D11 Bijlage 1 Reactie Defensie op brief gemeente West Betuwe d.d. 1 april 2021 inzake radartoren.pdf
Tekst van het document
Gemeente West Betuwe Burgemeester en Wethouders Postbus 112 4190 CC Geldermalsen
Ministerie van Defensie Plein 4 MPC 58 B Postbus 20701 2500 ES Den Haag www.defensie.nl
Onze referentie BS2021007841
Datum Betreft
27 mei 2021 Reactie op brief (kenmerk GZDGWB/18665)
Geacht college, Hartelijk dank voor uw brief van 1 april jl. waarin u schrijft over recente ontwikkelingen met betrekking tot de plaatsing van de SMART-L radar in Wier. Daarnaast verzoekt u een concrete uitspraak over de RCR-procedure die is ingesteld met betrekking tot de plaatsing van een militaire radar in Herwijnen. Het antwoord op uw brief heeft langer geduurd dan ik had beoogd. Het was mijn hoop dat ik u op dit moment meer inhoudelijke antwoorden had kunnen bieden. Helaas is dat niet het geval op basis van de informatie die momenteel beschikbaar is. Toch wil ik niet langer wachten met mijn reactie op uw vragen. Ik wil u daarom in deze brief meenemen in de voortgang tot nu toe en de stappen die wij nog moeten zetten om de gewenste duidelijkheid te kunnen bieden. Aan het eind van mijn brief zal ik daarnaast aangeven welke informatie u in de komende periode nog van mij zult ontvangen. SMART-L radar in Wier Het klopt dat vragen en meldingen zijn ontvangen van inwoners in Wier naar aanleiding van de testperiode met de SMART-L. Op dit moment wordt gewerkt aan het reduceren van het geluidsniveau en het verhelpen van storingsklachten. Over de vorderingen hebben wij contact met de gemeente Waadhoeke en de lokale werkgroep. De inwoners van Wier en omgeving informeren we via bewonersbrieven, berichtgeving in lokale media en onze website www.defensie.nl/radarstations.
Eventuele maatregelen die in Wier worden genomen om geluid te reduceren of storingen te verhelpen, zullen worden meegenomen bij de inpassing van een tweede SMART-L radar. RCR-procedure Herwijnen In het door u genoemde interview op NPO Radio 1 is ook de RCR-procedure in Herwijnen ter sprake gekomen. Mijn standpunt met betrekking tot de RCRprocedure in Herwijnen is onveranderd. In mijn voorgaande brief aan u (kenmerk BS2021004628) en de Kamerbrief van 3 maart jl. (Kamerstuk 27830, nr. 336, bijlage 1) licht ik toe dat ik de intentie heb om de motie Van Helvert c.s. (Kamerstuk 27830, nr. 332) inzake het stoppen van de RCR-procedure in Pagina 1 van 4
Bij beantwoording datum, onze referentie en betreft vermelden.
Herwijnen uit te voeren. Tegelijkertijd vereist de zorgvuldigheid dat ik meer inzicht heb in de gevolgen van het stoppen van de RCR-procedure, zodat duidelijk is hoe op andere wijze invulling zou kunnen worden gegeven aan de bewaking van het Nederlandse luchtruim. Het is de verantwoordelijkheid van Defensie en het kabinet om een afweging te maken tussen de motie, het nationaal veiligheidsbelang van de bewaking van het luchtruim en een zorgvuldige inpassing in de omgeving. Ik kan mij voorstellen dat u en de inwoners van Herwijnen graag duidelijkheid willen over de RCR-procedure en ik betreur het als hierover onrust is ontstaan. Spoedige duidelijkheid is ook in het belang van Defensie. Het streven was om u in april/mei 2021 nader te informeren. De onderzoeken in het kader van de motie Belhaj (Kamerstuk 35570-X-29) en van Helvert c.s. (Kamerstuk 35570-X-24) spelen een grote rol in het kunnen bieden van duidelijkheid. Deze onderzoeken zijn namelijk bouwstenen voor het bepalen hoe en waar op een andere wijze kan worden voorzien in de luchtruimbewaking. Een zorgvuldige uitvoering van de benodigde analyses neemt echter meer tijd in beslag dan verwacht. Hieronder licht ik dat toe. Het onderzoek in het kader van de motie Belhaj (Kamerstuk 35570-X-29) bestaat uit drie stappen.
Het proces en de voortgang is als volgt: • Stap 1 is het bepalen van de maximale hoogte van de radar zonder significant verlies van de radarprestaties. De leverancier Thales heeft berekend dat de maximale hoogte van de radar 34 meter boven het maaiveld is. Daarboven nemen de operationele prestaties af. • Stap 2 is het bepalen van het effect van een radarantenne op een hoogte van 34 meter op de stralingsbelasting voor de omgeving ten opzichte van een radarantenne op een hoogte van 24 meter. Deze stap is nog niet gereed, onder meer vanwege de impact van het antennepatroon. Door dit patroon kan het verhogen van de radarantenne op sommige plekken leiden tot verlaging van stralingsbelasting, maar op andere plekken juist tot een verhoging. • Stap 3 is de validatie van deze berekeningen met praktijkmetingen. Hiervoor is het rapport van de stralingsmetingen in Wier benodigd, dat naar verwachting binnenkort beschikbaar komt. Het kan zijn dat deze validatie impact heeft op stap 2. Om deze reden is stap 2 nog niet afgerond. Als blijkt dat de waardes van de berekeningen en de metingen teveel uiteenlopen, zal TNO kritisch kijken naar de berekeningen uit stap 2 en deze, indien nodig, aanscherpen. Daarna wordt het rapport afgerond.
Vooruitlopend op het definitieve rapport naar aanleiding van de motie Belhaj, zijn we omwille van de gewenste snelheid al gestart met het onderzoek naar alternatieve locaties naar aanleiding van de motie Van Helvert c.s. (Kamerstuk 35570-X-24) om snelheid te maken. Het onderzoek naar alternatieve locaties bestaat uit zeven stappen. De afronding van de eerste twee stappen leidt tot de vaststelling van het zoekgebied, in de stappen daarna volgt de doorrekening en beoordeling van potentiele locaties. Het proces en de voortgang is als volgt: •
Stap 1 is het vaststellen van het zoekgebied op basis van een radarantenne op een grotere hoogte dan 24 meter met volledige radardekking op lagere hoogte boven de Randstad en met optimale
Pagina 2 van 4
Datum 27 mei 2021 Onze referentie BS2021007841
•
•
•
• • •
radardekking boven gebieden in Nederland die niet afgedekt wordt door de radar in Wier. Op het moment dat de informatie over de maximale hoogte van 34 meter beschikbaar kwam, kon deze stap worden gestart. Stap 1 is bijna afgerond, wanneer het zoekgebied uit stap 1 beschikbaar komt zal ik deze op de website www.defensie.nl/radarstations publiceren. Het is van belang om hierbij te benadrukken dat dit nog niet het definitieve zoekgebied is, deze volgt namelijk pas na afronding van stap 2. Stap 2 is het nader verfijnen van het zoekgebied op basis van ruimtelijke uitsluitingscriteria, zoals rivieren/kanalen, grote infrastructuur, windturbines, hoogspanningsmasten, natuurgebieden, stedelijke gebieden en hoogbouw, bebouwde kommen en woningen. Na deze verfijning in stap 2 wordt het zoekgebied vastgesteld. Aan deze stap wordt momenteel gewerkt. De uitkomsten van stap 2 zullen ook worden gepubliceerd op de website www.defensie.nl/radarstations. Stap 3 is het selecteren van potentiele locaties en het berekenen van de radardekking per potentiele locatie. In deze stap worden ook de aangedragen locaties meegenomen die buiten het zoekgebied vallen die volgen uit de motie Van Helvert c.s. (Kamerstuk 35570-X-24), zoals GilzeRijen en de Vrachelse Heide. Stap 4 is het beoordelen van de potentiele locaties op operationele geschiktheid.
Deze stap bepaalt de operationeel acceptabele alternatieve locaties. Stap 5 is het beoordelen van de ruimtelijke situatie van deze locaties. Stap 6 is het uitvoeren van de analyse van de lokale stralingsbelasting per locatie. Stap 7 is de concluderende stap. Na stap 7 zullen de (deel)uitkomsten van het onderzoek definitief worden vastgesteld. Het definitieve rapport zal op de website www.defensie.nl/radarstations worden gepubliceerd.
Daarnaast beziet Defensie of er plausibele alternatieve mogelijkheden binnen afzienbare tijd beschikbaar zijn om te kunnen voorzien in de benodigde radardekking ten behoeve van luchtruimbewaking. Hierbij wordt ook gekeken naar mogelijkheden buiten het zoekgebied, zoals gedefinieerd in het onderzoek naar alternatieve locaties. Tevens wordt momenteel gewerkt aan de uitwerking van de juridische en de bestuurlijke consequenties van het stoppen van een RCRprocedure. De samenhang en volgordelijkheid tussen de trajecten en de beschikbare capaciteit bij de verscheidene partijen spelen een belangrijke rol in een langere doorlooptijd. Naar verwachting zullen alle inzichten van bovenstaande trajecten in de zomer 2021 beschikbaar komen. Ik vind het erg jammer het dat het langer duurt voordat ik duidelijkheid kan bieden over de uitvoering van de motie van Helvert c.s. (Kamerstuk 27830, nr. 332). Zodra de definitieve onderzoeken naar aanleiding van de motie Belhaj (Kamerstuk 35570-X-29) en de motie Van Helvert c.s. (Kamerstuk 35570-X-24) beschikbaar komen, zal ik deze per brief met u delen en deze publiceren op de website www.defensie.nl/radarstations.
Graag treed ik met u in overleg op welke manier de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe en de inwoners van Herwijnen nader kunnen worden geïnformeerd over de uitkomsten van de onderzoeken in het kader van de motie Belhaj (Kamerstuk 35570-X-29) en Van Helvert c.s. (Kamerstuk 35570-X-24). In de tussentijd zal ik de uitkomsten van
Pagina 3 van 4
Datum 27 mei 2021 Onze referentie BS2021007841
stap 1 en 2 van het onderzoek naar alternatieve locaties zoals hierboven beschreven, publiceren op de website www.defensie.nl/radarstations. De verwachting is dat ik u en de inwoners van Herwijnen na de zomer 2021 over alle uitkomsten nader kan informeren. Tot die tijd worden er geen onomkeerbare stappen gezet. Graag licht ik mijn brief in een (fysiek) gesprek met u nader toe, met inachtneming van de geldende covid-19-maatregelen. Met vriendelijke groet, DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Drs. B. Visser
Pagina 4 van 4
Datum 27 mei 2021 Onze referentie BS2021007841