D10-04062023-landschapselementen-polder-Hellouw-Herwijnen-geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
Aan college van B&W gemeente West Betuwe Postbus
112
4190 CC Geldermalsen
Geacht college,
In de afgelopen maanden zijn er in de polder bij Hellouw diverse werkzaamheden uitgevoerd waarbij grote hoeveelheden bomen en struiken zijn verdwenen (naar schatting 3 hectare). Ook wordt er grondwerk verricht op percelen langs de Zeek waarbij grote hoeveelheden grond wordt aangevoerd en verwerkt (tientallen vrachtwagens). Wij maken ons hier grote zorgen over. De polder heeft al weinig groenstructuren met enige
natuurwaarden en door de enorme kap/rooiactiviteiten zijn die nagenoeg geheel verdwenen. Juist nu staat het behoud en versterken van groen hoog op de agenda in verband met het verbeteren van de biodiversiteit, vergroenen leefomgeving, recreatie en klimaatadaptatie. Ook het aanvoeren en verwerken van grote hoeveelheden grond op die plekken roept vragen op of dat zomaar kan op die plek en of die grond wel schoon is. Sinds februari dit jaar hebben we meerdere keren contact gehad met de gemeente over deze ingrijpende werkzaamheden. Tot op heden is ons niet duidelijk gemaakt of het allemaal legaal is of niet. Daarnaast maken we ons zorgen over een adequate aanpak mocht het niet legaal zijn. Gedurende de periode waarin we contact hebben onderhouden met de gemeente zijn de aanvoer en verwerking van de grond doorgegaan. Inmiddels ligt er zoveel grond dat eventuele herstelwerkzaamheden (verwijderen) een kostbare zaak wordt. Omdat we als dorpsvereniging ons hard maken voor het behoud en versterken van het groen in en rond het dorp willen we onze zorgen met u delen en waar nodig dat u optreedt tegen overtredingen van regelgeving.
Het bestuur van de dorpsvereniging verzoekt u om ons zo spoedig mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1 bent u vooraf op de hoogte van gebracht van de kapactiviteiten door de initiatiefnemers? 2 zijn de activiteiten juridisch voldoende gedekt door alleen de kapmelding? 3 welke beschermde dier- en plantensoorten waren er op de betreffende percelen? Zijn deze conform de wettelijke zorgplicht voldoende beschermd? 4 zijn er controles en metingen geweest tijdens de uitvoering van de werkzaamheden? Zo ja, welke constateringen zijn er gedaan gelet op de voorwaarden en de zorgplicht?
5 Hoe gaat de gemeente waarborgen dat de planologische bescherming van de percelen langs de Zeek en de Meikampgraaf wordt nagekomen/hersteld? 6 heeft de gemeente als bevoegd gezag ingestemd met het ophogen van de percelen langs de Zeek met grond van elders? 7 Is per partij aangevoerde grond alle benodigde informatie beschikbaar gesteld aan de gemeente? Gaat het om schone grond die van vergelijkbare kwaliteit is als de oorspronkelijke grond op deze locaties?
In de bijlage treft een nadere toelichting aan van onze constateringen. Enkele jaren geleden heeft de Vereniging Dorpsbelangen Hellouw in nauwe samenwerking met de Stichting Gelders Landschapsbeheer het project Levend Landschap uitgevoerd. Daarbij zijn in tuinen en op erven in het buitengebied veel nieuwe inheemse bomen en struiken gepland, juist om die vergroening te bevorderen. Indertijd is ook gesproken over het herstellen van de molenbiotoop bij de Hellouwse molens. Inmiddels is hierover overleg gestart met de Molenstichting voor het Gelders Rivierengebied. Met elkaar hebben we geconstateerd dat de polders bij Hellouw en Herwijnen kwalitatief veel aantrekkelijker gemaakt kunnen worden wanneer we met meerdere verenigingen en terreineigenaren de schouders er onder gaan zetten. U begrijpt dat door deze kap/rooiactiviteiten ons het gevoel bekruipt dat onze ambitie en ons vrijwilligerswerk n één klap teniet wordt gedaan.
Met vriendelijke groet,
Namens het verenigingsbestuur
(geanonimiseerd) Voorzitter Vereniging Dorpsbelangen Hellouw
Toelichting Het gaat om percelen langs de Zeek op de grens tussen Hellouw en Herwijnen (vanaf de provinciale
weg tot aan de achterste molen) en een perceel bij de kruising Meikampgraaf- Bommelkampgraaf. De provincie Gelderland heeft voor het verwijderen van de houtopstand bij de Zeek in 2022 een kapmelding gekregen. Daarin zou staan dat binnen drie jaar na verwijdering van de houtopstand nieuwe bomen geplant moeten zijn (herplantplicht). Over het aanbrengen van grond (met daarin ook puin) doet de provincie geen uitspraak aangezien het voor hen geen toetsingscriterium is. Onduidelijk is of met de werkwijze die gevolgd is rekening is gehouden met de natuurwaarden van het gebied, Welke beschermde dier- en plantensoorten waren aanwezig? Op welke wijze moet men daar rekening mee houden bij de werkzaamheden? Het huidige aangezicht van de percelen spreekt boekdelen; alle begroeiing is vrijwel geheel verdwenen. Het is voor ons onbegrijpelijk dat deze houtopstanden zonder meer zo rigoureus verwijderd mogen worden dat er geen enkele natuurwaarden
meer
resteert.
Sinds het kappen is langs de Zeek ook een enorme hoeveelheid grond aangevoerd. Het gaat daarbij om verschillende partijen grond, deels ook met puinresten. Ter plaatse wordt de oorspronkelijke bodem met circa 1 meter opgehoogd met deze aangevoerde grond. Op grond van Omgevingswet i het niet zomaar mogelijk om grond op te brengen. Er geldt een meldings- en informatieplicht. Het bevoegd gezag is volgens ons de gemeente. De vraag is dan ook of de ondernemer de gemeente deze activiteit heeft gemeld en of de gemeente dit heeft toegestaan? De houtopstand bestaat al tientallen jaren, zo ook de bodem. Dankzij die bodem heeft zich een soortenrijkdom kunnen ontwikkelen. Door de manier van kappen en opbrengen van andersoortige grond is sprake van een ernstige verstoring van de bodemkwaliteit. Dat zal tot gevolg hebben dat de oorspronkelijke soortenrijkdom niet kan terugkeren. Mogelijk is de opgebrachte grond van slechtere kwaliteit (of zelfs vervuild) waardoor de natuurwaarden vrijwel volledig verdwijnen en mogelijk zelfs risico’s bestaan op vervuiling van de bodem en grondwater in de omgeving. Het perceel langs de Zeek maakt onderdeel uit van het beschermde landschap Nieuwe Hollandse Waterlinie (indunatiekom Tielerwaard).
De provincies en gemeenten waarbinnen deze linie ligt hebben in 2015 het zogenaamde Pact van Loevestein gesloten waarbij afspraken zijn gemaakt over de bescherming en ontwikkeling van het gebied. Planologisch is het gebied beschermd op drie niveau's; Rijksniveau, provinciaal en gemeentelijk. In het vigerende bestemmingsplan van de gemeente zijn de kernkwaliteiten van het landschap opgenomen en uitgewerkt in een handboek. Het ophogen van de percelen binnen het Nationaal landschap past niet in de lijn van bescherming.
Perceel langs de Zeek Maakt deel uit van de indunatiekom Tielerwaard en daarmee onderdeel van het Nationaal landschap
Nieuwe Hollandse Waterlinie (aangewezen als Nationaal Landschap in de Nota Ruimte). Planologische bescherming Het beleid op de Nieuwe Hollandse Waterlinie is gericht op het beschermen en ontwikkelen van de kernkwaliteiten. De bescherming van de Waterlinie vindt op een aantal niveaus plaats. Op rijksniveau zijn de kernkwaliteiten voor de Waterlinie als geheel vastgelegd
in het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (BARRO). Op provinciaal niveau is de Nieuwe Hollandse Waterlinie planologisch verankerd in de omgevingsvisie en -verordening. Op gemeentelijk niveau wordt de Waterlinie beschermd in het bestemmingsplan. Omwille van de bescherming van de kernkwaliteiten is een terughoudende planologische benadering wat betreft initiatieven met een verdichtend en verstedelijkend effect op het landschap noodzakelijk. Bij de beoordeling van alle ruimtelijke initiatieven is de grondhouding ‘Nee, tenzij..’oftewel ‘Pas op, u bevindt zich in de Waterlinie. Zorgvuldigheid is geboden!’ Als inhoudelijke uitwerking van de provinciale en gemeentelijke regels is het ‘Handboek kernkwaliteiten
Nieuwe
Hollandse Waterlinie’ ontwikkeld voor de Waterlinie ten zuiden van
de Lek.
Het is een gebiedsgerichte uitwerking van de kernkwaliteiten en een omschrijving van de daarbij horende omgangsvormen in de vorm van een ontwikkelingsperspectiefen ontwerprichtlijnen. Deze kwaliteitsgids is te gebruiken als een handboek voor ontwikkelaars, planbegeleiders en -toetsers binnen
de linie.
Ontwerprichtlijnen regionaal - behoud en ontwikkel de karakteristieke ruimtelijke contrasten tussen de uiterwaarden, oeverwallen, stroomruggen en komgronden - hanteer de Waterlinie als ruimtelijk ordeningsprincipe met de hoofdverdedigingslijn als structuurdrager en grens tussen verdichtingsveld
en open veld/inundatiekom - ontwikkel de hoofdverdedigingslijn tot een herkenbare landschapsstructuur en recreatieve verbinding, met bijzondere aandacht voor het verdwenen tracé door de polder en de kruising met de A15 - respecteer de natuurlijke ondergrond - behoud en versterk de karakteristieke ruimtelijke hoofdopbouw van dorpskaden en -boezems, weteringen en wegbeplantingen - stimuleer belevingsmogelijkheden landschap door verbetering van de recreatieve toegankelijkheid - versterk de kwaliteit van stads- en dorpsranden - stimuleer ontwikkeling beeldkwaliteit erven - respecteer rust, ruimte en duisternis agrarische kom Bestemming: 2.4.2 ‘overige zone - inundatiekommen’, 'overige zone - accessen' en 'overige zone - verdichtingsvelden’ Op de in lid 2.1 bedoelde gronden mag ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - inundatiekommen’, 'overige zone - accessen' en 'overige zone - verdichtingsvelden' worden gebouwd ten dienste van de andere daar voorkomende bestemmingen op grond van daarin opgenomen wijzigingsbevoegdheden, met dien verstande dat de volgende aanvullende voorwaarde in acht moet worden genomen voor zover de gronden zijn gelegen buiten het ‘bouwvlak dan wel buiten het bestemmingsvlak van een niet agrarische bestemming, Bos,
Natuur,
a.
Groen
niet zijnde de bestemming
of Water:
_ erwordt voldaan aan de ontwerprichtlijnen Nieuwe Hollandse Waterlinie en, indien het de gronden betreft ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - inundatiekommen', de ontwerprichtlijnen Inundatiekom Tielerwaard, zoals benoemd in Bijlae
Inundatiekom
1 Kernkwaliteiten
Nationzal
Tielerwaard, waaroverde gemeentelijke commissie adviseert.
Landschapen
2.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden
2.5.1 Vergunningplicht
Het is verboden
op of in de gronden
met de bestemming Waarde
- Nieuwe
Hollandse Waterlinie' zonder of in
afwijking van een vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen ‘bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te
voeren:
[Gebiedsaanduidingen / werken en werkzaamheder|a
b |e |a e |f |e |e
[overige zone - kemzone
k
|overige zone - inundatiekommen
KEKKEEKK
verdichtingsvelden
kkh t kt t
[overige zone
[overige
-
zone - accessen
k
k
kkktktkt
omgevingsvergunningplichtig
x
- niet omgevingsvergunningplichtig
het verlagen van gronden;
het aanplanten van permanente hoogopgaande beplanting, waaronder mede begrepen boomteelt en/of fruiteelt, met een (gezamenlijke) oppervlakte van meer dan 500 m?;
het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m? het verleggen of dempen van watergangen en/of waterpartijen het aanleggen van bovengrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies,
installaties en apparatuur.
2.5.3 Toetsingseriteria
a
een omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 2.5.1 mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indireet te verwachten gevolgen, geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de
waarden en/of functies die het plan beoogt te beschermen, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen;
b.
voor het aantonen of er geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de te beschermen waarden en/of functies wordt, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kernzone’, advies ingewonnen bij de gemeentelijke commissie, die n hun beoordeling de kerkwaliteiten en ontwerprichtlijnen, zoals ‘benoemd in Bijlage
1 Kernkwaliteiten Nationaal
Landschap en Inundatiekom
Tielerwaard betrekken.
(*“De kernkwaliteiten openheid, groen en rustig karakter zijn bij uitstek verbonden aan de inundatiekommen. Ook duisternis is een kwaliteit verbonden aan deze landelijke gebieden. Nieuwe ontwikkelingen moeten deze kwaliteiten respecteren en waar mogelijk versterken. Hierbij is het van belang het begrip ‘openheid’ nader uit te werken. Dit gebeurt in de regionale uitwerking in Deel II. De inundatiekommen zijn immers niet overal grootschalig open van karakter. Het bevat ook besloten en kleinschalige landschappen, maar ook deze zijn waardevol omwille van het groene, landelijke en rustige karakter” De kernkwaliteiten openheid, groen en rustig karakter zijn bij uitstek verbonden aan de inundatiekommen. Ook duisternis is een kwaliteit verbonden aan deze landelijke gebieden. Nieuwe ontwikkelingen moeten deze kwaliteiten respecteren en waar mogelijk versterken. Hierbij is het van belang het begrip ‘openheid’ nader uit te werken. Dit gebeurt in de regionale uitwerking in Deel II. De inundatiekommen zijn immers niet overal grootschalig open van karakter. Het bevat ook besloten en kleinschalige landschappen, maar ook deze zijn waardevol omwille van het groene, landelijke en rustige karakter. De lage ligging van het land was de basis voor de vestiging van de Waterlinie. Het is dan ook van belang dat herinrichtingen inspelen op de natheid van de ondergrond.
Dit kan zich uiten door soortkeuze van beplantingen, vormgeving van paden, het benutten van water en het inspelen op de historische verkavelingsstructuur welke voortkomt uit de natheid van het terrein.)
Perceel Meikampgraaf,
nabij kruising Bommelkampsteeg
Bestemmingsplan bestemming bos: Regels: Artikel 8 Bos
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.
behoud, herste! en/of ontwikkeling van het bos, bosschages en de bijpehorende bosgroeiplaats;
b. ©.
behoud herstel en/of ontwikkeling van de houtteelt/houtproductie; behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuur- en landschapswaarden, inclusief de bijpehorende abiotische waarden;
d.
behoud van (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen:
e. f
behoud en herstel van geïsoleerde wateren zoals vennen en poelen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
g
extensief recreatief medegebruik
8.2 Bouwregels 8.2.1
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, behoudens:
a.
Hulpgebouwen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘hulpgebouw’, waarbij de hoogte niet meer mag
bedragen dan 3 m. 8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde] geiden de volgende bepalingen a.
Voor het bouwen van kleinschalige bouwwerken ten behoeve van bos-, groen en/of natuurbeheer gelden de volgende voorwaarden: 1. de hoogte mag niet meer bedragen dan 4 m;
2.
de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 16 m?;
b.
3. het aantal kleinschalige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 1 per 1,5 ha. De hoogte van eenvoudige voorzieningen voor extensief recreatief medegebruik, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, mag niet meer bedragen dan 3 m
©.
De hoogte van erf- en terreinafscheiding mag niet meer bedragen dan 1 m.
8.3 Afwijken van de bouwregels 8.3.1 Afwijken ten behoeve van het bouwen van hulpgebouwen
Het bevoegd
gezag
kan een omgevingsvergunning
verlenen voor afwijken van het bepaalde
in 8.2.1voor het
bouwen van hulpgebouwen, onder de volgende voorwaarden: a. b. ©.
Het bouwen moet ten dienste zijn van de bestemming. De oppervlakte van hulpgebouwen mag niet meer bedragen dan 20 m? en de bouwhoogte van hulpgebouwen mag niet meer bedragen dan 4 m. Het bevoegd gezag dient schriftelijk advies te hebben ingewonnen bij een onafhankelijke natuur- en
landschapsdeskundige met betrekking tot de vraag of de aanwezige landschappelijke waarden, natuurwaarden en/of hydrologische waarden door het verlenen van de afwijking niet onevenredig cq onherstelbaar worden aangetast.
8.3.2 Afwijken ten behoeve van bouwwerken, geen gebouwen zijnde Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde, onder de volgende voorwaarden:
in 8.2.2 voor het
o»
Het bouwen moet ten dienste zijn van de bestemming.
©.
Het bevoegd gezag dient schriftelijk advies te hebben ingewonnen bij een onafhankelijke natuur- en landschapsdeskundige met betrekking tot de vraag of de aanwezige landschappelijke waarden,
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde] mag niet meer bedragen dan 5 m. natuurwaarden en/of hydrologische waarden door het verlenen van de afwijking niet onevenredig cq onherstelbaar worden aangetast.
8.4 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik met betrekking tot deze bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden en/of bouwwerken
a. b.
voor:
Het opslaan, storten of bergen van materialen Verblijfsrecreatie (kamperen).
8.5 Omgevingsvergunning voor het
oeren van werken, geen bouwwerk
zijnde, of van
werkzaamheden
8.5.1 Omgevingsvergunning Het
is verboden
zonder
of in afwijking
van
een
omgevingsvergunning
van
het bevoegd
gezag
binnen
deze
bestemming de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te |aten uitvoeren:
b.
Het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen in de bodem.
c
Het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten, of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten
d.
en greppels. De aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om het vervangen een reeds bestaande drainage
e.
Het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van
dla\naiem\ddelen
g.
Het verwijderen van onverharde wegen/paden, alsmede het aanleggen/verharden van wegen/paden,
dan wel het aanbrengen van andere niet omkeerbare opperviakteverhardingen groter dan 100 m?. 8.5.2 Uitzonderingen
Het in 85.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. b.
Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn. Krachtens een verleende vergunning reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende
vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 8.5.3 Toelaatbaarheid
De in 8.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend: a. b.
_ indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de betrokken bos-, groen- en/of natuurwaarden, inclusief de bijbehorende abiotische waarden. Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies
in bij het waterschap, voor zover de afweging mede betrekking heeft op hydrologische waarden.