader is voor vergunningverlening. Het document dient meer als “voorstel” met betrekking
tot de
inrichting
of handhaving
van
het
landschap
bij beleidsdocumenten
en
omgevingsplannen. Wat betekent dit nou concreet? Een bestemmingsplan geeft relatief harde kaders mee voor vergunningverlening aan het gemeentebestuur en bijvoorbeeld de Omgevingsdienst; de status en werking van het LOP is wat meer diffuus. Maar ook niet vrijblijvend, want zodra bijvoorbeeld een bestemmingsplan verwijst naar landschappelijke waarde, kan het LOP weldegelijk fungeren als nadere toelichting op die landschappelijke waarde. Een gemeenteraad stelt immers niet voor niet een LOP op. Maar je kan als gemeente dus wel relatief makkelijker afwijken van uitgangspunten uit het LOP, als je dat maar wel gemotiveerd doet. De gemeenteraad van West Betuwe besloot op dinsdag 28 maart 2023 vrijwel unaniem tot het volgende amendement op het LOP: 1.
Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) West Betuwe 2023 is een visie- en inspiratiedocument;
2.
Het LOP gebruiken we niet als een toetsingskader bij het verlenen van bijvoorbeeld (omgevings-) vergunningen of vergelijkbare beschikkingen aan belanghebbenden, ondanks dat dit op bladzijde 58 (en andere plaatsen) wel wordt gesuggereerd; Het LOP, tezamen met de zeven bijbehorende landschapsensembleboeken, vatten we op als een aanvulling op het LOP uit 2008; De nadere invuling van het gewenste landschap bij beleidsontwikkeling of/en omgevingsplannen legt het college voor aan de gemeenteraad ter advisering of ter besluitvorming; Als onderdeel van deze nadere invulling vooraf een verdiepend overleg te hebben met inwoners, (agrarisch)bedrijfsleven, belangengroepen etc.
3. 4. 5.
Het landschapsontwikkelingsplan (LOP) werd op 28 maart 2023 door de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe dus opnieuw vastgesteld. De gemeenteraad van West Betuwe heeft daarbij bedongen dat afwijkingen van het LOP (in voorgenomen besluiten rond omgevingsplannen) door de gemeenteraad moeten worden besproken, beoordeeld en besloten. Het voorgenomen project van Staatsbosbeheer vraagt op onderdelen een wijziging van het bestemmingsplan (een deel van de grond het landbouw als activiteit en moet worden omgezet
naar natuur).
Logischerwijze zal het plan dus sowieso
ook aan de gemeenteraad
moeten worden voorgelegd. Deelconclusie 8: op lokaal politiek niveau is nadrukkelijk afgesproken dat plannen die in strijd zijn met het LOP ter advies of besluitvorming aan de gemeenteraad worden
voorgelegd.
Daarnaast heeft de gemeente West Betuwe in 2021 een nieuw erfgoedbeleid vastgesteld (zie paragraaf 5.1.) en moet de gemeente West Betuwe vanaf 1 januari 2024 zich ook houden aan de nieuwe
spelregels van de nieuwe
(nationale)
Omgevingswet,
waarin
bijvoorbeeld veel
meer waarborgen zijn opgenomen over participatie. De wethouder van West Betuwe heeft in de pers overigens al aangegeven dat het bosplan alleen bekeken zal worden als er draagvlak in de omgeving is.
Koester De Steendert!
|12
2.3.
Beleid van de provincie Gelderland
De provincie Gelderland voert (wel) actief beleid om meer bomen aan te planten. De provincie verstrekt bijvoorbeeld subsidies aan beheerders voor het beheer van bos (via het rijk gefinancierd). Echter, beleidsmatig gezien wil de provincie op graslanden waar beperkt biodiversiteit is alleen bomen aanplanten, onder de nadrukkelijke voorwaarde dat alternatieve inrichtingsmaatregelen geen soelaas bieden voor het vergroten van de biodiversiteit. De provincie wil in het kader van het Gelders Natuur Netwerk circa 1.200 hectare laten aanplanten. Terreinbeheerders mogen voorstellen indienen en ook Staats bosbeheer heeft dergelijke voorstellen opgesteld voor enkele honderden extra hectares bos in Gelderland. Wat de provincie betreft kunnen terreinbeheerders er ook voor kiezen om bos te laten ontstaan door graslanden te laten verruigen. Ook is het realiseren van half open bossen bespreekbaar, dat is eveneens goed voor de biodiversiteit (aldus de Provincie Gelderland in het Uitvoeringsprogramma Bomen en Bos uit 2020).
Opmerkelijk is dus dat de provincie Gelderland bepaalt dat (1) de aanplant van een half open bos de biodiversiteit doorgaans
verbetert en (2) het vol zetten van graslanden
met bomen
uitsluitend toegestaan is als alternatieve inrichtingsmaatregelen (zoals het aanplanten van een half open bos of het aanleggen van poelen) geen soelaas bieden voor het vergroten van diezelfde biodiversiteit. Anders gezegd: de provincie wil dat terreinbeheerders die bomen op graslanden willen aanplanten, eerst een half open
bos moeten realiseren; ze moeten dan
kijken wat dat met de biodiversiteit doet, dat goed evalueren en alleen als de biodiversiteit dan onvoldoende verbeterd is, pas dan kan de aanplant van een bos worden overwogen. In juni 2023 presenteerde de provincie Gelderland een
nieuw coalitieakkoord. Het nieuwe
politieke bestuur wil doorgaan met het lopende beleid om de biodiversiteit te versterken buiten
natuurgebieden, met bijvoorbeeld ecologisch verantwoord bermbeheer en vergroenen van bedrijventerreinen en steden. Ook wil het nieuwe provinciebestuur doorwerken aan het plan voor meer bomen en bos in Gelderland. Echter, daarbij wordt nadrukkelijk aangetekend dat nieuwe
boomgebieden
en
bossen
geen
natuurstatus
zullen
krijgen
en
waar
mogelijk
gecombineerd moeten worden bijvoorbeeld als onderdeel van nieuwe woonwijken en productiebos. Gelderland wil dus niet (meer) investeren in uitbreiding van natuurgebieden. Het nieuwe provinciebestuur geeft juist wel aan dat het cultureel erfgoed goed zichtbaar moet zijn. Je moet kunnen zien hoe de Gelderse streken en landschappen zich hebben ontwikkeld en ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan het coulisselandschap, dat moet behouden blijven. Tot slot vraagt het nieuwe provinciebestuur om meer participatie. De provincie wil het landschapsbeheer goed regelen en mogelijk maken met betrokken inwoners, agrarische ondernemers, vrijwilligers, zorggroepen en anderen
met hulp van partijen als Instituut voor natuureducatie
en duurzaamheid en Stichting Landschapsbeheer Gelderland. Deelconclusie 9: het voorgenomen plan voor bosaanplant is (ook) in strijd met het provinciale beleid, dat stelt dat het vol zetten van open graslanden met bomen uitsluitend is toegestaan als alternatieve inrichtingsmaatregelen geen soelaas bieden voor het vergroten van de biodiversiteit. Het nieuwe provinciebestuur pleit voor E E IS E EE EE UE E e SE E E EE gebiedsontwikkeling en wil niet (meer) investeren in nieuwe natuurgebieden.
Koester De Steendert!
113
24.
De dynamiek tussen lokale en nationale belangen
Kort samengevat schuiven overheden en organisaties op landelijk en provinciaal niveau heen en weer met plannen, doelstellingen, aantallen en strategieën rond de aanplant van nieuwe bomen en bossen. Top-down wordt er gestuurd op nationale targets en worden er ook budgetten beschikbaar gesteld. Budgetten enerzijds van de rijksoverheid (al dan niet via de provincie), maar ook uit private bron, zoals de bomendeal van Shell met Staatsbosbeheer (daarover later meer). Echter, bosaanplant vindt per definitie altijd lokaal plaats, met alle dynamiek, invalshoeken, randvoorwaarden en lokale belangen die daarbij aan de orde zijn. Lokaal komen de belangen van inwoners, ondernemers en recreanten naar voren. Zij kijken bottom-up naar de plannen, lokaal spelen ook de belangen van cultuurhistorie en landschap. En
ondernemers
hebben
bijvoorbeeld
agrarische
belangen.
Bossen
kunnen
namelijk
ook
nieuwe vogelkolonies aantrekken, waarmee lokale boeren geconfronteerd kunnen worden met kolonies
roeken en kraaien.
De gemeente West Betuwe vormt als eerste overheid een schakel tussen die top-down en bottom-up bewegingen. De gemeente moet namelijk een omgevingsvergunning afgeven. Of anders gezegd: de gemeente
West
Betuwe
bepaalt of er wel of niet een
bos
komt
in De
Steendert. Schematisch ziet deze mangel er als volgt uit:
Top down
Biodiversiteit
Handhaving Beheer
en onderhoud
Inwoners, ondernemers en recreanten
Bottom up Het landschapsontwikkelingsplan (LOP) is recent door de gemeente opnieuw vastgesteld en dit LOP is leidend voor de besluitvorming van de gemeenteraad. De gemeenteraad van West Betuwe heeft daarbij onlangs bedongen dat afwijkingen van het LOP door de gemeenteraad zelf moeten worden besproken, beoordeeld en besloten. Daarnaast heeft de
wethouder in de pers aangegeven dat het bosplan alleen in behandeling zal worden genomen als er draagvlak in de omgeving is. PE E EE EE e E ETE E EU ES EE door over het plan, de gemeenteraad beslist over een omgevingsvergunning.
Koester De Steendert!
)
114
3.
Geschiedenis
van
De Steendert
Als je kijkt naar grootschalige ingrepen in het landschap, zoals het aanleggen van nieuwe woonwijken, wegen, spoorlijnen, maar ook bosaanleg, dan moet je eigenlijk eerst goed kijken naar de geschiedenis van het gebied. Natuurlijk is niet het streven om Nederland precies te houden
hoe het is of ooit was, de mens ontwikkeld zich ook verder en soms moet er ruimte
zijn voor vernieuwing of is er simpelweg echt een maatschappelijke noodzaak aan de orde. Maar veranderingen moeten wel passen bij de aard en schaal van het gebied. Staatsbosbeheer benadert de voorgenomen ingreep in het landschap van West Betuwe met name vanuit de nationale doelstellingen rond bomenaanplant en hun eigen opinie over biodiversiteit. Wat betreft cultuurhistorie maakt Staatsbosbeheer alleen een
referentie aan
een
vindplaats van Romeinse activiteiten. Maar dit gebied heeft natuurlijk veel meer meegemaakt en is ook onderdeel van de Betuwse cultuur. In dit hoofdstuk kijken we naar de geschiedenis
van het gebied zelf, de mensen die er al duizenden jaren wonen en in het bijzonder de impact van de ruilverkaveling. 3.1.
Terug in de tijd
Al meer dan 15 miljoen jaar stroomt de Riijn door dit gebied en heeft deze rivier talloze komgronden gevormd.
In de komgebieden, wat verder gelegen dan de rivierloop, kwam
het water
tot rust en kon slib rustig bezinken. In miljoenen jaren tijd leidde dit tot een dikke, zware komkleilaag. Andere delen van Nederland hebben juist een kenmerk van zandgrond (zoals De Veluwe) of veengrond (oude moerasgebieden zonder grote rivier in de buurt). Nederland is wat dat betreft zeer afwisselend van landschap en het beleid is erop gericht dit landschap te
koesteren. Het landschapskarakter van de komgrond is open met schaarse bebouwing. De zware klei gronden waren en zijn vaak in gebruik als grasland. Als grond ongeschikt was voor de landbouw dan werden er grienden aangelegd (kleine natte bossen met bijvoorbeeld wilgen), soms ook een kleinschalig
populierenbosje voor geriefhout.
Maar oorspronkelijk waren
hier
dus nooit bossen, zoals op de Veluwe of op de zandgronden van Brabant. Natuurgebied De Steendert is zo’n 90 hectare groot. Historisch gezien was dit een lastig gebied om landbouw te bedrijven, omdat laaggelegen komgronden vaak nat en moeilijk te bewerken
zijn.
Deze
gebieden
zijn
daarom
in de
Betuwe
vooral
in gebruik
als
open
weidegronden, hooiland, vaak vind je er ook eendenkooien. De grond van De Steendert is bij droogte keihard, vandaar ook de naam, die steenhard betekent.
Locatie van De Steendert, tussen Est, Wadenoijen en Ophemert
Koester De Steendert!
115
In
het gebied
gevonden
van
De
Steendert
uit de Romeinse
zijn
archeologische
resten
tijd. Er was dus al bewoning
in dit
gebied meer dan 2.000 jaar geleden. Zo werd er in De Steendert een Romeins-inheemse waterput aangetroffen, in de vorm van een hergebruikte wijnton. De duigen van de wijnton waren gemaakt
van
hout van
een
zilverspar, de hoepels waren
(geanonimiseerd)
van
wilgentenen. Ook werden er scherven en enkele botten gevonden. Bij nader onderzoek bleek een stuk hout een deel van een schrijfplankje te zijn, van een zogeheten codex duplex of van een buitendeel van een codex triplex. Delen van de tekst op het plankje bleken leesbaar. Het schrijfplankje, ook wel de Tabula cerata van Est/ De Steendert genoemd,
is een schriftelijk
stuk van Lucius lunius Norbanus. Het was een chirographum (oorkonde, waarbij de tekst tweemaal op één blad werd geplaatst en de beide teksten van elkaar werden gescheiden), waarin hij verklaart de somma van vijfduizend vijftien sestertiën schuldig te zijn voor de koop van negen koeien en nader te zijn overeengekomen
(pactum)
dit bedrag te betalen in het winterkamp van de Legio prima Minervia op de eerste idus van februari tijdens het consulaat van Petilius en Fabricius. Dit stuk was dus een juridisch stuk en geen brief. De koper heeft dit stuk de verkoper ter hand gesteld als
diens bewijs van recht op betaling Bij de boerderijen en de dorpen in dit gebied lagen vruchtbare gronden, die zeer geschikt waren voor akker- en weidebouw, fruitteelt en bomenkwekerij. In de 14de eeuw is al sprake van boomteelt in de Betuwe. En in de 16de eeuw kwam de boom- en fruitteelt volop voor. Aan het begin van de Late Middeleeuwen waren de gebieden dicht bij de nederzettingen en de lagere delen van de oeverwallen ontgonnen. De komgebieden waren echter vaak nog grote moerassige laagten. De kavelkaart van De Steendert hieronder komt van de website hisgis.nl en is uit 1832.
Kavelkaart van
De Steendert in 1832
De eigendomssituatie en het gebruik van de percelen was eeuwenlang buitengewoon divers kleurrijk, er werd volop gehandeld en verpacht in grond en percelen. Op die manier waren gronden
in handen
van vermogende
inwoners en bijvoorbeeld kerken, vaak ook partijen uit
andere streken. Meestal konden lokale boeren de grond dan weer pachten en bewerken. De
Koester De Steendert!
|16
overgang
van stroomruggen
naar de komkleigebieden
(kommen)
was tot halverwege
de
twintigste eeuw niet zo strak. De laaggelegen gebieden binnen de overgangszone tussen kom
en oeverwal werden als gemeenschappelijke hooi- en weidegronden gebruikt. Dit kan worden afgeleid uit het voorkomen van toponiemen met het bestanddeel ‘koppel’, ‘made’ of ‘weide’. De laagst gelegen gebieden in de kom werden
aangeduid
met
‘veld’.
Deze
gebieden
waren
in de
Vroege Middeleeuwen nog niet ontgonnen en werden gebruikt voor hout- en rietwinning, jacht, visserij en extensieve beweiding. Gebieden met toponiemen waarin ‘broek’ voorkomt, vormden de
(geanonimiseerd)
laagste en moeilijk te ontwateren gebieden. Rond circa 1850 stonden er op diverse kleine (losse) percelen in De Steendert bomen, dit was vooral bedoeld voor geriefhout. Geriefhoutbosjes en andere beplantingsvormen met hakhout dienden om hout te leveren voor de verkoop of voor dagelijks gebruik rondom en in de boerderij. Die bosjes werden gewoonlijk van het akkerland gescheiden door een sloot, hek of afrastering, om te voorkomen dat vee erin kon komen. Geriefhoutbosjes komen zowel op natte als op droge gronden voor. Eens in zeven tot tien jaar kapten boeren het hout. Ze gebruikten het voor heel veel doeleinden op het erf. Dun hout diende als brandhout, essenhout voor gereedschapsstelen, elzen voor bonenstaken en eiken voor palen en bouwhout. Eikenhakhout Ieverde bovendien run, een grondstof voor leerlooierijen. De komst van het gasfornuis maakte het kappen en knotten voor eigen gebruik overbodig. Voor andere toepassingen werden ook andere materialen gebruikt of ging men het hout eerst bewerken in werkplaatsen en fabrieken. Dit waren dus ook geen natuurbossen, maar kleine losse boompercelen waar bomen maar relatief kort stonden.
Topografische kaart uit 1850 (van www.topotijdreis.nl)
Rond 1850 nam in het buitengebied de fruitteelt een grote vlucht in de Betuwe, vooral omdat de handel-
en transportmogelijkheden
toenamen.
Menig
akker en perceel
voor geriefhout
maakte toen plaats voor een hoogstamboomgaard. De bodem van de stroomruggen was geschikt voor kersen, appels en peren. Op de lagere, nattere delen (zoals ook de komgronden) stonden in de regel pruimen en stoofperen.
Koester De Steendert!
117
Onderstaande kaart is uit 1870 (circa 150 jaar geleden).
Kaart van De Steendert uit 1870 (Bonneblad)
Je ziet dus dat in relatief korte tijd de meeste percelen geriefhout in 1870 verdwenen waren en plaats hadden gemaakt voor intensievere akkerbouw, fruitteelt en veeteelt. Rond 1890 staat er nog maar op 1 perceel in De Steendert bomen.
Topografische kaart uit 1890 (van www: topotijdreis.nl)
Dit landschapsbeeld verandert nauwelijks tot en met de jaren '30. In de Tweede Wereldoorlog verdwenen bijna alle bomen uit de Betuwe. Er was tekort aan alles, de winters waren koud. De gemeente en landeigenaren gaven de inwoners toestemming om de resterende bomen in
het gebied te rooien en te gebruiken als brandstof om de huizen te verwarmen. Na de oorlog
Koester De Steendert!
118
werd de landbouw werd stapsgewijs intensiever op de komgronden en ook steeds meer gericht op fruitteelt. Op de meeste plekken kwamen de laatste kleine bosjes (voor geriefhout) niet terug. Onderstaande kaart toont de situatie in 1960. In die periode was de Betuwe nog een zeer arm gebied, met nauwelijks verharde wegen, weinig inwoners, groot verschil tussen arm en rijk. De bomen waren grotendeels verdwenen uit het landschap, uitgezonderd de wilgen langs de sloten.
Topografische kaart uit 1960 (van www.topotijdreis.nl)
Vanaf 1960 stelde de rijksoverheid een rooipremie voor hoogstamboomgaarden in, om een efficiëntere, economisch meer rendabele laagstamteelt te stimuleren en zo de productiviteit te verhogen. Die maatregel luidde het einde in van veel van de hoogstamboomgaarden. Maar daarvoor in de plaats kwamen nog veel meer fruitpercelen. Het landschap in De Betuwe wordt
nu vooral gekenmerkt door grotere grasvlakten en fruitpercelen. Hieronder de kaart uit 1995.
Topografische kaart uit 1995 (van wwwtopotijdreis.nl)
Koester De Steendert!
19
Bij de ruilverkaveling in de jaren ’80 werd het landschap compleet opnieuw ingericht. Het groen tussen de kleine percelen verdween,
dit werd als een soort kwartetspel verplaatst naar een
klein aantal nieuwe natuurgebieden, zoals De Steendert. Veel meer informatie hierover staat in paragraaf 3.3. Belangrijk is te constateren dat: 1.
Eralsinds mensenheugenis geen natuurbos in De Steendert is geweest.
2.
Dater in een grijzer verleden wel kleine losse bospercelen voor geriefhout waren, maar deze nooit een aaneengesloten karakter hadden en altijd maar enkele tientallen meters breed/lang waren.
Deelconclusie 11: in de afgelopen 15 miljoen jaar heeft er nooit een aaneengesloten bosgebied in het open komlandschap van de Betuwe gestaan. Kenmerk van de e S EE EE EE EE ETE EE TE EC ETg al miljoenen jaren aanwezig is. Er waren wel kleinere percelen met wat jonge bomen,
EE
3.2.
EE
EE
E
Over de cultuur van
EE
EE
de mensen
IT
in De
e EE
T
Betuwe
De westelijke kant van de Betuwe was altijd vrij matig ontsloten geweest, het meeste verkeer naar de rest van Nederland moest vroeger per boot of pont. Het gebied tussen Culemborg, Tiel, Waardenburg en Gorinchem vormde logistiek en cultureel gezien van oudsher eigenlijk een groot eiland.
In het gebied heerste vooral armoede
en de maatschappelijke
opkomst
(economische welvaart en sociaal welzijn) ging veel trager dan in de rest van Nederland. De Betuwe was ook relatief dun bevolkt, dorpen waren heel klein. Vanaf 1868 was er een eerste spoorverbinding, maar gewone, arme inwoners maakten daar nauwelijks gebruik van. Heel veel mensen verlieten bijna nooit in hun leven hun
dorp of boerderij. Het geïsoleerde leven maakte de cultuur en mentaliteit van de inwoners buitengewoon autonoom en ook wat eigenwijs. Pas tegen 1940 werden de eerste bruggen aangelegd (wat nu de A2 is), maar dat was vooral
om verkeer van noord naar zuid en andersom te brengen in Nederland, Betuwenaren zelf hadden doorgaans geen auto, zeker niet vlak na de oorlog. Tot en met de jaren ’60 was het westelijk deel van De Betuwe maatschappelijk gezien een achtergesteld gebied, met een armoedige bevolking, onverharde wegen, gebrekkig onderwijs, weinig zorgvoorzieningen en feodaal eigendom.
In dorpen en stadjes kwamen wel industrieën op, zoals steenfabrieken en meubelmakerijen, maar de sociale en economische situatie voor de meeste inwoners was vrij hard en
meedogenloos.
Bestuurlijk
gezien
was
de
(geanonimiseerd)
Betuwe
versnipperd over hele kleine plattelandsgemeenten. Bijna ieder dorp had daarmee zijn eigen culturele en maatschappelijke bubbel, dat zat ook sterk in de genen van mensen. Om maar een treffend beeld te schetsen: tot in de jaren ’70 liep je zo het spreekwoordelijke toneel van Swiebertje op als je in de Betuwe kwam. Veel straten waren onverhard, de meeste inwoners
nauwelijks opgeleid.
Koester De Steendert!
20
Pas in de loop van de jaren °70 kwam er iets meer welvaart in het gebied.
Inwoners
gingen
verder dan
hun
eigen dorp
werken. Er kwamen meer bruggen en verbindingen, maar het achterland bleef relatief geïsoleerd. De opgekomen industrialisatie in stadjes als Tiel, Culemborg en Geldermalsen liep echter in diezelfde periode spaak; sectoren als textiel, steenfabricage, sigaren en meubelmakerij, ze verdwenen allemaal naar lage lonen landen. Zelfs de fruitfabriek in Tiel ging in de jaren ’90 dicht. Er ontstond daardoor werkloosheid en verval in die stadjes. Eind van de 20-e eeuw was het economisch
gezien vooral vergane glorie in de Betuwe. Pas na de eeuwwisseling nam de welvaart in het gebied weer toe, vooral door het grote aantal forenzen dat in het gebied kwam wonen. Die autonomie en eigenwijsheid kenmerkt nog steeds de huidige Betuwenaren. Dat zit nog steeds in de genen van het gebied. Hoewel het gebied inmiddels goed ontsloten is en je in een relatieve wip zo in grotere steden zit als Utrecht, Den Bosch, Gorinchem en Arnhem, zoeken inwoners uit de Betuwe nog steeds hun rust in hun eigen gebied. Inwoners uit de Betuwe dragen minder hun trots uit naar buiten, zoals Friezen met hun vlaggen, Limburgers met hun vlaaien of bijvoorbeeld Brabanders met hun carnaval. Maar de trots op hun eigen gebied is groot, de behoefte om dat collectief breed uit te dragen is echter minder aanwezig. Dat maakt
De Betuwe
ook minder
herkenbaar voor de rest van
Nederland. Veel
“Flipje” en bloesemtocht of fruitcorso als associatie komen de meeste mensen van Nederland kent de cultuur en geschiedenis van De Betuwe maar matig.
verder dan
niet, de rest
Opvallend is dat ook in de lokale politiek de laatste jaren een stevige omslag te zien is. Lokale partijen die het lokaal belang voorop stellen krijgen van de kiezer veel stemmen in de gemeenteraden. De inwoners uit het gebied lijken zich meer te associëren met lokaal belang,
dan met nationale belangen. Dit sluit aan bij het ‘“eigenwijze karakter” van de Betuwenaren. Deelconclusie 12: hoewel dit niet zo op de voorgrond komt en maar relatief beperkt gedocumenteerd is, hebben de inwoners van de Betuwe een heel eigen cultuur en karakter. Typerend daarin zijn zelfredzaamheid en eigenwijsheid. Dat kwam ook terug E E EE E EE EI ET E EAE e E
3.3.
Impact van de ruilverkaveling
Aan het eind van de 19e eeuw werd men zich er in Nederland van bewust
dat het droevig
gesteld was
met de verkavelingstoestand.
Processen
zoals demografische druk, landtekort, opkomst van kunstmest, stijgende pachtprijzen en productspecialisatie hadden tot schaalverkleining geleid. Nederlandse boerenbedrijven hadden vaak veel kleine percelen, die zelden
aan
elkaar
lagen.
Dat
kostte
vervoerstijd
en
bemoeilijkte
mechanisering. Ook ging veel land verloren aan wegen en landscheidingen. Alhoewel slimme kavelruil tussen private eigenaren altijd al plaatsvond, was de rol van de overheid tot dan toe uitermate beperkt. De enige rol die de overheid sinds de middeleeuwen had was het correct administreren van het bezit, zodat de belastingen juist geïnd konden worden. De
Nederlandsche Heidemij en de Vrijzinnig-Democratische ruilverkaveling eind 19e eeuw op de politieke agenda.
Bond
zetten het onderwerp
van
De overheid liet het eerste instantie aan de Nederlandsche Heidemij over om, gesteund door een subsidie, een propagandacampagne te voeren om zo ruilverkavelingen op vrijwillige basis
Koester De Steendert!
|21
van de grond te krijgen. Op deze manier lukte het om de eerste echte ruilverkaveling tussen 1913 en 1920 plaats te laten vinden in de Ballumer Mieden op Ameland. Het aantal percelen
ging daar van 3.659 naar 500. Andere succesvolle projecten volgde, zoals Dalfsen (19181924) en Gieten (1918). Maar het ging niet overal even goed. In 1919 liep een ruilverkaveling in de Noordlaarder Made in het oosten van de Oostpolder te Noordlaren stuk op de aanhoudende tegenwerking van één van de eigenaren. Voedselschaarste in de Eerste Wereldoorlog zorgde er uiteindelijk voor dat de overheid zich actiever ging bemoeien met de agrarische sector. Niet alleen op het terreinen als kwaliteitscontrole via proefstations en door opzetten van agrarisch onderwijs, maar ook door het stimuleren van het verhogen van landbouwopbrengsten en verlaging van de productiekosten. Ruilverkavelingen vonden eerst geheel op vrijwillige basis plaats, er was geen wettelijke basis die er voor zorgde dat projecten ook door kon gaan als een minderheid tegen was of niet mee wilde doen. Het ontwerpen van een wet was echter niet eenvoudig omdat het inging tegen de heersende opvattingen van contractvrijheid en eigendomsrecht. Er moest immers land 'onteigend' worden. Voorstanders van ruilverkaveling wezen er echter op dat men na de onteigening ook weer land terug kreeg. Uiteindelijk werd in 1924 Wet op de Ruilverkaveling een wettelijke basis verleend aan de ruilverkavelingen. De belangstelling van boeren was beperkt, onder andere door de hoge kosten.
Het zou tot na de crísis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog duren voordat er krachtiger werd ingezet op
ruilverkaveling.
Voor
die tijd waren
er al wel
een
aantal voorbeelden van grootschalige verkaveling zoals de IJsselmeerpolders en in heideontginningsgebieden. Uiteindelijk zou tussen 1 januari 1950 en 31 december 1995 circa 1,8 miljoen hectare landbouwgrond betrokken
VOOe R ER A RWEB zijn bij ruilverkavelingsprojecten. Ter vergelijking: het areaal landbouwgrond bedroeg in 1995 circa 2,3 miljoen hectare. Bijna 80% van het Nederlandse agrarische landschap ging dus op de kop. Bij de ruilverkavelingen werden sloten en landweggetjes verlegd en andere afscheidingen tussen percelen, zoals heggen, houtwallen
en bomenrijen, opgeruimd. Nieuwe, verharde wegen en slimmere waterwegen kwamen ervoor in de plaats. Het aantal kavels per bedrijf en de kavelgrootte veranderde behoorlijk. Waar in 1950 de kavels gemiddeld nog 2,5 hectare besloegen, was in 1990 de gemiddelde kavelomvang toegenomen tot gemiddeld
5 hectare.
In 2008 was de gemiddelde
kavelgrootte
Daarna nam de omvang
weer iets af, naar 4,3 hectare in 2008. Het gemiddeld aantal kavels per bedrijf nam af van 4,5 in 1950 naar 3,3 in 1979, om vervolgens te stijgen naar 6,2 in 2008. De stijging van het aantal kavels is een gevolg van de afname van het aantal bedrijven en schaalvergroting bij de overblijvende
bedrijven.
In 2000
waren
er nog
97.400
land- en tuinbouwbouwbedrijven
in
Nederland. In 2021 was het aantal afgenomen tot 52.100, een daling van 46% in 21 jaar. In 2000 hadden land- en tuinbouwbedrijven gemiddeld 20 hectare cultuurgrond. In 2021 was dat gemiddelde 35 hectare geworden, een stijging van bijna 75%. De ruilverkaveling in het gebied West-Betuwe verliep in eerste instantie vrij moeizaam. In de jaren °70 werd geconstateerd dat ongeveer 20% van het ruilverkavelingsgebied AvezaathOphemert,
groot 7.000
hectare,
uit boomgaarden
bestond.